Latest / Kleuter Podcast / Naar School | Kleuterpodcast #2
Transcript
- 0:00Speaker 1: Welkom bij een nieuwe Kleuterpodcast
- 0:04Speaker 1: Mijn naam is Mirthe
- 0:07Speaker 2: Ja, welkom terug voor deel twee. Dit is de tweede
- 0:09Speaker 2: aflevering van de kleuterpodcast. En Mirthe, waar gaan we het
- 0:12Speaker 2: vandaag over hebben? Naar school gaan!!
- 0:16Speaker 2: welkom bij de stoere
- 0:17Speaker 1: kleuterclub.
- 0:20Speaker 1: waarom moet ik nou toch.
- 0:23Speaker 1: En hoe verdampt een regendru. Myrthe en haar papa hebben
- 0:27Speaker 1: zoveel vrouwen.
- 0:34Speaker 1: verhaal.
- 0:40Speaker 1: voor alle
- 0:57Speaker 1: Waarom moet ik eigenlijk naar school? Wat leer ik allemaal
- 0:59Speaker 1: op school. En papa slaapt de juf op school. Hoe
- 1:04Speaker 1: laat
- 1:23Speaker 1: het zoveel
- 1:26Speaker 1: Leuk dat je luistert naar een nieuwe kleedpodcast.
- 1:29Speaker 2: Ja, leuk dat je luistert. We gaan het vandaag hebben
- 1:31Speaker 2: over naar school gaan. Ja, en ik vind dat ik
- 1:35Speaker 2: vaak een expert ben voor dingen. Maar over naar school gaan. Myrthe,
- 1:39Speaker 2: jij weet meer van naar school gaan dan papa, denk ik.
- 1:42Speaker 1: Ja, want ik ga zelf
- 1:44Speaker 1: elke dag naar school.
- 1:46Speaker 2: Ja. En in welke groep zit jij? 1,
- 1:49Speaker 1: 2, 6.
- 1:50Speaker 2: En jij hebt eigenlijk nog een geheimpje, he? Want iemand
- 1:54Speaker 2: anders weet ook heel veel van school. Ja,
- 1:57Speaker 1: mijn moeder. Die is juf.
- 2:00Speaker 2: En wat voor juf is ze?
- 2:01Speaker 1: een kleuterjuf. Een
- 2:03Speaker 2: kleuterjuf. Nou, dat is toevallig. En jij bent een kleuter.
- 2:05Speaker 2: Is mama er dan ook jouw juf? Nee. Nee,
- 2:08Speaker 1: hè. Ze werkt op een andere
- 2:10Speaker 2: school. Maar ja, goed, Ik wil alles weten over naar
- 2:13Speaker 2: school gaan. En ik denk heel veel kindjes die zitten
- 2:14Speaker 2: te luisteren. Die gaan of zelf naar school of gaan
- 2:16Speaker 2: binnenkort zelf naar school. Um. Hoe lang zit jij al
- 2:19Speaker 2: op school? Weet je dat? Al best lang.
- 2:22Speaker 2: Ja, ik denk zeker een half jaar al. Dus je
- 2:24Speaker 2: weet al best wel veel. Hey, kan je mij eens vertellen.
- 2:27Speaker 2: De eerste keer dat jij naar school ging, kende jij
- 2:29Speaker 2: al heel veel kindjes in je klas toen? Nee. Hoeveel
- 2:32Speaker 2: kindjes kende jij toen in je klas? 2. Oké, Nou,
- 2:35Speaker 2: dan kende je al best wel wat. En nu ken
- 2:38Speaker 2: je ze allemaal, denk ik. Ja. Speel je ook met
- 2:40Speaker 2: alle kindjes? Soms. En als je nou uh binnenkomt bij school,
- 2:44Speaker 2: 's ochtends in de ochtend, hoe gaat het er dan
- 2:47Speaker 2: aan toe? Wat zie je dan? Wat gebeurt er dan?
- 2:50Speaker 1: uh Dan heb ik een zak en dat heet een luizenzak.
- 2:54Speaker 1: En en daar stop ik soms. Daar stop ik mijn sjaal,
- 2:58Speaker 1: mijn muts en mijn wand in. Maar mijn jas moet erin.
- 3:02Speaker 2: En weet je ook waarom dat is?
