Latest / Kleuter Podcast / Trouwen | Kleuterpodcast #30
Transcript
- 0:00Speaker 1: Welkom bij een nieuwe kleurtenpodcast. Vandaag hebben we een speciale,
- 0:07Speaker 1: want vandaag gaat het over
- 1:00Speaker 2: Ja, welkom bij een nieuwe kleuterpodcast. Myrthe. Je zei al
- 1:04Speaker 2: vandaag Gaan we het hebben over trouwen. Waarom gaan we
- 1:07Speaker 2: het hebben over trouwen? Want daar is een speciale aanleiding voor, hè? Ja.
- 1:10Speaker 2: Wat is er met trouwen? Ga ik trouwen? Nee. Ga
- 1:13Speaker 2: jij trouwen? Nee. Waarom gaan we het dan hebben over trouwen?
- 1:16Speaker 1: Omdat mijn tante en mijn oom gaan trouwen.
- 1:20Speaker 2: Die gaan trouwen. Inderdaad. Ja. En deze podcast komt op
- 1:22Speaker 2: donderdag uit. En ze gaan op vrijdag gaan ze trouwen.
- 1:25Speaker 2: Dus ja, dan kunnen ze nog even van tevoren goed
- 1:28Speaker 2: luisteren hoe het dan moet, het trouwen. Ja. Wat is
- 1:30Speaker 2: trouwen eigenlijk? Weet je dat?
- 1:32Speaker 1: Dat je uh dat je een feest viert. En dat
- 1:37Speaker 1: dat je elkaar lief vindt. Ja. Dat je op elkaar
- 1:40Speaker 2: verliefd bent. Dus je bent eigenlijk al een tijdje op
- 1:43Speaker 2: elkaar verliefd. Maar als je gaat trouwen, dan mag eigenlijk
- 1:46Speaker 2: iedereen het weten. En dan maak je het officieel. Weet
- 1:48Speaker 2: je wat dat betekent? Nee. Dat betekent dat je waar
- 1:52Speaker 2: iedereen bij je zegt dat je elkaar echt heel erg
- 1:54Speaker 2: lief vindt.
- 1:55Speaker 2: En dat je er altijd voor elkaar zal zijn. En
- 1:58Speaker 2: dan krijg je dus ook een handtekening van de burgemeester.
- 2:01Speaker 2: En die zegt dan Het is officieel. Dus als de
- 2:04Speaker 2: burgemeester dat zegt, dan betekent dat dat overal waar je
- 2:08Speaker 2: komt je altijd
- 2:10Speaker 2: echt er voor elkaar bent. Ja. Maar dan ben je
- 2:13Speaker 2: officieel met elkaar getrouwd. En dan is het dus ook.
- 2:16Speaker 2: Dus bijvoorbeeld mama en papa zijn ook met elkaar getrouwd. Ja.
- 2:20Speaker 2: En als wij dus ergens komen, dan weten ze ook O,
- 2:23Speaker 2: dat zijn man en vrouw. Want wij hebben ook dezelfde achternaam.
- 2:27Speaker 2: Dat hoeft niet altijd meer. Maar we hebben dan wel
- 2:29Speaker 2: dezelfde achternaam. En dan weten ze Oh nou, die horen
- 2:32Speaker 2: bij elkaar.
- 2:33Speaker 2: Waar denk je nog meer aan bij het trouwen?
- 2:36Speaker 1: En een bruidsmeisje en een bruidsjongen.
- 2:39Speaker 2: O, en hoe zien die eruit dan? Dat weet ik niet. O,
- 2:41Speaker 2: ik denk met een heel mooi pak en een hele
- 2:43Speaker 2: mooie jurk. En ik denk dat jouw nichtje en je
- 2:45Speaker 2: neefje de bruidsjongen en het bruidsmeisje zijn.
- 2:49Speaker 2: En waar denk je nog meer
- 2:50Speaker 1: aan? Hele mooie jurk van Emma.
- 2:52Speaker 2: O ja, van tante Emma. Ja, we zijn wel benieuwd
- 2:54Speaker 2: wat voor jurk zij aan gaat hebben. Ja. Wat denk
- 2:56Speaker 2: je dat ze voor jurk gaat aanheb? Hele mooie witte.
