Latest / Kleuter Podcast / KAPPER | Kleuterpodcast #49
Transcript
- 0:00Speaker 1: Welkom bij een nieuwe kleuterpodcast. Ja,
- 0:04Speaker 2: welkom bij een nieuwe kleuterpodcast. Myrthe. Waar gaan we het
- 0:07Speaker 2: vandaag over hebben?
- 0:08Speaker 1: Over
- 0:09Speaker 2: de
- 1:02Speaker 2: Zo, we gaan het vandaag over de kapper hebben. Myrthe.
- 1:05Speaker 2: Ben jij wel eens bij de kapper geweest? Ja. Wat
- 1:08Speaker 2: doet de kapper dan een beetje?
- 1:09Speaker 1: Die knipt soms je haar als het te lang is geworden.
- 1:15Speaker 1: En die was ook soms. Die wast ook soms je
- 1:19Speaker 1: haar af
- 1:20Speaker 1: voordat hij je haar gaat knippen.
- 1:22Speaker 2: Ja, dat klopt inderdaad. En hoe vind je het om
- 1:25Speaker 2: naar de kapper te gaan? Leuk. Ja. Ik vind. Ik
- 1:29Speaker 2: moet heel eerlijk zeggen. Als ik zelf naar de kapper ga,
- 1:31Speaker 2: vind ik ook altijd leuk. Maar als jij met mama
- 1:34Speaker 2: naar de kapper gaat,
- 1:36Speaker 2: ben ik toch altijd een beetje bang dat de kapper
- 1:38Speaker 2: net te veel van jouw mooie haren wegknipt. Ja,
- 1:40Speaker 1: maar dan kom ik toch wel super met mooi met
- 1:44Speaker 1: supermooie haren thuis. Want dan heeft de kapper m elastiekje
- 1:49Speaker 1: eruit gehaald. En dan mag ik kiezen wat ik dan
- 1:52Speaker 1: in m'n haar wat ik
- 1:53Speaker 1: heb er dan in mijn haar gaan maken. En meestal
- 1:56Speaker 1: kies ik dan wel een vlechtje.
- 1:58Speaker 2: Ja, volgens mij vorige keer zelfs een hele mooie Elsavlecht. Ja,
- 2:03Speaker 1: vorige keer waren dat twee kleintjes, maar die waren nog
- 2:06Speaker 1: best lang. Ja.
- 2:08Speaker 2: Dus eigenlijk, als je van de kapper komt, kom je
- 2:10Speaker 2: met prachtig haar terug. Ja.
- 2:12Speaker 2: Waarom moet je je haar eigenlijk knippen? Als
- 2:14Speaker 1: het dan te lang komt, anders komt het helemaal tot
- 2:17Speaker 1: je knieen.
- 2:19Speaker 2: Ja, als je je haar niet knipt, dan komt het
- 2:21Speaker 2: op een gegeven moment komt het gewoon bijna tot de
- 2:22Speaker 2: grond zelfs. Ja. Dus dan is het wel handig inderdaad.
- 2:25Speaker 2: Net als Rapunzel. Net als Rapunzel. Wie was Rapunzel dan?
- 2:28Speaker 2: Dat moet je eens even vertellen.
- 2:29Speaker 1: De
- 2:30Speaker 1: prinses met heel lang haar. Want die heeft echt haar.
- 2:34Speaker 1: Die staat dan in een toren. En dan raakt als
- 2:38Speaker 1: haar haar nog uit het raam gaat, dan raakt haar
- 2:42Speaker 1: haar zelfs de grond.
- 2:44Speaker 2: Die is heel lang niet naar de kapper geweest, denk ik. Ja.
- 2:48Speaker 2: En. Wat voor. Wat heeft de kapper dan allemaal voor
- 2:50Speaker 2: spullen
- 2:53Speaker 1: om haar te knippen. En een föhn. Een schort ook nog.
- 3:00Speaker 2: Ja. Je hebt er altijd zo'n schort inderdaad. En wat?
- 3:03Speaker 2: Wat moet je met zo'n schort dan? Dan
- 3:05Speaker 1: komen de haartjes niet zo kriebelen.
