Latest / Kleuter Podcast / Italië Special | Kleuterpodcast #27
Transcript
- 0:00Speaker 1: Ciao, welkom bij een nieuwe kleuterpodcast.
- 0:03Speaker 2: Ciao. Hallo allemaal en welkom, want vandaag, Myrthe, gaan we
- 0:06Speaker 2: naar Italie.
- 1:00Speaker 2: Nou, welkom bij een nieuwe kleuterpodcast. Vandaag gaan we naar Italië. Myrthe,
- 1:04Speaker 2: jij weet nog hoe ze hallo zeggen in Italië. Ciao. Ciao, inderdaad. Precies.
- 1:09Speaker 2: Dus als je op vakantie bent in Italië kan je
- 1:11Speaker 2: lekker heel de dag tegen iedereen roepen ciao.
- 1:14Speaker 2: En wat gaan we vandaag allemaal doen in de podcast
- 1:17Speaker 2: over Italie?
- 1:18Speaker 1: We gaan leren tellen en we gaan natuurlijk een leuk
- 1:21Speaker 2: spelletje doen. O, nou, dan ben ik heel benieuwd. Myrthe,
- 1:24Speaker 2: elk land heeft een hele grote en bekende stad. Weet
- 1:27Speaker 2: je wat dat is van Italie, de hoofdstad? Oftewel de
- 1:29Speaker 2: grootste stad, de bekendste stad?
- 1:32Speaker 2: In Italie is dat Rome. En Rome, daar kun je
- 1:35Speaker 2: allemaal hele mooie en oude dingen zien. En daar woont
- 1:39Speaker 2: ook de paus. Die woont daar ook in de buurt.
- 1:42Speaker 2: Wat is een paus? Paus is het hoofd van de kerk.
- 1:45Speaker 2: En een andere bekende stad is Milaan, maar ook Venetie.
- 1:49Speaker 2: En weet je wat er met weet je wat ze
- 1:50Speaker 2: in Venetie hebben? Daar rijden geen auto's door de straat, he.
- 1:54Speaker 2: Maar weet je wat daar door de straat gaat? Nee.
- 1:56Speaker 2: Alleen maar bootjes. He
- 1:58Speaker 2: Dat is gek, hè? Dus ze hebben een hele stad.
- 2:00Speaker 2: En dan kan je niet met de auto komen. Maar
- 2:02Speaker 2: ga je met de bootjes door de stad heen.
- 2:04Speaker 1: Huh. Maar kan je dan ook niet lopen?
- 2:07Speaker 2: Uhm. Je kan wel lopen op sommige plekken, maar niet overal. Hè?
- 2:11Speaker 2: Dat is raar, hè.
- 2:12Speaker 2: En ze hebben nog iets raars. Want ze hebben ook
- 2:15Speaker 2: de stad Pisa. Pisa? Ja. En weet je wat er
- 2:18Speaker 2: zo gek is bij de stad Pisa? Daar hebben ze
- 2:21Speaker 2: een hele hoge toren. En weet je wat er met
- 2:22Speaker 2: die toren aan de hand is?
- 2:23Speaker 1: Ja, het is de toren van Pisa.
- 2:25Speaker 2: Ja. En wat is er met de toren van Pisa dan?
- 2:27Speaker 1: Nou, die valt niet om.
- 2:30Speaker 2: Die valt niet om. Maar die staat wel helemaal. Stil. Nee,
- 2:33Speaker 2: hij staat helemaal scheef. Hij staat helemaal scheef.
- 2:36Speaker 2: Dat is de toren van Pisa, inderdaad. Ben jij wel
- 2:38Speaker 2: eens in Italië geweest, Myrthe?
- 2:41Speaker 2: Ja, volgens mij wel. Ja, zeker weten. Een keertje. Maar
- 2:45Speaker 2: toen was je nog wel een stukje kleiner. En dat
- 2:47Speaker 2: was wel heel erg gezellig. Want wij waren daar en
- 2:50Speaker 2: we hebben daar op een camping gezeten. En jij was
- 2:53Speaker 2: nog wat kleiner. En om de hoek van de camping,
- 2:55Speaker 2: daar zat een bakker. En wij gingen dan naar de
- 2:58Speaker 2: bakker samen, gingen we 's ochtends broodjes halen. En dan
- 3:01Speaker 2: stond het helemaal vol met allemaal Italianen. En die zagen
- 3:05Speaker 2: ons dan aankomen. En die dachten Die snappen het systeem
- 3:08Speaker 2: niet hoe het hier werkt met de nummertjes.
- 3:10Speaker 2: En dan zei er iemand Hey. En dan gingen ze
- 3:13Speaker 2: allemaal nummertjes doorgeven. En dan uiteindelijk kregen wij het nummertje
- 3:16Speaker 2: dat als eerste aan de beurt was. En dan mochten
- 3:18Speaker 2: wij als eerste brood halen. Elke keer hele lieve Italianen.
