Latest / Kleuter Podcast / Ziek zijn | Kleuterpodcast #9
Transcript
- 0:00Speaker 1: Nou, vandaag hebben we een niet zo leuk kleuterpodcast, Myrthe.
- 0:05Speaker 2: Nee. Want deze podcast, die gaat over ziek zijn.
- 0:11Speaker 1: Ja, bah, Getsie, Derry. Dat is helemaal niet leuk. Maar
- 0:15Speaker 1: misschien kunnen we het toch nog een beetje leuker maken.
- 0:18Speaker 1: kom bij de stoere peuter.
- 0:22Speaker 1: Nou toch.
- 0:25Speaker 1: En hoe verdampt een regendru? Myrthe en haar papa hebben
- 0:29Speaker 1: zoveel vragen.
- 0:36Speaker 1: verhaal
- 0:42Speaker 1: voor alle
- 0:51Speaker 1: het zoveel!
- 0:54Speaker 1: Myrthe. Ja. Deze kleuterpodcast gaat over ziek zijn. Ben jij
- 0:59Speaker 1: wel eens ziek geweest?
- 1:00Speaker 2: Ja, dat ben ik nu.
- 1:02Speaker 1: Ja. En daarom nemen we hem ook nu op over
- 1:04Speaker 1: ziek zijn. Want um.
- 1:06Speaker 2: De volgende keer ben ik wel misschien wel niet meer
- 1:09Speaker 1: ziek. Daar gaan we wel vanuit. Dat hopen we wel.
- 1:11Speaker 1: Dat de volgende keer dat je gewoon helemaal beter bent. Ja. Ja.
- 1:14Speaker 1: Want wat heb je nu een beetje? Kan je dat vertellen?
- 1:16Speaker 2: Ik ben heel erg verkouden en ik heb ook steeds
- 1:20Speaker 2: heel veel sm te bellen.
- 1:25Speaker 1: Ja. En je hebt het ook heel warm of koud? Ja.
- 1:29Speaker 1: En wat is dat dan?
- 1:30Speaker 2: Ik heb een beetje koorts.
- 1:32Speaker 1: Getsie Derry. Dat is echt heel vervelend. Ja. Maar je
- 1:36Speaker 1: bent nu ook thuis van school. Ja. Ja. Maar je wilde.
- 1:39Speaker 2: E moet ik, moest ik gisteren en vandaag naar school.
- 1:43Speaker 2: Maar dat. Maar nu, omdat ik ziek ben, hoeft dat niet. Ja,
- 1:46Speaker 1: maar je wilde wel heel graag de podcast opnemen over
- 1:49Speaker 1: ziek zijn. Ja. Ja, want je zei Nu ben ik ziek,
- 1:52Speaker 1: dus nu kan het. Ja.
- 1:53Speaker 2: Ja. De volgende keer misschien dan niet meer. Ja.
- 1:56Speaker 1: Nou ja.
- 1:57Speaker 1: eh als als jij beter wordt van het opnemen van
- 1:59Speaker 1: een podcast, dan doe ik dat heel graag. Ja. Ja,
- 2:03Speaker 1: want als je als je ziek bent, dan moet je
- 2:05Speaker 1: altijd een beetje goed verzorgd worden, toch? Ja. Want wat
- 2:08Speaker 1: mag je vandaag allemaal doen wat je normaal niet zoveel doet?
- 2:11Speaker 1: Op de iPad? Je mag je thuis ineens heel veel
- 2:13Speaker 1: op de iPad en lekker op de bank liggen. en
- 2:17Speaker 1: een dekentje over je heen.
- 2:19Speaker 1: En extra knuffelen met papa en mama. Ja. Ja.
- 2:23Speaker 2: En en en en papa en mama mogen niet weer
- 2:28Speaker 2: vaker thuis zijn van hun werk. Papa helemaal, want want
- 2:32Speaker 2: want deze week is hij ook weer thuis van zijn
- 2:35Speaker 2: vaak hele
- 2:36Speaker 1: week. Ja, dat eh omdat jij niet naar school kan.
