Latest / Kleuter Podcast / Dierentuin | Kleuterpodcast #22
Transcript
- 0:00Speaker 1: Welkom bij een nieuwe kleuterblad.
- 0:04Speaker 2: Ja, welkom bij een nieuwe kleuterpodcast, Myrthe. Vandaag gaan we
- 0:08Speaker 2: naar een leuke plek toe. Ja. Waar gaan we heen?
- 0:11Speaker 1: De dierentuin.
- 1:05Speaker 2: Zo, Myrthe, vandaag gaan we het hebben over de dierentuin. Myrthe,
- 1:08Speaker 2: jij komt wel vaak bij de dierentuin,
- 1:10Speaker 1: hè? Ja, want ik ga vaak met opa Gijs naar
- 1:13Speaker 1: de dierentuin.
- 1:14Speaker 2: En dan ga je samen met de bus, toch? Ja. Ja,
- 1:17Speaker 2: dat is leuk. Dan gaan jullie samen eventjes naar de dierentuin.
- 1:20Speaker 2: Want Opa Gijs heeft een abonnement en dan kan je mee.
- 1:24Speaker 2: En dan gaan jullie eventjes gewoon eventjes, terwijl je zusje
- 1:25Speaker 2: ligt te slapen, snel naar de dierentuin.
- 1:27Speaker 1: Ja, want wij zij wonen vlak bij de dierentuin.
- 1:30Speaker 2: Welke dieren vind jij leuk om te zien in de dierentuin?
- 1:33Speaker 1: Eh
- 1:33Speaker 1: Flamingo's en rode panda's?
- 1:37Speaker 2: Flamingo's en rode panda's. En waarom de flamingo's?
- 1:40Speaker 1: Dat zijn mijn lievelings.
- 1:42Speaker 2: Ja, en waarom is het jouw lievelings dan?
- 1:44Speaker 1: omdat ze rossen zijn, denk
- 1:45Speaker 2: ik. Ah, ja, logisch. En waarom de rode panda dan?
- 1:50Speaker 2: Die
- 1:50Speaker 1: moeten we eens zoeken.
- 1:52Speaker 2: Die moesten we heel goed zoeken in de dierentuin. Want
- 1:54Speaker 2: wij zijn wij zijn toevallig zijn wij gister naar de
- 1:57Speaker 2: dierentuin geweest, hè? Ja. En welke welke dieren hebben we
- 2:00Speaker 2: nog meer gezien? Want je zei al de flamingo en
- 2:01Speaker 2: de rode panda. Hebben we nog andere dieren
- 2:03Speaker 1: gezien? Neushoorns en olifant, flamingo, rode panda en
- 2:13Speaker 2: Ja, echt nog veel meer, hè. Ook de olifanten en
- 2:16Speaker 2: uh Hoe, ik weet het niet eens meer allemaal struisvogels.
- 2:19Speaker 2: Echt heel veel. Ja. Nou waren wij gisteren in het
- 2:22Speaker 2: in de dierentuin. En er gebeurde wel iets grappigs. Eigenlijk
- 2:26Speaker 2: was het niet zo heel grappig voor jou. Maar we
- 2:28Speaker 2: moesten er uiteindelijk wel heel hard om lachen. Ja. Vertel
- 2:31Speaker 2: wat gebeurde. Ik zie aan je gezicht dat je denkt Nou.
- 2:37Speaker 2: Wil je het niet vertellen. Ja. Wat gebeurde er? Ik
- 2:40Speaker 1: ging kaartlezen en er lag een steen voor me. En
- 2:46Speaker 1: die zag ik niet. Dus ik viel eroverheen.
- 2:49Speaker 2: Ja, ja, dus. En dat deed echt wel heel erg pijn.
- 2:52Speaker 2: Maar we hebben daar uiteindelijk gelukkig wel heel hard om
- 2:54Speaker 2: kunnen lachen met z'n tweeën. Of met ze eigenlijk met
- 2:56Speaker 2: z'n allen, met mama ook en met Linde. Maar Myrthe
- 3:00Speaker 2: die had een kaart. Want bij een pretpark of bij
- 3:03Speaker 2: een dierentuin hebben ze vaak een platte grond. En dan
- 3:05Speaker 2: kan je zien waar je bent.
