Latest / Kleuter Podcast / Superhelden | Kleuterpodcast 36
Transcript
- 0:00Speaker 1: Welkom bij een nieuwe kleuterpodcast.
- 0:04Speaker 2: Ja, welkom bij je nieuwe kleuterpodcast, Myrthe. Vandaag. Waar gaan
- 0:07Speaker 2: we het over hebben? Superhelden.
- 1:02Speaker 2: OK, Myrthe. Vandaag gaan we het hebben over superhelden. Ik
- 1:05Speaker 2: zie dat jij je cap al om hebt. Wat zijn
- 1:09Speaker 2: de superhelden dan?
- 1:10Speaker 1: Die redden mensen vaak en helpen. En ja, dat doen
- 1:17Speaker 1: ze eigenlijk
- 1:17Speaker 2: vaak? Ja. Ken je een superheld? Ja. Wie dan? Jij. Ja.
- 1:24Speaker 2: Ik zat heel hard naar mezelf te wijzen. Ik ben
- 1:27Speaker 2: inderdaad jouw superheld, hè? Jij bent mijn superheld.
- 1:30Speaker 1: Nog andere. O superhelden in het land. O, zoals En Spider-Man.
- 1:36Speaker 2: Spider-Man zeker weten. Maar dat kijk ik niet vaak. Nee.
- 1:39Speaker 2: En welke nog meer? Mega Mindy. Ja. En dan heb
- 1:43Speaker 2: je ook nog Superman en Batman en Iron Man. O ja.
- 1:49Speaker 2: Allemaal superhelden.
- 1:51Speaker 1: En iets met een spin.
- 1:54Speaker 2: Ja, dat is Spider-Man. Want Spider-Man is een spin eigenlijk, hè?
- 1:57Speaker 2: Echt? Ja. Weet je wat de superkracht is van Spider-Man? Nee.
- 2:03Speaker 2: Hij is ooit gebeten door een spin.
- 2:05Speaker 2: En daardoor heeft hij dezelfde krachten als de spinnen. Dus
- 2:08Speaker 2: hij kan ook een web maken, net als de spinnen.
- 2:10Speaker 2: Dus als er dan een boef voor hem wegloopt, dan
- 2:12Speaker 2: doet hij zo psoe. En dan schiet hij een spinnenweb
- 2:15Speaker 2: op ze af. En dan blijven ze plakken. Dat is cool, hè. Nou,
- 2:19Speaker 1: hoe is die dan gebeten door een spin?
- 2:22Speaker 2: Ja, dat weet ik niet. Daar moet je dan moet
- 2:24Speaker 2: je het filmpje. Daar moet je de film een keer
- 2:25Speaker 2: voor kijken. Want spider betekent ook spin in het Engels. O.
- 2:31Speaker 2: Wat hebben superhelden allemaal gemeen? Wat kunnen zij? Vliegen? Sommigen
- 2:36Speaker 2: kunnen vliegen. Ja, maar niet allemaal. Hoezo niet? Superhelden, die
- 2:41Speaker 2: hebben superkrachten. Dus de ene is supersterk. De andere kan
- 2:46Speaker 2: supersnel vliegen.
- 2:48Speaker 2: De andere die heeft een spinnenweb dat hij afschiet. Dus
- 2:52Speaker 2: ze hebben allemaal zo hun eigen kan. Ja. Ze hebben
- 2:56Speaker 2: dus zo allemaal hun eigen superkracht. Welke superkracht zou jij
- 2:59Speaker 2: graag willen hebben?
- 3:00Speaker 1: Gelijk ineens slokt mijn hele glad leeg.
- 3:04Speaker 2: O, dat vind ik een goede. Ja, jij bent niet
- 3:06Speaker 2: zo'n goeie drinker, hè? Nee. Dus dan is het uh
- 3:09Speaker 2: zitten zitten we wel eens te mopperen dat je je
- 3:11Speaker 2: glas leeg moet drinken.
- 3:12Speaker 1: Ja, maar dan is
- 3:14Speaker 1: Dat is dan is het wel fijn om gelijk als
- 3:18Speaker 1: mijn superkracht dan is gelijk een slok en klaar
- 3:22Speaker 2: is Kees. Zeker weten. Ja, maar ik weet wel hoe
- 3:25Speaker 2: ik jou denk ik als superkracht zou zien als superheld.
- 3:28Speaker 2: Dus ja. Ik denk Ik denk dat ik jou als
- 3:31Speaker 2: steppende Mte zou zien. Of als saltomakende
- 3:35Speaker 1: Meerte. O ja, want ik kan heel goed de split
- 3:38Speaker 1: spagaat, handstand, ratslag.
