Latest / Kleuter Podcast / Koningsdag | Kleuterpodcast #13
Transcript
- 0:00Speaker 1: Papa. Je ziet er gek uit. Hoezo zie ik er
- 0:02Speaker 1: gek uit. Omdat je je hoed op hebt. Wat voor
- 0:06Speaker 1: hoed heb ik op Koningshoed. Dat komt omdat er bijna
- 0:09Speaker 1: iemand jarig is. Myrthe.
- 0:11Speaker 1: De koning. Ja, en daarom gaat deze podcast over.
- 0:17Speaker 2: komt bij de stoere kleuterclub.
- 0:21Speaker 2: moet nou toch.
- 0:24Speaker 2: En hoe verdampt een regendru? Myrthe en haar papa hebben
- 0:28Speaker 2: zoveel vrouwen.
- 0:35Speaker 2: uw verhaal.
- 0:41Speaker 2: voor alle
- 0:50Speaker 2: het zoveel!
- 0:53Speaker 1: zijn we weer met een nieuwe kleuterpodcast. Deze keer gaat
- 0:57Speaker 1: gaat het over Koningsdag. Hoehoe feest met oranje slingers. En
- 1:03Speaker 1: weet je wat we erbij eten, Myrthe Tompsen. Ja, een tompoes. Oh, lekker.
- 1:09Speaker 1: Moeten we nog langs onze leven zingen voor de koning? Nee, jongen.
- 1:12Speaker 1: We moeten het foklied zingen. O ja, het Wilhelmus.
- 1:25Speaker 1: Nou, daar ga ik straks mijn best op doen dan.
- 1:28Speaker 1: Wat doen we eigenlijk met Koningsdag? Myrthe Spullen verkopen. Ja, Ja.
- 1:33Speaker 1: Meestal gaan we spullen verkopen. Inderdaad. Want wat is er
- 1:35Speaker 1: op Koningsdag? Kan je dat uitleggen? Ik weet het niet. Nou,
- 1:40Speaker 1: het hele land viert feest. Want de koning is jarig.
- 1:42Speaker 1: De koning van het land is jarig. Ja. En dan
- 1:46Speaker 1: zijn er overal leuke dingen te doen. Dus je hebt
- 1:48Speaker 1: bijvoorbeeld de kermis. Maar je mag ook overal op een
- 1:52Speaker 1: kleedje zitten en dan je spullen verkopen. Ja.
- 1:55Speaker 1: Wij hebben deze keer rommelmarkt. Ja. Dus hierbij maken wij reclame.
- 1:59Speaker 1: Kom we gezellig langs om wat te kopen bij ons. Ja.
- 2:02Speaker 1: En wat doe je dan op zo'n kleedje Mte? Wat
- 2:03Speaker 1: voor spulletjes gaan we onder andere verkopen? Weet je dat? Speelgoed. Ja,
- 2:07Speaker 1: heel veel speelgoed wat we wat we niet meer gebruiken.
- 2:09Speaker 1: Waar jij niet meer mee speelt. of waar je zusje
- 2:11Speaker 1: niet meer mee speelt, hè.
- 2:12Speaker 1: Dat gaan we verkopen. Ja. Kan je nog andere dingen
- 2:15Speaker 1: ook doen met de Koningsdag. En bij een kleedje zitten.
- 2:18Speaker 1: En dan. En dan kan je ook als vragen of
- 2:22Speaker 1: mensen aan het einde dan nog een spelletje willen spelen. Ja,
- 2:26Speaker 1: bij sommigen kan je inderdaad een spelletje spelen. Ja, en
- 2:28Speaker 1: bij ons wel. Ja. Bij ons kan je ook een
- 2:30Speaker 1: spelletje spelen. Wij gaan blikken gooien, hè? Bij ons kan
- 2:33Speaker 1: je blikken gooien. Dat heb jij vorig jaar zelf gedaan
- 2:35Speaker 1: op Koningsdag. En dat vond je zo leuk dat we
- 2:38Speaker 1: dat dit jaar weer gaan doen. Onder het motto blikkendag.
