Latest / Kleuter Podcast / HIJ KOMT HIJ KOMT.... | Kleuterpodcast #40
Transcript
- 0:00Speaker 1: Welkom bij je nieuwe kleuterpodcast. Ja, Myrthe, welkom bij je
- 0:05Speaker 1: nieuwe kleuterpodcast. Leuk dat je luistert en oh, vandaag. Waar
- 0:09Speaker 1: gaan we het over hebben, Myrthe? Over Sinterklaas.
- 1:05Speaker 1: Nou, Myrthe. We zeiden het al. Het gaat vandaag over Sinterklaas. Ja. Oh, spannend, hè?
- 1:10Speaker 1: Hij komt eraan. Ja. Ja. Vind je dat leuk? Sinterklaas? Ja.
- 1:15Speaker 1: Wat dat je pakjes krijgt. Ja, hij komt. Hij komt.
- 1:19Speaker 1: Die lieve goede Sint. Ja. Dan moet je liedjes zingen.
- 1:23Speaker 1: En opeens belt hij aan. En dan legt die pakjes neer.
- 1:27Speaker 1: En gelijk sjoef is die
- 1:28Speaker 1: alweer weg. En vorig jaar kwam die ook nog bij ons.
- 1:33Speaker 1: Toen kwam die op de laatste dag, toen hij wegging,
- 1:37Speaker 1: kwam die nog bij ons even gedacht, zeggen. Nou, dat
- 1:41Speaker 1: bij opa en oma. Ja, dat was wel heel speciaal. Inderdaad.
- 1:43Speaker 1: Kwam die gewoon echt binnen.
- 1:45Speaker 1: Nou, hij hij komt. Hij komt, want hij is er
- 1:48Speaker 1: nog niet. Waar moet hij vandaan komen, Myrthe? Van Spanje.
- 1:51Speaker 1: En hoe komt hij dan altijd uit Spanje? Met de stoomboot.
- 1:55Speaker 1: Dat is best wel een lange reis. Denk je dat
- 1:57Speaker 1: hij al onderweg is? Ja. Ja, ik denk het ook wel.
- 2:01Speaker 1: Ik denk wel dat hij op het eh op het
- 2:03Speaker 1: schip zit. Misschien nog niet, maar ik denk wel dat
- 2:05Speaker 1: hij op de boot zit. Maar ja, voordat hij op
- 2:07Speaker 1: de boot zit. Ik bedoel, hij zit het hele jaar
- 2:09Speaker 1: in Spanje.
- 2:10Speaker 1: Hij moet natuurlijk bijvoorbeeld cadeautjes inpakken. Cadeautjes inpakken. Maar hij
- 2:15Speaker 1: moet ook zijn eigen koffer inpakken. O ja? Ik denk
- 2:19Speaker 1: dat hij dat zelf doet. Of denk je dat hij
- 2:21Speaker 1: daar een Piet voor heeft die dat doet? Ik denk
- 2:23Speaker 1: dat hij wel hulp nodig heeft, want hij is al
- 2:25Speaker 1: zo oud. Ja, hè, dat denk ik ook. Maar wat
- 2:28Speaker 1: zal er dan? Wat zal hij dan moeten inpakken allemaal?
- 2:31Speaker 1: Zo'n tandenborstel. Zijn tandenborstel. Denk je dat hij een elektrische
- 2:35Speaker 1: tandenborstel heeft of een gewone tandenborstel?
- 2:37Speaker 1: E- elektrisch. Ja, toch wel elektrisch. Ja. Wat moet hij
- 2:41Speaker 1: nog meer meenemen dan? Zijn pyjama. O, dat is een goede.
- 2:44Speaker 1: Wat voor pyjama zal die hebben? Met allemaal lekkere dingen.
- 2:49Speaker 1: Wat wat die, wat de pieten allemaal schrooien en Sinterklaasletters. O,
- 2:54Speaker 1: dat is leuk. Ja. Een een een snoeppyjama eigenlijk. Ja. Ja.
- 3:00Speaker 1: En wat zal die dan nog meer moeten inpakken?
- 3:04Speaker 1: Zijn bed? Zijn bed. Hij heeft toch hier een eigen bed?
- 3:08Speaker 1: O ja.
