Latest / Kleuter Podcast / Vliegen, Vliegtuig en Piloot | Kleuterpodcast #66
Transcript
- 0:00Speaker 1: Welkom bij je nieuwe kleuterpodcast. Ja, leuk dat je luistert. Meerhe,
- 0:06Speaker 1: vandaag hebben we iets speciaals. Waar gaan we het over hebben?
- 0:09Speaker 1: Over vliegtuigen en pilot.
- 1:04Speaker 1: Welkom bij een nieuwe kleuterpodcast vandaag. Myrthe, gaan we het
- 1:07Speaker 1: hebben over iets speciaals. namelijk over vliegen en over piloten.
- 1:12Speaker 1: En laten we nou iemand te gast hebben die toevallig
- 1:15Speaker 1: piloot is. Wie zit er naast je, Myrthe? Tom. En
- 1:19Speaker 1: wie is Tom? Mijn oom. Nou, het klinkt als een
- 1:21Speaker 1: droom of bijna als een sprookje. dat je een oom
- 1:24Speaker 1: hebt die piloot is. Vind je het leuk om een
- 1:27Speaker 1: oom te hebben die piloot is? Ja. Nou, oom Tom
- 1:29Speaker 1: of oom vliegenier, welkom in de podcast. Ja, hallo, leuk
- 1:32Speaker 1: dat ik het kon zijn. Nou, zeg dat wel, want
- 1:35Speaker 1: ik bedoel, jij zegt leuk om er te zijn. Leuk
- 1:37Speaker 1: dat je er kan zijn.
- 1:38Speaker 1: Ja, jij bent natuurlijk heel vaak aan het vliegen. Je
- 1:41Speaker 1: bent heel vaak onderweg. Dus zo makkelijk is het niet
- 1:43Speaker 1: om hier te zijn. Ja,
- 1:45Speaker 2: klopt. Ja, ik ben heel vaak van huis. En meestal
- 1:47Speaker 2: een paar dagen achter elkaar. En dan daarna ben ik
- 1:50Speaker 2: ook weer een paar dagen achter elkaar thuis.
- 1:51Speaker 1: Dus dat is wel fijn. En dan vlieg je van
- 1:53Speaker 1: het ene land naar het andere land.
- 1:54Speaker 2: Ja, elk land in
- 1:55Speaker 1: Europa. Zo, dat is veel. Myrthe, wat weet jij van vliegen?
- 2:00Speaker 1: Dat je oog in de lucht ben. Ja. En heb
- 2:02Speaker 1: jij zelf wel eens gevlogen? Ja.
- 2:04Speaker 1: Een paar keer zelfs al, he? Ja. En aan welke
- 2:07Speaker 1: woorden denk je dan allemaal bij vliegen? Eh. Een vliegtuig? Ja,
- 2:12Speaker 1: dat is wel handig inderdaad om een vliegtuig te hebben
- 2:14Speaker 1: als je wilt vliegen. E Piloot. Zeker weten. Lucht, de lucht. Ja.
- 2:21Speaker 1: En vleugels. Ik denk ook nog aan aan merken.
- 2:26Speaker 1: Merken. Ja. Wat voor merken dan? Uh. Zoals Transavia en
- 2:30Speaker 1: DHL en um nog veel andere. Ja, bijvoorbeeld KLM of
- 2:36Speaker 1: British Airways, American Airlines, Air France. Nou, je hebt er zoveel.
- 2:41Speaker 1: Er zijn er wel honderden. Ja. Ja, ik vind het
- 2:43Speaker 1: heel leuk om te vliegen, maar ik vind het soms
- 2:45Speaker 1: ook een beetje spannend. Heb jij dat ook wel eens? Nee. O, gelukkig.
- 2:49Speaker 1: Maar dan ben ik ook wel eens benieuwd. O piloot
- 2:51Speaker 1: Tom het ook wel eens spannend vindt. Tom, vind jij
- 2:53Speaker 1: het wel eens spannend om te
- 2:54Speaker 2: vliegen? Ja, eigenlijk nooit. Alleen als het weer iets slechter wordt,
- 2:59Speaker 2: dan kan het wel eens een klein beetje spannend worden.
- 3:01Speaker 2: Maar echt spannend wordt het nooit. En wat
- 3:03Speaker 1: bedoel jij dan met echt slecht weer? Ja, heel
- 3:05Speaker 2: veel wind of heel hard regenen of heel hard sneeuw ergens.
- 3:09Speaker 2: En dat wij vliegen natuurlijk ook. Oftewel naar wintersport of
- 3:13Speaker 2: naar de zomer. Alleen dan waait het wel eens.
- 3:15Speaker 2: Dan moet je wel een beetje op reageren. Dat kan
- 3:18Speaker 2: wel eens een klein beetje spannend worden voor hen.
- 3:20Speaker 1: Ja, dus het is net een beetje als autorijden. Daar
- 3:23Speaker 1: moet je ook altijd, als het weer slecht is, goed opletten.
