Latest / Kleuter Podcast / Carnaval | Kleuterpodcast #51
Transcript
- 0:00Speaker 1: Welkom bij je nieuwe klepodcast.
- 0:05Speaker 2: O Myrthe. Wat ben jij? Wat ben je gek verkleed?
- 0:08Speaker 2: Waar gaan we het over hebben dan?
- 0:09Speaker 1: Carnaval.
- 0:11Speaker 2: Ja, we gaan het hebben over carnaval.
- 0:13Speaker 1: En jij bent. Jij hebt een hele rare stop.
- 1:09Speaker 2: Zo, Myrthe, we gaan het hebben over carnaval. Wat vind
- 1:12Speaker 2: je van mijn stropdas? Grappig. Hoe ziet die
- 1:14Speaker 1: eruit dan? Met allemaal confetti.
- 1:16Speaker 2: Er zit allemaal confetti op. Allemaal kleurtjes. Ik zie hier rood, groen, roze, blauw, oranje, geel.
- 1:23Speaker 2: Heel veel, heel veel verschillende kleuren. Ja. Een confettis stropdas.
- 1:26Speaker 2: Want we gaan het vandaag hebben over carnaval. En weet
- 1:30Speaker 2: je wat een belangrijk woord is dat ze zeggen bij carnaval? Nee.
- 1:35Speaker 2: A la
- 1:40Speaker 2: Bij carnaval zeggen ze heel vaak al
- 1:46Speaker 2: Sorry jij dat ook?
- 1:49Speaker 1: Ja.
- 1:51Speaker 1: Waarom zeggen ze
- 1:51Speaker 2: dat eigenlijk? Ja, dat is een begroeting.
- 1:59Speaker 2: Wat is carnaval precies? Weet je dat?
- 2:01Speaker 1: Dat is eigenlijk gewoon een beetje een verkleeddag.
- 2:05Speaker 2: Iedereen verkleedt zich. Ja, ja. Maar daar zijn allemaal hele
- 2:08Speaker 2: grote verschillen in. Want sommigen bij carnaval die verkleden zich helemaal.
- 2:12Speaker 2: Sommigen hebben sjaaltjes, waarin ze laten zien waar ze vandaan komen,
- 2:18Speaker 2: of waar ze bij horen. Dus het verschilt een klein beetje.
- 2:21Speaker 2: Dus als jij zit te luisteren en jij viert het
- 2:23Speaker 2: op een andere manier carnaval. ben ik ook wel benieuwd
- 2:25Speaker 2: hoe jij het viert.
- 2:27Speaker 2: Maar bij ons, en vooral bij jou op school ook Myrthe.
- 2:30Speaker 2: Wat doe jij daar? Verkleden. En wat doe je nog
- 2:33Speaker 2: meer behalve verkleden dan? Dansen? U zeker weten, dansen, dat
- 2:37Speaker 2: hoort erbij. Want heel veel muziek hoort erbij. Carnavalsmuziek, en
- 2:41Speaker 2: daar hoort de dans bij. Weet je ook wat een
- 2:43Speaker 2: hele bekende carnavalsdans is? Nee. We doen de po- po-
- 2:47Speaker 2: polonaise met z'n allen op. Ja.
- 3:02Speaker 2: Mayonaise. Ja. En hoe doe je de polonaise, Myrthe?
- 3:06Speaker 1: Gewoon een rijtje. Maar dan elkaars armen. Zoveel stouwen. Ja.
- 3:11Speaker 1: Zijn
- 3:11Speaker 2: schouders. Ja, de armen op de schouder. Inderdaad. Ja. Ben
- 3:14Speaker 2: jij wel eens verkleed geweest met carnaval? Ja, heel vaak.
- 3:17Speaker 2: Als wat dan?
- 3:18Speaker 1: Vorig jaar was ik als Spaanse danseres. En die jaren
- 3:22Speaker 1: daarvoor weet ik niet meer.
- 3:24Speaker 2: Ja, volgens mij ben je ook een keertje als Elsa geweest.
- 3:26Speaker 2: O ja. Dus eh genoeg dingen om je te verkleden.