- 3:09Speaker 1: Ik denk wel dat hij bijvoorbeeld ook uh shampoo moet
- 3:11Speaker 1: inpakken voor zijn baard. Speciale Ja, je moet toch speciale
- 3:15Speaker 1: zeep hebben om je baard zo mooi te houden. Hij
- 3:17Speaker 1: heeft toch altijd een supermooie witte baard. Ja. Ja, dus
- 3:20Speaker 1: dat moet je dan moet je wel even wassen af
- 3:22Speaker 1: en toe natuurlijk. Ja. Dus ik ik denk dat hij
- 3:24Speaker 1: wel een shampootje nodig heeft. Ja, dat denk ik wel.
- 3:28Speaker 1: En wat zou je dan nog meer moeten inpakken? Zijn
- 3:30Speaker 1: kleding en zijn mijter. Ja, ik wil net zeggen. Hij
- 3:33Speaker 1: heeft natuurlijk ook altijd een mijter. Hij heeft allemaal verschillende miters, hè.
- 3:37Speaker 1: Dus hij heeft een grote meter, een kleine meter, een
- 3:40Speaker 1: hele mooie meter. Maar hij heeft ook een pet.
- 3:44Speaker 1: Ah, Sinterklaas. Ja, voor de zon. Ja, Sinterklaas heeft ook
- 3:47Speaker 1: een pet. En volgens mij op de boot draagt hij
- 3:49Speaker 1: meestal een pet. Want de mijter waait natuurlijk een beetje af.
- 3:53Speaker 1: Maar als die aankomt met de boot, dan zet hij
- 3:55Speaker 1: natuurlijk wel zijn mijter op. Ja. Maar als hij op
- 3:57Speaker 1: zee zit, dan doet hij, denk ik zijn pet op.
- 3:59Speaker 1: Weet je ook hoe dat dan heet, wat hij dan
- 4:01Speaker 1: nog meer aan heeft? H. Want hij heeft altijd zo'n
- 4:04Speaker 1: hele mooi wit gewaad aan. Weet je hoe dat heet?
- 4:06Speaker 1: Ik denk een cape.
- 4:08Speaker 1: Ja, Nee, hij heeft uh. Dus dat is inderdaad zijn mantel.
- 4:12Speaker 1: Zijn zijn mantel, dat is dat rooie inderdaad. Dat hele lange.
- 4:15Speaker 1: Dat is een soort cape inderdaad. Ja. Ja, dat heet
- 4:17Speaker 1: zijn mantel. En dan heeft hij daaronder heeft hij nog
- 4:20Speaker 1: zo'n witte soort jurk. Weet je hoe dat heet? Nee.
- 4:24Speaker 1: Dat heet een al
- 4:25Speaker 1: Obe. Of zijn tabberd wordt het ook wel genoemd. Obe? Ja,
- 4:29Speaker 1: als je Sinterklaas ziet, dan moet je maar kijken. Zo'n
- 4:31Speaker 1: heel mooi wit gewaad, dat hij onder zijn mantel aanheeft.
- 4:35Speaker 1: O ja, dat weet ik wel. En dan heeft hij
- 4:37Speaker 1: ook nog. Wat heeft hij altijd in zijn aan aan
- 4:40Speaker 1: zijn handen. Handschoenen. Heeft hij altijd handschoenen. Weet je ook
- 4:44Speaker 1: welke kleur die zijn? Ja. Welke kleur? Ook wit. Die
- 4:47Speaker 1: zijn ook wit. Dus die daar. Waarom heeft hij eigenlijk
- 4:49Speaker 1: wel handschoenen?
- 4:51Speaker 1: Ja, dat is een goede vraag. Dat is een hele
- 4:54Speaker 1: goede vraag. Waarom heeft hij handschoenen? Ik zou het niet weten. Ja,
- 4:57Speaker 1: ik ook niet. Maar die zijn wel altijd mooi wit.
- 5:00Speaker 1: Dus dan zal hij altijd verschillende handschoenen aan moeten trekken.
- 5:04Speaker 1: Dus hij zal er heel veel bij zich hebben. Hij
- 5:06Speaker 1: heeft ook nog altijd iets in zijn hand. E staf.
- 5:08Speaker 1: Zijn staf. Ja. Anders kan hij niet lopen? Nee, inderdaad.
- 5:12Speaker 1: Anders kan-ie heel moeilijk lopen. Hij is al een oude meneer, he.
- 5:14Speaker 1: Dus dan heeft hij wel een beetje hulp nodig met
- 5:17Speaker 1: de staf. Maar weet je wat mij een beetje is opgevallen? Nee.
