Latest / Kleuter Podcast / Voertuigen | Kleuterpodcast #16
Transcript
- 0:00Speaker 1: Welkom bij een nieuwe kluiterpodcast.
- 0:04Speaker 1: A. Ja, welkom bij een nieuwe kleuterpodcast, Myrthe. Hoe ben
- 0:08Speaker 1: jij vandaag hier gekomen? Lopend. O, maar dat is niet
- 0:12Speaker 1: waar we het vandaag over gaan hebben. Nee. Waar gaan
- 0:14Speaker 1: we het over hebben dan? Hoe wordt
- 0:17Speaker 1: komt bij de stoere
- 0:18Speaker 2: kleuterclub.
- 0:21Speaker 2: moet nou toch.
- 0:24Speaker 2: En hoe verdampt een regendru? Myrthe en haar papa hebben
- 0:28Speaker 2: zoveel vrouwen.
- 0:35Speaker 2: uw verhaal.
- 0:41Speaker 2: voor alle
- 0:50Speaker 2: het zoveel
- 0:53Speaker 1: Deze podcast gaat over voertuigen. En hij is aan gevraagd
- 0:59Speaker 1: aan van Sep. Ja, dat is goed dat je dat
- 1:01Speaker 1: erbij zegt, inderdaad. Sep heeft een berichtje gestuurd naar ons.
- 1:04Speaker 1: En die wilde heel graag een podcast over voertuig. Nou, Sep,
- 1:07Speaker 1: ik hoop dat je luistert. Wat zijn voertuigen eigenlijk, Myrthe?
- 1:10Speaker 1: Eh de auto, vliegtuigen.
- 1:15Speaker 1: Dus uh. Dus eigenlijk kan je misschien wel zeggen Alles
- 1:19Speaker 1: wat je van de ene plek naar de andere plek
- 1:21Speaker 1: kan brengen. Ja. En ook een tractor. Ja. Nou, die
- 1:25Speaker 1: kan je natuurlijk ook van de ene plek naar de
- 1:26Speaker 1: andere plek brengen. Ja. Nou, als we dan eventjes naar
- 1:28Speaker 1: ons thuis kijken. Welke voertuigen hebben wij dan allemaal? Eh,
- 1:33Speaker 1: fietsen en auto's en steppa. En dan hebben we ook
- 1:37Speaker 1: nog een gekke fiets eigenlijk, hè? Wat voor fiets is dat?
- 1:40Speaker 1: Een bakfiets. Een bakfiets. Ja, dat is ook een fiets.
- 1:43Speaker 1: Maar ja, die is net iets groter dan een normale fiets. Ja,
- 1:46Speaker 1: want het is een een bak zit vastgemaakt aan een fiets. Ja. Ja.
- 1:53Speaker 1: En heb jij zelf ook een fiets? Ja. Ja. Kan
- 1:56Speaker 1: kan zonder zijwieltjes. Ja. En waar zijn we gisteren met
- 1:59Speaker 1: de fiets
- 2:00Speaker 1: heengaan. De winkels? Nee, de winkels inderdaad. Ja. En dat
- 2:03Speaker 1: is best wel een stukje fietsen. En dat doe je
- 2:05Speaker 1: heel goed. Dus dat is fijn. Dus jij hebt zelf
- 2:07Speaker 1: ook een voertuig. Ja, maar soms heb ik wel even
- 2:10Speaker 1: een zetje nodig. Maar ik heb zelfs twee voertuigen, want
- 2:13Speaker 1: ik heb ook een step. Ja, een step is ook
- 2:15Speaker 1: een voertuig. Inderdaad. En steppen. Dat doe jij ook heel graag, hè? Ja. Ja.
- 2:20Speaker 1: Maar liever fietsen. Liever fietsen. Ja. Ja. Vroeger ging jij
- 2:24Speaker 1: altijd veel liever steppen.
- 2:26Speaker 1: Ja. Je was eigenlijk altijd onafscheidelijk van je step. Je
- 2:29Speaker 1: had altijd je step bij je. Ja. Ja. Nu wil
- 2:32Speaker 1: ik altijd fietsen. Ja, dat is weer even wat nieuws dan, hè? Ja.
- 2:36Speaker 1: En wie is er nog meer een step thuis? Jij.
- 2:38Speaker 1: Ik heb een step. Ja. Ja. Ja. Want ik moest
- 2:41Speaker 1: altijd achter jou aanrennen met de step. Toen dacht ik
- 2:43Speaker 1: Weet je wat ik doe? Ik koop ook gewoon een step.