- 3:07Speaker 2: En we waren net bij de apen geweest en Myrthe
- 3:09Speaker 2: ging even op de kaart kijken waar we nog meer
- 3:11Speaker 2: naartoe konden. En jij ging lopen met de kaart voor
- 3:13Speaker 2: je neus.
- 3:15Speaker 2: En dat was eigenlijk niet zo handig.
- 3:17Speaker 1: Nee, want er lag een steen voor mijn neus. En
- 3:19Speaker 1: en ik zag die steen en ik viel er dwars
- 3:23Speaker 2: op. Ja. Je viel echt vol op die steen. Ja.
- 3:26Speaker 2: Dat deed echt wel pijn. Dus je had ook. Je
- 3:27Speaker 2: hebt ook een schaafwondwond nu op je op je voet.
- 3:31Speaker 2: Maar gelukkig konden we er wel om lachen. Op je
- 3:32Speaker 2: bedoel je? Op je been. Dat bedoel ik. Maar gelukkig
- 3:35Speaker 2: konden we er wel om lachen. Want het was wel
- 3:37Speaker 2: een beetje een oliebollenactie eigenlijk.
- 3:40Speaker 2: Dus als je naar de dierentuin gaat en je gaat
- 3:43Speaker 2: de kaart lezen. dan moet je eventjes stil blijven staan. Ja. Ja,
- 3:47Speaker 2: dat is wel heel handig.
- 3:48Speaker 1: Of ergens op zitten.
- 3:50Speaker 2: Of ergens op zitten als je dat wilt. Op een
- 3:51Speaker 1: steen kan je wel
- 3:52Speaker 2: op zitten. Ja, op die grote steen had je gewoon
- 3:54Speaker 2: kunnen gaan zitten. En dan was je niet gevallen. Ja. Ja. Ja.
- 3:58Speaker 2: Als ik hem zag. Ja. We hebben gisteren ook heel
- 4:02Speaker 2: veel andere dieren gezien dan die je net al vertelde.
- 4:06Speaker 2: Want we hebben er ook eentje gezien.
- 4:08Speaker 2: En daar waren mensen eigenlijk iets aan het doen wat
- 4:10Speaker 2: volgens mij niet mag. was een dier met een hele
- 4:13Speaker 2: lange nek. Een
- 4:14Speaker 1: kind ging een giraf voeren?
- 4:17Speaker 2: Ja, die ging de giraf voeren. En volgens mij mag
- 4:20Speaker 2: je officieel in de dierentuin. mag je helemaal geen
- 4:23Speaker 2: uh dieren voeren. Dus dat mogen alleen de mensen doen
- 4:26Speaker 2: die werken in het in de dierentuin. Dus de dierenverzorgers. Ja,
- 4:29Speaker 2: die mogen dat dan dus wel. Maar die mevrouw, meneer
- 4:32Speaker 2: en hun kindje, die mogen dat eigenlijk niet. Maar wat
- 4:34Speaker 2: gaven ze? Een blaadje. Ja, gaven een blaadje. Dus het
- 4:37Speaker 2: zoveel kwaad kan het ook niet. Maar volgens mij mag
- 4:39Speaker 2: het eigenlijk niet. Maar we hebben wel van heel dichtbij
- 4:41Speaker 2: daardoor gezien, he. Ja. Mooie dieren, he. Ja.
- 4:45Speaker 2: En wat vind je nog meer mooie dieren? Want we
- 4:46Speaker 2: hebben bijvoorbeeld ook de struisvogel, hebben we ook gezien.
- 4:50Speaker 1: O ja. En de
- 4:51Speaker 2: zebra's. En de zebra's. Ja, en die hadden van die
- 4:53Speaker 2: hele mooie roze met gele strepen, toch, die zebra's? Nee.
- 4:57Speaker 2: Groene en blauwe strepen dan? Nee. Rode strepen.
- 5:00Speaker 1: Nee. Een zorg met witte!
- 5:02Speaker 2: O,
- 5:02Speaker 2: O, dat was het. We hebben ook een aantal dieren gezien.
- 5:05Speaker 2: Maar daar moesten we heel hard naar zoeken. Die lagen
- 5:07Speaker 2: gewoon lekker te slapen allemaal. Ja. De leeuw. De leeuw,
- 5:10Speaker 2: die lag te slapen.
