Latest / Kleuter Podcast / IK HOU VAN HOLLAND | NEDERLAND KLEUTERPODCAST #61
Transcript
- 0:00Speaker 1: W
- 0:02Speaker 1: nieuwe kleuterpodcast.
- 0:05Speaker 2: Ja, Myrthe, welkom bij een nieuwe kleuterpodcast vandaag. Waar gaan
- 0:07Speaker 2: we het over hebben? Over ons
- 0:10Speaker 1: eigen
- 0:11Speaker 2: land. En dat
- 0:12Speaker 1: is Nederland.
- 0:14Speaker 2: Nederland. O nee.
- 1:09Speaker 2: Welkom bij een nieuwe kleuterpodcast. Vandaag gaat het over Nederland. Myrthe,
- 1:15Speaker 2: Waar ligt Nederland? Hier? Ja, inderdaad.
- 1:18Speaker 1: En. Op de kaart staat dat Nederland superklein
- 1:22Speaker 2: is. Inderdaad, als je op de wereldbol kijkt, dan zie
- 1:25Speaker 2: je dat Nederland maar een heel klein landje is. Daar
- 1:28Speaker 2: heb je gelijk in. Ja. Maar het is
- 1:30Speaker 1: voor ons een groot
- 1:31Speaker 2: land. Ik wil net zeggen, het is gewoon een heel
- 1:33Speaker 2: groot land.
- 1:34Speaker 2: Maar op de kaart lijkt het inderdaad een heel klein landje.
- 1:37Speaker 2: Het is een bijzonder land, want het is het land
- 1:40Speaker 2: waar wij wonen. Nou, we gaan het natuurlijk hebben over Nederland.
- 1:44Speaker 2: Want het is ook bijna. Koningsdag. Ja. En bij Koningsdag
- 1:48Speaker 2: denken we vaak iets meer aan Nederland. Want dan zijn
- 1:51Speaker 2: we allemaal iets meer in de Nederlandsstemming.
- 1:53Speaker 2: Ja. Welke welke kleur zie je vaak bij Koningsdag? Oranje. Ja, inderdaad.
- 1:58Speaker 2: O rood-wit-blauw. Precies, Want.
- 2:00Speaker 1: Veel oranje, omdat de koningin en de koningsachternaam is van Oranje.
- 2:07Speaker 2: Ja, inderdaad, dat weet jij heel goed. De koning en
- 2:09Speaker 2: de koningin die heten van Oranje Nassau van hun achternaam.
- 2:12Speaker 2: Dus daarom zijn wij Oranje.
- 2:15Speaker 2: Dat klopt. En waar komt rood-wit-blauw dan vandaan? Van de
- 2:18Speaker 2: Nederlandse vlag. Precies, van de Nederlandse vlag. En die mag
- 2:21Speaker 2: je ook altijd buiten hangen als het Koningsdag is, he. Ja,
- 2:24Speaker 2: dat doen we altijd. Dan maken we er een leuke
- 2:26Speaker 2: foto van. Ja.
- 2:27Speaker 2: En met Koningsdag eten we ook altijd iets lekkers, moet
- 2:30Speaker 2: ik zeggen. Tampoezen! Oranjetampoezen. Ja, die horen erbij. Want dat
- 2:33Speaker 2: is denk ik echt wel typisch Nederlands, zo'n oranjepoes. Denk je? Ja.
- 2:37Speaker 2: En zijn er nog meer dingen, denk je, die typisch
- 2:40Speaker 2: Nederlands zijn? Klompen.
- 2:42Speaker 2: Ja, inderdaad. Dat weet je heel goed. Klompendans. En de klompendans. Ja.
- 2:46Speaker 2: En wat zijn klompen dan?
- 2:47Speaker 1: Klompen zijn schoenen van hout.
- 2:49Speaker 2: Ja, inderdaad. Heb je ze wel eens aangevat?
- 2:51Speaker 1: Ja. Op de boerderij.
- 2:53Speaker 2: O ja, dat kan inderdaad. Ja. En weet je wat
- 2:55Speaker 2: nog meer typisch Nederlands is? Nee. Beschuit met muisjes.
- 2:59Speaker 1: Waarom is dat typisch Nederlands?
