Latest / Kleuter Podcast / HALLOWEEN | Kleuterpodcast #37
Transcript
- 0:00Speaker 1: Disclaimer. Deze podcast is niet geschikt voor papa's en mama's
- 0:04Speaker 1: die bang zijn.
- 0:05Speaker 2: Nee, papa, het is helemaal niet eng.
- 0:10Speaker 2: Welkom bij je nieuwe kleuterpodcast.
- 0:15Speaker 1: Ja, welkom bij je nieuwe kleuterpodcast. Myrthe. Waar gaan we
- 0:17Speaker 1: het vandaag over hebben?
- 0:18Speaker 2: Over Hello.
- 1:14Speaker 1: Poe! Oh, dat was echt een gemeen lachje ook die hè.
- 1:20Speaker 1: Oeh, ik werd gelijk helemaal bang van deze podcast. Myrthe.
- 1:23Speaker 1: Vandaag gaan we het hebben over Halloween. um Jij ziet
- 1:26Speaker 1: er ook uh uit als een hekje. Ja. Je bent
- 1:33Speaker 1: helemaal verkleed als heks. Je hebt een heksen hoed op.
- 1:35Speaker 1: Je hebt een heksenjurk op.
- 1:37Speaker 2: zwarte benen.
- 1:39Speaker 1: Een zwarte legging
- 1:40Speaker 2: eronder. En en
- 1:41Speaker 1: sokken zwart en zwarte sokken. Je heksenpakje is dan wel
- 1:44Speaker 1: roze met blauw en paars. Ja, dan maar gelijk de vraag.
- 1:47Speaker 1: Wat is Halloween dan.
- 1:49Speaker 2: Dan mag je langs de huizen mag je lekker met
- 1:52Speaker 2: met optocht meedoen. En dan kan je kan je lekker
- 1:56Speaker 2: langs de huizen. En weet je wat. Dan mag je
- 1:58Speaker 2: lekker langs alle huizen snoep halen.
- 2:02Speaker 1: Jij houdt meestal niet zo van enge dingen. Ik ook niet.
- 2:05Speaker 1: Dat vind ik eigenlijk nooit leuk, enge dingen. Maar bij Halloween,
- 2:08Speaker 1: dan vind jij het ineens wel leuk.
- 2:10Speaker 2: Ja, want dan mag je lekker snoepjes eten. Ja,
- 2:12Speaker 1: want vorig jaar dachten we nog van Nou, dat scheelt
- 2:14Speaker 1: te eng. Dat wil jij niet? Nou, jij liep zo
- 2:17Speaker 1: langs alle enge mensen naar de snoepjes toe. Ja.
- 2:21Speaker 1: Hier in de straat en gewoon in de hele wijk
- 2:24Speaker 1: zijn heel veel huizen helemaal versierd. En wat zie je
- 2:27Speaker 1: dan voor dingen bij Halloween hangen? Eh, pompoenen. Ja, heel
- 2:31Speaker 1: veel pompoenen. En dan uh. Een spinnen. Maar jij hebt
- 2:34Speaker 1: ook een pompoen gemaakt, toch, Myrthe? Ja.
- 2:35Speaker 2: Bij een kinderfeestje.
- 2:37Speaker 1: En is dat moeilijk
- 2:38Speaker 1: om te maken? Ja,
- 2:39Speaker 2: heel moeilijk. Want want dan moet je snijden. En dat
- 2:42Speaker 2: is juist het moeilijkste. Want dat zit heel strak vast.
- 2:47Speaker 2: En als je dan het dekseltje ervan af hebt gemaakt.
- 2:50Speaker 2: dan moet je al dat spul wat erin zit, moet
- 2:53Speaker 2: je dan eruitlepelen.
- 2:54Speaker 1: Dat weet je hoe ze dat noemen? Het vruchtvlees. Daar
- 2:57Speaker 1: maak je bijvoorbeeld. Daar kan je bijvoorbeeld de lekkere pompoensoep
- 3:00Speaker 1: van maken. Niet van de pitjes, maar wel van het vruchtvlees.
- 3:03Speaker 1: En. Dan moet je er inderdaad uithalen. En dan kan
- 3:05Speaker 1: je er een gezichtje van maken.
- 3:06Speaker 2: Ja, dan kan je of kan je dan een dichtmaken
- 3:10Speaker 2: met met een stift er op tekenen of of kan
- 3:14Speaker 2: je het snijden.
- 3:17Speaker 1: Wat is nou zo leuk aan Halloween, behalve de snoepjes? Ja,
- 3:20Speaker 2: eigenlijk twee of drie dingen. Wat dan? Dat dat alles
- 3:26Speaker 2: versierd is.