- 3:26Speaker 1: Want dan kan je je auto sneller omvallen. Nou, omvallen
- 3:29Speaker 1: is wat lastig, maar je kan wel sneller slippen, bijvoorbeeld.
- 3:32Speaker 2: Maar gelukkig oefenen wij heel veel, he. Dat scheelt. Wij
- 3:35Speaker 2: doen nooit dingen die echt heel gevaarlijk zijn. Dus wij
- 3:37Speaker 2: weten altijd wel wat we doen. Dat scheelt altijd wel. Ja.
- 3:41Speaker 1: Myrthe, waar zit de piloot in een vliegtuig eigenlijk? Helemaal voorin.
- 3:45Speaker 1: Weet je ook hoe dat heet? Ben vergeten. Nou, misschien
- 3:48Speaker 1: kun je het vragen aan Tom. Hoe heet dat? De
- 3:50Speaker 2: cockpit heet dat. En ik noem het eigenlijk altijd mijn kantoor.
- 3:54Speaker 2: Alleen ik heb wel het kantoor, denk ik, met het
- 3:56Speaker 2: mooiste uitzicht. Denk je ook niet? Ja. Wij kunnen over
- 3:59Speaker 2: overheen kijken boven de wolken. We kunnen de bergen zien.
- 4:02Speaker 2: En alle steden en dorpen waar jullie allemaal wonen. Die
- 4:05Speaker 2: kunnen we van boven heel goed zien. Ja. Heb je
- 4:07Speaker 2: wel eens door je raampje gekeken als je ging vliegen? Ja.
- 4:09Speaker 2: Wat zag je
- 4:10Speaker 1: dan? Ehm, de huizen kan ik niet zo goed zien
- 4:13Speaker 1: omdat omdat we heel hoog zijn.
- 4:15Speaker 2: Ja. We zien wel vaak wolken toch ook? Ja. Hele
- 4:18Speaker 2: grote witte wolken.
- 4:19Speaker 2: Ja. En de zon kun je vaak ook wel zien,
- 4:21Speaker 2: want boven de wolken, daar schijnt het. Zon? Ja, dat
- 4:24Speaker 1: klopt. En jij gaat altijd. Soms gaan wij ook in
- 4:29Speaker 1: een vliegtuig door de wolken.
- 4:30Speaker 2: Ja, dat moet af en toe wel
- 4:31Speaker 1: hoor. Ja, en dan kan je even niks
- 4:33Speaker 2: zien. Nee, dan zie je helemaal niks. Dan zie je
- 4:36Speaker 2: alleen maar wit. Ja, dat klopt.
- 4:38Speaker 1: Omdat. Omdat de wolken zijn wit. En de wolken zijn
- 4:42Speaker 1: eigenlijk gewoon water.
- 4:44Speaker 2: Klopt ook, ja.
- 4:45Speaker 1: Ja, het is alsof je door de mist loopt dan. Ja,
- 4:48Speaker 1: maar dan zit je erin. En heb jij wel eens
- 4:51Speaker 1: het kantoor, of terwijl de cockpit gezien, Myrthe? Nee. Weet
- 4:55Speaker 1: je hoe dat eruitziet? Nee. Nou, ik moet je zeggen,
- 4:58Speaker 1: ik heb het wel eens gezien. En ik heb bijvoorbeeld
- 5:00Speaker 1: hier heel veel knopjes om de podcast op te nemen.
- 5:02Speaker 1: om te zorgen dat alles klopt. Maar ik denk dat
- 5:05Speaker 1: Tom nog veel meer knopjes heeft dan dat ik
- 5:09Speaker 2: heb. Ja, zie ik. Ik. Hoeveel Hoeveel denk je dat
- 5:12Speaker 2: hoeveel knopjes we hebben? Miljoen.
- 5:15Speaker 2: miljoen. Nou, dat is wel heel veel. Heel veel. Ja. Nee.
- 5:18Speaker 2: Iets wel een stukje minder. We hebben ongeveer, denk ik
- 5:21Speaker 2: rond de 400. in cockpit.
- 5:24Speaker 1: 400 knopjes. En weet jij dan allemaal wat ze doen,
- 5:26Speaker 1: al
- 5:26Speaker 2: die knopjes? Eigenlijk wel, ja. Maar het is wel zo.
- 5:30Speaker 2: Ik gebruik niet alle 400 elke vlucht. Er zijn heel
- 5:33Speaker 2: veel knopjes die we heel weinig moeten gebruiken. Meestal gebruiken
- 5:36Speaker 2: we er maar 100 of 150 per vlucht.
- 5:38Speaker 1: Zo, dat zijn er ook al heel veel om uit
- 5:40Speaker 1: je hoofd te kennen.
- 5:41Speaker 2: Ja, he. Maar het is allemaal allemaal dingetjes aan te zetten.