- 3:01Speaker 2: Ja, dat doen ze ook nergens anders. Maar in Nederland
- 3:04Speaker 2: doen ze beschuit
- 3:05Speaker 2: met muisjes. Dat is gewoon een Nederlandse traditie. Dus dat
- 3:08Speaker 2: kom je nergens anders tegen, behalve in Nederland.
- 3:10Speaker 1: Misschien weten de ander de kinderen in andere landen dan
- 3:13Speaker 1: ook niet
- 3:14Speaker 2: wat dat is. Misschien kan jij het uitleggen.
- 3:17Speaker 1: Da's eigenlijk een beschuit kan. Heb je beschuit wel in
- 3:20Speaker 1: andere landen?
- 3:21Speaker 2: Mira. Dat denk ik wel. Ja, dat weet ik eigenlijk niet.
- 3:23Speaker 2: Goeie vraag.
- 3:24Speaker 1: Beschuit is er rond. Ongeveer net zo groot als stroof
- 3:28Speaker 1: van
- 3:28Speaker 1: tafel, maar dan een beetje middelmatig.
- 3:32Speaker 2: Ja, en een beetje hartig.
- 3:33Speaker 1: Ja. En ook een beetje dikker.
- 3:35Speaker 2: Ja, en dan doe je er vaak boter op. Ja.
- 3:38Speaker 2: En dan roze of blauwe muisjes. Ja, met wit. Ja.
- 3:42Speaker 2: En die smaken een beetje naar anijs. Wat? Die smaken
- 3:44Speaker 2: naar anijs. Wat is anijs? Anijs is een kruiden, dat
- 3:48Speaker 2: is een smaakje. Oké. Daar smaken muisjes naar.
- 3:52Speaker 2: En weet je wat ook nog heel erg typisch Nederlands is, Myrthe? Nee.
- 3:55Speaker 2: Ik zal het even voordoen. En dan moet jij het uit.
- 3:57Speaker 2: Dan moet jij uitleggen wat ik aan het doen ben.
- 4:01Speaker 1: Je bent haring aan het eten. Hoe. Weet je dat nou? Omdat.
- 4:04Speaker 1: Omdat haring heet je vaak zo doe je hoofd omhoog
- 4:09Speaker 1: en pak je daarheen.
- 4:12Speaker 1: Doe je hem omhoog en. Ja. En doe je in
- 4:15Speaker 1: je
- 4:15Speaker 2: mond. Ja, inderdaad. Ik. En
- 4:18Speaker 1: weet je wat ik ook heel lekker vind? Nou. Een
- 4:20Speaker 1: toastje met haring.
- 4:22Speaker 2: Toastje met haring. O, heerlijk. En dan een uitje erop. Perfect.
- 4:25Speaker 2: Dan maak ik me helemaal af. Heerlijk. De Hollandse nieuwe
- 4:28Speaker 2: wordt dat ook wel genoemd. Dus dat zijn allemaal dingetjes
- 4:30Speaker 2: die typisch Nederlands zijn.
- 4:33Speaker 2: Jij hebt een heel mooi boek over Nederland. Als je
- 4:36Speaker 2: naar het boek van Nederland kijkt. Het is echt een
- 4:37Speaker 2: heel groot boek. En heel dik ook. En echt heel dik.
- 4:41Speaker 2: En dat boek heet Dit boek gaat over Nederland. En
- 4:44Speaker 2: dat vind je altijd heel leuk om in te lezen.
- 4:46Speaker 2: Wat zijn dan dingen die je ziet die dan typisch
- 4:49Speaker 2: Nederlands zijn?
- 4:50Speaker 1: Koeien, kaas, klompen, tulpen.
- 4:52Speaker 2: Kaas, inderdaad.
- 4:53Speaker 2: Ja, kaas hebben ze ook in andere landen, maar wij
- 4:55Speaker 2: zijn wel echt een kaasland. Je kan in Nederland heel
- 4:58Speaker 2: veel verschillende kazen kopen. En. Tulpen? Heel goed. Ja, ja, tulpen.
- 5:02Speaker 2: En tulpen zijn er ook allemaal in hele mooie kleuren.
