Latest / Kleuter Podcast / VOETBAL | KLEUTERPODCAST #68
Transcript
- 0:00Speaker 1: Welkom bij je nieuwe kleuterpodcast. Ja, welkom bij je nieuwe kleuterpodcast.
- 0:06Speaker 1: Leuk dat je luistert. Myrthe. Waar gaan we het vandaag
- 0:09Speaker 1: over hebben? Over
- 1:04Speaker 1: Welkom bij een nieuwe kleuterpodcast. Leuk dat je luistert. Vandaag
- 1:07Speaker 1: gaan we het hebben over voetbal. En we hebben straks
- 1:10Speaker 1: nog iets heel leuks voor je, wat je zelf kan
- 1:12Speaker 1: gaan doen.
- 1:13Speaker 1: Gaan we straks alles over vertellen. Myrthe, heb jij wel
- 1:15Speaker 1: eens gevoetbald? Op school dan. In een pannakooi. In een wat?
- 1:20Speaker 1: In een pannakooi. Maar voetballen doe je toch op een
- 1:22Speaker 1: voetbal wel? Ja, maar op school hebben we een pannakooi.
- 1:26Speaker 1: En wat is dan een pannakooi? Een soort van kooi
- 1:29Speaker 1: waar je een
- 1:29Speaker 1: voetballen. En als je 3 keer gewonnen hebt, dan moet
- 1:33Speaker 1: je eruit en dan mag er een nieuw team in.
- 1:36Speaker 1: En je moet je moet met drie kindjes in een team.
- 1:42Speaker 1: En als als je bij iemand scoort,
- 1:46Speaker 1: bij een team scoort, dan moet dat team maar oud
- 1:50Speaker 1: en dan komt er weer een nieuw team in. Ah, oké, oké,
- 1:53Speaker 1: dus dat is ook voetballen. Maar dat is net een
- 1:55Speaker 1: net een iets andere manier van voetbal. Waarschijnlijk omdat dat
- 1:57Speaker 1: dan iets sneller gaat, dat iedereen een beetje kan voetballen
- 2:00Speaker 1: op school. Maar gewoon voetballen, waar doe je dat meestal?
- 2:04Speaker 1: Op een heel groot voetbalveld en een stadion. Soms in
- 2:08Speaker 1: een stadion. Ja, als je heel goed bent, dan mag
- 2:09Speaker 1: je dat in een stadion doen.
- 2:11Speaker 1: Maar inderdaad op een groot voetbalveld. Het kan ook op
- 2:13Speaker 1: het pleintje bij je om de hoek natuurlijk. Maar over
- 2:16Speaker 1: het algemeen gebeurt het op een grasveld. En wat heb
- 2:19Speaker 1: je dan nodig om te voetballen? Een bouw? Ja. Inder
- 2:22Speaker 1: ook voetbalschoenen wat een glij. Dan glij je niet zo
- 2:26Speaker 1: snel uit. Zeker handig. En kleed
- 2:29Speaker 1: ding van het team. Want dan weet je bij welk
- 2:32Speaker 1: team je hoort. O, dat is heel handig. En dat
- 2:34Speaker 1: is goed dat je dat zegt, inderdaad. Want inderdaad, elk
- 2:36Speaker 1: team heeft vaak andere kleding aan. Want dan kan je
- 2:39Speaker 1: ze goed uit elkaar houden. Dan weet je Nou, hè,
- 2:42Speaker 1: die witte, die horen bij mij, of de rode horen
- 2:44Speaker 1: bij mij. Of dan hebben ze allemaal hetzelfde shirt aan.
- 2:48Speaker 1: En dan is het handig om het team uit elkaar
- 2:50Speaker 1: te houden. Ja, dan heb je meestal ook een nummer
- 2:52Speaker 1: op de achterkant van je shirt. Ja, die nummers die
- 2:55Speaker 1: horen dan bij iemand die in het veld staat. Maar
- 2:57Speaker 1: hoeveel mensen staan er in het veld, weet je dat?
- 2:59Speaker 1: Bij een echte voetbalwedstrijd? Nee. Dan staan er van ieder
- 3:03Speaker 1: team 11 mensen. Dus het ene team heeft er 11
- 3:06Speaker 1: en het andere team heeft er ook
- 3:07Speaker 1: 11. Dus dat zijn dan 22 spelers op het veld.
- 3:11Speaker 1: Maar er is ook altijd een scheidsrechter op het team. O,
- 3:14Speaker 1: en wat doet de scheidsrechter dan? Die doet gele en
- 3:18Speaker 1: een rode kaart omhoog en zegt alles. Ja, die bepaalt
- 3:21Speaker 1: een beetje het spel inderdaad. Dus die zegt Jij hebt
- 3:24Speaker 1: een overtreding begaan. Dus jij hebt iets fout gedaan. En
- 3:27Speaker 1: dan blaast hij op zijn fluit.
