Latest / Kleuter Podcast / Brandweer | Kleuterpodcast #71
Transcript
- 0:00Speaker 1: Welkom bij je nieuwe kleuterpodcast.
- 0:05Speaker 2: Ja, welkom bij je nieuwe kleuterpodcast. Leuk dat je luistert.
- 0:08Speaker 2: Vandaag wordt een hele hete uitzending. Waar gaan we het
- 0:12Speaker 2: over hebben?
- 0:13Speaker 1: Over de brandweer.
- 1:07Speaker 1: Hee hoor, papa, hier is het nog koel genoeg, hoor.
- 1:09Speaker 1: Ons huis staat niet in de brand.
- 1:11Speaker 2: Nou, gelukkig niet, nee. Als dat wel zo was, dan
- 1:14Speaker 2: hadden we de brandweer wel nodig. En dat is precies
- 1:17Speaker 2: waar het vandaag over gaat. Het gaat vandaag over de brandweer.
- 1:21Speaker 2: Leuk dat je luistert. Myrthe, wat doet de brandweer eigenlijk?
- 1:24Speaker 1: De brandweer lust vuur en dat noemen we brand.
- 1:28Speaker 2: Ja, maar ze doen nog veel meer, he? Ja.
- 1:31Speaker 1: Kes en hondjes uit de bomen halen?
- 1:33Speaker 2: Ja, heel goed, inderdaad. Als er een kat of een
- 1:36Speaker 2: hond in de boom zit. Meestal katten. Want honden klimmen
- 1:39Speaker 2: niet zo graag een boom in. Maar als een kat
- 1:41Speaker 2: dan de boom inklimt en hij kan er niet meer uit,
- 1:43Speaker 2: komt de brandweer hem eruit te halen.
- 1:44Speaker 1: Ja, en dan geeft hij hem weer terug aan zijn baasje.
- 1:47Speaker 2: Ja. En wist je dat de brandweer ook nog bij
- 1:49Speaker 2: meer dingen helpt? Nee. Nou, bijvoorbeeld als er een ongeluk
- 1:53Speaker 2: is geweest.
- 1:53Speaker 2: st. Dan helpt de brandweer vaak ook bij de ongelukken.
- 1:56Speaker 1: Dus bij de ambulance
- 1:59Speaker 2: wel. Dan helpen ze bij de ambulance. Maar bijvoorbeeld als
- 2:02Speaker 2: er een auto op z'n kop ligt. dan gaat de
- 2:04Speaker 2: ambulance hem niet rechtop zetten. Dus dat doet de brandweer dan.
- 2:07Speaker 2: Die gaat hem dan vaak openknippen, de auto. Openknippen? Ja,
- 2:10Speaker 2: die hebben een hele grote schaar. En dan kunnen ze
- 2:13Speaker 2: de auto openknippen om te zorgen dat degene die in
- 2:16Speaker 2: de auto zit gered kan worden.
- 2:18Speaker 2: O. En wat doen dan moet hij
- 2:20Speaker 1: toch oppassers voor de schaar voor de kneep.
- 2:23Speaker 2: Zeker weten dat ze daar voor oppassen. Dus daarom kan
- 2:25Speaker 2: je dat ook niet zomaar zelf. En weet je wat
- 2:27Speaker 2: ze nog meer doen? Nee. Als er bijvoorbeeld iemand in
- 2:30Speaker 2: de lift zit en de lift doet het niet meer,
- 2:33Speaker 2: dan zorgen zij dat degene die in de lift zit
- 2:35Speaker 2: uit de lift kan komen. Dus ook met die schaar? Ja,
- 2:38Speaker 2: dat doen ze niet met de schaar. Dat doen ze
- 2:40Speaker 2: weer anders, door de deuren open te breken. Hoe dan?
- 2:43Speaker 2: Ja, dat weet ik niet. Daar ben ik. Daar moet
- 2:44Speaker 2: je brandweerman voor zijn. Misschien met een zaag? Ja. Of
- 2:48Speaker 2: misschien iets tussen de deur zetten en dan heel hard
- 2:51Speaker 2: eraan duwen. Ik weet het niet precies hoe ze dat doen.