- 3:29Speaker 2: En weet je al wat je dit jaar zou willen
- 3:31Speaker 2: doen met carnaval, als verkleder?
- 3:35Speaker 2: Nee. Als wat zou ik dan verkleed moeten gaan? Een clowntje. O,
- 3:39Speaker 2: ik als clown. Oké. Nou, dan ga ik als clown.
- 3:41Speaker 2: En dan uh. En dan doe je ook die gekke stromtas.
- 3:43Speaker 2: Doe ik ook mijn gekke stromtas om. Is goed. Hé.
- 3:48Speaker 2: En als jij een dag zou mogen verkleden als iemand anders.
- 3:50Speaker 2: Als wie zou jij willen verkleden? Als een prinses. Dat
- 3:53Speaker 2: kunnen we wel gaan regelen. Wat moet je? Wat heb
- 3:55Speaker 2: je daar allemaal voor nodig? Een jurk. Ja. En wat
- 3:59Speaker 2: nog meer?
- 4:00Speaker 1: Hakken.
- 4:01Speaker 1: Een kroon? Ja. En hele mooie haren.
- 4:04Speaker 2: Nou, dat kunnen we wel gaan regelen. Dan doe ik
- 4:06Speaker 2: je haren wel. Ik
- 4:07Speaker 1: moet ook
- 4:08Speaker 2: handschoenen aan. Of van die handschoenen? Ja. Doe ik je
- 4:11Speaker 2: haren wel? Nee. Hoezo niet?
- 4:13Speaker 1: Die staan veel te grappig en een prinses heeft altijd supermooie. O,
- 4:17Speaker 2: dat is het verschil.
- 4:19Speaker 2: En ken je ook een beetje carnavalsliedjes? Niet echt veel.
- 4:22Speaker 2: Wat dacht je van Er staat een paard
- 4:27Speaker 1: in de gang.
- 4:35Speaker 2: Een paard in de gang.
- 4:38Speaker 2: Who, een paard in de gang.
- 4:42Speaker 2: bij buurvrouw
- 4:44Speaker 1: Jansen.
- 4:47Speaker 2: Weet je wel dat het ook altijd goed doet bij
- 4:49Speaker 2: carnaval van links.
- 4:54Speaker 1: is
- 4:57Speaker 1: van
- 5:17Speaker 2: Weet je wat ik graag zou willen zijn?
- 5:20Speaker 2: Een
- 5:21Speaker 1: bloemetjesgordijn.
- 5:23Speaker 2: Weet je wat ik graag zou willen
- 5:25Speaker 1: zijn?
- 5:27Speaker 1: Een bloemetjesgordijn. Een
- 5:30Speaker 2: bloemetjesgordijn.
- 5:32Speaker 1: Weet je wat ik graag zou willen zijn. Een
- 5:36Speaker 2: bloemetjesgordijn. Nou, zo zijn er nog echt heel, heel, heel
- 5:42Speaker 2: veel echt leuke carnavalsliedjes aan. Weet je dat er ook
- 5:45Speaker 2: een heel belangrijk getal is met carnaval? Nee. Ja, dat
- 5:49Speaker 2: is het getal 11. Waarom 11? Nou, dat heeft dus
- 5:52Speaker 2: te maken met het feit dat 11 het gekke getal is.
- 5:57Speaker 2: Ja, zo wordt dat genoemd. Het is ook op 11:11,
- 6:00Speaker 2: dat is 11 november. dan start meestal de periode naar
- 6:04Speaker 2: carnaval toe. En binnenkort is het echt carnaval. Ja. Dus
- 6:07Speaker 2: dan gaan we de polonaise lopen. Ja. Met z'n allen
- 6:11Speaker 2: op rij.
- 6:12Speaker 1: Polonaise, mayonaise.
- 6:16Speaker 2: Myrthe. Ik denk dat het tijd is voor een spelletje. Ja.
- 6:19Speaker 2: En het spelletje van vandaag. Daarin ga ik iemand omschrijven
- 6:24Speaker 2: hoe die zich heeft verkleed. En jij moet raden wie
- 6:27Speaker 2: ik omschrijf. Ja. Let op.