- 3:29Speaker 2: En dat die pompoenen bij de huis staan, vind ik
- 3:32Speaker 2: wel grappig. Ja. En die spinnen op dat witte en
- 3:36Speaker 2: de bomen zo wit. En dat je verkleed mag. Ja,
- 3:40Speaker 1: dat verkleden, dat snap ik ook wel. Een beetje een
- 3:41Speaker 1: soort carnaval. Met carnaval mag je ook verkleed. En nu
- 3:44Speaker 1: mag je ook verkleed. Alleen nu kies je vaak iets.
- 3:46Speaker 1: En zijn. Ja.
- 3:48Speaker 1: Dat vind ik nooit zo leuk.
- 3:49Speaker 2: Bijvoorbeeld een vleermuis. Ja. Of een heks. Ja. Maar ik
- 3:52Speaker 2: ben nu
- 3:53Speaker 1: een heks. Ja. Een klein heksje ben je. Mijn zusje
- 3:56Speaker 2: is soms ook een hekje, want die heeft de hoed
- 3:59Speaker 2: vaak op.
- 4:00Speaker 1: Precies. En je moeder, die is ook vaak een heks,
- 4:02Speaker 1: want die heeft vaak een bezemstil. Ja.
- 4:06Speaker 1: Wist je dat toen papa klein was er nog helemaal
- 4:09Speaker 1: geen Halloween was hier? Nee? Nee. Nou, ik heb het
- 4:12Speaker 1: nooit gevierd.
- 4:13Speaker 2: Dus. Dus toen je groot was, dan dacht je ineens
- 4:16Speaker 2: Wat is dit voor feest?
- 4:18Speaker 1: Ja. Toen dacht ik ineens Wat is dit voor een
- 4:20Speaker 1: eng raar feest. En nu ineens is er heel veel Halloween.
- 4:24Speaker 1: Want ik kreeg ook al berichtjes van mensen van Huh, Halloween. Ja,
- 4:28Speaker 1: niet over
- 4:28Speaker 1: rol wordt Halloween nog gevierd. Bij sommigen wordt Sint Maarten gevierd.
- 4:32Speaker 1: Weet je wat Sint Maarten is? Nee. Sint Maarten is
- 4:35Speaker 1: dan gaan kinderen met lampionnen langs de deuren. en dan
- 4:39Speaker 1: gaan ze een liedje zingen. En volgens mij is dat
- 4:42Speaker 1: Sint Maarten, Sint Maarten, de koeien hebben staarten. En dan
- 4:46Speaker 1: kunnen ze ook iets lekkers ophalen bij de huizen.
- 4:48Speaker 2: Gaan ze dan ook snoepjes ophalen?
- 4:50Speaker 1: Ja, dat is Sint Maarten. Maar dat wordt bij ons
- 4:53Speaker 1: niet gevierd. En bij ons vieren ze dan ineens Halloween.
- 4:56Speaker 2: Ja, maar hadden jullie daar Sint- Vierden jullie daar Sint Maarten?
- 5:02Speaker 1: Nee, wij vierden ook geen Sint Maarten. Nee.
- 5:04Speaker 2: Dus bestond dat toen nog
- 5:06Speaker 1: niet? Nee, wij hadden hier nog geen feest toen. Er
- 5:08Speaker 1: waren dus een aantal mensen die zich afvroegen, hè, maar Halloween. Ja, nogmaals,
- 5:13Speaker 1: bij ons in de buurt is dat heel groot, hè.
- 5:16Speaker 1: De hele buurt hier hangt vol met spinnerag en met
- 5:21Speaker 1: rookmachines en En snoepjes. Ja, dus
- 5:25Speaker 1: Het is echt heel groot. En wij gaan er dit
- 5:28Speaker 1: jaar voor het eerst dan ook aan meedoen. Want jij
- 5:29Speaker 1: jij vindt het heel leuk. Jij wil daar heel graag
- 5:31Speaker 1: aan meedoen. Ja. Ja. Dus dan.
- 5:35Speaker 2: Dan mag je lekker snoepjes eten onderweg. Want je mag
- 5:38Speaker 2: nooit eten als je loopt. Nee. Nee, want dat is gevaarlijk.
- 5:41Speaker 2: Maar met Halloween mag dat wel. Want anders kun je anders.
- 5:44Speaker 1: Nee, met Halloween mag dat ook niet. Nee, met snoepjes
- 5:47Speaker 1: lopen is altijd gevaarlijk. Ook met Halloween. En sterker nog,
- 5:50Speaker 1: als je dan pijn hebt, dan denkt iedereen dat het
- 5:52Speaker 1: een grapje is omdat het Halloween is. Wow.