- 3:29Speaker 1: Vanaf hier start het spel opnieuw. Of als de bal
- 3:32Speaker 1: buiten de lijnen is geweest, wat moet je dan doen?
- 3:34Speaker 1: Weet ik niet meer. Ingooien. Wat is dat, ingooien? Ingooien
- 3:38Speaker 1: is dat je de bal over je hoofd heen zo
- 3:41Speaker 1: het veld ingooit. Hm. Nou, de scheidsrechter, jij zei het al,
- 3:43Speaker 1: die heeft een rode en gele kaarten. Wat is een
- 3:45Speaker 1: gele kaart dan? Weet je dat? Uh, ik ben het vergeten.
- 3:49Speaker 1: Een gele kaart is dat je echt iets fout hebt gedaan.
- 3:51Speaker 1: En dat is een waarschuwing. Dat moet je niet nog
- 3:53Speaker 1: een keer doen. Want als jij dat nog een keer doet,
- 3:55Speaker 1: dan mag jij niet meer meedoen met het spel. Ja.
- 3:57Speaker 1: Wat is dan een rode kaart? Een rode kaart. Dat
- 4:01Speaker 1: is dat je het wel heel erg fout hebt gedaan.
- 4:03Speaker 1: En dan mag je dus niet meer meedoen met het spel.
- 4:05Speaker 1: Dan moet je het veld verlaten. En een rode kaart
- 4:07Speaker 1: kan je dus in één keer krijgen. als je zo'n
- 4:09Speaker 1: grote overtreding hebt gemaakt. als je zoiets fout hebt gedaan,
- 4:13Speaker 1: dan geeft de scheidsrechter je gelijk een rode kaart. Of
- 4:15Speaker 1: je hebt twee keer iets fout gedaan, dan krijg je
- 4:18Speaker 1: 2 keer een gele kaart. En twee keer een gele
- 4:20Speaker 1: kaart is hetzelfde als een keer een rode kaart. H.
- 4:23Speaker 1: Dus als je een gele kaart krijgt, dan weet je hoe,
- 4:26Speaker 1: Ik moet oppassen. En wat is een overtraining? Dat je
- 4:29Speaker 1: iets fout doet. Dus dat je bijvoorbeeld iemand expres laat struikelen.
- 4:34Speaker 1: of dat je iets onsportiefs doet. Weet je wat onsportief is? Nee.
- 4:37Speaker 1: Dat je iets doet wat niet leuk is voor het spel.
- 4:41Speaker 1: En weet je ook Myrthe dat er verschillende voetbalteams zijn,
- 4:43Speaker 1: voetbalclubs zijn? Nee. Er zijn heel veel verschillende voetbalclubs. Elke
- 4:49Speaker 1: wijk heeft wel een eigen voetbalclub. Maar er zijn ook
- 4:51Speaker 1: heel veel grote voetbalclubs waar ze dus in stadions spelen.
- 4:55Speaker 1: Je hebt bijvoorbeeld heb je Feyenoord, Ajax, PSV, FC Twente, NEC.
- 5:03Speaker 1: Nederlands elftal. Het Nederlands elftal.
- 5:06Speaker 1: ADO Den Haag, FC Groningen, Heerenveen, VVV. Je hebt heel
- 5:11Speaker 1: veel verschillende. CVV? CVV. Ja. Je hebt heel veel verschillende voetbalclubs.
- 5:18Speaker 1: Nou hebben we het over het voetbal. Maar waarom hebben
- 5:21Speaker 1: we het nou precies nu over het voetbal? Omdat het
- 5:24Speaker 1: WK komt eraan. Het WK komt eraan, inderdaad. En wat
- 5:28Speaker 1: is het WK ervan? Weet je dat? Nee. Het WK
- 5:31Speaker 1: staat voor het wereldkampioenschap. De W van wereld en de
- 5:35Speaker 1: K van kampioen. Dat betekent dat allemaal verschillende landen tegen
- 5:40Speaker 1: elkaar gaan voetballen. Voor welk voetballand zijn wij dan? Een
- 5:43Speaker 1: Nederlands elftal. Ja. En dit jaar speelt ook nog eens
- 5:46Speaker 1: Curacao mee.
- 5:47Speaker 1: Daar zijn we ook geweest. Kunnen we ook een beetje
- 5:49Speaker 1: Curaçao supporten, toch? Ja. En we zijn ook wel in
- 5:52Speaker 1: Spanje geweest. Dus we kunnen ook wel voor Spanje zijn, toch? Ja.
- 5:55Speaker 1: En we zijn ook in België geweest. Ja. Als jij
- 6:00Speaker 1: in België zit te luisteren, zijn we ook een klein
- 6:02Speaker 1: beetje voor het Belgische elftal. Weet je hoe je dat noemt.
