Latest / Kleuter Podcast / Broertjes en Zusjes | Kleuterpodcast #35
Transcript
- 0:00Speaker 1: Welkom bij je nieuwe kleuterpodcast.
- 0:04Speaker 2: Ja, Myrthe. Welkom bij een nieuwe kleuterpodcast. En leuk dat
- 0:07Speaker 2: je weer luistert. Myrthe. Waar gaan we het vandaag over hebben?
- 0:11Speaker 1: Over broertjes en zusjes.
- 1:05Speaker 2: Nou, Myrthe, welkom bij je nieuwe kleuterpodcast. Vandaag gaat het
- 1:09Speaker 2: over broertjes en zusjes. Ja, we hebben het eigenlijk al
- 1:11Speaker 2: best wel vaak erover gehad. Een beetje. Om toch eventjes
- 1:15Speaker 2: te verklappen. Heb jij een broertje of zusje? Ja. Heb
- 1:18Speaker 2: jij dan een broertje of een zusje? Een zusje. En
- 1:21Speaker 2: hoe heet jouw zusje? Linda. Hoe oud is jouw zusje nu?
- 1:24Speaker 2: Weet je dat?
- 1:25Speaker 1: Ja, het is 1.
- 1:27Speaker 2: Ja, ze is 1 en een paar maandjes. En wie
- 1:31Speaker 2: is dan de oudste?
- 1:33Speaker 2: Ben jij dat of is dat je zusje? Ik, hè?
- 1:35Speaker 2: Jij bent de oudste. Ja. En dat betekent dat je
- 1:38Speaker 2: eerst een tijdje was jij alleen. Had je helemaal geen
- 1:41Speaker 2: broers of zusjes. En toen kreeg je er ineens een
- 1:44Speaker 2: zusje bij. Ja. Sommige kinderen die hebben geen broertje of zusje.
- 1:47Speaker 2: of geen oudere broer of zus. En sommige kinderen hebben
- 1:51Speaker 2: heel veel broertjes en zusjes.
- 1:53Speaker 1: Ja, want want dat hebben de buurmeisjes aan de overkant.
- 1:59Speaker 2: Ja, onze overbiermeisjes. Die hebben 4 kinderen. Ja, die hebben
- 2:02Speaker 2: 4 kinderen inderdaad. Ja. Dus dan heb je heel veel
- 2:05Speaker 2: broers en zusjes. Ja. Dus die zijn met een gezellig
- 2:08Speaker 2: huis vol. En wij zijn inderdaad met zijn viertjes thuis.
- 2:12Speaker 2: En dat betekent dat jij nog een zusje hebt, inderdaad.
- 2:15Speaker 2: En dat is Linde.
- 2:17Speaker 2: Weet je dan ook wat ik heb, heb ik of
- 2:19Speaker 2: ik broers of zussen heb. Ja,
- 2:21Speaker 1: je hebt een broer en een en een broertje.
- 2:25Speaker 2: Ja, dat klopt inderdaad. Ik heb een oudere broer en
- 2:28Speaker 2: een jongere broer. Ja. Dus ik ben de middelste. Ja.
- 2:33Speaker 2: Ik ben de middelste in het gezin. Ja, alleen maar jongens. Ja.
- 2:36Speaker 1: Ja. En een meisje.
- 2:38Speaker 2: Nee, wie is het meisje dan? Jouw mama.
- 2:41Speaker 2: Ja, mijn mama. Ja, dat is wel waar. Ja, inderdaad.
- 2:44Speaker 2: Maar dat is geen broer of zus. Nee. En Myrthe,
- 2:46Speaker 2: wat is dan het verschil tussen een broer of zus
- 2:49Speaker 2: of een vriend of vriendin? Wat is daar het verschil tussen?
- 2:52Speaker 1: Nou, met een broer
- 2:55Speaker 1: Of een zus woon je samen en met een vriend
- 2:58Speaker 1: of vriendin, dan woont je niet samen.
- 3:02Speaker 2: Meestal niet inderdaad. Maar misschien kan het zo zijn dat
- 3:06Speaker 2: jouw broer of zus wel een vriendin van jou is. Ja. Ja.
