Latest / Kleuter Podcast / Eenhoorns en Regenbogen | Kleuterpodcast #54
Transcript
- 0:00Speaker 1: Hoi, voordat de podcast begint, hebben we nog iets leuks
- 0:02Speaker 1: voor je. Wil jij ook het kleuterpodcast doeboek? Dat kan.
- 0:06Speaker 1: We laten hem opnieuw drukken en je kan hem alvast reserveren.
- 0:09Speaker 1: Ga naar www.kleuterpodcast.nl en reserveer jouw doeboek.
- 0:15Speaker 2: Welkom bij je nieuwe kleuterpodcast.
- 0:19Speaker 1: Ja, Myrthe, welkom bij een nieuwe kleuterpodcast. Waar gaan we
- 0:22Speaker 1: het vandaag over hebben?
- 0:23Speaker 2: Over eenoorns en regenbogen.
- 0:59Speaker 2: op de been.
- 1:18Speaker 1: Welkom bij een nieuwe kleuterpodcast. Voordat we beginnen eventjes een
- 1:23Speaker 1: kleine huishoudelijke mededeling. We waren er even niet.
- 1:25Speaker 1: Even heel lekker genoten van de vakantie. En daarna ook
- 1:29Speaker 1: nog ziek en uitgerust en moe. En nou, alles bij elkaar.
- 1:33Speaker 1: Maar we zijn gelukkig weer terug.
- 1:34Speaker 2: Ja, ben ik ook wel blij mee.
- 1:36Speaker 1: Ja. En waar gaan we het over hebben vandaag?
- 1:38Speaker 2: Over eenhoorse regenbogen.
- 1:40Speaker 1: Ja. Waar zullen we mee beginnen? Gaan we de eerste
- 1:42Speaker 1: over eenhoorns hebben of over regenbogen? Eh,
- 1:45Speaker 2: maakt mij niet uit.
- 1:46Speaker 1: Nou, dan doe ik de eenhoorns als eerste, want daar
- 1:49Speaker 1: heb ik een vraag.
- 1:50Speaker 1: over. Ja, ja. Want wat is nou het verschil tussen
- 1:53Speaker 1: een eenhoorn en een unicorn? Eh, niks. Maar waarom zeg
- 1:56Speaker 1: je dan de ene keer een eenhoorn en de andere
- 1:58Speaker 1: keer zeg je unicorn?
- 1:59Speaker 2: Omdat vind je gewoon leuk om wel anders verschillend te
- 2:03Speaker 1: zeggen. Want unicorn zeg je eigenlijk in het Engels. En
- 2:06Speaker 1: eenhoorn zeg je eigenlijk in het Nederlands. Maar unicorn wordt
- 2:10Speaker 1: in Nederland ook heel veel gebruikt. Ja. En wat gebruik
- 2:12Speaker 1: jij het meest? Unicorns.
- 2:14Speaker 1: En hoe ziet een unicorn er dan uit?
- 2:17Speaker 2: Hij heeft een hoorn op z'n hoofd.
- 2:19Speaker 1: Hij heeft een hoorn. Dus dat is dan een mens
- 2:21Speaker 1: met een hoorn. Nee. O, wat is dat dan? Een paard. Oke,
- 2:25Speaker 1: een paard met een ding op z'n hoofd. Met een hoorn?
- 2:28Speaker 1: Met een hoorn op z'n hoofd.
- 2:29Speaker 2: Die heeft ook hele mooie manen, omdat soms zijn het
- 2:33Speaker 2: ook regenboogmanen.
- 2:34Speaker 1: O, wacht even, wat zijn manen dan? Eh, dat zijn
- 2:37Speaker 1: de haren. Dat zijn de haren van
- 2:39Speaker 1: paard. Ja. Ja, dat zeg je heel mooi. Wat goed
- 2:41Speaker 1: dat je dat weet.
- 2:42Speaker 2: En soms kunnen de eenhoorns ook vliegen.
- 2:46Speaker 1: O, dus dan hebben ze ook nog eens vleugels. Ja.