- 3:21Speaker 2: Dus dat is wel fijn voor jullie toch? Zeker weten. Hé,
- 3:24Speaker 2: en denk jij dat Italie dichterbij is?
- 3:27Speaker 2: of ver weg. Ver weg? Ja, inderdaad heel ver weg.
- 3:31Speaker 2: Als je met de auto kan je wel 11 uur
- 3:34Speaker 2: onderweg zijn voordat je in Italië bent. Dus dat is
- 3:37Speaker 2: echt wel heel erg lang. Je kan zelfs nog veel
- 3:39Speaker 2: langer onderweg zijn om naar Italië te gaan. Maar echt
- 3:41Speaker 2: het begin van Italië is ongeveer 11 uur rijden.
- 3:44Speaker 2: En um. Dus je kan ook met het vliegtuig. Maar
- 3:47Speaker 2: je kan ook met de auto. Maar als je met
- 3:48Speaker 2: de auto gaat, dan weet je dus dat je echt
- 3:49Speaker 2: heel lang in de auto moet zitten. Wat denk je
- 3:51Speaker 2: dat het voor weer is in Italië in de zomer? Lekker.
- 3:54Speaker 2: In de zomer is het lekker warm en zonnig. Ja, hoor. Ja. Echt. Ja.
- 3:58Speaker 1: Kan je lekker zwemmen.
- 4:00Speaker 2: Zeker weten. Daar
- 4:01Speaker 1: hebben ze ook sowieso zwembad.
- 4:04Speaker 2: Zeker weten. Veel zwembaden en veel stranden en meren.
- 4:09Speaker 2: Weet jij wat ze eten in Italië? Nee. In Italië
- 4:13Speaker 2: eten ze eigenlijk jouw favoriete eten. Pasta? Ja. Yay. Pasta
- 4:18Speaker 2: komt uit Italië. En in Italië eten ze allemaal pasta.
- 4:22Speaker 2: En weet je wat nog meer? Nee.
- 4:24Speaker 1: Pizza.
- 4:25Speaker 1: Pizzarita.
- 4:26Speaker 2: H. Pizza Margherita of uh of ja, elke pizza wel.
- 4:31Speaker 2: Behalve de pizza Hawaii. Daar zijn ze niet zo fan van.
- 4:33Speaker 2: Dat is met ananas. En weet je wat ze nog
- 4:35Speaker 2: meer eten in Italië? Nee. En ik denk dat je
- 4:38Speaker 2: dat ook heel erg lekker vindt. Gelato. Wat is dat?
- 4:42Speaker 2: Dat is het Italiaanse woord voor ijsjes. Oh. Ja, zij
- 4:46Speaker 2: zijn heel goed in het maken van ijsjes.
- 4:49Speaker 2: En verder eten ze ook nog tiramisu en drinken ze koffie.
- 4:52Speaker 2: Maar dat is eigenlijk allebei een beetje voor grote mensen.
- 4:54Speaker 2: Het is tiramisu? Ja, tiramisu is een soort gebakje. Maar
- 4:57Speaker 2: het is ook een gebakje voor grote mensen. Weet je
- 4:59Speaker 2: wat ze ook heel veel hebben in Italie? Nee. Citroenen.
- 5:03Speaker 2: En iets dat jij ook heel erg lekker vindt.
- 5:06Speaker 2: Olijfjes.
- 5:07Speaker 1: O ja, lekker. Ja. Daar hou ik echt
- 5:10Speaker 2: van. In Italie zijn heel veel olijfbomen ook te zien.
- 5:13Speaker 2: En heel veel lekkere olijfjes en olijfolie. Dus een leuk
- 5:16Speaker 2: land om een keertje
- 5:17Speaker 1: naartoe. Toen is ook lekker zuur.
- 5:19Speaker 2: Ja, echt, hè.
- 5:21Speaker 2: Nou, Myrthe, ik denk dat het tijd is om te
- 5:22Speaker 2: leren tellen in het Italiaans. Ja.
- 5:25Speaker 2: Zal ik uh vertellen hoe je kan tellen in het Italiaans? Ja.
- 5:29Speaker 2: Komt hier. Want het lijkt best wel een beetje op
- 5:31Speaker 2: het Spaans. En het Spaans. Dat kan jij wel een beetje.
- 5:33Speaker 2: Dus luister goed, want het is wel iets anders, hoor.
- 5:35Speaker 2: Ga ik eventjes tellen tot 10. Uno,
- 5:39Speaker 1: doe, tre quattro cinque.
- 5:44Speaker 1: Zij
- 5:47Speaker 1: Set he?