- 5:43Speaker 2: de lampjes aan te zetten. en de motoren aan te
- 5:46Speaker 2: zetten en gas te geven. Er zijn heel veel verschillende knopjes.
- 5:49Speaker 2: En de
- 5:50Speaker 1: deuren open doen en dichtdoen?
- 5:52Speaker 2: Ja, dat zijn ook allemaal knopjes inderdaad. Want dan kan
- 5:55Speaker 2: de bagage, want de koffer moet ook altijd meten van
- 5:57Speaker 2: de passagiers? Ja? Ja. Die gaan allemaal ook allemaal onderin erin.
- 6:01Speaker 2: Dan gaan de deuren daarvan open met de knopjes. En
- 6:03Speaker 2: we kunnen ook lampen aanzetten. Dan kun je zo zien.
- 6:05Speaker 2: Dat is handig allemaal knopjes bovenin. Dan doen we de
- 6:08Speaker 2: knopjes aan.
- 6:09Speaker 2: En de banden, die moeten ook omhoog. Ja. Alleen, dat
- 6:11Speaker 2: is geen knop. Een hele grote handel voorin. Ja,
- 6:14Speaker 1: je moet ook wel kunnen rijden, want anders dan dan
- 6:16Speaker 1: ga je niet omhoog. Nee. Want hoe gaat een vliegtuig
- 6:19Speaker 1: eigenlijk omhoog, Myrthe? Weet je dat? Gewoon rijden en dan
- 6:22Speaker 1: rij je vanzelf
- 6:23Speaker 2: omhoog. En hoe gaan we dan rijden?
- 6:24Speaker 2: he? Hebben wij motoren in de banden. Nee. Maar hoe
- 6:27Speaker 2: gaan we vooruit? Weet je dat? Nee. Wat zit er
- 6:30Speaker 2: onder de vleugels? Een van die hele grote ronde dingen, toch? Ja. Ja.
- 6:33Speaker 2: En daardoor wordt heel hard wordt de wind naar achter geblazen.
- 6:37Speaker 2: Noemen ze een turbinemotor. En daardoor kunnen we heel hard rijden.
- 6:40Speaker 2: Daardoor kunnen we ook uiteindelijk zo hard rijden dat we
- 6:43Speaker 2: de lucht in vliegen. Dat is het idee van het vliegen.
- 6:45Speaker 2: Want in de lucht hebben we natuurlijk geen weg. Dat
- 6:48Speaker 2: kunnen we niet kunnen we natuurlijk niet op de weg,
- 6:49Speaker 2: zoals een auto. Dus in de lucht worden er voor
- 6:51Speaker 2: vooruit geblazen als 't ware.
- 6:55Speaker 2: en met de vleugels kunnen dan vliegen, net als een vogel.
- 6:58Speaker 1: Maar die gaan dan niet wapperen?
- 7:00Speaker 2: Nee, gelukkig niet.
- 7:04Speaker 1: Nou heb ik ook wel eens de piloot gehoord als
- 7:05Speaker 1: ik in een vliegtuig zit. Heb jij dat ook wel
- 7:07Speaker 1: eens gehoord, Myrthe? Ja. Dan gaan die allemaal dingen zeggen. Ja.
- 7:11Speaker 1: En wat zeggen ze dan?
- 7:14Speaker 1: veel verschillende dingen. Maar ik kan u niet verstaan, want
- 7:17Speaker 1: ik weet niet zo goed wat ze dan zeggen. Maar.
- 7:20Speaker 1: Weet je ook hoe het klinkt? Ja.
- 7:26Speaker 2: Precies. Ja.
- 7:31Speaker 2: Ja.
- 7:33Speaker 2: Dat is gewoon exact. Misschien kun jij wel volgende keer
- 7:35Speaker 2: bij ons in de cockpit komen. Doe jij gewoon een praatje.
- 7:43Speaker 1: Ik heb ook wel eens in het vliegtuig gezeten. en
- 7:45Speaker 1: dan ging het vliegtuig heel hard op en neer. Heb
- 7:47Speaker 1: je dat ook wel eens gehad, Myrthe? Nee. Nou, je
- 7:50Speaker 1: hebt er wel bij gezeten. Maar misschien is het maar
- 7:52Speaker 1: goed dat je het niet meer weet. Maar weet je
- 7:53Speaker 1: hoe het heet? Nee. Dat is een heel moeilijk woord,
- 7:56Speaker 1: en het heet turbulentie. Maar wat het precies is, dat
- 8:00Speaker 1: weet ik niet. Maar misschien kan Tom dat wel uitleggen.
- 8:03Speaker 2: Turbulentie, ik noem het ook wel eens de drempels in
- 8:05Speaker 2: de lucht. Kijk, omdat de wind
- 8:07Speaker 2: Die blaast natuurlijk heel hard, he? Ja. Kijk. En als
- 8:10Speaker 2: je in je auto zit, dan blijf je gewoon staan
- 8:12Speaker 2: op de plek. Want als het ook waait de wind,
- 8:15Speaker 2: dan dan hoor je de wind wel, maar je auto
- 8:16Speaker 2: beweegt niet. Maar omdat we net zoals een vogel in
- 8:19Speaker 2: de lucht vliegen. en als je dan er tegenaan gaat blazen.
