Latest / Kleuter Podcast / SIERADEN | Kleuterpodcast #39
Transcript
- 0:00Speaker 1: Welkom bij je nieuwe kleuterpodcast. Ja
- 0:05Speaker 2: My. Welkom bij je nieuwe kleuterpodcast vandaag. Bling Bling. Oftewel
- 0:09Speaker 2: Waar gaan we het over hebben?
- 1:05Speaker 2: Myrthe, wat zijn sieraden eigenlijk?
- 1:07Speaker 1: Dat zijn allemaal dingen die je om je nek kan hangen.
- 1:10Speaker 1: En armbandjes bijvoorbeeld of kettingen of oorbellen.
- 1:14Speaker 2: En, wat heb ik
- 1:15Speaker 1: hier? Een horloge
- 1:17Speaker 2: ook. Ja, horloge hangt hoort er ook bij. En ik
- 1:20Speaker 2: denk dat er nog wel meer dingen bij horen. Wat
- 1:22Speaker 2: vind jij van sieraden? Leuk.
- 1:25Speaker 1: Ja, en er horen ook nog ringen bij. O ja,
- 1:27Speaker 2: die heb ik ook. Een ring. Ja, dat is waar.
- 1:30Speaker 2: Ik heb meerdere sieraden. Ik vind ze ook vaak. Ik
- 1:32Speaker 2: vind ze vaak leuk, maar ik vind ze ook vaak mooi. Ja,
- 1:34Speaker 1: ik ook. Waarom vind je ze mooi?
- 1:37Speaker 1: Je draagt ze niet zomaar bijvoorbeeld voor een feestje draag
- 1:41Speaker 1: je ze om jezelf wat mooier te maken. Vooral dames.
- 1:46Speaker 2: Ja, vooral vooral dames inderdaad. Zoals ik. Ja, maar maar
- 1:50Speaker 2: mannen dragen ze dus ook. Want ik heb dus een
- 1:52Speaker 2: ring om mijn vinger, omdat ik getrouwd ben. Maar ik
- 1:54Speaker 2: heb ook een horloge.
- 1:55Speaker 2: is ook een sieraad. En soms draag ik ook een armbandje.
- 1:59Speaker 2: O
- 1:59Speaker 1: ja, zo'n armbandje die ik gemaakt heb.
- 2:01Speaker 2: Precies. Ja. Ik zag jou even raar kijken van Huh, papa,
- 2:04Speaker 2: een armband. Ja, een armbandje van jou. Inderdaad. Dita.
- 2:07Speaker 1: Bijvoorbeeld een loemandje of zo'n gewoon armbandje die ik heb
- 2:12Speaker 1: gemaakt met kraal.
- 2:14Speaker 2: Ja, want daar gaan we het zo meteen ook nog
- 2:16Speaker 2: over hebben. Over het maken van armbandjes. Maar Myrthe, eerst eventjes.
- 2:21Speaker 2: Wie dragen er nog meer sieraden? Er is namelijk een
- 2:25Speaker 2: sieraad dat ik denk dat er maar één iemand die
- 2:28Speaker 2: draagt eigenlijk. Wat draagt de koning en de koningin? Wat
- 2:34Speaker 2: dragen die voor een sieraad dat verder bijna niemand denk
- 2:37Speaker 2: ik draagt.
- 2:38Speaker 1: Een kroon.
- 2:39Speaker 2: Ja, die dragen een kroon. Dat is eigenlijk ook een sieraad.
- 2:42Speaker 2: O ja. Ja. En die glimt ook heel mooi. Of
- 2:45Speaker 2: heb jij ook een kroon?
- 2:46Speaker 1: Ik heb ook een kroon, maar dan een nepkroontje. Die
- 2:49Speaker 1: kunnen ook makkelijk stuk aangaan. Ja, dat wel. Ja, want
- 2:54Speaker 1: want want die van de koning en de koningin zijn
- 2:57Speaker 1: van glas. En en die van ons zijn van plastic.
- 3:00Speaker 2: Nou, ik denk niet dat die van glas zijn. Volgens
- 3:02Speaker 2: mij zijn die van zilver of van goud van de
- 3:04Speaker 2: koning en koningin.