- 5:20Speaker 1: Volgens mij heeft Sinterklaas niet één staf. Hè Is je
- 5:23Speaker 1: dat wel eens opgevallen? Ik denk dat Sinterklaas verschillende staffen meeneemt. Hoezo? Ja,
- 5:30Speaker 1: de ene keer heeft hij een een hele hele grote.
- 5:34Speaker 1: De andere keer heeft hij eentje met allemaal diamanten erop.
- 5:36Speaker 1: Hij wil elke keer een andere staf. En ik snap
- 5:39Speaker 1: het ook wel, want het is toch een beetje een soort.
- 5:42Speaker 1: Een hele mooie. Ja, en dan kan je elke keer
- 5:45Speaker 1: iets anders dragen.
- 5:48Speaker 1: Ja. Sommigen zijn heel zwaar. Sommigen zijn heel licht. Ja,
- 5:51Speaker 1: wij hadden de vorige keer een hele zware. Zo, die
- 5:54Speaker 1: was heel zwaar, hè? Die mochten we even vasthouden van Sint. Zo,
- 5:57Speaker 1: die was echt heel zwaar. Ja, want we moesten hem
- 5:59Speaker 1: effe neerzetten. Zo. Nou, toen dacht ik wel. Ik heb
- 6:03Speaker 1: het te doen met Sinterklaas. Ja, zelfs je had de
- 6:06Speaker 1: hulp nodig. Zo zwaar als die. Ja. Sinterklaas komt natuurlijk
- 6:10Speaker 1: uit Spanje. Nou hebben we een beetje doorgenomen wat hij
- 6:12Speaker 1: in zijn koffer heeft.
- 6:14Speaker 1: Maar jij zei ook al. Hij neemt ook cadeautjes mee. Ja.
- 6:18Speaker 1: Hoeveel cadeautjes neemt hij wel niet mee, denk je? 1000
- 6:21Speaker 1: of zo. Zoveel 1000 of miljard. Zoo. Dat dat allemaal
- 6:26Speaker 1: maar past, hè? In die stoomboot van. Ja, maar je.
- 6:28Speaker 1: Maar de stoomboot is ook wel heel groot. Dat is waar.
- 6:32Speaker 1: Hij heeft 2 verdiepingen. Ik denk wel meer verdiepingen zelfs
- 6:35Speaker 1: volgens mij wel 4.
- 6:37Speaker 1: past echt wel heel veel in om die cadeautjes in
- 6:40Speaker 1: te pakken. Wat heeft-ie daarvoor noodig om dat mee te nemen?
- 6:43Speaker 1: Een zak. Een zak. Ja. En daar heb je ook
- 6:46Speaker 1: een liedje voor de zak van Sinterklaas. Sinterklaas, Sinterklaas de
- 6:52Speaker 1: zak van Sinterklaas. Zoo jongens, jongens t is zoo'n baas
- 6:56Speaker 1: en bergen en bergen en bergen suikergoed, zoo zoo zoo
- 7:04Speaker 1: en zoo zoet.
- 7:04Speaker 1: Ja. Om die cadeautjes in te pakken heb je ook
- 7:07Speaker 1: heel veel inpakpapier nodig. Ja, misschien wel tuinrollen of zo.
- 7:12Speaker 1: Zo echt heel veel rollen. En. Of misschien wel meer rollen.
- 7:16Speaker 1: En heb je dan nog meer nodig? Ja. Wat dan? Plakband? Plakband. Ja,
- 7:21Speaker 1: je hebt ook heel veel plakband nodig. Ja. Nou, ik
- 7:23Speaker 1: denk dat die uh. Zo, dat je. Ja. Maar de Pieten,
- 7:26Speaker 1: denk ik. Ik denk dat
- 7:28Speaker 1: Pieten dat doen. Ja, dat denk ik ook dat de
- 7:29Speaker 1: Pieten dat allemaal meenemen. Daar heb je gelijk in. Ja,
- 7:32Speaker 1: want Sinterklaas kan natuurlijk niet zo goed lopen. En als
- 7:34Speaker 1: die dan zijn staf niet vasthoudt. Je moet het wel
- 7:37Speaker 1: met twee handen doen. Maar dan moet Sinterklaas wel blijven staan. Ja.
- 7:42Speaker 1: Dus ik denk dat de Piet het voor zijn voor
- 7:44Speaker 1: hem doet. Ja.