- 8:22Speaker 2: dan gaat het vliegtuig een beetje op en neer de
- 8:23Speaker 2: hele tijd. En stel dat dat je een blaadje in
- 8:25Speaker 2: je hand pakt en je houd hem stil, dan doet
- 8:28Speaker 2: hij niks. En als je tegen een blaadje aanblaast zo,
- 8:30Speaker 2: dan gaat het blaadje heen en weer. En dat gebeurt
- 8:32Speaker 2: eigenlijk ook met het vliegtuig. Zoals waar je af en
- 8:33Speaker 2: toe een harde windvlaag hebben.
- 8:36Speaker 2: had het vliegtuig wat meer heen en weer dan anders.
- 8:38Speaker 2: Dus hoe meer wind, hoe meer we heen en weer gaan.
- 8:42Speaker 1: Ja.
- 8:44Speaker 1: Ik heb ook wel eens oorpijn gehad in een vliegtuig.
- 8:47Speaker 1: Dat heb ik heel vaak. Dat
- 8:49Speaker 2: is wel vervelend altijd, he? Ja. Weet je waar het komt? Nee.
- 8:53Speaker 2: Waar je in zit, dan gaan ze de luchtdruk, noemen
- 8:55Speaker 2: ze dat verhogen. Dus dan gaan ze de lucht alsof
- 8:58Speaker 2: je naar op een berg gaat. Dus dan ga jij
- 9:00Speaker 2: af en toe als je gaat skiën bijvoorbeeld, ga je
- 9:02Speaker 2: toch ook wel eens met een lift naar boven. Ja.
- 9:04Speaker 2: Dat doen ze ook met het vliegtuig.
- 9:07Speaker 2: En dan wordt de lucht wat minder dik als op
- 9:09Speaker 2: de grond. Dat is een beetje raar en daardoor gaan
- 9:12Speaker 2: je oren een beetje pijn doen. Dat is heel, heel
- 9:14Speaker 2: moeilijk uit te leggen eigenlijk. Maar daardoor krijg je een
- 9:16Speaker 2: beetje druk in je oren. Wat wat een beetje pijn
- 9:19Speaker 2: gaat doen. En dan voel je ineens dat je denkt Hee,
- 9:20Speaker 2: ik voel het in m'n oren.
- 9:22Speaker 1: En volgens mij helpt het dan als je wel eens
- 9:24Speaker 1: een snoepje eet.
- 9:26Speaker 2: Ja. Ja. Snoepje eten, water drinken. En soms kan je
- 9:29Speaker 2: wel eens je neus dichthouden. Maar dat werkt niet altijd.
- 9:32Speaker 2: Dat moet je ook niet te hard doen. En dan
- 9:33Speaker 2: blazen op je op je neus op. En dat helpt
- 9:35Speaker 2: ook wel eens. Maar je moet altijd wel een beetje
- 9:36Speaker 2: voorzichtig zijn. Maar het is altijd heel vervelend. Het is
- 9:38Speaker 2: vooral heel erg als je verkouden bent. Dan is het ergste.
- 9:42Speaker 1: En hoeveel piloten zitten er in het vliegtuig, Myrthe? Is
- 9:45Speaker 1: dat er eentje of zijn het er meer? Meer. 4
- 9:47Speaker 1: of zo? 4? Ja. Nou, eens even vragen aan piloot Tom.
- 9:51Speaker 1: Hoeveel zijn het er? Er
- 9:52Speaker 2: zitten er altijd tweeën. En heel soms vlieg ik ook
- 9:55Speaker 2: eens met drie mensen. En heel soms, dat doe ik
- 9:58Speaker 2: dan niet met andere vluchtten. Als jij bijvoorbeeld heel ver
- 10:00Speaker 2: gaat vliegen, helemaal naar de andere kant van de wereld.
- 10:02Speaker 2: dan zitten er wel vaak 4 aan boord van een
- 10:04Speaker 2: vliegveld van een vliegtuig. Want dan is het zo lang vliegen.
- 10:08Speaker 2: Dan moeten ze tussentijds aan de twee piloten gaan even
- 10:11Speaker 2: slapen in het vliegtuig. En dan gaan de twee andere
- 10:13Speaker 2: piloten gaan weer verder vliegen. Maar er moeten altijd minimaal
- 10:16Speaker 2: twee piloten in het vliegtuig zitten. In een groot vliegtuig.
- 10:19Speaker 2: Ik ook. Ik zit ook altijd met z'n tweeen, minimaal.
- 10:22Speaker 1: En nou zie ik ook altijd allemaal verschillende vliegtuigen. Dus
- 10:24Speaker 1: ik zie hele grote vliegtuigen, maar ook hele kleine vliegtuigen.