- 2:48Speaker 2: Hun lijf is soms ook een ander kleurtje.
- 2:51Speaker 1: O, ze zijn niet wit of zo?
- 2:53Speaker 2: Nee. Ze kunnen ook roze zijn of zo.
- 2:55Speaker 1: Ze kunnen alle kleuren zijn eigenlijk. Ja. O. Heb jij
- 2:58Speaker 1: wel eens een unicorn gezien dan?
- 3:00Speaker 2: Nee, want die bestaan niet meer. O,
- 3:02Speaker 1: ze bestaan niet meer? Nee.
- 3:04Speaker 1: Maar ze hebben wel bestaan. Ja. Ik denk. Ik weet
- 3:07Speaker 1: niet of ze ooit bestaan hebben. Ik denk van wel. Ja,
- 3:10Speaker 1: ik zou het graag willen geloven dat het wel zo is.
- 3:12Speaker 1: Maar volgens mij bestaan ze niet. Bestonden. Ja, misschien misschien ooit. Ja,
- 3:16Speaker 1: ik ik. Ik heb er nog nooit eentje gezien. Laat
- 3:19Speaker 1: ik het zo zeggen. En waar vliegen ze naartoe
- 3:21Speaker 2: dan? Gewoon naar de maan of zo.
- 3:24Speaker 1: Nou, dat is leuk.
- 3:25Speaker 1: Zou ik ook wel een keertje. Of naar een huis.
- 3:27Speaker 1: Gewoon om eventjes te kijken wat er bij dat huis is.
- 3:30Speaker 2: Ja? En dan denken de mensen O, mooi.
- 3:33Speaker 1: Nu ben ik nog ergens nieuwsgierig naar. Waarom gaat de
- 3:36Speaker 1: podcast dan over eenhoorns en regenboog? Wat hebben die met
- 3:39Speaker 1: elkaar te maken? Omdat
- 3:41Speaker 2: unicorns ook regenboog maanden kunnen hebben. O. En ze vliegen
- 3:45Speaker 2: ook vaak naar. vaak naar de regenboog? Ha.
- 3:48Speaker 1: Met me mee naar de regenboog, Rainbow. Ik hou alleen
- 3:52Speaker 1: van jou.
- 3:53Speaker 1: Hoe ziet ziet een regenboog er dan uit?
- 3:56Speaker 2: Met
- 3:57Speaker 2: Eerst de kleur rood, dan oranje, dan geel, dan groen,
- 4:01Speaker 2: dan blauw en dan paars. En dan roos.
- 4:04Speaker 1: En heb jij wel eens een regenboog gezien? Ah, heel vaak.
- 4:07Speaker 1: Hoe ziet de regenboog er dan uit? Welke vorm heeft het? Eh.
- 4:11Speaker 2: Een vorm zoals een poort?
- 4:13Speaker 1: Ja, is een soort boog, he. Dat is eigenlijk eigenlijk
- 4:15Speaker 1: een halve, half rondje. Een halve cirkel. Ja. En
- 4:18Speaker 2: ik weet wanneer de regenboog komt.
- 4:20Speaker 1: O, wanneer komt de regenboog dan? Als
- 4:22Speaker 2: het regent en de zon schijnt, tegelijk.
- 4:25Speaker 2: En een keer hebben we ineens zagen we 2 regenboogs
- 4:30Speaker 2: op dezelfde tijd.
- 4:32Speaker 1: Ja, dat heb je heel goed onthouden. We zagen twee
- 4:34Speaker 1: regenbogen tegelijkertijd.
- 4:36Speaker 1: En die stonden vlak bij elkaar. Dat was heel. Dat
- 4:39Speaker 1: heb ik ook nog nooit eerder gezien, behalve die ene keer.
- 4:42Speaker 1: Weet je nog wanneer dat was?
- 4:43Speaker 2: O ja, toen gingen we naar een naar een hotel.
- 4:46Speaker 2: En en die dag daarna gingen we naar een bruiloft. Ja, inderdaad.