- 3:05Speaker 2: Maar ook daar moet je heel voorzichtig mee omgaan. Want
- 3:07Speaker 2: ook die kunnen stuk uiteindelijk. Want dat is meestal met
- 3:10Speaker 2: sieraden aan een armbandje of aan een ketting moet je
- 3:13Speaker 2: ook niet gaan trekken.
- 3:15Speaker 1: Want dan gaat het draad stuk. En dan gaat het
- 3:18Speaker 1: draad los van elkaar. Want dan want dan heb je
- 3:21Speaker 1: te veel getrokken. En dan dan heb je te veel getrokken.
- 3:24Speaker 1: En dan gaat het uiteindelijk het draad los en dan
- 3:29Speaker 1: 4
- 3:29Speaker 1: vliegen alle kraaltjes door de kamer.
- 3:32Speaker 2: O, dat is zo zonde als dat gebeurt.
- 3:34Speaker 1: Ja, maar dan moet. Maar ik moet. Ik moet sowieso
- 3:37Speaker 1: niet veel trekken, want dan gaat het kapot. En mijn
- 3:40Speaker 1: zusje stopt dat in mijn.
- 3:42Speaker 2: Weet je wie ik ook nog vind dat de sieraden hebben? Nee.
- 3:46Speaker 2: Ik vind ook dat de sporters soms sieraden hebben. Als
- 3:49Speaker 2: zij hebben gewonnen.
- 3:50Speaker 1: O ja, zo'n prijsjebeker.
- 3:52Speaker 2: Zo'n prijzenbeker, maar ook iets wat ze om hun nek hangen. Medaille.
- 3:57Speaker 2: Een medaille? Ja, dat vind ik eigenlijk ook een soort sieraad, toch?
- 3:59Speaker 1: Ja, ik heb heel veel medailles, maar ook echte. Hoe
- 4:03Speaker 1: kom je eraan dan? Ja, dan heb. Dan heb ik
- 4:06Speaker 1: wat goed gedaan. En dan kreeg ik maar medailles. Bijvoorbeeld
- 4:10Speaker 1: een medaille voor het skiën.
- 4:12Speaker 2: Ja. Ja, daar heb je inderdaad een medaille voor. We hebben.
- 4:15Speaker 2: En die is echt zo'n glas. Nou, dan moet je
- 4:17Speaker 2: heel voorzichtig zijn, hè?
- 4:18Speaker 1: Ja. Ja. Dus ik moet hem niet laten vallen? Nee.
- 4:21Speaker 2: Hé, en sommige mensen maken ook sieraden voor elkaar. Zoals
- 4:24Speaker 2: bijvoorbeeld een vriendschapsarmbandjes. Dat doe jij ook wel eens, hè? Ja.
- 4:28Speaker 2: Dan maak je een armbandje. En doe je er dan
- 4:30Speaker 2: iets speciaals mee waarom het een vriendschapsarmbandje is?
- 4:33Speaker 1: Ja, soms soms doe ik de naam erop. Want dan
- 4:37Speaker 1: kan je beter weten van wie die is. En dan
- 4:39Speaker 1: en dan dan hoef ik niet zo te
- 4:41Speaker 1: zoeken van wie die
- 4:42Speaker 2: is. Ja, dat snap ik wel. En ik heb ook
- 4:45Speaker 2: een soort vriendschapsarmbandje, maar dat is een ring. Dus meer
- 4:48Speaker 2: een vriendschapsring. Ja,
- 4:50Speaker 1: van van het
- 4:51Speaker 2: trouwen. Ja, inderdaad. Dat is van het trouwen. Omdat mama
- 4:55Speaker 2: en ik elkaar heel lief vonden. En dan met het trouwen,
- 4:57Speaker 2: dan geef je elkaar een ring. Hoeft niet altijd, maar
- 5:00Speaker 2: wij hebben dat zeker wel gedaan. Vaak gebeurt dat wel.
- 5:03Speaker 2: Als je elkaar dan een ring geeft.
- 5:04Speaker 1: En die draag je dan heel vaak. Ja. Jij draagt
- 5:08Speaker 1: hem elke dag. Ik draag
- 5:09Speaker 2: hem elke dag. Ja.