- 10:27Speaker 1: Zou piloot Tom in elk vliegtuig mogen vliegen, Myrthe?
- 10:31Speaker 2: Nee. Nee, klopt. Ik mag ik mag inderdaad
- 10:34Speaker 2: Alleen met het vliegtuig vliegen, waarvoor ik een opleiding heb gehad.
- 10:38Speaker 2: Dus stel dat je op school naar school gaat. Ik
- 10:40Speaker 2: ga ook naar een soort school en dan alleen maar
- 10:42Speaker 2: het toestel waar ik kan vliegen. Dus dat merk je.
- 10:45Speaker 2: Ik vlieg bijvoorbeeld een Boeing 757 767 en dat ik
- 10:49Speaker 2: als het enige vliegtuig wel ik kan vliegen. Omdat het
- 10:51Speaker 2: zoveel verschillende knopjes zijn en elk vliegtuig werkt net wat anders.
- 10:55Speaker 2: Daardoor moeten we dat goed oefenen.
- 10:57Speaker 1: En zie je wel eens vogels als je aan het
- 10:59Speaker 1: vliegen bent? Nou,
- 11:00Speaker 2: als wij opstijgen, hebben we altijd heel veel last van vogels.
- 11:03Speaker 2: Of heel veel. Vaak wel dat we vogels kunnen zien.
- 11:05Speaker 2: Ik zie ze ook best wel vaak aankomen. En ik
- 11:08Speaker 2: hoop altijd maar dat ik ze niet raak. En dan
- 11:10Speaker 2: zie je ze wel, en dan zie je ook kleine
- 11:11Speaker 2: en grote en van alles zie je voorbijkomen. Maar als
- 11:15Speaker 2: je eenmaal hoog in de lucht bent, dan. Nee, nee,
- 11:17Speaker 2: dan zie je geen vogels meer.
- 11:19Speaker 1: Ja, en als ik langs het vliegveld rijd, dan zie
- 11:21Speaker 1: ik ook altijd heel veel lampjes. Echt alle kleuren ongeveer.
- 11:26Speaker 1: Maar waar zijn al die lampjes dan voor? De
- 11:27Speaker 2: lampjes, dan kun je daar kunnen wij in het donker
- 11:30Speaker 2: kunnen wij natuurlijk ook vliegen. Want soms als je op
- 11:32Speaker 2: bed ligt misschien wel, hoor je wel als een vliegtuigje
- 11:34Speaker 2: weggaan of overkomen. Dan kunnen we goed kijken. En de
- 11:37Speaker 2: lampjes geven we ook van alles aan. Dus wij hebben
- 11:39Speaker 2: bijvoorbeeld blauwe lampjes. Dan kunnen we naar de baan toe.
- 11:41Speaker 2: Dan weten we waar de baan is. Dat noemen ze
- 11:43Speaker 2: taxi lampjes. Maar we hebben ook op de baan zelf
- 11:46Speaker 2: hebben we een rode en witte lampjes.
- 11:49Speaker 2: En het grappige aan die lampjes is. Ah, we hebben
- 11:52Speaker 2: die baan is zo lang, maar aan het einde van
- 11:53Speaker 2: de baan worden ze steeds roder. Dus dan hebben we
- 11:56Speaker 2: een paar witte en dan worden ze komt er een
- 11:58Speaker 2: rode erbij. En op een gegeven moment worden ze steeds
- 12:00Speaker 2: meer rood. En hoe meer rood, hoe dichter je bij
- 12:02Speaker 2: het einde van de baan komt. En dan moet je
- 12:03Speaker 2: wel zeker weten dat je de lucht weg gaat. Want
- 12:05Speaker 2: anders heb je echt een groot probleempje. Dus aan het
- 12:08Speaker 2: einde van de baan wordt hij helemaal rood op een
- 12:09Speaker 2: gegeven moment. En dan weten we dat is het einde
- 12:11Speaker 2: van de baan.
- 12:12Speaker 1: En dan heb je ook nog zo'n toren er staan.
- 12:14Speaker 1: Een luchtverkeerstoren. Wat doet die dan? Maar die
- 12:17Speaker 2: praat altijd met ons.
- 12:19Speaker 2: Dus die zeggen bijvoorbeeld tegen mij van Nou, oké, meneer.
- 12:22Speaker 2: Op deze baan, bijvoorbeeld twee, zowel de nummertjbaan. Er is
- 12:27Speaker 2: een baan twee. Tom, jij mag opstijgen. En dan kan
- 12:31Speaker 2: ook zo de lucht in. Die zorgen ervoor dat de
- 12:32Speaker 2: vliegtuigen niet tegen elkaar aanvliegen. Want als er bijvoorbeeld wolken zijn,
- 12:36Speaker 2: wij kunnen geen vliegtuigen door de wolken heen zien natuurlijk. Ja.
- 12:39Speaker 2: Dus die zorgen dat alle vliegtuigen de goede kant op gaan.