- 3:41Speaker 2: Ja, dat is jouw superkracht eigenlijk. Maar op de step
- 3:44Speaker 2: vind ik jou eigenlijk ook altijd een superkracht. Want. Ja,
- 3:46Speaker 2: en fietsen. Ja, maar jij, jij kan heel goed steppen.
- 3:49Speaker 1: Ja. Maar weet je wat ik ook heel goed kan? Nou.
- 3:52Speaker 1: Evenwicht bewaren.
- 3:53Speaker 2: Ja. Het zijn allemaal superkrachten.
- 3:55Speaker 1: Ja. En weet je wat ik ook heel goed kan?
- 3:58Speaker 1: Als ik fiets, dan heb ik nog wel eens een pop.
- 4:02Speaker 1: achter me. Dan kan ik fietsen zonder dat mijn pop
- 4:06Speaker 1: er afvalt.
- 4:08Speaker 2: Dat is heel handig, want poppen houden er niet van
- 4:10Speaker 2: om te vallen. Als je nou zit te luisteren, ben
- 4:12Speaker 2: ik ook wel benieuwd wat jouw superkracht is als je
- 4:14Speaker 2: zit te luisteren. Misschien heb jij ook wel een speciale superkracht.
- 4:18Speaker 2: Ben jij heel sterk bijvoorbeeld. Of misschien kan jij ook
- 4:21Speaker 2: wel op je handen staan. Of misschien kan je ook
- 4:24Speaker 2: wel vliegen. Je weet het niet.
- 4:27Speaker 2: Maar hoe zou jij dan heten? Want je hebt Superman, Spiderman, Batman,
- 4:31Speaker 2: Mega Mindy.
- 4:32Speaker 1: Ik zou me een naam geven dan.
- 4:36Speaker 2: En hoe dan? Of Mega Meerte.
- 4:42Speaker 2: Nee. Nee. En ik dan? Pippa papa. Hi ha Hans.
- 4:48Speaker 2: Oke, ben ik hier? A.
- 4:52Speaker 2: Nee, maar we hebben het nu natuurlijk over superhelden zoals
- 4:56Speaker 2: Batman en Spider-Man en Iron Man en Mega Mindy. En
- 5:02Speaker 2: ze zijn nog heel veel anderen. Maar er zijn ook
- 5:05Speaker 2: superhelden in het echt. Weet je wat voor mensen ook
- 5:09Speaker 2: superhelden zijn? Ja,
- 5:10Speaker 1: dat zijn een bedrijven.
- 5:14Speaker 2: Ik weet wel wat jij bedoelt. Jij bedoelt goede doelen. Ja. Ja,
- 5:17Speaker 2: we hadden het net vlak voordat we begonnen met opnemen.
- 5:20Speaker 2: kwam er een meisje aan de deur en die ging
- 5:23Speaker 2: koekjes verkopen. En die verkocht ze. Weet je nog hoe
- 5:25Speaker 2: die stichting heet, waar ze het voor verkocht? Nee. Stichting
- 5:28Speaker 2: Jarige Job. O ja. En jij was benieuwd. Wat, wat
- 5:33Speaker 2: is dat, jarige Job? En toen ging ik uitleggen, dat
- 5:35Speaker 2: er sommige kindjes, hè, dan hebben papa en mama niet
- 5:39Speaker 2: zoveel geld. En die kunnen dan zelf hun verjaardag niet vieren.
- 5:42Speaker 2: En Stichting jarige Job, die zorgt dan
- 5:45Speaker 2: uh dat die kindjes wel een verjaardag kunnen vieren. Ja.
- 5:48Speaker 2: Dat ze een cadeautje krijgen, dat ze kunnen trakteren in
- 5:51Speaker 2: de klas. Dat zijn natuurlijk superleuke dingen. Dus eigenlijk zijn
- 5:55Speaker 2: de mensen die daar werken, zijn ook een beetje superhelden.
- 5:58Speaker 1: Ja, want die helpen mensen. En superhelden helpen ook
- 6:03Speaker 2: mensen. Ja, inderdaad. Dus als je bij een goed doel werkt,
- 6:07Speaker 2: ben je sowieso ook een superheld. Ja. Maar zijn er
- 6:10Speaker 2: nog andere beroepen waarbij je een superheld kan zijn? Dat
- 6:13Speaker 2: weet ik niet. Denk je dat je een superheld bent
- 6:17Speaker 2: als jij een brandweerman bent? Ja. Ja, waarom?