- 5:10Speaker 1: Ook als je
- 5:11Speaker 2: ziek bent. Als ik ziek ben, dan maakt het niet uit.
- 5:12Speaker 2: Hij gaat nooit af. Heel z. En ook niet met slapen? Nee,
- 5:16Speaker 2: gaat hij ook niet af. Het enige moment wanneer die
- 5:17Speaker 2: afgaat is als ik in de keuken iets moet kneden
- 5:20Speaker 2: met mijn handen. Dan vind ik het niet zo fris
- 5:22Speaker 2: als die dan nog aan. Nee,
- 5:23Speaker 1: want dan wordt hij vies. En dan moet je dan
- 5:26Speaker 1: moet je hem schoonmaken. Ja,
- 5:28Speaker 2: maar ook omdat ik m'n handen heel goed kan wassen.
- 5:31Speaker 2: Maar toch bij een ring denk ik van Ja, die
- 5:32Speaker 2: heb ik dan wel goed gewassen. Maar stel dat er
- 5:34Speaker 2: iets van eten achterblijft, of iets achterblijft. en dat in
- 5:38Speaker 2: het eten terechtkomt, vind ik het niet zo niet zo fris.
- 5:40Speaker 2: Dus dat is het enige moment dat hij afgaat. En
- 5:42Speaker 1: bij een douche
- 5:43Speaker 2: hou ik hem ook aan.
- 5:44Speaker 1: Wat? Dan wordt-ie toch
- 5:45Speaker 2: nat? Ja, maar daar kan hij tegen. Dus hij gaat
- 5:48Speaker 2: eigenlijk gaat hij bijna nooit af bij mij.
- 5:50Speaker 1: Alleen maar bij het kneden. Ja. Bijvoorbeeld als je een
- 5:54Speaker 1: pizza moet maken, dan bij het kneden van een pizza.
- 5:57Speaker 2: Precies. Dan gaat hij even af. Of bij een gehakbal. Ja. Ja.
- 6:02Speaker 2: Nou, we hebben het al een paar keer gezegd. Jij
- 6:03Speaker 2: maakt ook zelf sieraden, he? Wat maak jij het liefst?
- 6:06Speaker 2: Van
- 6:06Speaker 1: die armbandjes met kralen. Nee, loemandjes.
- 6:09Speaker 2: Ja, maar loemandjes heb je ook heel veel gemaakt. Maar
- 6:11Speaker 2: daar ben je nu een beetje op uitgekeken. Ja. Dus
- 6:14Speaker 2: nu maak je ze met kralen? Ja,
- 6:16Speaker 1: want ik heb wel met kralen heb je
- 6:17Speaker 1: ook al elastiek taal.
- 6:20Speaker 2: Ja, en daar kan je dan de kralen omheen doen. Ja.
- 6:22Speaker 2: En waar moet je op letten dan, als je een
- 6:24Speaker 2: armbandje maakt?
- 6:25Speaker 1: Dat je wel een knoopje maakt, dat je. dat ze
- 6:28Speaker 1: er niet allemaal in EEN keer. als je er eentje
- 6:32Speaker 1: aan doet, dat die gelijk zo naar afvalt.
- 6:34Speaker 2: Ik heb vroeger, toen ik zo oud was als jou.
- 6:36Speaker 2: heb ik denk ik nooit echt armbandjes gemaakt. Maar weet
- 6:38Speaker 2: je wat ik wel heb gemaakt? Nee. Kettingen. Hè?
- 6:41Speaker 1: Hoezo niet echt armbandjes, maar wel kettingen. Ja. Hoe kan
- 6:44Speaker 1: dat nou weer?
- 6:45Speaker 2: Ja, ik heb heel veel kettingen gemaakt. Hoe
- 6:47Speaker 1: kan je dat je nooit een armbandje maakt. En en
- 6:50Speaker 1: wel altijd een een ketting.
- 6:53Speaker 2: Omdat ik die kettingen gewoon lekker vond. Huh?
- 6:55Speaker 1: O, maar hebben jullie de kettingen bij opa en oma
- 6:59Speaker 1: nog steeds?
- 7:00Speaker 2: Nee, want die heb ik allemaal opgegeten.