- 2:45Speaker 1: Ga ik met jou meesteppen? Nee, die kreeg je voor
- 2:47Speaker 1: je verjaardag. O ja, die kreeg ik voor mijn verjaardag.
- 2:50Speaker 1: Die heb ik voor mijn verjaardag gevraagd. En dacht ik
- 2:52Speaker 1: dan kan ik met jou meesteppen.
- 2:57Speaker 1: steppen steppen. Gaan we binnenkort weer een keertje samen steppen? Ja.
- 3:01Speaker 1: Lijkt me heel leuk.
- 3:02Speaker 1: En wat voor wat voor voertuigen ken jij allemaal, Myrthe?
- 3:05Speaker 1: Want we hebben het nu over een step en een
- 3:06Speaker 1: fiets en een auto hebben we het over gehad. Maar
- 3:09Speaker 1: wat voor voertuigen ken je nog meer? Tractor. Een tractor? Zeker. Vliegtuig. Ja.
- 3:15Speaker 1: En mijn oom werkt in een vliegtuig. Ja. Ja, jou
- 3:18Speaker 1: oom Tom, inderdaad. Die heeft een uh. Die bestuurt een vliegtuig. Ja.
- 3:22Speaker 1: En een Ambulance? Ambulance, zeker weten. Uh, Polities. Ja. Brandweren.
- 3:29Speaker 1: Bessa. Die had ik nog niet gehoord. Inderdaad. Tram. De tram.
- 3:34Speaker 1: Wat is een tram dan? Uh. Een soort van trein.
- 3:37Speaker 1: Maar dat. Maar dan ziet die daar ietsje anders uit. O,
- 3:41Speaker 1: maar ik hoorde ook weer een ander voertuig. Trein. Ja,
- 3:44Speaker 1: die hadden we ook nog niet gehad. Is een trein
- 3:45Speaker 1: ook een voertuig? Ja. Ja, zeker weten. En een metro.
- 3:49Speaker 1: En een metro. Ja. En wat is de metro dan weer?
- 3:52Speaker 1: Het lijkt een beetje op een
- 3:54Speaker 1: op hetzelfde als een terrein en hetzelfde een beetje als
- 3:58Speaker 1: een metro. Wat is er anders aan een metro dan
- 4:02Speaker 1: aan een trein? Omdat een trein is um
- 4:06Speaker 1: altijd uh geel en blauw. En en en een tram
- 4:12Speaker 1: kan andere kleuren zijn. Ja, ja, ja, een tram gaat
- 4:16Speaker 1: sowieso minder hard dan een trein. En het kan andere
- 4:20Speaker 1: kleuren zijn. En het kan een andere kleuren zijn. Maar metro,
- 4:22Speaker 1: er is iets bijzonders aan een metro. Wat? Ja, het
- 4:25Speaker 1: is een beetje lastig, want waar wij wonen, daar rijdt
- 4:28Speaker 1: ook een metro. Alleen die metro rijdt hier eigenlijk een
- 4:31Speaker 1: beetje raar bij ons. Want de metro hier
- 4:33Speaker 1: rijdt boven de grond. En eigenlijk rijdt de metro altijd.
- 4:39Speaker 1: Onder de grond? Onder de grond. Ja. Dus ik snap
- 4:41Speaker 1: ook dat je denkt Huh, maar hier rijdt hij gewoon
- 4:43Speaker 1: boven de grond. Maar als we in de metro stappen hier,
- 4:46Speaker 1: dan gaan we 4 haltes, denk ik. En dan gaat
- 4:49Speaker 1: hij onder de grond en dan blijft hij heel lang
- 4:51Speaker 1: onder de grond.
- 4:52Speaker 1: Het verschil tussen een metro en een tram en een trein.
- 4:55Speaker 1: is dat een metro altijd onder de grond zit eigenlijk. Hm? Ja,
- 4:58Speaker 1: die rijdt eigenlijk onder de grond van een stad bijvoorbeeld.
- 5:02Speaker 1: Maar dat. Maar dat zie je toch niet? Ja, dan
- 5:05Speaker 1: staan er bordjes boven, dat je de trap af kan
- 5:07Speaker 1: naar beneden, om de metro in te gaan. O ja. Ja.
- 5:11Speaker 1: Hee, en jij noemde ook een aantal andere voertuigen. Dat
- 5:14Speaker 1: zijn bijzondere voertuigen, zoals de ambulance. Ja. En de. Politie? Politie, inderdaad.