- 3:04Speaker 1: Ja, anders dan ligt alle jas op de grond. En
- 3:08Speaker 1: dan kan je er niet langs. Dan glij je
- 3:10Speaker 2: uit. Ja. Het is sowieso handig om je jas op
- 3:13Speaker 2: de kapstok op te hangen. Ook als je er thuis bent. Ja.
- 3:15Speaker 2: Maar op school is het helemaal. Ja. Dan wordt het
- 3:17Speaker 2: natuurlijk een chaos. Als alle jassen bij elkaar hangen. En dan.
- 3:20Speaker 2: En dan heb je je jas uitgedaan. Wat ga je
- 3:22Speaker 2: dan doen?
- 3:24Speaker 1: En dan pak ik mijn tas nog. En dan hebben
- 3:26Speaker 1: we een kar waarmee we mee rijden. En dan
- 3:31Speaker 1: Als we gaan eten en drinken en dan stop je,
- 3:34Speaker 1: dan doe je je eten en drinken er in the car.
- 3:38Speaker 2: Dat is heel handig. Want wat voor eten en drinken
- 3:41Speaker 2: heb je op school dan?
- 3:42Speaker 1: Meestal komkommer en tomaatjes.
- 3:45Speaker 2: Ja, maar jij eet twee keer op school, hè? Want
- 3:47Speaker 2: je hebt een keertje een fruithapje op school. Of groente.
- 3:51Speaker 1: En overblijf. En
- 3:53Speaker 2: wat eet je bij de overblijf
- 3:54Speaker 1: dan? Boterhammen. Oke. Dat is mijn lunch.
- 3:57Speaker 2: Dan als je je eten en drinken erin hebt gezet.
- 4:00Speaker 2: Wat dan? Want dan ga je naar je klas. En
- 4:04Speaker 2: wat mag je dan doen in je klas?
- 4:05Speaker 1: Dan mag je
- 4:07Speaker 1: bakje pakken waar speelgoed in zit. Of een boekje.
- 4:10Speaker 2: En dan ga je zitten in de kring, toch? Ja.
- 4:13Speaker 2: En mag je zomaar naast iemand zitten in de kring.
- 4:16Speaker 1: De juf heeft de kring al klaargezet.
- 4:18Speaker 2: Oké. En zit je dan elke dag naast hetzelfde kindje
- 4:20Speaker 2: of elke dag naast een ander kindje?
- 4:22Speaker 1: Elke dag naast naast hetzelfde
- 4:25Speaker 2: kindje. En dan? Dan gaat de juf beginnen. Wat gaat
- 4:27Speaker 2: de juf doen dan?
- 4:29Speaker 1: Dan gaat ze les geven.
- 4:31Speaker 2: En hoe geeft ze les dan? Wat doet ze dan?
- 4:33Speaker 1: Dus meestal. Dan gaan we eerst in de kring. Soms
- 4:40Speaker 1: gelijk gimmen. En dan spelen en werken. Of soms eerst
- 4:44Speaker 1: in de kring en dan en dan spelen en werken.
- 4:47Speaker 2: Oké. En wat doe je bij je? Wat doe je
- 4:49Speaker 2: in de kring dan?
- 4:50Speaker 1: Als je wat wil zeggen, dan steek je je vinger
- 4:53Speaker 1: gewoon op.
- 4:54Speaker 2: Oh, je mag niet zomaar wat zeggen. Dus dan moet
- 4:55Speaker 2: je je vinger opsteken. Dat vind ik een goede tip, zeg.
- 4:57Speaker 2: Dat wist ik nog helemaal niet. Dus je steekt je
- 4:59Speaker 2: vinger op als je wat wil zeggen.
- 5:00Speaker 1: Ja, en en als je iets nieuw hebt.
- 5:03Speaker 1: dan mag je een rondje door de klas lopen en
- 5:07Speaker 1: dan zingen ze een liedje.
- 5:09Speaker 2: En welk liedje is dat
- 5:09Speaker 1: dan?
- 5:23Speaker 2: Oké. Nou, dus dat is in de kring. En als
- 5:26Speaker 2: je dan gaat gymmen, wat moet je dan doen? Want
- 5:27Speaker 2: jij zegt net we gaan ook wel eens gymmen. Wat
- 5:29Speaker 2: doe je bij de gym?
- 5:31Speaker 1: Dan moet je in je onderbroek een hemd gaan naar
- 5:33Speaker 1: de gym.