- 2:40Speaker 1: Ja, moet er iemand natuurlijk wel op jou passen. Dus
- 2:42Speaker 1: dan zijn papa en mama ook ineens thuis van hun werk. Ja. Ja.
- 2:46Speaker 1: Niet allebei tegelijk natuurlijk. Maar. Nee. Ja. Ja. Want gisteren
- 2:51Speaker 2: moest mama eigenlijk werken en vandaag eigenlijk niet. Maar omdat
- 2:55Speaker 2: het anders liep, dan ging mama gist gisteren niet werken
- 2:59Speaker 2: en vandaag wel. Ja.
- 3:01Speaker 1: Hé, en wat vind jij nou het allerstomste aan ziek zijn?
- 3:04Speaker 2: Dat je niet naar school kan.
- 3:07Speaker 1: O ja, dat snap ik wel. Dat je niet kan
- 3:09Speaker 1: spelen met je vriendjes en vriendinnetjes en niet naar school kan. Ja. Ja,
- 3:13Speaker 1: dat is wel echt heel stom. En wat vind je
- 3:15Speaker 1: het allerfijnste aan ziek zijn? Is er iets fijn aan
- 3:18Speaker 1: ziek zijn? Ja.
- 3:19Speaker 2: Wat dan? Dat ik lichaam met papa of mama kan snuffelen.
- 3:24Speaker 1: O, maar weet, zal ik je een geheimpje vertellen?
- 3:27Speaker 1: Je mag met papa en mama mag je altijd knuffelen.
- 3:30Speaker 1: Dat vinden papa en mama altijd heel leuk. En
- 3:32Speaker 2: ik vind het ook heel leuk. En dat ik nu
- 3:36Speaker 2: ineens vaak, omdat ik ziek ben, op de iPad mag. Ja,
- 3:39Speaker 1: ja, dat snap ik wel. En daar, dat mag niet
- 3:42Speaker 1: heel veel vaak. Nee.
- 3:46Speaker 1: Als je aan ziek zijn denkt, waar Waar moet je
- 3:48Speaker 1: dan allemaal aan denken? Wat hoort er allemaal bij? Welke
- 3:50Speaker 1: woorden moet je aan denken dan?
- 3:52Speaker 2: Er hoort gebroken been bij.
- 3:55Speaker 1: Ja, dat is ook een beetje ziek zijn, is weer
- 3:56Speaker 1: anders dan ziek zijn. Want jij bent nu ziek, maar
- 3:58Speaker 1: je hebt geen gebroken been. Nee. Nee. Dat
- 4:01Speaker 2: hoort er ook een beetje bij.
- 4:03Speaker 2: Maar niet heel erg.
- 4:05Speaker 1: Daar kan je wel een beetje ziek van zijn inderdaad,
- 4:06Speaker 1: als je een gebroken been hebt. En waar waar denk
- 4:08Speaker 1: je nog meer aan bij ziek zijn? H
- 4:12Speaker 2: prikje. Ja. Er zijn heel veel, heel veel dingen. Want
- 4:16Speaker 2: op de iPad hebben we een spelletje. En die gaat
- 4:20Speaker 2: over een ziekenhuis.
- 4:22Speaker 1: Nou, een ziekenhuis. Daar kan je inderdaad ook aan denken.
- 4:24Speaker 1: En wie werken er in een ziekenhuis dan? H dokters. Ja,
- 4:27Speaker 1: dokters en zusters.
- 4:29Speaker 1: Dus die horen ook een beetje bij ziek zijn. En
- 4:31Speaker 1: wat doen dokters en zusters dan als je ziek bent?
- 4:33Speaker 1: Beter maken. Ja, die gaan je verzorgen.
- 4:36Speaker 2: Ja.
- 4:37Speaker 2: En en bij ziek zijn er ook een thermometer en
- 4:42Speaker 2: een drankje. Ja. En bloedmeter.
- 4:45Speaker 1: En soms ook een pilletje. O ja. En weet je
- 4:48Speaker 1: hoe de pilletjes heten die je vaak krijgt als je
- 4:50Speaker 1: ziek bent? Ja. Hoe dan? Sinaspril? Ja, maar dat heet
- 4:54Speaker 1: eigenlijk anders. Dat
- 4:55Speaker 2: weet ik het niet.