- 5:05Speaker 2: Een molen? Zeker weten een molen. En die zien we
- 5:08Speaker 2: ook vaak langs de weg staan, he, als we ergens rijden.
- 5:11Speaker 2: Zie je heel vaak molens. Dat is echt typisch Nederlands.
- 5:13Speaker 2: En weet je wat er ook nog echt Nederlands is? Hee? Fietsen.
- 5:16Speaker 1: O ja, fietsen, dat was ik even vergeten.
- 5:19Speaker 2: Ja, want fietsen, dat doen ze in het buitenland wel.
- 5:22Speaker 2: Maar wij in Nederland zijn echt een fietsland. Dus wij
- 5:24Speaker 2: hebben fietspaden. Je kan hier overal kan je wel fietsen.
- 5:28Speaker 2: Zijn er denk je ook echte Nederlandse snoepjes? Ja. Welke dan? Dropjes.
- 5:34Speaker 1: Ja, inderdaad. De mensen uit andere landen vinden ze meestal
- 5:39Speaker 1: niet zo lekker. Nee. Vind jij ze ook lekker? Nee.
- 5:42Speaker 2: Nee. Ik vind ze wel lekker. Ik vind ze heerlijk.
- 5:45Speaker 2: En weet je wie ze helemaal lekker vindt? Nee. Opa. O,
- 5:48Speaker 2: die kan er geen genoeg van krijgen van dropjes.
- 5:51Speaker 2: En wat is nou typisch Nederlands eten? Eh, Stamppot? Ja.
- 5:55Speaker 2: Bijvoorbeeld boerenkom met worst of eh.
- 5:59Speaker 1: zomerstamppot.
- 6:00Speaker 2: O, die vind ik ook altijd lekker. Die maken wij
- 6:02Speaker 2: ook
- 6:02Speaker 1: altijd. In de zomer, in de lente. Die moeten we
- 6:05Speaker 1: nu nog even gaan maken. Ja, die moeten
- 6:07Speaker 2: we nou binnenkort weer eens gaan maken. Want het weer
- 6:09Speaker 2: is weer lekker. Dus dan kunnen we weer naar de
- 6:10Speaker 2: zomerstamppot kijken. En weet je wat nog meer echt Nederlands
- 6:13Speaker 2: eten is? Een kroketje. Hè? Hoe is het? En de pittebal.
- 6:16Speaker 2: Waarom is dat typisch Nederlands? Ja, dat kan je volgens
- 6:19Speaker 2: mij nergens anders krijgen.
- 6:21Speaker 2: Jij hebt ze wel eens ergens anders, maar dan zijn
- 6:22Speaker 2: ze niet zo als wij ze kennen. De kroketten en
- 6:25Speaker 2: de bitterballen zijn echt wel Nederlands. Dat wist ik niet.
- 6:27Speaker 2: En weet je wat ook echt typisch Nederlands is, Myrthe? Nee.
- 6:30Speaker 2: Pannenkoeken en poffertjes. Huh? En dat hebben ze wel in
- 6:34Speaker 2: sommige andere landen. Bijvoorbeeld in Frankrijk hebben ze crepes. En
- 6:38Speaker 2: in Amerika hebben ze pancakes. Maar dat is allemaal niet
- 6:41Speaker 2: zoals de Nederlandse
- 6:42Speaker 1: pannenkoeken. Nee, crepes vind ik ook heel lekker.
- 6:46Speaker 2: Ja, die lijken wel, denk ik het meest op de
- 6:48Speaker 2: gewone Nederlandse pannenkoeken.
- 6:49Speaker 2: Maar die zijn dan nog net iets dunner.
- 6:51Speaker 1: Ja, met Nutella vind ik zeer lekker.
- 6:54Speaker 2: Weet je wat nog meer echt Nederlands is? Nee. De oliebol.
- 6:57Speaker 1: Hoe is dat typisch Nederlands? Ja, de
- 6:58Speaker 2: oliebol, dat is gewoon een Nederlandse traditie.
- 7:02Speaker 1: Is dat niet in andere landen bedacht?
- 7:03Speaker 2: Nee. De oliebol. Nou, ik weet niet of het ergens
- 7:06Speaker 2: anders is bedacht, maar in Nederland wordt het alleen maar
- 7:08Speaker 2: gegeten eigenlijk met oud en nieuw.
