Latest / Kleuter Podcast / Prinsen en Prinsessen | Kleuterpodcast #10
Transcript
- 0:02Speaker 1: Prinsen en prinsessen, welkom in ons
- 0:06Speaker 1: kasteel. Ja, jullie zijn allemaal welkom voor een koninklijke podcast.
- 0:11Speaker 1: Want waar gaan we het vandaag over hebben, Myrthe? En
- 0:14Speaker 1: en prinsen en prinsessen. Nou, en laten nou al die
- 0:17Speaker 1: prinsen en prinsessen ook zitten te luisteren.
- 0:21Speaker 2: kom bij de stoere kleuterclub.
- 0:24Speaker 2: Waarom moet nou toch?
- 0:27Speaker 2: En hoe verdampt een regendru? Myrthe en haar papa hebben
- 0:31Speaker 2: zoveel vragen.
- 0:37Speaker 2: heel
- 0:38Speaker 2: uw verhaal.
- 0:45Speaker 2: voor alle
- 0:53Speaker 2: het zoveel.
- 0:57Speaker 1: Hallo allemaal. Hier zijn we dan met een nieuwe kleuterpodcast.
- 1:01Speaker 1: Deze podcast gaat over prinsen en prinsessen. Ja. En voordat
- 1:06Speaker 1: we over prinsen en prinsessen gaan hebben we Myrthe de
- 1:08Speaker 1: vorige aflevering die ging over ziek zijn.
- 1:10Speaker 1: En heel veel vragen van kindjes of je alweer beter bent. Ja,
- 1:15Speaker 1: ik ben weer helemaal beter. Oké, nou, Myrthe, dat is
- 1:18Speaker 1: fijn om te horen. En dank je wel voor iedereen
- 1:20Speaker 1: die wat heeft gestuurd qua beterschap. Ook nog een berichtje
- 1:24Speaker 1: van Sep, die wens jou ook veel beterschap. En heeft
- 1:26Speaker 1: nog een heel leuk idee voor een nieuwe podcast. Welke dan?
- 1:30Speaker 1: Over voertuigen. Goed idee. Ja, dat vond ik ook wel
- 1:34Speaker 1: een goed idee. Want wat zijn voertuigen
- 1:35Speaker 1: eigenlijk. Vliegtuigen, auto. Ja. Nou, daar kunnen we het overal
- 1:41Speaker 1: over hebben. Bo- boten. Ja. Nou, die gaan we zeker
- 1:44Speaker 1: op het lijstje zetten. Je moet even geduld hebben, want
- 1:47Speaker 1: er komen nog een paar podcasten aan die te maken
- 1:50Speaker 1: hebben met feestdagen. Ja, dank je wel voor je berichtje. Ja,
- 1:53Speaker 1: dank je wel voor je berichtje. En Myrthe, wat zie
- 1:56Speaker 1: jij er eigenlijk prachtig uit vandaag? Want je hebt een
- 1:58Speaker 1: prachtige prinses aan.
- 2:00Speaker 1: En we zitten hier in een grote balzaal in een
- 2:04Speaker 1: mooi kasteel.
- 2:06Speaker 1: Toch? Ja. Ja, ja. uh met een beetje fantasie dan wel.
- 2:12Speaker 1: Myrthe. Voel jij je wel eens een prinses? Weet ik niet. Nou,
- 2:16Speaker 1: ik vind jou wel eens een uh. Ik vind jou
- 2:18Speaker 1: wel een beetje mijn prinsesje. Ja. En waar denk je
- 2:21Speaker 1: aan bij een prins of een prinses? Ja, dat zijn
- 2:27Speaker 1: ook prinsessen. Hoe ziet nou een echte prinses er uit.
- 2:32Speaker 1: Met een heel mooie jurk aan. En hoe ziet dan
- 2:36Speaker 1: een echte prins eruit? Met een met een uh.
- 2:41Speaker 1: Een prins heeft een cape. Oké. Ja. En is een
- 2:44Speaker 1: prins ook een beetje stoer, of maakt dat niet zoveel uit? Eh,
- 2:48Speaker 1: Een beetje stoer. Ja.