- 2:53Speaker 2: En weet je wat ze nog meer doen? Nee. Als
- 2:55Speaker 2: er bijvoorbeeld een storm is geweest. en er is heel
- 2:58Speaker 2: veel rommel en heel veel schade. dan zorgen ze ook
- 3:01Speaker 2: dat dat allemaal opgeruimd wordt. Wat bedoel je met schade?
- 3:04Speaker 2: Schade zijn dingen die kapot zijn. Dus
- 3:07Speaker 2: Stel dat er dan bijvoorbeeld door de storm een boom omvalt.
- 3:10Speaker 2: dan gaan zij zorgen dat de bomen weggaan. O,
- 3:13Speaker 1: dus ze doen eigenlijk heel veel.
- 3:16Speaker 2: Ze doen eigenlijk heel veel. Maar. Eigenlijk doen ze bijna alles. Nou,
- 3:19Speaker 2: niet alles. Maar met name natuurlijk brandblussen.
- 3:23Speaker 2: Hoe herken je iemand van de brandweer?
- 3:25Speaker 1: Met een rood pak iemand. En met een soort van
- 3:30Speaker 1: riempjes eromheen. Ja, je zei. En met een
- 3:32Speaker 2: helm op. Ja, inderdaad, een helm op. Waarom? Waarvoor zou
- 3:36Speaker 2: de helm zijn, denk je?
- 3:37Speaker 1: Voor de veiligheid. Ja,
- 3:38Speaker 2: want waarom hebben ze dat nodig dan?
- 3:40Speaker 1: Omdat het huis of iets gaat instorten.
- 3:45Speaker 1: dan? Ja, als
- 3:46Speaker 2: er dan iets op hun hoofd valt, dan doet het
- 3:48Speaker 2: in ieder geval niet pijn aan hun hoofd, want ze
- 3:49Speaker 2: hebben een helm op.
- 3:50Speaker 1: Ja, maar wat als het dan op hun benen of
- 3:53Speaker 1: zo
- 3:53Speaker 2: valt? Ja, daarvoor zijn ze getraind om te zorgen dat
- 3:57Speaker 2: het natuurlijk zo min mogelijk gebeurt. Weet je wat voor
- 4:00Speaker 2: speciale kleding zij hebben? Nee. Ze hebben hele speciale kleding,
- 4:04Speaker 2: die kan heel goed tegen brand. Dat is wel handig, he? Ja. Ja,
- 4:08Speaker 2: want sommige kleding kan helemaal niet goed tegen brand.
- 4:10Speaker 2: Maar de brandweer heeft dan weer kleding die best wel
- 4:13Speaker 2: goed tegen branden kan. En
- 4:14Speaker 1: dat is echt superhandig. Dat wil ik al.
- 4:18Speaker 2: Volgens mij heeft de brandweer ook een speciaal soort auto.
- 4:21Speaker 2: O ja.
- 4:21Speaker 1: Wat is dat dan? Een soort van wagen. Hoe heet dat?
- 4:25Speaker 1: Een brandweerwagen.
- 4:27Speaker 2: Ja.
- 4:28Speaker 2: En hoe hoe ziet die eruit dan? Welke kleur heeft hij?
- 4:31Speaker 2: Rood ook. Ja. En volgens mij hebben wij toevallig van
- 4:34Speaker 2: de week. want wij wonen niet zo gek ver weg
- 4:36Speaker 2: van een brandweerkazerne, zo noem je dat. Een gebouw waar
- 4:40Speaker 2: alle brandweerwagens staan. Die zit vlak bij ons. Toen moesten
- 4:44Speaker 2: we stoppen met de auto. En wat gebeurde er toen?
- 4:46Speaker 1: Eh, toen kwamen er twee brandweerwagens voor
- 4:49Speaker 2: ons. Ja. En reden die langzaam of reden ze snel?
- 4:54Speaker 2: Een
- 4:54Speaker 1: beetje middelmatig?
- 4:56Speaker 2: Nou, volgens mij reden ze heel snel. Ja. Reden ze
- 4:59Speaker 2: heel stilletjes weg of maakten ze ook geluid? Geluid. Wat
- 5:03Speaker 2: voor geluid dan? Tuda!
- 5:07Speaker 2: dat
- 5:13Speaker 2: Ja. En hoe heet zoiets dan? Eh, zwaailicht. Ja, inderdaad.
- 5:17Speaker 2: Een zwaailicht en een sirene.
