Latest / Kleuter Podcast / Vrolijk Pasen | Kleuterpodcast #12
Transcript
- 0:00Speaker 1: Welkom bij
- 0:02Speaker 1: kleine bad
- 0:04Speaker 1: Ik ben wel aan het zoeken.
- 0:07Speaker 1: hebben.
- 0:10Speaker 1: Wat lag daar?
- 0:13Speaker 1: PA zei Ja. Heb je die gewoon gevonden?
- 0:17Speaker 1: Nou, dat komt goed uit, Myrt.
- 0:21Speaker 2: ook om bij de stoere peuter
- 0:25Speaker 2: moet nou toch.
- 0:28Speaker 2: En hoe verdampt een regendru? Myrthe en haar papa hebben
- 0:32Speaker 2: zoveel vrouw.
- 0:39Speaker 2: uw verhaal.
- 0:45Speaker 2: voor alle
- 0:54Speaker 2: het zoveel
- 0:58Speaker 1: weer met een nieuwe kleuterpodcast. En vandaag gaat het over Pasen. Ja,
- 1:02Speaker 1: met heerlijke paaseitjes. Ja. Ja, want jij hebt er zojuist
- 1:05Speaker 1: al een gevonden. En ik zal je vertellen, Myrthe. Er
- 1:08Speaker 1: ligt er hier nog eentje verstopt.
- 1:11Speaker 1: Nee, je moet beter zoeken hoor.
- 1:13Speaker 1: Gevonden. Ja, hier hebben we hem gevonden. En welke kleur
- 1:17Speaker 1: is die? Of, of een beetje paars. Dus nou, we
- 1:21Speaker 1: hebben lekkere paaseitjes. Wat doen we eigenlijk met Pasen? Paaseieren zoeken. Ja,
- 1:25Speaker 1: de paashaas, die verstopt ze dan toch? Ja. Hoe ziet
- 1:28Speaker 1: de paashaas er eigenlijk uit? Een haas gewoon. Langere oren
- 1:32Speaker 1: dan een konijn.
- 1:33Speaker 1: heeft langere oren dan een konijn. Vaak. Ja, ja. Springen.
- 1:37Speaker 1: En hoe stopt hij al die eitjes, denk je? Hij
- 1:38Speaker 1: heeft een mandje op z'n rug. En wat voor eitjes
- 1:42Speaker 1: zitten daarin? Allemaal voor gekleurde? Ja. Ben jij een beetje
- 1:46Speaker 1: goed in zoeken, Myrthe? Ja. O, dat is fijn. Want
- 1:48Speaker 1: als het dan Paas is, dan kan je mij een
- 1:49Speaker 1: beetje helpen zoeken. Want ik wil al die paaseitjes wel vinden.
- 1:53Speaker 1: Maar gaan we het dit jaar weer bij opa en
- 1:55Speaker 1: oma doen? Ik denk dat we wel naar opa en
- 1:57Speaker 1: oma gaan met Pasen. Yee. En dan doen we een
- 2:00Speaker 1: paasontbijtje of een paasbrunch. Weet je wat dat is? Een brunch?
- 2:04Speaker 1: Een lunch. Het is net iets eerder dan de lunch.
- 2:07Speaker 1: Maar net iets later dan het ontbijt. Dus het zit
- 2:08Speaker 1: er een beetje tussenin.
- 2:10Speaker 1: Maar papa, wat is Pasen nou? Pasen is eigenlijk een
- 2:14Speaker 1: feest in de lente. En dan vier je eigenlijk dat
- 2:17Speaker 1: de lente een beetje begint. en dat het tijd is
- 2:20Speaker 1: dat de bloemen weer gaan bloeien. Eigenlijk allemaal nieuw leven.
- 2:24Speaker 1: En dat de zon meer gaat schijnen, allemaal jonge diertjes
- 2:26Speaker 1: zoals kuikentjes en lammetjes geboren worden. Het is eigenlijk een
- 2:29Speaker 1: beetje het feest van het nieuwe leven. Alles wordt weer
- 2:32Speaker 1: wakker na de winter. Ben jij ook weer wakker geworden
- 2:35Speaker 1: na de winter? Ja. Ja. Oh, gelukkig. En er zit
- 2:38Speaker 1: ook een van jouw grapje. Ja.