- 2:51Speaker 1: Heb je wel eens een prins gezien? Nee. Nee, ook
- 2:54Speaker 1: niet als je nu heel goed naar mij kijkt. dat
- 2:56Speaker 1: je denkt Nou, papa, kan best wel een prins zijn? Nee. Nee. O,
- 2:59Speaker 1: wat jammer dit. Nou. En waar Waar woont een prins
- 3:04Speaker 1: of een prinses? In een kasteel.
- 3:07Speaker 1: Ja, en hoe worden ze dan een prins of prinses?
- 3:09Speaker 1: Weet ik niet. Denk je dat er in het echt
- 3:12Speaker 1: ook prinsen en prinsessen bestaan? Of alleen in sprookjes? Alleen
- 3:15Speaker 1: in sprookjes. Ja, maar ze bestaan ook in het echt.
- 3:19Speaker 1: Weet je dat Nederland ook prinsesjes heeft? De dochters van
- 3:24Speaker 1: de koning.
- 3:25Speaker 1: zijn prinsessen. En wie is onze koning Willem-Alexander. Ja, Willem-Alexander
- 3:31Speaker 1: is inderdaad de koning van Nederland. En onze koning. Die
- 3:35Speaker 1: heeft ook drie dochters. En die drchters. Dat zijn de prinsesjes.
- 3:40Speaker 1: En weet je hoe die heten? Eentje wel. Hoe dan? Maxima. Nee, Maxima.
- 3:45Speaker 1: Dat is zijn vrouw. En die was ook prinses.
- 3:48Speaker 1: Maar die is nu koningin. Maar zijn dochters. Weet je
- 3:50Speaker 1: hoe zijn dochters heten? De dochters van Willem-Alexander en Maxima. Nee. Alexia,
- 3:56Speaker 1: Amalia en Ariana. Dat zijn de prinsessen van Nederland. Alarie.
- 4:00Speaker 1: Zijn moeilijke namen, he? Ariana. Ja, moeilijke namen. Ja. Maar
- 4:04Speaker 1: dat zijn onze prinsesjes. En wat denk je nou dat
- 4:07Speaker 1: als je een prins of
- 4:08Speaker 1: prinses bent. Wat doet een prins of prinses de hele dag?
- 4:11Speaker 1: Weet ik niet. Ja, wij hebben ook een boek, Het
- 4:14Speaker 1: Prinsesje zonder stank. Ja, wat doet de prinsesje daar de
- 4:18Speaker 1: hele dag? Een beetje huilen, een beetje vervelen, drinken en eten.
- 4:27Speaker 1: En hoe drinkt ze dan?
- 4:29Speaker 1: En zoals zoals de koning en de koningin. En hoe
- 4:33Speaker 1: noem je dat? Weet je dat? Nee. Dat noem je
- 4:36Speaker 1: heel deftig. En dan doe je bijvoorbeeld zo je thee
- 4:38Speaker 1: met je pink omhoog. Dus je kleinste vinger, die moet
- 4:40Speaker 1: een beetje omhoog blijven staan, terwijl je drinkt. Ja. En
- 4:44Speaker 1: verder inderdaad een beetje vervelen. Ik zou het ook niet
- 4:46Speaker 1: weten wat een prinses eigenlijk de hele dag. Nee. Misschien
- 4:48Speaker 1: een beetje lintjes doorknippen.
- 4:52Speaker 1: Denk jij dat het leuk is om een prins of
- 4:55Speaker 1: prinses te zijn? Ja. En wat zou jij dan doen
- 4:57Speaker 1: als je een prinses was? Ik zou de hele dag
- 5:00Speaker 1: in mooie jurken lopen. O, dat vind ik een heel
- 5:03Speaker 1: goed idee voor jou. Myne. Heel de dag in mooie
- 5:05Speaker 1: jurken lopen.
- 5:06Speaker 1: En welke kleur jurken dan? Blauw met een E. Elsajk
- 5:10Speaker 1: met een hele lange sliert aan. O ja, zo'n zo'n. Ja,
- 5:16Speaker 1: ik weet niet eens hoe ze dat noemen. Maar ik
- 5:18Speaker 1: snap wel wat je bedoelt. Met zo'n hele lange sleep.