- 4:50Speaker 2: Dat was eigenlijk voor een bruiloft?
- 4:52Speaker 1: Ja, het was op weg naar een bruiloft inderdaad. Moesten
- 4:55Speaker 1: we ergens een nachtje overnachten. En toen gingen we inderdaad daarheen.
- 4:59Speaker 1: En toen zagen we een dubbele regenboog. En toen dachten
- 5:01Speaker 1: we Nou, dat moet een teken zijn dat het een
- 5:02Speaker 1: hele mooie bruiloft gaat worden.
- 5:04Speaker 1: werd het een mooie bruiloft? Ja, want
- 5:06Speaker 2: ik was bloemenmeisje.
- 5:08Speaker 1: Precies. Dus dan wordt het sowieso een mooie bruiloft. Maar
- 5:11Speaker 1: dat was echt bijzonder. T regenbogen tegelijkertijd. Dat zie je
- 5:13Speaker 1: bijna nooit. Nee. Sterker nog, we hadden toen een hele
- 5:17Speaker 1: regenboog gezien. dat die helemaal dus als een poort is,
- 5:21Speaker 1: een halve cirkel is.
- 5:23Speaker 1: En dan 2 maal. Dus 2 keer een halve poort. Ja,
- 5:26Speaker 1: dus boven elkaar? Boven elkaar, ja. En dat was echt
- 5:29Speaker 1: heel uniek.
- 5:30Speaker 2: Ja, maar ze waren een beetje. Ze waren half. Uh.
- 5:33Speaker 1: Ik dacht dat ze helemaal waren. Nee. Oh. Half. Maar
- 5:37Speaker 1: sowieso een hele regenboog, dat je echt hem helemaal ziet.
- 5:41Speaker 1: Dat gebeurt ook niet heel vaak. Nee,
- 5:42Speaker 2: want ze waren echt heel licht.
- 5:44Speaker 1: Ja. Ze waren ook heel fel, inderdaad. Ja.
- 5:47Speaker 1: Maar heb je nog wel eens vaker een regenboog gezien
- 5:49Speaker 1: dan dat? Ja,
- 5:50Speaker 2: want we hadden een keertje een straatfeestje. En toen zagen
- 5:54Speaker 2: we ook een regenboog.
- 5:56Speaker 1: Ja, inderdaad. Dus je kan wel eens regenbogen zien. maar
- 6:00Speaker 1: dat je hem echt helemaal ziet, de regenboog, dat is
- 6:03Speaker 1: vaak moeilijk.
- 6:04Speaker 1: Ik heb nog wel eens een geheimpje gehoord over een regenboog.
- 6:07Speaker 1: Heb jij dat ook wel eens gehoord? Ja. Wat is
- 6:09Speaker 1: dat geheimpje dan? Aan het
- 6:10Speaker 2: einde van de regenboog ligt altijd een schat. Een
- 6:13Speaker 1: schat. Ja. En wat voor schat ligt er dan? Een
- 6:17Speaker 1: pot goud of zo? Een pot vol met goud. Ja.
- 6:20Speaker 1: Moeten we die dan niet eens gaan vinden?
- 6:22Speaker 2: Ja, maar als je dichtbij de regenboog komt, gaat-ie weg.
- 6:25Speaker 1: Ah, Zou het dan wel echt waar zijn? Hoe weten
- 6:28Speaker 1: we dan dat het echt
- 6:29Speaker 2: waar is? Als we van een beetje dichtbij gaan kijken.
- 6:33Speaker 1: Ik zou zeggen de eerstvolgende keer dat er een regenboog is,
- 6:36Speaker 1: gaan wij op zoek naar de schat. Ja,
- 6:37Speaker 2: maar als de regenboog er wel lang is.
- 6:41Speaker 1: Ja, maar dan gaan wij op zoek naar de schat.
- 6:43Speaker 1: Dan pakken we de fiets en dan gaan we daar
- 6:44Speaker 1: naartoe fietsen.
- 6:45Speaker 2: Maar je moet niet te dichtbij komen, want anders dan
- 6:49Speaker 2: gaat de regenboog weg.