- 3:08Speaker 1: of in je schui. Ja.
- 3:11Speaker 2: Dus dan krijg je zo een schort om. En vaak
- 3:13Speaker 2: krijg je dan ook nog iets om je nek. Heb
- 3:14Speaker 2: je dat ook wel eens even een papiertje om mijn nek.
- 3:16Speaker 2: Om te zorgen dat de haren echt niet in mijn
- 3:19Speaker 2: shirt vallen. Ik
- 3:20Speaker 1: heb dat niet. Nee. Want ik ben al. Ik ben
- 3:23Speaker 1: nog klein. Dus bij mij komt het schort langer tot
- 3:28Speaker 1: mijn voeten.
- 3:29Speaker 2: Je hebt gewoon een hele grote jurk daaraan. Ja. Ja,
- 3:32Speaker 2: dat
- 3:32Speaker 1: lijkt het een soort van. Maar dan komt het niet
- 3:35Speaker 1: helemaal tot mijn rug.
- 3:37Speaker 2: Je zei de kapper. Die heeft dus een zo'n schort.
- 3:41Speaker 2: En dan een schaar en een föhn. Ja.
- 3:44Speaker 1: En ook nog elastiekjes.
- 3:46Speaker 2: Ja. En ik denk ook een kam of een borstel. Ja.
- 3:50Speaker 2: En er is nog iets. Maar ik kan me voorstellen
- 3:52Speaker 2: dat dat de kapper dat bij jou niet gebruikt. Bij
- 3:54Speaker 2: mij gebruikt hij dat wel eens. Gel, gel. Sowieso. Ja,
- 3:58Speaker 2: maar er is ook een apparaatje. En dat apparaatje, dat
- 4:01Speaker 2: klinkt ongeveer zo.
- 4:04Speaker 1: O, zo'n ding dat je zo. Hoe heet dat?
- 4:10Speaker 2: Ja. Dat is een goede vraag. Zal ik je vertellen
- 4:11Speaker 2: hoe dat heet? Ja. Weet je wat je ermee doet?
- 4:15Speaker 1: Ja. Dan scheur je zo wat bij jouw onderhekje zit.
- 4:19Speaker 1: Mi stoppels. Ja, dan scheur je dat.
- 4:23Speaker 2: Ja, ik heb geen baard in haar. Ik heb wel
- 4:25Speaker 2: stoppels inderdaad.
- 4:27Speaker 2: scheer. Ja, maar de kapper die scheert niet mijn baard,
- 4:30Speaker 2: of die scheert niet mijn stoppels weg. Nee, je haar? Nee.
- 4:34Speaker 2: Bij mij zijn het meestal alleen de kantjes een beetje.
- 4:37Speaker 2: Maar dat scheert hij weg met een apparaatje. En weet
- 4:39Speaker 2: je hoe dat apparaatje heet? Nee. Een ton deuze. Een
- 4:42Speaker 2: ton Wat is? Een ton deuze.
- 4:46Speaker 2: Zo heet dat, een tondeuze.
- 4:48Speaker 2: En zeker bij mensen die helemaal geen haar hebben, dan
- 4:51Speaker 2: uh gebruikt hij de tondeus op het hele haar om
- 4:54Speaker 2: te zorgen dat het gewoon lekker glad is. Myrthe, wij
- 4:56Speaker 2: doen thuis ook sowieso onze haren altijd. Jij zei net
- 5:01Speaker 2: al Jij hebt gel. Ik doe altijd een beetje gel
- 5:03Speaker 2: in mijn haar inderdaad.
- 5:04Speaker 2: En bij jou doen we maken we meestal een mooie
- 5:06Speaker 2: staart of een vlecht of een knot. Behalve als ik
- 5:10Speaker 2: het moet doen, dan doe ik soms ook nog wel
- 5:12Speaker 2: eens iets anders. Jij
- 5:13Speaker 1: doet altijd gekke haren.
- 5:15Speaker 2: Gekke harendag. Ja. Als ik je haren doe, dan doe
- 5:18Speaker 2: ik meestal gekke harendag. Ja, maar alleen op zondag. Ja,
- 5:21Speaker 2: alleen op zaterdag of zondag in het weekend inderdaad. Dan
- 5:23Speaker 2: doe ik gekke haren.