- 3:10Speaker 2: Want is jouw zusje een beetje een vriendin van jou? Ja.
- 3:12Speaker 2: Want jullie spelen ook veel samen. Dus dan is het
- 3:14Speaker 2: toch een beetje een vriendin. Dus dat kan wel. Maar
- 3:17Speaker 2: niet alle vriendinnetjes zijn ook zusjes.
- 3:21Speaker 2: Wat is dan leuk om bijvoorbeeld met je broertje of
- 3:23Speaker 2: zusje te doen?
- 3:25Speaker 1: Gewoon spelen?
- 3:26Speaker 2: Ja.
- 3:27Speaker 2: En als je dan speelt, dan moet je ook leren
- 3:30Speaker 2: samen te
- 3:31Speaker 1: delen. Maar soms, dan weet je dan mag je zus
- 3:35Speaker 1: al bakken en je z- en en en dat zusje
- 3:39Speaker 1: dan niet. En dan kan je het vragen en dan
- 3:41Speaker 1: en dan. En dan kunnen ze ze samen bakken.
- 3:45Speaker 2: dat je samen iets gaat bakken. Ja, dat kan zeker weten. Ja.
- 3:49Speaker 2: Wat kan je nog meer samen met je zusje doen, bijvoorbeeld?
- 3:51Speaker 1: Buiten spelen. Mhm-hm. Ja. Samen in een in een bed slapen.
- 3:56Speaker 2: O, dat kan ook zeker. Knuffelen. En samen knuffelen. Ja,
- 4:01Speaker 2: dat uh dat kan allemaal met je broertje of zusje.
- 4:04Speaker 2: Heb je dan ook wel eens ruzie met je zusje? Nee. Nee,
- 4:07Speaker 2: daar is je zusje eigenlijk een beetje te klein voor.
- 4:09Speaker 2: Maar het kan wel eens zo zijn dat het moeilijk
- 4:11Speaker 2: is dat jij iets aan het maken bent bijvoorbeeld.
- 4:13Speaker 2: En dat jouw zusje er niet snapt dat ze daar
- 4:15Speaker 2: niet aan mag komen. Ja. Dus dan ben jij een
- 4:17Speaker 2: hele mooie toren aan het bouwen en dan denkt zij
- 4:19Speaker 2: Die ga ik even omgooien. Ja. Of ze wil je
- 4:22Speaker 2: dan wel proberen te helpen. Maar eigenlijk helpt ze dan
- 4:24Speaker 2: niet en gooit ze heel de toren om. Ja. Ja.
- 4:28Speaker 2: Dus dat is altijd eventjes uitkijken met een met een
- 4:31Speaker 2: kleiner broertje of zusje.
- 4:34Speaker 1: Ja, en ik weet nog
- 4:36Speaker 1: het verschil van en een zus en een broertje en
- 4:40Speaker 1: een zusje. Wat dan? Een zusje is wat jonger en
- 4:46Speaker 1: een broer of een zus is wat ouder.
- 4:50Speaker 2: Ja, inderdaad. Een broertje is wat jonger of een zusje
- 4:53Speaker 2: is wat jonger.
- 4:54Speaker 2: En een broer of een zus is wat groter. Goed uitgelegd, Myrthe.
- 4:59Speaker 2: Nou heb je natuurlijk een babyzusje erbij gekregen vorig jaar.
- 5:02Speaker 2: Inmiddels is het geen baby meer.
- 5:03Speaker 1: Nee, want nu is ze een dreum.
- 5:06Speaker 2: Nu is ze een dreumes inderdaad. Maar hoe vond je
- 5:10Speaker 2: dat toen je een zusje erbij kreeg? Eigenlijk wel leuk. Ja.
- 5:14Speaker 2: En wat vond je dan zo leuk aan?
- 5:16Speaker 1: Omdat dat ze lekker klein is. En ik wou eigenlijk
- 5:20Speaker 1: eigenlijk ook nog zo'n klein zijn als m'n zusje.
- 5:24Speaker 2: Ja. En je kan daar ook wel goed voor zorgen dan.
- 5:27Speaker 1: Ja, dat is
- 5:28Speaker 2: leuk. Ja, dan kun je daar af en toe even
- 5:30Speaker 2: een flesje geven.