- 5:34Speaker 2: Dat doe je dan dus niet in je eigen klaslokaal? Nee.
- 5:37Speaker 2: In een gymzaal. Ja. En wat is gymmen dan?
- 5:40Speaker 1: Een keer had ik gedaan. En dan was ik op
- 5:44Speaker 1: een kast. Maar dat is gewoon een neppe kast.
- 5:47Speaker 2: O, wacht effe. Je was op een stond jij op
- 5:49Speaker 2: een kast? Ja,
- 5:51Speaker 1: maar dat is geen kast met deuren.
- 5:53Speaker 2: Nee, maar je kan toch niet op een kast gaan staan.
- 5:56Speaker 1: Maar dat die is niet zo hoog, niet zonder deuren.
- 6:00Speaker 1: Hij heeft gewoon gaatjes en dan moet je je voet
- 6:03Speaker 1: in die gaatjes zetten. en dan moet je klimmen erop.
- 6:07Speaker 1: En dan sta je erop en dan had de juf
- 6:10Speaker 1: een glijbaan opgezet. En dan had ik een skateboard, moest
- 6:16Speaker 1: moest ik zo met
- 6:17Speaker 1: mijn voet op het skateboard. En toen ging ik van
- 6:20Speaker 1: de glijbaan af. Zaten. En toen moest ik voor een
- 6:24Speaker 1: matten
- 6:24Speaker 2: stoppen. Nou, ik vind het maar een gek verhaal. Kasten
- 6:27Speaker 2: zijn om spulletjes in te zetten, toch niet om op
- 6:29Speaker 2: te klimmen. Bij de gym
- 6:30Speaker 1: zijn ze om op te klimmen. Nou,
- 6:33Speaker 2: dan heb ik ook weer wat geks geleerd hier.
- 6:35Speaker 1: Geks, het is helemaal niet gek.
- 6:38Speaker 2: Het zoveel
- 6:40Speaker 2: Myrthe. Ja. Wat voor werkjes doe je dan in de klas?
- 6:44Speaker 1: Een kralenplank. En dan als je die helemaal af hebt,
- 6:47Speaker 1: dan gaat die juffer kopieën. Dan heb je een blad,
- 6:50Speaker 1: dan zie je wat je gemaakt
- 6:52Speaker 2: hebt.
- 6:53Speaker 2: En zijn er nog andere werkjes die je doet? Ja,
- 6:56Speaker 1: je mag verkleden in de bouwhoek, huishoek en winkel. Eh, restaurant.
- 7:02Speaker 1: Heb
- 7:02Speaker 2: jij een winkel of restaurant? Heb jij een restaurant in
- 7:04Speaker 2: je klas?
- 7:05Speaker 1: Ja, maar dat is een speelrestaurant. Dus het is geen
- 7:09Speaker 1: echt restaurant. Het is een maar nep restaurant. En dat
- 7:13Speaker 1: hebben
- 7:13Speaker 2: jullie zelf gemaakt? Dat heeft de juf gemaakt. En wat
- 7:16Speaker 2: kan je dan doen met elkaar in de
- 7:18Speaker 2: huishoek bijvoorbeeld.
- 7:19Speaker 1: Spelen. En wat speel je dan? En eh bij de bank.
- 7:23Speaker 1: Dat is een neppe bank, een houten bank. En daar
- 7:26Speaker 1: mag je op zitten. Maar daar zitten ook spullen in
- 7:30Speaker 1: waar je kan zitten. Dat is een klep.
- 7:33Speaker 2: Doe je nog andere werkjes, Myrthe?
- 7:35Speaker 1: Soms moet ik sommetjes doen.
- 7:37Speaker 2: Kan je een voorbeeld geven van een sommetje?
- 7:39Speaker 1: Ehm 4. 4 is 8.
- 7:42Speaker 2: Wow.
- 7:44Speaker 1: En 5 plus 5 is 10. Wow. En 2 plus
- 7:47Speaker 1: 2 is 4.
- 7:49Speaker 2: Knap dat je dat weet. Leer je ook letters op school?
- 7:52Speaker 1: Je leert letters. Als je nog niet alle letters leert weet,
- 7:57Speaker 1: dan leer je dat gewoon op school. En we hebben
- 7:59Speaker 1: nu een nieuwe
- 8:00Speaker 2: letter. O, en welke letter leer je dan nu? W.
