Latest / Kleuter Podcast / Sport | Kleuterpodcast #6
Transcript
- 0:00Speaker 1: Hee vriendjes en vriendinnetjes, dit is een nieuwe kleuterpoet.
- 0:04Speaker 1: Ja. Welkom bij een nieuwe kleuterpodcast. Myrthe. Ik ga mijn
- 0:07Speaker 1: zweetband omdoen. Wat mijn zweetband ga ik om doen. Weet
- 0:11Speaker 1: je wat het is? Nee. Het is een band tegen
- 0:14Speaker 1: het zweten. Want vandaag gaan we sporten. Rea. Deze podcast
- 0:18Speaker 1: gaat over.
- 0:22Speaker 2: kom bij de stoere peuter.
- 0:25Speaker 2: moet nou toch
- 0:29Speaker 2: En hoe verdampt een regendru. Myrthe en haar papa hebben
- 0:33Speaker 2: zoveel vrij.
- 0:40Speaker 2: uw verhaal.
- 0:46Speaker 2: voor alle
- 1:02Speaker 2: het zoveel!
- 1:05Speaker 1: om bij de podcast over sport. Ja, welkom bij de
- 1:07Speaker 1: podcast over sport. Maar voordat we gaan hebben over sport,
- 1:11Speaker 1: ga ik eerst eventjes een mailtje voorlezen die we hebben
- 1:13Speaker 1: binnengekregen van Lotte. Lotte is 4 jaar en zij schrijft
- 1:16Speaker 1: Lieve kleuterpodcast, Lieve Myrthe. Ik vond de podcast over muziek superleuk.
- 1:21Speaker 1: Ik vond de trompet het mooiste instrument.
- 1:25Speaker 1: mag er ook een aflevering komen over prinsen en prinsessen. Groetjes, Lotte.
- 1:31Speaker 1: Dank je wel, Lotte voor je berichtje. Leuk idee om
- 1:35Speaker 1: van prinsen en prinsessen. Die gaan we op een lijstje zetten. Nou,
- 1:40Speaker 1: dank je wel, Lotte voor je berichtje. En dat kan
- 1:42Speaker 1: altijd een berichtje sturen naar ons. Vinden we hartstikke leuk
- 1:45Speaker 1: om dat te lezen. En dan gaan we het nu
- 1:47Speaker 1: hebben over sport.
- 1:52Speaker 1: Ja. Vandaag gaat het over sport. Myrthe. Doe jij wel
- 1:54Speaker 1: eens aan sport? Ehm. Ja, ik zit op sport. O,
- 1:58Speaker 1: op wat voor sport zit jij dan? Ik zit op dansen,
- 2:01Speaker 1: zingen en toneelspelen. Ja, dat klopt. Dansen is zeker weten
- 2:05Speaker 1: ook een sport. Welke sport lijkt jou het leukst om
- 2:08Speaker 1: een keertje te proberen?
- 2:11Speaker 1: Voetballen. Voetballen. Dat heb je dan wel eens geprobeerd. Ja,
- 2:18Speaker 1: niet om een echt voetbalveld. Oh. Ja, dat klopt. Nou,
- 2:22Speaker 1: dat is leuk om zeker een keertje te gaan proberen dan.
- 2:25Speaker 1: En vind je sporten leuk? Ja. En. Waarom zou je?
- 2:28Speaker 1: Waarom vind je sporten zo leuk dan? En. Omdat ik
- 2:30Speaker 1: hem nu op dansen zit. En dat vind ik heel
- 2:35Speaker 1: heel leuk. Maar wat vind je dan zo leuk? Dat
- 2:37Speaker 1: dat ik kan dansen. Maar ik ga er altijd heel
- 2:40Speaker 1: erg van
- 2:41Speaker 1: weten van sporten. Heb jij dat ook? Niet zo heel erg,
- 2:44Speaker 1: maar wel een beetje. En word je moe van sporten? Nee. O,
- 2:48Speaker 1: ik wel, hoor. Ik ben zo moe na het sporten.