- 2:59Speaker 2: Is die dan heel groot, heel wijd? Of is die
- 3:02Speaker 2: juist heel heel strak? Dat weet ik niet. Nee, dat
- 3:05Speaker 2: weet ik ook niet. Maar ze zal er in ieder
- 3:07Speaker 2: geval uitzien als een prinses, denk
- 3:08Speaker 2: Ik. Denk je niet? Ja.
- 3:09Speaker 1: Ja. Ik denk dat ze op het feest gaat stralen.
- 3:14Speaker 2: O, het liefst dat je dat zo zegt. Dat denk
- 3:16Speaker 2: ik ook. Ja. En Tom zal je oom zal die
- 3:19Speaker 2: dan ook een mooie jurk aan hebben? Nee. Wat heeft
- 3:23Speaker 2: hij dan aan? Een pak. En wat voor pak zal
- 3:25Speaker 2: die aan hebben, denk je? Een pakken jij. En wat
- 3:27Speaker 2: bedoel je daarmee?
- 3:29Speaker 1: eigenlijk zo'n pak.
- 3:31Speaker 2: Gewoon een mooi chic pak. Ja. En dan nog een
- 3:33Speaker 2: speciale kleur?
- 3:35Speaker 1: Nee, dat nog niet. Oké.
- 3:37Speaker 2: Ga jij een mooie jurk aan doen? Ja. Wat voor
- 3:40Speaker 2: mooie jurk ga jij
- 3:40Speaker 1: aan doen? Met op m'n rug een streek.
- 3:43Speaker 2: Ja. En kan je daar mooie rondjes in draaien in
- 3:46Speaker 2: jouw jurk? Dat weet ik niet. Je hebt hem toch
- 3:48Speaker 2: wel gepast. Ja, maar
- 3:50Speaker 1: ik weet niet meer of ik een mooie rondje in
- 3:54Speaker 1: kan maken of niet. O,
- 3:56Speaker 2: dat ben je vergeten.
- 3:57Speaker 2: En je zusje, ziet hij er ook mooi uit? Ja,
- 4:00Speaker 1: die ziet er hetzelfde als ik uit.
- 4:03Speaker 2: Nou, heb jij op de bruiloft? Heb jij ook nog
- 4:05Speaker 2: eens
- 4:06Speaker 1: een hele speciale taak.
- 4:08Speaker 2: Ja, jij krijgt echt een hele bijzondere taak. Daar moesten
- 4:11Speaker 2: we wel eventjes goed voor oefenen. Ja. Want wat ga
- 4:14Speaker 2: jij doen op de bruiloft? Een
- 4:16Speaker 1: bloemenmeisje
- 4:17Speaker 2: zijn. Wat is een bloemenmeisje?
- 4:19Speaker 1: En dan op de bruiloften. Dan strooi je allemaal blaadjes
- 4:24Speaker 1: uit een mandje. Wanneer doe je dat? Ik loop voor Emma.
- 4:28Speaker 1: En daar mag je de blaadjes strooien. Ja. Waar jullie
- 4:31Speaker 2: zitten. Ja. Dus wij gaan zitten in de zaal. Inderdaad.
- 4:34Speaker 2: En dan kom jij. En jij strooit de blaadjes voor
- 4:38Speaker 2: de bruid uit. En daarna komt de bruid.
- 4:41Speaker 2: Dus dan gaat iedereen eerst kijken. O, daar komt Myrthe
- 4:44Speaker 2: met de blaadjes. En dan mag jij daar gewoon een
- 4:45Speaker 2: rommeltje van maken. Want jij mag overal blaadjes een beetje strooien. Ja. Ja.
- 4:50Speaker 2: Dus alles is heel netjes. En dan mag jij er
- 4:51Speaker 2: ineens een rommeltje van gaan maken. Ha. En. Ja, dat hoort, hè? Ja,
- 4:56Speaker 2: dat hoort. Ja. Moet je ze daarna ook opruimen? Nee. Nee. O,
- 5:00Speaker 2: mag ik dat dan doen met de stofzuiger erachteraan? Ja. Hee. Opa!
- 5:06Speaker 2: Opa met de stofzuiger er achteraan. Ik vind het een
- 5:08Speaker 2: goed idee.
- 5:10Speaker 2: Wie komen er allemaal, denk je op een op een bruiloft?
