Latest / De kinderpodcast / Piraten en zeemeerminnen | De Kinderpodcast #81
Transcript
- 0:00Speaker 1: Welkom!
- 0:01Speaker 1: je nieuwe
- 0:07Speaker 2: Ahoi. Huh, Myrthe. Wat heb je nou weer aan je benen?
- 0:10Speaker 1: Een venstaart. Omdat ik ben een zee
- 0:13Speaker 2: O. En waar gaan we het over hebben vandaag?
- 0:17Speaker 1: Over.
- 1:12Speaker 2: Ja, welkom bij een nieuwe podcast. Leuk dat je luistert.
- 1:15Speaker 2: En vandaag gaan we het hebben over piraten en zminnen.
- 1:19Speaker 1: Wat heb jij nou op je hoofd?
- 1:21Speaker 2: Dat is een lapje voor mijn hoog. Ar Ahoi maatjes. Myrthe,
- 1:27Speaker 2: we gaan het vandaag hebben over zowel zuwminnen als piraten.
- 1:30Speaker 2: Waar gaan we mee beginnen? Piraten of zenuwminnen?
- 1:34Speaker 1: mag jij
- 1:34Speaker 2: kiezen. O, dan zeg ik piraten. Oké, R. Want dan
- 1:38Speaker 2: kan ik een beetje zoo praten. Er piraten praten toch
- 1:41Speaker 2: altijd een beetje zoo
- 1:43Speaker 1: iets meer, zoo als ik praat een beetje
- 1:46Speaker 2: meer zoo als jij praat. Hei, landrotte.
- 1:49Speaker 1: Hei. Wat doe jij nou? Stel. Ik ben een prima.
- 1:52Speaker 1: Ik ben een piraat. Stelletjes schaaf uit, hè?
- 1:56Speaker 2: Nou, even. Wacht even. Ik ga even een stukje loopen
- 1:58Speaker 2: met m'n houten been.
- 2:00Speaker 2: Sorry, ik sleet mijn houten been achter me aan.
- 2:04Speaker 2: Wat zei je? Ik sleep me houten been achter me aan.
- 2:07Speaker 1: Raak. Ja.
- 2:10Speaker 2: Kan ik weer normaal gaan praten, of moet ik zo
- 2:12Speaker 2: blijven praten?
- 2:14Speaker 1: Maakt me niet uit.
- 2:16Speaker 2: Oké.
- 2:17Speaker 2: Myrthe, wat zijn piraten?
- 2:18Speaker 1: Dat zijn neppe wezens die vroeger echt bestonden volgens mij.
- 2:24Speaker 1: En die hebben een lapje voor een omhoog en piratenhoed
- 2:30Speaker 1: op met een doodshoofd erop.
- 2:32Speaker 2: Ja, die hebben we vaak inderdaad een doodshoofd doodskop erop inderdaad.
- 2:36Speaker 2: Weet je ook waarom ze dat doen? Nee. Maar volgens
- 2:39Speaker 2: mij is dat vaak om een beetje te laten zien
- 2:41Speaker 2: van Kijk eens hoe gevaarlijk wij zijn. En ze hebben
- 2:44Speaker 2: een lapje op hun gezicht vaak.
- 2:46Speaker 2: Waarvoor zou dat zijn? Geen idee. Nee, ik zou het
- 2:48Speaker 2: ook niet weten. Ik denk omdat ze misschien aan een
- 2:50Speaker 2: oog niet meer kunnen zien. En ik zie ze ook
- 2:52Speaker 2: wel eens met iets aan hun hand. Heb je dat
- 2:54Speaker 2: ook wel eens gezien? Ja. Wat hebben ze dan aan
- 2:56Speaker 2: Kapitein Haak. Ja, Kapitein Haak inderdaad. een spelletje. Dat is
- 2:59Speaker 2: een spelletje? Ja. Ik ken wel de film. En daar
- 3:02Speaker 2: heb je ook kappi
- 3:03Speaker 2: tein Haak. En vroeger heb ik heel vaak een film gekeken.
- 3:06Speaker 2: Die heette Hoek. Misschien dat er papa's en mama's zitten,
- 3:09Speaker 2: die zitten te luisteren, die kennen die ook nog wel.