- 6:51Speaker 1: Oké. Ik vind het een goede deal. Wij gaan
- 6:53Speaker 2: de volgende keer. van een klein beetje dichtbij kijken. Ja.
- 6:56Speaker 1: Maar gaan wij op speurtocht naar de gouden pot vol
- 6:58Speaker 1: met goud. Als die er echt ligt, dan laten we
- 7:01Speaker 1: het je weten in de podcast. Ja.
- 7:03Speaker 2: Maar je ziet niet vaak een regenboog.
- 7:05Speaker 1: Nee, dus we moeten er even mee wachten. Dus als
- 7:07Speaker 1: we hem zien, dan hoor je niet.
- 7:08Speaker 2: Je weet niet precies waar de regenboog
- 7:10Speaker 1: staat. Nee, dat is lastig. Dat is altijd lastig te vinden.
- 7:14Speaker 1: Maar we gaan er naar op zoek. Ja. Ik loop
- 7:16Speaker 1: met jou
- 7:21Speaker 1: En jij zei Jij had het over de kleuren van
- 7:23Speaker 1: de regenboog. Kun je die nog een keer herhalen voor mij?
- 7:26Speaker 2: Rood, oranje, geel, groen, blauw, paars en roze. Oke. Kunnen
- 7:31Speaker 2: ook nepregenboog zijn, want mijn behang is regenbooggbehang.
- 7:34Speaker 1: Dat was ik helemaal vergeten.
- 7:37Speaker 1: Dat was ik helemaal vergeten, Myrthe. Ja, jij slaapt tussen
- 7:40Speaker 1: alle regenbogen. Je hele kamer is een soort van regenboog. Ja,
- 7:43Speaker 1: en ook roze. Ja. Want je heb een roze kamer
- 7:46Speaker 1: met regenbogen. Ja. En dan een
- 7:47Speaker 2: regen. Ringskleur is roze. En. Ik hou heel erg van regenbogen.
- 7:52Speaker 1: Ik denk dat het tijd is voor een spelletje. Ja. Oké,
- 7:56Speaker 1: het spelletje van vandaag. Daar moet je raden of een
- 7:58Speaker 1: dier echt bestaat of dat het niet echt bestaat. Het
- 8:03Speaker 1: is een raadspelletje. Want ja, eenhoorns, die zijn natuurlijk niet echt.
- 8:07Speaker 1: Die bestaan niet echt. Dus de vraag is bij de
- 8:10Speaker 1: volgende Bestaan ze echt of bestaan ze niet echt? Komt
- 8:15Speaker 1: de eerste.
- 8:17Speaker 1: Een draak. Nee.
- 8:20Speaker 2: Nee, een draak. Nee. Want die spuwt vuur en er
- 8:24Speaker 2: bestaan geen dieren meer die vuur spuwen.
- 8:27Speaker 1: komt de volgende. Een pinguin.
- 8:30Speaker 2: Ja, dat bestaat.
- 8:33Speaker 2: Freek is nog. Ik keek vandaag op school een filmpje.
- 8:36Speaker 2: En uh, daar ging Freek naar uh naar de pinguins.
- 8:41Speaker 1: Ja, dus die bestaan echt een zeemeermin? Weet ik niet.
- 8:45Speaker 1: Dat is lastig, hè?
- 8:46Speaker 1: Ik zal het je verklappen.
- 8:48Speaker 1: Dit bestaan niet echt. Maar niet? Nee, dat zouden we
- 8:52Speaker 1: wel willen.
- 8:53Speaker 1: En sommige mensen denken dat ze wel echt bestaan. Maar
- 8:55Speaker 1: ik heb er nog nooit eentje gezien. Olifant?
- 8:58Speaker 1: Tuurlijk.
- 9:00Speaker 1: Een vliegende pony.
- 9:03Speaker 1: Tuurlijk niet.
- 9:04Speaker 1: een giraffe.
- 9:08Speaker 1: Tuurlijk wel.