- 5:25Speaker 1: Niet op zaterdag, want dan moet ik nog naar een musicallessen.
- 5:28Speaker 1: En dat is eh veel te grappig als maar echt
- 5:31Speaker 1: zo staat.
- 5:32Speaker 2: Kan ik ook een keer doen naar de musicalles.
- 5:36Speaker 2: Maar. Wat is gekke harendag?
- 5:37Speaker 1: Dan mag je met gekke haren ergens heen. Ja.
- 5:40Speaker 2: Dan maak ik gewoon gekke haren. Dan maak ik overal
- 5:43Speaker 2: op je hoofd staarten of Knotjes, knotjes, knotjes. Overal knotjes.
- 5:48Speaker 2: Ik heb ook wel eens een unicorn van je gemaakt. Ja.
- 5:51Speaker 2: Gewoon aan de voorkant een hele grote staart.
- 5:54Speaker 2: Gekke harendag.
- 5:55Speaker 1: Ik had een keer gekke harendag op school gehad.
- 5:58Speaker 2: Ja, dat is waar. En toen was ik niet eens je.
- 6:01Speaker 2: En toen kon ik niet eens je haren doen.
- 6:02Speaker 1: Nee, mijn mama had echt zulke gebeien op m'n hoofd
- 6:06Speaker 1: gemaakt toen.
- 6:07Speaker 2: Superleuk om gekke harendag te doen. Myrt, ik denk dat
- 6:11Speaker 2: het tijd is voor een spelletje. Ja.
- 6:13Speaker 2: En het spelletje van vandaag, Myrthe. Dat heeft te maken
- 6:16Speaker 2: met kleuren. Want weet je wat de kapper ook altijd doet?
- 6:19Speaker 2: Die kleurt
- 6:20Speaker 1: soms je haar.
- 6:21Speaker 2: Ja, bij sommige mensen kleurtie je haar. Ik ga niet verklappen,
- 6:24Speaker 2: maar iemand hier in huis kleurt de haren ook. En
- 6:27Speaker 2: ik ben het niet. Jij bent het ook niet. En
- 6:29Speaker 2: je zusje is het ook niet. Nee. Wie het wel is,
- 6:30Speaker 2: verklap ik niet. Daarom. um Maar er is dus iemand
- 6:35Speaker 2: die ook wel eens de haar kleurt bij de kapper.
- 6:38Speaker 2: En dat doen veel meer mensen. Die gaan wel eens
- 6:40Speaker 2: naar de kapper toe. En dan geeft de kapper je
- 6:42Speaker 2: haren een ander kleurtje. Ja. En ik dacht We hebben
- 6:45Speaker 2: nog helemaal geen spelletje ooit gedaan volgens mij met kleur.
- 6:48Speaker 2: Nee. Dus ik dacht We doen eventjes een spelletje met kleuren.
- 6:53Speaker 2: En dat gaat als volgt Ik zeg waar jouw haarkleur
- 6:57Speaker 2: op lijkt die de kapper gaat kleuren. En jij vertelt
- 7:00Speaker 2: de kleur. Dus bijvoorbeeld, dan zeg ik jouw haren krijgen
- 7:04Speaker 2: de kleur van de lucht. Welke haarkleur krijg je dan? Blauw.
- 7:09Speaker 2: Zou je blauwe haren willen? Nee. Nee, oké, maar dan
- 7:13Speaker 2: is het tijd om het spelletje te spelen. Oké, Myrthe,
- 7:16Speaker 2: jij gaat in een stoel zitten en de kapper geeft
- 7:19Speaker 2: jouw haren dezelfde kleur als een aardbei.
- 7:23Speaker 2: Welke kleur krijg jij haar? Gut.
- 7:26Speaker 2: Je mag weer in de stoel gaan zitten, Myrthe. Want
- 7:29Speaker 2: dat rood, dat staat je toch niet zo goed.
- 7:31Speaker 2: Jouw haren krijgen dezelfde kleur als het gras. Groen.
- 7:39Speaker 2: Nu krijgen jouw haren dezelfde kleur als een sinaasappel.