- 3:11Speaker 2: En ook daar had je kapitein Haak inderdaad. En die
- 3:14Speaker 2: had een haak, want die was namelijk een arm verloren,
- 3:17Speaker 2: of een hand eigenlijk verloren door een krokodil. Die had
- 3:22Speaker 2: zijn hand eraf gebeten. Is dan het sprookje natuurlijk, he.
- 3:25Speaker 2: Dat is niet echt gebeurd.
- 3:26Speaker 2: En dan hadden ze in plaats van de hand heeft
- 3:28Speaker 2: hij daar dan een haak zitten. O. H. En dat
- 3:31Speaker 2: is hetzelfde met een houten been. Want je hebt ook
- 3:33Speaker 2: vaak piraten met een houten been. Heb je dat ook
- 3:34Speaker 2: wel eens gezien? Ja. Waar zou die houten been vandaan komen?
- 3:37Speaker 1: Dat ze geen been meer hebben, dat ze nu een
- 3:39Speaker 1: houten been hebben?
- 3:40Speaker 2: Ja, inderdaad. Ook door een krokodil of zo. Of misschien
- 3:43Speaker 2: wel door een haai afgebeten. En dan doen ze er
- 3:46Speaker 2: een houten been dat ze toch nog kunnen lopen. Dus
- 3:48Speaker 2: dat zeggen ze vaak al
- 3:49Speaker 1: Anders moet je ze altijd hinkelen, dan hadden ze telkens. Ja.
- 3:53Speaker 2: En er is nog iets waar ik altijd aan moet
- 3:56Speaker 2: denken bij piraten. Piratenboot. Juist. Piratenvlag? Ja, ik wilde net
- 4:00Speaker 2: zeggen van de piratenboot. Want leven piraten denk je op
- 4:04Speaker 2: het land of op het water? Op het water. Ja,
- 4:06Speaker 2: die zijn echte waterratten, noemen ze dat. Echte die houden
- 4:10Speaker 2: ervan om op zee te
- 4:11Speaker 1: varen. Ja. En ik denk ook aan schatkisten.
- 4:15Speaker 2: Zeker. Ja, inderdaad. Dat is inderdaad een goede, de schatkisten.
- 4:19Speaker 2: En wat doen ze met die schatkisten dan? Geen idee.
- 4:22Speaker 2: Nee. Maar volgens mij doen ze die altijd begraven, toch?
- 4:25Speaker 2: En dan maken ze een schatkaart om te weten waar
- 4:27Speaker 2: ze die schatkist ook weer verstopt hebben. Ja. Maar wat,
- 4:30Speaker 2: Wat zou er nou zitten in zo'n schatkist
- 4:32Speaker 1: eigenlijk? Geld, goud, sieraden. Ja. Dingen, gouden dingen, zilveren dingen.
- 4:39Speaker 1: Allemaal dingen. Allemaal verschillende dingen. Ja. Die heel duur zijn
- 4:42Speaker 1: en
- 4:42Speaker 2: zo. Ja, parels. Ja, Diamanten. Ja.
- 4:46Speaker 1: Ja. En wat is nou het verschil tussen parels en diamanten?
- 4:50Speaker 2: Parels die zijn die zijn rond. En die komen eigenlijk
- 4:53Speaker 2: uit een oester, een parel. Dus dat zijn, he, twee
- 4:56Speaker 2: soort schelpjes bovenop elkaar. Als je die open, dan heb
- 5:00Speaker 2: je wel eens kans dat er een parel in zit.
- 5:03Speaker 2: En dat is een parel. En een diamant, dat komt
- 5:06Speaker 2: uit een steen. Dus dat is het verschil. En ze
- 5:09Speaker 2: zien er ook heel anders uit. De diamant
- 5:11Speaker 2: is een beetje bijna glasachtig en een parel. um Ja,
- 5:16Speaker 2: is meer een balletje.
- 5:18Speaker 2: Maar piraten waren inderdaad vroeger waren ze er. Denk jij
- 5:22Speaker 2: dat dat hele lieve mensen zijn, of niet zo lief?
