Latest / Kleuter Podcast / Opa's & Oma's | Kleuterpodcast #7
Transcript
- 0:00Speaker 1: Hallo allemaal. Hier zijn we weer met een nieuwe kleuterpodcast.
- 0:04Speaker 2: Ja, leuk dat je luistert naar de kleuterpodcast over opa's
- 0:07Speaker 2: en oma's. Ja. Myrthe, hoeveel opa's en oma's heb jij?
- 0:10Speaker 1: 4 oma's en 2 opa's. Oeh,
- 0:13Speaker 2: dat is heel veel. Hoe dat zit leggen we je
- 0:14Speaker 2: uit in deze podcast. Ja.
- 1:08Speaker 2: Nou, dit is dus de kleuterpodcast over opa's en oma's. Myrthe,
- 1:12Speaker 2: jij vertelde net dat je 4 oma's hebt en twee opa's.
- 1:16Speaker 2: Hoe kan dat? Leg uit.
- 1:19Speaker 1: Want 2 opa's die zijn dood.
- 1:21Speaker 2: Ja, er zijn al. Maar dan heb je er nog
- 1:23Speaker 2: steeds heel veel. Want de meesten hebben twee oma's en
- 1:27Speaker 2: twee opa's. Vertel, hoe kan het dat je zoveel oma's hebt?
- 1:35Speaker 1: En omdat ze 2 eh 2 oma's zijn mijn overgrootoma's.
- 1:37Speaker 2: Ja, dat zijn je overgootoma's. Maar die tellen we gewoon
- 1:39Speaker 2: mee als oma's. Ja. Ja. En wat is dat dan?
- 1:42Speaker 2: Een overgrootoma. Leg dat eens uit. Dat hij heel oud is.
- 1:46Speaker 2: Maar wat is een overgrootoma?
- 1:48Speaker 1: Dat het de oma is van je vader of een moeder? Ja,
- 1:53Speaker 2: inderdaad, dat is de overgrote oma. Want jij hebt twee
- 1:56Speaker 2: oma's zelf.
- 1:58Speaker 2: Maar wie heeft er dan nog meer 2 oma's? Mama? Ja,
- 2:01Speaker 2: mama die heeft ook nog twee oma's. En dat zijn
- 2:05Speaker 2: jouw overgrootoma's. Maar haar opa's zijn dood. Ja, maar die
- 2:08Speaker 2: heb je ook nog gekend. Ja. Want toen jij nog
- 2:11Speaker 2: iets jonger was, toen had jij zelfs nog 4 oma's
- 2:14Speaker 2: en 4 opa's. Ja. Dat zijn er wel heel veel.
- 2:19Speaker 2: Nou hebben opa's en oma's natuurlijk ook namen. Wat voor
- 2:21Speaker 2: namen hebben jouw opa's en oma's?
- 2:24Speaker 1: Een overgrootoma heet O Jopie. Ja, en de andere? Andere
- 2:29Speaker 1: overgrootoma heet Oma Marie. Ja.
- 2:32Speaker 2: En sommige, die sommige kindjes, die geven hun oma een bijnaam.
- 2:37Speaker 2: Dat hebben wij niet, he? Nee. Nee. Is dat? Ja,
- 2:40Speaker 2: dat is een goede vraag. Sommige kindjes die noemen hun
- 2:43Speaker 2: oma of opa met iets wat ze vaak doen bij
- 2:47Speaker 2: de opa of oma, of waar ze de opa of
- 2:49Speaker 2: oma aan herkennen.
- 2:50Speaker 2: Dus bijvoorbeeld sommige kindjes hebben een oma lift. Wat denk
- 2:53Speaker 2: je dat een oma lift is?
- 2:55Speaker 1: En dat die heel in de lift is?
- 2:58Speaker 2: Ja, vaak is dat een oma die bijvoorbeeld een lift heeft.
- 3:01Speaker 2: Dus die in een in een flat woont waar een
- 3:03Speaker 2: lift is of zo.
- 3:04Speaker 2: En sommigen hebben een op kip. Die kip heeft. Ja,
- 3:07Speaker 2: dat is een opa die kip heeft.