- 7:43Speaker 1: Oranje.
- 7:46Speaker 2: Nu krijgen jouw haren dezelfde kleur als een banaan.
- 7:52Speaker 2: Geel.
- 7:54Speaker 2: Myrthe, de nieuwe kleur van jouw haar wordt dezelfde kleur
- 7:57Speaker 2: als het gras. Groen
- 8:01Speaker 2: nu als een flamingo.
- 8:04Speaker 1: Oh. Dat vond ik echt wel een mooie
- 8:07Speaker 2: kleur. Ja. Vind je dat ook mooi voor je haren? Ja.
- 8:10Speaker 2: En nu krijgen jouw haren dezelfde kleur als chocolade.
- 8:14Speaker 2: Bin.
- 8:16Speaker 2: En nu krijgen jouw haren dezelfde kleur als de sneeuw. Wit. Ja,
- 8:23Speaker 2: heel goed. En uh Myrthe. Tot slot krijgt jouw haar
- 8:28Speaker 2: dezelfde kleur als de zon. Geel.
- 8:33Speaker 2: Heel goed, inderdaad. Dat stond me eigenlijk het mooiste. Dat
- 8:35Speaker 2: stond jou het mooiste. Ja, jij hebt geel haar of
- 8:38Speaker 2: eigenlijk een beetje blond haar. Noem je dat?
- 8:40Speaker 1: Ja, maar ik vind roze toch wel mooier.
- 8:42Speaker 2: Roze vond je toch wel mooier. En welke kleur zou
- 8:45Speaker 2: ik dan moeten hebben voor mijn haar? Groen. Groen. Ja,
- 8:50Speaker 2: dan lijk ik op een meloen. Ha.
- 8:55Speaker 1: Waar is de post? Waar is de post? Goeie vraag.
- 8:59Speaker 1: Waar is de post? Goeie vraag. Waar is de post?
- 9:02Speaker 2: Hier is de post. Waar is de post? Hier is
- 9:07Speaker 2: de post Myrthe. Ik heb heel veel post binnen weer.
- 9:11Speaker 2: En we gaan er een paar weer behandelen. Zo kreeg
- 9:14Speaker 2: ik eerst eventjes een berichtje. En die ging over de
- 9:17Speaker 2: podcast van vorige keer.
- 9:18Speaker 2: En daar schrijft iemand wat mooi vertelt Myrthe. Ik vind
- 9:22Speaker 2: je heel lief en je bent ook mijn beste vriendin,
- 9:25Speaker 2: namens Bobby. Nou, dat is lief, he? Ja. Het ging
- 9:28Speaker 2: over het verhaal over de zieken over het ziekenhuis. En
- 9:30Speaker 2: inderdaad jouw beste vriendin Bobby, die lag in het ziekenhuis. Ja.
- 9:34Speaker 2: En nou is ze een heel lief berichtje teruggestuurd. Nee.
- 9:36Speaker 2: Maar het gaat gelukkig alweer een stukje beter met Bobby. Ja. Ja.
- 9:39Speaker 1: Ze kan wel weer een beetje lopen. Maar dat gaat
- 9:43Speaker 1: nog niet zo heel goed. Want nu zit ze als
- 9:46Speaker 1: ze gaat buiten spelen nog in een rolstoel.
- 9:49Speaker 2: Ja, maar goed, kleine stapjes. Ja. Even kijken. Dan kreeg
- 9:52Speaker 2: ik nog een berichtje van June. Hoi, ik ben June
- 9:55Speaker 2: en ik woon in Amsterdam. Ik vind jullie podcast superleuk.
- 9:57Speaker 2: Ik luister hem heel veel. Ik speel vaak brandweer. Ik
- 10:00Speaker 2: word later brandweerman.
- 10:02Speaker 2: En dan ga ik op een ladderwagen werken. Zouden jullie
- 10:06Speaker 2: een aflevering kunnen maken over de brandweer. Groetjes June? Die
- 10:09Speaker 2: hebben we ook nog niet, hè, Myrthe. Nee. Nee. Kunnen
- 10:12Speaker 2: we ook even een keertje naar kijken. De brandweer. Ja.