- 5:25Speaker 2: Niet zo lieve. Nee, dat denk ik ook niet, he.
- 5:27Speaker 2: Een beetje boefjes zijn het. Ja. Beetje schurken. Ja. Ken
- 5:31Speaker 2: jij piraten? Jij zei echt kapitein Haak. Maar zijn er
- 5:34Speaker 2: nog meer piraten die je kent?
- 5:36Speaker 1: Nee, alleen maar in boekjes.
- 5:38Speaker 2: Ik ken ook nog Piet Piraat.
- 5:40Speaker 1: O ja, Piet Piraat.
- 5:41Speaker 2: Piet Piraat, Piet.
- 5:44Speaker 1: Hoi. Hoi Hoi.
- 5:47Speaker 1: is
- 5:53Speaker 1: scheep Ah.
- 5:57Speaker 2: Ahoi maatjes. Nou, we hadden het al over piraten. Maar
- 6:02Speaker 2: we gaan het ook hebben over zeemeerminnen. Ja. Wat is
- 6:06Speaker 2: een zeemeermin? Dat's
- 6:07Speaker 1: een soort van mens die een staart heeft. Een visserstaart
- 6:11Speaker 1: die best wel lang is met schupjes en kleurige schupjes.
- 6:16Speaker 1: En die woont onder water.
- 6:18Speaker 1: Ja, inderdaad. En
- 6:27Speaker 2: denk jij dat de zeemeerminnen echt bestaan of niet echt
- 6:31Speaker 1: bestaan? Nee, die heb ik vroeger ook denk ik nooit geleefd.
- 6:35Speaker 2: Nee.
- 6:35Speaker 2: Nee, inderdaad. En het is het is eigenlijk alleen maar
- 6:38Speaker 2: neppe figuren. Ja, het is eigenlijk een fantasie figuur. En
- 6:41Speaker 2: heel veel mensen die willen wel dat ze echt bestaan.
- 6:44Speaker 2: Want dat zou wel heel leuk zijn. Soms wordt er
- 6:46Speaker 2: wel eens gezegd Ja, ik heb er echt geen gezien.
- 6:48Speaker 2: Maar ze bestaan niet echt. Ja. Maar jij hebt volgens
- 6:52Speaker 2: mij wel eens een echte zeemeermin gezien. Ja,
- 6:55Speaker 1: mijn vriendinnen.
- 6:57Speaker 2: Maar wacht. Dit moeten we effe uitleggen. Want we zeggen
- 6:59Speaker 2: net dat zeemeerminnen niet echt bestaan. En nou zeggen we
- 7:02Speaker 2: ineens dat jij vriendinnen hebt die zeemeerminnen zijn. Ze
- 7:05Speaker 1: zijn niet echt zeemeerminnen. Maar ze hebben zeemeerminnenstaarten.
- 7:09Speaker 2: Gewoon echt altijd.
- 7:11Speaker 1: Nee. Oh. Ze kunnen die gewoon aandoen en uittrekken. Ja, dat.
- 7:16Speaker 1: Dat hebben sommige mensen. Sommige andere mensen hebben dat ook.
- 7:19Speaker 1: Maar dat is supermoeilijk.
- 7:21Speaker 2: Heb jij die wel eens aangehad? Hm. Dat weet ik niet.
- 7:23Speaker 2: Ik weet wel iemand die ze wel heeft aangehad ook. Jij? Ja,
- 7:26Speaker 2: ik heb hem ook aangehad.
- 7:27Speaker 1: Ha. Ja, dat was super grappig. En jij lag echt zo.
- 7:35Speaker 1: Help me, help me, help me.
- 7:37Speaker 2: Ja, want we gingen we gingen zwemmen. En zij hadden
- 7:41Speaker 2: die staarten meegenomen. En toen vroeg ik Is dat nou moeilijk?
- 7:45Speaker 2: Zei ze. Ja, dat is heel moeilijk. En toen zeiden
- 7:47Speaker 2: ze Wil je het proberen? Nou, toen ben ik het
- 7:49Speaker 2: ook gaan proberen. En we hebben wel heel erg gelachen daarom.