- 5:55Speaker 1: Wat mag je nog meer met Halloween doen, Myrthe?
- 5:58Speaker 2: Jezelf schminken als een hek of wat je bent.
- 6:02Speaker 1: En weet je wat je soms ook mag doen? Hm?
- 6:04Speaker 1: Iemand laten schrikken.
- 6:08Speaker 1: Nee.
- 6:09Speaker 1: of ineens heel hard schreeuwen.
- 6:12Speaker 1: Als je nu zit te luisteren, misschien kun je ook
- 6:14Speaker 1: een keer heel hard schreven.
- 6:18Speaker 2: doe ik kan. Ik kan het wel wat harder doen.
- 6:22Speaker 2: Maar dat mag niet, want mijn zusje ligt te slapen.
- 6:24Speaker 1: Ja, je moet het niet doen als je zusje ligt
- 6:26Speaker 1: te slapen. Doen we het straks nog een keer.
- 6:28Speaker 1: Myrthe. Ik denk dat het tijd is voor een spelletje.
- 6:34Speaker 2: Ja, jij zegt het wel met een hele enge stem.
- 6:39Speaker 1: En het Halloweenpel van vandaag. Jij hebt het zelf verzonnen. Ja. Vertel,
- 6:43Speaker 1: wat gaan we doen? We gaan van geluiden raden. Geluiden
- 6:47Speaker 1: van Halloween raden. En we hebben een paar enge geluiden
- 6:50Speaker 1: op een rij gezet. En aan jou de vraag Welke
- 6:53Speaker 1: Halloweengeluiden zijn dit?
- 6:55Speaker 1: Oh. Ik ging even kijken of je schrok. Maar je
- 6:58Speaker 1: schrok niet.
- 6:59Speaker 2: Nee, helemaal niet. Ik schrik bijna nergens op.
- 7:03Speaker 1: O, nee. Nee.
- 7:06Speaker 1: Nee, nog steeds niet. Daar komt het eerste geluid. Myrthe.
- 7:10Speaker 1: Welk geluid hoor je hier?
- 7:21Speaker 1: Wat hoor je?
- 7:22Speaker 2: Een iemand die iemand laten schrikken, hè?
- 7:26Speaker 1: Ja, maar het is eigenlijk een spook. Kun jij een
- 7:30Speaker 1: goed de spook nadoen? Hoe
- 7:33Speaker 2: Hoe.
- 7:38Speaker 1: OK, dat is een goed spook. Oké, nou de volgende. Grader.
- 7:42Speaker 1: Welke is deze?
- 7:57Speaker 1: Wind. Wind, juist. Heel goed. Het is de koude wind
- 8:01Speaker 1: die je hoort. Gebruik ze altijd om het om te
- 8:03Speaker 1: doen alsof het extra eng is. Maar de wind is
- 8:05Speaker 1: natuurlijk niks engs aan. Oké, de volgende. Luister goed. Kijk
- 8:10Speaker 1: of je deze kan raden.
- 8:16Speaker 2: Nee.
- 8:20Speaker 2: Ik denk dat ik het weet. Wat is
- 8:22Speaker 1: het? Een wolf. Ja, heel goed. Het is een wolf.
- 8:25Speaker 1: Een wolf die aan het roepen is. Ho huilen.
- 8:30Speaker 1: Jij bent ook een goede wolf. O
- 8:32Speaker 2: o o o. Nee, Zeu doet een wolf niet, maar zo.
- 8:40Speaker 1: Ja
- 8:41Speaker 1: Maar ik had beter jou kunnen nemen in plaats van
- 8:43Speaker 1: die geluiden. Goed geraden, Myrthe. Dan deze. Luister goed. Wat
- 8:48Speaker 1: voor eng geluid is dit?
- 8:55Speaker 2: Wat is het? Een deur
- 8:56Speaker 1: die opengaat. Ja, een krakende piepende deur die opengaat.
- 9:02Speaker 1: Ja.
- 9:05Speaker 1: Ik
- 9:07Speaker 1: OK, en de laatste komt de laatste. Kijk of je
- 9:10Speaker 1: deze ook kan raden.
- 9:14Speaker 1: Ik weet het. Wat is het? Het is makkelijk. O,
- 9:18Speaker 1: wat is het dan? Heks. Oh, je bent zelf een heks.
- 9:29Speaker 1: Oh, Jij bent een goede heks. Oké, Myrthe, jij bent
- 9:32Speaker 1: geslaagd voor de Halloween quiz.