- 5:11Speaker 1: Ja, en de rode panda. Wat ging jij doen bij
- 5:13Speaker 1: de leeuw? Proberen wakker te maken. Hoe
- 5:17Speaker 2: deed je dat dan?
- 5:18Speaker 1: Gewoon. Z. H.
- 5:20Speaker 1: geen grondenaren.
- 5:22Speaker 2: En ik ging een liedje zingen. Weet je nog welk liedje?
- 5:26Speaker 2: In the jungle, The Mighty Jungle, The Lion Sleeps Tonight.
- 5:31Speaker 2: Dat is Engels voor de leeuw slaapt vannacht. In de
- 5:33Speaker 2: jungle jungle.
- 5:50Speaker 2: Ja, maar. Sorry. Ik liet maar gaan.
- 5:54Speaker 2: Nou, als jij zit te luisteren, ben ik ook wel
- 5:56Speaker 2: benieuwd naar wat jouw lievelingsdier is in de dierentuin. waar
- 5:58Speaker 2: jij heel graag naartoe gaat. Misschien is het wel de
- 6:00Speaker 2: aap of de pinguin of de ijsbeer. Pinguin? Ja, pinguin. Ja,
- 6:05Speaker 2: die hebben we gisteren niet gezien, hè?
- 6:06Speaker 1: Nee. Maar jij zei pinguin. O,
- 6:09Speaker 2: zei ik pinguin. Ik bedoel Pinguin. De pinguin. En de ijsbeer.
- 6:12Speaker 2: Ik vind de ijsbeer ook altijd heel erg leuk. Ja.
- 6:15Speaker 2: En ik vind ook de nijlpaard vind ik altijd heel
- 6:17Speaker 2: erg leuk. Want de nijlpaard is altijd heel erg actief.
- 6:19Speaker 2: Die zie je altijd heel veel bewegen.
- 6:21Speaker 1: Ja, en wij hadden een nijlpaard gezien.
- 6:24Speaker 1: En met je dikke billen.
- 6:26Speaker 2: Ja, ja, die had hele dikke billen. Ja.
- 6:30Speaker 2: Wat eten de dieren eigenlijk? Weet je wat de dieren eten?
- 6:33Speaker 2: Wat zouden bijvoorbeeld apen eten? Bananen. Ja, volgens mij eten
- 6:38Speaker 2: apen geen bananen. Volgens mij denken wij dat dat altijd. Huh?
- 6:41Speaker 2: Apen eten helemaal geen bananen.
- 6:43Speaker 1: Hè? Wat eten ze dan?
- 6:45Speaker 2: Ja, die Ze krijgen het wel eens als ze bijvoorbeeld
- 6:47Speaker 2: in het dierenthuis zijn. Maar eigenlijk eten ze dat niet.
- 6:50Speaker 2: Eigenlijk eten ze voornamelijk heel veel planten en andere soorten fruit.
- 6:53Speaker 2: en insectjes. En dat is dat is wat apen eigenlijk
- 6:57Speaker 2: een beetje
- 6:57Speaker 1: eten. En ze drinken soms ook een flesje. Baby-aapjes.
- 7:01Speaker 2: Ja, maar dat is dus ook in de dierentuin. En
- 7:04Speaker 2: dat is niet als ze in het wild leven. Want
- 7:05Speaker 2: als ze in de jungle leven, dan hebben ze geen flesje.
- 7:08Speaker 1: Wat eten ze dan?
- 7:10Speaker 2: Dan eten ze gewoon de bladeren of de vruchten, of eh.
- 7:14Speaker 1: Eten ze het dan
- 7:15Speaker 1: Misschien wel bananen?
- 7:17Speaker 2: Nee, want die de bananen, die komen volgens mij niet
- 7:20Speaker 2: voor in de buurt van waar de apen leven. Volgens
- 7:22Speaker 2: mij is dat echt een misverstand. Maar wat eten bijvoorbeeld Olifanten? Stro. Ja,
- 7:28Speaker 2: dat hebben wij gisteren gezien, he? Ja. Wat deden die olifanten?
- 7:31Speaker 2: Die
- 7:31Speaker 1: gingen het met hun slurf pakken, maar toen. Maar ze
- 7:34Speaker 1: probeerden te pakken. Maar ze zaten helemaal op.