- 4:56Speaker 1: Denk maar aan het liedje van Flemming. Paracetamol,
- 4:59Speaker 2: hè?
- 5:00Speaker 1: Ja, paracetamol inderdaad.
- 5:02Speaker 1: Waar word je eigenlijk ziek van? Weet je dat? Nee.
- 5:05Speaker 1: Je wordt eigenlijk van hele kleine soort beestjes word je ziek.
- 5:09Speaker 1: Die krijpen in je lijf. En dat noem je bacterien
- 5:13Speaker 1: en virussen. En heel veel bacterien zitten er in je lijf.
- 5:17Speaker 1: En heel veel zijn er heel goed juist voor je.
- 5:19Speaker 1: En ze zijn zo klein dat je ze niet eens
- 5:21Speaker 1: kan zien. Maar soms zitten ze op je handen, soms
- 5:24Speaker 1: zitten ze in de lucht als iemand niest. En zo'n
- 5:27Speaker 1: beestje die kan bijvoorbeeld in je mond komen of in
- 5:29Speaker 1: je neus.
- 5:30Speaker 1: En dat gaat ervoor zorgen dat je dan gaat niesen
- 5:33Speaker 1: of hoesten of moe wordt. En dan gaat je lichaam,
- 5:38Speaker 1: die gaat op allemaal verschillende manieren proberen om te zorgen
- 5:42Speaker 1: dat die kleine beestjes eruit gaan.
- 5:44Speaker 1: En heel veel zijn er heel goed, dus die hoeven
- 5:46Speaker 1: er niet uit, die mogen blijven. Maar sommigen, die wil
- 5:50Speaker 1: je lichaam liever niet. Daarom wassen we bijvoorbeeld altijd onze handen.
- 5:54Speaker 1: als we thuis komen van dingen. Of daarom moet je
- 5:56Speaker 1: af en toe douchen. om te zorgen dat je niet
- 5:58Speaker 1: te vaak van die beestjes binnenkrijgt. van de bacterien binnenkrijgt.
- 6:02Speaker 1: Of virussen. En
- 6:03Speaker 2: van zaterdag. Zaterdag begon
- 6:06Speaker 1: het. Ja. En dan kreeg je koorts. En dat is
- 6:09Speaker 1: eigenlijk je lichaam die probeert dan door de koorts
- 6:13Speaker 1: te zorgen dat je weer sterk wordt en dat de
- 6:16Speaker 1: virussen uit je lichaam hangen.
- 6:18Speaker 2: Ja, en sommige slechte bacteriën die willen er misschien wel
- 6:22Speaker 2: niet uit.
- 6:24Speaker 1: Nee, maar daar gaat je lichaam wel voor zorgen.
- 6:26Speaker 1: Weet je wat je nog meer kan doen om snel
- 6:28Speaker 1: beter te worden? Nee. Veel slapen en veel gezonde dingen
- 6:32Speaker 1: eten met goede vitamientjes.
- 6:34Speaker 2: Ja, en en veel water drinken.
- 6:37Speaker 1: Veel water drinken, maar bijvoorbeeld ook lekker verse jus d'ran.
- 6:40Speaker 1: Of uh goede goed veel fruit. Allemaal dingetjes waardoor je
- 6:44Speaker 1: snel beter wordt. Ja.
- 6:45Speaker 2: Of soms een ijsje, dan gaat je keelpijn ook een
- 6:50Speaker 2: beetje over.
- 6:51Speaker 1: Jij weet altijd het over ijsjes te hebben.
- 6:56Speaker 1: Maar je hebt wel gelijk. Als je een beetje pijn
- 6:58Speaker 1: aan je keel hebt, dan helpt soms een ijsje wel.
- 7:01Speaker 1: Want we waren ook een keer voor je keel bij
- 7:03Speaker 1: de dokter. En toen zei de dokter Je moet van
- 7:05Speaker 1: mij een ijsje eten. Weet je dat nog? Toen was
- 7:09Speaker 1: je nog wat kleiner. Maar toen moest je van de
- 7:10Speaker 1: dokter een ijsje eten.