- 9:35Speaker 2: Waar is de post. Waar is de post? Waar is
- 9:39Speaker 2: de post? Waar is de post? Waar is de post.
- 9:46Speaker 2: Waar is de post. Waar is de post?
- 9:48Speaker 1: Hier is de post de post. Ik heb heel veel
- 9:55Speaker 1: post binnengekregen en ik zal een paar berichtjes uitpakken.
- 9:58Speaker 1: Zo kreeg ik een heel leuk berichtje en die slaat
- 10:00Speaker 1: eigenlijk wel hier op van Kaan en Bora. En die
- 10:03Speaker 1: sturen Hoi Mhe en papa, wij vinden jullie podcast altijd
- 10:06Speaker 1: heel leuk en luisteren deze altijd in de Jeep van papa.
- 10:10Speaker 1: In de douche zingen wij zelfs nog Waar is de post?
- 10:13Speaker 1: Waar is de post? Overdag missen wij papa en mama,
- 10:17Speaker 1: omdat zij dan gaan werken. Is het misschien leuk om
- 10:19Speaker 1: een aflevering
- 10:20Speaker 1: over de verschillende soorten werk van alle papa's en mama's
- 10:22Speaker 1: te doen. Liefs, Kaan en Borra. Nou, leuk idee, toch? Ja.
- 10:26Speaker 1: En zullen dan speciaal. Maar wat?
- 10:28Speaker 2: Wat is de
- 10:29Speaker 1: Jeep? De Jeep. O, dat is een goede vraag. Een
- 10:31Speaker 1: Jeep is een auto. Dat is een beetje een hoge auto.
- 10:33Speaker 1: Zo'n auto. Nou, um ja, het is een beetje een
- 10:37Speaker 1: hoge auto bij je. Zo'n busje? Nee, het is geen busje.
- 10:41Speaker 1: Het is
- 10:42Speaker 1: een auto waar je eigenlijk ook bijvoorbeeld in het bos
- 10:46Speaker 1: mee zou kunnen rijden. Of op het strand of Oh,
- 10:49Speaker 2: zo'n auto autootje die die wij vaak op vakantie
- 10:53Speaker 1: zien. Maar dat weet ik niet. Ik ga het straks
- 10:55Speaker 1: wel opzoeken voor je. Maar leuk idee. En zullen we
- 10:57Speaker 1: dan speciaal voor Kaan en Borra een keertje doen. Kaan
- 11:01Speaker 1: en Borra. Waar is de post?
- 11:04Speaker 2: Waar is de post? Waar is
- 11:07Speaker 1: de post en Bora. Waar is de post?
- 11:12Speaker 1: Dan nog een berichtje van Noor. Hoi Myrthe, ik ben Noor.
- 11:15Speaker 1: Ik ben 6 jaar. Ik luister heel graag naar jullie podcast.
- 11:18Speaker 1: En niet heel graag, maar heel graag naar jullie podcast.
- 11:22Speaker 1: Wij zijn net verhuisd naar ons nieuwe huis. En dat
- 11:25Speaker 1: is toch wel een beetje spannend. Groetjes en liefst van
- 11:27Speaker 1: Noor Bakker uit Sassenheim. Nou, ik kan me wel voorstellen
- 11:30Speaker 1: dat het spannend is als je gaat verhuizen.
- 11:32Speaker 2: Ja, want dan kan je niet meer spelen. Want dan
- 11:36Speaker 2: is alles in een doos gepakt.
- 11:39Speaker 2: Ja. En dan. En dan kan je juist niet meer spelen.
- 11:43Speaker 1: Maar in je nieuwe huis kan je het dan weer uitpakken. Ja. Ja.
- 11:46Speaker 1: Maar dan heb je wel een nieuwe kamer. Ja. Dus
- 11:48Speaker 1: dat is misschien wel even vreemd. Ja. En misschien dat
- 11:51Speaker 1: er allemaal nieuwe kindjes in je straat wonen. Ja. Heb
- 11:54Speaker 1: je wel weer allemaal nieuwe
- 11:55Speaker 1: Ja. Dus er zijn ook heel veel
- 11:57Speaker 2: leuke kan je nog wel met je vriendjes en vriendinnetjes
- 12:02Speaker 2: spelen van het van het oude huis.
- 12:05Speaker 1: Ja, die hoef je niet kwijt te raken. Daar kan
- 12:07Speaker 1: je gewoon mee blijven spelen. Maar je kan ook nieuwe
- 12:09Speaker 1: vriendjes maken in je nieuwe straat.