- 5:20Speaker 1: O ja, was ik even vergeten. Ja. En
- 5:22Speaker 2: dat heeft natuurlijk. De ambulance heeft dat ook. En de
- 5:25Speaker 2: politiewagen heeft dat ook. Maar de brandweerwagen heeft dat ook.
- 5:29Speaker 2: En wat zit er nog meer op die brandweerwagens?
- 5:31Speaker 1: Een brandweerslang.
- 5:33Speaker 2: Meer Myrthe. Ik zie jou ook ineens met een slang.
- 5:37Speaker 2: Ik ben bang voor slangen. Wat is er? Wat is
- 5:40Speaker 2: er met die slangen? Het
- 5:41Speaker 1: is geen echte slangen. Het is eigenlijk een soort van tuinslang.
- 5:45Speaker 2: O, wacht even. Wat komt er uit deze slang dan? Water.
- 5:49Speaker 2: Daar komt allemaal water uit. En waar is dat voor nodig?
- 5:53Speaker 2: Om
- 5:53Speaker 1: de brand te blussen. Ik ga hier nat. Nee, nee,
- 5:56Speaker 2: nee, niet hier,
- 5:57Speaker 1: niet hier.
- 6:07Speaker 2: Wat zit er nog meer op de brandweerwagenwerten? Een ladder? Ja, inderdaad.
- 6:12Speaker 2: En dat zijn best wel lange ladders, he?
- 6:14Speaker 1: Ja, omdat ze de katjes uit de boom gaan halen. Ja,
- 6:18Speaker 2: maar soms ook als het huis in brand staat.
- 6:21Speaker 2: Dan moeten ze natuurlijk een ladder naar de bovenste verdieping.
- 6:24Speaker 2: Om te zorgen dat ze mensen uit de huis kunnen halen.
- 6:26Speaker 1: Toch? Maar is de slang dan niet lang genoeg? Jawel,
- 6:30Speaker 2: dat kan ook. Soms spuiten ze vanaf de ladder. Zelfs
- 6:33Speaker 2: met de met de slang. Heb je wel eens in
- 6:34Speaker 2: een brandweerauto gezeten. Myrthe. Ja. Je hebt hier ook een keer.
- 6:38Speaker 2: Bij de open dag heb je in een heel oude brandweerauto.
- 6:41Speaker 2: Toen was je nog wel een stuk kleiner. Maar toen
- 6:44Speaker 2: hadden ze een open dag. En toen zat je in
- 6:46Speaker 2: een oldtimer. Dat is een hele oude brandweerwagen.
- 6:49Speaker 1: Ja, en toen mocht ik met de brandweerslang mag ik,
- 6:53Speaker 1: mag ik een op een op borden spuiten met
- 6:57Speaker 2: brand. Dat klopt inderdaad, ja. Mag je op borden spuiten.
- 7:01Speaker 2: Dat klopt.
- 7:02Speaker 2: Nou, mocht jij tijdens de avondvierdaagse mocht jij door de
- 7:05Speaker 2: brandweerkazerne heen lopen.
- 7:08Speaker 1: Maar eerst. Maar eerst had ik de brandweerslang doorheen.
- 7:13Speaker 2: Eerst moest je door de brandweerslang heen, want het was
- 7:18Speaker 2: heel warm. Het was 30°C of zo. En toen dachten
- 7:20Speaker 2: ze
- 7:20Speaker 2: Ja, als je dan in de buurt van de brandweer bent,
- 7:22Speaker 2: dan zetten we eventjes de slang aan. Nou, dat vond
- 7:24Speaker 2: jij niet leuk, hè?
- 7:25Speaker 1: Echt wel. Ik was drijfnat.
- 7:28Speaker 2: Jij was echt helemaal doorweekt. Ja. En daarna liep je
- 7:32Speaker 2: door de brandweerkazerne heen. En toen was
- 7:34Speaker 1: het allemaal rook.
- 7:36Speaker 2: Ja. En dan hadden ze inderdaad allemaal rookmachines aangezet, zodat
- 7:40Speaker 2: het net leek alsof er echt brand was. Maar gelukkig
- 7:42Speaker 2: was de brandweer er zelf ook bij.