- 7:03Speaker 2: Of gegeten? Ja. Zal ik je vertellen wat voor kettingen
- 7:06Speaker 2: ik ging maken? Ja. Ik maakte altijd kettingen met een dropveter.
- 7:10Speaker 2: En dan allemaal van die chipjes eraan. Die ronde chipjes.
- 7:14Speaker 2: Dat noemen ze nibbets. Weet je dan wat ik
- 7:16Speaker 1: bedoel? Ja, van die ronde snoepjes.
- 7:18Speaker 2: Nee, van die van die chipjes. Nibbets heen die. En
- 7:21Speaker 2: daar ging ik altijd de ketting mee maken.
- 7:23Speaker 1: O, en en deed je dan van het touw de dropsier?
- 7:27Speaker 2: Ja, dus de dropveterie was dan inderdaad het touwtje.
- 7:30Speaker 2: En de chipjes, die waren dan. Dus je
- 7:32Speaker 1: kon gewoon lekker een hapje nemen.
- 7:34Speaker 2: Ja, maar dan ging ik eerst de ketting maken. Dan
- 7:36Speaker 2: moet je hem passen. Dat die wel goed om je
- 7:38Speaker 2: nek past natuurlijk. En dan als die afwas, dan kon
- 7:40Speaker 2: je hem zo eraf eten.
- 7:42Speaker 1: Grappig. Ja. Maar als het touwtje dan kapot was, maakt
- 7:46Speaker 1: helemaal niet uit.
- 7:48Speaker 2: Nee, want sterker nog, ik vond het touwtje meestal het
- 7:51Speaker 2: minst lekker. Ik vond de chippie het lekkerst. Ja. Dus
- 7:53Speaker 2: die had ik graag ervan af. Was
- 7:55Speaker 1: het een rode erop of een zwarte?
- 7:58Speaker 2: O, beide.
- 7:59Speaker 2: Maar dan. Meestal at ik de chipjes ervan af. En
- 8:02Speaker 2: dan at ik het knoopje even open. En dan deed
- 8:04Speaker 2: ik er weer nieuwe chipjes aan.
- 8:05Speaker 1: Dat wil ik ook wel, maar dan met met de
- 8:07Speaker 1: rode erop. Want ik hou meer van rode erop.
- 8:10Speaker 2: Gaan wij dat maken? Zullen we dat afspreken? Ja. Oké,
- 8:13Speaker 2: gaan wij dat maken.
- 8:14Speaker 2: Ik denk dat het tijd is voor een spelletje. Ja.
- 8:18Speaker 2: Het spelletje van vandaag. Dat heet de woordenketting. Ja. Vertel Myrthe.
- 8:22Speaker 2: Wat gaan we doen?
- 8:23Speaker 1: Nou, we zeggen een woord en de letter waarmee het eindigt.
- 8:29Speaker 1: Daar moet je dan een woord mee verzinnen. Met welke
- 8:33Speaker 1: letter dat begint. En dan moeten we steeds zo
- 8:35Speaker 2: door. Ja. Dus de laatste letter van een woord is
- 8:39Speaker 2: de eerste letter van het volgende woord. Ja. Oké. Nou,
- 8:43Speaker 2: Zal ik dan beginnen met het woord kroon.
- 8:57Speaker 2: En de kroon eindigt op een een N. En welk
- 9:02Speaker 2: woord ga jij dan maken met een
- 9:05Speaker 1: neus,
- 9:06Speaker 2: neus en neus eindigt met een S. En dan zeg
- 9:10Speaker 2: ik
- 9:11Speaker 2: Slak De K
- 9:14Speaker 1: K K. Mijn neefje heet Kik. Dus daarom zei
- 9:17Speaker 2: ik dat. Dan heb ik weer de K. Dan doe
- 9:19Speaker 2: ik kaas. Sick. Hoe kom ik weer bij de klok weer.
- 9:27Speaker 1: Oh, de.
- 9:31Speaker 2: Nou, dan ga ik een woord verzinnen waar we niet
- 9:32Speaker 2: te hebben, hoor. Even kijken hoor. De k- konijn is een.
- 9:39Speaker 1: Nel
- 9:41Speaker 2: lopen
- 9:44Speaker 1: nacht.