- 2:44Speaker 1: die gaat armbandjes verkopen. Ja, jouw goede vriendin Hanna, die
- 2:49Speaker 1: gaat inderdaad armbandjes maken.
- 2:51Speaker 1: Hanna is al iets ouder. En die gaat armmandjes maken.
- 2:54Speaker 1: Die is al 13. Ja, die is al 13. En
- 2:56Speaker 1: die gaat armmandjes verkopen. Ja. Ja. En kettingen. En kettingen.
- 3:00Speaker 1: Sieraden vooral. Sieraden heet dat inderdaad. Ja, zij gaat sieraden verkopen.
- 3:05Speaker 1: Zo noem je dat. Goed dat je dat weet. En
- 3:07Speaker 1: sommige kinderen die gaan een liedje zingen of een instrument spelen.
- 3:10Speaker 1: En dan kan je ze een centje geven als ze
- 3:12Speaker 1: dat aan het spelen zijn. Of je
- 3:15Speaker 1: kan grabbelen. Ja. O, wat is dat dan? Dat moet
- 3:18Speaker 1: je eens effe uitleggen dan. Ah, heb je grafbaton en
- 3:21Speaker 1: dan moet je wat grabbelen. En dan. En dan pak
- 3:24Speaker 1: je het uit. En dan heb je iets gegrabbeld. Maar
- 3:27Speaker 1: wat is grabbelen dan? Voelen? Ja, dan moet je met
- 3:30Speaker 1: je hand in een bak. En vaak zit er dan
- 3:32Speaker 1: allemaal een krantenpapier of zo zit erin. Maar er zitten
- 3:35Speaker 1: tussen die die papiertjes zit ook een prijsje. En dan
- 3:39Speaker 1: kan je grabbelen en dan kan je een prijs winnen. Ja. Nou,
- 3:41Speaker 1: die kunnen we ook nog wel erbij maken. Dat is
- 3:43Speaker 1: wel eigenlijk leuk. Ja.
- 3:45Speaker 1: Als je nou aan Koningsdag denkt. Hoe ziet iedereen eruit
- 3:49Speaker 1: met Koningsdag? Eh, Oranje kleren. Ja, iedereen heeft oranje kleren.
- 3:53Speaker 1: Ik heb nu een oranje hoed op en mijn microfoon
- 3:55Speaker 1: is ook oranje. En wat heb jij op je hoofd?
- 3:57Speaker 1: Een hoed. Een oranje hoed. Ja. Waarom is het eigenlijk
- 4:01Speaker 1: oranje als de koningin jarig is? Weet ik ook niet.
- 4:04Speaker 1: De koning die heet van zijn achternaam van Oranje Nassau.
- 4:08Speaker 1: Dus daar zit Oranje in. Dus
- 4:09Speaker 1: koning Willem-Alexander van Oranje Nassau. Dus omdat daar oranje in zit,
- 4:13Speaker 1: is onze kleur oranje. Maar bijvoorbeeld als het Nederlands elftal speelt,
- 4:17Speaker 1: welke kleur is het dan? Oranje. Ja, ook Oranje. Dat
- 4:20Speaker 1: komt omdat het een beetje de kleur is van Nederland.
- 4:23Speaker 1: En van de regenbouw. En hij zit ook eens ziek
- 4:26Speaker 1: in de regenbouw. En gelijk als tweede kleur rood, oranje, geel, groen, blauw, paars. Nou, hier.
- 4:35Speaker 1: de koning is, hè? Wat zou je dan kunnen geven?
- 4:38Speaker 1: Weet ik niet. Een brief aan den koning schrijver. En
- 4:46Speaker 1: wat zou er dan, dat is ook een goed idee.