- 7:12Speaker 1: Hee, en Myrthe, zijn alleen mensen ziek of zijn dieren
- 7:16Speaker 1: ook wel eens ziek?
- 7:16Speaker 2: Dieren zijn ook wel eens ziek.
- 7:19Speaker 1: En wat moeten de dieren dan als ze ziek zijn?
- 7:21Speaker 1: Naar een dierenarts. O, wat doet een dierenarts
- 7:23Speaker 2: dan? Ehm. Bij een leeuw um gaat er dan een
- 7:27Speaker 2: pijltje in en dan valt hij in slaap.
- 7:31Speaker 1: Wacht eventjes. Dit moet je even vertellen. Bij een leeuw
- 7:34Speaker 1: gaat er een pijltje in en dan valt hij in slaap.
- 7:36Speaker 1: Weet je hoe dat zit?
- 7:37Speaker 2: Ja, want anders is die veel te veel te eng.
- 7:41Speaker 1: Die is veel te gevaarlijk voor de dokter. Ja. Ja.
- 7:44Speaker 1: Dus dan doen ze inderdaad een pijltje eventjes in. En
- 7:46Speaker 1: dan valt hij in slaap.
- 7:48Speaker 1: Ja. Daar kan de dokter bij. En wat knap dat
- 7:50Speaker 1: je dit weet. Hoe weet je dat?
- 7:51Speaker 2: Omdat we het thema dieren hebben op school. En daar
- 7:56Speaker 2: hebben we een dierenarts. En en de juffrouw heeft verteld
- 7:59Speaker 2: dat um als de dat de leeuw beter wordt, dat
- 8:03Speaker 2: ze dan een pijltje erin doen. En dat ze dan
- 8:06Speaker 2: en dat de leeuw dan in slaap valt. En dat
- 8:09Speaker 2: die dan eigenlijk als die wakker blijft veel te gevaarlijk is. Ja,
- 8:14Speaker 1: wat goed inderdaad. Wat knap dat je dat weet.
- 8:16Speaker 1: Ja, en bij de andere dieren dan helpt de dokter
- 8:19Speaker 1: gewoon een handje. Dus dan heb je een echte dierenarts, inderdaad,
- 8:22Speaker 1: die kan alle dieren helpen om beter te worden.
- 8:26Speaker 2: Pa, ik weet een leuk spel.
- 8:28Speaker 1: O, is het al tijd voor een spelletje dan? Ja. Oké. Nou,
- 8:32Speaker 1: wat voor spel wil je gaan spelen dan?
- 8:33Speaker 2: En dat jij weer dat we weer een quiz doen
- 8:38Speaker 2: met eten. En dat dat dat jij dan
- 8:42Speaker 2: weer de quizmaster ben. En dat ik. En dat jij
- 8:46Speaker 2: dan steeds eten ga zeggen dat gezond of ongezond is.
- 8:50Speaker 2: En dan ga ik steeds roepen gezond of ongezond.
- 8:54Speaker 1: O, nou, dat vind ik wel een leuke quiz. Dat
- 8:56Speaker 1: kunnen we wel eens gaan spelen. Wacht even, dan ga
- 8:58Speaker 1: ik wel eventjes mijn quizmaster pak aan doen. Want een
- 9:02Speaker 1: quizmaster moet natuurlijk wel een mooie quizmaster hoed op en
- 9:06Speaker 1: een glinsterend quizmaster pak toch? Ja.
- 9:11Speaker 1: Oké. Nou, hier is de quizmaster. Zo, ik heb mij
- 9:18Speaker 1: even voorbereid op de quiz. Ik heb een gezond en
- 9:21Speaker 1: ongezond quiz gedaan. En dan mag jij inderdaad gaan zeggen
- 9:25Speaker 1: of het gezond is of dat het ongezond is. Ja.
- 9:38Speaker 1: Een appel
- 9:39Speaker 2: Gezond
- 9:41Speaker 1: Een snoepje
- 9:42Speaker 2: Ongezond.
- 9:44Speaker 2: Patatjes. Alles.
- 9:48Speaker 1: Veel koekjes eten.