- 9:45Speaker 2: Oh goed woord het nacht de het uh toren en
- 9:52Speaker 1: nood
- 9:54Speaker 2: thuis.
- 9:56Speaker 2: Slaap. O, heb ik een hele moeilijke politie. Waar eindigt
- 10:02Speaker 2: politie op I. Ja, heel goed. Dat is op de I.
- 10:06Speaker 2: Dus de E en de E. Dus dat is de I.
- 10:10Speaker 2: Iets. Oh, goeie iets. Dus dat is dus dan zeg
- 10:15Speaker 2: ik uh stofzuiger. Welke letter eindigt dat? Heel goed.
- 10:23Speaker 2: Raar. Dan doe ik met een uh.
- 10:27Speaker 2: Roodkapje. De e.
- 10:30Speaker 1: Heel goed. Maar je hoort de e. Maar je schrijft
- 10:33Speaker 1: de
- 10:33Speaker 2: e. Ja, Heel goed van jou.
- 10:35Speaker 1: Eenhoorn.
- 10:37Speaker 2: Nat.
- 10:39Speaker 2: T. Met de toch? Ja. Kleuterpodcast.
- 10:46Speaker 2: Met wat eindigt dat? Heel goed.
- 10:51Speaker 1: Taken en een kindje uit mijn klas in. Ook taken. 0.
- 10:58Speaker 1: Linde. Mijn zusje heet Linde. Toen zei ik Linde.
- 11:03Speaker 2: 11.
- 11:05Speaker 2: Fiets.
- 11:07Speaker 2: Step.
- 11:10Speaker 2: Post. Nou, ik denk dat we klaar zijn met de woordenketting.
- 11:14Speaker 2: Ik denk dat het tijd is voor de post, inderdaad, Myrthe. Ja.
- 11:19Speaker 1: Waar is de post? Waar is de post? Waar is
- 11:23Speaker 1: de post?
- 11:24Speaker 2: Nou Myrthe. Ik heb hier de post post.
- 11:26Speaker 1: Waar is de post?
- 11:28Speaker 2: Ik kreeg een berichtje binnen van Gai. Ik hoop dat
- 11:30Speaker 2: ik het goed uitspreek. Hoi, ik ben 4 jaar oud.
- 11:33Speaker 2: Ik vind je podcast erg leuk. Ik heb alle afleveringen geluisterd.
- 11:37Speaker 2: Ik vond de spelletjes in de aflevering van de tandarts
- 11:40Speaker 2: erg grappig. Ik vond de sportaflevering geweldig. Ik heb een
- 11:43Speaker 2: vraag aan jullie. Ik wil geld verdienen. Wat denk je
- 11:46Speaker 2: dat je daarvoor kan doen om geld te verdienen?
- 11:49Speaker 1: Er armbandjes verkopen.
- 11:53Speaker 2: Oh. Dat is een goeie Myrthe. Het is gewoon arandjes
- 11:55Speaker 2: maken en ze dan ver- verkopen.
- 11:57Speaker 1: Ja, want, want dan krijg je meer geld bij je.
- 12:00Speaker 1: Want dan kopen ze het. En dan zet je er
- 12:02Speaker 1: een briefje bij hoe duur het is. Maar dan moet
- 12:05Speaker 1: het niet te duur zijn, want anders wordt het helemaal
- 12:08Speaker 1: niet druk.
- 12:09Speaker 1: gekocht. En. En als ze dan gekocht worden, dan geven
- 12:14Speaker 1: ze geld aan je.
- 12:15Speaker 2: Goed idee, Myrthe. Dan kreeg ik nog een berichtje van Nora. Hoi,
- 12:20Speaker 2: Myrthe en haar papa. Ik ben Nora, ik ben 3 jaar.
- 12:22Speaker 2: Ik luister graag naar jullie podcast. De leukste aflevering vond
- 12:24Speaker 2: ik die over superhelden en over knutselen.
- 12:27Speaker 2: Ik heb met mama ook een krokodil geknutseld van eierdozen.
- 12:30Speaker 2: Maar is een goede tip geweest van jou, Myrthe. Ja.