- 4:47Speaker 1: En wat zou er dan in die brief staan? Gefeliciteerd
- 4:51Speaker 1: met je verjaardag. Het hele landt feest. En jij zeker ook. Oh,
- 4:58Speaker 1: dat is een hele goeie brief. Ik denk dat je
- 5:00Speaker 1: dat een hele leuke brief vindt. En wat voor tekening
- 5:02Speaker 1: zou je voor hem maken dan?
- 5:04Speaker 1: Een mooie prinsessen vind ik een heel goed idee. My
- 5:07Speaker 1: vind ik echt een heel goed idee. Hé en. Zou
- 5:10Speaker 1: je de koning ook iets willen vragen. Ik weet het niet. Ja.
- 5:15Speaker 1: Ik weet er een. Wat zou je willen vragen dan?
- 5:18Speaker 1: Hoe heet je Oh. Goeie-. Oh. Oh, sorry. Myrthe. Mijn telefoon.
- 5:23Speaker 1: Wacht even. Mijn telefoon gaat.
- 5:27Speaker 1: Oh, Myrthe. Ik krijg telefoon van de koning. Hallo, King. Ja, Nee, Majesteit,
- 5:34Speaker 1: en echt een eer om u aan de telefoon te hebben.
- 5:36Speaker 1: En fijn dat u fan bent van onze podcast. Myrthe
- 5:38Speaker 1: wilde graag weten hoe uw paleis heet.
- 5:44Speaker 1: Oké, ik ga daar naar doorgeven en een fijne verjaardag
- 5:47Speaker 1: alvast gewenst.
- 5:51Speaker 1: Nou, Myrthe, ik weet het. Zijn paleis heet Huis ten
- 5:53Speaker 1: Bosch en Paleis Noordeinde. Ha 2 namen. Twee paleizen heeft-ie. Oh.
- 6:01Speaker 1: Dus hij kan nog kiezen naar welk paleis die wil. Ja,
- 6:05Speaker 1: in Huis ten Bosch. Daar woont hij. En in Paleis Noordeinde.
- 6:08Speaker 1: Daar werkt-ie. Heb ik gewoon effe de koning aan de
- 6:11Speaker 1: telefoon gehad. Niet echt natuurlijk. P. O. Ja hoor. Ik
- 6:15Speaker 1: word weer eens niet geloofd. Nee.
- 6:18Speaker 1: En Myrthe. We hadden het net al eventjes over de
- 6:20Speaker 1: oranje tompoes. Wij zorgen altijd dat we met Koningsdag een
- 6:23Speaker 1: oranje tompoes eten, hè? Ja. Vind je die lekker? Ja.
- 6:26Speaker 1: Maar ze is ook zo een dan een klaar. Welke dan? Roze. Ja,
- 6:30Speaker 1: je hebt ze eigenlijk het hele jaar door heb je
- 6:32Speaker 1: ze in het roze. En met Koningsdag is die Oranje. O,
- 6:36Speaker 1: wij gaan straks eventjes lekker een tompoes misschien proberen te kopen. Och,
- 6:39Speaker 1: nu wel trek in.
- 6:42Speaker 1: Is het al tijd voor een spelletje. Papa? Ja zeker.
- 6:45Speaker 1: Het is tijd voor een spelletje. Een echt Koningsdagspel. En Myrthe.
- 6:49Speaker 1: Jij vertelde dat jij vorig jaar een spelletje had gespeeld
- 6:52Speaker 1: op Koningsdag. En dat je dat nog wel een keer
- 6:54Speaker 1: zou willen spelen. Ja, met de blikken. Leg het eens uit.
- 6:57Speaker 1: E blikjes gooien.
- 6:59Speaker 1: Je moest blikjes gooien. Inderdaad. Ja. Het is een soort
- 7:02Speaker 1: blikkendag dan. Dus je hebt dan een bal. Of een
- 7:05Speaker 1: soort van zak. Of een zakje. Ja. Of een pittenzakje. Pittenzakje.