- 5:31Speaker 1: Of af en toe even een kusje geven. Ja. Ik
- 5:35Speaker 1: vind dat je zo leuk als je een baby bent.
- 5:37Speaker 1: Want want want dan heb je van die zachte wangetjes.
- 5:42Speaker 2: Dat vond jij het leukste aan aan je zusje, dat
- 5:44Speaker 2: ze zo zacht was? Ja. Ja. Als er kindjes zitten
- 5:48Speaker 2: te luisteren, die nog geen broertje of zusje hebben. maar
- 5:51Speaker 2: misschien er wel eentje bij krijgen, zou je dan zeggen
- 5:54Speaker 2: dat is heel
- 5:54Speaker 2: leuk om erbij te krijgen? Of blijf maar liever alleen?
- 5:57Speaker 2: Eigenlijk allebei. Ja, het is allebei leuk, he?
- 6:00Speaker 1: Ja, want want um want als je lekker alleen blijft,
- 6:05Speaker 1: dan dat is wel wat fijner. Want dan kunnen papa
- 6:08Speaker 1: en mama sneller helpen. Ja,
- 6:10Speaker 2: nu moeten we soms delen de aandacht.
- 6:12Speaker 1: Ja, want anders dan kunnen ze niet zo heel snel helpen. Ja.
- 6:17Speaker 2: Dat klopt inderdaad. Ja. Daar heb je gelijk in. Soms
- 6:21Speaker 2: moet je daar eventjes in geduld hebben, even in wacht.
- 6:23Speaker 1: Ja, maar ik. Ja, dat is er juist niet zo
- 6:26Speaker 1: leuk aan. Nee,
- 6:26Speaker 2: dat snap ik. Dat snap ik helemaal. Dat je af
- 6:29Speaker 2: en toe wil je zusje iets en jij wil iets? Ja,
- 6:31Speaker 2: en dan moeten we toch eventjes kiezen. Je gaat
- 6:33Speaker 1: papa de ene ding doen en mama de andere ding.
- 6:37Speaker 2: Ja. Goed uitgelegd eigenlijk, Mhe. Ja.
- 6:41Speaker 2: Myrthe, ik denk dat het tijd is voor een spelletje. Ja.
- 6:44Speaker 2: En in het spelletje van vandaag gaan we tellen. En
- 6:47Speaker 2: het is namelijk zo dat als jij een broertje of
- 6:50Speaker 2: een zusje hebt of een broer of een zus, dan
- 6:54Speaker 2: zit er vaak een verschil in de leeftijd.
- 6:57Speaker 2: he, tenzij je een tweeling bent natuurlijk, dan heb je
- 6:59Speaker 2: dezelfde leeftijd. Maar anders dan is bijvoorbeeld de ene is
- 7:04Speaker 2: 2 jaar en de andere is 4 jaar. Ja. En
- 7:07Speaker 2: dat is een sprongetje van 2.
- 7:11Speaker 2: Dus we gaan in sprongetjes tellen. Maar dan sla ik
- 7:14Speaker 2: er eentje over. En aan jou de vraag welk getal
- 7:19Speaker 2: had daar moeten staan? Ja. Dat is een moeilijke. Doen
- 7:21Speaker 2: we er eerst eentje zonder sprongetjes. En dan mag jij
- 7:24Speaker 2: raden welk getal er weg is. Ja. Oké, komt-ie. Luister goed. 1.
- 7:30Speaker 2: 2.
- 7:31Speaker 2: 3, 5, 6.
- 7:36Speaker 2: 78.
- 7:39Speaker 2: Welke is de weg?
- 7:42Speaker 2: 4. Heel goed. Oké, komt er nog
- 7:47Speaker 1: hoorde ik 5. Ja, dat klopt. Dat hoort niet.
- 7:51Speaker 2: Komt er nog eentje.
- 7:53Speaker 2: 4, 5, 6.
- 7:59Speaker 2: 8.
- 8:02Speaker 2: 7.
- 8:03Speaker 2: Ja, heel goed. Oké, dan gaan we nu een sprongetjes
- 8:06Speaker 2: van 2 doen. Die wordt wat moeilijker. Luister goed. 2.