- 2:51Speaker 1: En jij zit wel op tennis? Ja, ik zit wel
- 2:53Speaker 1: op tennis, inderdaad. En in de vorige aflevering, tenminste niet
- 2:57Speaker 1: de vorige, want die ging over muziek. Maar die daarvoor
- 2:59Speaker 1: hebben we het gehad over sneeuw. Toen ging het over skiën. Ja,
- 3:03Speaker 1: dat is ook een sport. Ik wil maar zeggen, dat
- 3:05Speaker 1: is ook een sport, hè? Ja. Jij doet ook heel
- 3:07Speaker 1: veel aan fietsen en steppen, weet ik. Ja.
- 3:09Speaker 1: Ja. Dat zijn eigenlijk ook sporten, toch? Ja. Ja. Helemaal fietsen. Ja,
- 3:13Speaker 1: fietsen zeker weten. Ja. Maar jij wordt. Die zie je
- 3:17Speaker 1: ook op tv. Ja, die zie je ook wel eens
- 3:20Speaker 1: op televisie voorkomen. Sommige sporten zie je inderdaad op televisie.
- 3:22Speaker 1: Welke sport vind je het leukst om te kijken als
- 3:24Speaker 1: je het op televisie ziet? Dansen. Toch dansen. En wist
- 3:28Speaker 1: jij dat er heel veel verschillende sporten zijn? Ja. Kan
- 3:32Speaker 1: je een aantal sporten opnoemen. Welke sporten ken jij? Basketbal.
- 3:36Speaker 1: Heel goed. Wat moet je doen bij basketbal dan? En
- 3:38Speaker 1: proberen de bal in het net te gooien. Wat knap
- 3:43Speaker 1: dat je dat weet. En welke sport kun je nog meer?
- 3:45Speaker 1: Korfbal is korfbal dan? Dan moet je als je geen tegenhouden.
- 3:52Speaker 1: Het staat bij de paal. Dan is er een soort
- 3:55Speaker 1: van korf. En dan moet je de bal proberen om
- 3:59Speaker 1: in de korf te gooien. Van wie heb je dit geleerd? No.
- 4:06Speaker 1: Oh. Heb je dan een sportdag gehad? Nee. Oh. Nee. Toen.
- 4:11Speaker 1: Toen zei juf Noah dat. En toen lieten ze dat
- 4:16Speaker 1: zien op de tv. En welke welke sport ken je
- 4:20Speaker 1: nog meer?
- 4:21Speaker 1: voetbal. En voor welk team zijn wij Nederlands elftal. Ja,
- 4:26Speaker 1: voor het Nederlands elftal. Die is altijd Oranje. Ja. En
- 4:29Speaker 1: dan hangen we ook de vlag op. Ja, zeker weten. Soms. Ja.
- 4:34Speaker 1: En bij Koningsdag is dat wel handig. Met Koningsdag is
- 4:38Speaker 1: het ook Oranje. Hé. Zijn er nog meer sporten die
- 4:40Speaker 1: je kent? Fietsen. Fietsen. Ja. Hardlopen. Hardlopen is zeker weten
- 4:46Speaker 1: ook een sport. Ja. Ja, want dat doet mijn oom. Ja. Inderdaad.
- 4:49Speaker 1: Die heeft
- 4:50Speaker 1: een marathon gelopen. Een hele langzame loper, hoor. Nee, sneller. O,
- 4:54Speaker 1: hij is een hele snelle loper. Dat is het. Ja.
- 4:56Speaker 1: Ik weet dat hij luistert. Dat is een beetje plagen
- 4:59Speaker 1: mag wel, toch? Ja. Zijn er zijn er nog meer
- 5:01Speaker 1: sporten die je kent dan? O ja, hockey en zwemmen.
- 5:05Speaker 1: O ja, en vissen. Gebeurt zoveel
- 5:11Speaker 1: is sporten eigenlijk goed voor je? Wat denk je zelf? Ja.
- 5:15Speaker 1: Waarom denk je dat het goed is voor je?
- 5:18Speaker 1: Dan ben je even buiten? Ja, vaak ben je buiten,
- 5:22Speaker 1: maar sommige sporten doe je ook binnen. Maar sport is
- 5:24Speaker 1: inderdaad goed voor je. Want als je gaat bewegen, um
- 5:28Speaker 1: dan worden je bijvoorbeeld je spieren worden sterk en je
- 5:30Speaker 1: hart gaat sneller kloppen. Daar krijg je heel veel energie van.