- 7:53Speaker 2: Want het zag er niet uit. Jij denkt echt uh.
- 8:00Speaker 2: Ja, en het was het was heel moeilijk
- 8:02Speaker 1: met je
- 8:03Speaker 2: spaart. Ja, want je moet ook op een heel andere
- 8:06Speaker 2: manier zwemmen. Inderdaad. Ze hebben er heel veel om gelachen.
- 8:09Speaker 2: Dat zeker weten. En nog steeds gelukkig. En um. Maar
- 8:12Speaker 2: ik weet
- 8:12Speaker 1: wel hoe je dat moet. Je moet gewoon flapperen met
- 8:16Speaker 1: de staart.
- 8:17Speaker 2: Ja, dat klopt.
- 8:18Speaker 2: We hadden het net over piraten dat dat geen lieve
- 8:21Speaker 2: mensen zijn. Denk jij dat zeemeerminnen dat dat wel lieve
- 8:24Speaker 2: mensen zijn, of ook niet? Dat zijn wel lieve mensen.
- 8:27Speaker 2: En ken jij dan ook bekende zeemeerminnen?
- 8:30Speaker 1: Ariel. Ja, inderdaad. Daar heb jij voor gewerkt in Disney?
- 8:33Speaker 2: Ja, daar heb ik inderdaad in Disney nog voor.
- 8:35Speaker 1: Maar niet in Parijs, maar in Amerika.
- 8:38Speaker 2: In Amerika inderdaad heb ik voor de kleine zeemeermin gewerkt,
- 8:41Speaker 2: The Little Mermaid. En daar mocht ik elke dag
- 8:46Speaker 2: kijken naar de Kleine Zeemeermin. O, wat was dat? Een
- 8:50Speaker 2: leuke show.
- 8:50Speaker 1: Dat is echt heel leuk. Ja, en. Maar kon je
- 8:52Speaker 1: het wel verstaan, zo in het Amerikaans?
- 8:55Speaker 2: Zeker. In het Engels is dat inderdaad, want daar praten
- 8:58Speaker 2: ze Engels. En Ariel kan zo mooi zingen.
- 9:12Speaker 2: Wat zijn allemaal vragen die we hebben over de zeemeerminnen,
- 9:15Speaker 2: die we niet weten?
- 9:16Speaker 1: Hoe kunnen ze überhaupt broeken aantrekken of andere of andere
- 9:21Speaker 1: vissers
- 9:21Speaker 2: staarten? O, dat vind ik een eh vind ik een leuke.
- 9:24Speaker 1: Maar hebben ze dan niet koud als ze zo'n klein
- 9:28Speaker 1: t-shirtje aanhebben?
- 9:31Speaker 2: Ja, goeie vraag. Dat weet ik niet.
- 9:34Speaker 1: Ja, eten.
- 9:39Speaker 2: En wat eten ze Ak? Ja. Ja, want ze zijn
- 9:42Speaker 2: bevriend met de visschen. Dus ze gaan geen visch eten,
- 9:45Speaker 1: denk ik. Maar haaien. Wat als haaien ze opeten.
- 9:49Speaker 2: O, dat is een goeie vraag. Vind ik ook een
- 9:50Speaker 2: goeie vraag.
- 9:51Speaker 1: Hoe kunnen zmerminnen ademen? Dat zou ik ook niet weten.
- 9:55Speaker 1: Misschien moeten ze soms heel even naar boven te ademen.
- 10:00Speaker 2: Goeie vraag.
- 10:01Speaker 2: Ik zou het niet weten alleen
- 10:04Speaker 1: hun mond en neus naar boven. En dan praten?
- 10:09Speaker 2: Ja. Misschien veranderen ze het wel met allemaal bubbeltjes. Ik
- 10:12Speaker 2: weet het niet.
- 10:14Speaker 1: Dus. Ja. Die vragen weten we allemaal
- 10:15Speaker 2: niet. Nee. En we weten, dat weten we eigenlijk allemaal niet.
- 10:18Speaker 2: Daar moeten we eens even goed over gaan nadenken. Ja. Ja.
- 10:22Speaker 2: Misschien dat er iemand luistert die een zeemeerminnen expert is,
- 10:25Speaker 2: die ons dat kan vertellen. Ja.