- 8:11Speaker 2: 4.
- 8:16Speaker 2: 8.
- 8:18Speaker 2: 10. Welke is de weg?
- 8:20Speaker 2: 6. Heel goed. Komt de volgende 4, 6, 10. Welke
- 8:29Speaker 2: is de weg?
- 8:31Speaker 1: 2 zijn er weg. Welke dan?
- 8:34Speaker 1: 2 en
- 8:37Speaker 2: 8. Oh, dit was een hele moeilijke. Ik hoop dat
- 8:40Speaker 2: jij het ook goed hebt gedaan. En een hele lastige
- 8:43Speaker 2: was dit maar een maar goed spel.
- 8:47Speaker 1: Waar is de post? Waar is de post? Waar is
- 8:51Speaker 1: de
- 8:52Speaker 2: post? Hier is de post. Hier is de post. Oké, Myrthe.
- 8:57Speaker 2: Ik heb heel wat post gekregen. Dan begin ik eventjes
- 9:00Speaker 2: met een berichtje van Sascha. Sasha is 4.
- 9:03Speaker 2: En zij houdt heel erg van eenhoorns. My hou jij
- 9:07Speaker 2: ook van eenhoorns? Ja. En hoe ziet een eenhoorn er
- 9:10Speaker 2: dan uit? Heel
- 9:11Speaker 1: mooi met een hoorn en hele mooie man.
- 9:18Speaker 2: Wat voor man?
- 9:19Speaker 2: Regenboog? Regenboogmanen.
- 9:22Speaker 1: Ja, en en een regenboogstaart.
- 9:24Speaker 2: O, dat is leuk. Oké, nou, dank je wel, Sascha,
- 9:28Speaker 2: voor je berichtje. Dan kreeg ik ook nog een berichtje
- 9:30Speaker 2: van Sharon. Sharon is een mama van een tweeling. En
- 9:36Speaker 2: zij zegt onze tweeling van drie jaar oud stond weer
- 9:38Speaker 2: te springen toen ze te horen kregen dat er weer
- 9:40Speaker 2: een nieuwe aflevering was. Hé, dat is leuk. Lekker staan springen.
- 9:44Speaker 2: De vraag van hun aan jullie is Zijn jullie ook
- 9:48Speaker 2: zo gek op kerst?
- 9:49Speaker 2: Wat vinden jullie het leukste? Wij slapen namelijk al in
- 9:53Speaker 2: een kerstpyjama. Zoo Zoo, dan ben je er vroeg bij. Myrthe.
- 9:57Speaker 2: Hou jij van kerst? Ja. Ja, hè? Ja. Wij vinden
- 10:00Speaker 2: kerst ook heel erg leuk.
- 10:01Speaker 1: Weet je wat ik zo leuk vind aan kerst? Nou,
- 10:04Speaker 1: om de boom te versieren en en om cadeautjes te krijgen.
- 10:09Speaker 2: O, maar dat weet je nooit of de cadeautjes onder
- 10:11Speaker 2: de kerstboom liggen, toch? El. O, die liggen er wel? Ja,
- 10:14Speaker 2: die liggen er altijd. O, de MacB deals. Elk jaar.
- 10:17Speaker 2: En um ik vind het vooral zo gezellig dat je
- 10:20Speaker 2: met elkaar bij de kerstboom zit. en dan heel lekker
- 10:24Speaker 2: vaak kan eten en gewoon gezellig
- 10:26Speaker 2: er met elkaar bent vooral. Dat vind ik het leukste
- 10:28Speaker 2: aan kerst. Dus wij gaan zeker ook wel een aflevering
- 10:31Speaker 2: maken met kerst. Maar eventjes geduld, want dat duurt nog eventjes.
- 10:35Speaker 2: um Maar die komt er zeker weten aan. Ik had
- 10:39Speaker 2: nog een berichtje van Lisa en Lisa zegt dat ze
- 10:41Speaker 2: ook naar het bos is geweest, Myrthe. In de vorige
- 10:44Speaker 2: aflevering hadden we het natuurlijk over de herfst. En Lisa
- 10:46Speaker 2: had ook een kabouterpad. Alleen heeft zij maar drie kabouters
- 10:50Speaker 2: kunnen vinden. Hm, misschien zijn andere kaboutertjes weggelopen dan.