- 7:47Speaker 1: Nou heeft Sinterklaas nog iets mee altijd. Sinterklaasboek. Het grote
- 7:53Speaker 1: Sinterklaasboek inderdaad. En wat staat er allemaal in dat Sinterklaasboek,
- 7:56Speaker 1: denk je? En. Dat weet ik niet.
- 7:59Speaker 1: Staan er verhaaltjes in, denk je dat hij gewoon lekker
- 8:01Speaker 1: kan lezen? Nee. Wat dan? Of de kinderen of de
- 8:05Speaker 1: mensen stout zijn geweest of niet? O. En wat zal
- 8:10Speaker 1: er dan in het boek staan over jou, denk je?
- 8:12Speaker 1: Ik denk dat dat dus er staat dat ik lief
- 8:15Speaker 1: ben geweest. Wat staat erin? Dat ik lief ben geweest. Ha.
- 8:19Speaker 1: Dat denk ik ook. Ja. Maar
- 8:23Speaker 1: Ik durf het bijna niet te vragen. Wat denk je
- 8:25Speaker 1: dat er in het grote boek staat over mij? Ah,
- 8:29Speaker 1: ik denk dat jij ook weer lief bent geweest. O, gelukkig.
- 8:33Speaker 1: Ik was even bang dat er kwam te staan dat
- 8:35Speaker 1: ik stout ben geweest. Nee. O, gelukkig. Gelukkig.
- 8:40Speaker 1: Jij zei al Hij komt met de stoomboot, komt hij
- 8:42Speaker 1: naar Nederland. Ja. Dan neemt hij heel veel dingen mee. Ja.
- 8:47Speaker 1: We hebben al de koffer van Sinterklaas ingepakt. We hebben
- 8:50Speaker 1: al de cadeautjes ingepakt in de stoomboot. Moet er dan
- 8:54Speaker 1: nog iets mee? Ja. Wat dan? De Pieten?
- 8:57Speaker 1: de Pieten. Heel goed. Ja. En ik ken nog een
- 9:00Speaker 1: liedje over Piet Pietje Sinterklaasje Pietje Sinterklaasje Pie Pietje Sinterklaasje.
- 9:12Speaker 1: Dit is de Pieter Sinterklaas.
- 9:16Speaker 1: Er zouden nog meer mee kunnen gaan in de boot
- 9:27Speaker 1: van Sinterklaas. Het lekkers. En wat voor lekkers dan? De
- 9:33Speaker 1: pepernoten en de schuimpjes en de chocoladeletters. O, dat is
- 9:39Speaker 1: goed dat je dat zegt. De chocoladeletters en deummetjes en deummetjes. O,
- 9:45Speaker 1: en wat voor
- 9:46Speaker 1: chocoladeletter zou ik dan krijgen. Ik denk dat ik. Ik
- 9:49Speaker 1: denk dat ik het weet. Ik krijg, denk ik de
- 9:51Speaker 1: letter van papa. Nee. Oh, dan krijg ik de K
- 9:55Speaker 1: van kleuterpodcast. Nee. Wat voor letter zou ik dan krijgen?
- 10:00Speaker 1: De he. De he? Ja, van Hans. Want jij heet Hans. Oh.
- 10:05Speaker 1: En dan krijg jij denk ik de de van dochter.
- 10:11Speaker 1: Want jij bent mijn dochter. Nee.
- 10:15Speaker 1: Dan krijg jij de van zusje. Nee. Dan krijg jij
- 10:23Speaker 1: de G van Gekkie. Nee. Welke letter krijg je dan?
- 10:28Speaker 1: De van Oh, ik weet het. De M van M. Lekker. Nee,
- 10:31Speaker 1: van Myrthe. O, is dat het? Want ik heet Myrthe.
- 10:35Speaker 1: Dat is waar. Dat is waar. Myrthe. Ja. Ik denk
- 10:39Speaker 1: dat het tijd is voor een spelletje. Ja.
- 10:41Speaker 1: En jij had dat spelletje bedacht. Ja. Vertel. Wat gaan
- 10:45Speaker 1: we doen voor spelletje? Een Sinterklaas komt naar Nederland en
- 10:48Speaker 1: hij neemt mee. Sinterklaas komt naar Nederland. En hij neemt mee.