- 5:20Speaker 1: Ja eraan. Ja. Ja, die hebben mij thuis. O, echt waar? Ja. O, nou,
- 5:25Speaker 1: dan gaan we die straks nog? Ik weet alleen dat
- 5:27Speaker 1: je een hele mooie bellenjurk hebt. En
- 5:28Speaker 1: een hele mooie Elsajurk. Ja, die Elsajurk is het nou? Ja,
- 5:32Speaker 1: die heeft, dat is waar. Die heeft een hele lange sleep. Ja,
- 5:35Speaker 1: dat is waar. En als ik nou een een prins
- 5:37Speaker 1: zou zijn, wat zou ik dan moeten doen? Moet je
- 5:41Speaker 1: een Kom. En heb ik dan ook iets op m'n hoofd.
- 5:45Speaker 1: Een kroon. Wat is dan een ridder? Want je hebt
- 5:49Speaker 1: vaak bij prinsessen heb je vaak
- 5:51Speaker 1: Ook een ridder. Ja. Wat doen die dan? Draken weg
- 5:54Speaker 1: en jagen met een zwaard. Draken weg jagen met een zwaard.
- 5:58Speaker 1: Weet je dat wij in Nederland ook draken hebben? Nee. Nee,
- 6:01Speaker 1: dat wist ik ook niet. Die hebben we ook helemaal niet.
- 6:03Speaker 1: Die bestaan niet echt. Nee. Die bestaan alleen in sprookjes. Ja.
- 6:06Speaker 1: De ridders zijn ook, ze zijn heel stoer. En wat
- 6:09Speaker 1: hebben ze? Wat hebben ridders aan voor kleding? Ik weet
- 6:11Speaker 1: niet hoe je dat noemt.
- 6:13Speaker 1: Dat noem je een harnas. Harnas. Ja, en een harnas,
- 6:17Speaker 1: dat is van metaal of van ijzer of uh. Dat
- 6:21Speaker 1: is heel zwaar. En dat was altijd, ja, ook van
- 6:24Speaker 1: leer heb je ze ook. Maar dat is heel zwaar.
- 6:28Speaker 1: En dan als iemand dan uh bijvoorbeeld met een zwaard
- 6:31Speaker 1: tegen je aankwam. dan gaat dat er niet doorheen, want
- 6:34Speaker 1: dan komt het tegen het metaal aan. Handig, hè? Ja. Ja.
- 6:37Speaker 1: Maar dan moet je wel heel sterk zijn om dat
- 6:39Speaker 1: te kunnen dragen.
- 6:40Speaker 1: Wat voor verhalen ken jij met prinsen en prinsessen zonder staan.
- 6:44Speaker 1: Het Prinsesje zonder stank. Bellen. Bellen en het beest. Ja.
- 6:49Speaker 1: Een sneeuwwitje. En wat was er met sneeuwwitje? Daar was
- 6:52Speaker 1: ook een prins bij. Toen leunde de prins te ver
- 6:55Speaker 1: over de kiststeen.
- 6:57Speaker 1: En toen schoot een stukje apparaat. En toen en toen
- 7:01Speaker 1: was ze niet meer dood. En toen gingen ze samen trouwen. Ja.
- 7:06Speaker 1: O ja. En wie werd er dan wakker gekust? Eh, ja, Doornroosje. O,
- 7:11Speaker 1: is dat Doornroosje? Ja, die had ik altijd in de war. Ja,
- 7:14Speaker 1: we hebben zoveel prinsessen gezien, maar we zijn ook een
- 7:16Speaker 1: keer
- 7:17Speaker 1: in Disney geweest. Ja, Disneyland. Ja, en daar hebben we
- 7:21Speaker 1: ook prinsessen gezien, hè? Ja. Een hele rij prinsessen. Een
- 7:26Speaker 1: hele rij met prinsessen. Ja. Ja, dat was wel heel bijzonder.
- 7:30Speaker 1: Myrthe. Zou jij graag in een kasteel willen wonen? Ja,
- 7:33Speaker 1: omdat hij er heel mooi uitziet. En wat nog meer? Eh,
- 7:37Speaker 1: dan helpen ze je. Wie helpt je? De lakeien. Kan
- 7:41Speaker 1: je dat uitleggen? Wie zijn de lakeien? Mensen die eten maken. Ja,
- 7:45Speaker 1: maar bijvoorbeeld. Of die je helpen met in bad gaan.