- 9:10Speaker 1: Een kipvis. Wat is dat nou? Er is een kip
- 9:13Speaker 1: met de finnen die onder water kan zwemmen.
- 9:18Speaker 1: Tuurlijk niet. Nee, die bestaan niet. Even kijken, hoor. Een panda.
- 9:24Speaker 1: Ja, tuurlijk wel.
- 9:26Speaker 1: En een kweekhoorn.
- 9:29Speaker 1: Wat is dat? Ja, dat is een koe, maar die
- 9:32Speaker 1: net als een eekhoorn in de bomen kan klimmen.
- 9:37Speaker 1: En hij geeft ook nog eens melk.
- 9:39Speaker 2: Nee. Deed de
- 9:40Speaker 1: koe eekhoorn niet? Nee. Nee, die bestaat ook helemaal niet.
- 9:44Speaker 1: En um dan heb je ook nog zo'n dier, Moet
- 9:47Speaker 1: ik even denken hoe die ook weer heet. Dat die
- 9:49Speaker 1: dat die is roze, die staat op één been en
- 9:52Speaker 1: die is heel dik. De olie Flamingo. En van die
- 9:56Speaker 1: grote oren, die staat altijd op één been.
- 10:00Speaker 1: Nee. Nee, die bestaat niet. um En dan um. Je
- 10:04Speaker 1: zat me een beetje in de maling. Ik zat een
- 10:06Speaker 1: beetje in de maling te nemen. Inderdaad. En um Myrthe
- 10:09Speaker 1: De weerwolf Weer weerwolf De weerwolf.
- 10:17Speaker 1: O! Dat is een weerwolf is overdag een mens en
- 10:21Speaker 1: 's avonds is het een wolf.
- 10:25Speaker 1: Bestaat die? Nee. Nee, tuurlijk niet. Die bestaat ook niet.
- 10:29Speaker 1: En wat dacht je? Wat dacht je van uh. Zo'n
- 10:32Speaker 1: aap met zo'n hele lange nek. De aap giraf. Ja,
- 10:36Speaker 1: die springt van boom tot boom.
- 10:40Speaker 2: Nee, tuurlijk niet. Tuurlijk
- 10:42Speaker 1: bestaat niet. Nee, die bestaat. Myrthe als laatste de leeuwenkoning
- 10:47Speaker 1: met zijn gouden manen.
- 10:50Speaker 1: Ja. Ja. Ja, hoor. Zeker weten. Zeker weten. Ik vind
- 10:54Speaker 1: dat jij geslaagd bent voor het spelletje.
- 10:59Speaker 2: Waar is de post? Waar is de post? Waar is
- 11:07Speaker 2: de post? Waar is de post.
- 11:09Speaker 1: Waar is de post gaat ook steeds harder. Gewoon, hè.
- 11:11Speaker 1: Uh, Myrthe, ik heb weer heel veel post. Ik heb
- 11:14Speaker 1: de post? Ja, ik heb hier heel veel post. En
- 11:17Speaker 1: ik heb zo ontzettend veel post binnengekregen. En het is echt.
- 11:20Speaker 1: De ene is nog leuker dan de andere. Maar het
- 11:22Speaker 1: zijn allemaal superleuke berichtjes. We proberen ze allemaal te lezen.
- 11:25Speaker 1: We proberen ze allemaal te beantwoorden. Dus heb geduld, maar
- 11:29Speaker 1: je krijgt antwoord. um Ja,
- 11:31Speaker 2: en als er allemaal berichtjes erop zijn
- 11:34Speaker 1: Nou, de berichtjes zijn voorlopig niet op. Ik denk dat
- 11:36Speaker 1: we een hele podcast vol kunnen stoppen met berichtjes. Misschien
- 11:39Speaker 1: moeten we dat maar een keertje gaan overwegen. Ja.
- 11:42Speaker 2: Maar wat wordt het spelletje dan?
- 11:45Speaker 1: Dat is een goede vraag. Daar moet ik nog even
- 11:47Speaker 1: over nadenken. Maar dat kunnen we wel een keertje doen.