- 5:12Speaker 2: Komen er veel mensen of weinig mensen, denk je? Veel. Ja,
- 5:15Speaker 2: vaak wel, hè. En wat ga je nog verder allemaal doen?
- 5:17Speaker 2: Want zij gaan dus zeggen hoe lief ze elkaar vinden.
- 5:20Speaker 2: Jij gaat het bloemetjes strooien. Maar er is nog iets
- 5:22Speaker 2: heel belangrijks wat in die dag gebeurt.
- 5:24Speaker 1: Een ring geven aan elkaar. En
- 5:26Speaker 2: wat doen ze daarmee dan? Dat weet ik niet. Daarmee
- 5:29Speaker 2: zeggen ze eigenlijk inderdaad hoe lief ze elkaar vinden. Maar
- 5:32Speaker 2: daar hoort één heel belangrijk woordje bij. Weet je welk
- 5:34Speaker 2: woord dat is? Nee. Het woord is ja.
- 5:40Speaker 2: zag niet trek.
- 5:43Speaker 2: Nee
- 5:48Speaker 2: Heb je daar wel eens van gehoord? Het ja-woord? Nee.
- 5:51Speaker 2: het ja-woord, dat is superbelangrijk om een bruiloft. Want dan
- 5:54Speaker 2: gaan ze namelijk vragen aan elkaar neemt u, en dan
- 5:57Speaker 2: de naam tot uw wettige echtgenote. En zal u er
- 6:00Speaker 2: altijd zijn, ook als ze ziek is of als jullie
- 6:04Speaker 2: boos op elkaar zijn, of zorg je dat je er
- 6:06Speaker 2: dan altijd voor elkaar bent. En dan is het aan
- 6:09Speaker 2: de ander om te zeggen Ja, ik zal er altijd zijn.
- 6:12Speaker 2: Of ja, ik wil. Of gewoon ja.
- 6:19Speaker 2: Dat noemen ze het ja-woord. En dat is het moment
- 6:21Speaker 2: dat als ze allebei ja hebben gezegd, dan ben je getrouwd.
- 6:24Speaker 2: Want jij, als je trouwt met elkaar, dan moet je
- 6:26Speaker 2: er altijd voor elkaar zijn.
- 6:28Speaker 2: We zijn het jawoord gehad. We hebben de ringen gehad. Ja,
- 6:32Speaker 2: dan is er ook nog iets lekkers. Een taart. O,
- 6:36Speaker 2: die waren we niet vergeten. De taart. En hoe ziet
- 6:40Speaker 2: een bruistaart eruit, denk jij? Ik denk
- 6:42Speaker 1: een grote witte taart met drie verdiepingen.
- 6:45Speaker 1: En er Tom en Emma op aan de bovenkant. O ja.
- 6:50Speaker 2: O, als van die poppetjes erbovenop? Ja. O ja,
- 6:52Speaker 1: dat is leuk. En en nog lieve heersbeestjes erop.
- 6:56Speaker 2: Lieve heersbeestjes erop. En hoezo nou lieve heersbeestjes erop. Maar gewoon. O,
- 7:01Speaker 2: ik weet het al. Dat had je gelezen in een boekje. Ja.
- 7:04Speaker 2: Er was een boekje dat je aan het lezen was.
- 7:06Speaker 2: En daar hadden ze lieve
- 7:07Speaker 2: species op de taart, hè? Ja. Ja. Hé, en um.
- 7:10Speaker 2: Je kan
- 7:10Speaker 1: niks anders voor? Nee.
- 7:12Speaker 2: Nou ja, misschien is het zo. Ja. Ja. Het zal
- 7:15Speaker 2: vast een mooie taart zijn. Maar vooral een lekkere taart,
- 7:17Speaker 2: denk ik. Ja. Ja.
- 7:18Speaker 1: Maar misschien ook met Tom en Emma de bovenkant. En
- 7:22Speaker 1: misschien ook Tom en Emma Kik en Loua. Ja,
- 7:25Speaker 2: misschien ook je neefje en nichtje erbovenop. Ja, dat zou
- 7:28Speaker 2: helemaal wel goed kunnen.
- 7:29Speaker 2: Myrthe. Zou jij later willen trouwen? Ja,
- 7:32Speaker 1: tuurlijk. Dat ga je heel vaak doen. Altijd. Dat doe je.