- 10:27Speaker 1: Dan moet je wel even een berichtje sturen.
- 10:29Speaker 2: Ja. Als jij het weet, stuur het maar eventjes naar
- 10:31Speaker 2: ons toe. Dan ben ik benieuwd naar.
- 10:34Speaker 2: Myrthe. Ik denk dat het tijd is voor een spelletje.
- 10:36Speaker 1: Ja, spelletje spelletje spelletje spelletje.
- 10:44Speaker 2: Ja, Myrthe. Het is tijd voor een spelletje.
- 10:47Speaker 2: En jij hebt een heel leuk spelletje verzonnen. Jij
- 10:51Speaker 1: dacht jij dacht eerst Hoe had je had eerst een
- 10:55Speaker 1: ander spelletje. En. En toen zei ik dat spelletje. En toen.
- 10:59Speaker 1: En toen zei je dat ik daar niet aan gedacht
- 11:02Speaker 1: dat ik. Dat is een reuzegoed
- 11:04Speaker 2: idee. Dat is echt een heel goed idee. Want Myrthe,
- 11:07Speaker 2: welk spelletje heb jij bedacht?
- 11:08Speaker 1: Wat? Wat is boven water. En wat is onder
- 11:11Speaker 2: water? Inderdaad, want de piraten zijn boven water.
- 11:14Speaker 2: En de zeemeerminnen zijn onderwater. Dus de vraag is Is
- 11:18Speaker 2: dit boven water of onderwater?
- 11:21Speaker 2: Een boot.
- 11:23Speaker 1: Ah, dat is boven water.
- 11:25Speaker 2: Ja, die hoort inderdaad boven water. En een vis. Onderwater.
- 11:31Speaker 2: Een mail.
- 11:33Speaker 1: boven water.
- 11:35Speaker 2: een haai.
- 11:37Speaker 1: Onderwater.
- 11:39Speaker 2: Een dolfijn. Onder water. Ja, ze springen wel eens boven water,
- 11:44Speaker 2: maar ze horen onder water.
- 11:47Speaker 2: Een piraat.
- 11:48Speaker 1: Boven water.
- 11:50Speaker 2: Een palmboom. Boven water.
- 11:54Speaker 2: een octopus.
- 11:57Speaker 2: Onder water.
- 11:59Speaker 2: Een schatkist.
- 12:01Speaker 2: Onder water. Een schatkist onder water. Ja. Je ziet ze
- 12:05Speaker 2: soms wel onder water. Ja, je hebt gelijk. Soms soms
- 12:07Speaker 2: zie je ze onder water. Maar ik denk dat hier.
- 12:09Speaker 2: Hij hoort eigenlijk boven water. Zwembroek.
- 12:12Speaker 2: boven water. Maar die kan ook onder water. Myrthe.
- 12:19Speaker 1: Boven water.
- 12:21Speaker 2: jij zit soms wel onder water.
- 12:24Speaker 1: Ja, ik ben het liefst onder water te vinden. Ja,
- 12:26Speaker 2: je bent een soort zeemeermin. Jij bent heel veel onderwater
- 12:28Speaker 2: aan het zwemmen.
- 12:29Speaker 1: Ik ben het liefst onder water te
- 12:31Speaker 2: vinden. Ja. Maar gelukkig ben je ook vaak boven water. Nou, Myrthe,
- 12:35Speaker 2: ik denk dat jij geslaagd bent. Nou is de vraag
- 12:38Speaker 2: of ik ook kan slagen.
- 12:39Speaker 1: En fiets.
- 12:41Speaker 2: Boven water. Tenzij het een waterfiets is.
- 12:44Speaker 1: Dan is het toch
- 12:45Speaker 2: ook boven. O ja, dat zit ook boven water. Ja,
- 12:47Speaker 2: je hebt gelijk. De lucht.
- 12:50Speaker 2: boven water.
- 12:52Speaker 1: Een bureaustoel.
- 12:54Speaker 2: bovenwagen. Haha.
- 12:56Speaker 1: Een onderzeeër.
- 12:58Speaker 2: Oe, onderwater.