- 12:32Speaker 2: En verder schrijft Nora ook dat ze graag naar de
- 12:35Speaker 2: bioscoop of het theater gaat. Jij ook, Myrthe?
- 12:38Speaker 1: Eh, ja, maar ik vind het wel heel gauw eng.
- 12:41Speaker 2: Maar je vindt wel heel leuk, toch het theater. Je
- 12:44Speaker 2: bent pas nog in het theater geweest.
- 12:45Speaker 1: Ja, van Doornroosje.
- 12:47Speaker 2: Daarom. Dus het theater is wel altijd heel erg leuk. Nou,
- 12:50Speaker 2: dank je wel voor je berichtje, Nora.
- 12:52Speaker 2: Even kijken, dan kreeg ik nog een berichtje van Julian
- 12:55Speaker 2: en die schrijft liever Mte en papa. Ik ben Jan
- 12:57Speaker 2: en ik vind de kleuterpodcast heel leuk. Ik zing het
- 13:00Speaker 2: beginliedje al bijna helemaal mee.
- 13:03Speaker 2: Ik luister heel vaak en ik heb dan ook een
- 13:05Speaker 2: leuk idee. Ik vind molens superinteressant. Ik ga vaak kijken
- 13:09Speaker 2: bij molen bij ons in de buurt. Wist je dat
- 13:11Speaker 2: molens hele bomen kunnen zagen tot planken. En dat ze
- 13:15Speaker 2: helpen zodat we droge voeten houden? Dat is toch knap.
- 13:18Speaker 2: Misschien kunnen jullie een keer een aflevering maken over molens.
- 13:21Speaker 2: Zou ik heel leuk vinden. Dag, groetjes van Julian en
- 13:24Speaker 2: een beetje van papa en mama. Nou, dat is wel
- 13:26Speaker 2: heel leuk.
- 13:27Speaker 1: Nee, heel cool. Ik wist dat niet dat dat molens konden.
- 13:31Speaker 2: Nee,
- 13:31Speaker 2: Nou, dat dat is wel leuk. Wist jij dat ook niet?
- 13:34Speaker 2: Ik wist het wel, maar ik was het eigenlijk wel
- 13:36Speaker 2: een beetje vergeten. Het is wel heel leuk om af
- 13:38Speaker 2: en toe ook naar een molen te gaan. Als we
- 13:40Speaker 2: een molen zien. Om wel even binnen te kijken bij
- 13:42Speaker 2: een molen, toch? Ja. Dan kreeg ik nog een berichtje
- 13:45Speaker 2: binnen van May. En May is bijna 5 jaar.
- 13:48Speaker 2: En May die vraagt zich af of jij wel eens
- 13:51Speaker 2: verliefd bent geweest. en of je weet wat verliefd zijn is.
- 13:55Speaker 1: Eh, ik weet wel wat verliefd zijn is. Maar ik
- 13:59Speaker 1: weet eigenlijk niet of ik eigenlijk een keertje verliefd ben geweest.
- 14:03Speaker 2: Nee. Nou ja, dat weet je pas als je het bent,
- 14:05Speaker 2: denk ik. Maar een goede vraag, May. Ben jij wel
- 14:09Speaker 1: verliefd geweest? May?
- 14:11Speaker 2: Ja, goede vraag inderdaad, Myrthe.
- 14:13Speaker 2: Uhm. Ja, wie weet. Kunnen we daar nog wel een
- 14:15Speaker 2: keer een aflevering over maken. Maar dat lijkt mij dat.
- 14:17Speaker 2: Dat hebben
- 14:18Speaker 1: we al gedaan, want we hebben al over trouwen gedaan.
- 14:21Speaker 1: Dat
- 14:21Speaker 2: is waar. Maar ik zit te denken als het Valentijnsdag is,
- 14:25Speaker 2: dan kunnen we het ook wel een keer over verliefdheid hebben.
- 14:27Speaker 2: Maar dat is pas in februari. Woensdag.
- 14:29Speaker 1: Maar we hebben toch al podcast over Moederdag en Vaderdag.
- 14:34Speaker 2: Ja, maar Valentijnsdag. Ja,
- 14:36Speaker 1: Valentijn. Dat is toch een klein beetje hetzelfde als vaderdag. Nee,
- 14:41Speaker 2: dat is echt iets heel anders.
