Latest / Kleuter Podcast / Het verkeer | Kleuterpodcast #62
Transcript
- 0:00Speaker 1: wel
- 0:03Speaker 1: nieuwe kleuterpodcast. Zo. Jij gaat elke week harder. Leuk dat
- 0:08Speaker 1: je luistert naar een nieuwe kleuterpodcast. Waar gaan we het
- 0:11Speaker 1: vandaag over hebben? Over.
- 0:14Speaker 1: Nee.
- 1:07Speaker 1: Leuk dat je luistert naar een nieuwe kleuterpodcast. Vandaag gaan
- 1:10Speaker 1: we het hebben over het verkeer. Myrthe, wat is het verkeer?
- 1:13Speaker 1: Ik weet niet hoe ik het uit kan leggen. O, nou,
- 1:16Speaker 1: dan zijn we snel klaar. Dank je wel voor het
- 1:17Speaker 1: luisteren tot de volgende keer. Nee.
- 1:21Speaker 1: Wat is het verkeer? Waar moet je aan denken bij
- 1:23Speaker 1: verkeer dan? E oversteken? Ja, zeker weten. Gaan we straks
- 1:26Speaker 1: zeker eventjes over hebben. Want ik wil wel weten of
- 1:28Speaker 1: jij weet hoe dat moet. En waar denk je dan
- 1:30Speaker 1: meer aan bij verkeer? Auto's. Fietsen. Zeker. Auto's, fietsen. Ja, ja.
- 1:34Speaker 1: Eigenlijk alles wat je op straat ziet, dat hoort wel
- 1:37Speaker 1: bij het verkeer. Auto's, fietsen, bussen, metro's, trams. En ik
- 1:42Speaker 1: denk ook
- 1:43Speaker 1: aan die op straatwerken. Aan polities die op straat werken.
- 1:47Speaker 1: Zeker weten. En die houden het verkeer vaak ook nog
- 1:50Speaker 1: veilig vol. Ja. En de stoplichten. Ja, die horen er
- 1:55Speaker 1: zeker bij. Want de stoplichten, wat regelen die? Of het
- 1:58Speaker 1: verkeers moet staan of niet? Ja, want wat zou er
- 2:01Speaker 1: gebeuren als die stoplichten er dan niet staan? Hoe gaan
- 2:04Speaker 1: ze botsen? Ja, dan rijdt iedereen door en dan botst
- 2:07Speaker 1: iedereen op elkaar.
- 2:08Speaker 1: Dus dat wordt een zootje. Dus daarom zijn er bijvoorbeeld stoplichten.
- 2:11Speaker 1: Maar er zijn ook allemaal regels in het in het verkeer.
- 2:14Speaker 1: Weet jij een paar van de regels die in het
- 2:16Speaker 1: verkeer gelden? Ja, bij bij oversteken. Nou, laten we het
- 2:21Speaker 1: dan daar gelijk eens over gaan hebben. Het oversteken, want
- 2:23Speaker 1: dat is altijd iets gevaarlijks. Want zeker alle papa's en mama's. Oh,
- 2:28Speaker 1: die vinden dat altijd zo moeilijk als kinderen gaan oversteken.
- 2:31Speaker 1: Want het is zo gevaarlijk. Je moet namelijk zo ontzettend
- 2:34Speaker 1: goed opletten.
- 2:35Speaker 1: En weet je waarom papa's en mama's daar nog extra
- 2:37Speaker 1: bang voor zijn? Omdat de kinderen klein zijn en dan
- 2:40Speaker 1: zien de auto's ze vaak niet. Nou, precies dat. Je
- 2:43Speaker 1: vertelt dat heel goed. Grote mensen, het woord zegt het al,
- 2:47Speaker 1: die zijn wat groter. Dus een auto die ziet makkelijk
- 2:50Speaker 1: een groot mens. Maar kleine kinderen, die zijn wat moeilijker
- 2:53Speaker 1: te zien. En zeker als ze bijvoorbeeld dan een bal
- 2:56Speaker 1: op de straat valt. dan rennen de kinderen daar achteraan.
- 2:59Speaker 1: En soms kijken ze niet eens naar de auto's. Dus
- 3:01Speaker 1: dat is altijd heel gevaarlijk.