- 7:37Speaker 1: Dat doe je vaak als je elkaar verliefd bent. Ja,
- 7:41Speaker 2: maar het hoeft niet. Nee. Nee, want wij hebben ook
- 7:43Speaker 2: heel veel vrienden die niet getrouwd zijn. Voorbeeld Marco en
- 7:46Speaker 2: Nathalie zijn niet getrouwd. Maar die zijn heel erg verliefd
- 7:48Speaker 2: op elkaar. Ha. En. Hoezo doen
- 7:51Speaker 1: ze eigenlijk geen bruiloft dan?
- 7:53Speaker 2: Ja, omdat een bruiloft kost ook heel veel centjes. Peter
- 7:55Speaker 2: en Emmy zijn ook niet getrouwd. Maar zijn wel heel
- 7:58Speaker 2: verliefd op elkaar.
- 7:59Speaker 1: Dat zijn mijn tante en mijn oom. Ja,
- 8:01Speaker 2: die zijn wel. Die vinden elkaar heel erg lief, maar
- 8:04Speaker 2: die zijn niet getrouwd. Het kost heel veel centjes. En
- 8:06Speaker 2: sommigen die zeggen van Nou, we zijn gewoon verliefd op elkaar.
- 8:09Speaker 2: We vinden elkaar heel lief. Maar we hoeven niet zo
- 8:11Speaker 2: nodig te trouwen. Dat kan ook. Nodig
- 8:13Speaker 1: te trouwen. Ja. Nodig.
- 8:17Speaker 2: Ja, we hoeven dat niet zo nodig.
- 8:20Speaker 2: Dus het hoeft niet altijd als je verliefd bent op elkaar.
- 8:22Speaker 2: Maar het kan wel. Dus het is als je het wil.
- 8:24Speaker 2: Hoe
- 8:25Speaker 1: duur kost het
- 8:25Speaker 2: als je gaat trouwen? O, veel te duur. O, dat
- 8:28Speaker 2: kan zo duur zijn trouwen. Echt? Ja. Daar kan je
- 8:31Speaker 2: ook een auto van kopen, meestal. En dan hebben we
- 8:34Speaker 2: nog de speeches. Weet je wat een speech is, Mete? Nee.
- 8:37Speaker 2: Een speech is als iemand een praatje gaat houden. Dan
- 8:40Speaker 2: gaan mensen praatjes houden. En dan moet je luisteren. Maar
- 8:42Speaker 1: ik snap dat niet
- 8:43Speaker 2: zo goed. Nee, is soms heel lastig. Dat snap ik wel. Ja.
- 8:47Speaker 2: Want dan gaan ze vaak vertellen.
- 8:48Speaker 2: hoe ze iemand hebben leren kennen of waarom ze elkaar
- 8:51Speaker 2: zo lief vinden. Maar ik snap wel dat je zegt,
- 8:52Speaker 2: dat snap ik vaak niet zo goed. Nee. Maar misschien
- 8:55Speaker 2: kunnen we dan afspreken als er een speech is, dat
- 8:58Speaker 2: wij dan aan het einde even vertellen waar het precies overging.
- 9:01Speaker 2: Zullen we dat afspreken? Ja. Ik denk dat het tijd
- 9:05Speaker 2: is voor een spelletje. Ja. Oké. En het spelletje van vandaag. Uh.
- 9:11Speaker 2: Hoe heet het? Ja, daar moet je heel goed voor
- 9:13Speaker 2: kunnen rekenen. Kan je een beetje rekenen? Ja, kan al
- 9:15Speaker 2: een hele hoge. Oh, wat dan?
- 9:19Speaker 1: 100+ 100 is 200.
- 9:21Speaker 2: Zo, hallo. Oké. Nou, dan ga ik er even goed
- 9:24Speaker 2: voor zitten.
- 9:25Speaker 2: En luister goed, want dit is rekenen op de bruiloft.
- 9:34Speaker 2: Op de tafel staat een grote bruidstaart met wel 10
- 9:39Speaker 2: stukjes erop. 5 stukjes worden opgegeten. Hoeveel stukjes zijn er
- 9:45Speaker 2: nog over?
- 9:47Speaker 2: 5. Heel goed. Heel goed.