- 6:32Speaker 2: Vandaag draag ik een cape en kan ik vliegen. Als
- 6:37Speaker 2: wie ben ik verklikt?
- 6:39Speaker 1: Een superheld.
- 6:41Speaker 2: En nu heb ik een kroon op en woon ik
- 6:43Speaker 2: in een groot kasteel.
- 6:46Speaker 1: Een prinses.
- 6:48Speaker 2: Ja, dat kan. Maar als ik het ben, ben ik
- 6:50Speaker 2: een koning. Oh, ik kan ook wel een prinses zijn. Hallo.
- 6:53Speaker 2: En nu heb ik een rode neus op en grote flapschoenen. Wie?
- 6:58Speaker 2: Wie ben ik? Vertel het maar. Zeg het maar, Myrthe. Hé.
- 7:04Speaker 2: O, ben een clowntje. Ja, ja, ja.
- 7:07Speaker 2: En nu ben ik een dier en maak ik dit geluid.
- 7:13Speaker 1: O, je bent het olie van.
- 7:17Speaker 2: En nu draag ik een helm en plus ik brander,
- 7:20Speaker 2: als wat ben ik verkleed?
- 7:22Speaker 2: een brandweerman
- 7:25Speaker 2: En jij bent nu verkleed met een witte jas en
- 7:27Speaker 2: je helpt zieke mensen. En
- 7:30Speaker 1: een
- 7:31Speaker 2: zuster.
- 7:32Speaker 2: Ja, of een dokter inderdaad.
- 7:34Speaker 2: En nu ben ik verkleed als iemand die zwemt in
- 7:37Speaker 2: de zee met hele scherpe tanden. Haar.
- 7:41Speaker 1: Je bent een haai.
- 7:43Speaker 2: Een haai. Hai Hai. Ha. En nu ben ik verkleed
- 7:50Speaker 2: als een klein mannetje met een lange baard en een
- 7:53Speaker 2: rode puntmuts. Kabout.
- 7:56Speaker 1: een kabouter. Maar kabouters kunnen niet altijd een baard hebben.
- 8:00Speaker 2: Nee, ze hoeven niet altijd een baard te hebben. Nu
- 8:02Speaker 2: ben ik verkleed als iemand op de boerderij. En ik
- 8:06Speaker 2: loop de hele tijd te zeggen Moe Moe. Een koe.
- 8:11Speaker 2: Een koe. Heel goed. Nou, Myrthe. Weet jij er zelf
- 8:14Speaker 2: ook nog eentje? Ja. Nou, vertel maar.
- 8:16Speaker 1: Nou, ik heb een grote oren en ik heb een
- 8:21Speaker 1: strik voor m'n ooren. En ik heb een jurk met
- 8:25Speaker 1: vitte stippen.
- 8:27Speaker 2: Oh, wat goed omschreven. Ik weet het. Dan ben jij Minnie,
- 8:30Speaker 2: Minnie Mouse. Heel goed. Ja. Oh, goed omschreven, zeg. Myrthe.
- 8:35Speaker 2: Ik denk dat jij helemaal geslaagd bent voor het carnavalsspel.
- 8:42Speaker 2: Ik denk dat het tijd is voor de post.
- 8:45Speaker 1: Waar is de post? Waar is de post? Waar is
- 8:49Speaker 1: de post post post
- 8:55Speaker 2: post. Oké, Myrthe. Ik kreeg een berichtje binnen. Waar is
- 8:58Speaker 2: de post. Hier heb ik de post. Myrthe. Ik kreeg
- 9:01Speaker 2: een berichtje binnen van Rosalie en Rosalie, die schrijft Hoi Myrthe.
- 9:06Speaker 2: Heb jij je keel en neusamandelen nog.
- 9:09Speaker 2: ik niet meer en vraag mij af hoe ze die
- 9:11Speaker 2: weg hebben gehaald. Zou jij dit met je papa willen
- 9:13Speaker 2: onderzoeken en er een aflevering over kunnen maken? O ja,
- 9:16Speaker 2: hoe verdamd een regendru Nou. Mijn broertje heet Maxim. Groetjes, Rosalie.