- 6:05Speaker 1: Het Belgisch elftal? Nee. De Roode Duivels. Maar ik heb
- 6:08Speaker 1: een vraag. Ja. Wat is eigenlijk het verschil tusschen en.
- 6:15Speaker 1: hele goede vraag. Het EK staat voor Europees kampioenschap. En
- 6:21Speaker 1: dat betekent dat er dus allemaal landen meedoen die in
- 6:24Speaker 1: Europa zijn. Dus bijvoorbeeld Nederland, Belgie, Duitsland, Frankrijk, Spanje, Engeland, Portugal, Oostenrijk, Zweden, Noorwegen, Denemarken, Italie.
- 6:37Speaker 1: Dat zijn allemaal landen die in Europa zitten.
- 6:40Speaker 1: Maar bij het wereldkampioenschap, dan mogen ook landen meedoen die
- 6:44Speaker 1: niet in Europa zitten. Dus dan kan bijvoorbeeld Amerika meedoen.
- 6:48Speaker 1: Of China, of Japan, of Brazilie. Die hebben geen elftal.
- 6:55Speaker 1: Dus dan mag de hele wereld mag dan meevoetballen.
- 6:58Speaker 1: We gaan er natuurlijk ervan uit dat het Nederlands elftal
- 7:00Speaker 1: wereldkampioen wordt, toch, Myrthe? Ja. Ja, dan moeten we ze
- 7:04Speaker 1: natuurlijk wel goed kunnen supporten. Wat moeten we dan doen
- 7:06Speaker 1: om ze te supporten, Myrthe? Ehm, proberen heel hard te juichen.
- 7:11Speaker 1: Ik weet nog de eerste keer dat dat jij met
- 7:13Speaker 1: mij een voetbalwedstrijd keek. En er was ook een vriend
- 7:16Speaker 1: van ons bij. Keken we samen de voetbalwedstrijd. Weet je
- 7:18Speaker 1: nog wat er toen gebeurde? Ja, ik was met een
- 7:20Speaker 1: taart
- 7:21Speaker 1: een neptaart aan het spelen. En jullie gingen ineens juichen.
- 7:25Speaker 1: En daar schrok ik heel erg van. En toen liet
- 7:28Speaker 1: ik ongelijk die speeltaart vallen. Ja, je dacht Wat gebeurt
- 7:32Speaker 1: hier nou? En toen waren we ineens heel hard aan
- 7:34Speaker 1: het juichen. omdat wij dachten Ja, we hebben gescoord. En
- 7:38Speaker 1: jij schrok een beetje van dat wij zo aan het
- 7:40Speaker 1: juichen waren. Ja, dit liet ik niet speelgoed taart vallen. Ja. Ja.
- 7:45Speaker 1: Dus als jij zit te luisteren. en je hebt nog
- 7:47Speaker 1: nooit een voetbalwedstrijd meegekeken.
- 7:49Speaker 1: um Dan zou het zomaar kunnen zijn dat je gaat
- 7:51Speaker 1: schrikken als er gescoord wordt van het gejuich. Je hoeft
- 7:54Speaker 1: niet te schrikken, hoor. Je hoeft niet te schrikken. Nee.
- 7:59Speaker 1: Dat is gewoon van blijdschap. Ja. En dan mag je
- 8:01Speaker 1: gewoon lekker meeschreeuwen. Ja.
- 8:12Speaker 1: Maar er zijn nog meer dingen die we kunnen doen.
- 8:13Speaker 1: Want we hebben een toeter, We gaan juichen. En Myrthe,
- 8:16Speaker 1: we hebben ook nog iets heel leuks als kleuderpotkastel. Hoe
- 8:18Speaker 1: je oranje kan aanmoedigen. Ja. Wat gaan we doen? Heel
- 8:21Speaker 1: Nederland kleurt oranje, dat iedereen oranje kleding aandoet. Ja. Of
- 8:27Speaker 1: heel Nederland kleurt oranje dat je kan kleuren. Juist inderdaad.
- 8:33Speaker 1: En daarom doen wij een kleurplaat op de website zetten.
- 8:37Speaker 1: Juist
- 8:37Speaker 1: Wij hebben inderdaad op op onze website hebben we een
- 8:39Speaker 1: kleurplaat staan en de hele kleuterpodcast die kleurt oranje. Dus
- 8:43Speaker 1: als jij wil, dan kan je die kleurplaat kan je downloaden,
- 8:47Speaker 1: kan je hem inkleuren en het leuke is, dan kan
- 8:49Speaker 1: je hem daarna als foto op de website zetten en
- 8:52Speaker 1: dan gaan we een hele grote collage maken met waar
- 8:55Speaker 1: alle tekeningen te vinden zijn. Dus wil jij ook oranje kleuren,
- 9:00Speaker 1: dat kan. Ga naar onze website kleuterpodcast.nl en daar kan
- 9:04Speaker 1: je de tekening downloaden.