- 12:11Speaker 2: Ja, je kan het eigenlijk allebei doen. Ja. Je kan
- 12:14Speaker 2: en met de vriendjes van je oude huis spelen en
- 12:19Speaker 2: met de kindjes uit je nieuwe straat.
- 12:21Speaker 1: Ja. Dus ja, heel veel leuke dingen. Maar ik snap
- 12:25Speaker 1: wel dat het spannend is. Ja. Dan krijg ik nog
- 12:27Speaker 1: een berichtje van Eden en Eden schrijft Hoi Myrthe en
- 12:31Speaker 1: haar papa. Ik ben Eden, ik ben 5 jaar oud.
- 12:33Speaker 1: Samen met mijn broertje en papa en mama reis ik
- 12:36Speaker 1: de hele wereld over. Nu ben ik in Hawaii. O,
- 12:40Speaker 1: dat is heel ver weg.
- 12:41Speaker 1: Waar ik ook ben in de wereld. Ik luister elke
- 12:44Speaker 1: week naar jullie podcast. En ik hou heel erg van Lego. Groetjes, Eden.
- 12:49Speaker 1: Dat is wel tof, hè? Zoveel
- 12:50Speaker 2: reizen. Jammer. Maar aan de andere kant van de wereld
- 12:54Speaker 2: valt hij dan wel eens weg. Hoe bedoel je? Jawel.
- 12:57Speaker 2: En dan.
- 12:58Speaker 2: Dan valt hij toch wel eens weg. Hadden we toch
- 13:02Speaker 2: ook met opa toen opa en
- 13:03Speaker 1: oma. O ja, toen opa en oma, die waren in Canada. Ja.
- 13:07Speaker 1: Dus dat is ook ver weg. Ja,
- 13:08Speaker 2: de andere kant van de wereld. Ja. En
- 13:10Speaker 1: dan gingen we wel eens bellen en dan hadden we
- 13:12Speaker 1: eventjes geen bereik. Dus dan viel inderdaad de verbinding even weg.
- 13:15Speaker 2: Ja. Ja. Dat
- 13:16Speaker 2: bedoel ik. Ja.
- 13:17Speaker 1: Maar ik denk dat het met de podcast wel meevalt.
- 13:20Speaker 1: Maar goede vraag. Ik ben wel benieuwd naar, inderdaad. Maar
- 13:24Speaker 1: hij houdt ook heel erg van Lego. En dat vind
- 13:25Speaker 1: jij ook heel tof, toch, Myrthe? Ja.
- 13:27Speaker 2: Maar dat staat al op het lijstje.
- 13:29Speaker 1: Zeker weten. En daarom ook een berichtje van Guus. Want
- 13:31Speaker 1: die vindt dat namelijk ook heel tof, Lego. Guus stuurt
- 13:34Speaker 1: Ik heb net met veel plezier zitten luisteren naar de superhelden-podcast.
- 13:38Speaker 1: Ik ben bijna jarig en dan word ik 5 jaar.
- 13:41Speaker 1: We zijn nu onderweg naar de Lego World Experience. En
- 13:45Speaker 1: een podcast over Lego lijkt me dan ook erg leuk.
- 13:47Speaker 1: Groetjes van Guus.
- 13:49Speaker 2: Wat is een Lego?
- 13:51Speaker 1: Ja, volgens mij is dat een soort museum van Lego. Zo.
- 13:54Speaker 2: Alles van Lego gemaakt. Ja.
- 13:56Speaker 1: Moeten we ook maar eens naar kijken. Zo. Ik denk
- 13:58Speaker 1: dat het wel heel erg leuk is. Nou, wil jij
- 14:00Speaker 1: ons ook een berichtje sturen? Dan kan dat natuurlijk via
- 14:03Speaker 1: onze Instagram. En dat is @kleuterpodcast of via de website.
- 14:07Speaker 1: En dat is kleuterpodcast.nl. Myrthe. We zijn aan het einde
- 14:10Speaker 1: gekomen van de kleuterpodcast. Volgende keer. Waar gaan we het
- 14:12Speaker 1: volgende keer over hebben? Over Lego. O, dan ga ik
- 14:16Speaker 1: even mijn bouwstenen erbij pakken. H. Ik zou zeggen Myrthe
- 14:20Speaker 1: tot een volgende keer.
- 14:22Speaker 1: de volgende
- 14:23Speaker 2: keer.
- 14:24Speaker 1: O, ik ben blij dat deze enge podcast erop zit.
- 14:27Speaker 1: Tot de volgende keer.
- 14:29Speaker 2: Tot de volgende keer.