- 6:21Speaker 1: Dan heb je kracht dat je de
- 6:25Speaker 1: Dan is jouw kracht dat je het vuur weg kan halen.
- 6:29Speaker 2: Ja, zeker weten. En mensen kan redden van de brand. Ja.
- 6:34Speaker 2: Maar ja, de brandweermannen hebben geen kapel. Dus het zijn
- 6:36Speaker 2: wel superhelden. Maar ze hebben geen kapel.
- 6:39Speaker 1: We hebben de mensen bij een stichting-jarige Job toch ook niet.
- 6:44Speaker 2: Nee, dat is waar. Is bijvoorbeeld een juf of meester.
- 6:47Speaker 2: Is dat ook een superheld? Ja. En wat is een
- 6:49Speaker 2: superkracht dan?
- 6:51Speaker 1: Dan weten ze dingen wat wat ze de kinderen nog
- 6:55Speaker 1: kunnen leren.
- 6:56Speaker 2: Zij hebben superkracht om kinderen te leren lezen, rekenen en schrijven.
- 7:01Speaker 2: Mama is dat? Yo, mama is ook een superheld.
- 7:04Speaker 1: Ja, want want zij is juf.
- 7:06Speaker 2: Ja, mama is ook een superheld. Ja. Hoe word je
- 7:09Speaker 2: een superheld, Myrthe? Weet ik niet. Ha
- 7:13Speaker 2: Uh. Nou, ik denk dat je een superheld kan worden
- 7:16Speaker 2: door gewoon goede dingen te doen voor andere mensen. O ja.
- 7:19Speaker 2: Toch dat als je iets goeds doet voor een ander,
- 7:22Speaker 2: dan ben je al snel een superheld. Ja. Dus iedereen
- 7:25Speaker 2: kan een superheld worden. Dan moet je gewoon iets liefs
- 7:27Speaker 2: doen voor een ander. Dan ben je al snel een superheld. Ja.
- 7:31Speaker 2: OK, Myrthe, ik heb een idee. Zullen wij een klein
- 7:34Speaker 2: stukje gaan vliegen als echte superhelden? Ja. Oké, luister goed, Myrthe.
- 7:41Speaker 2: Doe je ogen dicht en trek je cape aan, je
- 7:44Speaker 2: superhelden Cape. Want wij gaan op pad. Super papa en
- 7:48Speaker 2: super Myrthe. Ben je er klaar voor? Ja. Heb je
- 7:52Speaker 2: je cape al Myrthe? Ja,
- 7:54Speaker 1: je moet ook doen. Bril. O ja.
- 7:58Speaker 2: Zo en dan tel ik tot 3. En dan springen
- 8:02Speaker 2: we heel hoog de lucht in. En dan vliegen we
- 8:05Speaker 2: over Nederland heen. Ben je er klaar voor? Een inruimte. Ja.
- 8:10Speaker 2: Kom die 1, 2, 3.
- 8:19Speaker 2: Wow, we vliegen. Wat zie je allemaal, Myrthe.
- 8:23Speaker 1: Ik zie de zon van dichtbij. O
- 8:26Speaker 2: ja, en ik zei Kijk, als ik daar naar beneden kijk,
- 8:28Speaker 2: dan zie ik allemaal bomen. Die bomen lijken heel klein.
- 8:31Speaker 2: En ik zie de daken zo helemaal. Wauw!
- 8:35Speaker 1: Alles lijkt heel klein in Nederland.
- 8:37Speaker 2: Ja. O, ik moet je kijken daar zo. Zie je dat?
- 8:40Speaker 2: Ik zie jouw school. O ja. En is dat jouw
- 8:43Speaker 2: juf die daar staat?
- 8:46Speaker 2: Hallo, juf.
- 8:47Speaker 1: Hallo, juf. Zo hard dat het niet, want wij zijn
- 8:49Speaker 1: zoo hoog. O, wij
- 8:50Speaker 2: zijn zoo hoog. En daar. Daar is de speeltuin. O ja. O,
- 8:54Speaker 2: en zie je zie je wat ik zie. Ik zie
- 8:56Speaker 2: daar een klein meisje staan. Die is de knuffel kwijt. Hé,
- 9:00Speaker 2: wij als superhelden.
- 9:02Speaker 1: Kunnen we die redden.
- 9:04Speaker 2: Wij gaan op zoek naar de knuffel. Zien we hem?