- 3:08Speaker 1: O ja, kip. Op kip. Ja. Ik heb ook een
- 3:11Speaker 2: opakip. Jij hebt me ook een opakip. Ja, want jouw
- 3:14Speaker 2: opa heeft ook kippen. Ja. En wat denk je dat
- 3:16Speaker 2: dan een oma Pietje is? He, Weet ik ook niet.
- 3:20Speaker 2: Dat is een oma met een vogeltje, die de hele
- 3:22Speaker 2: tijd Piet, Piet, Piet, zegt. En een opa snor. Een snor.
- 3:27Speaker 2: is een op met een hele grote snoer. En een
- 3:29Speaker 2: oma taart. Die heel veel taarten bakken. Ik denk dat
- 3:32Speaker 2: dat inderdaad een oma is die heel veel taarten bakt. Ja,
- 3:34Speaker 1: en die een taartenwinkel
- 3:36Speaker 2: heeft. O, dat zou ook nog kunnen. En wat denk
- 3:39Speaker 2: je van een oma's stroopwafel?
- 3:40Speaker 1: Die heel veel stroopwafels eet. Ja. En ik heb ook
- 3:44Speaker 1: nog oma's strowafel. Want die is heel veel strowafel. Echt
- 3:48Speaker 2: waar? Ja.
- 3:50Speaker 2: Wat vind jij het allerleukste aan opa's en oma's? Zullen
- 3:53Speaker 2: we beginnen bij de opa's. Wat is het leukste aan opa's?
- 3:56Speaker 2: Heel veel grapjes
- 3:56Speaker 1: maken.
- 3:58Speaker 2: Opa's maken vaak heel veel grapjes. Ja. Een
- 4:01Speaker 1: opa helemaal. Altijd als ik er ben, maakt hij altijd
- 4:04Speaker 1: heel veel grapjes.
- 4:06Speaker 2: Echt waar? Ja. En oma's dan? Wat is zo leuk
- 4:09Speaker 2: aan oma's dan?
- 4:10Speaker 2: kunt het.
- 4:11Speaker 1: Dat meisjes zijn.
- 4:13Speaker 2: Dat
- 4:13Speaker 1: het meisjes zijn? Oké. En dat ze heel veel spelletjes
- 4:16Speaker 1: met me doen? O ja,
- 4:17Speaker 2: dat snap ik ook wel. Heel veel spelletjes. Jij bent
- 4:20Speaker 2: echt gek van spelletjes, he?
- 4:21Speaker 1: Helemaal zal ik altijd winnen. Want ik ben echt heel
- 4:24Speaker 1: goed in
- 4:24Speaker 2: winnen. Wat doe je heel graag als je bij opa
- 4:26Speaker 2: en oma bent? Behalve spelletjes
- 4:28Speaker 1: spelen? En als mijn neefje
- 4:30Speaker 1: nichtje er zijn, dan wil ik met mijn neefje en
- 4:33Speaker 1: nichtjes spelen.
- 4:35Speaker 2: O ja, dat snap ik wel. Die komen ook natuurlijk
- 4:38Speaker 2: bij opa en oma. Wat is dan het verschil tussen
- 4:40Speaker 2: opa en oma en papa en mama? En
- 4:42Speaker 1: de papa en de opa die zijn een jongen. De
- 4:48Speaker 1: Mama en de oma zijn een meisje. Ja,
- 4:51Speaker 2: maar wat is dan het verschil tussen papa's en mama's
- 4:54Speaker 2: en opa's en oma's?
- 4:56Speaker 1: Papa's en mama's passen nooit op. En opa's en oma's wel.
- 5:02Speaker 2: Ja, ja, dat kan inderdaad. Maar papa's en mama's passen
- 5:05Speaker 2: niet op. Nee.
- 5:07Speaker 2: Wat is het leukste dat je ooit met opa en
- 5:09Speaker 2: oma hebt gedaan?
- 5:10Speaker 1: De dolfijnenshow. O
- 5:12Speaker 2: ja, naar de dolfijnenshow geweest. En nog iets?
