Latest / Kleuter Podcast / MOEDERDAG | KLEUTERPODCAST #63
Transcript
- 0:00Speaker 1: Deze week even geen nieuwe podcast, maar wel een herhaling.
- 0:03Speaker 2: Welkom bij een nieuwe kleuterpodcast.
- 0:07Speaker 1: Ja, welkom bij een nieuwe kleuterpodcast. En vandaag gaat het
- 0:10Speaker 1: niet over mij, volgens mij, Myrthe. Nee, over mama. O,
- 0:13Speaker 1: en waarom gaat het dan over mama?
- 0:15Speaker 2: Omdat de de kleuterpodcast gaat over moeder.
- 1:12Speaker 2: Hallo allemaal. Welkom bij je nieuwe kleuterpodcast.
- 1:16Speaker 1: Ja, en vandaag gaat het niet over papa's. Het gaat
- 1:19Speaker 1: niet over Meertes. Het gaat over mama's. Ja, maar waarom Myte?
- 1:24Speaker 2: Omdat het bijna Moederdag
- 1:25Speaker 1: is. Ja, en dan
- 1:27Speaker 1: Wat mag je dan op Moederdag? Veel
- 1:29Speaker 2: knuffelen met mama.
- 1:31Speaker 1: Veel knuffelen met mama. Wat doen we op Moederdag?
- 1:33Speaker 2: Een cadeautje geven aan je moeder. O
- 1:36Speaker 1: ja, dat is leuk. Heb jij al een cadeautje voor mama? Nee. O,
- 1:40Speaker 1: dan moeten we die nog maar eens gaan. Lisa. Ja.
- 1:43Speaker 1: Want.
- 1:44Speaker 2: Mama zei in de auto zei ze het al. O,
- 1:47Speaker 1: zit mama een beetje te vissen wat ze gaat krijgen
- 1:49Speaker 1: van je. Nee. Was ze benieuwd of jij al een
- 1:51Speaker 1: cadeautje had voor haar? Nee.
- 1:53Speaker 2: Ze zei We moeten nog even een cadeautje maken voor Moederdag.
- 1:57Speaker 1: O, mama gaat een cadeautje maken met jou voor Moederdag voor.
- 2:01Speaker 1: Voor wie zal ze dat gaan maken
- 2:02Speaker 2: dan? Nee, ik moet dat nog maken voor mama, bedoelde ze.
- 2:08Speaker 1: Oma bedoelt ze niet dat ze met jou nog iets
- 2:10Speaker 1: gaat knutselen voor oma.
- 2:12Speaker 1: Dat kan me ook voorstellen. Ja, ik wil net zeggen,
- 2:14Speaker 1: dat kan ik me ook voorstellen. Want mama heeft natuurlijk
- 2:17Speaker 1: zelf ook een mama. Toch? En dat is oma. Ja. Ja,
- 2:20Speaker 1: dus daar moeten we ook even iets voor knutselen.
- 2:23Speaker 1: Waarom is mama eigenlijk zo lief?
- 2:24Speaker 2: Omdat ze voor je zorgt.
- 2:27Speaker 1: O, en wat is dat dan zorgen? Ah,
- 2:29Speaker 2: dingen voor je doen. Wat dan? Bijvoorbeeld kleren klaarleggen. Oké.
- 2:36Speaker 2: Boterham smeren.
- 2:37Speaker 1: Wat kan ze. Wat doet ze nog meer dan?
- 2:39Speaker 2: Autorijden. Haren doen.
- 2:42Speaker 1: Ja, mama kan heel goed je haren doen. De was?
- 2:45Speaker 1: Er was ook dat. Ja. En doet ze ook wel
- 2:48Speaker 1: eens iets leuks met jou? Ja. Ja, wat zijn leuke
- 2:52Speaker 1: dingen dan die mama met je doet?
- 2:53Speaker 2: Ken, tekenen. Spelletjes.
- 2:59Speaker 1: Ja, mama is daar heel goed in, hè. Volgens mij
- 3:01Speaker 1: heb je gisteren
- 3:02Speaker 1: Heeft mama nog gewonnen met een spelletje van je? Dat
- 3:05Speaker 1: gebeurt niet vaak.