- 5:21Speaker 1: Welke heb je nog meer? Brandweer? De brandweer. Ja. En
- 5:24Speaker 1: dan heb je er nog meer. Wij zijn ook wel
- 5:26Speaker 1: eens gaan kijken bij een vliegveld. Daar zagen we niet
- 5:29Speaker 1: een vliegtuig opstijgen. Maar daar zagen we iets anders opstijgen. Ha.
- 5:33Speaker 1: Konden we heel dichtbij staan, kwam er heel veel wind.
- 5:36Speaker 1: O ja!
- 5:37Speaker 1: Een helikopter! Ja, dan konden we heel dichtbij de helikopter staan.
- 5:41Speaker 1: Weet je dat nog? Ja. Ja, echt heel dichtbij mochten
- 5:44Speaker 1: we mochten we staan. Dan voel je heel veel wind.
- 5:47Speaker 1: En dat was wel een speciale helikopter. Want weet je
- 5:49Speaker 1: ook nog wat voor helikopter dat was toevallig? Nee. Het
- 5:51Speaker 1: was een ambulance. O ja.
- 5:53Speaker 1: Ja. En die gaan die gaan dan heel snel kunnen
- 5:56Speaker 1: die ergens ergens naartoe als ambulance. Dus daar hoop je
- 5:59Speaker 1: eigenlijk natuurlijk nooit in te zitten. Maar het was wel
- 6:01Speaker 1: heel gaaf om te zien, hè. Ja, en ik heb
- 6:03Speaker 1: een keer in een in een auto-ambulance gezeten. Ja, je
- 6:07Speaker 1: hebt ook een keer in een auto-ambulance gezeten. Ja. En
- 6:09Speaker 1: was dat leuk? Nee. Nee, het was eigenlijk niet leuk, hè? Nee.
- 6:11Speaker 1: Maar toen kreeg je wel weer een knuffel erbij. Ja,
- 6:14Speaker 1: je kreeg wel een knuffel, inderdaad. Ja.
- 6:17Speaker 1: Ja, want je had inderdaad. Je had inderdaad heel veel pijn.
- 6:20Speaker 1: Toen had je toen kwam de ambulance. Maar die mevrouw
- 6:23Speaker 1: in de ambulance, die was wel heel lief voor je. Ja. Ja.
- 6:26Speaker 1: Weet je nog wat ze allemaal ging doen? Ja. Ze
- 6:28Speaker 1: gingen hem ballonen blazen. En toen dachten wij dat ze
- 6:31Speaker 1: er iets op gingen schrijven. Maar er was een gezichtje geweld.
- 6:36Speaker 1: En die gaf ze nog
- 6:37Speaker 1: En ze gingen alle knopjes uitleggen en alle piepjes. Maar
- 6:40Speaker 1: dat was wel. En ze ging bij het ziekenhuis ging
- 6:43Speaker 1: ze de sirene aanzetten. Ging ze speciaal voor jou de
- 6:45Speaker 1: sirene aanzetten? Ja, maar dat was geen lawaai. Daar ging
- 6:48Speaker 1: ze ze geen lawaai aanzetten. Nee, alleen de. Gewoon de lampjes.
- 6:52Speaker 1: Alleen de lampen gingen ze aanzetten. Inderdaad. Speciaal voor jou. Ja,
- 6:55Speaker 1: dat was wel. Dat was wel heel leuk om te zien, hè? Ja. Hé,
- 6:58Speaker 1: en
- 6:58Speaker 1: En je hebt ook nog andere voertuigen. Want we hebben
- 7:01Speaker 1: het nu gehad over de ambulance en over de brandweer
- 7:05Speaker 1: en over de politie. Maar je hebt hier ook een
- 7:07Speaker 1: soort grote vrachtwagen die altijd de straat in komt rijden
- 7:10Speaker 1: om iets op te halen. Weet je wat dat is
- 7:12Speaker 1: voor een voertuig? Vuilniswagen. Ja, de vuilniswagen inderdaad. Ja, dat
- 7:16Speaker 1: is ook een voertuig. Maar wat heb je eigenlijk een
- 7:18Speaker 1: hoop voertuigen,
- 7:19Speaker 1: In welk voertuig heb je zelf wel eens gezeten? We
- 7:22Speaker 1: hebben het net gehad over de ambulance waar je zelf
- 7:24Speaker 1: wel eens in hebt gezeten. Nou, de auto heb je
- 7:26Speaker 1: wel eens in gezeten, de fiets. Ja, metro. De metro. Tram, Bus.