- 7:45Speaker 2: Daar zit er aan brand zit er ook altijd een
- 7:47Speaker 2: niet zo leuke kant. Eigenlijk is heel veel brand is
- 7:50Speaker 2: niet zo leuk. Want brand of andere hete dingen die
- 7:54Speaker 2: kunnen namelijk ook heel veel pijn doen. Ja. Die kunnen
- 7:58Speaker 2: brandwonden opleveren.
- 7:59Speaker 1: Ja, dat heb ik een keer gehad. Toen ik 3
- 8:02Speaker 2: was. Ja, inderdaad. Wil je daar iets over vertellen of
- 8:05Speaker 2: wil je daar niets over vertellen? En
- 8:07Speaker 2: klein beetje. Wat wil je daarover vertellen? Nou,
- 8:11Speaker 1: ik had ook een keer niet met brand, maar ik
- 8:14Speaker 1: had een heet waterbakje over me heen gehad. Ja. En toen.
- 8:19Speaker 1: En toen moest ik met jou samen in bad.
- 8:22Speaker 2: Ja, toen zijn we samen in bad gesprongen. En eh.
- 8:25Speaker 2: Moest ik met kleren en al. Met kleren en al
- 8:27Speaker 2: ben je in bad gegaan inderdaad.
- 8:29Speaker 1: Ja, en nu moet ik er eigenlijk ook wel om lachen. Ja,
- 8:33Speaker 2: maar het is wel belangrijk om dus te weten dat
- 8:35Speaker 2: als er heete dingen zijn. moet je altijd wel heel
- 8:39Speaker 2: goed uitkijken met al het heete wat er om je
- 8:41Speaker 2: heen
- 8:41Speaker 1: is. Ja, maar ik wist niet dat daar heet water
- 8:44Speaker 1: in zat.
- 8:45Speaker 2: Nee, dat kon jij ook helemaal niet weten. Het was
- 8:47Speaker 2: gewoon vette pech. Dit was gewoon echt vette pech.
- 8:51Speaker 2: En daarom is het altijd belangrijk dat als je in
- 8:54Speaker 2: de buurt bent van iets heets, probeer daar weg te blijven.
- 8:57Speaker 2: En stel dat er toch iets heets over je heen komt.
- 9:00Speaker 2: Zo snel mogelijk koelen. Koelen, koelen, koelen, koelen.
- 9:04Speaker 1: Ja. Maar niet met een ijskoud.
- 9:06Speaker 2: Nee, niet ijskoud, maar wel zo snel mogelijk water.
- 9:10Speaker 2: Ja. En zo lang mogelijk volhouden.
- 9:13Speaker 1: Iets kouder dan lauw water.
- 9:14Speaker 2: Ja. En eh. is ook goed
- 9:16Speaker 1: voor de vaders en moeders om te weten?
- 9:18Speaker 2: Ja, zeker weten, want wij gingen inderdaad. Wij deden niet
- 9:22Speaker 2: koud water, maar een klein beetje lauw water. En dan
- 9:25Speaker 2: en dan hebben we uiteindelijk hebben we 3
- 9:27Speaker 1: iets kouder. Iets kouder dan Laura.
- 9:29Speaker 2: En toen hebben we uiteindelijk hebben we 3 kwartier. Zeker,
- 9:32Speaker 2: 45 minuten hebben wij in bad gezeten. Ja. Ja. Met
- 9:36Speaker 2: stroom water.
- 9:37Speaker 1: Zo lang heb ik nog nooit in in bad
- 9:39Speaker 2: gezeten. En ik hoop ook niet meer dat we zo
- 9:41Speaker 2: lang ooit in bad gaan zitten.
- 9:43Speaker 2: En gelukkig voor Myrthe en voor ons allemaal is het
- 9:47Speaker 2: allemaal helemaal goed gekomen. Je ziet er helemaal niks meer van. Nee.
- 9:51Speaker 2: Maar het was wel even heel erg schrikken.
- 9:53Speaker 1: Ja, en het zat zelfs ook op m'n buik. Dus
- 9:55Speaker 1: dat was fijner, want dan zie je het niet echt
- 9:57Speaker 1: heel erg. Ja,
- 9:58Speaker 2: klopt. Nou, goed verteld hoor.
- 10:00Speaker 1: En ik had toen ook nog had ik ook nog
- 10:03Speaker 1: iets gekregen. Wat had je toen gekregen? Ehm, in de
- 10:06Speaker 1: zieken auto had ik toen een beer gekregen.
