Latest / Kleuter Podcast / VAKANTIEQUIZ - Raad het voertuig #75
Transcript
- 0:00Speaker 1: Welkom bij je nieuwe kleuterpodcast.
- 0:05Speaker 2: Ja, en het is de vakantiespecial van de kleuterpodcast. We
- 0:08Speaker 2: hebben speciale aflevering, want dit keer is het een quiz.
- 0:12Speaker 2: En de quiz gaat dit keer over. Voertuigen.
- 0:31Speaker 2: Ja, welkom bij de quiz over voertuigen. Dat doen we
- 0:35Speaker 2: omdat het zomervakantie is. Dus omdat het vakantie is, hebben
- 0:37Speaker 2: we even een speciale quiz erin gedaan. En het werkt
- 0:41Speaker 2: heel simpel. Zometeen stel ik jullie voor aan de quizmaster.
- 0:44Speaker 2: Als je mee wilt doen, je kan het uit je
- 0:46Speaker 2: hoofd doen. Bijvoorbeeld als je lekker in de auto zit,
- 0:49Speaker 2: lekker achterover leunen. Maar je mag natuurlijk ook een pen
- 0:51Speaker 2: of een potlood erbij pakken. en dan op een blaadje doen.
- 0:55Speaker 2: En dan vul je het goede antwoord in. En het
- 0:56Speaker 2: goede antwoord is altijd of een sterretje.
- 0:59Speaker 2: Of een rondje of een hartje.
- 1:02Speaker 1: Maar ik denk dat als je het uit je hoofd doet.
- 1:05Speaker 1: Dat het dan wat moeilijker is om het te onthouden.
- 1:07Speaker 1: Maar dat. Maar dat komt wel goed. Omdat we gaan
- 1:11Speaker 1: de vragen. Als we de antwoorden doen, gaan we de
- 1:14Speaker 1: vragen ook nog een keer vragen.
- 1:16Speaker 2: Ja. En als voorbeeld. Hoe heet deze podcast? Is dat
- 1:20Speaker 2: sterretje de kleuterpodcast. Is dat het rondje?
- 1:24Speaker 2: de peuterpodcast? Of is dat hartje de kneuterpodcast. En het
- 1:28Speaker 2: goede antwoord is dan natuurlijk het sterretje. Inderdaad. Dus als
- 1:33Speaker 2: jullie er klaar voor zijn, dan ga ik de quizmaster
- 1:36Speaker 2: erbij halen.
- 1:38Speaker 2: Mag ik jullie
- 1:43Speaker 2: Twitter podcast.
- 1:51Speaker 2: tegen
- 1:53Speaker 2: Nou, Quizmaster Meerte, neem ons mee in Ronde één.
- 1:59Speaker 1: Welk voertuig hoor je nu?
- 2:04Speaker 2: Oeh. Ik dacht even dat ik aan de kant moest.
- 2:06Speaker 1: Wil je hem nog een keer horen? Ja.
- 2:10Speaker 2: Nou, nou, nou. Zit jij achter het stuur zeker?
- 2:14Speaker 1: Denk je sterretje trein, denk je rond je auto of
- 2:17Speaker 1: denk je hard je fiets? Hm, lastig.
- 2:21Speaker 1: Welk geluid hoor je nu?
- 2:36Speaker 2: Hoe, dit klinkt als de fluitketel van de thee. Dat
- 2:38Speaker 2: de thee klaar is. Is dat tijd voor thee?
- 2:39Speaker 1: Nee, het is niet tijd voor thee. Het is tijd
- 2:41Speaker 1: voor de antwoorden. Denk je sterretje vliegtuig. Denk je rondje brandweerauto.
- 2:47Speaker 1: Of denk je hartje trein?
- 2:49Speaker 2: Oe, dit is een moeilijke.
- 2:52Speaker 1: Volgende
- 2:52Speaker 2: vraag. O, en dit is eventjes opletten voor alle papa's
- 2:56Speaker 2: en mama's als je achter het stuur zit. Het is
- 2:59Speaker 2: belangrijk dat je even doorhebt dat dit het geluidje is
- 3:02Speaker 2: van de
- 3:02Speaker 1: podcast. Welk geluid hoor je nu?
- 3:14Speaker 2: Nou, wat zou dit zijn?
- 3:16Speaker 1: Denk je sterretje politie? Denk je rondje bus. Of denk
- 3:22Speaker 1: je hartje tractor?
- 3:24Speaker 2: Hmm, die tractor, dat klinkt wel logisch. Volgende vraag.
- 3:45Speaker 2: Ik dacht even dat er iemand op de wc zat.
- 3:49Speaker 1: Denk je sterretje motor, denk je rondje step of denk
- 3:55Speaker 1: je hartje boot?
- 3:57Speaker 1: Welk geluid hoor je nu?
- 4:06Speaker 2: Maar het is wel een hele rare auto.