- 7:38Speaker 2: Ja, want het stro zat boven hun hoofd. En dan
- 7:41Speaker 2: pakten ze een beetje stro. Maar daar viel dus steeds
- 7:43Speaker 2: heel veel stro op hun eigen hoofd.
- 7:45Speaker 1: Ja, dat viel steeds op hun eigen rugje. Ja,
- 7:49Speaker 2: dus uh maar maar uh olifanten die eten dus inderdaad
- 7:52Speaker 2: stro of gras en bladeren en struiken en fruit. Olifanten
- 7:56Speaker 2: eten zoveel. Die zijn ook heel groot, hè? Ja. We
- 7:59Speaker 2: hebben gisteren nog gemeten. Jij kan drie keer in een olifant. Zo? Ja, zo.
- 8:04Speaker 2: Maar wat denk jij dat een pinguin eet? Ik weet
- 8:07Speaker 2: het niet. Pinguins eten vooral visjes. Ze leven ook veel
- 8:10Speaker 2: in het water, hè. Dus bij veel vissen. Dus zij
- 8:13Speaker 2: eten vissen en schelpdiertjes.
- 8:16Speaker 1: Weet je welke dieren nog meer schelpdiertjes eten? Nou, zee otters.
- 8:24Speaker 2: Is dat zo? Oh, dat geloof ik gelijk. Ja. Oh,
- 8:26Speaker 2: wat goed dat je dat weet. Waar heb je dat geleerd?
- 8:29Speaker 1: Dat zat in een doeboekje.
- 8:31Speaker 2: Zat dat in een doeboekje. Wat voor doeboekje? In
- 8:34Speaker 1: Boeboekje.
- 8:36Speaker 2: O, wat leuk. Wat leuk.
- 8:38Speaker 2: Myrthe. Ja. Ik denk dat het tijd is voor een spelletje.
- 8:44Speaker 2: En dit spelletje heb jij verzonnen. Vertel. Wat gaan we doen?
- 8:47Speaker 1: Er zijn allemaal knopjes en die moet een voor een indrukken.
- 8:51Speaker 1: En dan uh moet ik raden welk dier het is. Ja,
- 8:56Speaker 2: ik heb allemaal dierengeluidjes opgezocht. Die heb ik op een
- 8:58Speaker 2: knopje gezet. Jij gaat de knopjes zo indrukken.
- 9:01Speaker 2: En dan uh kan je raden welke dieren het is.
- 9:03Speaker 2: En als je zit te luisteren, doe gezellig mee. Ik
- 9:05Speaker 2: ben benieuwd of jij ook weet welke dieren dit zijn. Oké, Myrthe,
- 9:08Speaker 2: ben je er klaar voor? Ja. Nou, druk er maar in.
- 9:17Speaker 2: Wat hoorde hier? Een vogel. Oh. Nee, dat is geen vogel.
- 9:22Speaker 2: Wil je hem nog een keer horen? Ja.
- 9:32Speaker 2: Ja, dat is een aapje.
- 9:37Speaker 1: Zo, dat is echt moeilijk om te
- 9:39Speaker 2: horen. Nou, nou weet je hoe een aap klinkt. De volgende.
- 9:50Speaker 1: flamingo's. Ja,
- 9:53Speaker 2: de flamingo's heel goed van jou. Die was echt moeilijk, hè? Ja.
- 9:56Speaker 2: Maar het waren jouw favoriete dieren. Dus ik dacht die
- 9:58Speaker 2: moeten ertussenin. Ja. Dat is leuk. Oké, de volgende.
- 10:12Speaker 2: En
- 10:15Speaker 2: Nou, welke is het? Leeuw? Ja, dat is de leeuw.
- 10:21Speaker 2: Maar misschien kan jij hem beter doen dan de leeuw zelf.
- 10:28Speaker 2: OK, de volgende.
- 10:31Speaker 2: Ja, deze weet ik wel. O, welke is dit dan?
- 10:34Speaker 2: Olifant. Dit is de olifant inderdaad. De trompet van de olifant.
- 10:41Speaker 2: De volgende.
- 10:50Speaker 2: Moet die nog een keer?
- 11:00Speaker 1: 1
- 11:02Speaker 1: Nee.