- 3:06Speaker 2: Ja, en en elk potje, echt elk potje.
- 3:09Speaker 1: Ja. En toen zei jij Mama is de
- 3:11Speaker 2: Koningin van de spelletjes.
- 3:13Speaker 1: De koningin van de spelletjes. Ja, mama is echt heel
- 3:16Speaker 1: goed in spelletjes, he. Dus je hebt ook niet van
- 3:18Speaker 1: een vreemde. Ja, en op Moederdag, dan vieren we hoe
- 3:22Speaker 1: lief mama is. En is mama een beetje lief? Ja.
- 3:25Speaker 1: Oké, en als ik dan zeg of hoe lief is
- 3:28Speaker 1: mama van een beetje tot heel veel. Hoeveel, hoe lief
- 3:31Speaker 1: is ze dan? 1000. 1000? Ja. Dat is wel echt
- 3:34Speaker 1: heel veel, hè? Nee.
- 3:36Speaker 2: Jij ook.
- 3:37Speaker 1: Echt heel veel, hè? Ja, jij ook. Ben ik ook
- 3:40Speaker 1: zo lief? Of is mama stiekem een beetje liever? Allebei
- 3:43Speaker 1: even lief.
- 3:43Speaker 2: Allebei even lief. Allebei 1000.
- 3:46Speaker 1: Maar op Moederdag is mama het liefste, toch?
- 3:50Speaker 1: Wat kunnen we dan doen om mama blij te maken
- 3:53Speaker 1: op Moederdag?
- 3:54Speaker 2: Een cadeautje geven.
- 3:55Speaker 1: O, en wat voor cadeautjes zouden we dan kunnen geven
- 3:57Speaker 1: aan
- 3:57Speaker 2: haar? Een tekening maken.
- 3:59Speaker 1: O, dat vind ik een goed idee. Ik denk dat
- 4:01Speaker 1: mama dat ook wel heel erg leuk vindt. En wat
- 4:03Speaker 1: voor tekening kan je dan bijvoorbeeld maken? Hm.
- 4:06Speaker 2: Een feestje.
- 4:07Speaker 1: Een feestje.
- 4:09Speaker 1: Dus en dan teken je bijvoorbeeld mama met een feesthoed op.
- 4:12Speaker 1: En slingers. En slingers. O ja, vind ik vind ik
- 4:16Speaker 1: een hele leuke. Hee, en wat zou je. Wat zou
- 4:18Speaker 1: je nog meer kunnen doen voor mama, behalve een tekening
- 4:21Speaker 2: maken? Een lekker ontbijtje aan het maken.
- 4:24Speaker 1: Dat vind ik echt een goed idee.
- 4:26Speaker 1: En dat kan je misschien, als je zit te luisteren,
- 4:30Speaker 1: zou je misschien ook wel kunnen denken om mama te
- 4:33Speaker 1: verrassen
- 4:34Speaker 1: met een lekker ontbijtje. Ja. Ja. Want eh even denken,
- 4:38Speaker 1: wat hebben we dan nodig voor een lekker ontbijtje?
- 4:40Speaker 2: Croissantjes. O,
- 4:42Speaker 1: jij maakt het wel gelijk heel lekker. Croissantjes. Zo, daar
- 4:46Speaker 1: moet ik eens even aan denken. Dus dan moeten we croissantjes.
- 4:48Speaker 1: Dat is een beetje lastig om eh om dat zelf
- 4:51Speaker 1: te doen. Maar dan moet je even aan papa vragen
- 4:54Speaker 1: of of die wil helpen met de croissantjes. Maar ook
- 4:57Speaker 1: zonder croissantjes kan het ook, he. Een pakje een bord.
- 5:00Speaker 1: En een lekkere boterham. Of misschien wel kwark of yoghurt.
- 5:05Speaker 1: Wat ze 's ochtends broodjes? Ja, eigenlijk gewoon even kijken.