- 3:03Speaker 1: Dus daarom papa's en mama's houden hun hart vast als
- 3:05Speaker 1: een kind gaat oversteken. Maar ik heb gehoord dat jij
- 3:08Speaker 1: weet hoe je moet oversteken. Ja, ik heb er een
- 3:11Speaker 1: liedje over. Je hebt er een liedje over. Nou, ik
- 3:14Speaker 1: denk dat wij dan hetzelfde liedje in onze gedachten hebben. Ja.
- 3:17Speaker 1: Welke is dat dan? Kijk links, kijk rechts en nog
- 3:21Speaker 1: een keer. Als je oversteken, moet
- 3:23Speaker 2: hij links kijken, rechts en nog een keer. Als je
- 3:27Speaker 2: over
- 3:29Speaker 2: links kijken rechts en nog een keer. Want
- 3:34Speaker 1: Ja, dat is van Bassie en Adriaan. Dat is helemaal
- 3:37Speaker 1: van van toen ik jong was, met dat liedje heb
- 3:40Speaker 1: ik ook leren oversteken. Kijk links, kijk rechts en nog
- 3:44Speaker 1: een keer. Dat weet je heel goed. Dus je kijkt
- 3:46Speaker 1: een keer naar links, je kijkt een keer naar rechts.
- 3:48Speaker 1: En dan. Nog een keer naar links. Nog een keer
- 3:50Speaker 1: naar links, inderdaad. En dan weet je zeker of er
- 3:53Speaker 1: wat aankomt.
- 3:54Speaker 1: En als er dan niks aankomt, dan kan je veilig oversteken. Ja.
- 3:57Speaker 1: Maar dan moet je nog alsnog, als je op straat bent,
- 4:00Speaker 1: moet je alsnog nog een. Ja, moet je altijd goed opletten. Zeker.
- 4:03Speaker 1: Dat zeg jij. Dan moet je nog steeds goed kijken.
- 4:06Speaker 1: Naar links naar rechts en nog een keer. Dat doe
- 4:09Speaker 1: ik dus ook altijd als ik ga oversteken, dan kijk
- 4:11Speaker 1: ik goed naar links.
- 4:12Speaker 1: links naar rechts en nog een keer naar links. En
- 4:14Speaker 1: dan ga ik oversteken en dan kijk ik weer naar
- 4:16Speaker 1: links naar rechts en nog een keer naar links. De
- 4:18Speaker 1: hele tijd totdat totdat ik aan de overkant baan. Maar
- 4:21Speaker 1: mag jij zomaar overal oversteken? Nee, alleen in de straat. Ja,
- 4:24Speaker 1: we hebben een straat die heel rustig is. Dus dat
- 4:27Speaker 1: is een, dat noemen ze een doodlopende straat. Dus dat
- 4:31Speaker 1: betekent dat je de straat wel in kan. maar je
- 4:33Speaker 1: kan niet verder rijden. Dus dan moet je altijd omkeren
- 4:36Speaker 1: en teruggaan. Dus daardoor zijn er niet heel veel ouders
- 4:38Speaker 1: die er doorheen rijden.
- 4:40Speaker 1: Dus daardoor vinden we het wat veiliger om over te steken.
- 4:43Speaker 1: Maar we hebben ook hier in de buurt een hele
- 4:45Speaker 1: drukke weg zitten. En daar mag je niet zomaar oversteken.
- 4:49Speaker 1: En hoe weet ik dan wat links en rechts is?
- 4:52Speaker 1: Je doet met je handen en maken met allebei de handen.
- 4:56Speaker 1: En wat de echte l is, dat is de linkerkant.
- 4:59Speaker 1: Ik heb jou ook uitgelegd hoe je links en rechts
- 5:03Speaker 1: kan herkennen. En zeker als je dan in de gedachten
- 5:05Speaker 1: houdt dat je op de fiets zit. Uh. Aan de
- 5:08Speaker 1: kant waar de fietsbel zit, dat is links. Ja. Dus
- 5:11Speaker 1: als jij op je stuur kijkt, dan zie je de fietsbel.
- 5:15Speaker 1: Die zit aan de linkerkant.
- 5:18Speaker 1: En dan weet je dus O, dat is de linkerkant.
- 5:20Speaker 1: En in Nederland fietsen wij aan de rechterkant, dus moet
- 5:23Speaker 1: je altijd fietsen aan de kant waar je fietsbel niet zit.
- 5:27Speaker 1: is het handige ezelsbruggetje. Waarom noemen ze dat eigenlijk een ezelsbruggetje?