- 9:06Speaker 1: Ook qua kleding kunnen we iets doen, hè, Myrthe. Oranje.
- 9:08Speaker 1: Alles oranje. Ja, of rood-wit-blauw. Mag ook. Ja. En dan
- 9:13Speaker 1: kan je ook een rood-wit-blauwe schmink op doen, bijvoorbeeld. Ja.
- 9:16Speaker 1: En een oranje T-shirt. Of een kleding wat met met
- 9:19Speaker 1: een bouw erop of zo? Ja, ook zeker leuk. Ja.
- 9:24Speaker 1: Weet je wat je nog meer kan doen om het
- 9:25Speaker 1: Nederlands elftal aan te moedigen? Nee. Liedjes zingen. O ja.
- 9:29Speaker 1: Ken jij liedjes die je waarmee je het Nederlands elftal
- 9:32Speaker 1: kan aanmoedigen? Nee. O, je kent er wel een paar, hoor.
- 9:35Speaker 1: Zou ik een paar vertellen die jij zeker weten ook kent. Ja. Hup. Holland. Hup!
- 9:44Speaker 1: in
- 9:45Speaker 1: staan.
- 9:47Speaker 1: dat beestje. En wat denk je van deze? We zijn
- 9:55Speaker 1: er weer bij. En dat is.
- 10:01Speaker 1: Ja.
- 10:02Speaker 1: We houden van het leven, de liefde en de rust.
- 10:07Speaker 1: We feesten door 's avonds laat nog lang niet uit.
- 10:13Speaker 1: En er zijn er natuurlijk nog veel meer. Want ook
- 10:15Speaker 1: de
- 10:21Speaker 1: r.
- 10:26Speaker 1: Wij houden van Oranje. Ken je die ook? Nee. En
- 10:32Speaker 1: ken je nog meer liedjes voor het Nederlands elftal, Myrthe? Ja.
- 10:35Speaker 1: Welke dan nog meer? Van links naar rechts.
- 10:41Speaker 1: naar links.
- 10:57Speaker 1: de
- 11:00Speaker 1: Myrthe, als je aan het voetballen bent, dan heb je
- 11:02Speaker 1: ook allemaal verschillende mensen in het voetbalteam staan. Ja, je
- 11:05Speaker 1: zei net al, je hebt een scheidsrechter. Maar die zit
- 11:08Speaker 1: niet in het team. Die bewaakt eigenlijk de spelregels. Ja.
- 11:12Speaker 1: Maar in het team heb je ook allemaal verschillende mensen.
- 11:15Speaker 1: Bijvoorbeeld een keeper. Ja. Weet je wat een keeper doet? Ja.
- 11:18Speaker 1: Wat doet hij dan? Die probeert de bal tegen te houden.
- 11:21Speaker 1: En hoe doet hij dat dan? Met zijn armen en benen? Ja,
- 11:24Speaker 1: de keeper is de enige op het veld die de
- 11:27Speaker 1: bal met z'n handen aan raken.
- 11:28Speaker 1: ken. Ja. Verder mag niemand op het veld de bal
- 11:31Speaker 1: met z'n handen aanraken. Behalve als je de bal even
- 11:34Speaker 1: moet parkast uit uit het veld te schoppen. Precies, dan
- 11:37Speaker 1: mag het wel. Dan mag je een ingooi, dan mag
- 11:38Speaker 1: je even met je handen eraan zitten. Maar als het
- 11:41Speaker 1: spel bezig is, mag je de bal nooit met je
- 11:43Speaker 1: handen vastpakken. Behalve de keeper. Ja. En dan heb je
- 11:46Speaker 1: ook nog een verdediger. Weet je wat een verdediger doet? Nee.
- 11:50Speaker 1: De verdediger helpt eigenlijk de keeper een beetje. Die staat
- 11:53Speaker 1: meestal vlak voor de keeper.
- 11:55Speaker 1: En die verdedigt het doel, alleen die mag niet met
- 11:58Speaker 1: z'n handen. Dus die staat voor de keeper en als
- 12:02Speaker 1: ze voorbij de verdediging komen, dan wordt het heel gevaarlijk,
- 12:04Speaker 1: want dan heb je alleen nog maar de keeper. En
- 12:07Speaker 1: dan heb je ook nog een aanvaller. Wat zou een
- 12:09Speaker 1: aanvaller doen?
- 12:10Speaker 1: Aanvallen? Ja, die valt aan inderdaad. Maar wat is aanvallen?
- 12:15Speaker 1: Die probeert niet de bal tegen te houden. Maar die
- 12:18Speaker 1: probeert juist de bal in het doel te schieten van
- 12:20Speaker 1: de tegenstander. Dat is dan weer de aanvaller, die probeert
- 12:23Speaker 1: te scoren. Maar dat is toch eigenlijk iedereen? Ja. Uiteindelijk
- 12:27Speaker 1: probeert
- 12:28Speaker 1: iedereen te scoren. Maar je hebt wel allemaal een verschillende taak.