- 5:08Speaker 1: Wat eet mama 's ochtends heel graag. En dan ga
- 5:12Speaker 1: je proberen dat klaar te maken. Ja. Maar ik vind
- 5:15Speaker 1: die croissantjes vind ik wel een goed idee, Myrthe. Ik
- 5:17Speaker 1: ga die wel even onthouden. Dan gaan wij samen een
- 5:19Speaker 1: ontbijtje maken met croissantjes. En wat doen we er dan
- 5:21Speaker 1: nog meer bij? Eh,
- 5:23Speaker 2: van die jouw lievelingsbroodjes. Die van die harde. O ja,
- 5:28Speaker 1: van die afbakbroodjes. En wat dan nog meer?
- 5:30Speaker 2: Grange.
- 5:31Speaker 1: O, Grange. En wat moeten we daar dan mee doen? Persen? Ja,
- 5:36Speaker 1: heel goed. Die moeten we persen.
- 5:37Speaker 1: Zo, dus dan hebben we nog wel eventjes heel veel
- 5:39Speaker 1: te doen 's ochtends. Ja. Nou, dat vind ik een
- 5:41Speaker 1: goed idee. En als we dan dat ontbijtje hebben gemaakt.
- 5:45Speaker 1: Wat doen we dan met het ontbijtje? Gaan we dat
- 5:47Speaker 1: gewoon aan tafel opeten? Hee, op bed. Op bed. Je
- 5:51Speaker 1: kan toch niet ontbijten op bed. Wel? Ja, G we
- 5:53Speaker 1: ontbijten op bed. Ja. Oké, Nou, dan nemen we het
- 5:57Speaker 1: gewoon mee naar de bed. En dan doen we een
- 5:59Speaker 1: ontbijtje op bed. Ja, het
- 6:00Speaker 2: kan ook. Doen we ook altijd bij een slaapfeestje.
- 6:03Speaker 1: Ja, ik vind het een heel goed idee.
- 6:06Speaker 1: En misschien kunnen we dan ook wel kijken of we
- 6:09Speaker 1: nog een leuk bloemetje hebben die we er dan bij zetten.
- 6:11Speaker 1: En dan gaan we de slaapkamer in met het ontbijtje
- 6:14Speaker 1: op bed. En wat zeggen we dan tegen mama?
- 6:17Speaker 2: Je bent de liefste.
- 6:19Speaker 1: Mama, je bent de liefste. Ja. Vind ik echt een
- 6:21Speaker 1: goed idee.
- 6:23Speaker 1: Nou, ik vind het een uh ik vind het een
- 6:25Speaker 1: hele goeie. Dus uh dus daar kan je heel goed
- 6:27Speaker 1: bij helpen. En als je zit te luisteren, ja, misschien
- 6:28Speaker 1: is het wel een leuk idee om dat zelf ook
- 6:31Speaker 1: te gaan maken. Een ontbijtje op bed voor mama. En
- 6:34Speaker 1: um ja, daar voor papa.
- 6:37Speaker 1: Ja, maar op Moederdag toch niet? Nee, dat is een
- 6:40Speaker 1: beetje gek.
- 6:41Speaker 2: Maar Op Vaderdag wel. Ja. Of op Valentijn?
- 6:45Speaker 1: Ja, maar dan moet je dus eventjes misschien even vragen
- 6:48Speaker 1: aan papa of die wil helpen. Niet niet aan mama
- 6:51Speaker 1: vragen om te helpen. Want mama, die mag op Moederdag
- 6:54Speaker 1: niks doen, toch? Nee. Nee. Behalve, mag wel de was doen, toch?
- 6:58Speaker 1: Of niet? Nee. Mag ze dan op Moederdag eh wel
- 7:03Speaker 1: jouw kleren klaarleggen? Nee.
- 7:05Speaker 1: Mag ze dan op Moederdag wel relaxen? Ja. Ja. Mama
- 7:11Speaker 1: mag even lekker helemaal niks doen. Lekker knuffelen en lekker
- 7:15Speaker 1: relaxen die dag, he. En
- 7:16Speaker 2: lekker kijken we naar de cadeautjes.
- 7:20Speaker 1: Myrthe, wat kun je allemaal doen met Moederdag als cadeautips?
- 7:23Speaker 2: Uh, iets tekenen, knutselen.
- 7:28Speaker 2: iets kopen bij de winkel dat je moeder heel leuk vindt.
