Latest / Kleuter Podcast / Wintersport | Kleuterpodcast #4
Transcript
- 0:00Speaker 1: Oke, papa, laat de show beginnen. Welkom bij de kluiterpodcast.
- 0:06Speaker 2: Ja, en vandaag. Oh, ik heb een extra dikke trui aangetrokken.
- 0:09Speaker 2: Jij ook, Myrthe. Ja. Dat is een teddybeertrui, denk ik, hè? Ja. Ja,
- 0:13Speaker 2: want waar gaan we het vandaag over hebben? Z
- 1:08Speaker 2: Nou, hier zijn we weer. Leuk dat je luistert naar
- 1:10Speaker 2: het nieuwe kleuterpodcast. Vandaag gaan we het hebben over sneeuw. Ja,
- 1:15Speaker 2: H en Myrthe. Als ik dan zeg sneeuw. Wat is
- 1:17Speaker 2: het allereerste waar je aan moet denken? De vakantie. De vakantie. Ja,
- 1:21Speaker 2: want wij gaan. Ja, vertel even. Wat gaan we doen dan?
- 1:23Speaker 2: We gaan naar Oostenrijk. En wat is er in Oostenrijk?
- 1:26Speaker 2: Heel veel sneeuw. Ja, dat hopen we wel. Want we
- 1:29Speaker 2: gaan op wintersportvakantie.
- 1:31Speaker 2: En op wintersportvakantie hoop je altijd wel dat er sneeuw is. Ja. Ja.
- 1:36Speaker 2: Want wat wil jij gaan doen in Oostenrijk? Sneeuwballen gooien.
- 1:39Speaker 1: Op mij. En op opa en oma. O. En ik
- 1:43Speaker 1: wou ook een sneeuwpop
- 1:44Speaker 2: maken. Hoe kan je een sneeuwpop maken dan?
- 1:46Speaker 1: Hele grote rondjes op elkaar te zetten. En dan dan
- 1:49Speaker 1: een neus als peen of een wortel. En dan de
- 1:53Speaker 1: ogen met steentjes en de mond met
- 1:56Speaker 1: beentjes.
- 1:56Speaker 2: O, en dan moeten we ook eens een hoge hoed
- 1:58Speaker 2: meenemen en een sjaal. O ja. Hé. En als je
- 2:01Speaker 2: nou nou iemand zit te luisteren. En die heeft nog
- 2:03Speaker 2: nooit gehoord van sneeuw. Die heeft het nog nooit gezien.
- 2:05Speaker 2: Hoe zou je sneeuw uitleggen dan?
- 2:07Speaker 1: Witte kleine in vlokjes.
- 2:11Speaker 2: Witte kleine in vlokjes. Wat zou jij gaan doen als
- 2:15Speaker 2: je naar buiten kijkt. En er ligt ineens sneeuw. Ga
- 2:17Speaker 2: ik naar
- 2:17Speaker 1: papa en mama rennen en zeg.
- 2:20Speaker 2: En dan? En wat wil je dan doen?
- 2:22Speaker 2: In de sneeuw spelen. In de sneeuw spelen. Hé, en
- 2:26Speaker 2: um wat wat vind je het allerleukste om te doen
- 2:28Speaker 2: in de sneeuw?
- 2:29Speaker 1: Sneeuw pakken en in de gooien.
- 2:32Speaker 2: Maar dan gaan we ook nog sporten in de winter.
- 2:35Speaker 2: De skiën. Ja. Waar heb je daar sneeuw voor nodig? Jawel,
- 2:38Speaker 1: want dan moet je met je ski toch wel gaan.
- 2:42Speaker 1: En dan moet je glijden.
- 2:44Speaker 2: Maar je zusje gaat niet skiën. Nee. Wat gaat je
- 2:47Speaker 2: zusje doen dan? Of de
- 2:48Speaker 1: slee. O de slee Sleeën.
- 2:50Speaker 2: Lekker sleeën.