- 9:06Speaker 2: Doe je speciale bril op. O,
- 9:09Speaker 1: we moeten eerst vragen hoe de knuffel eruitziet.
- 9:14Speaker 2: Oké, dan gaan we nu vragen hoe die eruitziet.
- 9:20Speaker 2: Hallo meisje.
- 9:21Speaker 1: Hallo meisje. Hoi. Hoe ziet jouw knuffel eruit? Dan kunnen
- 9:25Speaker 1: wij hem zoeken. Het is een bruine beer.
- 9:28Speaker 2: Oké. Nou, zullen we dan op zoek gaan, Myrthe? Ja. Oké,
- 9:32Speaker 2: druk je speciale bril in.
- 9:35Speaker 2: Dan kunnen we met onze zoekglazen gaan zoeken.
- 9:41Speaker 2: Zien we hem al ergens, Myrthe?
- 9:43Speaker 1: Nee, volgens mij niet. O, ik zie hem daar. O ja. Kom, landen.
- 9:50Speaker 2: Nou, dan kunnen we hem teruggeven aan het meisje. Vlieg
- 9:53Speaker 2: jij
- 9:53Speaker 1: terug? Ja, maar ik weet niet meer hoe we daar
- 9:56Speaker 1: kunnen komen. Want we weten toch niet meer hoe ze
- 10:00Speaker 1: hoe ze, hoe we dat terug kunnen.
- 10:03Speaker 2: Zeker wel. Kom op. Heelemaal naar boven. Zoo hoog als
- 10:07Speaker 2: we kunnen. Oké.
- 10:13Speaker 2: En nou het geluid volgen van het huilende meisje. Goed luisteren.
- 10:17Speaker 2: Ik hoor haar. Hoor je er ook? Ja. Oke, erop af. Ja.
- 10:24Speaker 2: Ik zie daar. Oké. Geef hem maar terug.
- 10:27Speaker 1: Hier, meisje. Hier is je knuffel. Dank je wel. Superheld.
- 10:32Speaker 2: O, wat fijn om kindjes te helpen. Oké, we gaan
- 10:35Speaker 2: weer terug naar boven. Myrthe.
- 10:39Speaker 2: Want. Ik hoor nog iets. Hoor je dat ook?
- 10:42Speaker 2: Ja. O, ik hoor het. Het is een oude oma
- 10:45Speaker 2: die niet durft over te steken.
- 10:48Speaker 2: Oke, daarop af.
- 10:51Speaker 2: Hallo, mevrouw. Hallo. Wilt u oversteken? Ja, graag. O, het
- 10:56Speaker 2: is wel een hele drukke weg. Zullen wij, Myrthe, zullen
- 10:59Speaker 2: wij er oppakken en erover over de weg heen laten vliegen? Oke. Kom. 1, 2.
- 11:07Speaker 2: Ja. We kunnen weer naar beneden.
- 11:10Speaker 2: Zo. Nou, dank je wel, superhelden. Nu kan ik fijn
- 11:15Speaker 2: boodschappen doen. Myrthe, het is tijd om terug naar huis
- 11:18Speaker 2: te gaan. O ja. Snel, terug naar huis. Ja. Voordat.
- 11:22Speaker 2: Voordat mama ziet dat wij ook superhelden zijn.
- 11:26Speaker 2: Oké deze kant op Myhe.
- 11:31Speaker 2: Zo. We zijn weer thuis. Snel de cape af, Myrthe.
- 11:34Speaker 2: Want mama mag niet weten dat wij stiekem ook superhelden zijn.
- 11:37Speaker 2: Ik
- 11:38Speaker 1: doe hem gauw in in mijn speciale kluis. Die kluis
- 11:43Speaker 1: kan niemand
- 11:44Speaker 2: vinden. Super Myrthe. Dit was weer een goede daad die
- 11:47Speaker 2: we hebben verricht. Ja. Toppertje.
- 11:49Speaker 1: Jij ook. Toppertje.
- 11:51Speaker 2: Zo, Myrthe, dat was een avontuur, hè? Ja. Is het
- 11:53Speaker 2: dan tijd voor een spelletje? Ja. Oké, Myrthe, luister goed.
- 11:58Speaker 2: Dit is het superheldenspel. En er is geen goed of fout.
- 12:01Speaker 2: Maar jij moet kiezen wie je als eerste gaat helpen.
- 12:04Speaker 2: Luister goed. Wie help jij als superheld als eerst? Er
- 12:08Speaker 2: zit een poes vast in de boom en een kindje
- 12:10Speaker 2: is zijn knuffel kwijt. Wie ga jij als eerste helpen?