- 2:44Speaker 1: Maar er zit ook een gedachte achter die met het
- 2:47Speaker 1: geloof te maken heeft. Met Jezus in dit geval. O,
- 2:50Speaker 1: dat is net als bij Kerst. Want wat vieren we
- 2:53Speaker 1: bij Kerst dan met Jezus? Dat hij geboren is. Ja,
- 2:56Speaker 1: daar werd hij geboren, inderdaad. Op goede vrijdag, dat is
- 2:59Speaker 1: de vrijdag voor Pasen. Dan denken mensen dat Jezus dood
- 3:03Speaker 1: is gegaan, dat hij is overleden. En op Pasen
- 3:07Speaker 1: denken ze dat hij toch weer levend is geworden. Alsof
- 3:11Speaker 1: hij gewoon weer wakker is geworden. En voor veel mensen
- 3:13Speaker 1: betekent dat dat er hoop is en dat er liefde
- 3:16Speaker 1: is en een nieuw begin is. Net als in de lente,
- 3:18Speaker 1: dat er gewoon weer een nieuw begin is dat allemaal
- 3:20Speaker 1: nieuwe lammetjes worden geboren, nieuwe kuikentjes worden geboren.
- 3:24Speaker 1: Dus dat vieren we eigenlijk bij Pasen. Nou, Maar waarom
- 3:28Speaker 1: zoeken we dan eieren? Nou, met Pasen zoeken we paaseitjes.
- 3:32Speaker 1: Dat komt omdat de eieren. Wat wat wordt er geboren
- 3:36Speaker 1: uit een eitje? Kuikentje? Ja, daar zitten kuikentjes in. Dus
- 3:39Speaker 1: die eieren, die staan eigenlijk ook voor nieuw leven. Dus.
- 3:43Speaker 1: Nou ja, vroeger gaven mensen elkaar echte eieren als cadeautje.
- 3:46Speaker 1: En nu zijn dat vaak lekkere chocoladepaaseitjes.
- 3:49Speaker 1: En die worden dan verstopt door de paashaas. En die paashaas. O,
- 3:53Speaker 1: die is zo goed in het verstoppen van eitjes. Kan
- 3:55Speaker 1: je ze dan echt niet vinden? Nou, dan kan je
- 3:57Speaker 1: ze heel moeilijk vinden. Maar wij zijn heel goed in zoeken, hè? Ja.
- 4:00Speaker 1: En een kindje van mijn klas ook. Wie is dat dan?
- 4:03Speaker 1: Voor wie? O, hoe weet je dat dan? Omdat. Dat
- 4:06Speaker 1: heeft hij je verkeerd verteld.
- 4:08Speaker 1: Maar weet je dat we nog meer dingen eten bij
- 4:10Speaker 1: Pasen dan alleen maar paaseitjes. Weet je wat we bijvoorbeeld eten?
- 4:14Speaker 1: Een paasbrood. En er zit dan spice in. O ja,
- 4:18Speaker 1: dat is lekker. Dan eten wij het altijd met spice. Ja,
- 4:22Speaker 1: dat hebben we bijvoorbeeld met kerst hadden we dat ook.
- 4:24Speaker 1: En bijvoorbeeld mates. Wat is dat? Matses. Dat zijn een soort.
- 4:28Speaker 1: Ik
- 4:28Speaker 1: zou bijna zeggen een soort toastjes, maar dan rond. En
- 4:32Speaker 1: die zijn heel lekker om te eten. En weet je
- 4:34Speaker 1: wat je er bijvoorbeeld op kan doen? Ja. Veel mensen
- 4:36Speaker 1: doen er of kaas op, of boter met suiker. Boter
- 4:40Speaker 1: met suiker? Ja, of een soort een soort toastje. Ja.
- 4:44Speaker 1: Dat is een mates. We zullen ze wel weer kopen
- 4:46Speaker 1: met Pasen. Dan zou je het kunnen proeven. Prima.
- 4:50Speaker 1: Waarom zijn er zoveel dingen geel dan met Pasen? Ja,
- 4:53Speaker 1: dat is eigenlijk een goede vraag. Ik denk dat dat
- 4:55Speaker 1: te maken heeft met de bloemen en de kuikertjes. Want
- 4:57Speaker 1: dat is ook allemaal altijd geel, hè. Kuikertjes zijn geel
- 5:00Speaker 1: en bijvoorbeeld narcissen zijn geel. Dus ik denk dat het
- 5:03Speaker 1: daar een beetje maar. En weet je wat er nog
- 5:04Speaker 1: meer geel is? Het zonnetje. Ja. De zon is ook geel.
- 5:08Speaker 1: Dus dat past heel goed bij het voorjaar. Dus ik
- 5:11Speaker 1: denk dat daar de gele kleur vandaan komt.