- 7:10Speaker 1: En dan heb je allemaal blikken opgestapeld staan. Ja. En
- 7:13Speaker 1: die moet je proberen omver te gooien. Ja. Gaan we
- 7:16Speaker 1: dat spelen?
- 7:20Speaker 1: OK, Myrthe, we zijn uh in jouw kamer. euh Ik
- 7:23Speaker 1: heb hier eventjes op het tafeltje zet ik 3 bekertjes
- 7:27Speaker 1: naast elkaar en dan zet ik 2 bekertjes daar weer bovenop.
- 7:34Speaker 1: En dan zet ik een beker daar weer op. Dus
- 7:36Speaker 1: dan hebben we een toren van in totaal 6 bekers.
- 7:41Speaker 1: Oké. En dan heb ik een balletje hier voor jou.
- 7:43Speaker 1: Ik heb even een balletje van je zusje gepakt. En.
- 7:48Speaker 1: Dan mag jij met dat balletje mag je vanaf hier
- 7:50Speaker 1: gaan gooien naar de blikjes.
- 7:54Speaker 1: Bijna.
- 7:57Speaker 1: Nog een keertje.
- 8:01Speaker 1: O, een bekertje is om.
- 8:05Speaker 1: Oh. Dat zijn alle wegens om. Nou. Er ligt er
- 8:07Speaker 1: nog eentje. Er ligt er nog eentje. Nee. Oké, hier
- 8:10Speaker 1: heb je de bal.
- 8:13Speaker 1: Ja, wat goed. Nou zijn alle weers om. Dus heb
- 8:18Speaker 1: jij de prijs gewonnen van een echte Koningsdag tompoes. Ga
- 8:25Speaker 1: jij hem dan bouwen de toren.
- 8:30Speaker 1: Ga jij gooien. Oh ga ik gooien. Ja, dat is goed. Zo.
- 8:33Speaker 1: Je hebt een mooie toren gebouwd. En dan. Waar moet
- 8:36Speaker 1: ik gaan staan? Daar waar je staat. Oké, 1, 2.
- 8:42Speaker 1: O.
- 8:45Speaker 1: 1 2
- 8:48Speaker 1: eentje. Eentje ervan af. 1.
- 8:53Speaker 1: 2
- 8:55Speaker 1: Weer maar een er vanaf.
- 9:00Speaker 1: E 2
- 9:03Speaker 1: Nog eentje!
- 9:04Speaker 1: Allemaal om dan eentje over.
- 9:10Speaker 1: Ja. Oké, wij gaan nog eventjes dit spelletje afmaken. En
- 9:15Speaker 1: dan gaan we zo even de podcast weer afsluiten. Ja.
- 9:23Speaker 1: Nou, dat was volgens mij een heel leuk spel. En
- 9:25Speaker 1: bij Koningsdag horen sowieso allemaal oud-Hollandse spelletjes. Want je kan
- 9:30Speaker 1: bijvoorbeeld ook zaklopen en wij hebben geen zak, maar we
- 9:33Speaker 1: hebben wel een vuilniszak. En in die vuilniszak kunnen we
- 9:36Speaker 1: ook zak gaan lopen. Dat was ook een keer bij
- 9:38Speaker 1: de sportdag. Nou, daarom. Dat zijn oud-Hollandse spelletjes.
- 9:42Speaker 1: OK, Myrthe, we zijn aan het einde gekomen van de podcast.
- 9:45Speaker 1: Ik heb geleerd dat jij net als ik de oranje
- 9:47Speaker 1: tompoes wel lekker vindt. Ja.
- 9:50Speaker 1: En ik heb ook geleerd dat jij weet wat we
- 9:52Speaker 1: op een kleedje kunnen gaan verkopen. Ja. En je hebt
- 9:54Speaker 1: geleerd wat je als cadeau kan sturen naar de koning. Ja,
- 9:58Speaker 1: een mooie tekening of een leuke brief. Heel goed voor jou, Myrthe.
