Latest / Kleuter Podcast / Lente | Kleuterpodcast #8
Transcript
- 0:00Speaker 1: Het zonnetje schijnt. De lucht is blauw. Het is lente.
- 0:03Speaker 1: Wat fijn. Ja.
- 0:05Speaker 2: Nou, inderdaad, wat fijn. Myrthe. Heel fijn zelfs. Ik hou
- 0:09Speaker 2: er wel van. Ik ook. We kunnen deze podcast helemaal
- 0:12Speaker 2: gaan vullen met alles over de
- 1:08Speaker 1: Hallo allemaal. Welkom bij je nieuwe kleuterpodcast.
- 1:12Speaker 2: Ja, en vandaag gaan we het hebben over de lente. Myrthe.
- 1:16Speaker 2: Waar denk jij aan bij de lente? Het zonnetje. Ik
- 1:20Speaker 2: moet zeker ook aan het zonnetje denken. Maar ik moet
- 1:23Speaker 2: aan veel meer dingen denken. Want weet je wat mij
- 1:25Speaker 2: bijvoorbeeld opviel toen ik deze week wakker werd? Nee. Dat
- 1:29Speaker 2: het ineens al licht was toen ik wakker werd.
- 1:33Speaker 1: komt totdat het lente is.
- 1:35Speaker 2: Ja. En jij zei van de week moet ik nu
- 1:37Speaker 2: al naar bed. Het is nog licht.
- 1:40Speaker 1: Ja. Eigenlijk. En bij de lente en bij de zomer
- 1:44Speaker 1: gaat de klok ook weer terugdraaien. Nou,
- 1:48Speaker 2: dat weet jij heel goed, inderdaad. Maar hij gaat hij
- 1:50Speaker 2: gaat niet terugdraaien. De klok gaat vooruit. En dat betekent
- 1:54Speaker 2: dus dat er. en dat is altijd in het laatste
- 1:57Speaker 2: weekend van maart.
- 1:58Speaker 2: En als dan de klok een uur vooruit gaat. Nou,
- 2:01Speaker 2: dus dat is lekker. Want in de lente is het
- 2:04Speaker 2: altijd langer licht. En dan wordt het steeds mooier weer.
- 2:09Speaker 2: En weet je wat ik ook altijd leuk vind in
- 2:11Speaker 2: de lente? Nee. De bloemetjes.
- 2:13Speaker 1: O ja, leuk. Dan kan je lekker bloemen plukken. Voor
- 2:17Speaker 1: je vader of moeder of. Ja,
- 2:19Speaker 2: je mag ze niet altijd plukken. Nee. Dus dan moet
- 2:21Speaker 2: je wel. Maar er zijn wel een hele hoop mooie bloemen.
- 2:24Speaker 2: Want
- 2:25Speaker 2: Van de week zagen wij ook al een paar mooie
- 2:26Speaker 2: bloemen bij de rotonde. Weet je nog welke bloemen dat zijn? Narcissen? Ja, klopt.
- 2:32Speaker 2: En vorige aflevering hebben we het over de oma's en
- 2:34Speaker 2: opa's gehad. En oma Jopie heeft altijd een andere naam
- 2:37Speaker 2: voor de narcissen. Weet je nog welke naam? Ja. Welke dan? Daffodils? Ja,
- 2:41Speaker 2: de daffodils. Zij noemt ze altijd de daffodils. Dat zijn
- 2:44Speaker 2: het Engelse woord vindt ze mooier. Maar dat zijn de narcissen.
- 2:47Speaker 2: Maar je ziet overal narcissen komen en krokusjes en gewoon
- 2:51Speaker 2: heel
- 2:52Speaker 1: madeliefjes. Ja. Ja, bij opa en oma die daar staan
- 2:58Speaker 1: bij de vijvers staan hele mooie madeliefjes.
- 3:04Speaker 2: O, wat leuk. En welke welke diertjes zie je vaker
- 3:08Speaker 2: buiten nu het lent is? Weet ik niet. Je ziet
- 3:14Speaker 2: bijvoorbeeld steeds vaker bijen en op de kinderboerderij. Daar zie
- 3:18Speaker 2: je ook heel veel diertjes als het lente wordt.
- 3:21Speaker 2: Wat voor diertjes zie je daar ineens als het lente wordt? Gen. Ja,
- 3:25Speaker 2: maar misschien moeten we van de week eventjes naar de kinderboerderij.
- 3:28Speaker 2: Want in de lente worden er heel veel diertjes geboren.