- 2:51Speaker 2: Heb jij Heb jij ook wel eens gesleden? Ja, toen
- 2:53Speaker 1: ik vroeger klein was. En toen hadden ze hadden ze
- 2:57Speaker 1: een kinderstoel op de slee
- 2:58Speaker 2: gedaan. Nee. Dat heb jij inderdaad goed onthouden. Dat hebben
- 3:01Speaker 2: we gedaan om te zorgen dat je niet van de
- 3:02Speaker 2: slee afviel. Hee, en en sneeuw. Is het hele jaar
- 3:07Speaker 2: door er sneeuw? Nee. Wanneer is de sneeuw dan? Als
- 3:10Speaker 2: het winter is. Want in de zomer heb je wel
- 3:13Speaker 2: eens sneeuw gezien in de zomer?
- 3:15Speaker 1: Nee, dat
- 3:15Speaker 2: is raar. Ja. Wat hoort er nog meer bij sneeuw?
- 3:19Speaker 2: Warme
- 3:19Speaker 1: kleren.
- 3:20Speaker 1: Handschoenen, sjaal, muts. Ja. Sneeuwballen tegen kleine, kleine sneeuwballen tegen
- 3:29Speaker 1: mijn zusje.
- 3:32Speaker 2: Je gaat ook sneeuwballen naar eigen zusje gooien. Oh, dat
- 3:35Speaker 2: is een baby'tje. Een hele kleine. Ja, maar dan kan
- 3:38Speaker 2: ze toch niet teruggooien.
- 3:40Speaker 1: Nee, maar dan ga ik ga ik gewoon niet zo
- 3:44Speaker 1: doen gooien. Maar dan ga ik gewoon zo doen. Heel zachtjes.
- 3:50Speaker 1: Waar komt sneeuw eigenlijk vandaan? Papa?
- 3:53Speaker 2: Dat is een goede vraag. Weet jij misschien zelf waar
- 3:56Speaker 2: sneeuw vandaan komt? Wolken. O, en wat gebeurt er dan
- 3:59Speaker 2: met de
- 3:59Speaker 1: wolken? Wordt dan. Ik weet niet. Gaat dat denk ik bewolken.
- 4:04Speaker 2: Het komt inderdaad uit de wolken. Daar zitten piepkleine waterdruppeltjes
- 4:07Speaker 2: in de wolken.
- 4:08Speaker 2: En omdat het dan zo koud is buiten bevriezen de
- 4:12Speaker 2: druppeltjes water. En die zorgen samen dat ze een sneeuwvlokje worden.
- 4:17Speaker 2: En als het niet koud genoeg is, dan gaat het
- 4:19Speaker 2: niet sneeuwen, maar dan wordt het regen. De sneeuw is
- 4:21Speaker 2: eigenlijk een soort regen, maar dan als het ijskoud is.
- 4:25Speaker 2: Myrthe. Ik denk dat het tijd is voor een spelletje. Ja.
- 4:32Speaker 2: Het is tijd voor een spelletje. En vandaag heb ik
- 4:34Speaker 2: een heel leuk spelletje. We hebben namelijk de Grote.
- 4:40Speaker 2: Het is de grote B of Counties.
- 4:44Speaker 2: Als je zit te luisteren, kan je ook meedoen door
- 4:46Speaker 2: gewoon heel hard te roepen warm of koud. Dat zijn
- 4:48Speaker 2: de enige antwoorden die tellen. Ik noem iets op en
- 4:52Speaker 2: jij mag zeggen of het warm of koud is. En
- 4:55Speaker 2: als je ze allemaal goed hebt, krijg je van mij
- 4:57Speaker 2: een kop warme chocolademelk.
- 5:00Speaker 2: met slaggen. En als het fout is, dan moet je
- 5:04Speaker 2: een rondje buiten in de kou lopen. Wat heel koud.
- 5:09Speaker 2: Ben je klaar voor de grote quiz? Ja. Oké, daar komt-ie.
- 5:12Speaker 2: Is het warm of is het koud? Sneeuw. Koud. Warme chocolademelk. Warm.