- 12:41Speaker 2: en dat ze precies doen wat ze zodat ze elkaar
- 12:44Speaker 2: niet kunnen raken.
- 12:45Speaker 1: Hoe weten jullie waar jullie naartoe moeten vliegen?
- 12:49Speaker 2: Eigenlijk werkt het een beetje hetzelfde als in de auto.
- 12:52Speaker 2: We hebben ook een navigatie. Dus dat schermpje wat vaak
- 12:55Speaker 2: bij bij de auto voorin zit of op de telefoon zit.
- 12:59Speaker 2: En zoiets hebben we ook, wel iets anders, maar het
- 13:01Speaker 2: lijkt er wel heel veel op. En daarna staat gewoon
- 13:03Speaker 2: op van Oké, we moeten nu naar Spanje toe of
- 13:06Speaker 2: naar Italie of een ander land.
- 13:08Speaker 2: En dan staat er precies in waar ik heen moet.
- 13:11Speaker 2: En dan zijn er dan gewoon rechtdoor streepjes. Want wij
- 13:13Speaker 2: hebben niet zoveel bochten om te maken. We hebben geen
- 13:15Speaker 2: rotondes in de lucht. We hebben ook geen stoplicht in
- 13:18Speaker 2: de lucht. Want wij kunnen helemaal niet stoppen.
- 13:20Speaker 2: kunnen ook niet achteruit. Nee. Nee, we kunnen alleen maar vooruit. Ja.
- 13:24Speaker 2: En dan volgen we gewoon de paarse streepjes, noemen ze dat.
- 13:26Speaker 2: We hebben paarse streepjes op beschermd. En dan gaan we
- 13:28Speaker 2: zo rechtdoor. Dan gaan we heel hard.
- 13:30Speaker 1: Hoe hard gaat een vliegtuig?
- 13:32Speaker 2: Hoe hard gaat een vliegtuig? Ja, een vliegtuig die kan
- 13:34Speaker 2: wel 1000 kilometer per uur gaan.
- 13:37Speaker 1: Zo, dat is hard. We hebben vorige keer zelfs gehad
- 13:39Speaker 1: over een Formule 1 auto. Die ging iets van 370
- 13:42Speaker 1: kilometer per uur.
- 13:43Speaker 1: Maar dit gaat dus nog echt veel, veel harder. 1000
- 13:46Speaker 1: kilometer per uur.
- 13:47Speaker 2: Ja. Dat ligt ook een klein beetje aan de wind.
- 13:49Speaker 2: Maar het kan makkelijk om 1000 kilometer per uur te gaan.
- 13:52Speaker 2: Daarvoor kun je zo snel naar andere landen vliegen. Dat
- 13:54Speaker 2: met de auto soms heel lang kan duren. Dat kan
- 13:56Speaker 2: met een vliegtuig heel snel.
- 13:57Speaker 1: Is een vliegtuig het allersnelste ding van de wereld?
- 14:00Speaker 2: Nou, dat zullen we wel een paar sneller. Misschien is
- 14:03Speaker 2: die raket uit de ruimte. Die gaat denk ik misschien
- 14:05Speaker 2: nog harder. Had u het laatst over, toch? Ik denk
- 14:07Speaker 2: dat die misschien uiteindelijk nog harder gaat dan een vliegtuig.
- 14:11Speaker 1: Myrthe. Ik denk dat het tijd is voor een spelletje.
- 14:13Speaker 1: Spelletje spelletje. Spelletje. Spelletje. Ja, het spelletje van vandaag. Dat
- 14:22Speaker 1: doen we samen met onze gast. En het heet Ik
- 14:25Speaker 1: ga met het vliegtuig en ik neem mee. Iedere keer
- 14:28Speaker 1: noemen we iets wat je meeneemt met het vliegtuig. en
- 14:30Speaker 1: de ander moet dat herhalen. Wil jij beginnen, Myrthe? Ja.
- 14:34Speaker 1: Ik zit in een vliegtuig en ik neem mee een koffer.
- 14:39Speaker 2: Ik zit in een vliegtuig en ik neem mee een
- 14:41Speaker 2: koffer en mijn paspoort.
- 14:50Speaker 1: Ik zit in het vliegtuig en een koffert in een
- 14:51Speaker 1: vliegtuig en ik neem een koffert.
- 15:01Speaker 2: Ik zit in het vliegtuig en ik neem een koffer,
- 15:05Speaker 2: een paspoort, een tandenborsten, een pyjama.
- 15:10Speaker 2: en een zwembroek.
- 15:11Speaker 1: Ik zit in het vliegtuig en ik neem mee een koffer.
- 15:16Speaker 1: paspoort, tandenborstel.
- 15:19Speaker 1: pyjama.
- 15:21Speaker 1: zwembroek
- 15:23Speaker 1: En waterfles. Ik zit ernaast.