- 7:30Speaker 1: Je hebt ook in een hele gekke bus gezeten. Weet
- 7:33Speaker 1: je dat nog? Nee. Een hele gekke bus in Engeland
- 7:37Speaker 1: was dat.
- 7:38Speaker 1: Een dubbeldekker. Wat is dan moet je even uitleggen. Wat
- 7:41Speaker 1: is een dubbeldekkerbus? Eh, dat je boven kan zitten, maar
- 7:45Speaker 1: dan kan je ook beneden zitten. Waar zit de buschauffeur dan? Beneden.
- 7:49Speaker 1: En waar zat jij? Boven. Boven aan het raam, helemaal vooraan. Ja.
- 7:54Speaker 1: En dan zit je ineens heel hoog, he?
- 7:56Speaker 1: Ja. Hé, en heb jij ook wel eens in het
- 7:58Speaker 1: vliegtuig gezeten? Ja. Hoe vind je het om in het
- 8:01Speaker 1: vliegtuig te zitten? Heel leuk. En dan nemen we ook
- 8:03Speaker 1: altijd speel speelgoed mee. Ja, dan nemen we ook speelgoed mee.
- 8:07Speaker 1: Dan kan je ook een beetje spelen in het vliegtuig.
- 8:10Speaker 1: Myrthe. Ja. Nou hebben we het net gehad over dat
- 8:12Speaker 1: jij gisteren bent gaan fietsen met papa naar de winkels.
- 8:15Speaker 1: Wat is dan belangrijk als je aan het fietsen bent
- 8:19Speaker 1: naar de winkels toe? Dat je voor je kijkt. Ja,
- 8:21Speaker 1: dat je goed voor je kijkt. En aan welke kant
- 8:24Speaker 1: fiets je? Weet je dat nog? Niet aan de kant
- 8:26Speaker 1: waar de bel zit. Ja, dus de fietsbel. Ja, inderdaad.
- 8:29Speaker 1: Ik heb het uitgelegd als de kant waar de fietsbel zit.
- 8:31Speaker 1: Die zit aan de linkerkant.
- 8:34Speaker 1: En jij moet dus aan de rechterkant fietsen. Dus aan
- 8:37Speaker 1: de kant waar de fietsbel niet zit. Ja. En dat
- 8:39Speaker 1: is dus belangrijk. Dus als je op je fiets. Dat
- 8:41Speaker 1: wist ik eigenlijk al. Nou, heel goed. En dat heb
- 8:43Speaker 1: je ook heel goed gedaan.
- 8:45Speaker 1: En maar waarom is het zo belangrijk dat je aan
- 8:47Speaker 1: die kant blijft? Anders komen daar auto's of andere fietsers.
- 8:51Speaker 1: En dan ga je botsen. Ja, dat wil je natuurlijk niet.
- 8:54Speaker 1: Dus als je aan het rijden bent, of je nou
- 8:56Speaker 1: in een met een fiets aan het rijden bent. of
- 8:58Speaker 1: met een step of in de auto. Dat maakt eigenlijk
- 9:02Speaker 1: niet uit, maar dan fiets je of dan rijd
- 9:04Speaker 1: je altijd aan de rechterkant van de weg. Nee. Maar hoe,
- 9:09Speaker 1: Hoe kan je dat zien in de auto? Is het
- 9:13Speaker 1: dan niet aan de kant waar je toetser zit? Nee,
- 9:16Speaker 1: maar dan weet je als je oud genoeg bent om
- 9:18Speaker 1: een auto te rijden. dan weet je ook wat links
- 9:20Speaker 1: en rechts is. Ja. Je moet altijd leren wat links
- 9:22Speaker 1: en rechts is.
- 9:23Speaker 1: En als je nou wil oversteken, dan kan het zo
- 9:27Speaker 1: zijn dat de voertuigen aankomen. Ja. Wat moet je dan
- 9:30Speaker 1: doen als je wilt oversteken. En je wil zeker weten
- 9:33Speaker 1: dat je geen botsing maakt. Het
- 9:36Speaker 1: naar links en rechts kijken. Ja, naar links en rechts kijken.