- 11:50Speaker 1: Het eerste berichtje. Ja, we hebben dus Sam en Sam,
- 11:54Speaker 1: die woont ver weg. Ik kreeg namelijk een berichtje Hoi,
- 11:58Speaker 1: ik ben Sam, ik ben 5 jaar en ik woon
- 12:00Speaker 1: op de Azore. En ik vind jullie podcast heel erg leuk.
- 12:04Speaker 1: Ik vind de podcast over Sinterklaas het leukst en ik
- 12:06Speaker 1: wil graag weten hoe een auto werkt. Willen jullie een
- 12:08Speaker 1: keer een podcast maken over auto's? Groetjes, Sam.
- 12:12Speaker 1: Nou, de Azore, weet je waar dat is? Nee. De
- 12:15Speaker 1: Azore is in Portugal. Leuk dat je luistert, Sam. Het
- 12:18Speaker 1: is toch heel ver weg. En hij
- 12:20Speaker 2: wilt. En dat je om dat bijna iedereen onze taal spreekt. Ja,
- 12:26Speaker 1: dat ze daar ook gewoon onze
- 12:27Speaker 1: t spreken. Ja, dat is wel fijn om te weten.
- 12:30Speaker 2: Ja, bijna iedereen uit andere landen spreken ook Nederlands.
- 12:34Speaker 1: Nee, dat is niet zo. Maar Sam wel. Maar ik
- 12:38Speaker 1: denk dat Sam stiekem eigenlijk uit Nederland komt. maar daar
- 12:41Speaker 1: is gaan wonen.
- 12:43Speaker 1: Zoiets denk ik.
- 12:44Speaker 2: Maar dan um zijn er nog veel meer kinderen die
- 12:48Speaker 2: in Nederland zijn. Maar misschien kunnen we ook een berichtje
- 12:51Speaker 2: krijgen van kinderen die de podcast niet verstaan. En dat
- 12:55Speaker 2: ze dan een berichtje terugsturen in hun taal.
- 13:00Speaker 1: Dat zou zeker leuk zijn. um Maar dan weet ik
- 13:03Speaker 1: niet
- 13:03Speaker 1: niet hoe ze dit bericht gaan horen. Maar goed. Maar
- 13:05Speaker 1: Sam vroeg dus een een podcast over auto's. Is wel
- 13:08Speaker 1: leuk om een keertje te doen. Vind je niet? Ja.
- 13:10Speaker 1: En dan, Myrthe, kreeg ik nog een berichtje. Want ja,
- 13:13Speaker 1: we hebben Sam die ver weg woont. maar we hebben
- 13:15Speaker 1: iemand die spant de kroon. Namelijk Mila. Weet je waar
- 13:18Speaker 1: Mila woont? Nee. Mila, die woont in Australie. En weet
- 13:22Speaker 1: je waar Australie is?
- 13:24Speaker 2: andere kant van de wereld.
- 13:26Speaker 1: Australie is letterlijk de andere kant van de wereld. Uit
- 13:29Speaker 1: Melbourne komt ze, om precies te zijn. En zij schrijft
- 13:31Speaker 1: het volgende berichtje Hallo Myrthe en papa van Myrthe. Ik
- 13:34Speaker 1: heet Mila en ik woon in Australie. Mijn papa is
- 13:37Speaker 1: Nederlands en mijn moeder is Australisch. Mijn neefje Parker luistert
- 13:41Speaker 1: altijd naar jullie en door hem ben ik ook gaan luisteren.
- 13:44Speaker 1: Ik luister altijd op zaterdag wanneer ik naar Nederlandse les ga.
- 13:47Speaker 1: En alle andere dagen luister ik natuurlijk ook. Ik vind
- 13:50Speaker 1: jullie heel leuk, ondanks dat ik aan de andere kant
- 13:52Speaker 1: van de wereld woon. Heel veel groetjes, Mila, vanuit Australie, Melbourne.
- 13:57Speaker 1: Nou, leuk berichtje.