- 15:28Speaker 1: in een vliegtuig en ik neem mij een koffer, een paspoort,
- 15:33Speaker 1: een tandenborstel, eenjama, een zwembroek en
- 15:41Speaker 1: en waterfles en ski's.
- 15:46Speaker 1: Nou, succespilooton.
- 15:49Speaker 2: Ik ga ik in het vliegtuig. Ik neem mij een koffer,
- 15:53Speaker 2: een paspoort, een tandenborstel.
- 15:57Speaker 2: pyjama, een zwembroek.
- 16:01Speaker 2: waterfles.
- 16:04Speaker 2: En ski's.
- 16:08Speaker 2: en een spelletje.
- 16:11Speaker 1: Oh, uh oh, ga ik heel goed nadenken. Ik zit
- 16:15Speaker 1: in het vliegtuig en ik neem mee.
- 16:18Speaker 1: Een koffer.
- 16:20Speaker 1: een paspoort.
- 16:25Speaker 1: Ik weet het niet meer. um tandenborstel.
- 16:31Speaker 1: Uh. Nee. Ik weet het niet meer. Jullie hebben gewonnen.
- 16:36Speaker 2: Yes I5.
- 16:41Speaker 1: Nou, piloot Tom, super bedankt dat je hier aanwezig wilde zijn.
- 16:45Speaker 1: En nu vliegen ze vlug naar de post.
- 16:48Speaker 1: Waar is de post? Waar is de post? Waar is
- 16:54Speaker 1: de post? Waar is de post? Hier is de post.
- 17:00Speaker 1: Hier is de post. Waar is de post? Hier is
- 17:03Speaker 1: de post. Myrthe. Ik kreeg weer heel veel berichtjes. Ik
- 17:06Speaker 1: heb hier een berichtje van Olle.
- 17:10Speaker 1: Hier is de post en hier is de post van Olle.
- 17:13Speaker 1: Hoi Myrthe en papa. Ik ben Olle en woon in Oosterhout.
- 17:16Speaker 1: Wat een toffe podcast hebben jullie. Ik luister vaak met
- 17:19Speaker 1: papa in de auto naar jullie. Wist je dat mijn
- 17:21Speaker 1: tante ook Myrthe heet? Cool, hè? Zouden jullie eens een
- 17:24Speaker 1: podcast willen
- 17:25Speaker 1: maken over de geschiedenis. Ik ben gek op de jagers
- 17:28Speaker 1: en verzamelaars. Ik denk dat ik heel graag had willen
- 17:31Speaker 1: leven doen. Lekker buiten en heel de dag vuurtjes maken.
- 17:34Speaker 1: Groetjes Olle. Ja, dat is ook wel een leuk ding
- 17:37Speaker 1: om het een keertje over te hebben. Volgens mij hebben
- 17:38Speaker 1: we al eerder een bericht gekregen over
- 17:40Speaker 1: de geschiedenis. Zullen we een keertje een aflevering maken over
- 17:44Speaker 1: de geschiedenis? Ja. Want ik had op school heb ik
- 17:48Speaker 1: een boekje gelezen over geschiedenis. O, nou, misschien kunnen we
- 17:53Speaker 1: het daar een keertje over hebben. Ik vind het een
- 17:55Speaker 1: leuk idee. Dank je wel, Olle, voor je idee.
- 17:59Speaker 1: Dan kreeg ik een berichtje van Daniel. Hallo Myrthe, mijn
- 18:02Speaker 1: naam is Daniel en ik ben 5 jaar oud. Wat
- 18:04Speaker 1: weet jij over piraten, Myrthe? Ik hou heel erg van piraten.
- 18:08Speaker 1: Misschien kun je een keer een podcast maken over piraten
- 18:10Speaker 1: zijn over piraat zijn en of er nu nog steeds
- 18:13Speaker 1: piraten bestaan. Succes en groetjes van Daniel. Ar Myrthe.
- 18:19Speaker 1: jij van de piraten. Een beetje. Kan jij ook als
- 18:23Speaker 1: een piraat praten. Ja. Ik vind het wel een leuke
- 18:30Speaker 1: leuke beetje van Piet P. van Piet Piraat. Ja, Piet Piet.
- 18:43Speaker 1: Wat is de schippers vaart hij alle dagen uit Piet Piet.
- 18:48Speaker 1: Hoi. Nou, Daniel, je hoort het. E Piraten, we schrijven
- 18:53Speaker 1: hem op het lijstje, want ik vind het een leuk thema.
- 18:56Speaker 1: Dank je wel. Ehm. En dan zeg je ook vaak maatjes.
- 19:02Speaker 1: Wat zeg je dan? Dan zeg je ook vaak maatjes
- 19:04Speaker 1: als piraat. O, dat wist ik helemaal niet. Nou. P
- 19:07Speaker 1: Piraat zegt gewoon piraten. Oké, nou, dan heb ik ook
- 19:10Speaker 1: weer wat geleerd. R.