- 5:15Speaker 1: Naar de dierentuin. En dat ik een keer heel lang
- 5:18Speaker 1: geleden een ijsje ging eten in de dierentuin. O, wat leuk.
- 5:22Speaker 1: Een
- 5:22Speaker 1: was een lekker perenijsje.
- 5:24Speaker 2: O, lekker, lekker. Ja. Opa's en oma's houden altijd van
- 5:27Speaker 2: ijsjes en verwennen, he. Ja. Zou jij later een oma
- 5:31Speaker 2: willen zijn? Weet ik niet. En als je een oma
- 5:34Speaker 2: zou zijn, wat zou je dan
- 5:35Speaker 1: doen? Misschien groepjes maken.
- 5:38Speaker 1: een spelletje
- 5:38Speaker 2: spelen. Dat is eigenlijk wat oma's nu met
- 5:41Speaker 1: jou doen ook. De oma's maken nooit grapjes. En dat
- 5:45Speaker 1: wil ik wel.
- 5:47Speaker 2: O, als jij oma zou zijn, dan zou je dat
- 5:48Speaker 2: wel
- 5:48Speaker 1: willen. Ja.
- 5:50Speaker 1: Papa, wie zijn jij? Jouw opa's en oma's?
- 5:53Speaker 2: Mijn opa's en oma's. Mijn opa's die die zijn zo
- 5:58Speaker 2: lang geleden al overleden, dat ik ze nooit gekend heb.
- 6:02Speaker 2: Een heb ik er wel gekend, maar toen was ik
- 6:04Speaker 2: zo klein, dus dat weet ik niet meer.
- 6:05Speaker 2: En de oma's. Ik had twee oma's en wij hadden
- 6:09Speaker 2: ook bijnamen voor mijn oma's. Weet je hoe mijn oma's heten? Ja,
- 6:11Speaker 2: eentje weet ik. O, vertel dan, hoe heet? Oma Punky. Ja,
- 6:15Speaker 2: heel goed. Oma Punky, weet je. Ja. En weet je
- 6:17Speaker 2: ook waar de naam vandaan komt van Punky? Want dat
- 6:20Speaker 2: heb ik wel eens uitgelegd aan je. Ja.
- 6:22Speaker 1: Omdat O Punky heeft een hond die Funky heet. Ja,
- 6:25Speaker 2: mijn oma Punky, die had een hondje inderdaad. Dat was
- 6:28Speaker 2: een poedel. En die had altijd gek haren. En die
- 6:31Speaker 2: noemde mijn oma Punky.
- 6:33Speaker 2: En wij noemden daarom mijn oma, oma Punky. Niki. En
- 6:36Speaker 2: de andere oma, die had ook een hele gekke naam.
- 6:38Speaker 2: Weet je hoe mijn andere oma heette? Nee.
- 6:40Speaker 2: Mijn andere oma noemden wij oma van opa. Dus dat
- 6:44Speaker 2: was dat was de oma van opa. We hadden namelijk
- 6:46Speaker 2: maar één oma met een opa. En de opa heette
- 6:49Speaker 2: opa van oma. Heel raar. Hoe we dat verzonnen hebben?
- 6:52Speaker 2: Ik weet het ook niet. Maar zo heten ze. En uh.
- 6:55Speaker 1: Hebben die ook een hondje? Nee,
- 6:57Speaker 2: die hadden geen hond. Maar mijn uh. Maar die heb
- 7:01Speaker 2: ik ook niet heel lang gekend. Maar mijn andere oma,
- 7:03Speaker 2: mijn oma Punky, die heb ik dus wel heel lang gekend.
- 7:05Speaker 2: En daar heb ik heel veel leuke dingen meegedaan. Ja, zo.
- 7:08Speaker 2: En. Nou, mijn oma die had altijd. die maakte altijd
- 7:12Speaker 2: heel lekker eten voor mij. Ik hield heel erg van kiprollade.