- 13:00Speaker 1: Hij zit soms ook
- 13:01Speaker 2: wel boven. Ja, hij zit soms ook boven water. Maar meestal.
- 13:04Speaker 2: Hij is gemaakt voor onderwater. Ja. Een gitaar. Boven water.
- 13:09Speaker 1: Een raket.
- 13:10Speaker 2: Boven water.
- 13:12Speaker 1: En als laatste een schelp.
- 13:14Speaker 2: Oe, um, onderwater. Ja. Ja, je ziet ze ook wel
- 13:18Speaker 2: eens op het strand boven water liggen. Maar eigenlijk komen
- 13:21Speaker 2: ze van onderwater. Ook geslaagd. Gelukkig. Dan zeg ik snel
- 13:24Speaker 2: door naar de post.
- 13:27Speaker 1: Waar is de post? Waar is de post? Waar is
- 13:32Speaker 1: de post? Nou Myrthe is de post.
- 13:36Speaker 2: My post? Nou Myrthe. Ik heb weer heel veel post ontvangen.
- 13:40Speaker 2: Het eerste berichtje dat ik kreeg is van Feline. Hallo
- 13:44Speaker 2: Myrthe en papa Hans. Ik luister vaak naar jullie podcast.
- 13:46Speaker 2: Ik vind het 100 miljoen leuk.
- 13:49Speaker 2: Vooral die over raadsels en mopjes vind ik leuk. Bye bye, Feline. Nou, Feline,
- 13:54Speaker 2: dank je wel voor je berichtje. En weet je wat
- 13:55Speaker 2: nou het leuke is aan de naam Feline, Myrthe?
- 13:58Speaker 1: Ja, mijn tweede naam is Felina.
- 14:00Speaker 2: Ja, tweede naam is Feline. Ja, jij hebt eigenlijk. Myte Felina. Ja,
- 14:04Speaker 2: dus uh Feline hoort ook een beetje bij jouw naam inderdaad.
- 14:07Speaker 2: Dus dat is heel
- 14:09Speaker 2: grappig en natuurlijk heel leuk dat zij ons 100 miljoen
- 14:12Speaker 2: leuk vindt. Ja. Dank je wel voor je berichtje. Even kijken,
- 14:15Speaker 2: dan kreeg ik een berichtje van Siem en Mout. Hoi
- 14:20Speaker 2: Myrthe en Hans. Wij zijn Siem 5 jaar en Mout
- 14:22Speaker 2: 4 jaar. We luisteren dolgraag naar jullie podcast en kunnen
- 14:26Speaker 2: niet wachten tot er een nieuwe aflevering is.
- 14:29Speaker 2: We moeten erg lachen om jullie grapjes. We maken toch
- 14:32Speaker 2: nooit grapjes, Myrthe? Echt wel. Nee hoor, ik maak nooit grapjes.
- 14:36Speaker 1: Nu maak je een grapje.
- 14:37Speaker 2: O. En we hebben allebei onze eigen favoriete aflevering. Mout
- 14:42Speaker 2: zou heel graag een aflevering willen over chocola. en Siem
- 14:45Speaker 2: zou heel graag een aanvulling willen op de landen. Bijvoorbeeld
- 14:48Speaker 2: over het land Zwitserland. Daar zijn we namelijk op vakantie geweest.
- 14:51Speaker 2: Veel plezier met het maken van de podcast. Liefs Mout
- 14:54Speaker 2: en Sien. Dat is wel leuk. Dat is wel leuk, he.
- 14:57Speaker 2: En chocola ook wel lekker.
- 14:58Speaker 2: Ja. Ja.
- 15:01Speaker 2: En weet je wat nou het leuke is? Ik zat
- 15:03Speaker 2: nog te denken. Zwitserland wilde hier natuurlijk ook een podcast over.
- 15:07Speaker 2: En Zwitserland, weet je wat Zwitserland heel goed kan maken?
- 15:10Speaker 2: Is dat? Ja.