- 9:50Speaker 2: En als je zit te luisteren, doe gezellig mee.
- 9:53Speaker 2: Het bruidspaar, dus de bruid en de bruidegoep hebben allebei
- 9:58Speaker 2: een ring. Hoeveel ringen hebben ze samen?
- 10:03Speaker 1: 2.
- 10:04Speaker 2: Heel goed. Op het feest hangen er 7 ballonnen. Eentje
- 10:10Speaker 2: gaat te kapot. Bang. Hoeveel zijn er nog over?
- 10:15Speaker 2: 6. Heel goed. Het bloemenmeisje.
- 10:20Speaker 2: Wie is het bloemenmeisje alweer? Ja. O ja. Myrthe, het bloemenmeisje.
- 10:25Speaker 2: Strooit bloemetjes. Er zaten 10 bloemetjes in haar mandje en
- 10:31Speaker 2: nu zitten er nog 4 in. Hoeveel bloemetjes liggen er
- 10:35Speaker 2: op de grond?
- 10:38Speaker 2: 6. Heel knap. Ja hoor, heel goed. OK, er staan
- 10:45Speaker 2: 9 stoelen op een rij. 3 gasten gaan al zitten.
- 10:50Speaker 2: Hoeveel stoelen zijn er nog vrij?
- 10:53Speaker 2: 0.
- 10:54Speaker 2: Er staan 9 stoelen op een rij. 3 gasten gaan
- 10:58Speaker 2: er al zitten. Hoeveel stoelen zijn er nog vrij? Dat
- 11:02Speaker 2: is een moeilijk, hè. Er zijn er 9 -3. Dat
- 11:06Speaker 2: is eigenlijk het sommetje. 9 eraf 3. Ik doe het
- 11:10Speaker 2: wel
- 11:10Speaker 1: even op mijn vingers. Dan kan ik het beter
- 11:12Speaker 2: zien. Ja, helemaal goed.
- 11:15Speaker 2: Heel goed. Heel goed. Er staan 4 stukjes taart. Je
- 11:20Speaker 2: oom doet er op 2 slagroom. Hoeveel zijn er nog
- 11:25Speaker 2: zonder slagroom.
- 11:27Speaker 2: 2. Heel goed. Ja. Er staan 10 gasten bij het bruiloftsfeest.
- 11:34Speaker 2: Er komen nog 10 gasten bij. Hoeveel zijn er in totaal?
- 11:39Speaker 2: 20? Heel knap. Ja, 20 inderdaad. Heel goed. Ja.
- 11:44Speaker 1: Ah. Ja. Het is ook moeilijk. Dat laatste sommetje.
- 11:48Speaker 2: Oké, Myrthe. Jij bent helemaal geslaagd voor de bruiloft. High 5.
- 11:53Speaker 2: Jij bent helemaal geslaagd voor de bruiloft. Zo. Dat was
- 11:55Speaker 2: een goede high 5.
- 11:57Speaker 2: Myrthe. Zullen we eens kijken of er nog bruiloftspost is?
- 11:59Speaker 2: Waar is
- 12:00Speaker 1: de bruiloftspost? Waar is de bruiloftspost? Waar is de
- 12:04Speaker 2: bruiloftpost? Oké, Myrthe. Het is tijd voor de bruiloftspost.
- 12:09Speaker 1: O jippie. Jippie. Jippie. Jippie.
- 12:12Speaker 2: Er is weer heel veel. Er zijn weer heel veel
- 12:14Speaker 2: berichten binnengekomen. We proberen ze allemaal te beantwoorden. Maar het
- 12:17Speaker 2: zijn er zoveel.
- 12:18Speaker 2: Dus we doen ons best om zoveel mogelijk te beantwoorden.
- 12:21Speaker 2: En ik heb een berichtje binnengekregen van Tuur. Hij schrijft
- 12:24Speaker 2: Hoi Myrthe, wat leuk dat de kleuterpodcast weer terug is
- 12:27Speaker 2: van vakantie. Ik ga volgende week ook beginnen met zwemles.
- 12:31Speaker 2: Ik ben op vakantie naar Zweden geweest. en daardoor hadden
- 12:33Speaker 2: ze in elke supermarkt een hele grote snoepfdeling. Ik mocht
- 12:37Speaker 2: zelfs snoepjes scheppen voor de terugreis. Wauw. Woe. Nou ben
- 12:42Speaker 2: ik benieuwd hoe grote zak snoepjes jij hebt geschept. Ja.