- 12:31Speaker 1: Dus als de verdediger toevallig bij het doel van de
- 12:34Speaker 1: anderen staat. probeert hij natuurlijk ook te scoren. Maar zijn
- 12:37Speaker 1: taak is eigenlijk om te zorgen dat er geen bal
- 12:40Speaker 1: in de buurt van het doel komt. O, dus ook
- 12:42Speaker 1: niet op de paal? Nee, zeker niet. Het liefst niet
- 12:46Speaker 1: in de buurt van het doel. Wat moeten de spelers
- 12:50Speaker 1: dan doen als ze moeten plassen?
- 12:52Speaker 1: Dat is een hele goede vraag, Myrthe. Weet je hoelang
- 12:54Speaker 1: een wedstrijd doet? Nee. Een echte wedstrijd duurt 90 minuten.
- 12:59Speaker 1: Dat is best wel lang, want een uur is 60 minuten.
- 13:01Speaker 1: dus het duurt meer dan een uur, 15 uur om
- 13:04Speaker 1: precies te zijn. Maar op de helft hebben ze pauze.
- 13:08Speaker 1: Dus ze spelen 45 minuten, dan hebben ze een pauze
- 13:11Speaker 1: en dan spelen ze weer 45 minuten.
- 13:14Speaker 1: Weet je wat een penalty is? Ja. Dan mag je
- 13:16Speaker 1: dichtbij doel schieten. Ja, dan staat de keeper in het doel.
- 13:21Speaker 1: En dan staat ligt de bal ligt vlakbij het doel.
- 13:24Speaker 1: En dan mag er een speler schieten en dan moet-ie
- 13:26Speaker 1: raak zijn. Dus dat is natuurlijk heel spannend. Want wat
- 13:28Speaker 1: als die dan niet raak is? Ja, dan verlies je
- 13:31Speaker 1: hem misschien. Dus dat wil je niet. Dus je wil
- 13:34Speaker 1: per se dat de ballen erheen gaan dan. Als jij
- 13:36Speaker 1: nou zou moeten kiezen, waar zou jij op het veld
- 13:38Speaker 1: willen staan? Zou jij willen verdedigen? Zou jij willen scoren,
- 13:41Speaker 1: dus aanvallen?
- 13:42Speaker 1: Of zou je willen kiepen? Kiepen. Ja, daar ben ik
- 13:45Speaker 1: supergoed in. Echt waar? Ja. Bij de pannakooi doe ik
- 13:49Speaker 1: dat super vaak. Daar ben ik echt supergoed in. Ik
- 13:52Speaker 1: ga gewoon aan de kant staan waar de bal is.
- 13:55Speaker 1: Heel goed. Nou, dan ben ik benieuwd. Want dat komt
- 13:57Speaker 1: goed uit. Ik denk namelijk dat het tijd is voor
- 13:59Speaker 1: een spelletje.
- 14:01Speaker 1: het spelletje van vandaag. Daarvoor moeten wij eventjes onze schoenen
- 14:13Speaker 1: aan gaan doen. Want wij gaan zoo meteen voetballen in
- 14:17Speaker 1: den tuin. En dan gaan we penalty's nemen. En dan
- 14:20Speaker 1: mag jij zeggen Wil jij de keeper zijn of wil
- 14:22Speaker 1: jij schieten? Ik wil beginnen met keepen. En daarna wil
- 14:25Speaker 1: ik schieter zijn. Nou, ga je mee naar buiten. Ja, oké.
- 14:31Speaker 1: Ik ben de keeper. Ben jij de keeper? Oke, dan
- 14:33Speaker 1: ga ik als eerste proberen te scoren bij jou. Ja. Ja. Oke. Zo,
- 14:38Speaker 1: neem ik even een aanloopje.
- 14:42Speaker 1: Ja hoor, doelpunt. Hei, joh.
- 14:45Speaker 1: Nou, dan komt-ie nog een keer, hoor.
- 14:50Speaker 1: Ja, maar hij ging over doorheen. O, eh, 1, 2.
- 14:57Speaker 1: Ja hoor. Die ging door je poortje heen. Door je poortje. 2-0. O,
- 15:02Speaker 1: goede redding.
- 15:04Speaker 1: H.
- 15:07Speaker 1: E gaswaaier!
- 15:11Speaker 1: Nou. Nou ben ik keeper. Oke. En. Nou mag jij schieten.
- 15:15Speaker 1: Ik vind eigenlijk best goed in. O joh.
- 15:19Speaker 1: Hee, Myrthe, ik vind dat jij veel te snel schoot.
- 15:22Speaker 1: Jij krijgt een rode kaart voor mij. Dan heb ik gewonnen. Nee,
- 15:25Speaker 1: dat kan niet. O.