- 3:32Speaker 2: Dus bijvoorbeeld heb je op de kinderboerderij vaak kuikentjes.
- 3:36Speaker 2: En die komen van de Kippen. Van de kippen. Ja. En.
- 3:39Speaker 2: Maar je hebt ook vaak lammetjes.
- 3:42Speaker 1: Van van de gaatjes.
- 3:44Speaker 2: Ja. En daar kan je dan mee knuffelen. Of je
- 3:47Speaker 2: kan ze even een flesje geven. Ja, die zijn die
- 3:50Speaker 2: zijn allemaal heel klein aan. Maar bij opa
- 3:52Speaker 1: en oma, hoef je mag je ze niet knuffelen. Mag
- 3:56Speaker 1: je alleen maar kijken.
- 3:57Speaker 2: Ja, soms Soms moet je ze ook gewoon lekker met
- 3:59Speaker 2: rust laten. Want die diertjes vinden het niet altijd leuk
- 4:03Speaker 2: om geknuffeld te worden.
- 4:04Speaker 2: Maar bijvoorbeeld je hebt ook vaak kleine biggetjes en uh. Ja. Kalfjes. Ja.
- 4:11Speaker 2: Waar zijn de kalfjes ook weer van? Van koeien. Ja,
- 4:15Speaker 2: die komen van de koeien. um Dus ja, misschien moeten
- 4:18Speaker 2: we eventjes naar de kinderboerderij gaan. En als je zit
- 4:20Speaker 2: te luisteren. Misschien ben je al bij de kinderboerderij geweest.
- 4:22Speaker 2: Of is het gewoon heel leuk om een keertje daar
- 4:24Speaker 2: te gaan kijken. Zeker in de lente. Want in de
- 4:26Speaker 2: lente zie je ineens allemaal diertjes daar naar buiten gaan.
- 4:30Speaker 2: Wat vind jij het leukste dier op de kinderboerderij? Ik
- 4:32Speaker 1: vind ze allemaal wel heel leuk, dus ik kan eigenlijk
- 4:35Speaker 1: niet kiezen.
- 4:37Speaker 2: Nou hebben we het over de lente. En de lente
- 4:40Speaker 2: is een seizoen. Weet jij nog wat de andere seizoenen
- 4:42Speaker 2: ook zijn?
- 4:43Speaker 1: Ja, zomer. Ja. Winter, herfst, lente.
- 4:51Speaker 2: Ja, en weet je dan ook welk seizoen er na
- 4:53Speaker 2: de lente komt? Zomer? Ja. Oh, dat is het helemaal warm.
- 4:57Speaker 2: En wat komt er na?
- 4:58Speaker 1: En en in de zomer ben ik lekker jara.
- 5:02Speaker 2: Ja, dat klopt inderdaad. En wat komt er na de
- 5:04Speaker 2: zomer dan? Winter.
- 5:07Speaker 2: Nee, er zit er nog eentje tussen. O, herfst. Ja.
- 5:10Speaker 2: De herfst. En dan krijg je de winter. En na
- 5:12Speaker 2: de winter krijg je. Lente. De lente, en daar zitten
- 5:15Speaker 2: we dus nu. Wat vind je zelf leuk om te
- 5:18Speaker 2: doen als het lente is?
- 5:20Speaker 1: Eh, buiten spelen met mijn fiets. En bij de speeltaak
- 5:25Speaker 1: spelen en met stoep rijdt. En. En op een klossen.
- 5:30Speaker 2: O ja, met de klossen lopen. Ja. Ja. Moet je
- 5:32Speaker 2: dan een dikke jas aan, als het lente is of niet? Nee.
- 5:36Speaker 2: Wat heb je van de week gedaan dan op school? Eh,
- 5:39Speaker 1: zonder jas buiten gespeeld.
- 5:41Speaker 2: Ja. En waarom kon dat dan? Omdat
- 5:43Speaker 1: het lekker warm
- 5:44Speaker 2: was. Ja, en vaak in de lente regent het ook
- 5:47Speaker 2: niet zo heel veel. Nee. Dus dan kan je gewoon
- 5:49Speaker 2: zonder jas naar buiten, soms. Niet altijd. Je moet wel
- 5:52Speaker 2: altijd eventjes aan papa of mama of aan de meester
- 5:54Speaker 2: of juf vragen of dat kan. Maar als het kan. O,
- 5:58Speaker 2: wel lekker, hoor.
- 5:59Speaker 1: Ja, en dan gaan de bloesem aan de bomen.
- 6:02Speaker 2: Ja, ook dat inderdaad. Ja. En wat is de bloesem dan?