- 5:33Speaker 1: Dat is iets wat handig is om te onderhouden. Maar
- 5:35Speaker 1: is dat dan nog zo'n bruggetje met ezels? Ja, dat
- 5:38Speaker 1: is een bruggetje lopen allemaal ezels overheen.
- 5:43Speaker 1: Ik weet het ook niet waarom ze dat noemen. Goeie vraag.
- 5:46Speaker 1: Waarom noemen ze een ezelsbrug een ezelsbruggetje? Ik weet het niet.
- 5:50Speaker 1: Ken je nog meer verkeersregels?
- 5:53Speaker 1: Bijvoorbeeld oversteken bij een. Zebrapad? Ja, want een zebrapad. Daar
- 5:59Speaker 1: moeten de auto's stoppen voor iemand die oversteekt.
- 6:03Speaker 1: En dan moet je altijd wel kijken of de auto
- 6:05Speaker 1: ook echt stopt. Maar bij een zebrapad is eigenlijk de
- 6:08Speaker 1: bedoeling dat je daar oversteekt. Mag je dan op de
- 6:11Speaker 1: straat lopen? Alleen als je vader en moeder zegt. Of
- 6:15Speaker 1: als je oversteken moet. Ja, als je oversteekt, moet inderdaad.
- 6:18Speaker 1: Maar anders moet je altijd lopen op de stoep. En
- 6:22Speaker 1: fietsen op het. Fietspad. Ja, inderdaad. En met de fiets
- 6:26Speaker 1: kan je soms ook wel eens op de weg fietsen.
- 6:28Speaker 1: als er geen fietspad is, dan dan kan je op
- 6:31Speaker 1: de weg fietsen. Maar dan moet je altijd aan de
- 6:33Speaker 1: rechterkant blijven en heel goed opletten.
- 6:36Speaker 1: En het stoplicht, he? Welke kleur heeft het stoplicht? Groen,
- 6:39Speaker 1: oranje en rood. En wat mag je doen bij rood? Stoppen.
- 6:44Speaker 1: En bij Oranje dan? Doorrijden, maar dan gaat het bijna
- 6:47Speaker 1: op rood. Ja, Oranje is opletten. Ik word bijna rood.
- 6:51Speaker 1: Dus als je nog kan stoppen, moet je stoppen. Als
- 6:53Speaker 1: je niet meer kan stoppen, dan mag je nog door.
- 6:55Speaker 1: En bij groen mag je gewoon doorrijden. Maar dat heb
- 6:59Speaker 1: je al geleerd bij de politiepodcast. Dat is waar. Daar
- 7:02Speaker 1: heb je dat ook verteld.
- 7:04Speaker 1: Myrthe. Ik denk dat het tijd is voor een spelletje. Ja.
- 7:07Speaker 1: En bij het spelletje van vandaag gaan we samen fietsen.
- 7:11Speaker 1: En dan ben ik benieuwd wat voor voertuigen we tegenkomen.
- 7:14Speaker 1: Kun jij het mij vertellen? Ja. Oké, gaan we een
- 7:17Speaker 1: stukje fietsen.
- 7:18Speaker 1: Myrthe niet zo hard hard. Myrthe niet zo hard bellen, joh.
- 7:22Speaker 1: Niet zo vaak bellen.
- 7:26Speaker 1: Nou, nou is het wel weer genoeg met het bellen.
- 7:28Speaker 1: Even kijken, hoor. Volgens mij zie ik iets aankomen.
- 7:34Speaker 1: Een oud
- 7:37Speaker 1: Een toetar. Oh. Gaan we nog even een klein stukje
- 7:40Speaker 1: verder fietsen midden.
- 7:49Speaker 1: Is dit een motor.
- 7:51Speaker 1: Jazeker. Dit is inderdaad een motor. Oh, hij komt nog
- 7:54Speaker 1: een keertje voorbij.
- 8:01Speaker 1: Maar ik kan scooter en motor niet zo goed uit
- 8:03Speaker 1: elkaar halen. Nee, dat snap ik. Dat snap ik. Nou, Myrthe.
- 8:06Speaker 1: Hou eens op met dat bellen, joh. De hele tijd.
- 8:08Speaker 1: Is het de hele tijd met je fietsbel te spelen.
- 8:11Speaker 1: De hele tijd. Hey, joh. Nou, eens even kijken. Oh,
- 8:16Speaker 1: we moeten wel goed opletten, Myrthe. Want daar komt de
- 8:20Speaker 1: wat komt eraan.