- 7:48Speaker 1: Of je kleren uitkiezen. Of uh. Eigenlijk zit ik nu
- 7:52Speaker 1: te denken.
- 7:53Speaker 1: Is mama ook een beetje onze lakei? Mama helpt ons
- 7:56Speaker 1: ook toch met kleren uitkiezen. O ja. Nou, koken doe
- 7:59Speaker 1: ik dan. Maar de was doet onze lakei mama. Ja. Ja,
- 8:01Speaker 1: mama is onze lakei. En ook een beetje onze koningin. Ha.
- 8:05Speaker 1: Myrthe. Denk jij dat prinsessen ook wel eens spelletjes mogen spelen? Ja, Myrthe,
- 8:11Speaker 1: jij bent mijn prinses. Wil je dan met mij een
- 8:12Speaker 1: spelletje spelen? Ja. Oké. Nou, leuk. Ik heb allemaal geluiden
- 8:16Speaker 1: verzameld die iets te maken hebben met het koninklijke huis.
- 8:20Speaker 1: Dus het kan te maken hebben met de koning, met
- 8:22Speaker 1: de koningin, met den prins, met de prinsessen. Maar misschien
- 8:25Speaker 1: hoor je wel iets wat te maken heeft met het
- 8:27Speaker 1: kasteel of met ridders. En aan jou de vraag.
- 8:31Speaker 1: Weet jij wat dit geluid is dat je hoort? Ben
- 8:34Speaker 1: je er klaar voor? Ja. Let's go. Waarom hoor je
- 8:38Speaker 1: dit geluid bij prinsen of prinsessen?
- 8:44Speaker 1: geluidje.
- 8:48Speaker 1: Oké. Nou, waarom zou je dit horen bij prinsen of prinsessen?
- 8:52Speaker 1: Weet ik niet. Nou, dat zal ik je uitleggen. Als
- 8:55Speaker 1: een koning of koningin of prins of prinses binnenkomt in
- 9:00Speaker 1: het kasteel, dan doet de trompet
- 9:04Speaker 1: En dan weet iedereen dat de koning of de koningin
- 9:07Speaker 1: er aan komt. Dat's handig, hè? Ja. Oké. Nou, gaan
- 9:11Speaker 1: we naar het volgende geluidje ben ik benieuwd of je
- 9:13Speaker 1: weet waarom dit bij prinsen of prinsessen hoort.
- 9:23Speaker 1: Nou. Wat hoorde je? Paardenvoeten klik, klik, klik. En waarom
- 9:29Speaker 1: zou dat dan bij koningen en koninginnen en prinsen en
- 9:31Speaker 1: prinsessen horen? Anders kan kan gaat de koets niet vooruit. Ja,
- 9:36Speaker 1: want prinsen en prinsessen die rijden vaak in een koets. Ja. Ja.
- 9:39Speaker 1: En dan is het wel handig als daar paarden voor zitten. Ja,
- 9:42Speaker 1: Anka gaat de koets niet vooruit. Nee. Nou, luister goed
- 9:46Speaker 1: mee naar het volgende geluid. Waarom heeft dit met prins
- 9:48Speaker 1: en prinsessen te maken?
- 9:54Speaker 1: Nou, wat hoorde je, Myrthe? Een zwaard gevecht. En waarom
- 9:57Speaker 1: zou dat dan bij prins en prinses horen? Eh, Dan
- 10:00Speaker 1: jagen ze de draken weg. Wat hoor je hier?
- 10:09Speaker 1: Weet je wat dat is? Nee. Dat is de ophaalbrug
- 10:13Speaker 1: van het kasteel. Het Kasteel heeft altijd zo'n grote deur.