- 6:06Speaker 2: En
- 6:07Speaker 1: Een soort van bloemen in de boom.
- 6:09Speaker 2: Ja, heel goed. Ja.
- 6:11Speaker 2: We hadden het net al over de klok. De klok
- 6:14Speaker 2: gaat een uur vooruit. Dus dat betekent als je normaal
- 6:18Speaker 2: om 7:00 wakker wordt. Dat je dan ineens om 8:00
- 6:21Speaker 2: wakker wordt. Dat is wel gek, hè? Ja. Maar weet
- 6:23Speaker 2: je wat het ook betekent? Dat als je normaal om
- 6:26Speaker 2: 7:00 uur naar bed gaat, dan ga je ineens om
- 6:28Speaker 2: 8:00 naar bed. Ja. Maar je moet om 7:00 uur
- 6:31Speaker 2: naar bed. Dat is raar, hè? Ja. En weet je
- 6:34Speaker 2: wat je ook kan doen in de lente? Nee. Dan
- 6:37Speaker 2: kan je ook met je fiets.
- 6:39Speaker 2: naar het park gaan, kan je gaan picknicken. Oh ja, leuk.
- 6:44Speaker 2: Wat is picknicken dan?
- 6:45Speaker 1: En. En dat je daar dat je niet in je
- 6:50Speaker 1: huis gaat eten.
- 6:52Speaker 2: Ja, dus in een restaurant dan? Nee. Wat is dat dan? Picknicken.
- 6:55Speaker 2: Dan ga
- 6:56Speaker 1: je buiten picknicken.
- 6:58Speaker 2: Wat neem je mee? Eten. En wat voor eten dan?
- 7:02Speaker 1: Eh
- 7:04Speaker 1: Brood.
- 7:05Speaker 2: En wat hebben we nog meer nodig? Een dekentje. Een dekentje.
- 7:09Speaker 2: Is het koud dan? Nee. Waarvoor neem ik een dekentje
- 7:12Speaker 2: mee dan?
- 7:13Speaker 1: Moet je een kleed meenemen. Want want dan dat dat
- 7:17Speaker 1: je die dan hem eerst neerlegt en daar het eten opdoet.
- 7:21Speaker 2: O, dus dan kan je lekker op een kleedje gaan
- 7:25Speaker 2: zitten in het gras. En dan kan je lekker brood
- 7:28Speaker 2: meenemen of andere lekkere dingetjes.
- 7:30Speaker 2: En wat te drinken. Ja.
- 7:32Speaker 1: En dan zet je dat in de op het dek
- 7:34Speaker 1: op de deken.
- 7:36Speaker 2: Ja. Zullen we dat een keer gaan doen? Picknicken? Ja. Oké.
- 7:40Speaker 2: En dan um kan ik dan ook ijs meenemen? Ja,
- 7:43Speaker 1: maar dan moet je het wel. Maar als je niet
- 7:45Speaker 1: wilt dat het gaat smelten, moet je in de koelbox doen.
- 7:49Speaker 2: O, dat is een goed idee. Die ga ik onthouden.
- 7:53Speaker 2: Denk jij dat het al tijd is voor een spelletje? Ja. Mie,
- 7:56Speaker 2: jij had een leuke quiz bedacht. En ik moet aan
- 7:59Speaker 2: de quizmaster zijn, hè? Ja. Vertel, wat gaan we doen?
- 8:02Speaker 1: Jij zegt dingen en dat bij de lente hoort en
- 8:05Speaker 1: niet bij de lente hoort. En ik zeg als het
- 8:08Speaker 1: bij de lente wordt. en als het niet bij de
- 8:11Speaker 1: lente hoort.
- 8:12Speaker 2: Oké, dus ik ben de quizmaster en ik zeg iets.
- 8:14Speaker 2: En dan mogen jullie raden of het bij de lente
- 8:17Speaker 2: hoort of niet.
- 8:19Speaker 2: Zullen we er de grote lente of winterquiz van maken? Ja.
- 8:23Speaker 2: Als je wint, dan krijg je van mij een mooi tulpje,
- 8:27Speaker 2: want die horen ook bij de lente. Als je verliest,
- 8:30Speaker 2: dan moet jij de keuken schoonmaken. Want dat hoort ook
- 8:32Speaker 2: bij de lente. De grote lente schoonmaak. Afgesproken?
- 8:35Speaker 1: Ja. Als papa iets noemt wat bij de lente of
- 8:39Speaker 1: the winter hoort, dan zeg ik lente of winter.