- 9:39Speaker 1: Je kijkt naar links. Dan kijk je naar rechts. En
- 9:42Speaker 1: dan kijk je nog een keer naar links. En dan
- 9:43Speaker 1: kijk je nog een keer naar links. Heel goed. En
- 9:45Speaker 1: als je wil weten wat links en rechts zijn, dan
- 9:47Speaker 1: moet je dat eventjes aan papa en mama vragen. Maar
- 9:49Speaker 1: hier bij de straat weet ik het al. Want bij
- 9:52Speaker 1: het heuveltje. Als ik naar den anderen kant kijk, is
- 9:55Speaker 1: het is het heuveltje links en de andere kant.
- 9:58Speaker 1: is dat een raars? Ja. En daar zit dan geen
- 10:02Speaker 1: geen heuveltje. Nee, want we wonen in een best wel
- 10:04Speaker 1: rustige straat. Dus dan kan je wel eens oversteken naar
- 10:07Speaker 1: je vriendin Bobby. Maar dan vraag je altijd Mag ik oversteken?
- 10:10Speaker 1: Want dat is heel belangrijk, hè. Je steekt nooit over
- 10:12Speaker 1: zonder dat papa of mama dat weet. En dan zeggen
- 10:14Speaker 1: we altijd Ja hoor, dat mag. Maar kijken wel. Als
- 10:17Speaker 1: ik grote mens ben, dan hoef ik het niet te vragen.
- 10:20Speaker 1: Dan hoef je het niet meer te vragen.
- 10:22Speaker 1: Papa. Gaan we nog een spelletje doen? Zeker weten. Gaan
- 10:25Speaker 1: we nog een spelletje doen. Het spelletje van vandaag heet
- 10:29Speaker 1: Raad het voertuig. We gaan luisteren naar geluidjes van voertuigen.
- 10:32Speaker 1: En dan is het aan jou de vraag Welk voertuig
- 10:35Speaker 1: horen we? En als jij zit te luisteren, doe gezellig mee.
- 10:38Speaker 1: Kijk of jij sneller kan raden dan Myrthe.
- 10:48Speaker 1: Ik weet het. Nou, wat is het? Een auto. Heel goed.
- 10:52Speaker 1: Dat is inderdaad een auto. Oké, de volgende.
- 11:00Speaker 1: Ambulance. Heel goed. Oké, de volgende.
- 11:05Speaker 1: O, als jij zit te luisteren, misschien weet jij wel
- 11:07Speaker 1: wat het is.
- 11:09Speaker 1: Heel goed. Myrthe, wat is het? Een fiets. Ja, inderdaad.
- 11:12Speaker 1: De fietspel hoorde je. Oké, de volgende.
- 11:20Speaker 1: Weer een auto. Is weer een auto, inderdaad. Oké.
- 11:32Speaker 1: Hoodie is dat lastiger. Welke is dit? Helikopter. Helikopter. Heb
- 11:36Speaker 1: jij ook helikopter gezegd? Helemaal goed. Wat is de volgende Myrthe?
- 11:43Speaker 1: Ik weet het. Nou, vertel. Welk is het? Brandweer? Heel goed.
- 11:47Speaker 1: Dat is de brandweer. Inderdaad. Heb jij ook brandweer gezegd?
- 11:51Speaker 1: 10 punten voor jou. De volgende.
- 11:56Speaker 1: ook door. Dat is inderdaad een motor. Heel goed.
- 12:08Speaker 1: Nou, wat is het? Trein. Dat is inderdaad de trein.
- 12:11Speaker 1: Hele moeilijke. Kom nu, hoor.
- 12:25Speaker 1: Nou, Myrthe, welke is het? Ik weet het niet. Nou,
- 12:28Speaker 1: laten we hem nog een keer luisteren.
- 12:43Speaker 1: Tractor. Ja, dat is een tractor, inderdaad. Heel goed. OK,
- 12:47Speaker 1: en de laatste, de laatste.
- 12:59Speaker 1: vliegtuig. Dat is het vliegtuig inderdaad. Helemaal goed. Ja, heel goed.
- 13:04Speaker 1: Het vliegtuig. Ik hoop dat jij hebt zitten luisteren en
- 13:07Speaker 1: dat je ze ook goed hebt.
- 13:09Speaker 1: OK, Myrthe, dan is het tijd voor onze brievenbus. En
- 13:13Speaker 1: ik heb weer heel wat leuke berichtjes binnengekregen. Wil jij
- 13:15Speaker 1: nou ook een berichtje sturen, dan kan dat via onze
- 13:18Speaker 1: website en dat is www.kleuterpodcast.nl. Ja, of via onze Instagram.