- 12:17Speaker 1: Het meisje die de knuffel kwijt zit. Want misschien moet
- 12:21Speaker 1: ze dan naar school. En dan. En dan um is
- 12:25Speaker 1: dat vroeg in de ochtend. En dan is ze de
- 12:27Speaker 1: knuffel kwijt. Mag ze de knuffel mee naar school mee.
- 12:30Speaker 1: Dus dan ga ik eerst haar redden en dan
- 12:33Speaker 2: pushen. Goeie. Als jij thuis zit te luisteren, kan je
- 12:36Speaker 2: ook gezellig meedoen. Misschien heb jij wel een ander idee. Ehm,
- 12:39Speaker 2: volgende dilemma. Luister goed, Myrthe. Wie ga jij als superheld
- 12:43Speaker 2: als eerste redden?
- 12:45Speaker 2: een meisje die haar ijsje heeft laten vallen of een
- 12:49Speaker 2: jongen die heel hard gevallen is met zijn step en
- 12:52Speaker 2: heel veel pijn heeft.
- 12:54Speaker 1: De jongen die gevallen is. En waarom?
- 12:58Speaker 1: Misschien gaat het bloeden en misschien misschien zit er een
- 13:03Speaker 1: schaaf op
- 13:04Speaker 2: or
- 13:05Speaker 2: Oke, dan de volgende. Een boef rent weg voor de
- 13:07Speaker 2: politie en een oude oma die durft de weg niet
- 13:10Speaker 2: over te steken. Wie ga jij als eerste redden?
- 13:13Speaker 1: De politie, de boef.
- 13:15Speaker 2: Dat snap ik wel.
- 13:16Speaker 1: Dan vlieg ik op m'n allersnelste type dat in mijn
- 13:20Speaker 1: in mijn horloge. Soef. Daar ga ik.
- 13:23Speaker 2: Oké. Nou, de volgende dan.
- 13:25Speaker 2: Een kindje heeft al drie keer stop hou op gezegd,
- 13:29Speaker 2: en het andere kindje gaat door. Maar er is ook
- 13:33Speaker 2: een ander kind die heel veel dorst heeft. Wie help
- 13:36Speaker 2: jij als eerste?
- 13:37Speaker 1: Eh, dat kindje die je al heel vaak stophouden of bef.
- 13:41Speaker 2: Mama heeft hulp nodig bij de ramen zemen. En papa
- 13:45Speaker 2: heeft hulp nodig bij het stofzuigen. Wie help jij als eerste?
- 13:49Speaker 2: Dit is echt te
- 13:49Speaker 1: moeilijk.
- 13:53Speaker 2: je eerst helpen.
- 13:56Speaker 2: de
- 13:58Speaker 1: Ja. Yes.
- 14:00Speaker 2: Weet je waarom? Nou,
- 14:02Speaker 1: omdat misschien zie je dan een kraal niet of wat,
- 14:05Speaker 1: wat dan ook. En dan zuig je dat
- 14:07Speaker 2: op. O ja, een beetje eigen belang. Ik snap hem. Oké.
- 14:11Speaker 2: En de laatste Oma. Die heeft hulp nodig met zware boodschappentassen.
- 14:16Speaker 2: En opa heeft een lekke fietsband. Wie ga je als
- 14:20Speaker 2: eerste helpen?
- 14:22Speaker 1: En.
- 14:24Speaker 1: Opa.
- 14:26Speaker 1: Omdat anders komt hij niet meer thuis.
- 14:30Speaker 2: Ja, dat is waar. Dat is waar. Of komt hij
- 14:33Speaker 2: niet weg? Nou, tot zover de superheld dilemma's. Ik hoop
- 14:36Speaker 2: dat je leuk mee hebt gedaan. En misschien had jij
- 14:38Speaker 2: wel een ander idee om iemand anders eerst te helpen.
- 14:41Speaker 2: Dank je wel, Superheld Myrthe.
- 14:43Speaker 1: Alsjeblieft.
- 14:45Speaker 1: Waar is de post? Waar is de post? Waar is
- 14:49Speaker 1: de post? Hier
- 14:50Speaker 2: is de post. Hier is de post. Hier is de post. Oké, Myrthe.
- 14:56Speaker 2: Ik heb weer leuke berichtjes binnen gehad. De eerste die
- 14:59Speaker 2: is van Junte. En die stuurt Hoi Myrthe en naar papa.