- 12:45Speaker 2: En um
- 12:46Speaker 2: Ja. Ik zit nog te denken. Een aflevering over snoepjes.
- 12:49Speaker 2: Is dat leuk? Ja. Ja. Moet ik even heel goed
- 12:52Speaker 2: denken waar we dan over gaan hebben. Maar het lijkt
- 12:55Speaker 2: me dan wel een goed idee dat we dan een
- 12:56Speaker 2: snoepjes voor ons neus hebben. Ja. Ja,
- 13:02Speaker 1: een soort snoepje willen zeggen. En we weten niet welke.
- 13:08Speaker 1: Dan pakken we er eentje uit. Dat vind ik een
- 13:10Speaker 1: goed idee.
- 13:14Speaker 1: Dan kijken we ernaar. Dan zeg je zo heet het snoepje.
- 13:18Speaker 1: En dan ja. En dan stop je met je mond.
- 13:21Speaker 2: Haha. Oh, dat vind ik een goed idee. Dat we
- 13:22Speaker 2: een soort snoepjestest gaan doen. Ja. Ja, dat we ze
- 13:25Speaker 2: gewoon gaan proeven. Vind ik een goed idee, Myrthe. Nou,
- 13:27Speaker 2: dan kreeg ik nog een berichtje binnen van Rico. En
- 13:30Speaker 2: Rico die stuurt Ik heb mijn A-diploma gehaald voordat ik
- 13:33Speaker 2: op vakantie ging.
- 13:34Speaker 2: Nou, gefeliciteerd, Rico. Dat is knap. Ja. Ja, want we
- 13:37Speaker 2: waren natuurlijk benieuwd als jij je diploma al had, of
- 13:40Speaker 2: misschien nog bezig was, hoe ver je was. En Rico,
- 13:43Speaker 2: die heeft dus A-diploma al. Dan kreeg ik nog een
- 13:46Speaker 2: berichtje binnen van Kai. En Kai die zegt Wij hebben
- 13:50Speaker 2: ook een bruiloft binnenkort. Dus wij zijn super benieuwd naar
- 13:53Speaker 2: de aflevering over trouwen. Nou,
- 13:55Speaker 2: Dat komt goed uit, want je hebt nu de aflevering
- 13:58Speaker 2: over trouwen gehoord. Ik Ik hoop dat je er wat
- 14:00Speaker 2: aan hebt. En misschien, Kai, ben jij ook wel een bloemenmeisje?
- 14:03Speaker 2: Dat
- 14:03Speaker 1: kan niet, dan ben je een bloemenjongen.
- 14:06Speaker 2: O ja, dan ben je een bloemenjongen. Sorry, Kai, dan
- 14:08Speaker 2: ben je een bloemenjongen. Dat is het inderdaad. Of misschien
- 14:11Speaker 2: mag je gewoon lekker daar zijn om alleen maar taart
- 14:13Speaker 2: te eten. Dat kan natuurlijk ook, hè. O ja. Ja. Och, heerlijk.
- 14:18Speaker 1: Als je Als je versch taart hebt. Moet je even
- 14:24Speaker 1: proeven welke welke beter smaakt. Ja.
- 14:27Speaker 2: Ja, Dan krijg ik nog een berichtje binnen van Milou.
- 14:30Speaker 2: En Milou. Die schrijft dat ze deze week voor het
- 14:33Speaker 2: eerst naar school is gegaan. Ze is net vier geworden.
- 14:35Speaker 2: En zij vraagt zich af of jij ook twee boterhammen
- 14:38Speaker 2: meeneemt naar school en een stukje fruit. Ja. Ja, hè.
- 14:41Speaker 2: Meestal neem je twee boterhammen mee, soms 3. Ja. Dan
- 14:44Speaker 2: zeg je Ik heb honger vandaag. Dan neem je er mee.
- 14:47Speaker 2: En neem je ook altijd fruit mee? Ja. Heerlijk. Lekker.
- 14:50Speaker 2: Soms ook koekje. Ja, soms krijg je ook een koekje mee.