- 13:59Speaker 2: Ja. En dat je naar een Nederlandse school. dat je
- 14:03Speaker 2: Nederlands leert. Dat is wel heel fijn voor onze
- 14:05Speaker 1: podcast. Ja, dan kan je in ieder geval onze podcast
- 14:07Speaker 1: ook goed horen. Ja.
- 14:08Speaker 2: Ik denk dat je daarom.
- 14:10Speaker 1: Ja, dus eigenlijk leren wij ook een beetje Nederlands. Maar
- 14:12Speaker 1: misschien kunnen wij dan van haar een beetje Australisch leren.
- 14:15Speaker 1: O ja. Ja. Ja, vind ik een goed idee.
- 14:18Speaker 2: En daarom schrijft ze het berichtje in het Nederlands. Ze
- 14:21Speaker 2: schrijft
- 14:21Speaker 1: een berichtje in het Nederlands omdat ze lekker naar Nederlandse
- 14:23Speaker 1: les gaat. Leuk, zeg, heel leuk. Dank je wel, Mila,
- 14:26Speaker 1: voor je berichtje. En weet je wat nou zo leuk is?
- 14:28Speaker 1: Ik zit te denken We hebben allemaal luisteraars die ons
- 14:32Speaker 1: berichtjes sturen van over de hele wereld. Ja. Moeten wij
- 14:35Speaker 1: niet eens gaan nadenken om een kaart te maken waarop
- 14:39Speaker 1: we kunnen zien waar iedereen luistert? Ja. Dat is misschien
- 14:42Speaker 1: wel een leuk idee. Leuk.
- 14:44Speaker 1: Dat is misschien wel een leuk idee. Ja. Dus dan
- 14:47Speaker 1: ga ik even. Ga ik even knutselen kijken of we
- 14:49Speaker 1: iets op de website kunnen maken. Dat dat we kunnen
- 14:51Speaker 1: zien waar iedereen luistert. Zullen we dat uh zullen we
- 14:54Speaker 1: dat ga ik Ga ik wel even mee aan de slag.
- 14:56Speaker 1: En
- 14:56Speaker 2: dan kunnen jullie opschrijven jullie namen waar jullie wonen?
- 15:01Speaker 1: Ja. Ga ik eens even kijken of ik dat uh
- 15:03Speaker 1: of ik dat dat of dat mij dat lukt. Maar
- 15:06Speaker 1: dat moet vast op de een of andere manier te
- 15:08Speaker 1: doen zijn.
- 15:10Speaker 1: Ja, leuk. Dank je wel voor je berichtje, Mila. um
- 15:14Speaker 1: Dan kreeg ik nog een berichtje. O, dit is ook
- 15:17Speaker 1: alweer iemand die ook in het buitenland zit. Deze is
- 15:20Speaker 1: dan van Sam, beste Myrthe en Hans. Ik ben Sam
- 15:24Speaker 1: en ik ben 3 jaar oud. Huh? Ook Sam? Ja.
- 15:27Speaker 1: Ik luister graag naar jullie podcast. Mijn lievelings uh
- 15:32Speaker 1: Ja, dat is 2 keer Sam achter elkaar inderdaad. We
- 15:34Speaker 1: hadden net Sam uit de Azoren. Ik denk hè, zit
- 15:36Speaker 1: ik nou fout? Nee, dat is 2 keer Sam. En
- 15:38Speaker 1: de berichtjes komen allemaal vlak na elkaar. Dus dat is
- 15:40Speaker 1: wel grappig, want het het ja, het is niet dat
- 15:42Speaker 1: ik ze per se uitzoeken omdat ze uit een ander
- 15:44Speaker 1: land komen. Ik ben Sam en ik ben 3 jaar oud.
- 15:47Speaker 1: Ik luister graag naar jullie podcast. Mijn lievelingsaflevering is carnaval.
- 15:50Speaker 1: Ik ben nu op vakantie in Japan en we zijn
- 15:53Speaker 1: daar vandaag naar de trein naar het treinmuseum gegaan.