- 15:11Speaker 2: Zwitserland maakt heerlijke chocola. Dus. Nou, die kunnen we misschien
- 15:15Speaker 2: wel samen maken dan. Ja,
- 15:16Speaker 1: dan zeggen we alleen Zwitserland. maar dan gaan we het
- 15:18Speaker 1: ook over de
- 15:19Speaker 2: chocolade. Zeker. En dan moeten we ook een beetje chocola proeven,
- 15:22Speaker 2: denk ik.
- 15:22Speaker 1: Wel Welke vind je nou het lekkerst En.
- 15:26Speaker 2: O, met een blinddoek om. Ja. Goed idee. Dan krijg
- 15:29Speaker 2: ik een berichtje van Tza. Hoi, ik ben Tza, ik
- 15:32Speaker 2: ben
- 15:32Speaker 2: 4 jaar oud en ik woon in Elst. Ik heb
- 15:34Speaker 2: heel veel knuffels en ik hou van knutselen. Ik vind
- 15:37Speaker 2: het erg leuk om in de auto de podcast te luisteren.
- 15:40Speaker 2: en ik zing heel graag de liedjes mee. Veel plezier
- 15:42Speaker 2: op school. Lies, Thea. Nou, Myrthe, hou jij ook van knuffels?
- 15:47Speaker 2: Heel veel. Ja, je hebt ook heel veel knuffels in
- 15:49Speaker 2: je bed. Met van 7 of zoiets? Ja, veel te veel.
- 15:53Speaker 2: En het worden er steeds meer. Haha. Maar gelukkig krijg
- 15:56Speaker 2: ik ook nog af en toe een knuffel.
- 15:58Speaker 1: Ja, en ik hou ook van knuffelen, net zoals T. knutselen,
- 16:02Speaker 1: net zoals Tirza.
- 16:03Speaker 2: Ja, knuffelen en knutselen. Het klinkt bijna hetzelfde, maar daar
- 16:07Speaker 2: hou je inderdaad ook van. Dus dat komt goed uit.
- 16:10Speaker 2: Dank je wel voor je lieve berichtje, Tirza.
- 16:12Speaker 2: Dan kreeg ik nog een berichtje en dat berichtje kwam
- 16:16Speaker 2: van Lieke. Hoi, ik luister jullie podcast vaak naar de
- 16:20Speaker 2: lunch of in de auto. Ik hou heel veel van flamingo's,
- 16:22Speaker 2: eenhoorns en regenbogen. Dus die podcast waar dat in voorkwam,
- 16:26Speaker 2: vond ik erg leuk. Hartjes vind ik ook heel erg leuk,
- 16:29Speaker 2: want ik vind
- 16:30Speaker 2: iedereen lief. Willen jullie een podcast maken over hartjes? Groetjes, Len.
- 16:34Speaker 2: Dat
- 16:35Speaker 1: is wel leuk. Ja, hè. Maar hoe kunnen we dat
- 16:37Speaker 1: dan doen?
- 16:38Speaker 2: Maar het leek ook een beetje als een berichtje van jou.
- 16:41Speaker 2: Want jij houdt ook van flamingo's, eenhoorns en regenbogen. En
- 16:44Speaker 2: ook van hartjes. Ja. En wat zeggen wij dan altijd
- 16:46Speaker 2: bij hartjes?
- 16:47Speaker 1: Hartjes voor mijn
- 16:48Speaker 2: schatje. Hartje voor mijn schatje. Dus uh ja, leuk idee.
- 16:52Speaker 2: Maar ik weet ook nog niet hoe we dat moeten doen.
- 16:54Speaker 2: Maar ik vind het een goed idee. Dank je wel,
- 16:56Speaker 2: Lieke voor je berichtje. Nou,
- 16:57Speaker 1: misschien kunnen we bij het spelletje voor de podcast van
- 17:01Speaker 1: hartjes kunnen we dan een
- 17:03Speaker 1: doen dat je met een potlood op een blaadje. een
- 17:06Speaker 1: hartje moet tekenen met een blinddoek
- 17:08Speaker 2: om. O, dat vind ik wel een leuke. Vind ik
- 17:10Speaker 2: een goed verzonnen idee. Ik zat zelf te denken dat
- 17:13Speaker 2: je ook kan denken van verdient dit een hartje of niet?