- 10:14Speaker 2: Wat voor geluid maakt de brandweer? Dat
- 10:18Speaker 2: Ja.
- 10:19Speaker 2: Ja
- 10:20Speaker 2: Dan nog een berichtje van Otis. Hoi Myrthe en vader
- 10:26Speaker 2: van Myrthe. Wist je dat ze in Frankrijk heel veel
- 10:29Speaker 2: slakken eten. Dat heet escargot. Lieve groetjes van Otis, 4 jaar.
- 10:35Speaker 2: Trouwe luisteraar van de kleuterpodcast. Nou, Otis, dank je wel
- 10:38Speaker 2: voor je berichtje. Wist je dat Myrthe, dat ze heel
- 10:41Speaker 2: veel slakken aten in Frankrijk? Nee. Ja, ze eten daar slakken.
- 10:44Speaker 2: En dat heet escargot. Inderdaad. Ik heb het wel eens
- 10:46Speaker 2: gegeten met een beetje knoflooksausje. Heerlijk.
- 10:50Speaker 2: Je trekt een gezicht.
- 10:54Speaker 2: Moet je niet aan denken. Nee. Nee Nee. Nee, geen
- 11:00Speaker 2: slakken voor Myrthe. Oké. Nou, je weet wat ik heb gezegd.
- 11:03Speaker 2: We proeven het altijd eerst.
- 11:05Speaker 1: Ja, maar mij lijkt het wel echt niet lekker.
- 11:07Speaker 2: Nou, het is wel lekker, hoor. Dan slijmerige
- 11:11Speaker 1: slakken dan.
- 11:12Speaker 2: Ja. Het zijn wel andere slakken dan die we hier hebben.
- 11:14Speaker 2: Volgens mij.
- 11:15Speaker 1: Verkopen ze die dan in Nederland.
- 11:17Speaker 2: Ja. Ik ga. Ik zal het je een keertje laten zien.
- 11:21Speaker 2: Dan kreeg ik nog een berichtje van Parker. Hai Parker,
- 11:25Speaker 2: vijf jaar luistert iedere week aandachtig naar jullie mooie verhalen.
- 11:30Speaker 2: Hij zou graag een aflevering willen horen over ridders en kastelen.
- 11:33Speaker 2: Parker vindt jullie podcast superleuk. Ga zo door. um Myrthe,
- 11:38Speaker 2: volgens mij hebben wij een podcast gemaakt over prinsen en prinsessen.
- 11:43Speaker 2: Daar hebben we het ook over ridders en kastelen. Maar
- 11:46Speaker 2: echt een podcast over ridders en kastelen hebben we nog niet.
- 11:49Speaker 2: Dus zullen we die even op het lijstje ook schrijven? Ja.
- 11:52Speaker 2: Ga ik doen. Jij bent ook pas in een kasteel geweest, toch,
- 11:54Speaker 2: met mama. Ja. Dat was heel cool, toch? Ja.
- 11:57Speaker 1: Toen deed ik een speurtocht. Dus
- 11:59Speaker 2: daar kunnen we zeker wel wat over gaan vertellen.
- 12:01Speaker 1: Maar jij was daar niet bij, dus jij weet het.
- 12:03Speaker 2: Ik weet het niet. Dus jij moet het mij gaan
- 12:05Speaker 2: leren dan? Ja. Ja.
- 12:06Speaker 1: Maar dan moet je ook wel soms een beetje stil zijn.
- 12:10Speaker 2: O ja, nu praat ik te veel. Zeker. We
- 12:13Speaker 1: zijn niet in een
- 12:14Speaker 2: kasteelhal. O, in het kasteel moet je stil zijn. Ja.
- 12:17Speaker 2: Ik dacht in de podcast moet ik stil zijn.
- 12:20Speaker 2: um OK, Myrthe, dan kreeg ik nog een berichtje van Morris,
- 12:24Speaker 2: Fedor en Filou. En die schreven een heel leuk berichtje.
- 12:29Speaker 2: Dat ging nog over de kerstpodcast. En zij schrijven liever
- 12:32Speaker 2: Myrthe en papa van Myrthe. Wij zijn Morris, Fedor en
- 12:35Speaker 2: Filou en wij vonden het kerstverhaal prachtig.