- 15:28Speaker 1: Pel!
- 15:30Speaker 1: Over de tafel heen.
- 15:33Speaker 1: Ja.
- 15:34Speaker 1: Oh doelpunt 2-1. 2-1. Oké. Nou, nog een poging hoor.
- 15:40Speaker 1: Het staat nu nog 2-1.
- 15:45Speaker 1: Ja.
- 15:46Speaker 1: Hoe staat het? Eh, 22. O, dan doen we nu
- 15:51Speaker 1: wie de bal kan afpakken. Oke.
- 15:57Speaker 2: Ja.
- 15:59Speaker 2: Ja
- 16:05Speaker 2: Ha. Ha.
- 16:06Speaker 1: Je valt. Ik knakte. Ik knakte m'n voet niet, maar
- 16:10Speaker 1: hij ging dubbel. O. Gaat het? Ja. Dan moet ik
- 16:13Speaker 1: een blessure. Blessurebehandeling.
- 16:15Speaker 2: Hahahaha
- 16:19Speaker 2: je
- 16:25Speaker 2: Hahahaha!
- 16:26Speaker 1: O!
- 16:27Speaker 2: Ik
- 16:28Speaker 1: heb buikpijn van het lachen. Midden hoeveel staat het? Ha,
- 16:31Speaker 1: weet ik niet. Ik denk dat het gelijkspel is. Zullen
- 16:34Speaker 1: we maar gaan nabeschouwen? Oke.
- 16:38Speaker 2: Je creeert zeker kansen. Heel veel zelfs. Ja. En dan
- 16:41Speaker 2: leg je tegen deze tegenstander dit op de mat. De
- 16:45Speaker 2: eerste keer dat je een bal afpakt, ga je een
- 16:47Speaker 2: trainer zien. Die gaat juichen langs de lijn.
- 16:50Speaker 1: Waar is de post? Waar is de post? Waar is
- 16:55Speaker 1: de post? Waar is de post? Hier is de post. Myrthe,
- 17:01Speaker 1: ik heb weer heel veel post binnengekregen.
- 17:04Speaker 1: um En het eerste berichtje dat ik binnen heb gekregen
- 17:07Speaker 1: is van Atima. Beste Hans en Myrthe. Mijn zusje Atira
- 17:12Speaker 1: luistert iedere avond voordat ze gaat slapen naar de kleuterpodcast.
- 17:15Speaker 1: En ze is echt een supergrote fan van jullie.
- 17:18Speaker 1: Ze zingt altijd heel hard mee met het liedje van
- 17:20Speaker 1: de podcast. en de aflevering over de kapper vindt ze
- 17:22Speaker 1: het allerleukst. Ze vraagt soms zelf of ze nog een
- 17:26Speaker 1: extra aflevering mag luisteren voordat ze gaat slapen. At is
- 17:30Speaker 1: bijna jarig. Op 8 juni wordt ze 6 jaar oud.
- 17:33Speaker 1: En ze kijkt enorm uit naar haar verjaardag. Misschien wel
- 17:36Speaker 1: meer dan ooit. Veel liefst Atima. Nou Myrthe, jij vindt
- 17:40Speaker 1: het ook heel speciaal, toch, als je 6 jaar wordt. Ja.
- 17:43Speaker 1: En wat zullen we dan zeggen tegen Atia? Fijne verjaardag.
- 17:48Speaker 1: Ja, Atira, van harte gefeliciteerd, want je bent dus net
- 17:51Speaker 1: jarig geweest als de podcast uit is. Dus ik hoop
- 17:54Speaker 1: dat je een hele mooie verjaardag hebt gehad en heel
- 17:58Speaker 1: veel lekkere taart hebt gegeten. Ja, hoop ik ook. Ik
- 18:01Speaker 1: ben ook benieuwd wat voor taart het is. Wat voor
- 18:03Speaker 1: soort taart. Nou, zeker weten. Als er een stukje over is,
- 18:07Speaker 1: dan lusten wij dat wel, hè? Ja. Dan lusten wij
- 18:09Speaker 1: dat wel. Fijne verjaardag, At. Dank je wel voor je berichtje, Atima.
- 18:13Speaker 1: um Dan kreeg ik nog een berichtje van By.
- 18:17Speaker 1: Hoi, Myrthe en papa Hans. Ik vind alle podcasten heel leuk,
- 18:21Speaker 1: behalve die over ruzie en ziek zijn. omdat ik ruzie
- 18:23Speaker 1: en ziek zijn gewoon niet zo leuk vind. Ik vind
- 18:26Speaker 1: het superleuk dat jullie misschien een podcast over verhuizen willen
- 18:29Speaker 1: gaan maken. en dat jullie neefje jullie kan helpen om
- 18:32Speaker 1: daar wat over te gaan vertellen. Alvast heel erg bedankt. Groetjes, By. Ja, verhuizen, Myrthe,
- 18:38Speaker 1: daar hebben we het al vaker over gehad. Het zijn
- 18:39Speaker 1: best wel veel kindjes die daarnaar vragen om iets over
- 18:42Speaker 1: verhuizen te doen.