- 7:10Speaker 2: Wist je ook dat er allemaal oud-Hollandse spelletjes zijn? Ja.
- 7:13Speaker 2: En weet jij dan een oud-Hollands spelletje? Ja, ik weet
- 7:16Speaker 2: er heel veel. O, welke weet jij dan? Ehm, zaklopen? Ja,
- 7:20Speaker 2: zeker weten. Zaklopen is er eentje. Blikken gooien.
- 7:24Speaker 2: Absoluut. Zal ik nog meer vertellen? Ja. Sjoelen?
- 7:27Speaker 1: O ja, dan moet je met zo'n balletje of zoiets.
- 7:31Speaker 1: Dan moet je ze dan proberen in zo'n gaatje te sjoelen.
- 7:34Speaker 2: Ja, dat is met een schijfje, met een ronde schijf. Ja.
- 7:37Speaker 2: Je hebt ook nog koekhappen. Ja.
- 7:41Speaker 2: peperkoeken of ontbijtkoek hangt dan aan een touwtje. En dan
- 7:45Speaker 2: moet je met een blinddoek moet je dat proberen te happen. Ja,
- 7:47Speaker 1: dat hadden we een keer gedaan. Met mijn verjaardag. Ja.
- 7:51Speaker 1: Met mijn 5de verjaardag.
- 7:52Speaker 2: En ik heb ook nog een heel gek, oud-Hollands ander spelletje.
- 7:57Speaker 2: Wat dan? Spijkerpoepen.
- 7:59Speaker 1: O ja.
- 8:00Speaker 2: O ja. Weet je wat dat is? Ja. Wat moet
- 8:03Speaker 2: je doen dan? Dan
- 8:04Speaker 1: moet je met zo'n dingetje om je broek moet je
- 8:08Speaker 1: dan proberen. Met zo'n topje moet je in een flesje
- 8:13Speaker 1: te
- 8:13Speaker 2: proberen. Ja, je hebt een touwtje dan inderdaad om je
- 8:16Speaker 2: middel heen. Ja.
- 8:18Speaker 2: En aan dat touwtje zit een spijker. En die spijker
- 8:21Speaker 2: moet je dan proberen op dat flesje. In het flesje
- 8:24Speaker 2: te doen. En dan ga je zo zitten. En lijkt
- 8:27Speaker 2: het net alsof je bijna aan het poepen bent. Dus
- 8:29Speaker 2: daarom noemen ze dat spijkerpoepen. Ja, heel gek. Ja. Heel
- 8:33Speaker 2: gek spelletjes.
- 8:35Speaker 2: Myrthe, jij had ook nog een aantal dingen die in
- 8:37Speaker 2: Nederland waren uitgevonden, toch?
- 8:39Speaker 1: Ja, een duikboot?
- 8:41Speaker 2: O, oke, dat wist ik niet, een duikboot. Een microscoop?
- 8:45Speaker 2: Een microscoop. Wat is een microscoop dan?
- 8:47Speaker 1: Een soort van verder kijker, maar dan. Maar dan naar
- 8:51Speaker 1: iets heel
- 8:51Speaker 2: kleins. En wat is nog meer typisch
- 8:53Speaker 2: Nederlandse uitvinding dan? Korfbal? Korfbal. O ja, dat is echt
- 8:58Speaker 2: een typische Nederlandse sport. Ja. Kaasschaaf
- 9:00Speaker 1: is niet typisch
- 9:01Speaker 2: Nederlands. De kaasschaaf is niet typisch Nederlands. Ik zou zeggen
- 9:04Speaker 2: dat dat echt uit Nederland komt. Klompen ook niet. Echt niet? Nee. Nou,
- 9:08Speaker 2: dan
- 9:08Speaker 1: staat een kruisje bij
- 9:09Speaker 2: de klompen. Nou, dan heb ik dat ook geleerd.
- 9:13Speaker 2: En weet je, Myrthe wat de hoofdstad is van Nederland?
- 9:16Speaker 2: Is dat niet Rotterdam? Weet je wat een hoofdstad is? Nee.