- 10:53Speaker 1: Eigenlijk is het spelletje dan een
- 10:57Speaker 1: Ik ga op reis en ik niet mee, maar dan
- 10:59Speaker 1: van Sinterklaas. Ja, dus dan mogen we ook alleen maar
- 11:02Speaker 1: Sinterklaasdingen zeggen. die Sinterklaas zou met Sinterklaas te maken. Oké,
- 11:06Speaker 1: wie begint er? Ik. Vertel.
- 11:10Speaker 1: Sinterklaas komt naar Nederland en hij neemt cadeautjes. Sinterklaas komt
- 11:18Speaker 1: naar Nederland en hij neemt mee cadeautjes en pepernoten. Sinterklaas
- 11:23Speaker 1: komt naar Nederland en hij neemt cadeautjes, pepernoten en snoepgoed.
- 11:32Speaker 1: Sinterklaas gaat op reis en hij neemt mee cadeautjes, pepernoten,
- 11:37Speaker 1: snoepgoed en zijn staf.
- 11:40Speaker 1: Sinterklaas komt naar Nederland en hij neemt mee.
- 11:45Speaker 1: Cadeautjes.
- 11:47Speaker 1: Pepernoten, snoepgoed, stof.
- 11:52Speaker 1: en zijn meters.
- 11:54Speaker 1: Sinterklaas komt naar Nederland en hij neemt mee cadeautjes, pepernoten, snoepgoed,
- 12:02Speaker 1: zijn staf en zijn meter en o zo snel.
- 12:08Speaker 1: O ja, vart. Ja.
- 12:11Speaker 1: Sinterklaas komen bij Nederland en mee cadeautjes, pepernoten, snoepgoed.
- 12:21Speaker 1: Sf mijten
- 12:27Speaker 1: O, zo snel.
- 12:31Speaker 1: Als zijn P Sinterklaas komt naar Nederland en hij neemt
- 12:35Speaker 1: mee cadeautjes, pepernoten, snoepgoed.
- 12:41Speaker 1: Zijn staf
- 12:43Speaker 1: zijn meters
- 12:46Speaker 1: O, zo snel zijn Pieten en
- 12:51Speaker 1: verlanglijstjes.
- 12:54Speaker 1: Sinterklaas komt naar Nederland en hij neemt mee cadeautjes, pepernoten, snoepgoed.
- 13:05Speaker 1: Sf mijter.
- 13:09Speaker 1: O, zo snel.
- 13:13Speaker 1: De Pieten.
- 13:16Speaker 1: De verlanglijstjes en het grote Sinterklaasboek. Hoehoe. Hij wordt nou
- 13:21Speaker 1: wel heel moeilijk. My, Sinterklaas komt naar Nederland en hij
- 13:26Speaker 1: neemt mee cadeautjes, pepernoten, snoepgoed, een staf.
- 13:34Speaker 1: meters.
- 13:36Speaker 1: O, zo snel zijn Pieten.
- 13:40Speaker 1: verlanglijstjes en
- 13:47Speaker 1: O, ik weet het echt niet meer, Myrthe. Ik denk
- 13:49Speaker 1: dat ik af ben.
- 13:51Speaker 1: Ik heb gewonnen. Ik heb gewonnen. Jij wint altijd met
- 13:56Speaker 1: dit soort spelletjes. Jij bent geslaagd. Jij weet precies wat
- 14:00Speaker 1: Sinterklaas meeneemt naar Nederland.
- 14:06Speaker 1: Ik denk dat ik op zoek ga naar de grote
- 14:08Speaker 1: Sinterklaaszak vol met post. Waar is de Sinterklaaspost? Waar is
- 14:16Speaker 1: het Grote Boek? Waar is het Grote Boek? Waar is
- 14:20Speaker 1: het Grote Boek.
- 14:23Speaker 1: Jij bent een grapjas. Ik heb Myrthe. Ik heb weer
- 14:26Speaker 1: heel veel berichtjes binnengekregen via onze Instagram @ kleuterpodcast.nl en
- 14:32Speaker 1: via de mail en via Spotify en Apple zelf. Myrthe,
- 14:37Speaker 1: het eerste berichtje is van May.
- 14:39Speaker 1: En uh May, die schrijft heeft namelijk ook mooi met
- 14:42Speaker 1: deze podcast te maken. May die schrijft Hoi Myrthe en
- 14:44Speaker 1: haar papa, ik vind jullie podcast superleuk. Zet jouw papa
- 14:48Speaker 1: ook zijn schoen. Mijn papa zegt dat hij grote cadeau
- 14:51Speaker 1: krijgt grotere cadeaus krijgt in zijn schoen, omdat hij grotere
- 14:55Speaker 1: schoenen heeft.