- 9:50Speaker 2: Eh, weet ik niet.
- 9:53Speaker 1: Dat is ongezond. Waterdrinken.
- 9:57Speaker 1: Bom.
- 9:58Speaker 1: Een bruine boterham met kaas.
- 10:02Speaker 2: Gezond.
- 10:04Speaker 1: Een bruine boterham met
- 10:07Speaker 1: Hagelslag.
- 10:11Speaker 1: Heel laat naar bed gaan.
- 10:14Speaker 1: Ongezond Ja um slapen Gezond.
- 10:21Speaker 1: Springen en rennen. Gezond je tanden poetsen.
- 10:25Speaker 2: Gezond.
- 10:27Speaker 1: buiten spelen.
- 10:29Speaker 2: Gezond, denk ik. Zeker
- 10:31Speaker 1: beter gezond. En lekker in het zonnetje zitten. Gezond. Een pannenkoek.
- 10:37Speaker 2: Ongezond.
- 10:39Speaker 1: Ja. Nou hebben we de gezond en ongezond quiz gedaan.
- 10:43Speaker 1: Het is wel belangrijk om te zeggen. Gezonde dingen zijn
- 10:45Speaker 1: heel belangrijk. Maar ongezonde dingen zijn soms wel lekker om
- 10:49Speaker 1: er eentje of zo te doen. Als je er maar
- 10:51Speaker 1: nooit te veel van neemt.
- 10:54Speaker 1: Nou Myrthe, we zijn weer aan het einde gekomen van
- 10:56Speaker 1: deze podcast. En um ja, ik hoop dat jij de
- 11:00Speaker 1: volgende keer weer helemaal beter bent. Maar ik heb wel
- 11:03Speaker 1: wat geleerd. Ik heb namelijk geleerd dat jij precies weet
- 11:06Speaker 1: wat gezond en ongezond is.
- 11:08Speaker 1: En ik heb geleerd dat jij weet wat er allemaal
- 11:12Speaker 1: bij ziek zijn hoort. Ja,
- 11:14Speaker 2: ik weet het helemaal omdat op de iPad een spelletje
- 11:17Speaker 2: staat van het ziekenhuis.
- 11:19Speaker 1: O, nou, dan heb je niet voor niks de iPad
- 11:21Speaker 1: op de iPad gezeten vandaag. Nee. En ik heb geleerd
- 11:25Speaker 1: dat jij heel erg ervan houdt om veel te knuffelen
- 11:28Speaker 1: met papa en mama.
- 11:29Speaker 2: Dat weet je toch al?
- 11:32Speaker 1: Eigenlijk wel. Nou, heel veel beterschap. Stel dat je ook
- 11:34Speaker 1: ziek bent, ook heel veel beterschap. En anders lekker gezond blijven.
- 11:39Speaker 1: En dan gaan we de volgende keer spreken we hier
- 11:41Speaker 1: weer met een nieuwe podcast.
- 11:43Speaker 2: De volgende keer gaan we het hebben over prinsen en prinsessen. O,
- 11:50Speaker 1: wat leuk. Die was aangevraagd door het meisje, toch? Ja.
- 11:53Speaker 1: Door wie was die ook alweer aangevraagd? Lotte. Door Lotte. Inderdaad. Lotte,
- 11:56Speaker 1: die schreef ons een mailtje. en die wilde een aflevering
- 11:59Speaker 1: over prinsen en prinsessen. Nou, Lotte, die komt er dus
- 12:02Speaker 1: volgende keer aan. Ja. Wil je ook een verzoekje doen?
- 12:04Speaker 1: Laat het dan weten. Dan kan je via onze website
- 12:07Speaker 1: kleuterpodcast.nl kan je een mailtje sturen.
- 12:11Speaker 1: En dat vinden wij altijd hartstikke leuk,
- 12:13Speaker 2: toch? We hebben er al twee binnen.
- 12:15Speaker 1: Ja. Dus hartstikke leuk als je ons mailt. Ja. Tot
- 12:19Speaker 1: de volgende keer. Tot de volgende keer.
- 12:39Speaker 1: het zoveel.