- 9:19Speaker 2: Een hoofdstad is de belangrijkste stad van het land eigenlijk.
- 9:24Speaker 2: Is meestal de grootste stad van het land. Is dat Rotterdam? Nee,
- 9:28Speaker 2: het is niet Rotterdam. Vaak in de hoofd
- 9:31Speaker 2: dat. En dat is een beetje gek in Nederland. Vaak
- 9:33Speaker 2: in de hoofdstad zit ook de regering van het land.
- 9:37Speaker 2: Maar in Nederland is dat. Ja, dat zijn dat zijn
- 9:39Speaker 2: alle alle politiek, alle mensen die het dus de bazen
- 9:43Speaker 2: van het land eigenlijk. Die zitten eigenlijk ook meestal in
- 9:46Speaker 2: de hoofdstad. Alleen in Nederland is dat niet zo.
- 9:49Speaker 2: In Nederland zitten die namelijk in Den Haag. En de
- 9:52Speaker 2: hoofdstad van Nederland is Amsterdam. Ik
- 9:56Speaker 1: bedoelde die ook eigenlijk. Maar ik was de naam even vergeten.
- 10:00Speaker 1: En ik dacht dat het Rotterdam was. Ja,
- 10:02Speaker 2: dat maakt niet uit. Het is ook een hele grote
- 10:04Speaker 2: stad in Nederland. Want
- 10:05Speaker 1: het eindigt allemaal met
- 10:07Speaker 2: Dam. Dat klopt. Ja, inderdaad. Dus daarom haal
- 10:10Speaker 1: ik ze een beetje door elkaar.
- 10:11Speaker 2: Maar, dat is helemaal niet erg. Weet jij, Myrthe, dat
- 10:15Speaker 2: er ook allemaal Nederlandse liedjes zijn? Nee.
- 10:19Speaker 2: Er zijn allemaal typisch Nederlandse liedjes. Maar er is EEN
- 10:22Speaker 2: liedje dat eigenlijk iedere Nederlander wel kent. En weet je
- 10:26Speaker 2: wat dat is? Nee. Dat is het volkslied. O
- 10:28Speaker 1: ja.
- 10:42Speaker 1: n. Een volgende stukje weet ik niet.
- 10:44Speaker 2: Nou, heel goed gezongen, hoor. Maar dat is inderdaad het volkslied.
- 10:47Speaker 2: En dat zingen ze vaak als ze bijvoorbeeld Nederland iets
- 10:50Speaker 2: gewonnen heeft. Ja,
- 10:52Speaker 1: of als de koning jarig is.
- 10:54Speaker 2: Precies, als de koning jarig is, dan zingen ze dat ook. Ja,
- 10:56Speaker 2: want dat
- 10:57Speaker 1: is eigenlijk in het lied van de koning.
- 10:59Speaker 2: Ja. Je hebt bijvoorbeeld ook als we bij
- 11:01Speaker 2: voetbal. Als we gaan voetballen, dan hoor je hem ook altijd. Ja.
- 11:04Speaker 2: En ook als we bijvoorbeeld.
- 11:06Speaker 1: Als Max Verstappen
- 11:07Speaker 2: gewonnen heeft. Precies als Max Verstappen gewonnen heeft, dan hoor
- 11:10Speaker 2: je 'm ook. Of als er bij de Olympische Spelen
- 11:13Speaker 2: een schaatser een medaille heeft gewonnen, hoor je hem meestal ook. 1,
- 11:16Speaker 1: 2, 3 keer.
- 11:18Speaker 2: Ja, het liefst wel. 1, 2, 3 keer. Dat zou
- 11:20Speaker 2: het mooiste zijn.
- 11:22Speaker 2: Ik denk dat het tijd is voor een spelletje.
- 11:23Speaker 1: Ja. Spelletje. Spelletje. Spelletje, Spelletje! Spelletje. Oké,
- 11:34Speaker 2: Myrthe, het is een spelletje van vandaag. Het is steeds
- 11:36Speaker 2: de vraag Is het Nederlands of niet? Oftewel zie je
- 11:40Speaker 2: het veel in Nederland of gebeurt dit in Nederland? Ja
- 11:43Speaker 2: of nee? Fietsen. Is dat typisch Nederlands of niet? Typisch Nederlands.