- 14:56Speaker 1: is dat bij jou ook zo? Groetjes mee. Krijg ik
- 14:59Speaker 1: grotere cadeaus omdat ik grotere schoenen heb. Myrthe. Ah, dat
- 15:02Speaker 1: weet ik niet. Ik denk niet dat het zo werkt.
- 15:05Speaker 1: Ik denk mee dat het zo werkt. Wie het liefst is,
- 15:08Speaker 1: krijgt het grootste cadeau. Ja. Wie het liefst van Nederland is,
- 15:12Speaker 1: krijgt het allergrootste cadeau. Ja. En soms zijn hele kleine
- 15:16Speaker 1: cadeautjes zijn eigenlijk hele grote cadeaus.
- 15:18Speaker 1: Want sommige kleine cadeautjes zijn veel duurder dan de grote cadeaus.
- 15:24Speaker 1: Dus het gaat meestal niet om het grote cadeau, maar
- 15:26Speaker 1: of je er blij mee bent. Dat is het belangrijkste. Ja.
- 15:29Speaker 1: En weet je wat jij soms ook krijgt? Wat krijg
- 15:32Speaker 1: ik soms in m'n schoen? Een mandarijntje. Ja, dat klopt.
- 15:36Speaker 1: Ik krijg soms een mandarijn. Maar ik ben heel blij
- 15:39Speaker 1: met een mandarijntje, want ik hou van mandarijntjes. Ja, en
- 15:41Speaker 1: vooral een yoghurt.
- 15:43Speaker 1: Ja, in mijn yoghurt vind ik dat heerlijk. um Dan
- 15:46Speaker 1: kreeg je nog een berichtje binnen van Seth, Hoi Myrthe,
- 15:48Speaker 1: ik ben Seth, ik ben 5 jaar en ik heb
- 15:51Speaker 1: een babybroertje Ezra en een grote broer, Lucas. Ik vind
- 15:55Speaker 1: het leuk om samen met mijn broers in de auto
- 15:57Speaker 1: naar de kleuterpodcast te luisteren. Ik leer heel veel van jullie.
- 16:00Speaker 1: Ik ben fan van heel veel dieren zoals krokodillen, vogels
- 16:03Speaker 1: en olifanten. Groetjes van Seth en mijn broertje Ezra en Lucas.
- 16:08Speaker 1: Dank je wel, Seth, voor je berichtje. Ja.
- 16:10Speaker 1: Wij zijn ook fan van heel veel verschillende dieren. Ja. Ja.
- 16:14Speaker 1: Maar ook van de kleuterpodcast. Maar ook van de kleuterpodcast.
- 16:17Speaker 1: Want wij luisteren hè, de kleuterpodcast zelf ook gewoon. Precies.
- 16:23Speaker 1: Dan krijg ik nog een berichtje van Ella. Lieve Myrthe.
- 16:27Speaker 1: Je hebt de leukste podcast. Wil je mijn vriendin worden. Groetjes, Ella.
- 16:31Speaker 1: Dat wil ik wel. Ik vind dat iedereen die luistert.
- 16:35Speaker 1: eigenlijk een beetje een vriendje of vriendinnetje van ons is, toch? Ja? Ja,
- 16:38Speaker 1: vind ik wel. Dus Ella. Ja, Myrthe is je vriendin. Ja.
- 16:43Speaker 1: Dan krijg ik nog een berichtje van Nout. En Nout
- 16:46Speaker 1: schrijft Hallo, Myrthe, ik luister altijd. O, wat krijgen we nou?
- 16:51Speaker 1: Sint
- 16:54Speaker 1: Hallo Sinterklaas. Dag
- 16:57Speaker 2: met met met Hans en met met Myrthe. Ja. Goeie-. Goedemiddag,
- 17:05Speaker 2: zeg ik. Ik was even een een middagje aan het doen.
- 17:09Speaker 2: Sinterklaas moet wel goed uitrusten, zoals je zult begrijpen, hè.
- 17:15Speaker 1: Nou. Wat leuk dat Sinterklaas
- 17:17Speaker 2: Nou. Ik heb wel even tijd om te bellen, hoor. Zeg.
- 17:21Speaker 2: Hoe is het ermee? Lieve schat. Ja. Zijn jullie nog steeds.