- 5:33Speaker 1: En weet je wat ook leuk is? Nee. Dat van
- 5:36Speaker 1: sporten word je namelijk extra blij.
- 5:39Speaker 1: Want je lichaam die maakt een soort vrolijk sprongetje van binnen.
- 5:42Speaker 1: En als je vaak sport, kan je steeds sneller rennen.
- 5:45Speaker 1: Hoger springen, beter voetballen, beter scoren, beter spelen. Beter beter dansen. Precies.
- 5:53Speaker 1: De sport is niet alleen gezond, maar het is ook superleuk. Ja.
- 5:56Speaker 1: En dan kan je daar ook heel heel goed van groeien. O,
- 6:00Speaker 1: dat zeker weten. Hé, en Myrthe. Ja. Heb jij wel
- 6:05Speaker 1: eens gehoord van de Olympische Spelen?
- 6:08Speaker 1: Jawel, maar ik weet niet meer wat het is. Nou,
- 6:13Speaker 1: dat geeft ook niet. Het is een heel groot toernooi.
- 6:17Speaker 1: En dat toernooi dat wordt één keer in de 4
- 6:19Speaker 1: jaar wordt dat georganiseerd. En je hebt de zomer Olympische Spelen.
- 6:23Speaker 1: En je hebt de Winter Olympische Spelen. En daar komen
- 6:26Speaker 1: allemaal verschillende sporten.
- 6:28Speaker 1: En een toernooi is eigenlijk waar allemaal sporters samenkomen. allemaal
- 6:32Speaker 1: verschillende wedstrijden tegelijkertijd zijn. En daar komen dan de beste
- 6:36Speaker 1: sporters van de hele wereld. die komen daaraan meedoen. En
- 6:40Speaker 1: dan gaan ze kijken wie er een medaille verniet. Ja,
- 6:43Speaker 1: en ik heb wel een medaille voor skiën. Ja. Dus
- 6:46Speaker 1: jij kan zo met de Olympische Spelen meedoen. Ja.
- 6:50Speaker 1: Vaak. Als ze dan zo'n medaille uitreiken, dan gaan ze
- 6:54Speaker 1: ook iets zingen. Weet je wat dat is? Nee. Je
- 6:56Speaker 1: hoort het ook wel eens bij. Als we bijvoorbeeld Max
- 6:59Speaker 1: Verstappen een Formule één. De autorace is ook een sport.
- 7:03Speaker 1: Dan hoor je het ook wel eens. Ik weet niet
- 7:05Speaker 1: meer wat het is. Het is het volkslied.
- 7:18Speaker 1: Nee. Als jij mee zou mogen doen met de Olympische Spelen.
- 7:21Speaker 1: Met welke sport zou jij dan mee willen doen? Ski? Metki. Ja,
- 7:26Speaker 1: of of dansen. Ik kan niet kiezen uit ski of dansen.
- 7:30Speaker 1: H en Myrthe. Ja. Ik denk dat het zo tijd
- 7:33Speaker 1: is voor een spelletje. Ja. Maar dit keer niet zomaar
- 7:38Speaker 1: een spelletje. Een sport gaan we vandaag doen. Ik neem
- 7:41Speaker 1: zo meteen een microfoon mee naar buiten. En dan gaan
- 7:44Speaker 1: we een sportwedstrijd doen. En dan gaan we ver springen
- 7:47Speaker 1: en hardlopen.
- 7:52Speaker 1: Oke, Myrthe, we zijn nu bij de deur bijna beneden.
- 7:56Speaker 1: Jij bent een echte kleuter, dus je kan zelf je
- 7:58Speaker 1: schoenen aandoen. Dat vind ik heel knap. Je doet je
- 8:02Speaker 1: gymschoenen aan. of je sportschoenen eigenlijk aan. Want we gaan
- 8:06Speaker 1: vandaag voor het spel gaan we heel hard rennen. Kijken
- 8:10Speaker 1: wie het hardst kan rennen. Is het Myrthe of is
- 8:12Speaker 1: het papa? Ik hoop dat ik het ben. Ja, we
- 8:15Speaker 1: gaan het zien. Ik kan heel hard rennen.
- 8:22Speaker 1: Oke, Myrthe, wij staan buiten. Vertel. Waar staan we? En buiten.