- 14:43Speaker 2: Wat is er dan anders aan? Bij Vaderdag doe je
- 14:46Speaker 2: wat speciaals voor de vaders. Bij Moederdag doe je iets
- 14:48Speaker 2: speciaals voor de moeders. En bij Valentijnsdag doe je het
- 14:52Speaker 2: voor iedereen die je lief vindt. Dus waar je verliefd
- 14:56Speaker 2: op bent of die je heel lief vindt. Dus dan
- 14:58Speaker 2: maakt het niet zoveel uit.
- 14:59Speaker 1: Maar heb je ook moeder Moederentijnsdag? O,
- 15:03Speaker 2: sorry.
- 15:04Speaker 2: Ik snap hem nu pas. Jij bedoelt vadertijnsdag. Nee, Valentijn. Valentijn. Ja,
- 15:11Speaker 2: maar het is
- 15:11Speaker 1: niet staat er geen.
- 15:16Speaker 2: Omdat. Het gaat niet om moeder of vader. Het gaat
- 15:18Speaker 2: om Valentijn is je liefje. Is is degene waar je
- 15:21Speaker 2: op verliefd bent. Dat is jouw Valentijntje.
- 15:27Speaker 2: En als laatste kreeg ik nog een berichtje van Pietertje.
- 15:32Speaker 2: Hoi Myrthe en haar papa. Ik ben. Ja. Hoi Myrthe
- 15:35Speaker 2: en haar papa. Ik ben Pietertje en woon het grootste
- 15:38Speaker 2: gedeelte van het jaar in Spanje. Ik luister graag naar
- 15:41Speaker 2: jullie podcast. Ik heb hier wel 1000 vrienden en die
- 15:43Speaker 2: ga ik ook allemaal naar jullie podcast laten luisteren. Tot
- 15:46Speaker 2: snel in Nederland. Groetjes, Pietertje, 5 jaar oud.
- 15:51Speaker 1: Nou. 1000 vriendjes? Ja, er
- 15:53Speaker 2: zijn wel heel veel vriendjes. Ja. Nou ja, als die
- 15:55Speaker 2: allemaal luisteren naar de podcast. Hebben
- 15:57Speaker 1: we nog meer volgers. Hebben
- 15:59Speaker 2: we nog meer volgers en luisteraars. Nou, wil jij ook
- 16:01Speaker 2: een berichtje sturen naar de kleuterpodcast? Dat kan natuurlijk via
- 16:04Speaker 2: @kleuterpodcast op Instagram of www.kleuterpodcast.nl. En vergeet ook niet om
- 16:10Speaker 2: ons te volgen op Spotify of Apple, of waar je
- 16:13Speaker 2: de podcast ook luistert. Vinden we superleuk. Ja. Myrthe, we
- 16:17Speaker 2: zijn aan het
- 16:17Speaker 2: einde gekomen van de kleuterpodcast voor deze week. Volgende week. Myrthe. O,
- 16:22Speaker 2: ik heb daar zoveel zin in. Ja, ik ook. Ik
- 16:24Speaker 2: kan niet wachten eigenlijk. Ja, ik ook niet. Haha! Maar
- 16:27Speaker 2: ben jij lief geweest dit jaar? Ja. Ik denk dat
- 16:30Speaker 2: ik ook wel lief ben geweest, hoop ik. Maar ik
- 16:33Speaker 2: weet niet wat er in het grote boek staat over mij.
- 16:35Speaker 1: Durfde hij het bijna niet te zeggen?
- 16:38Speaker 2: Misschien ben ik niet zo lief geweest dit jaar. Ik
- 16:39Speaker 2: weet het niet. Tuurlijk wel. O, waar gaan we het
- 16:42Speaker 2: over hebben dan, Myrthe? Over
- 16:43Speaker 1: Ster.
- 16:45Speaker 2: Hij komt. Hij komt. Hij komt. Het komt. Ik kan
- 16:52Speaker 2: niet wachten. Ik ga alvast uitkiezen welke schoen zetten.
- 17:11Speaker 2: Ik zou zeggen tot volgende week, Myrthe.
- 17:13Speaker 1: Tot volgende week. Doei!