- 10:16Speaker 1: En dat is een brug. En die kunnen ze naar
- 10:18Speaker 1: beneden en naar boven doen. En dan kan je wel
- 10:20Speaker 1: het kasteel in of niet. En in dit geval gaat
- 10:22Speaker 1: de kasteeldeur open of dicht. Dus de de de brug
- 10:26Speaker 1: van het kasteel gaat open of dicht. Dat is leuk, hè? Ja. Oké, Nou,
- 10:29Speaker 1: komt er nooit geweten. Nou, dan ga ik je dat
- 10:32Speaker 1: nog eens laten zien. Kom ervoor. Dan ben ik benieuwd
- 10:34Speaker 1: of je deze wel weet.
- 10:49Speaker 1: Wat hoorde je hier? Een parade. Ja. Zo klinkt het wel, hè.
- 10:54Speaker 1: Weet je hoe ze dat noemen? Nee. Een fanfare. En
- 10:57Speaker 1: dit was de koninklijke fanfare die je hoorde. Weet je
- 11:00Speaker 1: waarom er een koninklijke parade is? Nee. De koninklijke parade
- 11:04Speaker 1: is er om uh feestelijk de koning welkom te heeten.
- 11:08Speaker 1: Dat is leuk, hè? Ja. Is die er ook met Koningsdag?
- 11:11Speaker 1: Ik denk misschien wel. Ik denk het wel. Luister goed
- 11:14Speaker 1: naar de volgende.
- 11:18Speaker 1: Nou, wat heb je gehoord? Kussen. Oe, en waarom zou
- 11:21Speaker 1: er dan een kus in zitten? Een vernroosje. Ja. Want
- 11:26Speaker 1: wat gebeurt er met een doornroosje? Die worden wakker gekust
- 11:29Speaker 1: door de prins. Ja. En je hebt ook nog de kikkerprinses.
- 11:34Speaker 1: En daarin wordt een kikker gekust. En dan wordt de kikker,
- 11:38Speaker 1: die wordt dan ineens een prins. O ja. Even kijken hoor.
- 11:42Speaker 1: En nou, wat hoor je hier? Ja, een prachtige werkkamer,
- 11:45Speaker 1: prachtig paleis. We hebben
- 11:46Speaker 1: met heel veel plezier wonen. En daar achter de vijver
- 11:49Speaker 1: waar ik Maxima ten huwelijk heb gevraagd. Nou, zeg het maar. Willem-Alexander. O,
- 11:54Speaker 1: en wie is dat dan? De koning. Dit was inderdaad
- 11:58Speaker 1: onze eigen koning. De koning van Nederland. Die hebben we
- 12:00Speaker 1: hier gehoord. Ja, heel goed. Het was een moeilijke quiz
- 12:04Speaker 1: dit keer. Maar je hebt het goed gedaan, Myrthe. Een
- 12:07Speaker 1: paar vragen wist ik niet. Maar dat maakt niet uit. Nee.
- 12:11Speaker 1: Want die waren ook heel moeilijk. Die waren ook heel
- 12:13Speaker 1: moeilijk inderdaad.
- 12:15Speaker 1: Myrthe, wij zijn aan het einde gekomen van deze prinsen
- 12:18Speaker 1: en prinsessenpodcast. Lotte die vroeg of we die konden maken.
- 12:22Speaker 1: Dus die hebben we gemaakt voor Lotte. Ik heb een
- 12:25Speaker 1: hele hoop geleerd. Ik heb geleerd dat jij weet wie
- 12:28Speaker 1: onze koning is. Ik heb geleerd dat mama eigenlijk een
- 12:33Speaker 1: beetje onze lakei is.
- 12:34Speaker 1: en onze koningin. En je hebt geleerd dat je nu
- 12:40Speaker 1: weet wie er ook de prinses kust. Dat is de
- 12:46Speaker 1: prins vania. Ja, die heb ik ook geleerd. En ik
- 12:50Speaker 1: heb geleerd dat jij eigenlijk een heel mooi prinsesje bent.
- 12:55Speaker 1: Volgende keer, dan gaan we het hebben over de maan
- 12:58Speaker 1: en de sterren. O, dat vind ik zo mooi. Ik
- 13:01Speaker 1: ga vanavond kijken of ik ze kan zien. Ha? Ze
- 13:05Speaker 1: zijn wel superklein. Superklein? Ja. En volgende keer hoor je
- 13:09Speaker 1: er alles over. Tot de volgende keer. Tot de volgende keer.
- 13:30Speaker 2: het zoveel