- 15:03Speaker 2: Ik heet Junte en ik vind jullie podcast superleuk. Die
- 15:06Speaker 2: van de Dino's vind ik zelf niet zo leuk. Die
- 15:09Speaker 2: over sport vind ik veel leuker.
- 15:12Speaker 2: Nou. Ik ben blij dat jij de podcast over sport
- 15:15Speaker 2: zo leuk vond. Want die vonden wij ook zo superleuk.
- 15:18Speaker 1: Ja, dat spelletje zo grappig. Ja. Ik denk dat je
- 15:22Speaker 1: dat ook vindt.
- 15:27Speaker 2: Dan krijg ik een berichtje binnen van Samuel. En die
- 15:30Speaker 2: schrijft Mijn broertje en ik luisteren elke week wel uren
- 15:33Speaker 2: naar de kleuterpodcast en vinden het heel leuk. Zou je
- 15:36Speaker 2: misschien een podcast willen maken over het menselijk lichaam? O,
- 15:40Speaker 2: dat is ook leuk, hè, het menselijk lichaam.
- 15:42Speaker 1: Wat is dat? Menselijk?
- 15:45Speaker 2: Je je eigen lichaam. Het lichaam van mensen. Dus niet
- 15:47Speaker 2: van apen of van olifanten, maar van mensen. Ah, dan
- 15:51Speaker 2: kunnen we wel eens naar kijken. Dat is wel een leuke.
- 15:54Speaker 1: Dat je dat dan weet.
- 15:56Speaker 2: Knap en van Ser. Ja. Dan nog een berichtje van Anne.
- 16:00Speaker 2: Hallo Myrthe, ik ben Anne en ik ben 3 jaar oud.
- 16:03Speaker 2: Ik luister heel graag naar jouw podcast. Ik vind de
- 16:07Speaker 2: schoolaflevering heel leuk en grappig. En nu kan ik niet
- 16:10Speaker 2: wachten om zelf naar school te gaan. Mijn hobby's zijn spelen,
- 16:13Speaker 2: zingen en dansen.
- 16:15Speaker 2: Ik heb ook een nieuw neefje en die heet Luc. Nou,
- 16:18Speaker 2: wij kennen ook een Luc, maar dat is dan wel
- 16:20Speaker 2: eens een andere Luc. En wel heel leuk. Ik snap
- 16:22Speaker 2: wel als je 3 jaar bent en je luistert naar
- 16:23Speaker 2: de kleuterpodcast. dat je heel graag naar school wil. Ja,
- 16:27Speaker 1: maar um ik vind het niet leuk aan school. Dat
- 16:31Speaker 1: je dan wat vroeg dat dat je dan niet kan uitslapen.
- 16:35Speaker 1: Want ik ben heel erg van het uitslapen. Ja,
- 16:37Speaker 2: dat is wel waar. Jij bent een beetje een uitslaper.
- 16:40Speaker 2: Dus wij moeten jou 's ochtends altijd wakker maken. Ja.
- 16:43Speaker 1: Ja. Nou, ik vind het eigenlijk jammer dan dat ik.
- 16:46Speaker 2: Ja. Dus Anne, als je ook een uitslaper bent, weet
- 16:49Speaker 2: dan dat je voor school vroeg op moet. Maar Myrthe,
- 16:51Speaker 2: als je dan naar school gaat. Vind ik het wel
- 16:54Speaker 2: heel leuk. Dat dacht ik ook. Nou, dan kreeg ik
- 16:57Speaker 2: nog een berichtje binnen van Daniel. Hoi, Myrthe en naar papa.
- 17:00Speaker 2: Ik vind het zo leuk om naar jullie podcast te luisteren.
- 17:03Speaker 2: Ik heb ze allemaal geluisterd en circus vond ik het leukst.
- 17:05Speaker 2: Kunnen jullie een podcast maken over Spider-Man?
- 17:09Speaker 2: Mijn mama wil graag een podcast horen met de mama
- 17:11Speaker 2: van Myrthe. Nou, die van Spider-Man, daar hebben we het
- 17:13Speaker 2: net over gehad. Ja. En hebben we al eens een
- 17:16Speaker 2: podcast gehad met mama? Ja? Ja. Over Vaderdag. Dat was
- 17:20Speaker 2: een verrassing voor mij, voor Vaderdag. Dus als je de
- 17:22Speaker 2: mama van Myrthe wil horen, dan moet je inderdaad de
- 17:25Speaker 2: Vaderdagpodcast luisteren.