- 19:12Speaker 1: Dan kreeg ik een berichtje van Pepijn. Hallo Myrthe en
- 19:15Speaker 1: haar papa. Ik luister ook in de auto. Ik zou
- 19:18Speaker 1: ook heel graag een podcast over het leger willen. Groetjes
- 19:21Speaker 1: van Pepijn uit Leusden. Myrthe, een podcast over het leger.
- 19:26Speaker 1: Ik ben vergeten wat het leger is. Het leger, dat
- 19:29Speaker 1: bestaat uit allemaal soldaten die ons beschermen eigenlijk. Dus daar
- 19:34Speaker 1: kunnen we ons wel een keertje in verdiepen.
- 19:36Speaker 1: Dat is misschien wel leuk om daar inderdaad een keer
- 19:38Speaker 1: een podcast over te maken. Interessant onderwerp. Dank je wel, Pepijn,
- 19:41Speaker 1: voor je idee. um Dan kreeg ik een berichtje van Fabio. Hoi,
- 19:46Speaker 1: lieve Myrthe en papa Hans. Ik ben Fabio, ik ben
- 19:48Speaker 1: 5 jaar oud. Ik heb jullie podcast ontdekt toen ik
- 19:51Speaker 1: met papa en mama in de auto naar ons vakantiehuisje reed.
- 19:54Speaker 1: We vinden het geweldig en kunnen niet stoppen met luisteren.
- 19:57Speaker 1: Ik ga altijd 's avonds slapen met mijn knuffel biggetje George,
- 20:00Speaker 1: het broertje van Peppa Big. Heb jij ook een knuffel, Myrthe?
- 20:04Speaker 1: En willen jullie misschien een keer een podcast maken over knuffels?
- 20:08Speaker 1: Lieve groetjes van Fabio. Ik heb, ik heb. Ik heb
- 20:12Speaker 1: heel veel knuffels en ik heb daartussen ook een een
- 20:16Speaker 1: knuffel van Peppa Pig. Ja, klopt. Die hebben ook een
- 20:19Speaker 1: knuffel van Peppa Big inderdaad. Maar ik denk. En hij
- 20:22Speaker 1: van George. Ja, en hij van Peppa Pig? Ja, klopt.
- 20:27Speaker 1: Maar um Peppa Big is niet de knuffel waar jij
- 20:29Speaker 1: mee slaapt, he? Nee. Want met welke knuffel slaap jij?
- 20:36Speaker 1: Meestal met beer met met. Ja. En je hebt schapie.
- 20:39Speaker 1: Die heb je. Dat was je allereerste knuffeltje. En konijn
- 20:43Speaker 1: was mijn allertde knuffel. Nee. Nee, Nee, dat was mijn
- 20:48Speaker 1: derde knuffel. Ja. Die heb je een keertje gekregen van opa. Ja,
- 20:53Speaker 1: maar Laatje was mijn tweede knuffel. En uh beer. Hoe
- 20:58Speaker 1: kom je ook weer aan beer?
- 20:59Speaker 1: Toen ik. Ik was een keertje in het ziekenhuis. en
- 21:03Speaker 1: toen moest ik met de ambulance mee. En toen lag
- 21:05Speaker 1: daar een beer voor mij. Ja, toen hadden ze een
- 21:07Speaker 1: beer voor jou. En Beertje, die troost je altijd extra, toch? Ja.
- 21:11Speaker 1: Als er dan iets is, dan heb jij extra troost
- 21:14Speaker 1: aan een beertje. Dus. Nou, het is lekker zacht. Ja.
- 21:17Speaker 1: Dus Myte heeft zelfs drie knuffels in de bed. Het
- 21:19Speaker 1: moet niet gekker worden. Nou, wil jij nou ook laten
- 21:21Speaker 1: weten met welke knuffels jij slaapt. Of heb jij een
- 21:25Speaker 1: vraag aan Myrthe? Laat even een berichtje achter. Dat kan
- 21:27Speaker 1: via
- 21:27Speaker 1: onze website en dat is www.kleuterpodcast.nl. En het kan ook
- 21:34Speaker 1: via onze Instagram. waar je trouwens ook nog steeds kans
- 21:36Speaker 1: maakt op een prijs, namelijk op de Wob Box. En
- 21:42Speaker 1: onze Instagram is @kleuterpodcast. En vergeet vooral ook niet om
- 21:46Speaker 1: je op te podcasten abonneren. Van abonneren krijg je peren.
- 21:51Speaker 1: Daar krijg je peren van. Nou, moet je nagaan. Dat
- 21:54Speaker 1: is maar een grapje.
- 21:56Speaker 1: Myrthe, we zijn aan het einde gekomen van de kleuterpodcasts.
- 21:59Speaker 1: Volgende keer, waar gaan we het dan over hebben? Over verbouwen.
- 22:04Speaker 1: Ik pak mijn gereedschap. Tot de volgende keer. Tot de
- 22:07Speaker 1: volgende keer.