- 7:16Speaker 2: Mijn oma kon de beste kiprollades maken. En dan deed
- 7:19Speaker 2: ze daar uh worteltjes met dopertjes bij. Dat vond ik
- 7:23Speaker 2: superlekker en gebakken aardappeltjes. En oma en mijn oma en
- 7:27Speaker 2: ik konden ook altijd heel goed spelletjes doen.
- 7:29Speaker 1: Wie? En wie was er toen het beste winnaar?
- 7:33Speaker 2: Ik denk mijn oma wel, maar ik denk dat mijn
- 7:35Speaker 2: oma mij stiekem ook wel eens liet winnen. En weet
- 7:37Speaker 2: je wat mijn oma trouwens ook heel goed kon? Nee.
- 7:39Speaker 2: Heel goed zingen en een winkeltje maken. Wij maakten altijd
- 7:43Speaker 2: een hoedenwinkel. Hoe? Ja, mijn oma had heel veel hoeden.
- 7:46Speaker 2: Dus dan maakten we een hoedenwinkel.
- 7:49Speaker 2: Hee, en sommige kinderen die zien hun opa en oma
- 7:52Speaker 2: heel vaak. Jij ziet je opa en oma best wel vaak.
- 7:54Speaker 2: Maar sommige kinderen zien hun opa en oma niet heel vaak.
- 7:57Speaker 2: bijvoorbeeld omdat ze heel ver weg wonen. Wat zou je
- 7:59Speaker 2: dan kunnen doen om je opa en oma toch te
- 8:02Speaker 2: laten weten dat je aan ze denkt? Kaart sturen? Ja.
- 8:05Speaker 2: Zou je eens een kaartje kunnen sturen?
- 8:07Speaker 1: Of een tekening
- 8:08Speaker 2: maken? Ja, goed idee. Dat vind ik echt een heel
- 8:10Speaker 2: leuk idee. Misschien moet je dat sowieso even een keertje
- 8:13Speaker 2: doen voor opa en oma. Vinden ze vaste ziek heel
- 8:15Speaker 2: erg leuk.
- 8:16Speaker 2: Myrthe. Ja. Ik denk dat het tijd is voor je.
- 8:19Speaker 2: Een spelletje.
- 8:21Speaker 2: En het spelletje van vandaag is een spelletje dat wij
- 8:24Speaker 2: heel vaak spelen in de auto. Namelijk Ik denk aan iemand,
- 8:28Speaker 2: ik denk aan iemand. En het spelletje werkt heel simpel.
- 8:32Speaker 2: Als je zit te luisteren, dan kan je dit heel
- 8:34Speaker 2: makkelijk spelen met je papa, mama, of met je broertje
- 8:37Speaker 2: of zusje. Want je je denkt aan iemand die je kent,
- 8:41Speaker 2: bijvoorbeeld aan een opa of oma.
- 8:43Speaker 2: En dan ga je diegene omschrijven. En dan is het
- 8:45Speaker 2: de vraag of de andere kan raden aan wie je denkt. Nou, Myrthe,
- 8:49Speaker 2: begin
- 8:50Speaker 1: jij? Ik denk aan iemand. Ik denk aan iemand. Niet
- 8:56Speaker 1: op donderdag, maar op een misschien op een andere dag
- 9:00Speaker 1: passen ze op en um is morgen jarig. En dan
- 9:06Speaker 1: viert hij. O,
- 9:07Speaker 2: dan weet ik het. Dat is opa Gijs. Ja.
- 9:11Speaker 2: Ik denk aan iemand, ik denk aan iemand en diegene
- 9:13Speaker 2: past op donderdag op jou op.
- 9:16Speaker 2: En
- 9:17Speaker 2: Die houdt heel erg van pannenkoeken. En bij ons thuis
- 9:20Speaker 2: heeft ze een keer heel veel kaneel op de pannenkoeken gedaan.
- 9:25Speaker 2: Aan wie denk ik?
- 9:26Speaker 1: E O Carola.
- 9:28Speaker 2: Ja, heel goed, heel goed. Dat was met
- 9:30Speaker 1: mijn verjaardag dat ze toen opeens heel veel kaneel opdeed. Ja, inderdaad.