- 12:38Speaker 2: We hebben het zeker al tien keer geluisterd. Knap verteld hoor, Myrthe.
- 12:42Speaker 2: Ook vinden wij de superheldenflevering heel leuk, vooral als jullie
- 12:45Speaker 2: gaan vliegen. Maar eigenlijk vinden we iedere podcast leuk. We
- 12:49Speaker 2: luisteren altijd in de auto en meestal mogen we de
- 12:51Speaker 2: podcast nog afluisteren in de auto als we er al zijn.
- 12:55Speaker 2: Veel groetjes, Moris, Fedor en Filou. Dat is een lief berichtje, Myrthe.
- 13:00Speaker 1: Ja, ik vind het leuk dat jullie kerstverhaal zo leuk vonden.
- 13:04Speaker 2: Ja, dat vind ik ook leuk, Myrthe. Want dat waren
- 13:07Speaker 2: toch mooie verhalen, toch? Ja. Ik vind het stiekem ook
- 13:10Speaker 2: wel heel leuk dat ze in de auto mogen blijven luisteren.
- 13:12Speaker 2: als ze er al zijn, om de podcast af te horen. Ja.
- 13:15Speaker 2: En dan kreeg ik nog een berichtje van Lou.
- 13:17Speaker 2: Hoi, Myrthe en papa. Ik vind de podcast heel leuk
- 13:20Speaker 2: en ik heb alle afleveringen al geluisterd. De aflevering van
- 13:23Speaker 2: Koningsdag vond ik het leukst omdat Myrthe zei Papa, wat
- 13:26Speaker 2: heb je een gekke hoed op? Ja, ik had inderdaad
- 13:28Speaker 2: een gekken hoed op. Myrthe mag ook op mijn verjaardagsfeestje komen.
- 13:32Speaker 2: Ik ben heel benieuwd welke taart jij lekker vindt. En
- 13:34Speaker 2: ik zou graag een aflevering hooren over feestjes. Liefs van
- 13:38Speaker 2: Lou en mama. Nou, welke taart vind jij lekker Myrthe?
- 13:41Speaker 2: Ben ik ook wel benieuwd naar.
- 13:43Speaker 2: Dat weet ik niet. Wat vind jij de lekkerste taart?
- 13:45Speaker 2: Ik denk een taart met veel slagroom.
- 13:47Speaker 1: Ja, en ook met plaatjes erop.
- 13:50Speaker 2: Een taart met plaatjes erop en veel slag om. Ja. Oké. Nou,
- 13:54Speaker 2: dan ga ik dat even goed onthouden. Voor als ik
- 13:57Speaker 2: een keer een taart voor jou moet maken. Meer zeg
- 13:59Speaker 2: ik nog niet. Daarom. Ja, dat ga ik niet vertellen.
- 14:02Speaker 2: En ga ik niet verklappen.
- 14:04Speaker 2: Myrthe. We zijn aan het einde gekomen van de kleuterpodcast.
- 14:07Speaker 2: Niet voordat we hebben gezegd dat als jij een berichtje
- 14:10Speaker 2: wil achterlaten, dan kan dat via onze website. En dat
- 14:12Speaker 2: is www.kleuterpodcast.nl of via onze Instagram. En dat is @
- 14:18Speaker 1: kleuterpodcast.
- 14:20Speaker 2: Myrthe, volgende keer. Waar gaan we het volgende keer over hebben?
- 14:25Speaker 2: Over liefde. Ja, we gaan het hebben over de liefde,
- 14:28Speaker 2: want er komt een speciale dag aan Valentijnsdag.
- 14:33Speaker 2: Daarom gaan we het hebben over de liefde. Ja. En
- 14:36Speaker 2: wat dat allemaal is, dat hoor je de volgende keer wel. Myrthe,
- 14:39Speaker 2: heel veel liefs en ik spreek je de volgende keer weer.
- 14:42Speaker 2: Dank je wel
- 14:42Speaker 1: voor het luisteren. Tot
- 14:45Speaker 1: Doei.