- 8:22Speaker 1: Politie? Ja, dat is de politie. Dus niet te veel bellen, Myrthe. Nou, Myrthe,
- 8:27Speaker 1: ik zei toch niet zoveel bellen.
- 8:31Speaker 1: Stop eens met het spelen met die bell, Joh.
- 8:34Speaker 1: Hey,
- 8:38Speaker 1: O, wat is dit? Een vrachtauto? Ja, heel goed. Heel goed. Nou,
- 8:43Speaker 1: is maar goed dat hij snel door is gereden. Nou, Myrthe,
- 8:46Speaker 1: dat gebel de hele tijd. Kom op.
- 8:51Speaker 1: Ja, jij laat je fietsbel niet los.
- 8:54Speaker 1: Oh, we moeten wel eventjes volgens mij heel goed opletten, Myrthe.
- 8:56Speaker 1: Want ik zie daar iets gebeuren.
- 9:02Speaker 1: Wat gebeurt er? Gaat er een
- 9:06Speaker 1: Ja, heel goed.
- 9:07Speaker 1: Dat is inderdaad het geluid van een vrachtwagen die achteruit gaat.
- 9:10Speaker 1: Dan moeten we eventjes goed stil blijven staan.
- 9:14Speaker 1: Nou. We kunnen weer een stukje verder gaan fietsen. Ach,
- 9:16Speaker 1: Myrthe met je bel. Jij blijft mij bellen. Ik heb
- 9:21Speaker 1: nog zo gezegd niet bellen achter het stuur. Oh. We
- 9:24Speaker 1: moeten weer volgens mij opletten, want ik zie ze aankomen
- 9:27Speaker 1: in de verte. Zie je dat ook Myrthe.
- 9:29Speaker 1: Ik zie daar volgens mij. Het lijkt wel een stoplicht.
- 9:31Speaker 1: Zie je dat of niet? Nee. Even goed kijken.
- 9:36Speaker 1: Hij is geen stoplicht. Wat is dit?
- 9:39Speaker 1: Tenis. Ja, dan moeten we even hier goed stil blijven
- 9:43Speaker 1: staan voor de treinovergang.
- 9:48Speaker 1: Zeker weten.
- 9:58Speaker 1: Komt er nog een. Komt er nog een? Nee, volgens
- 10:01Speaker 1: mij is die voorbij. Volgens mij is die voorbij. Oké. Nou,
- 10:03Speaker 1: kunnen we weer een stukje fietsen. We zijn volgens mij
- 10:05Speaker 1: bijna aan het einde gekomen. Myrthe, hou nou eens op
- 10:07Speaker 1: met die bell.
- 10:10Speaker 1: Volgens mij zijn we bijna aan het einde gekomen van
- 10:12Speaker 1: ons fietstochtje. Ik wil nog wel één stop maken. Wil
- 10:15Speaker 1: jij dat ook? Ja. En dan maken we eventjes een stop. Ja,
- 10:20Speaker 1: volgens mij zie ik hem daar in de verte al aankomen.
- 10:22Speaker 1: Jij weet niet waar we naartoe gaan, maar dit is
- 10:23Speaker 1: een verrassing. Oh, Myrthe, ik zie hem daar al aankomen.
- 10:28Speaker 1: Oh. Weet je wat het is? Myrthe? Ja. Wat is
- 10:31Speaker 1: het dan? Een ijs Coman. De ijskan. Ja hoor. Uh.
- 10:35Speaker 1: Zullen we maar eventjes fietsbellen naar de ijscoman. Gaan we
- 10:38Speaker 1: even snel naar de ijscoman toe. Ga mij lekker een
- 10:40Speaker 1: ijsje eten. Myrthe. Ik vind wel dat jij heel goed
- 10:43Speaker 1: geslaagd bent voor het spelletje met het verkeer.
- 10:56Speaker 1: post post post. Waar is de post? Hier is de post.
- 11:01Speaker 1: Hier is de post. Myrthe. Ik heb heel veel brieven ontvangen.
- 11:05Speaker 1: En wil jij ook een berichtje achterlaten, dan kan je
- 11:08Speaker 1: dat doen via onze website. En dat is www.podcast.nl of
- 11:13Speaker 1: via onze Instagram. En dat is @podcast.
- 11:16Speaker 1: Ja, en als je daar een berichtje achterlaat, dan kan
- 11:19Speaker 1: het zomaar zijn dat we die eruit pikken, want het
- 11:20Speaker 1: zijn er zoveel, maar we proberen iedereen sowieso antwoord te geven.