- 5:48Speaker 1: Otto Nove Dietje.
- 5:52Speaker 2: Zullen we hem een keertje samen doen metde? Ja. Oké,
- 5:55Speaker 2: doen we hem tot drie. Uno.
- 5:58Speaker 1: O no?
- 6:00Speaker 1: Doe. Doe.
- 6:05Speaker 1: Dat is 123.
- 6:07Speaker 1: Nou. En wat is 5? 5 is Sink, hè. Sink.
- 6:13Speaker 2: Nou doen we maar tot 5. En als je zit
- 6:15Speaker 2: te luisteren, doe gezellig mee. O no? O
- 6:18Speaker 1: no? Doe, hè. Doe wat? Tin?
- 6:24Speaker 1: Quattro.
- 6:26Speaker 1: T. S. Zullen we nu tot 10 doen? Ja.
- 6:32Speaker 2: Uno.
- 6:33Speaker 1: Uno?
- 6:35Speaker 1: Doe, hè. Doe.
- 6:37Speaker 1: T. T.
- 6:39Speaker 1: Quattro.
- 6:42Speaker 1: T. T.
- 6:45Speaker 1: S. Z. Z.
- 6:49Speaker 1: Otto. Otto.
- 6:52Speaker 1: 9. 9.
- 6:55Speaker 1: Dietje.
- 6:57Speaker 1: Tchi Dat
- 6:59Speaker 2: is tot 10. En um
- 7:03Speaker 2: My Myrthe. Hoe oud ben jij? 5. Dus dan ben
- 7:06Speaker 2: je 5. Ja. En als je 4 bent, dan ben
- 7:10Speaker 2: je 4. En als je 3 bent, ben je tre.
- 7:14Speaker 2: En als je 6 bent, ben je saai.
- 7:17Speaker 2: Myrthe, het is tijd voor een spelletje. Ja. In Italië
- 7:21Speaker 2: zeggen ze si als het ja is en no als
- 7:25Speaker 2: het nee is.
- 7:27Speaker 1: Ik ga jou
- 7:27Speaker 2: allemaal vragen stellen over Italië en dan mag jij antwoorden
- 7:31Speaker 2: met si of no. OK. OK, komt-ie.
- 7:40Speaker 2: in Italie zeggen mensen ciao.
- 7:44Speaker 2: Zie
- 7:45Speaker 2: Italianen eten heel graag patat. N.
- 7:50Speaker 2: Gelato is Italiaans voor ijs.
- 7:56Speaker 2: Italië is een eiland.
- 8:01Speaker 2: In Venetië varen er bootjes door de straten.
- 8:06Speaker 2: zie.
- 8:07Speaker 2: In Italië eten ze heel veel pizza. Zie. In Italië
- 8:12Speaker 2: vinden ze pasta heel lekker. Zie. In Italië sneeuwt het
- 8:17Speaker 2: in de zomer.
- 8:19Speaker 2: No. En de toren van Pisa staat recht. No. Heel goed, Myrthe,
- 8:24Speaker 2: jij bent geslaagd voor de si en no van Italië.
- 8:34Speaker 2: Nou, Myrthe, is Italie een leuk land, denk je? Ja.
- 8:38Speaker 2: Dat denk ik ook. Dus willen we een keertje op
- 8:40Speaker 2: vakantie naar Italië? Ja. Nou, mocht jij op vakantie gaan
- 8:43Speaker 2: naar Italië. Heel veel plezier.
- 8:44Speaker 1: keer naar de toren van Pisa.
- 8:46Speaker 2: Ja, we willen ook een keer naar de toren van Pisa.
- 8:48Speaker 2: Zullen we hem dan recht zetten? De toren van Pisa. Ah,
- 8:50Speaker 2: dat kan niet. Nee, dat kan niet. Oh. Nou, heel veel.
- 8:52Speaker 2: Dat kan. We kunnen het wel proberen. We kunnen het
- 8:55Speaker 2: wel proberen. We gaan het proberen. Nou, en dus zijn
- 8:57Speaker 2: we aan het einde gekomen van de kleuterpodcast over Italië.
- 9:00Speaker 2: Mocht je op vakantie gaan naar Italië. Heel veel plezier daar.
- 9:03Speaker 2: En mocht je nog meer landen willen ontdekken, kijk dan
- 9:06Speaker 2: eventjes in je favoriete podcast-app. want er staan nog veel
- 9:09Speaker 2: meer landen zoals Spanje en Frankrijk. Fijne vakantie en vergeet
- 9:13Speaker 2: niet om je te abonneren
- 9:15Speaker 1: en in te
- 9:15Speaker 2: smeren. Ja, dat is altijd handig op vakantie. Heel veel
- 9:19Speaker 2: plezier en tot de volgende keer. Doei!