- 10:54Speaker 2: Ah, dat kan niet. Nee. Maar ja, bij ons in
- 10:57Speaker 2: het bos zaten heel veel kabouters. en misschien in een
- 10:59Speaker 2: ander bos zitten wat minder kabouters. Maar sowieso leuk om
- 11:02Speaker 2: in het bos rond te lopen, want je ziet heel veel.
- 11:04Speaker 2: Dus ik ben benieuwd of jij ook zoveel mooie dingen
- 11:06Speaker 2: hebt gezien. Lisa, leuk, dank je wel voor je berichtje.
- 11:09Speaker 2: En dan kreeg ik nog een berichtje van Jelte.
- 11:13Speaker 2: En Jelte stuurt Oi, Myrthe, ik ben 5 jaar oud.
- 11:16Speaker 2: Onderweg naar zwemles luister ik altijd naar de kleuterpodcast. Ook
- 11:20Speaker 2: als we weer terug gaan, luister ik. Ik vind het
- 11:23Speaker 2: heel leuk en soms luister ik ook zelfs thuis. Willen
- 11:25Speaker 2: jullie een keer praten over speelgoed of over Lego? Groetjes, Jelte.
- 11:29Speaker 2: Maar sowieso hartstikke leuk dat jij ook op zwemles zit.
- 11:32Speaker 2: Ik denk dat je dan de
- 11:33Speaker 1: podcast. En um de podcast over Lego gaan we sowieso doen,
- 11:37Speaker 1: want ik hou heel erg van
- 11:38Speaker 2: Lego. Nee joh, jij houdt helemaal niet van Lego. D. O.
- 11:42Speaker 2: Daar gaan we zeker weten een podcast over Leg maken.
- 11:45Speaker 1: En die speelgoed over speelgoed. Die heb ik ook. Die
- 11:49Speaker 1: vind ik ook heel goed bedacht.
- 11:51Speaker 2: Ja. En sowieso leuk. Als je onderweg naar de zwemles luistert,
- 11:55Speaker 2: dan zou je ongetwijfeld de podcast over zwemles ook gehoord hebben.
- 11:59Speaker 2: Dank je wel voor je berichtje, Jelte. Dan had ik
- 12:01Speaker 2: nog een berichtje van uh van Amelie.
- 12:03Speaker 2: En Amelie die schrijft Hoi Myrthe, ik ben Amelie en
- 12:07Speaker 2: ik vind je podcast heel erg leuk. Ik luister iedere
- 12:09Speaker 2: week naar de podcast. Hou jij ook zo van sprookjes? Myrthe. Ja. Ja.
- 12:15Speaker 2: Dat is ook erg leuk, he, sprookjes. Ja.
- 12:17Speaker 1: Maar een paar sprookjes vind ik een beetje
- 12:20Speaker 2: eng. Ja, sommigen zijn een beetje eng. Dat snap ik wel, he.
- 12:23Speaker 2: Want sommige sprookjes zijn heel leuk en vaak heel mooi.
- 12:25Speaker 2: Maar sommige zijn wel ergens een beetje eng, soms. Ja. Ja,
- 12:29Speaker 2: maar sowieso ook een leuk idee. Ja. Myrthe, ik denk
- 12:32Speaker 2: dat we aan het einde zijn gekomen van de kleuterpodcast.
- 12:35Speaker 2: Volgende keer Myrthe, gaan we het ergens over hebben waar
- 12:38Speaker 2: we heel veel berichtjes van hebben gekregen. Ik denk dat
- 12:40Speaker 2: dit misschien naast dinosaurussen
- 12:43Speaker 2: het meest is aangevraagd. Waar gaan we het over hebben?
- 12:46Speaker 1: Over superhelden.
- 12:48Speaker 2: Oh. Ik ben heel erg benieuwd hoe we dat gaan doen.
- 12:52Speaker 2: Ik zeg uh tot de volgende keer. Tot de volgende keer. Doei.