- 17:27Speaker 2: Ja. Even kijken hoor. Dan nog een berichtje uit Antwerpen. Hoi,
- 17:31Speaker 2: Myrthe en papa Hans, ik ben Biel. Ik ben 5 jaar,
- 17:33Speaker 2: woon in Antwerpen, België en ik luister heel graag naar
- 17:36Speaker 2: jullie podcast. Antwerpen. Dat is een stad in België. Ah.
- 17:40Speaker 2: Ik luister heel graag naar jullie podcast. Vaak wel 5
- 17:43Speaker 2: afleveringen na elkaar. Ik herluister dus ook best wel eens
- 17:48Speaker 2: een aflevering. De leukste aflevering vind ik die van het circus.
- 17:52Speaker 2: Zouden jullie misschien een aflevering kunnen maken over vulkanen? Wow, vulkanen.
- 17:58Speaker 2: uh Ik stel zelf altijd heel veel vragen, dus ik
- 18:00Speaker 2: vind het fijn om van jullie podcast bij te leren.
- 18:04Speaker 2: Fijne avond. Groetjes van Basil en mama Veronique. Nou, dank
- 18:08Speaker 2: je wel voor jullie berichtje.
- 18:10Speaker 2: En een leuk onderwerp ook. Die stond nog niet op
- 18:12Speaker 2: het lijstje. Dus die gaan we er wel bij zetten.
- 18:14Speaker 1: Ja, maar waar moeten we het dan nog? Maar hoe
- 18:16Speaker 1: kunnen we dan nog alles weten van
- 18:19Speaker 2: vulkanen? Ja, dan moeten we eens even goed gaan nadenken
- 18:22Speaker 2: wat wij dan weten van vulkanen.
- 18:24Speaker 1: Ja. Moeten we. Moet je opzoeken op de op de computer.
- 18:29Speaker 2: Ja, gaan we eens even eerst even opzoeken. Maar dank
- 18:32Speaker 2: je wel voor je berichtje. Dan een berichtje van Jesse.
- 18:35Speaker 2: Die is 5 jaar oud en woont in Friesland.
- 18:37Speaker 2: Hij vindt onze podcast superleuk. En zou ook graag over
- 18:42Speaker 2: skeletten en botten een aflevering willen horen. Hee, dat is
- 18:45Speaker 2: ook een leuke. Heeft ook een beetje te maken met
- 18:47Speaker 2: menselijk lichaam natuurlijk.
- 18:48Speaker 1: O, nee, nee, nee, want menselijk lichaam is ook je huid. Ja.
- 18:54Speaker 2: En ook de potten.
- 18:55Speaker 1: Ja, dus dat is het allebei. En skeletten en botsen niet.
- 19:00Speaker 1: Dat zit in je
- 19:01Speaker 2: lichaam. Dat zit in je lichaam. Ja je lichaam. Ja.
- 19:05Speaker 2: Dan nog een berichtje van Laura. Hai, M en papa,
- 19:08Speaker 2: ik ben Laura, ik ben 3 jaar oud. Ik luister
- 19:10Speaker 2: graag naar jullie podcast en ik zing wel eens mee
- 19:12Speaker 2: met het liedje.
- 19:13Speaker 2: Ik heb ook een zusje van 1 jaar. Ze heet Tessa.
- 19:16Speaker 2: En we gaan samen soms van de glijbaan. Mooie naam, Tessa.
- 19:20Speaker 2: Zeker weten. Even kijken. Dan heb ik nog een berichtje
- 19:23Speaker 2: van Arwen en Luna. Dag Myrthe en naar papa. Ik
- 19:27Speaker 2: ben Arwen. Ik ben 4 jaar.
- 19:29Speaker 2: Ik heb ook een zusje Luna van 3 jaar en
- 19:31Speaker 2: een klein broertje Milo van 1 jaar. We wonen in
- 19:34Speaker 2: België en soms zijn de dingetjes die jullie vertellen bij
- 19:37Speaker 2: ons iets anders. Gelukkig legt mama dan uit dat dit
- 19:40Speaker 2: anders is. Ik ben ook wel eens naar de tandarts geweest,
- 19:42Speaker 2: want er was een stukje van mijn tand afgevallen toen
- 19:44Speaker 2: ik was gevallen.
- 19:45Speaker 2: Gelukkig was alles in orde. O, dat is wel vervelend.
- 19:49Speaker 1: Maar hoe kunnen tanden er zomaar opvallen? Je kon je
- 19:53Speaker 1: er toch alleen maar uitstreiken. Als je een oud omaatje bent,
- 19:57Speaker 1: dan kan dat
- 19:57Speaker 2: zomaar gebeuren. Ja. Maar als je valt op je tanden,
- 20:00Speaker 2: dan breken ze wel af.