- 14:53Speaker 2: Dat is vaak als papa dan te lui is. Ja. Ja,
- 14:56Speaker 2: maar anders krijg je eigenlijk altijd fruit mee. Ja. Ja.
- 14:58Speaker 2: Dan kreeg ik nog een berichtje binnen van Luus. En
- 15:02Speaker 2: Luus die schrijft Hoi Myrthe, ik heb op vakantie veel
- 15:04Speaker 2: met zwemmen geoefend, net als jij. Maar ik mag nog
- 15:07Speaker 2: niet beginnen met zwemles. Ik zou het wel graag willen.
- 15:11Speaker 2: Heb jij geen bandjes meer aan tijdens het zwemmen? Nou, Myrthe.
- 15:15Speaker 2: Heb jij bij de zwemles geen bandjes meer?
- 15:17Speaker 1: Nee, maar ik heb nog wel een zwemvestje.
- 15:20Speaker 2: Dus je zwemt wel met een zwemvest. En dan kunnen
- 15:23Speaker 2: ze dat zwemvest kunnen ze steeds iets lichter maken. Ja.
- 15:25Speaker 2: Waardoor het steeds zwaarder wordt om te zwemmen. Maar daardoor
- 15:29Speaker 2: kun je goed oefenen. En dan kreeg ik nog een
- 15:32Speaker 2: berichtje binnen van een oma van Mieke.
- 15:36Speaker 2: En de oma van Mieke die schrijft Mieke heeft vandaag
- 15:39Speaker 2: samen met mij geluisterd naar de kleuterpodcast. Ze vond de
- 15:43Speaker 2: aflevering van dromen heel erg mooi. Groetjes van Mieke en oma.
- 15:48Speaker 2: Dat was ook een hele leuke aflevering, he, over dromen. Ja. Ja.
- 15:51Speaker 2: Heb je nog wel eens leuke dromen? Niet zo vaak. Nee. Nou,
- 15:55Speaker 2: dan moeten
- 15:55Speaker 1: we. Moest je heel vaak aan het begin wegjagen.
- 15:58Speaker 2: Oh, had je veel enge dromen? Ja. Oh. Nou, dan
- 16:01Speaker 2: moeten we ze weer eens effe goed gaan wegjagen. En
- 16:04Speaker 2: misschien wel een dromenvanger opvangen. O, een dromenvanger ophangen. Ja.
- 16:08Speaker 2: Een dromenvanger. Dat is een soort uh ja, een soort
- 16:11Speaker 2: rondje met vaak zitten de veren aan of zo. En uh.
- 16:15Speaker 2: Die houden de goede dromen vast. En de enge dromen
- 16:19Speaker 2: jagen ze weg. Noemen ze een dromenvanger. Kunnen we wel
- 16:21Speaker 2: eens naar kijken.
- 16:23Speaker 2: Dan zijn we aan het einde gekomen van de kleuterpodcast. Myrthe.
- 16:25Speaker 2: Wil jij ook een berichtje achterlaten voor de brievenbus? Dat kan.
- 16:29Speaker 2: Dan moet je naar onze Instagram. En dat is
- 16:31Speaker 1: @ kleuterpodcast.nl. Heel
- 16:34Speaker 2: goed. En anders kan het via de website. En dat
- 16:36Speaker 2: is
- 16:37Speaker 1: klepodcast.nl.
- 16:39Speaker 2: Ja, heel goed. kleuterpodcast.nl. Daar kan je terecht voor een
- 16:42Speaker 2: berichtje voor in onze brievenbus. En wat ik al zei,
- 16:45Speaker 2: we proberen ze allemaal lekker te beantwoorden. Ja. Nou, dan
- 16:48Speaker 2: gaan we nog eens even kijken naar volgende week. Myrthe.
- 16:50Speaker 2: Waar gaan we het volgende week over hebben?
- 16:52Speaker 2: Knutselen. Knutselen. Oe, dan ben ik benieuwd. Zullen we dan
- 16:57Speaker 2: allemaal potjes lijm neerzetten en dan uh alles aan elkaar plakken? Ja. Oké,
- 17:02Speaker 2: het wordt een grote knippenplak aflevering. Volgende keer knutselen. Ik
- 17:06Speaker 2: zou zeggen tot de volgende keer Myrthe.
- 17:08Speaker 1: Tot de volgende keer.