- 5:20Speaker 2: Een ijsbeer.
- 5:23Speaker 2: Een ski-jas.
- 5:25Speaker 2: Hai! Een vuurtje in de sneeuw.
- 5:29Speaker 2: Een dikke wollen sjaal.
- 5:35Speaker 2: Een sneeuwvlokje op je tong.
- 5:38Speaker 2: koud. Een ijsklontje in je glas. Limonade.
- 5:43Speaker 2: koud. Een pannenkoek met stroop.
- 5:47Speaker 2: warm.
- 5:49Speaker 2: Een sneeuwengel maken.
- 5:51Speaker 2: Koud. Koud, maar wel heel leuk. Ja. Ehm je handen
- 5:56Speaker 2: in je zak stoppen als je buiten bent. Warm. Een
- 6:00Speaker 2: ijskoude sneeuwbal die ik naar je toe gooi. Koud. Schaatsen
- 6:05Speaker 2: op het ijs. Koud.
- 6:08Speaker 2: Een kopje thee. Je deken in je bed.
- 6:13Speaker 2: Warm Meerten. Jij hebt de grote warm of koud quiz gewonnen.
- 6:20Speaker 2: Dus jij krijgt nu een lekker warm kopje chocolademelk met slagroom.
- 6:27Speaker 2: Nou, dan ga ik die zomaar voor je maken. Ja,
- 6:31Speaker 2: Myrthe. Ken jij nog iemand die in de sneeuw woont? O,
- 6:34Speaker 1: Anna en Elsa.
- 6:36Speaker 2: Ja, Anna en Elsa, die wonen in de sneeuw. Inderdaad. Uh.
- 6:39Speaker 2: Misschien komen die wel tegen. Ja, je weet het nooit.
- 6:43Speaker 2: Maar Myrthe, denk je dat er ook dieren zijn die
- 6:46Speaker 2: van de sneeuw houden? IJsberen. Ja, bijvoorbeeld de ijsberen. Pinguins. Ja,
- 6:51Speaker 2: en de pinguins, inderdaad. Nou, en zo zijn er nog
- 6:53Speaker 2: heel veel andere dieren die ook van de sneeuw houden.
- 6:56Speaker 2: En ik moet zeggen dat ik er zelf ook wel
- 6:58Speaker 2: van hou. Ik vind het ook heel leuk. En ik
- 7:00Speaker 2: heb trouwens ook weer een hele hoop geleerd. Myrthe vandaag
- 7:03Speaker 2: van jou als kleuter. Onder andere dat ik heel hard
- 7:05Speaker 2: moet gaan wegrennen van jou. Anders krijg ik allemaal sneeuwballen
- 7:08Speaker 2: in mijn nek. Verder heb ik geleerd dat jij heel
- 7:12Speaker 2: goed weet wat er koud en wat er warm is. Ja.
- 7:15Speaker 2: Dit was de kleuterpodcast weer voor deze week.
- 7:20Speaker 2: Of sluit jij hem af? Ja. Nou, doe maar dan.
- 7:23Speaker 1: Dit was de kleuterpodcast deze week.
- 7:25Speaker 2: Leuk dat je hebt geluisterd. Mocht je nog een idee
- 7:28Speaker 2: hebben voor een nieuwe kleuterpodcast. Kan je dat altijd doorgeven.
- 7:31Speaker 2: Bijvoorbeeld via onze Instagram. En dat is @
- 7:34Speaker 1: kleuterpodcast. Papa. Volgende week gaan we het hebben over muziek.
- 7:39Speaker 2: O, leuk. Allemaal muziekinstrumenten. Ik ben benieuwd. Ik ook. Ik
- 7:44Speaker 2: ga luisteren.
- 7:45Speaker 2: Ik ook.
- 7:46Speaker 1: Tot de volgende keer. Tot de volgende keer. Doei. Dag
- 7:49Speaker 1: vriendjes en vriendinnetjes. Dat dat je hebt geluisterd.