- 15:57Speaker 1: We hebben een leuke dag gehad. Het zou leuk zijn
- 15:59Speaker 1: om een aflevering over treinen te horen. Mijn lievelingstrein is
- 16:02Speaker 1: de Shikansen. Dat is een supersnelle Japanse trein. En ik
- 16:06Speaker 1: voeg een tekening toe die ik samen met papa heb gemaakt. Groetjes, Sam. Nou,
- 16:10Speaker 1: ik heb de tekening gezien. Tekening is echt heel mooi.
- 16:13Speaker 2: Ja, vind ik ook heel
- 16:14Speaker 1: mooi. Ja, ik vind de tekening echt heel mooi. Ja,
- 16:16Speaker 1: en en um Sam, dank je wel. En meer te treinen?
- 16:21Speaker 2: Ja, want ik heb een keer in een stroom stoomtrein
- 16:24Speaker 1: gezeten. Dat is waar. Dat was ik helemaal vergeten. We
- 16:27Speaker 1: hebben inderdaad een keer. Dat is goed dat je dat weet.
- 16:29Speaker 1: We hebben inderdaad een keer in een stoomtrein gezeten. Dan
- 16:32Speaker 2: ging mijn zusje steeds uit het raam roepen. Hallo! Hallo! Hallo.
- 16:36Speaker 1: Ja, dat klopt inderdaad. Dus dat is heel leuk. Ja,
- 16:38Speaker 1: vind ik een goed idee. Nou, ik schrijf. Maar toen
- 16:40Speaker 1: was wel in een ander land. Ja, was in
- 16:41Speaker 2: Frankrijk. Maar die die ging rijden.
- 16:46Speaker 2: En toen gingen we ergens heen. En toen kunnen we
- 16:48Speaker 2: de stoom zien. En de stoomtrein is ook nog ouderwets.
- 16:53Speaker 1: Ja, zeker, zeker. Ja, dus een oude trein, maar wel
- 16:56Speaker 1: echt wel leuk. En dan kreeg ik nog een berichtje
- 16:59Speaker 1: van Filou. Hoi, Myrthe en papa Hans. Wij luisteren graag
- 17:02Speaker 1: naar jullie podcast. Zouden jullie een keer een podcast willen
- 17:04Speaker 1: maken over diertjes in de tuin? Mijn favoriet is de
- 17:08Speaker 1: slak Groetjes van Filou, 3 jaar oud.
- 17:11Speaker 1: Ja, dat is ook wel een leuke om. Zeker nu
- 17:13Speaker 1: het weer mooier weer wordt, gaan we weer vaker de
- 17:16Speaker 1: tuin in. Ja, en kunnen we
- 17:17Speaker 2: ook een zaklamp. eh een zaklamp meenemen. om op de
- 17:21Speaker 2: diertjes te schijnen hoe ze er nou echt uitzien. En
- 17:24Speaker 2: ook een
- 17:25Speaker 1: vergrootglas. Ik vind het een goed idee. Ik schrijf hem
- 17:27Speaker 1: gelijk op de lijst. Gaan we die in ieder geval
- 17:29Speaker 1: erbij schrijven. Ja. Volgende keer
- 17:31Speaker 1: Waar gaan we het de volgende keer over hebben?
- 17:33Speaker 2: Over de vulkaan.
- 17:35Speaker 1: Oeh, dat is een hele interessante. Daar moet ik me
- 17:39Speaker 1: dan maar even goed in gaan verdiepen. Ja.
- 17:41Speaker 2: En dan kan ik ook zeggen hoe je steentjes maakt.
- 17:44Speaker 2: Want steentjes maak je ook van de van de lava.
- 17:47Speaker 1: Ik vind het nu al heel ingewikkeld. Ik ga me
- 17:49Speaker 1: even heel goed inlezen in de vulkaan.
- 17:52Speaker 1: Ik ben heel benieuwd. Myrthe, dank je wel. Ik zeg
- 17:55Speaker 1: tot volgende week.
- 17:56Speaker 2: Tot volgende week.
- 17:58Speaker 2: mooi.