- 8:42Speaker 2: Oké, ben je er klaar voor? Ja. Let's go. Een sneeuwpop.
- 8:50Speaker 2: Winter lammetjes lente.
- 8:53Speaker 2: Een bloesem aan de bomen. Een sjaal Winter Winter vlinders.
- 9:05Speaker 2: Vogels die fluiten.
- 9:09Speaker 2: lente. Een muts op je hoofd. Winter Fietsen zonder
- 9:14Speaker 1: jas. Lente 's
- 9:17Speaker 2: ochtends vroeg al licht.
- 9:20Speaker 1: lente.
- 9:21Speaker 2: 's Avonds laat ook licht.
- 9:24Speaker 1: Lente.
- 9:25Speaker 2: een zandkasteel.
- 9:27Speaker 2: Lente. Kerstboom.
- 9:30Speaker 1: Winter.
- 9:32Speaker 2: Een zonnebril.
- 9:34Speaker 2: Lente. Ja, kan eigenlijk een beetje allebei. Maar ik zou
- 9:37Speaker 2: hem eerder inderdaad bij de lente nodig hebben. Kerstliedjes zingen.
- 9:44Speaker 2: Winter Een winterslaap houden.
- 9:47Speaker 1: Winter. Eigenlijk had je het al een beetje verklappen, want
- 9:52Speaker 1: zo zeg je winterslaap. En dat hoor je winter.
- 9:57Speaker 2: Dat klopt helemaal. En daarmee zijn we aan het einde
- 9:59Speaker 2: gekomen van de lente of winterquiz. En jij hebt hem gewonnen.
- 10:03Speaker 2: Dus jij krijgt van mij een tulpje. En als jij
- 10:07Speaker 2: ook hebt zitten luisteren en je hebt ze ook allemaal goed,
- 10:10Speaker 2: dan krijg jij van mij een hele dikke duim.
- 10:13Speaker 1: Ja, en ook van mij.
- 10:15Speaker 2: Nou Myrthe, ik denk dat wij aan het einde zijn
- 10:17Speaker 2: gekomen van de kleuterpodcast. Ja.
- 10:20Speaker 2: Nou, eens even denken wat ik vandaag allemaal heb geleerd. Myrthe.
- 10:22Speaker 2: Ik heb geleerd dat jij weet wat daffodils zijn. En
- 10:27Speaker 2: ik heb geleerd dat ik met jou kan gaan picknicken
- 10:30Speaker 2: met een kleedje.
- 10:31Speaker 1: Ja. En jij hebt geleerd dat als je een ijsje
- 10:33Speaker 1: niet bij de picknick wil laten smelten. dat je in
- 10:37Speaker 1: de koelbox moet doen. Ja.
- 10:39Speaker 2: O, die was ik al bijna vergeten. Maar goed dat
- 10:41Speaker 2: je me daaraan herinnert. De koelbox voor een ijsje. Nou,
- 10:45Speaker 2: ik ga maar eens alle klokken in huis een uur
- 10:48Speaker 2: vooruit zetten.
- 10:50Speaker 2: Want het is bijna zomertijd,
- 10:52Speaker 2: En Zomertijd. Ja, zo heet dat. Gek hè eigenlijk. In
- 10:56Speaker 2: de lente zetten we de klokken een uur voor en
- 10:59Speaker 2: dat noemen we zomertijd. Dat is gek.
- 11:04Speaker 2: Volgende keer Myrthe. Dan gaan we het hebben over iets
- 11:08Speaker 2: dat niet zo leuk is eigenlijk. Ziek zijn? um Ja,
- 11:12Speaker 2: niet zo'n leuke podcast, maar we gaan het wel proberen
- 11:14Speaker 2: heel leuk te maken natuurlijk, hè? Ja. Ja, want ziek
- 11:16Speaker 2: zijn is niet leuk.
- 11:18Speaker 2: Maar de kleuterpodcast is altijd wel leuk. Dank je wel
- 11:21Speaker 2: voor het luisteren. Ja. En vergeet ons ook niet te
- 11:24Speaker 2: volgen op Instagram. Of je mag
- 11:27Speaker 1: natuurlijk ook een berichtje achterlaten.
- 11:30Speaker 2: Ja, je kan ons altijd een berichtje. Je kan altijd
- 11:32Speaker 2: een berichtje achterlaten. Vinden wij superleuk. Ja. Tot de volgende keer.
- 11:36Speaker 1: Dag allemaal. Tot de volgende keer. Tot de podcast over
- 11:40Speaker 1: ziek zijn.