- 13:25Speaker 1: En onze Instagram is @kleuterpodcast. Nou, zo kregen we een
- 13:29Speaker 1: heel leuk berichtje van de mama van Five. Viva is
- 13:32Speaker 1: bijna 4 jaar en is fan.
- 13:35Speaker 1: Elke week kijkt ze uit naar de nieuwe aflevering van
- 13:39Speaker 1: de kleuterpodcast. En alle oude afleveringen, die worden heel veel herhaald,
- 13:44Speaker 1: schrijft de mama van Viva. Nou, heel leuk, dat is
- 13:47Speaker 1: heel leuk om te horen. En dan kreeg ik ook
- 13:49Speaker 1: nog een berichtje van Jurre en die schrijft Lieve Myrthe,
- 13:53Speaker 1: ik vind jullie podcast echt gaaf en leuk.
- 13:56Speaker 1: Ik ben ook een keer op wintersport geweest. Doei doei,
- 13:59Speaker 1: lieve Myrthe. Groetjes, Jurre, 5 jaar. Nou, dat is leuk.
- 14:03Speaker 1: Dan heeft hij waarschijnlijk naar de podcast zitten luisteren over
- 14:05Speaker 1: de sneeuw. Ja. Ja. Nou, leuk, Jurre, dat je ook
- 14:08Speaker 1: op wintersport bent geweest. Ik hoop dat je het net
- 14:10Speaker 1: zo leuk vond als dat Myrthe het vond. Ja. En
- 14:13Speaker 1: we hebben nog een berichtje binnengekregen van Fayenne.
- 14:15Speaker 1: En Fayenne had nog twee ideeën voor een kleuterpodcast, namelijk
- 14:19Speaker 1: een kleuterpodcast over dinosaurussen. Hé, die hadden we op het
- 14:23Speaker 1: lijstje staan, want die was al eerder een keertje aangevraagd,
- 14:26Speaker 1: dus die gaan we dan nog wel maken. En we
- 14:28Speaker 1: hadden een aanvraag gekregen over grote zus worden. Ik denk
- 14:32Speaker 1: dat Fayen grote zus wordt. Wat denk jij?
- 14:35Speaker 1: Ik ook. Ben jij ook grote zus, Myrthe? Ja. Ja.
- 14:40Speaker 1: Dus misschien kunnen we daar ook wel een keer een
- 14:41Speaker 1: podcast over maken over grote broer of zus worden. Want
- 14:44Speaker 1: ik denk dat er meer meer kindjes zijn die misschien
- 14:47Speaker 1: grote broer of zus zijn geworden of worden. Ja. En
- 14:50Speaker 1: ze wilden een aflevering over kastelen. Ja. Nou, dan gaan
- 14:53Speaker 1: we die ook op het lijstje schrijven. Want we hebben
- 14:56Speaker 1: wel al prinsen en prinsessen gehad. Daar zat ook wel
- 14:58Speaker 1: iets in van kastelen.
- 14:59Speaker 1: Maar jij bent wel pas naar een kasteel geweest, hè, Myrthe. Ja,
- 15:03Speaker 1: want we waren op vakantie geweest in Belgie. Toen waren
- 15:09Speaker 1: we naar een kasteel geweest. Nou, dus dat komt goed uit,
- 15:13Speaker 1: want dan weet jij dus alles over kastelen. Schrijven we
- 15:16Speaker 1: die ook op het lijstje. Dank je wel voor je lieberichtje.
- 15:19Speaker 1: Oke, Myrthe, dan zijn we nu aan het einde gekomen
- 15:22Speaker 1: van de kleuterpodcast over vervoer. Volgende keer gaan we het
- 15:27Speaker 1: hebben over dinosaurussen. O, hè? Wat zijn dinosaurussen eigenlijk? Enge dieren.
- 15:32Speaker 1: Enge dieren. Ja. Nou, we gaan dan volgende keer eens
- 15:35Speaker 1: kijken of ze eng zijn of dat ze leuk zijn.
- 15:36Speaker 1: Ik vind ze eng. Oke. Ik vind ze niet zo leuk. O,
- 15:39Speaker 1: maar vind je het dan wel leuk om er een
- 15:41Speaker 1: podcast over te maken? Ja. Oké, nou, dan gaan we
- 15:43Speaker 1: dat volgende keer doen. Dan zeg ik tot de volgende keer.
- 15:46Speaker 1: Tot de volgende keer.
- 16:05Speaker 2: het zoveel.