- 7:33Speaker 1: Ja, vind ik ook een goede. Iets bakken? O, dat
- 7:36Speaker 1: is ook een goede. Dat is ook lekker.
- 7:38Speaker 2: En dan ont baadje op bed.
- 7:40Speaker 1: Nou, dat zijn echt dikke tips voor Moederdag. Zijn er
- 7:44Speaker 1: nog andere mama's die we kennen, behalve je eigen mama?
- 7:48Speaker 1: Wie zijn nog meer mama's dan die we moeten verrassen
- 7:50Speaker 1: met moederdag? Jouw mama? Mijn mama. Ja. Mijn mama is
- 7:54Speaker 1: ook een mama. Zijn er nog meer mama's? En mama's
- 7:56Speaker 1: en mama. En mama's mama? Ja. En wat denk je
- 7:59Speaker 1: van je overgrootoma's? O ja. Wat zijn je overgrootoma's? Dat
- 8:04Speaker 1: zijn de mama's van.
- 8:06Speaker 2: Oma en opa. Ja,
- 8:08Speaker 1: zijn allemaal mama's.
- 8:10Speaker 1: Myrthe, ik denk dat het tijd is voor een moederdagspelletje. Ja,
- 8:14Speaker 1: ik denk het ook. Wat hebben moeders altijd bij zich? Tassen. Ja,
- 8:19Speaker 1: heel goed, een tas. En weet je ook wat er
- 8:22Speaker 1: altijd in die tassen zit? Spelletjes? Ik heb een aantal
- 8:25Speaker 1: dingen uitgekozen die er altijd in de tassen zitten van mama's. Tenminste,
- 8:32Speaker 1: dat denk ik. Ik weet het ook niet zeker, maar
- 8:34Speaker 1: dat denk ik. Dit zit er bijvoorbeeld in de tas,
- 8:37Speaker 1: als je dit hoort.
- 8:39Speaker 1: Dat is de parfum. Ja. En de sleutels en de lippensticht.
- 8:45Speaker 1: Oe, waar klinkt dit naar?
- 8:53Speaker 1: Weet het niet. Zal ik het nog een keer laten horen? Ja.
- 8:59Speaker 1: Dat is iemand die een snoepje openmaakt en daarna koud
- 9:02Speaker 1: op het snoepje. O ja. Dat is het snoepje. En
- 9:06Speaker 1: wat zou dit zijn?
- 9:09Speaker 1: moment. Ja, dus dat is het geld. Dus dan hebben
- 9:12Speaker 1: we parfum.
- 9:14Speaker 1: We hebben sleutels.
- 9:18Speaker 1: We hebben lippenstift.
- 9:22Speaker 1: En we hebben het snoepje
- 9:27Speaker 1: En we hebben tot slot het geld.
- 9:30Speaker 1: Dat zit er allemaal in de tas van mama.
- 9:32Speaker 1: En nou ga ik één dingetje weghalen en vraag ik
- 9:37Speaker 1: aan jou wat heb ik weggehaald in de tas.
- 9:43Speaker 1: Mag jij gaan raden? Luister goed. Wat heb ik weggehaald?
- 10:00Speaker 1: Welk geluidje heb je niet gehoord? Wil je me nog
- 10:03Speaker 1: een keer horen?
- 10:04Speaker 2: Ja.
- 10:16Speaker 2: Lippenstift. Ja, heel
- 10:18Speaker 1: goed. Knap voor jou. Je moest er even goed over nadenken.
- 10:22Speaker 1: Maar inderdaad, de lippenstift, die hoorde je niet. Oké, ben
- 10:25Speaker 1: je klaar voor de volgende? Ja. Oké, luister goed. Dit
- 10:28Speaker 1: is weer wat je allemaal hoort. Dus dit hier zit
- 10:31Speaker 1: alles in de tas.
- 10:43Speaker 1: En nou ga ik er één dingetje uithalen.
- 10:54Speaker 1: Oké, wat heb ik eruit gehaald? De parfum. Heel goed. O,
- 10:58Speaker 1: die was heel snel. Goed van jou. Omdat.
- 11:00Speaker 2: Omdat ik hoorde het eerste stukje niet.