- 8:03Speaker 2: De we. Ja, van Wolf. Ik wilde zeggen van wees
- 8:07Speaker 2: Ja, en
- 8:08Speaker 1: van wc-rol.
- 8:10Speaker 2: Dan heb je ook wel eens pauze natuurlijk. Ja. Bij
- 8:12Speaker 2: de
- 8:12Speaker 1: pauze kun je buiten spelen. Dat is de overblijf. En
- 8:15Speaker 1: dan gaan we buiten spelen. Oh,
- 8:18Speaker 2: en wat speel je dan?
- 8:19Speaker 1: Dikkertje of verstoppertje of politie en boefje.
- 8:24Speaker 1: knakworstikkertje.
- 8:26Speaker 2: Wacht nog een keer. Wat kan je
- 8:28Speaker 1: spelen? Knakworstikkertje. En. Weet je hoe je dat speelt? Nou, dan.
- 8:33Speaker 1: Als iemand je heeft getikt, dan doe je je armen
- 8:36Speaker 1: zo naar buiten. En dan duwt iemand je armen zo
- 8:40Speaker 1: weer naar je na. Als er een
- 8:43Speaker 2: echte knakworst, ga je dan knakken? Ja.
- 8:49Speaker 2: Ik denk dat het tijd is voor een spelletje. Ja,
- 8:54Speaker 1: daar ook van.
- 8:56Speaker 2: Jij hebt volgens mij zelf een spelletje bedacht, Myrthe.
- 8:58Speaker 1: Ja, ik heb een spelletje
- 9:00Speaker 2: bedacht. Nou, dan ben ik heel benieuwd hoe het gaat.
- 9:02Speaker 2: Kan je het eens uitleggen?
- 9:03Speaker 1: Bijvoorbeeld als je alle woorden wil met de be weten,
- 9:09Speaker 1: dan moet je die zeggen. Dan moet je ze
- 9:11Speaker 1: zeggen alleen worden met de be die beginnen met de.
- 9:16Speaker 2: Dat is een leuk spelletje die we kunnen spelen met
- 9:18Speaker 2: het thema school.
- 9:19Speaker 1: Zal ik dan hele tijd zeggen welke letter het moet zijn.
- 9:23Speaker 2: Ja. Vertel jij maar welke Met welke letter gaan we beginnen?
- 9:27Speaker 2: De elf. Ja.
- 9:29Speaker 1: Goed zo. Emma. Dat is mijn tante. Ezel Eenhoorn.
- 9:36Speaker 1: Weet je het niet meer?
- 9:38Speaker 2: Nee, ik weet geen
- 9:39Speaker 1: woord meer. Dan ben je af. Ah. Dan doen we
- 9:43Speaker 1: even een andere letter. I.
- 9:46Speaker 2: De letter E. Ja. Ik.
- 9:49Speaker 1: Epidip.
- 9:50Speaker 2: Ja, dat is geen woord. Je bent af.
- 9:54Speaker 2: Oké, andere letter.
- 10:00Speaker 2: Oh, dan weet ik er wel eentje. Meer. Oh, die
- 10:02Speaker 2: wilde ik zeggen. Ik wilde zeggen Meerte. Oké, dan ga
- 10:06Speaker 2: ik er eentje doen die met school te maken heeft. Meester.
- 10:11Speaker 1: makkelijk
- 10:12Speaker 2: moeilijk munt mammoet.
- 10:16Speaker 2: meloen. Muts.
- 10:19Speaker 1: Muis.
- 10:20Speaker 2: Muziek.
- 10:22Speaker 1: M.
- 10:23Speaker 2: O.
- 10:24Speaker 2: Mandarijn, wat een goeie. Ik weet er geen meer hoor. Oh,
- 10:35Speaker 2: wat een goeie. Oh, die had ik moeten weten. Nou,
- 10:37Speaker 2: misschien als jij zit te luisteren, heb je nog wel
- 10:39Speaker 2: veel meer woorden met de letter
- 10:41Speaker 1: H. Je kan het spelletje spelen met papa en mama
- 10:42Speaker 1: of opa en oma of neefje en nichtje rjes.
- 10:49Speaker 1: zoveel mogelijk worden met dezelfde letter. En elke keer als
- 10:53Speaker 1: je geen woord meer weet, ben je af. Maar dan
- 10:57Speaker 1: ga je een nieuwe letter doen. En degene die af is,
- 11:01Speaker 1: die mag dan nog steeds meedoen.