- 4:09Speaker 1: auto, die zit niet eens in de opties.
- 4:12Speaker 2: O, nou, vertel dan. Waar kan ik uit
- 4:14Speaker 1: kiezen? Denk je sterretje vliegtuig, denk je rondje trein of
- 4:18Speaker 1: denk je hartje helikopter?
- 4:22Speaker 1: aan het einde gekomen van Ronde
- 4:24Speaker 2: 1. En dat betekent dat we zo overgaan naar Ronde 2.
- 4:27Speaker 2: Maar niet voordat ik heb gevraagd. Myrthe. Kan jij ook
- 4:30Speaker 2: een politie brandweer of ambulance nadoen? Ja. Hoe klinkt dat dan? Doe.
- 4:39Speaker 2: datum.
- 4:47Speaker 2: Dan is het tijd voor Ronde 2.
- 4:53Speaker 1: Welk voertuig vlieg je door de lucht? Denk je sterretje
- 4:58Speaker 1: boot of denk je rond je vliegtuig? Of denk je
- 5:02Speaker 1: hartje bus. Een
- 5:03Speaker 2: vliegende bus.
- 5:06Speaker 1: Welk voertuig rijdt over rails?
- 5:09Speaker 2: Oe, en waar kan ik eigenlijk
- 5:10Speaker 1: kiezen? Sterretje terrein rondje, auto of hartje, tractor.
- 5:17Speaker 1: Met welk voertuig kun je over het water varen? Denk
- 5:22Speaker 1: je sterretje fiets rondje boot of hartje motor?
- 5:27Speaker 2: O, ik dacht een surfplank, maar die zit er niet tussen.
- 5:29Speaker 1: Hahaha.
- 5:31Speaker 1: Vraag 9. Welk voertuig hoor je achteruit rijden?
- 5:44Speaker 1: Kleine tip. Hij rijdt achteruit.
- 5:46Speaker 2: Rij je achteruit, Myrthe. Doe eens even voorzichtig. Ik zit
- 5:49Speaker 1: niet tussen de opties toch. O, nou,
- 5:51Speaker 2: wat zijn de opties dan?
- 5:52Speaker 1: Denk je sterretje auto. Denk je rond je fiets of
- 5:57Speaker 1: denk je hard je vrachtwagen? Hm.
- 6:00Speaker 1: Vraag 1. De laatste vraag van Ronde 2. Welk voertuig
- 6:05Speaker 1: heeft 2 trappers? Denk je sterretje bus? Denk je rondje
- 6:12Speaker 1: fiets of denk je hartje
- 6:14Speaker 2: trein? Heel goeie vraag.
- 6:16Speaker 2: Dan is het alweer bijna tijd voor ronde drie. Maar
- 6:19Speaker 2: voordat we naar Ronde drie toe gaan, even relaxen. En
- 6:22Speaker 2: dan ga ik jou even de vraag stellen, Myrthe. Ehm,
- 6:24Speaker 2: wat is jouw favoriete vervoersmiddel? Een
- 6:27Speaker 1: tram en een metro. O
- 6:29Speaker 2: ja, die gaan ook over een rails trouwens. Ja. Nou,
- 6:32Speaker 2: gaan we naar de laatste ronde.
- 6:36Speaker 1: Voor welk voer- voertuig moet je naar een vliegveld? Denk
- 6:40Speaker 1: je sterretje bus? Denk je hondje vliegtuig of denk je
- 6:44Speaker 1: hartje terrein? O.
- 6:47Speaker 1: Welk voertuig staat in een kazerne? Een kazerne.
- 6:51Speaker 2: O, een moeilijke
- 6:52Speaker 1: vraag. Denk je sterretje brandweerauto. Denk je rondje trein of
- 6:57Speaker 1: denk je hartje step. Welk voertuig is het zwaarst? Denk
- 7:03Speaker 1: je sterretje vrachtauto. Denk je rondje fiets of denk je hartje.
- 7:09Speaker 1: Laatste vraag. Welke auto hoor je hier?
- 7:16Speaker 2: O, die ging zo snel. Die wil ik nog een
- 7:18Speaker 2: keer horen.
- 7:22Speaker 2: Nou, gaat veel te snel voor mij. Nog een keer? Ja.
- 7:26Speaker 2: Die ging zo snel, ik zag hem niet eens. Nou,
- 7:28Speaker 2: waar kan ik uit kiezen?
- 7:29Speaker 1: Sterretje Formule één auto rond je trein of hartje bus.
- 7:35Speaker 2: Lastige vragen. Nou, we zijn aangekomen aan de antwoorden. Als
- 7:40Speaker 2: je hebt meegeschreven, kan je al je antwoorden controleren. En
- 7:43Speaker 2: dan gaan we nu de juiste antwoorden
- 7:47Speaker 1: Welk voertuig hoor je nu?
- 7:51Speaker 2: En dit was natuurlijk rondje, de auto. Welk
- 7:54Speaker 1: voertuig hoor je nu?
