Latest / Kleuter Podcast / RUZIE | Kleuterpodcast #14
Transcript
- 0:00Speaker 1: Welkom bij een nieuwe kleuterpodcast. Ja, welkom bij een nieuwe kleuterpodcast.
- 0:06Speaker 1: My waar gaan we het vandaag over hebben? Ruzie maken. O,
- 0:09Speaker 1: dat klinkt niet zo leuk. Nee. Maar we gaan er
- 0:12Speaker 1: wel een leuke podcast van maken.
- 0:15Speaker 2: kom bij de stoere kleuterclub.
- 0:18Speaker 2: moet nou toch
- 0:21Speaker 2: En hoe verdampt een regendru? Myrthe en haar papa hebben
- 0:25Speaker 2: zoveel vrouwen.
- 0:32Speaker 2: uw verhaal.
- 0:39Speaker 2: voor alle
- 0:47Speaker 2: het zoveel!
- 0:51Speaker 1: Kom bij een nieuwe kleuterpodcast. Ja, welkom bij een nieuwe kleuterpodcast.
- 0:55Speaker 1: En je hebt het al gezegd, hè, Myrthe. Waar gaan.
- 0:57Speaker 1: Waar gaan we het over hebben vandaag? Ruzie. Oeh, je
- 1:00Speaker 1: kijkt er gelijk ook heel boos bij. Je vindt het
- 1:02Speaker 1: niet zo leuk. Nee. Nee. Waarom vind je het niet leuk? Hmm.
- 1:05Speaker 1: Dan moet je boos zijn. Dan moet je boos zijn. Ja,
- 1:08Speaker 1: maar we kunnen het er wel over hebben. We kunnen
- 1:09Speaker 1: er wel over praten over ruzie. Ja. Heb je wel
- 1:12Speaker 1: eens ruzie gehad? Ja. Ja, vertel eens. Wat heb je
- 1:16Speaker 1: gehad dan voor ruzie? Dat ik boos moest zijn en huilen.
- 1:19Speaker 1: En toen gingen papa en mama en
- 1:21Speaker 1: mij op de gang zetten. O, dat je met ons
- 1:23Speaker 1: een keertje ruzie hebt gehad. En waarvoor was dat dan?
- 1:27Speaker 1: Beter niet. En wat is er dan? Ja, dan moest
- 1:30Speaker 1: dan moest je inderdaad naar de gang als we ruzie hebben.
- 1:33Speaker 1: Dat gebeurt wel eens. Gelukkig gebeurt dat niet zo heel vaak. Nee. Nee.
- 1:37Speaker 1: Maar uh. Maar ja, dat dat gebeurt wel eens inderdaad,
- 1:40Speaker 1: als je ruzie hebt. Heb je je op school ook
- 1:42Speaker 1: wel eens ruzie gehad met een kindje of ergens anders
- 1:44Speaker 1: in de speeltuin misschien of zo? Nee. Heb je nooit ruzie? Nee. O,
- 1:48Speaker 1: wat goed. Wat fijn. Dat is wel fijn.
- 1:51Speaker 1: Want waarom vind je ruzie niet fijn dan? Moet je
- 1:54Speaker 1: boos zijn op degene met wie je ruzie maakt. Maar
- 2:00Speaker 1: het voelt niet fijn, ruzie. Nee. Nee. Denk je dat
- 2:03Speaker 1: papa het leuk vindt om ruzie te maken? Nee. Nee.
- 2:06Speaker 1: Denk je dat mama het leuk vindt om ruzie te maken? Nee. Nee,
- 2:08Speaker 1: dat denk ik ook niet. Maar mijn zusje ook niet. Nee.
- 2:11Speaker 1: Maar waarom maken we dan ruzie?
- 2:13Speaker 1: niet? Nee, ja, soms gebeurt dat gewoon, hè. Ik denk
- 2:17Speaker 1: dat dat vaak is omdat je of iets wil van
- 2:20Speaker 1: een van een ander. Dus dat een ander iets heeft
- 2:23Speaker 1: wat jij eigenlijk zou willen. Of dat je het niet
- 2:25Speaker 1: eens bent met elkaar. Of dat je niet luistert naar elkaar.