- 11:03Speaker 2: Goede toevoeging. Leuk spelletje, Myrthe. Goed bedacht.
- 11:08Speaker 2: Myrthe, jij leert ook een hele hoop dingetjes op school. Nou,
- 11:11Speaker 2: we hebben het net al over gehad, hè. Dat je
- 11:13Speaker 2: heel veel hoeken hebt en heel veel verschillende vakken hebt.
- 11:16Speaker 2: Je leert ook bijvoorbeeld heel veel liedjes. Wat voor liedjes
- 11:19Speaker 2: heb je geleerd?
- 11:20Speaker 1: Wie weet welke dag het is vandaag. Maandag, dinsdag, dat
- 11:25Speaker 1: is de vraag. Woensdag of donderdag, vrijdag misschien. Zaterdag of zondag.
- 11:31Speaker 1: We zullen het zien. Wie O wie verklapt het Nou.
- 11:36Speaker 1: Vandaag vraag ik het aan
- 11:38Speaker 2: aan jou. Aan mij. Vandaag is het maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag, zaterdag, zondag.
- 11:43Speaker 2: Zoveel
- 11:46Speaker 2: Nou, tot slot, Myrthe. We zijn bijna aan het einde
- 11:48Speaker 2: van de podcast. Maar ik ben nog wel even benieuwd.
- 11:50Speaker 2: Wat vind jij het allerleukste van school? Verjaardag? Verjaardagen? Ja. Ja.
- 11:56Speaker 2: Want wat gebeurt er dan bij een verjaardag, als iemand
- 11:57Speaker 2: jarig is?
- 11:58Speaker 1: Als iemand jarig is, gaat hij geen trakteren. Dan gaat
- 12:02Speaker 1: hij bijvoorbeeld trakteren. Snoepjes in de traktatie.
- 12:07Speaker 1: of confetti of chippies. En dan gaan we natuurlijk met
- 12:13Speaker 1: z'n allen lang naar onze
- 12:15Speaker 2: lijf zingen. Myrthe, ik heb weer een hele hoop geleerd
- 12:18Speaker 2: in deze podcast. We zijn weer aan het einde gekomen
- 12:20Speaker 2: van de podcast. Maar ik heb bijvoorbeeld geleerd hoeveel 2
- 12:23Speaker 2: plus 2 is, want dat is 4. O, daar heb
- 12:26Speaker 2: ik niet op zitten te letten. Ik dacht 5. Maar
- 12:27Speaker 2: je hebt gelijk, het is 4.
- 12:29Speaker 1: Ehm. 2 en nog 2 is 1, 2, 3, 4.
- 12:34Speaker 2: Ik heb ook geleerd dat je bij gym op een
- 12:36Speaker 2: kast mag klimmen. Ja. Dat is een beetje raar. Dat
- 12:38Speaker 2: blijf ik raar vinden. Dat is
- 12:39Speaker 1: helemaal niet raar.
- 12:41Speaker 2: Wat heb jij geleerd? Ik
- 12:42Speaker 1: heb eigenlijk heel veel geleerd op school. Dus ik heb
- 12:45Speaker 1: niks hier geleerd, maar op school.
- 12:47Speaker 2: Mooi antwoord Myrthe. En nog even goed om te vermelden.
- 12:50Speaker 2: Dit is hoe het eraan toegaat bij Myrthe op school.
- 12:52Speaker 2: Het kan er bij jou op school misschien iets anders uitzien.
- 12:55Speaker 2: Dus laat dat ook eventjes weten. Dat kan natuurlijk via
- 12:57Speaker 2: ons de Instagram of ja, stuur ons gewoon een mailtje.
- 13:00Speaker 2: Dank je
- 13:01Speaker 1: wel voor het luisteren naar de podcast. Vergeet je niet
- 13:05Speaker 1: te abonneren op de podcast. Ja, en
- 13:08Speaker 2: je mag natuurlijk ook altijd een berichtje sturen via onze Instagram.
- 13:11Speaker 2: En dat is @kleukepodcast. Precies. Tot de volgende keer. De
- 13:16Speaker 1: volgende keer gaan we het hebben over dromen. O, wat
- 13:19Speaker 2: leuk. Ik ga al van slapen dan. Doe
- 13:38Speaker 2: het zoveel!