- 10:02Speaker 1: Dan gaan we nog eventjes naar onze eigen brievenbus. Als
- 10:05Speaker 1: je in onze brievenbus wilt komen, dan kan je even
- 10:07Speaker 1: via de website kleuterpodcast.nl. Daar kan je een berichtje achterlaten.
- 10:11Speaker 1: En dat heeft Sep ook gedaan. Sep heeft een heerlijke
- 10:14Speaker 1: matsen met suiker gegeten naar aanleiding van de podcast over
- 10:18Speaker 1: De Pasen. Ja. Heb jij er ook een gegeten, Myrthe? Ja.
- 10:21Speaker 1: Hoeveel heb je er gegeten? 6 of zo. En waren
- 10:25Speaker 1: ze lekker? Ja. Heb je hem ook met kaas op?
- 10:27Speaker 1: Een halve met kaas en een halve met suiker. En
- 10:31Speaker 1: de rest allemaal met suiker. O, en die waren lekker.
- 10:35Speaker 1: Ik vond die met suiker lekker. Ja, dat snap ik wel.
- 10:38Speaker 1: Dat snap ik wel.
- 10:39Speaker 1: En ik heb nog een mailtje binnengekregen. Een berichtje binnengekregen
- 10:42Speaker 1: in de Kuzerpraat. Brievenbus van Aron. En die schrijft Hoi
- 10:47Speaker 1: Myrthe en haar papa. Ik vind jullie podcast heel erg leuk.
- 10:50Speaker 1: En ik had zelf ook een ideetje voor een nieuwe podcast. Boeken.
- 10:54Speaker 1: Ik hou zelf heel erg van boeken en van voorlezen. Groetjes, Aaron. Nou, Myrthe,
- 10:58Speaker 1: jij houdt helemaal niet van boeken, toch? Jawel. Jij leest
- 11:01Speaker 1: nooit een boek. W. Ik hoef nooit een boek voor
- 11:03Speaker 1: te lezen.
- 11:05Speaker 1: Jij bent ook een boekenbeur, hè? Ja, dus. En ik
- 11:07Speaker 1: weet al welk welk boek ik de lievelings is van mij. O, nou,
- 11:14Speaker 1: zullen we dan maar een podcast gaan maken ook over boeken? Ja. Oké,
- 11:18Speaker 1: schrijven we die op het lijstje erbij. Ja. Ja. En
- 11:21Speaker 1: die stond nog niet op het lijstje. Die stond nog
- 11:23Speaker 1: niet op het lijstje. um Maar goed, Aron moet wel
- 11:26Speaker 1: even geduld hebben. Want we zijn nu aan het einde
- 11:29Speaker 1: gekomen van deze podcast. Volgende keer Myrthe, dan hebben we
- 11:33Speaker 1: Een niet zo leuk onderwerp eigenlijk. Dan hebben we een
- 11:36Speaker 1: hele boze podcast. Ja. Want waar gaan we het over
- 11:39Speaker 1: hebben volgende keer? Ruzie. Ruzie. En ruzie is echt niet leuk.
- 11:44Speaker 1: Niet leuk. We proberen het toch nog even leuker te maken.
- 11:48Speaker 1: We gaan het zeker proberen leuker te maken. Maar we
- 11:50Speaker 1: moeten het er wel over hebben over de ruzie. Waarom? Ja,
- 11:54Speaker 1: omdat het volgende keer bijna 4 en 5 mei is.
- 11:59Speaker 1: En dat heeft alles te maken.
- 12:00Speaker 1: Met ruzie ga ik je volgende keer uitleggen. Snap het
- 12:03Speaker 1: nu al niet. Maar tot die tijd gaan we geen
- 12:06Speaker 1: ruzie maken, hè? Nee. Wij zijn vriendjes. Ja, tot de
- 12:09Speaker 1: volgende keer vriendjes en vriendinnetjes. En geen ruzie maken, hè? Nee,
- 12:14Speaker 1: we gaan geen ruzie maken. Tot de volgende keer.
- 12:35Speaker 2: het zoveel!