- 5:13Speaker 1: Myrthe. Ja. Stel nou dat jij de Ps bent. Welke
- 5:18Speaker 1: kleuren zou jij de eitjes verven? Regenboog Regenboog. En dan
- 5:23Speaker 1: één kleur in een of een ei in de regenboogkleur
- 5:26Speaker 1: of elk ei een andere kleur. Elk ei in een
- 5:29Speaker 1: andere kleur. En wat is dan jouw favoriete kleur? Eigenboog.
- 5:33Speaker 1: De regenboog. Gewoon alle kleuren. Maakt het uit. En je
- 5:36Speaker 1: kan echte eieren kan je ook verven met Paas. Ja,
- 5:40Speaker 1: dat gaan we dan doen. En sowieso.
- 5:42Speaker 1: Een dikke tip voor alle papa's en mama's. Als je
- 5:44Speaker 1: een paar eieren hard kookt, dan kan je die lekker
- 5:47Speaker 1: gaan verven met elkaar. Superleuk. En dan kan je er
- 5:49Speaker 1: ook gezichtjes op tekenen. Zullen we dat ook eens gaan doen? Ja.
- 5:53Speaker 1: Doen we. Dan moet je verven. Ja. Doen we allemaal.
- 5:56Speaker 1: Dan gaan we allemaal gekke dingetjes op.
- 5:59Speaker 1: Denk jij dat het al tijd is voor een spelletje? Ja. Ja. Oké,
- 6:02Speaker 1: ik heb een paaseierenspelletje en ik heb hier een bak.
- 6:06Speaker 1: En dan heb ik allemaal paaseieren in met daarop een opdracht.
- 6:12Speaker 1: En dan mag jij die opdracht gaan doen. Oké. Ja,
- 6:15Speaker 1: dus dat is heel makkelijk om te maken. Dan heb
- 6:17Speaker 1: je gewoon een bak en dan doe je allemaal paaseitjes
- 6:19Speaker 1: in met daarin een opdracht.
- 6:22Speaker 1: Dat kunnen dus blaadjes zijn die je uitknipt in de
- 6:24Speaker 1: vorm van een ei. Maar het kunnen natuurlijk ook die
- 6:26Speaker 1: surprise-eieren zijn waar je gewoon een blaadje in doet met
- 6:29Speaker 1: een opdracht. Papa, mag ik de eerste gaan pakken? Ja,
- 6:32Speaker 1: pak de eerste maar. Zal ik hem voorlezen? Spring als
- 6:36Speaker 1: een haas.
- 6:39Speaker 1: Ja. Je bent een echte haas. Je springt heel goed.
- 6:42Speaker 1: Poink poink poink poink. En als een haas springen is
- 6:45Speaker 1: eigenlijk ook als een kangoeroe. Ja. Dat lijkt een beetje
- 6:48Speaker 1: op een kangoeroe. Inderdaad. Ja. Oké, komt de volgende.
- 6:53Speaker 1: Doe een kip naar.
- 7:01Speaker 1: Ik vind jou een hele goede kip. Pak pak pak
- 7:03Speaker 1: pak pak. En opa kan het beter. Echt waar? Ja. Oké,
- 7:07Speaker 1: de volgende.
- 7:11Speaker 1: Verstop jezelf als een paasei.
- 7:17Speaker 1: Mete. Waar ben je?
- 7:20Speaker 1: Myrthe. Waar ben je? Ik zie alleen een pa zei.
- 7:22Speaker 1: Hier ben ik. Ik zie je niet hier. O, ik
- 7:28Speaker 1: heb je gevonden.
- 7:30Speaker 1: Goed verstopt als een baas zei.
- 7:33Speaker 1: Oké, de volgende.
- 7:36Speaker 1: Fladder als een kuikentje dat net uit een ei komt.
- 7:42Speaker 1: Oh. Ik vind jou echt een goed kuikertje.
- 7:47Speaker 1: Oké, de volgende.
- 7:50Speaker 1: En het volgende eitje staat Zeg vrolijk Pasen met een
- 7:54Speaker 1: gek stemmetje.
- 8:11Speaker 1: Oké. En nou nog de laatste.
- 8:16Speaker 1: Maak het geluid van een lammetje in de wei.
- 8:27Speaker 1: Ja.
- 8:28Speaker 1: Ik vind dat jij geslaagd bent als echte Paaskenner. Jij
- 8:33Speaker 1: kan jij kan de geluidjes heel goed. En vrolijk Pasen.
- 8:37Speaker 1: Vrolijk Pasen.
- 8:41Speaker 1: Myrthe. Wij hebben ook iets in de woonkamer staan dat
- 8:43Speaker 1: jij hebt gemaakt. Toch? De paastakken versierd. En wat? En
- 8:46Speaker 1: wat moest je doen dan? Uh, hangetjes in de takken hangen.