- 2:29Speaker 1: Ik denk dat daar vaak ruzie over gaat, denk je niet? Ja.
- 2:32Speaker 1: En wat doen mensen dan als ze ruzie maken? En weggelopen.
- 2:36Speaker 1: En wat nog meer? Stop, hou op, ik wil het niet. Stop,
- 2:40Speaker 1: hou op, ik wil het niet. Wanneer moet je dat
- 2:42Speaker 1: zeggen dan? Als je het niet leuk vindt. Vertel, er
- 2:45Speaker 1: komt een kindje naar je toe.
- 2:47Speaker 1: En die doet iets wat jij niet leuk vindt. En
- 2:49Speaker 1: wat doe jij dan? Stop, hou op. Ik wil het niet.
- 2:52Speaker 1: Dan zeg je Stop, Hou op, ik wil het niet.
- 2:55Speaker 1: Dat vind ik een goede. En en weet het kindje
- 2:57Speaker 1: dan gelijk waar hij mee moet stoppen? Ja. Of moet
- 2:59Speaker 1: je dat er nog even bij zeggen, misschien? Nee. En
- 3:02Speaker 1: misschien is het wel handig om dan even te zeggen Stop,
- 3:04Speaker 1: Hou op, ik wil het niet. En dat je dan
- 3:06Speaker 1: zegt Je doet me pijn.
- 3:08Speaker 1: of zo. Dan weet het kindje precies waar hij mee
- 3:11Speaker 1: moet stoppen, denk ik. Toch? Ja, maar bij mij op
- 3:13Speaker 1: school doen we dat niet. We doen dat alleen maar stophouden,
- 3:16Speaker 1: of ik wil het niet doen. O, O, maar dat
- 3:19Speaker 1: is wel, denk ik wel handig. Maar dat vind ik
- 3:21Speaker 1: een goede. Dus als iemand iets doet wat jij niet wil,
- 3:23Speaker 1: dan zeg je Stop, hou op, ik wil het niet. Ja. Ja.
- 3:27Speaker 1: Oké. Nou, dat is een goeie. Hey, en denk jij
- 3:30Speaker 1: dat uh grote mensen ook wel eens ruzie maken met elkaar? Ja.
- 3:34Speaker 1: Heb je dat wel eens meegemaakt? Nee. Nee. Je hebt
- 3:37Speaker 1: wel eens dat je vraagt aan papa en mama van
- 3:39Speaker 1: Zijn jullie nu ruzie aan het maken? Dat denk jij
- 3:41Speaker 1: wel eens, hè? Ja. Ja. En dan vaak. Wat zijn
- 3:45Speaker 1: we dan vaak aan het doen? Weet je hoe dat
- 3:46Speaker 1: woord heet? Nee. Moeilijk woord. Zijn we aan het discussiëren.
- 3:51Speaker 1: Dat is een moeilijk woord, hè? Ja, dus dan zijn
- 3:53Speaker 1: we niet ruzie aan het maken. Maar dan denk je
- 3:55Speaker 1: altijd dat wij ruzie aan het maken zijn. Maar dan
- 3:57Speaker 1: zijn we effe aan het discussiëren over ja, hoe iets
- 3:59Speaker 1: zit of wat dan ook. Maar dan zijn we, dan
- 4:01Speaker 1: zijn we niet boos op elkaar. En wat zeggen wij
- 4:02Speaker 1: altijd tegen elkaar als we uh na ruzie
- 4:06Speaker 1: Uh, sorry. Ja, dan zeggen we sorry en dan zeggen
- 4:09Speaker 1: we daarna vaak nog iets. Wat zeggen we dan tegen elkaar? Eh,
- 4:12Speaker 1: zijn we weer vriendjes. Zijn we weer vriendjes. En dan
- 4:14Speaker 1: zeg ik altijd We zijn. Altijd vriendjes. We zijn altijd vriendjes.
- 4:18Speaker 1: Ook als we ruzie hebben, zijn we altijd vriendjes. En
- 4:21Speaker 1: soms moeten we eventjes dan een beetje ruzie maken. Maar
- 4:25Speaker 1: we weten altijd dat we altijd vriendjes van elkaar zijn
- 4:28Speaker 1: en altijd van elkaar houden. En dat is belangrijk. Ja.