- 17:26Speaker 2: Ik weet niet of jullie dat nog steeds doen, hoor.
- 17:29Speaker 2: Maar help Sinterklaas is. Doen jullie nog steeds met de
- 17:34Speaker 2: radio met met met Piet Piet Piet.
- 17:43Speaker 2: de podcast, zeg. Ja, Sinterklaas was even vergeten hoe dat
- 17:47Speaker 2: ook alweer heet. Wat kan ik voor jullie doen? Want
- 17:50Speaker 2: de Pieten zijn zijn ook net wakker. En we moeten
- 17:52Speaker 2: straks weer aan de slag om om de de de
- 17:55Speaker 2: kolen klaar te maken. En om de cadeautjes langzaam in
- 18:00Speaker 2: te gaan kopen, hè. En het zou zomaar kunnen dat
- 18:02Speaker 2: er ook weer wat voor meer tussen zit hoor, dit jaar.
- 18:06Speaker 1: Nou. Nee, ik wil dat zeggen. Ik ben benieuwd of
- 18:07Speaker 1: er wat vermeerd tussen zit. Wij. Wij hebben het erover
- 18:10Speaker 1: gehad van wat moet u allemaal zelf in uw koffer meenemen?
- 18:14Speaker 1: Wat
- 18:14Speaker 2: ik zelf in mijn koffer meeneem. Ja. Wat een leuke vraag, zeg.
- 18:18Speaker 2: Wat leuk dat jullie dat willen weten. Dat jullie ook
- 18:21Speaker 2: eens wat van Sinterklaas willen weten. Nou, wat denk je
- 18:25Speaker 2: dat ik allemaal in mijn koffer meeneem? Je kleren. Ja,
- 18:30Speaker 2: dat klopt. En niet te vergeten altijd een reservesetje kleding, hè.
- 18:38Speaker 2: Want stel dat Sinterklaas. Ik heb er nogal een handje
- 18:41Speaker 2: van om als ik aan het eten ben, dat ik
- 18:44Speaker 2: dan wat mors.
- 18:45Speaker 2: Dan heb ik altijd een reserve setje. En dan kan
- 18:49Speaker 2: het huidige setje zo deband in, hè.
- 18:53Speaker 1: Dat is wel heel handig.
- 18:55Speaker 2: Dat is slim, hè. Maar daarom heb ik wel een
- 18:57Speaker 2: hele grote koffer nodig.
- 19:00Speaker 1: Ja. Dat snap ik wel. En. En heeft u ook
- 19:03Speaker 1: altijd extra handschoenen bij ons bij u.
- 19:06Speaker 2: Ik heb ook altijd een extra zetje handschoenen bij me. Jazeker.
- 19:11Speaker 2: Ja zeker. Want daar geldt hetzelfde voor hè. Als ik
- 19:15Speaker 2: als ik wel eens iets aanraak, ik kan een knoeipot
- 19:18Speaker 2: zijn hoor.
- 19:21Speaker 1: Nou. Wat leuk dat u de tijd neemt. Sinterklaas om
- 19:24Speaker 1: om om in onze podcast te bellen. Ja.
- 19:27Speaker 2: Ja. Ik heb nog zeker een minuut lieverd. Dus zeg
- 19:29Speaker 2: het maar
- 19:29Speaker 1: hoor. Wil je nog iets weten, Myrthe van Sinterklaas. Waarom
- 19:32Speaker 1: heb je eigenlijk handschoenen aan
- 19:35Speaker 2: Goeie vraag. Dat heeft twee redenen. Enerzijds vind ik het
- 19:40Speaker 2: lekker om zo'n stofje op mijn handen te voelen.
- 19:43Speaker 2: En aan de andere kant heeft het te maken met
- 19:45Speaker 2: Stel dat ik eten klaarmaak of het grote boek open.
- 19:49Speaker 2: Dan blijft het grote boek ook schoon. Want op je
- 19:52Speaker 2: handen zitten natuurlijk allerlei bacteriën en dergelijke. Maar mijn handschoenen
- 19:57Speaker 2: blijven altijd schoon.
- 19:59Speaker 1: Nou, helemaal duidelijk. Ja, Sinterklaas staat er wat liefs over
- 20:04Speaker 1: ons in het Grote Boek.
- 20:06Speaker 2: Er staat wel het een en ander in het grote boek.