- 11:24Speaker 1: Eerste berichtje Myrthe is van Yara. Hoi, Myrthe en papa Hans.
- 11:28Speaker 1: Ik ben Yara, ik ben 3 jaar en ik heb
- 11:30Speaker 1: net als jij een klein zusje. Zij heet Mia. Ik
- 11:34Speaker 1: luister graag naar je podcast en ik ben dol op
- 11:36Speaker 1: grapjes maken. Zo zette ik een keer de pannen uit
- 11:39Speaker 1: mijn speelkeukentje op mijn Duplohuis en zei Kijk, dat zijn dakpannen.
- 11:46Speaker 1: Dat is een goede grap. Kan je een keer een
- 11:49Speaker 1: podcast maken over grapjes. Groetjes, Yara. Ja. Ja, dat is
- 11:53Speaker 1: misschien wel leuk, hè, om een keertje een podcast te
- 11:55Speaker 1: maken over grapjes maken en moppen. Die zijn ook wel
- 11:57Speaker 1: heel erg leuk, toch? Ja. Oké, die schrijven niet een
- 12:00Speaker 1: hele goede. O, vertel. Waarom heeft de zebra strepen? M. Ja,
- 12:05Speaker 1: dat is een goede vraag. Dat weet ik eigenlijk niet.
- 12:07Speaker 1: omdat hij geen stippeljasje in de winkel kon kopen.
- 12:14Speaker 1: Ik denk dat we een keer een podcast moeten maken
- 12:16Speaker 1: over grapjes en moppen. Ik vind het een goed idee, Yara,
- 12:19Speaker 1: dank je wel voor je berichtje. Dan kreeg ik nog
- 12:21Speaker 1: een berichtje van Riven. Hoi Myrthe en papa, ik ben Riven,
- 12:24Speaker 1: ik ben 5 jaar. We hebben jullie podcast deze week
- 12:27Speaker 1: ontdekt en vinden het heel leuk om te luisteren. Ik
- 12:30Speaker 1: woon samen met mijn broer van 7, papa en mama
- 12:33Speaker 1: in Noord-Spanje. En ik vond de podcast over de politie
- 12:37Speaker 1: echt heel erg leuk. Ik wist niet dat kindjes niet
- 12:40Speaker 1: in de hand boeien mochten.
- 12:41Speaker 1: Ik kan Nederlands en Spaans praten. en wil de podcast
- 12:44Speaker 1: over Spanje nog een keer goed gaan luisteren. Zouden jullie
- 12:47Speaker 1: een keer een podcast willen maken over vroeger? Dat lijkt
- 12:50Speaker 1: me namelijk heel erg cool. Groetjes Riven. Dat is wel
- 12:53Speaker 1: leuk ook om een podcast te maken over vroeger. Want
- 12:56Speaker 1: weet je, Myrthe? Vroeger kon je bijvoorbeeld nog geen podcast luisteren.
- 13:00Speaker 1: Toen bestond dat nog niet. Nee, toen bestond er alleen
- 13:02Speaker 1: maar nog een telefoon om te bellen. Ja, maar ook
- 13:06Speaker 1: voor de telefoon had je niet eens een telefoon. O,
- 13:09Speaker 1: Dus misschien een keer een podcast over vroeger is ook
- 13:12Speaker 1: wel een heel leuk idee. Dank je wel voor je berichtje.
- 13:14Speaker 1: De buren bij ons hebben nog een oude telefoon. Zo
- 13:18Speaker 1: waar je zo met zo'n schijfje waar je mee kan bellen. Ja? O.
- 13:22Speaker 1: Dan kun je je telefoon ook nog niet meenemen? Nee,
- 13:25Speaker 1: zeker niet. Die zat gewoon vast. Ja. Dan kreeg ik
- 13:28Speaker 1: nog een berichtje van Philip. Lieve Myrthe, jij bent echt
- 13:31Speaker 1: heel lief. Ik vind jullie podcast heel erg leuk. En
- 13:33Speaker 1: we luisteren ze een beetje door elkaar.
- 13:35Speaker 1: Ik wil misschien op judo. Kunnen jullie een keer een
- 13:38Speaker 1: podcast maken over judo, zodat ik er meer van af weet. Groetjes,
- 13:41Speaker 1: Philip en mijn hele familie, en mama en papa. Nou,
- 13:44Speaker 1: dat is wel leuk. Weet je wat judo is, Myrthe? Ja.