- 4:31Speaker 1: Ja, want als je van elkaar houdt, dan kan je
- 4:33Speaker 1: best wel een keertje een beetje ruzie maken. Maar dat
- 4:36Speaker 1: gaat nooit te ver. Toch? Ja. Ja.
- 4:39Speaker 1: Myrthe, wat wat doe jij als je boos bent? Stampen
- 4:42Speaker 1: op de grond. eh
- 4:45Speaker 1: huilen en zeggen. Oh ja, ja, dat kan. Dat kan
- 4:49Speaker 1: ook helpen, hè. Als je het even tegen iemand zegt.
- 4:52Speaker 1: Als je tegen de baas zegt, dan zegt het tegen
- 4:55Speaker 1: dat andere kindje. En wie is de baas dan? Of
- 5:03Speaker 1: de juf. Dat zijn de baas. Ja.
- 5:06Speaker 1: Ja. Nou ja, oké. Ik wist niet dat ik een
- 5:07Speaker 1: baas was, maar ik ben de baas van de kinderen
- 5:12Speaker 1: van de kinderen. Oké. Ik ben de baas van de kinderen.
- 5:17Speaker 1: heb ik ook weer wat geleerd. En de juf ook
- 5:20Speaker 1: op school is de juf baas. En thuis ben jij
- 5:23Speaker 1: de baas en is de baas. Oh. Nou, dat vind
- 5:26Speaker 1: ik goed om te weten. Ja. Dan ga ik eens
- 5:29Speaker 1: eventjes met mama overleggen.
- 5:32Speaker 1: Denk je wel eens dat er landen zijn die ruzie
- 5:35Speaker 1: met elkaar hebben? Ja. Ja. Hoe gaat dat dan, als
- 5:38Speaker 1: twee landen ruzie hebben? Dan komen er jagers. O, en
- 5:43Speaker 1: wat doen die dan?
- 5:44Speaker 1: pot maken. En wat gaan ze kapot maken dan? Weet
- 5:47Speaker 1: het niet. Het klopt wel een beetje. Het zijn niet jagers,
- 5:51Speaker 1: maar het zijn soldaten. O ja. Soldaten, die komen dan inderdaad.
- 5:55Speaker 1: En die gaan dan ruzie maken met elkaar. Het is.
- 5:57Speaker 1: Weet je hoe dat heet ook? Nee. Als twee landen
- 6:00Speaker 1: ruzie met elkaar hebben, maar echt ruzie. en dan moeten
- 6:03Speaker 1: de soldaten komen en zo, dan heet dat oorlog. Ja.
- 6:07Speaker 1: Ja. Heb je daar wel eens van gehoord? Ja, van
- 6:09Speaker 1: jou een keer. Denk je dat er hier wel eens
- 6:12Speaker 1: oorlog is? Nee. Gelukkig niet. Maar het is er wel geweest.
- 6:17Speaker 1: Heel lang geleden. Toen was papa nog niet eens geboren.
- 6:20Speaker 1: En mama. Stonden er toen dinosaurussen. En toen bestonden er
- 6:23Speaker 1: geen dinosaurussen. Het was na de dinosaurussen.
- 6:27Speaker 1: Maar voordat papa en mama waren geboren. En voordat opa
- 6:31Speaker 1: en oma waren geboren. Maar weet je wie er wel
- 6:33Speaker 1: al waren? Overgrootoma's en opa's. Dus je overgrootoma Jopie en
- 6:39Speaker 1: overgrootoma Marie. En overgrootopa Dick en overgrootopa
- 6:45Speaker 1: Arie. Ja, die waren er toen wel. Dus die hebben
- 6:49Speaker 1: dat wel meegemaakt, de oorlog.
- 6:51Speaker 1: En dat was helemaal niet leuk hier. En dan waren
- 6:54Speaker 1: er dus inderdaad heel veel soldaten en mensen die heel
- 6:57Speaker 1: veel dingen kapot maakten. en heel veel ruzie maakten met mensen.