- 9:21Speaker 2: Weet je wat het zijn, Amandel en Myrthe. Ja. Ja,
- 9:24Speaker 2: die zitten in je in je neus in je keel.
- 9:26Speaker 2: En soms worden die geknipt. Dan moet je niet bij
- 9:30Speaker 2: de kapper zijn om om die te knippen.
- 9:32Speaker 2: Maar dan moet je bij de dokters zijn om die
- 9:33Speaker 2: te knippen. En vaak worden die geknipt als je dus
- 9:36Speaker 2: last hebt van je keel of je neus. en vaak
- 9:39Speaker 2: verkouden bent of soms heel veel ziek wordt daarvan. En
- 9:43Speaker 2: soms zelfs als je heel veel aan het snurken bent.
- 9:45Speaker 2: Dan denken ze Nou, die kunnen we beter knippen. Maar
- 9:48Speaker 2: bij jou zijn ze nog niet geknipt. Nee. Dus bij
- 9:50Speaker 2: ons is het nog niet nodig. Maar ja, goed, als
- 9:53Speaker 2: je er last van hebt, kun je ze maar beter weghalen.
- 9:55Speaker 2: Rosalie vraagt ook Hoe verdampt een regendru?
- 9:58Speaker 2: Waar komt dat vandaan? Van de lucht? Ja, maar het
- 10:01Speaker 2: komt uit het liedje. En hoe verdampt een regendru. Ja. Ja. Nou,
- 10:06Speaker 2: misschien moeten we daar ook een keer een podcast over maken.
- 10:08Speaker 2: over het verdampen van de regen. Ja. Dank je wel
- 10:11Speaker 2: voor je berichtje.
- 10:12Speaker 1: Eigenlijk dampt
- 10:13Speaker 1: regenru. Dan haal je eigenlijk een soort spiegeltje boven een glas.
- 10:19Speaker 1: En dan gaan daar de spettertjes tegen elkaar aan. Maar
- 10:22Speaker 1: dat zie je dan niet. Nee,
- 10:24Speaker 2: dat klopt. Ja. Goed uitgelegd. Even kijken. Dan kreeg ik
- 10:27Speaker 2: nog een berichtje van Jonne. Leuke Myrthe en papa Hans.
- 10:31Speaker 2: Ik vind het heel leuk om te luisteren. Alle afleveringen
- 10:34Speaker 2: vind ik leuk, vooral die over de Dino's. Samen met
- 10:37Speaker 2: mijn broertje was ik in het kinderboekenmuseum en op school
- 10:40Speaker 2: werken wij over kunst.
- 10:42Speaker 2: Willen jullie een keer een podcast maken over kunst. En
- 10:45Speaker 2: ik kan het liedje helemaal meezingen en dansen. Bedankt voor
- 10:49Speaker 2: de gezellige podcast. Groetjes, Jonne. Hee, het Kinderboekenmuseum.
- 10:53Speaker 1: Daar ben ik ook een keer geweest, maar ik ga
- 10:55Speaker 1: altijd met opa en oma daarheen.
- 10:57Speaker 2: Ja, je bent er al een paar keer geweest met
- 10:59Speaker 2: opa en oma. Dus dat is echt wel inderdaad een
- 11:01Speaker 2: hele leuke aanrader. Dus Jonne, ik snap helemaal dat je
- 11:04Speaker 2: daar bent geweest. Want Myrthe gaat daar met opa en
- 11:06Speaker 2: oma een paar keer heen.
- 11:08Speaker 2: En ik heb daar wel eens foto's van gezien. Nou,
- 11:10Speaker 2: ik ben bijna jaloers. Want volgens mij is dat een
- 11:11Speaker 2: heel leuk museum. Ja. Want dat kan je allemaal doen daar?