- 20:09Speaker 2: Maar dat komt later.
- 20:11Speaker 1: Spannend.
- 20:12Speaker 2: Ja. Ja, dat ga ik nu nog niet verklappen, hoor.
- 20:15Speaker 2: Maar lieve Myrthe. Het is allemaal hartstikke positief. Want volgens
- 20:20Speaker 2: mij heb jij het weer fantastisch gedaan afgelopen jaar. En
- 20:23Speaker 2: heb jij zeker wel een prachtig cadeautje verdiend, hoor. Ja. Absoluut.
- 20:29Speaker 1: Nou ik Sinterklaas een hele goede reis gewenst dan naar
- 20:32Speaker 1: Nederland toe.
- 20:33Speaker 2: Ja. Dat wordt weer wat hoor. Ja. Ik word geroepen
- 20:39Speaker 2: door Piet. Ik moet nu echt gaan. Dag lieverd.
- 20:41Speaker 1: Doei. Dag Sinterklaas.
- 20:43Speaker 2: Dag Dag. Dag hoor. Dag hoor. Dag.
- 20:52Speaker 1: Nou ja,
- 20:54Speaker 1: Wat was dit nou? Ja, Sinterklaas. Ik ben heelemaal. Hoe
- 20:59Speaker 1: kan nou Sinterklaas ons bellen? Ja.
- 21:02Speaker 1: Zo. Dat is wel effe niet. Ja, het staat er
- 21:05Speaker 1: echt Sinterklaas. Nou ja.
- 21:08Speaker 1: Ik ben helemaal. Ik ben helemaal een beetje verbaasd. Maar
- 21:12Speaker 1: ik denk dat die dat we geen briefje meer in
- 21:15Speaker 1: onze schoen hoeven te leggen. Dat die dat die dat
- 21:20Speaker 1: die naar onze podcast moet luisteren. Want hij luistert, denk
- 21:24Speaker 1: ik al. Ja, want hij weet het al. Nou, ik
- 21:26Speaker 1: ben helemaal verbaasd. Myrthe. Ja, ik ook niet verwacht u
- 21:31Speaker 1: dat ik niet verwacht.
- 21:33Speaker 1: Hoe kan dat nou ineens alsof die wist dat wij
- 21:37Speaker 1: zitten op te nemen. Ja, Sinterklaas weet natuurlijk alles, hè?
- 21:40Speaker 1: O ja. Ja, er stond echt Sinterklaas. Ik dacht ineens, Sinterklaas. Ja,
- 21:46Speaker 1: ik zag opeens. Ik zag dat je gebeld had. En
- 21:49Speaker 1: toen lees ik het. En toen zag ik ineens Sinterklaas staan.
- 21:52Speaker 1: Er stond ineens Sinterklaas op mijn telefoon. Ik snap het
- 21:55Speaker 1: ook niet. Ja, Misschien heeft hij alle nummers.
- 21:58Speaker 1: Ja. Dat zal dan wel. Ja. Maar hij zei de
- 22:01Speaker 1: eerste keer zei hij het een beetje fout. Want hij hij.
- 22:06Speaker 1: Hij is ook al een beetje oud. Ja. Hij zei
- 22:08Speaker 1: Hij zei Pietkast. Ja. Dat bedoel je. Ja. Ja. Ja. Ja.
- 22:13Speaker 1: Maar ik denk dat hij ook aan zijn Pieten. Ja.
- 22:16Speaker 1: Dat denk ik ook. Dat denk ik ook.
- 22:18Speaker 1: Myrthe, wij zijn aan het einde gekomen van de kleuterpodcast
- 22:22Speaker 1: voor deze week over Sinterklaas. Hij komt, hij komt.
- 22:26Speaker 1: Ja. Volgende week Myrthe. Waar gaan we het volgende week
- 22:29Speaker 1: over hebben? Weer over Sinterklaas. Weer over Sinterklaas. Want volgende
- 22:33Speaker 1: week dan is-ie in het land. Ja. Dus dan moeten
- 22:37Speaker 1: we dat natuurlijk wel eventjes over Sinterklaas hebben. Ja. En
- 22:39Speaker 1: dan gaan we naar
- 22:41Speaker 1: de liedjes zingen. En onze schoen zetten. Ja. Zeker weten. Myrthe,
- 22:46Speaker 1: ik zou zeggen Tot de volgende keer. Tot de volgende keer.
- 22:50Speaker 1: Oi!