- 7:01Speaker 1: En daarom hebben wij nu op 4 en 5 mei,
- 7:06Speaker 1: dat we daaraan terug gaan denken. Weet je hoe we
- 7:08Speaker 1: dat doen? Nee. Op 4 mei, dan gaan we met
- 7:11Speaker 1: elkaar allemaal denken aan iedereen die in de oorlog heeft geleefd.
- 7:16Speaker 1: En dat we met elkaar denken O, dat moet nooit
- 7:19Speaker 1: meer gebeuren.
- 7:20Speaker 1: Dat mag echt nooit meer gebeuren. En dan zijn we
- 7:23Speaker 1: met het hele land 2 minuten helemaal stil. 2 minuten
- 7:27Speaker 1: lang zegt niemand wat.
- 7:28Speaker 1: En dan denkt iedereen die twee minuten aan iedereen die
- 7:31Speaker 1: heeft geleefd in de oorlog. die dood is gegaan in
- 7:34Speaker 1: de oorlog. En dan denkt iedereen O, dit mag echt
- 7:37Speaker 1: nooit meer gebeuren. Dit is zo erg, dat mag nooit
- 7:40Speaker 1: meer gebeuren. Want ruzie is niet leuk. En als de
- 7:43Speaker 1: ruzie heel groot wordt. en dat de landen ruzie hebben,
- 7:46Speaker 1: dan is het al helemaal niet leuk. Want dan zijn
- 7:47Speaker 1: er heel veel mensen die er heel veel pijn van hebben. Ja.
- 7:51Speaker 1: En dan op 5 mei, weet je wat we dan vieren?
- 7:54Speaker 1: Op 5 mei vieren we dan dat we allemaal vrij zijn.
- 7:56Speaker 1: En dat we geen ruzie hebben. En dat we hier kunnen. Ja,
- 8:00Speaker 1: eigenlijk dat we mogen zeggen en denken en spelen en
- 8:05Speaker 1: mogen lachen.
- 8:07Speaker 1: En eigenlijk is dat, ja, dat je zelf mag kiezen
- 8:10Speaker 1: wat je doet in Nederland. zolang je anderen er maar
- 8:12Speaker 1: geen pijn mee doet. Dat is leuk, hè? Ja. Dus
- 8:15Speaker 1: dat vieren we dan.
- 8:17Speaker 1: Ik hoop dat er nooit meer oorlog is. Nee, dat
- 8:20Speaker 1: hoop ik ook niet inderdaad.
- 8:22Speaker 1: is tijd voor een spelletje. Ja, het is tijd voor
- 8:25Speaker 1: een spelletje. En Myrthe, ik heb heel lang na zitten denken.
- 8:28Speaker 1: Wat is nou een spelletje dat kan bij ruzie. Maar
- 8:33Speaker 1: ik wist het echt niet. Maar jij wist gelukkig een
- 8:35Speaker 1: heel leuk spelletje. Ja. Nou, vertel, wat gaan we doen?
- 8:39Speaker 1: We gaan allemaal geluiden doen van gevoelens. Dat vind ik
- 8:47Speaker 1: een hele leuke.
- 8:48Speaker 1: Nou, ik heb hier allemaal knopjes zitten. En jij mag
- 8:51Speaker 1: een knopje indrukken en um dan is het aan jou
- 8:55Speaker 1: om te raden of je weet welk gevoel je erbij hoort.
- 9:05Speaker 1: Nou. Welk gevoel hoort erbij? Huilen. Ja. Dus dan is
- 9:10Speaker 1: iemand heel erg verdrietig. Ja, helemaal goed. Inderdaad. Oké. Nou,
- 9:15Speaker 1: de volgende.
- 9:22Speaker 1: boos. Ja, dit is iemand die heel boos is. Ja. Ja.
- 9:27Speaker 1: Ben je ook wel eens zo boos? Ja.
- 9:29Speaker 1: Maar. Ik weet niet.
- 9:31Speaker 1: Soms ben ik boos op jullie. En dan zijn jullie
- 9:34Speaker 1: boos op mij. O, maar dat zijn geen leuke dingen, toch? Nee. Nee.