- 11:50Speaker 2: En de woestijn.
- 11:53Speaker 2: O, dat is een hele moeilijke. Maar wat is er
- 11:55Speaker 2: in de woestijn? Z. En is dat, denk je typisch Nederlands? Nee. Nee, inderdaad.
- 12:00Speaker 2: Dat is een beetje een moeilijke.
- 12:02Speaker 1: Een soort van bergen. Want dat zijn grofjes zand. Ja,
- 12:06Speaker 2: klopt, maar dat heb je dat vind je niet in Nederland. Windmolens.
- 12:11Speaker 2: Ja. Zeker weten dat je die in Nederland vindt. Daar
- 12:14Speaker 2: staat Nederland om bekend.
- 12:15Speaker 2: Hele hoge bergen met sneeuw.
- 12:20Speaker 1: Nee, de burgers bestaat niet eens meer bij Nederland.
- 12:23Speaker 2: Nee. Een jungle.
- 12:26Speaker 2: Nee. Nee. Heb jij wel eens een jungle in Nederland gezien? Nee. Nee,
- 12:29Speaker 2: ik ook niet. Klompen.
- 12:33Speaker 2: Heel typisch
- 12:34Speaker 1: Nederlands. Zeker weten, typisch. Super, super, super, super, super, super, super, super.
- 12:39Speaker 1: Super typisch Nederlands.
- 12:41Speaker 2: Ja. Tulpen.
- 12:43Speaker 1: Super, super, super, super, super, super, super, super typisch Nederlands.
- 12:48Speaker 2: Olifanten die op de weg lopen.
- 12:50Speaker 2: Nee. Pannenkoeken.
- 12:54Speaker 1: Ja, typisch typisch typisch typisch typisch Nederlands.
- 12:58Speaker 2: Palmbomen op straat.
- 13:01Speaker 2: Nee. Nee, die zie je hier ook eigenlijk bijna niet, he.
- 13:04Speaker 2: En als je ze ziet, dan zijn ze geplant door iemand.
- 13:07Speaker 2: En tot slot Myrthe, Regen.
- 13:10Speaker 2: Ja. Dat is
- 13:11Speaker 1: heel typisch Nederlands, want in Nederland is het niet zoveel warm.
- 13:15Speaker 2: Nee, dat klopt inderdaad. Het is in de zomer. En. Ja,
- 13:18Speaker 2: het kan wel heel lekker warm zijn, maar het regent
- 13:21Speaker 2: wel vaak in Nederland. Ja. En wij zijn er nog
- 13:23Speaker 2: beter in als Nederlanders om te klagen over de regen. Ja.
- 13:27Speaker 2: Daar zijn we het beste in. Myrthe.
- 13:30Speaker 1: En Nederland is ook een waterland. Dus ik denk dat
- 13:33Speaker 1: daarom
- 13:34Speaker 2: ook veel regent. Myrthe, ik vind jou geslaagd voor de Nederlandquiz.
- 13:39Speaker 1: Yay!
- 13:41Speaker 1: Waar is de post? Hier is de post. Waar is
- 13:46Speaker 1: de post? Hier is de post. Waar is de post?
- 13:52Speaker 1: Hier is de post.
- 13:53Speaker 2: Oké, Myrthe. We hebben weer ontzettend veel post binnengekregen en
- 13:57Speaker 2: ik pak er een paar uit. De eerste berichtje dat
- 14:01Speaker 2: ik binnen heb gekregen is van
- 14:01Speaker 2: Art. Hij schrijft Willen jullie een keer een podcast maken
- 14:04Speaker 2: over zandsculpturen. Daar zijn wij geweest in de zomer, en
- 14:08Speaker 2: dat was echt heel leuk en bijzonder. Weet je wat,
- 14:11Speaker 2: dat zijn Myrthe? Zandsculpturen. Ja, dat is eigenlijk alsof je
- 14:15Speaker 2: een een soort kunstwerk maakt van zand. En volgens mij
- 14:19Speaker 2: doen ze dat heel veel in Scheveningen, dacht ik.
- 14:22Speaker 2: Het is echt heel gaaf om te zien. Dus daar
- 14:24Speaker 2: kunnen we wel een keertje ook naar kijken in de zomer.