- 11:04Speaker 2: Ja, heel goed. Oh, die was moeilijk, hè? Hoe, Hoe
- 11:09Speaker 2: heb je dat geraden?
- 11:11Speaker 1: Ik dacht het
- 11:12Speaker 2: gewoon. Ja, dat vind ik knap van je. Dat zijn
- 11:14Speaker 2: inderdaad de pinguins. Oké, de volgende.
- 11:28Speaker 2: Nijlpaard. Nee is geen nijlpaard. Neen. Nee, ook niet. Wil
- 11:33Speaker 2: je hem nog een keer horen? Ja.
- 11:47Speaker 2: Gisteren in de dierentuin had hij zich verstopt. Konden we
- 11:49Speaker 2: hem bijna niet vinden. De tijger? Ja, de tijger inderdaad. Nou,
- 11:53Speaker 2: en de laatste.
- 12:01Speaker 1: zeeleeuw.
- 12:02Speaker 2: Ja. Dit is inderdaad de zeeleeuw. Goed dat je dat weet.
- 12:04Speaker 2: Die hadden
- 12:04Speaker 1: we in Beekse Bergen gezien.
- 12:06Speaker 2: Oh ja. Oh, wat was er in de-? Oh, dat
- 12:08Speaker 2: is misschien wel leuk om te vertellen. Wat was er
- 12:10Speaker 2: in Beekse Bergen
- 12:10Speaker 1: dan? Nou, we in onze tuin hadden we allemaal zeeleeuwen.
- 12:15Speaker 2: Ja, in Beekse Bergen. Daar kun je blijven slapen. En
- 12:19Speaker 2: wij hadden toen een huisje. Ja,
- 12:21Speaker 1: met met mama zijn familie.
- 12:23Speaker 2: Ja. En wij hadden toen een huisje. En wat zat
- 12:26Speaker 2: er
- 12:27Speaker 2: Wat was er voor de deur van het huisje?
- 12:30Speaker 1: Zeeleeuwen. Ja.
- 12:31Speaker 2: Daar zaten de zeeleeuwen. Ja. En dan hoorde je af
- 12:33Speaker 2: en toe. Ja.
- 12:35Speaker 1: En we zagen ze over eens dat ze gevoerd worden.
- 12:39Speaker 2: Ja. Wat kregen ze dan te eten? Visjes. Ja, dan
- 12:42Speaker 2: kregen ze visjes inderdaad.
- 12:43Speaker 2: Goed dat je dat nog weet. Wat leuk. Ik vind
- 12:45Speaker 2: dat jij geslaagd bent voor het dierenspel.
- 12:47Speaker 1: Ja, maar wel moe. Het spel die ik bedacht heb,
- 12:52Speaker 1: het is echt heel erg
- 12:53Speaker 2: moeilijk. Ja, maar dierenraden is ook moeilijk. Ik ben benieuwd
- 12:57Speaker 2: als jij hebt zitten luisteren of je ze wel allemaal wist.
- 13:00Speaker 2: Nou, Myrthe, ik vond het een heel gezellig dagje in
- 13:02Speaker 2: de dierentuin. Ja, ik ook. Ik heb geleerd dat je
- 13:06Speaker 2: als je kaart wilt lezen. dat je dan stil moet
- 13:08Speaker 2: staan of stil moet zitten en niet lopen. Anders doe
- 13:11Speaker 2: je jezelf pijn. Ja. En ik heb uh. Net zoals
- 13:15Speaker 2: ik gister. Ja. En ik heb geleerd dat jij heel
- 13:18Speaker 2: goed een leeuw na kan doen. Want hoe doet een leeuw?
- 13:23Speaker 2: Oho.
- 13:25Speaker 1: Kan het nog beter, he?
- 13:28Speaker 2: Hoe
- 13:29Speaker 2: Wow. Nou, dan zijn we aan het einde gekomen van
- 13:32Speaker 2: de kleuterpodcast, maar niet voordat we een kijkje hebben genomen
- 13:35Speaker 2: in de brievenbus. En Myrthe, ik heb weer wat leuke
- 13:38Speaker 2: berichtjes binnengekregen.