- 8:51Speaker 1: En wat voor takken zijn dat dan? Paastakken. En. Wat
- 8:54Speaker 1: gebeurt er met die takken? Weet je dat? Nee. Nou,
- 8:56Speaker 1: we hebben ze in een vaas gezet. En doe maar
- 8:58Speaker 1: aan het gewoon takken. Toch? Toen zat er niks aan. Nee.
- 9:00Speaker 1: Maar nu zitten er ineens heel veel wortels aan. Heel
- 9:03Speaker 1: veel wortels zitten eraan. En wat gebeurt er dan met
- 9:05Speaker 1: die wortels? Ten? Gaan water opdrinken.
- 9:08Speaker 1: Ja. En zie je dat er nu al blaadjes komen? Ja.
- 9:11Speaker 1: En weet je waarom dat paastakken zijn? Nee. Omdat dat
- 9:14Speaker 1: ook een beetje is als een nieuw leven. Want je
- 9:17Speaker 1: ziet alleen maar een tak. Je denkt Nou, die tak,
- 9:19Speaker 1: er is niks mee. Die tak, die leeft niet.
- 9:22Speaker 1: En dan zet je hem in het water en dan
- 9:24Speaker 1: krijgt-ie ineens wortels. En dan komen er blaadjes uit. Dus
- 9:26Speaker 1: dan komt een nieuw leven. En dan gaan wij ze versieren.
- 9:28Speaker 1: Want wat voor hangertjes heb je erin gedaan? Nijntje. Nijntjehangers.
- 9:32Speaker 1: Ook een beetje met Pasen te maken. Ook een beetje
- 9:35Speaker 1: met Pasen te maken. Zeker? Ja, want dat zijn gordijntjes. Ja.
- 9:39Speaker 1: Myrthe. Nou kan je ook eieren kan je koken. Je
- 9:41Speaker 1: kan ze bakken. Je kan ze uh scrambled eggs maken.
- 9:47Speaker 1: Wat is scrambled eggs?
- 9:49Speaker 1: Haken. Scrambled eggs, dat zijn dat is geklutst ei. Wat
- 9:54Speaker 1: vind jij het lekkerste eitje? Eh, zo'n prot ei. Dus
- 9:57Speaker 1: dat zijn scrambled eggs. Die vind jij het lekkerst. Ja. Ja. Nou,
- 10:01Speaker 1: dan gaan we die met Pasen gewoon maken. Nou, we
- 10:03Speaker 1: zijn aan het einde gekomen van de podcast. Ik heb
- 10:06Speaker 1: geleerd dat jij heel goed weet wat er met Pasen
- 10:09Speaker 1: allemaal geel is. Ik heb geleerd welke kleuren jij de
- 10:12Speaker 1: paasitjes wil gaan verven als jij de paashaas zou zijn.
- 10:15Speaker 1: En ik heb geleerd wat
- 10:17Speaker 1: jouw favoriete ei is als ik het ga maken. Namelijk
- 10:20Speaker 1: een prutje, oftewel scrambled eggs. En ik heb geleerd dat
- 10:24Speaker 1: jij ook een hele goede paasaas bent. Ja, want ik
- 10:27Speaker 1: had de eitjes hier net verstopt. Inderdaad. Ja, Myrthe. Dit
- 10:31Speaker 1: was de stoere kleuterclub van vandaag. Volgende keer hebben we
- 10:35Speaker 1: een feestje te vieren. Want dan is er iemand jarig. Ha.
- 10:38Speaker 1: Wie is er jarig dan? Ja, ik ben niet jarig.
- 10:41Speaker 1: Ben jij jarig? Wie is er dan jarig?
- 10:45Speaker 1: Weet ik niet. Maar er is volgende keer iemand jarig.
- 10:49Speaker 1: En het hele land gaat dan feest vieren. En daar
- 10:52Speaker 1: gaan we het over hebben. O, dan heb ik wat
- 10:54Speaker 1: trekking taart. Nou, dat ga ik regelen. Een heerlijke tompoes
- 10:57Speaker 1: ga ik dan voor je regelen. O, bedoel je carnaval.
- 11:02Speaker 1: Ik bedoel Koningsdag. Dat bedoel ik. Ja. Nou, de koning,
- 11:06Speaker 1: die is jarig. Daar gaan we het de volgende keer
- 11:08Speaker 1: over hebben. Tot de volgende kleuterpodcast. Tenter.
- 11:13Speaker 1: puntjes aan
- 11:32Speaker 2: het zoveel