- 18:43Speaker 1: Is ons neefje al verhuisd? Nog niet? Nee. Maar hij
- 18:47Speaker 1: gaat wel bijna verhuizen. Dat wel. Ja. En het andere
- 18:51Speaker 1: neefje die is ook bijna verhuisd. Ja. Dus we hebben
- 18:55Speaker 1: meerdere neefjes die bijna verhuizen. En wie wie als eerste
- 18:58Speaker 1: is verhuisd. Die vragen we gewoon lekker in de postkast. Ja,
- 19:02Speaker 1: die gaan we even wat informatie vragen dat wij daar
- 19:04Speaker 1: een goede podcast over kunnen maken. Of erbij halen. Oei ja,
- 19:08Speaker 1: dat zou ook nog kunnen. Dat zou ook nog kunnen.
- 19:10Speaker 1: Dank je wel voor je berichtje, Body. Dan kreeg ik
- 19:12Speaker 1: nog een berichtje van Boas en Ken. Zij luisteren heel
- 19:18Speaker 1: graag in het weekend naar de kleuterpodcast voor het slapen gaan.
- 19:21Speaker 1: En Boas zou het heel erg leuk vinden als er
- 19:23Speaker 1: een podcast aflevering zou komen over ninja's. En hij zit
- 19:27Speaker 1: zelfs op Ninja les. Nou, ik weet niet waar je
- 19:32Speaker 1: ninja les kan houden.
- 19:33Speaker 1: Maar hij heeft ook een berichtje ingesproken. Luister maar mee. Hallo,
- 19:36Speaker 1: ik ben boos. Kan je het van maken. Dank je
- 19:43Speaker 1: wel voor je berichtje. Ja, superleuk. En leuk ook dat
- 19:46Speaker 1: je het zelf hebt ingesproken. Dank je wel.
- 19:48Speaker 1: Dan kreeg ik nog een berichtje van Ran. Hai, ik
- 19:51Speaker 1: wilde even zeggen dat ik jullie heel leuk vind en
- 19:53Speaker 1: luister heel vaak naar jullie. Zouden jullie het leuk vinden
- 19:56Speaker 1: om een podcast over dieren te maken? Ik vind dieren
- 19:59Speaker 1: namelijk heel erg leuk, zoals de Caracal. Doei, groetjes, Ran.
- 20:04Speaker 1: Weet je wat het is? Caracal. Ja, ik moest het
- 20:06Speaker 1: ook even opzoeken.
- 20:07Speaker 1: is een soort kat. Ik denk dat we hem in
- 20:09Speaker 1: de dierentuin wel kunnen spotten, een keertje, als we naar
- 20:11Speaker 1: de dierentuin gaan. Want het ziet er wel uit als
- 20:14Speaker 1: een gevaarlijke kat. Maar ja, we hebben natuurlijk wel. We
- 20:17Speaker 1: hebben het nog niet over dieren zelf gehad. maar wel
- 20:18Speaker 1: over de dierentuin. En over de boerderijen, daar zaten ook
- 20:21Speaker 1: heel veel dieren in. Ja, maar
- 20:23Speaker 1: hebben het nog niet bij de dierentuin aflevering gehad over
- 20:26Speaker 1: de Krakat. Karakal. Nee, daar hebben we het nog niet
- 20:29Speaker 1: over gehad. Ja. Dus. Nou ja. Ik noem het de Krak.
- 20:33Speaker 1: Karrac vind ik een mooie naam inderdaad. Omdat het is
- 20:35Speaker 1: een tor zwarte kat, toch? Ja, ja, ja, dat klopt. Ja.
- 20:39Speaker 1: Dan kreeg ik nog een berichtje van Ellen. Hoi, Myrthe.
- 20:41Speaker 1: Gaan jullie in de zomer op vakantie? Wij gaan naar
- 20:44Speaker 1: Spanje met de auto en caravan. Wat vind jij het
- 20:46Speaker 1: leukst aan de vakantie? Groetjes, Ellen.
- 20:49Speaker 1: Wij gaan ook naar Spanje. Ja, wij gaan ook naar Spanje. Inderdaad.
- 20:54Speaker 1: En naar Frankrijk en naar Spanje gaan we. Dus we
- 20:56Speaker 1: gaan met de auto eerst door Frankrijk heen, dan naar
- 20:58Speaker 1: Spanje toe. Ja, we gaan eerst naar Frankrijk, dan naar Spanje. Ja, inderdaad.
- 21:04Speaker 1: Maar Ellen vraagt dus wat jij het leukst vindt aan vakantie. Myrthe. Hm.