- 10:10Speaker 1: En bij de bij het ziekenhuis mocht ik toen iets uitzoeken.
- 10:16Speaker 1: Een handpop of zo.
- 10:18Speaker 2: Ja, toen waren we inderdaad bij het brandwondencentrum. En daar
- 10:21Speaker 2: mocht je ook nog een kreeg je een handpop. En
- 10:25Speaker 2: daar heb je zelf
- 10:25Speaker 1: kiezen. En ik wou de dokters.
- 10:27Speaker 2: Ja, de handpop
- 10:28Speaker 1: van de dokter. En een keer toen we de pleister
- 10:33Speaker 1: kreeg een hele grote pleister. En een keer toen we
- 10:36Speaker 1: de pleister moesten vervangen. Toen
- 10:39Speaker 1: En toen gingen ze een spreetje en op me op
- 10:43Speaker 1: m'n plek toe. Maar dat kietelde. Dus daarvan moest ik
- 10:47Speaker 1: heel hard lachen.
- 10:48Speaker 2: O, wat goed. Dus er zit gelukkig ook nog wel
- 10:50Speaker 2: een lach aan. Ja. En ik denk de belangrijkste boodschap
- 10:53Speaker 2: voor iedereen. Kijk altijd uit met hete dingen. En een
- 10:57Speaker 2: ongeluk zit altijd in een heel klein hoekje. Maar probeer
- 11:00Speaker 2: in ieder geval uit te kijken.
- 11:03Speaker 2: Ik denk dat het tijd is voor een spelletje.
- 11:05Speaker 1: Ja, spelletje. Waar is dat spelletje? Waar is dat spelletje?
- 11:11Speaker 2: Hier is dat spelletje.
- 11:13Speaker 1: Waar is dat spelletje?
- 11:15Speaker 2: Deze is weer nieuw. Die kende ik nog niet meer, hè.
- 11:17Speaker 2: Het spelletje van vandaag, dat heet. Is het heet of
- 11:22Speaker 2: is het niet heet? Oké, luister goed.
- 11:27Speaker 2: Een brandende kaars.
- 11:31Speaker 2: heet. Zeker weten. Die is heet. Een ijsje.
- 11:36Speaker 1: Heel koud.
- 11:37Speaker 2: Ja, die is zeker niet heet. Die is inderdaad koud.
- 11:40Speaker 1: Want hij kan niet tegen warm. Dan gaat die smelten.
- 11:43Speaker 1: Dan
- 11:44Speaker 2: smelt die inderdaad. Een pan op het aanrecht.
- 11:50Speaker 1: Nee, ik weet het
- 11:51Speaker 2: niet. Ja, dat is een lastig, hè? Want je zou
- 11:54Speaker 2: kunnen zeggen een pan is meestal heet. Maar ja, soms
- 11:57Speaker 2: is die niet heet. En dus als je het niet weet,
- 12:01Speaker 2: moet je er dan aanzitten of niet? Nee. Nee, kan
- 12:03Speaker 2: je er beter van afblijven. Lekker van afblijven van die pan.
- 12:05Speaker 2: Stel dat het heet is. Precies. Een lucifer die net
- 12:09Speaker 2: uitgeblazen is.
- 12:12Speaker 2: Heet, nog steeds. Zeker, nog steeds heet. De barbecue.
- 12:16Speaker 2: nog steeds heet. Een kopje koffie.
- 12:21Speaker 2: Heet. Een kopje thee. Heet
- 12:25Speaker 2: Een glas ijsthee.
- 12:28Speaker 2: Hout.
- 12:30Speaker 2: Een kampvuur.
- 12:32Speaker 2: heet
- 12:34Speaker 2: De föhn.
- 12:38Speaker 1: Gewoon waar.
- 12:40Speaker 2: Nou, de föhn kan ook heel heet zijn. Dus daar
- 12:42Speaker 2: zou ik ook lekker bij uit de buurt blijven.
- 12:46Speaker 2: En de strijkijzer.
- 12:50Speaker 2: Zeker weten heet. De koelkast.
- 12:53Speaker 2: Daarom
- 12:55Speaker 2: De oven.
- 12:57Speaker 2: heet.
- 12:58Speaker 2: Sneeuw.
- 13:01Speaker 2: Zwembad?