- 13:39Speaker 2: Ik heb een berichtje binnengekregen van Marcus en Marcus die schrijft:
- 13:44Speaker 2: "Hoi Myrthe, ik ben 5 jaar en heet Marcus. Ik
- 13:48Speaker 2: vond de Dino Podcast heel erg leuk en de andere
- 13:50Speaker 2: aflevering ook wel leuk. Nou, dank je wel voor je berichtje, Marcus. Ja,
- 13:54Speaker 2: dank je wel. En even kijken, hoor. Dan krijg ik
- 13:56Speaker 2: nog een berichtje binnen van Lars. En Lars die stuurt
- 14:00Speaker 2: Hoi Myrthe en papa. Ik ben 6 jaar en ik
- 14:02Speaker 2: zit in groep 3 bij de parel.
- 14:05Speaker 2: Ik vind de kleuterpodcast heel leuk en ik luister het
- 14:08Speaker 2: bijna altijd wel. Ik wil heel graag eentje over dieren hebben.
- 14:12Speaker 2: Mag dat? Groetjes van Lars. Nou ja, Lars, dank je
- 14:15Speaker 2: wel voor je berichtje. Dit berichtje kwam dus binnen vlak
- 14:18Speaker 2: voordat bekend werd gemaakt dat we een podcast gingen maken
- 14:21Speaker 2: over de dierentuin. Dus Lars, ik hoop dat we je
- 14:23Speaker 2: het blij hebben gemaakt.
- 14:24Speaker 1: Ja, en er komt ook nog eentje over
- 14:26Speaker 2: huisdieren. Nou, dus Lars, ik hoop dat we je daarmee
- 14:29Speaker 2: een plezier doen. Ja. Dank
- 14:30Speaker 2: je wel voor je berichtje. Ja. En dan heb ik
- 14:32Speaker 2: nog een berichtje van Roek. Hoi, Myrthe en Mytes papa.
- 14:36Speaker 2: Elke week luister ik met mijn kleine zusje naar de kleuterpodcast.
- 14:39Speaker 2: Ik vond de podcast over voertuigen het leukst. Mijn zusje
- 14:43Speaker 2: vindt die van de Dino's het leukst. En die wil
- 14:45Speaker 2: ze graag elke keer weer horen. Willen jullie ook een
- 14:49Speaker 2: superheldenflevering maken? O, dat is een leuke. Ja. Die hebben
- 14:53Speaker 2: we nog niet op het lijstje staan, denk ik. Superhelden.
- 14:56Speaker 2: Wie is jouw superheld? Jij. Jee. Jij bent ook mijn superheld.
- 15:02Speaker 2: Wil jij ook een berichtje achterlaten voor de stoere kleuterclub?
- 15:05Speaker 2: Dat kan via onze website. Dat is www.kleuterpodcast.nl of via
- 15:10Speaker 2: onze Instagram. En dat is
- 15:11Speaker 1: @ kleuterpodcast. En vergeet niet te abonneren.
- 15:16Speaker 2: Ja, vergeet niet te abonneren op de podcast. Dat kan
- 15:18Speaker 2: je doen via je favoriete podcast.
- 15:21Speaker 2: beluisterplatform de Spotify of Apple Podcast. of waar je de
- 15:24Speaker 2: podcast ook beluistert. Druk even op volgen, vinden we extra leuk.
- 15:28Speaker 2: En dan zou ik zeggen tot de volgende keer. Want Myrthe,
- 15:31Speaker 2: waar gaan we het volgende keer over hebben.
- 15:33Speaker 1: Volgende keer moet jij taart meenemen, papa.
- 15:36Speaker 2: Moet ik taart meenemen? Gaan we het weer over bakken hebben.
- 15:38Speaker 2: Daar hebben we toch al over gehad.
- 15:40Speaker 1: Nee, het gaat volgende keer over mijn verjaardag.
- 15:44Speaker 2: O, wacht even, Jester is de volgende keer eenjarig. Hoera! Hoera.
- 15:49Speaker 2: Dus we gaan het hebben over verjaardagen. Ja. O ja,
- 15:52Speaker 2: dan snap ik de taart wel. En alle kinderen die
- 15:54Speaker 2: luisteren zijn uitgenodigd. Hahaha! Nou, tot de volgende keer dan.
- 15:59Speaker 2: Ik ben benieuwd.
- 16:00Speaker 1: Dag, vriendjes en vriendinnen.