- 14:27Speaker 2: Want ik ben wel heel benieuwd hoe ze dat doen.
- 14:28Speaker 2: Want dat ziet er zo mooi uit. Dat zijn echt
- 14:31Speaker 2: hele grote kunstwerken van zand.
- 14:34Speaker 1: Zijn die ongeveer net zo lang als deze studio?
- 14:38Speaker 2: Nou, vaak groter. Het is alsof je een heel mooi
- 14:40Speaker 2: groot
- 14:41Speaker 2: zandkasteel maakt. Met alles erop en eraan. Nou, dus dank
- 14:45Speaker 2: je wel voor je voor je berichtje. Dan kreeg ik
- 14:47Speaker 2: nog een berichtje binnen van Remy, Lieve Myte en papa.
- 14:49Speaker 2: Wij luisteren de podcast vaak in de auto. Ik zou
- 14:52Speaker 2: graag een keer een podcast willen luisteren over toveren en magie.
- 14:56Speaker 2: Ik hoop dat jullie dit een leuk onderwerp vinden. Groetjes, Remy. Nou,
- 14:59Speaker 2: dit klinkt wel als een heel leuk, heel leuk onderwerp, toch? Ja.
- 15:03Speaker 2: Ik hou er wel van een beetje goochelen en zo.
- 15:05Speaker 2: Jij ook? Ja. Ik vind het een heel leuk onderwerp
- 15:08Speaker 2: om te doen van goochelen en magie.
- 15:10Speaker 2: Ja, ik ook. Maar we kunnen dat wel doen, Myrthe.
- 15:13Speaker 2: Maar dan moet jij beloven dat je mij niet wegtovert.
- 15:16Speaker 2: Dank je.
- 15:16Speaker 1: Gespus Vers pas. Ik wou dat papa weg was.
- 15:25Speaker 1: Ik kan toch niet toveren.
- 15:27Speaker 2: Ik ben weg. O, nee, ik ben er nog. Dan
- 15:30Speaker 2: kreeg ik nog een berichtje binnen van Jorg. Hoi, Myrthe
- 15:32Speaker 2: en haar papa. Gaan jullie ook een podcast over Koningsdag maken?
- 15:35Speaker 2: Want wij gaan dingen verkopen op de markt in Lunteren.
- 15:38Speaker 2: En ik wil graag weten over hoe dat gaat met
- 15:40Speaker 2: de markt. En wat ga jij doen op Koningsdag? Ga
- 15:43Speaker 2: je ook naar de markt of ga je op een
- 15:45Speaker 2: springkussen en
- 15:46Speaker 2: ga je ook wat drinken en snoepjes eten. O, en
- 15:49Speaker 2: je mag ook komen kijken bij ons bij de rommelmarkt.
- 15:52Speaker 2: Bij het sportpark is dat. Groetjes Jorg. Nou, die staat
- 15:56Speaker 2: in ieder geval te verkopen. En dat is een goede verkoper,
- 15:58Speaker 2: want die vertelt gelijk waar die staat te verkopen. Myrthe,
- 16:00Speaker 2: gaan wij ook uh weer spulletjes verkopen met Koningsdag? Ja.
- 16:04Speaker 2: Lijkt me wel leuk. Gaan we weer met een kleedjes staan.
- 16:07Speaker 2: Vorig jaar hadden we dat ook gedaan. Ja. En gaan
- 16:09Speaker 2: we dan ook blik gooien? Ja. Vind ik een heel
- 16:12Speaker 2: goed idee.
- 16:12Speaker 1: Misschien een ander oudermansspelletje.
- 16:16Speaker 2: Ook leuk. Zeker leuk om te bedenken. Maar wij gaan
- 16:20Speaker 2: zeker wat verkopen met Koningsdag. Ja. In ieder geval proberen
- 16:23Speaker 2: te
- 16:23Speaker 1: verkopen. Want we hebben nog wat over.
- 16:26Speaker 2: Ja, dus dat kunnen we gaan verkopen.