- 13:03Speaker 2: Law? Ja, koud of lauw, ligt er maar net aan
- 13:06Speaker 2: waar je in het zwembad instapt. Een pizza die net
- 13:09Speaker 2: uit de oven komt.
- 13:11Speaker 2: heet
- 13:13Speaker 2: Zand op het strand in de zomer.
- 13:16Speaker 2: heet. Ja, die is ook heet. Myrthe, ik vind jou
- 13:20Speaker 2: helemaal geslaagd voor de heet of niet-quiz.
- 13:23Speaker 1: Haha. Tuinbox.
- 13:27Speaker 2: Ik denk dat het tijd is voor de post.
- 13:29Speaker 1: Waar is de post? Waar is de post? Waar is
- 13:33Speaker 1: de post? Waar is de post
- 13:38Speaker 2: post.
- 13:39Speaker 2: Hier is de post. Myrthe, ik heb weer heel veel
- 13:41Speaker 2: berichtjes binnengekregen. Eerste berichtje is van Evy. Hoi Myrthe en papa,
- 13:46Speaker 2: ik ben Evy van 5 en ik woon in Houten.
- 13:49Speaker 2: Ik luister heel vaak naar de kleuterpodcast. Ik vond de
- 13:51Speaker 2: aflevering over de politie heel erg leuk. Kunnen jullie een
- 13:54Speaker 2: keer een podcast maken over machines? Want dat vind ik
- 13:57Speaker 2: heel erg interessant. Groetjes van Ey.
- 14:00Speaker 1: Ik weet niet echt hoeveel mag ik
- 14:03Speaker 1: weet niet echt wat voor machines er bestaan. Maar ik
- 14:06Speaker 1: weet wel dat er broodmachines bestaan. Ja,
- 14:09Speaker 2: een broodbakmachine is er inderdaad. Nou, er zijn zo ontzettend
- 14:12Speaker 2: veel machines. Ja, dan moeten we eventjes goed alle machines induiken.
- 14:17Speaker 2: Maar leuk onderwerp. Dank je wel, Evi. Induiken? O, nee,
- 14:20Speaker 2: niet erin duiken. Wel eventjes goed gaan kijken welke machines
- 14:24Speaker 2: er allemaal zijn.
- 14:25Speaker 1: Ja, op je telefoon of op dat tablet? Precies.
- 14:28Speaker 2: Dan kreeg ik nog een berichtje van Bram. Hoi, ik
- 14:31Speaker 2: ben Bram en ik ben bijna 5 jaar. Ik luister
- 14:34Speaker 2: elke ochtend naar jullie podcast tijdens mijn ontbijt en vind
- 14:37Speaker 2: het heel erg leuk. Ik vond die over de Dino's
- 14:39Speaker 2: het allerleukst, want ik hou van de T-rex.
- 14:43Speaker 2: Willen jullie een keer een podcast maken over de wolken
- 14:46Speaker 2: en het weer. Want waarom komt er nou de ene
- 14:49Speaker 2: keer regen uit de wolken en de andere keer sneeuw. Doei. Groetjes, Bram.
- 14:55Speaker 2: Ik
- 14:55Speaker 1: weet dat. O. Omdat de wolken zijn gemaakt van water. Mhm.
- 15:00Speaker 1: En dan soms
- 15:03Speaker 1: Er zit er te veel water in en moet het uit.
- 15:06Speaker 1: En dan kan het niet bevriezen en dan uh komt
- 15:10Speaker 1: er regen. En soms dan uh zit er water in
- 15:14Speaker 1: de wolk en dat wordt en dan wordt het bevolen.
- 15:17Speaker 1: En dan komt al al al die druppeltjes water bij elkaar.
- 15:22Speaker 1: En dan wordt het samen sneeuw. En dan
- 15:24Speaker 1: komt het als sneeuw uit de wolken dwarrelen.
- 15:27Speaker 2: Nou, Bram, je hebt er niet eens een hele podcast
- 15:30Speaker 2: voor nodig. Het is al uitgelegd, maar ik vind het
- 15:32Speaker 2: sowieso een superleuk idee. Dank je wel en dank je
- 15:34Speaker 2: wel ook Myrthe voor je uitleg. Dan kreeg ik een
- 15:36Speaker 2: berichtje binnen van Onne. Hoi, Myrthe en haar papa. Ik
- 15:40Speaker 2: vind jullie podcast heel erg leuk. Ik ben 6 jaar
- 15:41Speaker 2: en luister heel graag samen met mijn broertje Esa van
- 15:45Speaker 2: 4 jaar.