- 20:01Speaker 1: Maar hij sowieso. Ik moet voorzichtig zijn met mijn grote
- 20:05Speaker 1: menschentanden Ja. Dat ook. Want
- 20:07Speaker 1: Want als je hele tand eruit valt, dan krijg je
- 20:11Speaker 1: geen nieuwe
- 20:12Speaker 2: meer. Ja, jij hebt al inderdaad twee grote mensentanden. Ja.
- 20:15Speaker 2: En daar krijg komen geen nieuwe meer voor in de plaats.
- 20:18Speaker 2: Maar Arwin heeft ook nog een vraag. Die zegt namelijk
- 20:21Speaker 2: Mijn lievelingsdier is een flamingo. Welke is jouw lievelingsdier Myrthe?
- 20:26Speaker 2: Ik heb er twee. Vertel.
- 20:28Speaker 1: Een unicorn en ook een flamingo. Ja, ik
- 20:31Speaker 2: wilde net zeggen. De flamingo is ook echt jouw lievelingsdier.
- 20:34Speaker 1: Ja. Weet je waarom? Nou. Omdat die mooie roze zijn
- 20:38Speaker 1: in roze is echt mijn lievelingskleur.
- 20:40Speaker 2: Dat snap ik wel. En dan als laatste heb ik
- 20:42Speaker 2: nog een berichtje van Mads en Siemen. Wij zijn Mads
- 20:46Speaker 2: en Siemen en wij vonden de podcast over broertjes en
- 20:49Speaker 2: zusjes heel erg leuk. Wij hebben ook een dreum zusje
- 20:52Speaker 2: en wij zijn de broers. We luisteren heel graag naar
- 20:54Speaker 2: de naar jullie tweeling?
- 20:57Speaker 2: uh Dat weet ik niet. Dat staat er niet bij.
- 21:00Speaker 2: Wij luisteren heel graag naar de kleuterpodcast. en wilden ook
- 21:03Speaker 2: zo graag een keer een berichtje sturen. Groetjes Mats en
- 21:06Speaker 2: Simon en Laura. Leuk dat jullie.
- 21:10Speaker 1: Ja,
- 21:11Speaker 2: dan zijn jullie met z'n drieën. Inderdaad. Ja.
- 21:13Speaker 1: Ja. Hebben jullie kinderen in eentje wil spelen en en
- 21:20Speaker 1: en en de is al wat groter.
- 21:25Speaker 1: dan dan kan de kan de ene alleen spelen. En
- 21:31Speaker 1: dan als als de dreumes dan wat groter is en
- 21:35Speaker 1: ook met iemand wil spelen, kan die dan
- 21:39Speaker 2: Ja. Dus dan kan er inderdaad altijd eentje alleen spelen
- 21:42Speaker 2: als ze dat graag willen. Dat klopt. Ja. Ja. Goed bedacht, Myrthe. Ja.
- 21:46Speaker 2: Nou, dank jullie wel allemaal voor jullie berichtjes. Wil je
- 21:48Speaker 2: ook een berichtje achterlaten? Dat kan via onze Instagram bijvoorbeeld.
- 21:51Speaker 2: En dat is @ kleuterpodcast. En anders via de website.
- 21:55Speaker 2: En dat is kleuterpodcast.net.nl. Ja, heel goed. Myrthe. Dank je
- 22:00Speaker 2: wel weer. Volgende keer uh. Dan weet ik niet of
- 22:04Speaker 2: ik uh er er durf te zijn. Ja. Nee, ik.
- 22:09Speaker 2: Ik weet het niet of ik er volgende keer durf
- 22:11Speaker 2: te zijn. Misschien dat uh dat dat mama maar de
- 22:13Speaker 2: podcast moet doen ofzo. Uh.
- 22:15Speaker 2: um Ik weet het niet. Ik-. Ik denk dat ik um.
- 22:19Speaker 2: Ik voel ook een beetje dat ik ziek word. Ik.
- 22:20Speaker 2: Ik denk dat ik er niet ben, Mete.
- 22:23Speaker 2: Waar gaan we het volgende keer over hebben, Myrthe? Over Halloween.
- 22:26Speaker 2: Over Halloween. Uh. Nou, ik ga eens even heel goed
- 22:30Speaker 2: nadenken of ik er zal zijn.
- 22:32Speaker 2: Tot de volgende keer Myrthe. Tot de volgende keer. Doei.