- 8:26Speaker 1: En wat staat er op de stoep? Stoepkrijt. Oke, dus
- 8:29Speaker 1: dat is de start. En dan rennen we tot de
- 8:32Speaker 1: tweede lantarenpaal.
- 8:34Speaker 1: Oke, klaar voor de start. Af. Ja, jij bent al weg.
- 8:38Speaker 1: Hoe kan het nou weer?
- 8:42Speaker 1: Hey. Je bent mij aan het tegenhouden. Je loopt voor
- 8:46Speaker 1: mijn voeten.
- 8:50Speaker 1: Nee.
- 8:51Speaker 1: Nee. Even kijken. Wie was er nou sneller? E. Ja,
- 8:55Speaker 1: maar jij houdt mij tegen. Nu gaan we weer terug
- 8:59Speaker 1: naar de finish. Papa, je f zit los. O ja,
- 9:01Speaker 1: ik zie het. Ik zie het.
- 9:04Speaker 1: Ja, nou ben je al vertrokken. Wat is dit nou weer?
- 9:07Speaker 1: Dat kan toch niet?
- 9:11Speaker 1: ga je inhalen.
- 9:15Speaker 1: Nee. Ik wil sneller zijn.
- 9:19Speaker 1: vete zit los. Gewonnen! Ah.
- 9:25Speaker 1: Oké. Nou, zullen we dan nu eh
- 9:28Speaker 1: Verspringen doen. Ja. Oke. Myte, dan mag je vanaf hier
- 9:33Speaker 1: gaan staan.
- 9:34Speaker 1: Vanaf hier. En dan ga je zo ver mogelijk springen.
- 9:37Speaker 1: En dan ga ik meten hoe ver jij bent gesprongen. Oke, 1, 2, spring.
- 9:43Speaker 1: Zo, dat is echt een verre sprong. 1.
- 9:47Speaker 1: 2, 3, 4 voeten zijn dit. Dat is echt heel ver.
- 9:54Speaker 1: Dus 4 voeten van papa achter elkaar. Nou. Kom mee, Myrthe.
- 9:57Speaker 1: Gaan we weer naar binnen.
- 9:59Speaker 1: Zo, Myrthe, we zijn weer binnen van het sporten. Ik
- 10:02Speaker 1: ben wel een beetje moe. We hebben een glaasje water
- 10:05Speaker 1: nodig van het sporten. O ja, dat is goed. We
- 10:07Speaker 1: hebben inderdaad een beetje vocht verdiend. En dit kan je
- 10:10Speaker 1: natuurlijk thuis ook gewoon sporten. door heel hard te gaan rennen.
- 10:13Speaker 1: en kijken wie er het snelste kan rennen van jullie. Ja, en.
- 10:16Speaker 1: En ik heb ook wel een beetje honger. O, nou,
- 10:19Speaker 1: dan gaan we ook iets te eten pakken. En dan
- 10:21Speaker 1: sluiten we daarna de podcast af.
- 10:26Speaker 1: Nou Myrthe. Ik heb vandaag weer een hele hoop geleerd.
- 10:30Speaker 1: um Ik heb bijvoorbeeld geleerd dat jij precies weet wat
- 10:33Speaker 1: basketbal en korfbal is. Ja. En ik heb geleerd dat
- 10:38Speaker 1: ik tijdens het hardlopen met jou mijn veter moet strikken.
- 10:41Speaker 1: Gebeurt zoveel
- 10:45Speaker 1: Ik ben helemaal moe van het sporten, Myrthe. Nou, dan
- 10:47Speaker 1: is dit het einde van de kleuterpodcast. Volgende keer gaan
- 10:51Speaker 1: we het hebben over opa's en oma's. Opa's en oma's. Oeh,
- 10:57Speaker 1: dat vind ik heel leuk. Hoeveel opa's en oma's heb jij?
- 11:00Speaker 1: Ik heb 4 oma's en 2 opa's. Hoe dat zit,
- 11:05Speaker 1: leggen we je volgende keer uit. Ja, vergeet niet te
- 11:08Speaker 1: abonneren op onze podcast. Ja. En stuur ons ook af
- 11:12Speaker 1: en toe een berichtje. Vinden we heel leuk.
- 11:31Speaker 1: het zoveel.