- 15:45Speaker 2: Ik zou graag een keer een podcast willen over de onderwaterwereld.
- 15:49Speaker 2: Veel kinderen zwemmen in de zee in de zomer. Daarom
- 15:51Speaker 2: is het leuk om het over om iets over de
- 15:54Speaker 2: vissen te leren. Liefst van Onnen. Kan
- 15:56Speaker 1: ik ook gelijk wat vertellen over Araal? Ja,
- 15:59Speaker 2: want die zit ook in de onderwaterwereld. En botje? En botje. Ja, inderdaad.
- 16:04Speaker 2: Dat is allemaal de onderwaterwereld. Dat kunnen we zeker meenemen.
- 16:08Speaker 1: Ja, maar dat maar dat is niet de echte onderwater.
- 16:11Speaker 2: Nee, dat klopt, dat klopt. Zwem jij ook in de
- 16:14Speaker 2: zee in de zomer?
- 16:15Speaker 1: Ja, maar ik vind het soms ook. En waarom dan?
- 16:18Speaker 1: Omdat er kunnen visjes zwemmen.
- 16:21Speaker 2: Ja. Je weet nooit welke visjes te zwemmen. Nee. Nee.
- 16:24Speaker 2: Dus moeten we er misschien inderdaad wat meer over leren.
- 16:26Speaker 2: Goeie vraag, Onne.
- 16:28Speaker 2: Dan kreeg ik tot slot nog een berichtje van Eiko
- 16:31Speaker 2: en haar mama. Hallo Myrthe en haar papa. Ik ben
- 16:34Speaker 2: 4 jaar en woon in België. Ik luister elke avond
- 16:37Speaker 2: voor het slapen gaan naar jullie superleuke podcast. Kunnen jullie
- 16:41Speaker 2: eens een aflevering maken over kunst, zoals schilderijen. Groetjes van
- 16:46Speaker 2: Eiko en haar mama.
- 16:47Speaker 1: Ik denk het wel, want tijdens de lusteren weken had
- 16:51Speaker 1: ik ook een soort van
- 16:52Speaker 1: kunst gemaakt. Ja. En het heet dat kunst dat ik
- 16:57Speaker 1: had gemaakt bij de Lusterenweek heet Gravity.
- 17:01Speaker 2: Ja, je hadt gravity art gemaakt. Ik vind het een
- 17:03Speaker 2: leuk idee, een origineel idee. Dank je wel, ik schrijf
- 17:06Speaker 2: hem gelijk op. We zijn aan het einde gekomen van
- 17:09Speaker 2: de kleuterpodcast. Vergeet niet te liken en te delen. Vertel
- 17:12Speaker 2: al je vriendjes en vriendinnetjes over de leukste podcast voor
- 17:15Speaker 2: op vakantie natuurlijk.
- 17:16Speaker 2: En. Wil jij ook een berichtje achterlaten? Dat kan via
- 17:19Speaker 2: onze Instagram en dat is
- 17:20Speaker 1: @kleuterpodcast.
- 17:23Speaker 2: En je mag natuurlijk ook altijd een heel lief berichtje
- 17:25Speaker 2: sturen via onze website. En dat is
- 17:27Speaker 1: www.kleuterpodcast.nl.
- 17:30Speaker 2: Myrthe, de volgende keer. Waar gaan we het de volgende
- 17:33Speaker 2: keer over hebben?
- 17:34Speaker 1: over verjaardagen.
- 17:37Speaker 2: O, dan zal er wel waarschijnlijk binnenkort iemand jarig zijn. Ja,
- 17:42Speaker 1: nu al zin in.
- 17:44Speaker 2: O, wie zou het zijn? Ik ben het niet. Wie
- 17:47Speaker 2: het is. Je hoort het volgende week in de kleuterpodcast
- 17:50Speaker 2: over kinderfeestjes. Myrthe, tot de volgende keer.
- 17:52Speaker 1: Tot de volgende keer. Doei.
- 17:55Speaker 2: Ik wil nog wel even jouw verlanglijstje M. H.