- 9:38Speaker 1: Wanneer is dat dan? Weet dit niet. Nou. En dan
- 9:42Speaker 1: voel je je een beetje boos en soms een beetje verdrietig. Ja,
- 9:45Speaker 1: dat snap ik wel. Uhm. Oké, de volgende.
- 9:54Speaker 1: Dit is lachen. Is dit lachen. Wat zijn ze dan?
- 9:57Speaker 1: Zijn ze dan verdrietig of niet? Nee. Wat dan? Heel blij.
- 10:01Speaker 1: Dan zijn ze heel blij. Inderdaad. Ja. Heel goed. Oké,
- 10:05Speaker 1: de volgende.
- 10:09Speaker 1: Opa? Ja, maar hoe roept diegene?
- 10:14Speaker 1: Denk je dat diegene blij is? Nee. Nee. Is diegene
- 10:17Speaker 1: boos dan? Ja. Ja. Ik denk dat diegene meer bang is.
- 10:22Speaker 1: Zullen we nog een keer luisteren? Ja.
- 10:25Speaker 1: Ik denk dat hij bang is. Wat denk jij? Ja. Ja, hè? Oké,
- 10:30Speaker 1: de volgende. Boos. Ja.
- 10:36Speaker 1: Iedereen is boos. Ja, Dieeen is boos. En dan zeggen
- 10:39Speaker 1: we boos ben je boos? Pluk hem een roos. Zet
- 10:41Speaker 1: hem op je hoed. Dan is het morgen weer goed. Ja.
- 10:43Speaker 1: En de laatste.
- 10:48Speaker 1: Baai. Ja. Diegene is heel blij. Vrolijk. Ja. Helemaal vrolijk. Ja. Nou,
- 10:54Speaker 1: helemaal goed. Ik hoop dat jij ook alle emoties goed had.
- 10:58Speaker 1: Tot slot, Myrthe. Wat kun je doen als je ziet
- 11:01Speaker 1: dat iemand anders verdrietig is of ruzie heeft?
- 11:04Speaker 1: het troosten. Mm dan, als dat niet helpt troosten dan
- 11:10Speaker 1: even tegen je papa mama zeggen of tegen die juf
- 11:14Speaker 1: of de meester. Ja. O, dat vind ik een goed idee, inderdaad. Ja.
- 11:18Speaker 1: We moeten allemaal lief doen tegen elkaar. Vind ik een
- 11:20Speaker 1: hele mooie boodschap.
- 11:22Speaker 1: Nou, dan zijn we aan het einde gekomen van de podcast. Myrthe.
- 11:26Speaker 1: Ik heb geleerd dat ik een baas ben in huis.
- 11:29Speaker 1: Ik heb ook en mama ook. En ik heb geleerd
- 11:31Speaker 1: dat je stop hou op. Ik vind het niet meer
- 11:34Speaker 1: leuk moet zeggen als je als er iets gebeurt wat
- 11:36Speaker 1: je niet leuk vindt. En ik heb geleerd dat jij
- 11:39Speaker 1: een hele mooie boodschap hebt voor iedereen op de wereld.
- 11:42Speaker 1: We zijn nu aan het einde gekomen van deze podcast.
- 11:44Speaker 1: Vandaag hebben we het gehad over ruzie en over oorlog.
- 11:47Speaker 1: En dat is niet zo fijn. Maar goed, daar moeten
- 11:50Speaker 1: we het ook wel eens over hebben.
- 11:51Speaker 1: En gelukkig
- 11:53Speaker 1: hebben we volgende week een heel leuk onderwerp. Myrthe. Ja.
- 11:58Speaker 1: Want waar gaan we het volgende week over hebben? Moederdag. Oh. Ja,
- 12:02Speaker 1: over Moederdag. Dus dat moeten we even stiekem opnemen dat
- 12:04Speaker 1: mama het niet hoort. Want dan kunnen we alles bespreken
- 12:07Speaker 1: over leuke dingen voor Moederdag.
- 12:09Speaker 1: Want mama's zijn de liefste, toch?
- 12:13Speaker 1: Tot volgende week. Dag vriendjes en vriendinnetjes. Tot volgende week.
- 12:35Speaker 2: het zoveel.