- 11:14Speaker 2: Daar
- 11:15Speaker 1: kan je met. In allemaal hoeken zijn er van dingen
- 11:18Speaker 1: die op tv komen. Maar dan wel voor kinderen. En
- 11:21Speaker 1: dan kan je daar in die hoeken spelen. En je
- 11:24Speaker 1: kan daar eten. Daar is een restaurantje en daar kan
- 11:28Speaker 1: je
- 11:29Speaker 1: heel veel dingen
- 11:30Speaker 2: doen. Je kan toch ook bij Kikker op bezoek en
- 11:33Speaker 2: pannenkoeken maken, geloof ik. Ja. Leuk hoor. Heel leuk, leuk museum.
- 11:37Speaker 2: En een podcast over kunst. Ook een leuk idee. Ja.
- 11:41Speaker 2: En dan kreeg ik tot slot nog een berichtje van Noella.
- 11:43Speaker 2: En Noella stuurt hoi liever meer
- 11:45Speaker 2: en haar papa. Bijna elke dag luister ik jullie podcast,
- 11:48Speaker 2: want ik vind het superleuk. Vooral het spelletje wil ik
- 11:51Speaker 2: altijd meedoen. De podcast over eten en ziek zijn heb
- 11:54Speaker 2: ik het meest geluisterd, want die vind ik zo leuk.
- 11:56Speaker 2: Ik luister altijd naar de kleuterpodcast als mijn kleine broertje slaapt.
- 12:01Speaker 2: Sinds kort zit ik op turnen en ik vind de
- 12:04Speaker 2: ruimte heel interessant. Ik heb vorige week zelfs een raket gebouwd.
- 12:09Speaker 2: Jullie hebben al een aflevering over de maan en de sterren.
- 12:11Speaker 2: Maar vinden jullie het ook leuk om een aflevering te
- 12:14Speaker 2: doen over turnen of sporten? Liefst Noella, 4 jaar.
- 12:18Speaker 2: Nou, we hebben er ook eentje over sporten. Ja,
- 12:21Speaker 1: Maar turn is ook leuk, want ik zit daar niet om,
- 12:23Speaker 1: maar dat wil ik wel graag.
- 12:24Speaker 2: Nou, dat zou dat zou zeker een idee zijn. En
- 12:27Speaker 2: zij schrijft Ja, ik luister altijd naar de kleuterpodcast als
- 12:29Speaker 2: mijn kleine broertje slaapt. Wanneer nemen wij meestal de kleuterpodcast op, Myrthe?
- 12:34Speaker 2: Als mijn zusje slaapt. Als jouw kleine zusje slaapt. Ja, Dus.
- 12:38Speaker 2: Dus dat komt een beetje overeen, Noella. Ja. Ja, leuk. Myrthe,
- 12:42Speaker 2: wij zijn aan het einde gekomen van de kleuterpodcast. Maar
- 12:45Speaker 2: niet voordat we hebben gezegd dat
- 12:46Speaker 2: je ook kan? Abonneren. Ja, dus als je luistert naar
- 12:50Speaker 2: de kleuterpodcast, druk eventjes op volgen of abonneren, vinden we
- 12:54Speaker 2: heel erg leuk. Kost je helemaal niks. Maar wij vinden
- 12:56Speaker 2: dat superleuk als je dat doet. En je mag natuurlijk
- 12:58Speaker 2: ook altijd een berichtje achterlaten. net zoals Nella en Jonne
- 13:01Speaker 2: en alle andere kindjes die dat hebben gedaan. En dat
- 13:04Speaker 2: kan via onze website en dat is
- 13:06Speaker 1: www.kleuterpodcast.nl
- 13:09Speaker 2: of via onze Instagram, en dat is @kleuterpodcast. Myrthe, volgende keer.
- 13:15Speaker 2: Waar gaan we het volgende keer over hebben?
- 13:17Speaker 1: Over Oostenrijk en Duitsland.
- 13:20Speaker 2: O, ja. Dat zeggen ze daar. Ja. Gaan we je
- 13:24Speaker 2: ook een klein woordje Duits leren? Want zowel in Oostenrijk
- 13:27Speaker 2: als in Duitsland spreken ze Duits. Dus dat gaan we
- 13:30Speaker 2: je een klein beetje leren. Ja. Myrthe, ik zou zeggen
- 13:34Speaker 2: tot de volgende keer.
- 13:35Speaker 1: Tot de volgende keer. Doei.