- 8:08Speaker 2: Ja, ik dacht eventjes dat het de fluitketel was. Maar
- 8:10Speaker 2: het is geen fluitketel. Het is de trein. Eigenlijk zelfs
- 8:14Speaker 2: een stoomtrein die je hoort.
- 8:16Speaker 1: Daar zijn wij wel eens in gezeten.
- 8:18Speaker 2: Zeker hebben we daar wel eens in gezeten.
- 8:20Speaker 1: Welk voertuig hoor je nu?
- 8:26Speaker 2: En als jij het sterretje de politie hebt opgeschreven, dan
- 8:30Speaker 2: zit je helemaal goed.
- 8:33Speaker 1: Welk voertuig hoor je nu?
- 8:44Speaker 2: Ja, dit is natuurlijk geen step of geen boot. Dit
- 8:47Speaker 2: is de motor die je hoort.
- 8:50Speaker 1: Welk voertuig hoor je nu?
- 8:58Speaker 2: Ja, hij vliegt in de lucht, maar het is geen vliegtuig.
- 9:01Speaker 2: Het is de helikopter die hoort.
- 9:04Speaker 1: Met welk voertuig vlieg je door de lucht?
- 9:07Speaker 2: En dat is rondje het vliegtuig.
- 9:11Speaker 1: Welk voertuig rij- rijdt over rails?
- 9:14Speaker 2: En dat is sterretje de trein.
- 9:18Speaker 1: Met welk voertuig kun je over het water
- 9:21Speaker 2: varen? En dat is natuurlijk de boot, het rondje.
- 9:25Speaker 1: Welk voertuig hoor je nu?
- 9:30Speaker 2: Ja, en Myrthe gaf al de tip. Hij rijdt achteruit.
- 9:34Speaker 2: Het is de vrachtauto, oftewel het hartje.
- 9:38Speaker 1: Welk voertuig heeft twee trappers?
- 9:41Speaker 2: En dat is het rondje de fiets.
- 9:43Speaker 1: En dan nu door naar de laatste ronde.
- 9:48Speaker 1: Voor welk voertuig moet je naar een vliegveld? En dat
- 9:51Speaker 2: is rondje het vliegtuig.
- 9:53Speaker 1: Welk voertuig staat in een kazerne?
- 9:56Speaker 2: En dat is natuurlijk de brandweerkazerne. Sterretje de brandweerauto.
- 10:01Speaker 1: Welk voertuig is het zwaarst?
- 10:04Speaker 2: Ja, de step is heel licht en de fiets ook.
- 10:07Speaker 2: De vrachtauto, die is onmogelijk om zelf op te tillen.
- 10:10Speaker 2: Dus die is het zwaarst.
- 10:12Speaker 1: Welke auto hoor je hier?
- 10:16Speaker 2: Ja, ik zei het al, die ging zo snel. Dat
- 10:19Speaker 2: is sterretje de Formule één auto. Oftewel de raceauto. Ja.
- 10:24Speaker 2: Hiermee zijn we aan het einde gekomen van de quiz
- 10:25Speaker 2: over voertuigen. Het zou natuurlijk wel leuk zijn als mensen
- 10:29Speaker 2: laten weten hoeveel vragen ze goed hebben. Ja,
- 10:31Speaker 1: en wat hun lievelingsvervoermiddel is.
- 10:35Speaker 2: O, dat vind ik ook zeker leuk om te weten.
- 10:36Speaker 2: Dus laat het even weten. Je kan ons natuurlijk volgen
- 10:39Speaker 2: via Instagram. En dat is @kleuterpodcast. Heel goed, Myrthe. Fijne vakantie.
- 10:45Speaker 2: Vergeet je niet te abonneren.
- 10:46Speaker 1: En in te smeren. Want met deze zomervakantie is het
- 10:50Speaker 1: heel h. Je kan nog zelf een waaier maken. O,
- 10:54Speaker 1: een
- 10:54Speaker 2: waaier maken. En hoe doe je dat?
- 10:56Speaker 1: Papiertje pakken.
- 10:57Speaker 1: een klein vouwtje naar deze kant. Dan draai je hem om.
- 11:00Speaker 1: En dan doe je een foutje aan die andere kant.
- 11:03Speaker 1: En dan doe je het net zo lang totdat jou
- 11:05Speaker 1: blaadje vol is. Dan vouw je hem in. Dan kan
- 11:07Speaker 1: je je zoo waaieren. Maar als je niet wilt dat
- 11:10Speaker 1: je hem steeds weer in moet duwen, dan moet je
- 11:13Speaker 1: er nog even een plakbandje op doen.
- 11:15Speaker 2: Goeie tip. Ik vind het een super tip voor de zomervakantie. Myrthe,
- 11:19Speaker 2: dank je wel. Tot de volgende keer.
- 11:21Speaker 1: Tot de volgende keer. Doe