- 17:16Speaker 2: Dus is het lief of niet? Maar ik vind die
- 17:18Speaker 2: van jou vind ik ook heel leuk. Kunnen we ook
- 17:19Speaker 2: een keer doen. Dan krijg ik nog tot slot een
- 17:21Speaker 2: berichtje van Willem.
- 17:23Speaker 2: Ik luister elke dag in de auto. Ik vind het
- 17:25Speaker 2: de leukste podcast die er is. Vooral die over Nederland,
- 17:28Speaker 2: omdat ik net zo heet als de koning. Misschien willen
- 17:31Speaker 2: jullie het samen eens over ridders en kastelen hebben. Vinden
- 17:34Speaker 2: meisjes dat ook leuk. Maar vaak zetten jullie het onderwerp
- 17:38Speaker 2: wel op jullie lijstje. Nou, dat doen we met deze
- 17:40Speaker 2: dan ook. Dank je wel, Willem en Rudy voor jullie berichtje.
- 17:43Speaker 2: Ridders en kastelen Myrthe vind je dat leuk?
- 17:45Speaker 1: Ja, maar dat hebben we al gemaakt, een podcast.
- 17:48Speaker 2: Ja, we hebben er al eentje gemaakt, hè? Inderdaad. En
- 17:50Speaker 2: helemaal aan het begin. Die ging ook over ridders en kastelen.
- 17:53Speaker 2: En Myrthe vindt Kastelen ook altijd leuk om even te
- 17:56Speaker 2: gaan kijken. als we er eentje zien, toch? Ja,
- 17:58Speaker 1: en in de klas, dan ga ik op de laptop
- 18:02Speaker 1: soms ook met wat tekenen. En dan doe ik stap
- 18:06Speaker 1: voor stap. En toen had ik een plaatje van een
- 18:08Speaker 1: kasteel opgezocht. omdat ik
- 18:10Speaker 1: wist niet hoe ik dat moest maken. Vaak wel, maar
- 18:13Speaker 1: toen was ik het vergeten. Dus toen had ik in
- 18:16Speaker 1: stapjes het kasteel nagemaakt.
- 18:19Speaker 2: O, wat leuk. Dus kastelen, vinden meisjeskastelen leuk? Ja. Ja. Oke.
- 18:25Speaker 2: Heb je dat antwoord op je vraag?
- 18:27Speaker 2: Tot slot kreeg ik nog een berichtje van Kylia. Hoi Myrthe,
- 18:32Speaker 2: we vinden jouw podcast superleuk. Ik ben Kylia 4 jaar
- 18:35Speaker 2: oud en hou heel erg van dansen, zingen en knutselen.
- 18:38Speaker 2: Mijn lievelingsknuffel is een konijn. Zouden jullie een keer een
- 18:41Speaker 2: podcast over konijnen kunnen maken? Kusjes van Kylia.
- 18:45Speaker 1: Ik wil een huisdier als konijn.
- 18:47Speaker 2: Ja, hè.
- 18:48Speaker 2: Dat wil je heel graag, he? Ja. Ja. Moeten we
- 18:50Speaker 2: nog eventjes goed over na gaan denken. Maar ik snap
- 18:53Speaker 2: wel dat je dat wilt, want ze zijn wel heel
- 18:54Speaker 2: schattig altijd,
- 18:55Speaker 1: he. Ja, en dat wil ik ook graag.
- 18:57Speaker 2: Ja, daar kan je ook lekker mee knutsen. Knuffelen. Knuffelen.
- 19:01Speaker 2: We zijn aan het einde gekomen van de kinderpodcast van
- 19:03Speaker 2: deze week. Volgende keer Myrthe. Waar gaan we het de
- 19:06Speaker 2: volgende keer over hebben? Over
- 19:09Speaker 2: Ha! O, en ik heb gehoord dat dat een hele
- 19:12Speaker 2: bijzondere aflevering wordt.
- 19:14Speaker 1: En waarom? Dat weet je nog niet. Nee. Dat hoor
- 19:16Speaker 1: je volgende keer.
- 19:18Speaker 2: Inderdaad. Myrthe. Tot de volgende keer. Tot