- 11:03Speaker 1: O, ja, ja, heel goed. Oké. Nou, kijk of je
- 11:07Speaker 1: deze ook kan raden. Hier zit weer alles in de tas.
- 11:10Speaker 1: Luister goed.
- 11:13Speaker 2: En weer de parfum. Dat is wel goed, want die
- 11:16Speaker 2: staat er staat er eerst niet in.
- 11:19Speaker 1: Nee.
- 11:21Speaker 1: Oké, nou ga ik weer een dingetje weghalen. Luister goed.
- 11:38Speaker 1: Het centje. Ja, heel goed. Heel goed. Het is een
- 11:42Speaker 1: moeilijk spel. Maar je doet het heel goed. Inderdaad. Het
- 11:45Speaker 1: centje is weg. Oké. Nou ga ik weer alles terugdoen
- 11:48Speaker 1: in de tas.
- 11:59Speaker 1: En nou ga ik weer één dingetje weghalen.
- 12:02Speaker 2: Ja.
- 12:12Speaker 2: En
- 12:13Speaker 2: Iemand die koudbel snoepje en eerst opmaakt.
- 12:17Speaker 1: Ja, ja, heel goed, inderdaad. Het snoepje is eruit. Helemaal goed.
- 12:21Speaker 1: Wat knap van jou. Goed gedaan, zeg. Een moeilijk spelletje,
- 12:25Speaker 1: maar je hebt het heel goed gedaan. Precies. Ja. Als
- 12:27Speaker 1: je dit nou thuis ook wil doen, weet je hoe
- 12:29Speaker 1: je het heel leuk en makkelijk kan doen. Dan leg
- 12:31Speaker 1: je gewoon vijf dingen onder een doek. En dan haal
- 12:35Speaker 1: je stiekem een ding weg. En dan moet de ander raden.
- 12:38Speaker 1: wat er weg is gehaald. Ja,
- 12:40Speaker 2: maar misschien zit er één ding wel bij je moeder
- 12:44Speaker 2: in de
- 12:44Speaker 1: tas. Je weet
- 12:45Speaker 2: het nooit. Maar de lippenstift die je hoorde, heeft mijn
- 12:48Speaker 2: oma wel.
- 12:49Speaker 1: Ja.
- 12:51Speaker 1: Tot slot, Myrthe. We zijn aan het einde gekomen van
- 12:53Speaker 1: deze podcast. Ik heb geleerd dat jij heel goed weet
- 12:58Speaker 1: wat er bij een ontbijtje op bed moet.
- 13:01Speaker 2: En eh wat je kan doen als cadeautje voor Moederdag?
- 13:05Speaker 1: Zeker weten. Ik weet ook wat. Ik heb ook geleerd
- 13:07Speaker 1: wat je kan doen als cadeautje voor Moederdag. En daar
- 13:09Speaker 1: gaan we er een paar van doen, hoor. Ik denk
- 13:12Speaker 1: wel dat we een tekening gaan maken en een ontbijtje
- 13:14Speaker 1: op bed. Denk je ook niet? Ja.
- 13:17Speaker 1: um Tot slot, Myrthe. Je kan ons ook altijd volgen
- 13:20Speaker 1: via Instagram. En dat is @ Kleuterpodcast. Myrthe, we zijn
- 13:26Speaker 1: aan het einde gekomen van de podcast. Ja. um Volgende keer.
- 13:30Speaker 1: Waar gaan we het volgende keer over hebben? Volgende
- 13:31Speaker 2: keer gaat het over voertuigen. Die wilden Sep horen. Ja,
- 13:36Speaker 1: dat klopt inderdaad. Sep had aangevraagd om een podcast te
- 13:39Speaker 1: doen over voertuigen. Dus die gaan we dan doen. Wat
- 13:42Speaker 1: zijn voertuigen ook weer? Auto's. Ja, bijvoorbeeld auto. Voertuigen. Ja.
- 13:47Speaker 1: Alles wat een beetje voort kan bewegen zijn voertuigen. Gaan
- 13:50Speaker 1: we het volgende keer over hebben. Ik zou zeggen tot
- 13:52Speaker 1: de volgende keer. En een hele fijne Moederdag. Ja, jij ook.