- 13:47Speaker 1: Ik weet niet hoe ik het uit kan liggen. Ja,
- 13:49Speaker 1: judo is een sport. Dus dat is wel heel leuk.
- 13:52Speaker 1: Ja. Ja, en een klasgenoot van mij die die zit
- 13:56Speaker 1: of zat op judo. O, ja, heel cool. Ja, ik
- 14:01Speaker 1: vind het heel leuk. Dus die weet er wel heel
- 14:03Speaker 1: veel van. Misschien kunnen we daar een keertje dan van
- 14:06Speaker 1: alles aan vragen. Ja. Ja. Goed idee.
- 14:09Speaker 1: Dank je wel voor je berichtje, Philip. Even kijken, dan
- 14:11Speaker 1: kreeg ik nog een berichtje van Be. Hai Myrthe en
- 14:13Speaker 1: papa Hans, ik ben Be, ik ben 5 jaar. Ik
- 14:15Speaker 1: heb de podcast over Holland vanuit Spanje geluisterd. Volgend jaar
- 14:19Speaker 1: ga ik naar groep 3 en dan ben ik geen
- 14:21Speaker 1: kleuter meer, net als Myrthe.
- 14:23Speaker 1: Hoe gaat de podcast heten als je in groep drie zit?
- 14:25Speaker 1: Ik blijf gewoon luisteren met mijn moeder, want ik vind
- 14:28Speaker 1: de podcast echt superleuk. En het doeboek was ook geweldig. Groetjes, Be. Nou,
- 14:33Speaker 1: dank je wel, Beau, voor je berichtje. Superleuk. Ja, en
- 14:36Speaker 1: we krijgen veel vragen over of we doorgaan met de podcast. My,
- 14:39Speaker 1: wat hebben wij besloten? Ging
- 14:40Speaker 1: we door met de podcast of niet? Ja. Wij gaan
- 14:43Speaker 1: gewoon door met de podcast. Dus wij vinden het heel leuk.
- 14:46Speaker 1: Misschien de podcast tot 10. De podcast tot 10. Kunnen
- 14:51Speaker 1: we hem noemen? Vind ik ook een goede naam. Dus
- 14:53Speaker 1: met 11 kun je hem dan niet meer luisteren, dan
- 14:55Speaker 1: geef je hem een andere naam. Ik vind dat een
- 14:57Speaker 1: goed idee. Ik onthoud hem. Ik schrijf hem gelijk op.
- 15:01Speaker 1: Dank je wel voor je berichtje. um Ja, wil je
- 15:04Speaker 1: een berichtje achterlaten, dan kan dat. En vergeet vooral ook
- 15:06Speaker 1: niet om ons te abonneren. Want van abonneren kan je approperen, leren.
- 15:10Speaker 1: Kun je wat? Approperen, leren.
- 15:14Speaker 1: In ieder geval gewoon abonneren. Dan krijg je elke keer
- 15:16Speaker 1: een melding bij de nieuwe podcast. Want nu zal ik
- 15:19Speaker 1: je vertellen wanneer die online staat. Elke donderdag komt er
- 15:23Speaker 1: een nieuwe podcast. Wat zei je nou, elke donderdag? Ja.
- 15:27Speaker 1: Dat klopt inderdaad, Myrthe. Elke donderdag een nieuwe podcast, maar
- 15:30Speaker 1: deze donderdag eventjes niet. Ja.
- 15:33Speaker 1: Want we gaan eventjes een weekje op vakantie. Ja. Dus
- 15:37Speaker 1: volgende week heb je even geen kleuterpodcast. Maar daarna zijn
- 15:40Speaker 1: we gewoon weer terug. En Myrthe weten we al waar
- 15:42Speaker 1: de aflevering dan over gaat. Over spelletjes. Ik stel je
- 15:46Speaker 1: alvast verklappen. We gaan heel eventjes over spelletjes.
- 15:49Speaker 1: praten. En daarna gaan we de rest van de podcast
- 15:52Speaker 1: spelletjes spelen. O, nou, daar kijk ik nu al naar uit.
- 15:55Speaker 1: Ik hou van spelletjes. Ik ook. Niet van spelen dan, he? Nee. O, gelukkig. Myrthe,
- 16:00Speaker 1: ik zeg een fijne vakantie. En tot over twee weken.
- 16:04Speaker 1: Tot over 2 weken.
- 16:06Speaker 1: Doei.