- 9:36Speaker 1: Toen schrok ze een hoedje. Ja.
- 9:39Speaker 2: Oké, nou ben jij
- 9:39Speaker 1: weer. Ik denk aan niemand. Ik denk aan niemand. Diegene
- 9:44Speaker 1: heeft een speelgoedwinkel. En is de papa van mama?
- 9:48Speaker 2: O, wat goed omschreven. Ehm, dat is opa Henk. Ja
- 9:52Speaker 2: Ik denk aan iemand. Ik denk aan iemand. En diegene
- 9:57Speaker 2: is de oma van mama en de mama van opa.
- 10:01Speaker 2: Wie is het?
- 10:03Speaker 2: Oma Marie. Heel goed. Ja, dat is O Marie.
- 10:07Speaker 1: Ik denk aan iemand. Ik denk aan iemand. Ze heeft
- 10:11Speaker 1: een groot hut waar heel veel mensen kunnen zitten. En
- 10:17Speaker 1: ze heeft een kledingwinkel en dan mag ik altijd helpen.
- 10:21Speaker 2: O, dan weet ik wie het is. Oma Tonie. Ja.
- 10:25Speaker 2: Oké, ik denk aan iemand. Ik denk aan iemand. En
- 10:29Speaker 2: diegene woont heel dicht bij de supermarkten Lidl. En die
- 10:33Speaker 2: loopt daar elke keer naartoe. En die zingt met jou
- 10:37Speaker 2: graag een liedje uit een groen boek.
- 10:40Speaker 2: Wie is het? Oma Jopie. Ja, heel goed. Nou, zo
- 10:43Speaker 2: kan je dus ook jouw eigen opa's en oma's kan
- 10:45Speaker 2: je gaan beschrijven. En kan je kijken of je het
- 10:48Speaker 2: van elkaar kan raden wie je beschrijft. En dat kan
- 10:50Speaker 2: je natuurlijk met meer dan alleen opa's en oma's doen.
- 10:53Speaker 2: Je kan het ook met andere mensen doen. Ja.
- 10:56Speaker 1: Wat heb jij geleerd, papa?
- 10:57Speaker 2: Nou, ik heb een hele hoop geleerd. Ik heb geleerd
- 11:00Speaker 2: van jou dat je opa's en oma's heel goed kan omschrijven.
- 11:03Speaker 2: En ik heb geleerd wat jij zou doen als jij
- 11:06Speaker 2: zelf een oma zou zijn. Namelijk veel meer grapjes maken. Ja.
- 11:10Speaker 2: En daarmee zijn we aan het einde gekomen van de kleuterpodcast,
- 11:12Speaker 1: Myrthe. Ja, dit is het einde van de kleuterpodcast.
- 11:16Speaker 2: Als jij ook speciale opa's en oma's hebt, mag je
- 11:18Speaker 2: dat natuurlijk laten weten via onze Instagram of via de website.
- 11:22Speaker 2: En ik ben ook benieuwd of jouw opa's en oma's
- 11:26Speaker 2: gewone namen hebben of bijnamen hebben.
- 11:28Speaker 1: Ja, en als je een opa of oma lief vindt,
- 11:31Speaker 1: geef ze dan een dikke knuffel.
- 11:33Speaker 2: Precies, of maak een mooie tekening voor ze.
- 11:36Speaker 2: De volgende keer, Myrthe, dan gaan we het hebben over.
- 11:39Speaker 1: Begin van de lente.
- 11:41Speaker 2: O, wat heerlijk. Het lekkere weer komt eraan. Veel in
- 11:44Speaker 2: de tuin spelen. En volgende week dus over de start
- 11:47Speaker 2: van de lente. Ja.
- 11:49Speaker 1: En nu gaan we lekker ijsje halen.
- 11:51Speaker 2: O, daar heb ik zin in. De lente begint goed.
- 11:53Speaker 2: Ik heb
- 11:53Speaker 1: er nu al zin
- 11:54Speaker 2: in. Tot de volgende keer.
- 11:57Speaker 1: Tot de volgende keer.