- 21:08Speaker 1: En dat we naar Frankrijk gaan als naar Spanje gaan,
- 21:11Speaker 1: vind ik het leukst dat we dan kan kunnen zwemmen.
- 21:15Speaker 1: O ja, dat snap ik wel.
- 21:17Speaker 1: dan kan je lekker veel zwemmen op vakantie. Ja. Dan
- 21:19Speaker 1: kreeg ik nog een berichtje van Roxy, Lieve Myrthe en
- 21:21Speaker 1: papa Hans. Ik vind jullie podcast heel erg leuk om
- 21:23Speaker 1: naar te luisteren. Ik vond de podcast over Moederdag heel
- 21:25Speaker 1: erg leuk, omdat jullie een lekker ontbijtje gingen maken. Ik
- 21:28Speaker 1: wil graag een keer een podcast over ijsjes. Groetjes, Roxy.
- 21:35Speaker 1: Ja, wij houden niet van ijsjes. Wel? Nee, joh, wij
- 21:38Speaker 1: houden toch niet. Wij eten nooit een ijsje. Wel. We
- 21:41Speaker 1: hebben zelfs zelf ijs gemaakt. Ja, we hebben inderdaad zelf
- 21:45Speaker 1: ijs gemaakt. Wat voor ijs hebben we gemaakt dan? Ehm aardbeienijs.
- 21:49Speaker 1: Aardbeienijs inderdaad. Ja. We hadden sorbetijss. Dus dat is sorbet
- 21:53Speaker 1: ijs inderdaad. Dus dat is van echte aardbeien gemaakt, was superlekker.
- 21:57Speaker 1: Dus misschien kunnen we daar dan inderdaad een keer een
- 21:58Speaker 1: podcast over maken. Kunnen we iedereen uitleggen hoe je sorbetijss maakt.
- 22:02Speaker 1: Dan een berichtje van Jonna en haar papa. Hoi, Myrthe
- 22:07Speaker 1: en papa, ik wil graag weten wie jullie favoriete superheld is.
- 22:10Speaker 1: De mijne is Spider-Man, want ik hou heel erg van spinnen.
- 22:14Speaker 1: En als ik dezelfde superkracht zou hebben, dan wikkel ik
- 22:17Speaker 1: mijn papa helemaal in een web. Lieve groetjes van Jonna,
- 22:21Speaker 1: vijf jaar en haar papa. Nou, welke superheld vind jij leuk, Myrthe? Allemaal.
- 22:26Speaker 1: Allemaal. Megamin niet dan eigenlijk. Ja. En welke superkracht zou
- 22:30Speaker 1: jij graag willen hebben? Vliegen en dan regenbogen tevoorschijn maken.
- 22:35Speaker 1: En dan dan er een optoveren. O, wauw, dat is
- 22:39Speaker 1: wel een hele bijzondere superkracht. Die heb ik denk ik
- 22:41Speaker 1: nog nooit gehoord. Ik zou wel heel graag willen vliegen.
- 22:44Speaker 1: Ja. Dank je wel voor je berichtje, Jonna en haar papa.
- 22:48Speaker 1: Leuk dat jullie luisteren. um Myrthe, we zijn aan het
- 22:51Speaker 1: einde gekomen van de kleuterpodcast. Niet voordat we hebben gezegd
- 22:55Speaker 1: dat je een berichtje kan achterlaten. Dat kan via onze
- 22:58Speaker 1: website en dat is www.kleuterpodcast.nl. Ja, en wat kon je
- 23:03Speaker 1: daar nog meer doen? De kleurplaat downloaden. Ja, want heel
- 23:06Speaker 1: de kleuterpodcast kleurt Oranje voor het Nederlands elftal.
- 23:09Speaker 1: En je kan natuurlijk ook je berichtje achterlaten via onze Instagram.
- 23:13Speaker 1: En dat is @kleutjepodcast. Wil je ons volgen op Spotify
- 23:17Speaker 1: of Apple Music dan heel graag, want vergeet je vooral
- 23:21Speaker 1: niet te abonneren. Want van abonneren kan je leren en
- 23:25Speaker 1: wil je appel en peren. O, ik heb wat gek
- 23:27Speaker 1: in appel en peren.
- 23:29Speaker 1: Volgende keer Myrthe, waar gaan we het volgende keer over hebben?
- 23:32Speaker 1: Over moppen en grapjes. O jee. O jee, is het zover? He, he, he.
- 23:38Speaker 1: Ik ken de eerste grap al. Wat dat? Zaten twee
- 23:41Speaker 1: oen in een podcast, zegt de ene oen tegen de
- 23:44Speaker 1: andere Oen. Mag ik in het midden zitten. Hè,
- 23:48Speaker 1: Volgende week een hele podcast over moppen en grapjes. Tot
- 23:52Speaker 1: de volgende keer. Tot de volgende keer. Doei! Doei!