- 16:28Speaker 2: Een goed berichtje. Dank je wel, Jorg. Dan heb ik
- 16:30Speaker 2: nog een berichtje van Anouk en Fraya. Anouk is 6
- 16:34Speaker 2: jaar en Fraya is 4 jaar. En ze schrijven vinden
- 16:36Speaker 2: jullie podcast heel leuk en we luisteren vanuit Zweden. Daar
- 16:40Speaker 2: wonen wij.
- 16:41Speaker 2: We willen graag een podcast over Zweden en over draken.
- 16:44Speaker 2: Dat lijkt ons heel erg leuk. Groetjes vanuit Zweden. Oe,
- 16:47Speaker 2: dan moeten we eens even leren om Zweeds te praten.
- 16:49Speaker 2: Kan jij tot tientallen in het Zweeds, Myrthe?
- 16:51Speaker 1: Weet ik niet. Ik weet niet eens hoe de
- 16:52Speaker 2: taal gaat. Nou, dan moeten we ons daar eens maar
- 16:55Speaker 2: eens in gaan verdiepen. Ik vind het wel een leuk onderwerp.
- 16:57Speaker 2: Dank je wel, Anouk, vr je daarvoor. En Drake. Oeh, spannend.
- 17:02Speaker 2: Oeh, ik werd daar al helemaal bang voor.
- 17:04Speaker 1: En mijn tante heet ook
- 17:06Speaker 2: Fraja. Dat klopt inderdaad. Zeker. Dan heb ik nog een
- 17:10Speaker 2: berichtje van Hanna. Hoi, Myrthe en papa. Ik heb hele
- 17:13Speaker 2: leuke ideeen voor jullie volgende afleveringen. Bijvoorbeeld pretparken, zwemles, natuur,
- 17:18Speaker 2: het bos, fietsen en rolschaatsen. En natuurlijk kinderfeest.
- 17:23Speaker 2: t. Ik vind de aflevering over regenboog en unicorns het allerleukst. Liefst, groetjes, Hanna. Nou,
- 17:29Speaker 2: dank je wel voor je berichtje, Hanna. Ik vind het
- 17:31Speaker 2: een leuk bericht. We hebben b, hebben we al. Ja,
- 17:33Speaker 2: maar rolschaatsen bijvoorbeeld nog niet. Nee. Zullen we dat dan
- 17:36Speaker 2: zomaar eens even gaan doen om te kijken of we
- 17:38Speaker 2: daar überhaupt een podcast over kunnen maken? Ja. Oké, gaan
- 17:41Speaker 2: we zo even rolschaatsen. Nou, bedankt voor jullie
- 17:43Speaker 2: berichtjes wil je ook een berichtje achterlaten. Dat kan via
- 17:46Speaker 2: onze Instagram en dat is @kleuterpodcast of via onze website
- 17:50Speaker 2: en dat is
- 17:50Speaker 1: www.kleuterpodcast.nl.
- 17:53Speaker 2: En op onze website kan je ook eventjes achterlaten waar
- 17:56Speaker 2: je bijvoorbeeld aan het luisteren bent. En je kan daar
- 17:59Speaker 2: het doeboek scoren. Die is nog steeds te koop. Vergeet
- 18:02Speaker 1: niet te abonnieren.
- 18:04Speaker 1: Van abonneren kan je
- 18:06Speaker 2: leren. Goed dat je dat zegt, Myrthe. Inderdaad. Van abonneren
- 18:09Speaker 2: kan je leren. Vergeet niet te abonneren. um De volgende
- 18:13Speaker 2: keer Myrthe. Waar gaan we het de volgende keer over hebben?
- 18:16Speaker 2: Over
- 18:17Speaker 1: verkeer.
- 18:18Speaker 2: O, dan moet ik eens even goed gaan opletten en
- 18:21Speaker 2: goed naar links en rechts kijken.
- 18:23Speaker 1: En nog een keer naar links. O ja, dat
- 18:24Speaker 2: is waar. Zie je, hier gaat het al mis bij mij. Myrthe,
- 18:28Speaker 2: dank je wel voor de podcast over Nederland. Ik zie
- 18:30Speaker 2: je de volgende keer weer. Ik zie jou ook
- 18:33Speaker 1: de volgende keer.
- 18:33Speaker 2: Dank je wel voor het luisteren.