Latest / Kleuter Podcast / Schoolreisje | Kleuterpodcast #21
Transcript
- 0:00Speaker 1: Welkom bij een nieuwe kleuterpodcast.
- 0:04Speaker 2: Oh Myrthe. Volgens mij gaan we vandaag op reis, hè? Ja.
- 0:07Speaker 2: Waar gaan we naartoe? Schoolreisje. Woehoe!
- 1:03Speaker 2: Nou, welkom bij een nieuwe kleuterpodcast. Vandaag gaan we op schoolreisje. Myrthe.
- 1:08Speaker 2: Voordat we deze podcast beginnen wil ik nog wel even
- 1:11Speaker 2: jou en mama bedanken voor de leuke podcast over Vaderdag.
- 1:14Speaker 2: Want dat vond ik echt wel een hele leuke verrassing. Ja.
- 1:17Speaker 2: En ik heb een echt
- 1:19Speaker 2: echte toffe peer gekregen. Ja. Ja. Wil je de toffe
- 1:22Speaker 2: peer zien. Ga dan even naar onze Instagram en dat
- 1:25Speaker 2: is @kleuterpodcast. Ja. Oké, Myrthe, dan gaan we nu terug
- 1:28Speaker 2: naar de podcast over schoolreisje. Wat is schoolreisje eigenlijk?
- 1:32Speaker 1: Dat je met je klas
- 1:35Speaker 1: ergens heen gaat. Oh. En
- 1:37Speaker 2: waar kun je dan heengaan?
- 1:38Speaker 1: Bijvoorbeeld naar de boerderij of een of naar een dierentuin
- 1:46Speaker 1: of naar Plaswijk.
- 1:48Speaker 2: Ja, want eventjes, jij bent deze week op schoolreisje geweest, hè? Ja. Ja.
- 1:53Speaker 2: Waar ben jij heen geweest?
- 1:55Speaker 2: Plaswijk. Naar Plaswijk. Met de bus. Met de bus. En
- 1:58Speaker 2: nou kan ik me heel goed voorstellen dat er heel
- 2:00Speaker 2: veel kindjes zitten te luisteren die geen idee hebben wat
- 2:02Speaker 2: Plaswijk is. Wat is Plaswijk? Een park. Een park. En
- 2:06Speaker 2: wat kan je in dat park allemaal doen?
- 2:08Speaker 1: Daar zijn speeltuinen en diertjes en een treintje en een
- 2:16Speaker 1: binnenspeeltuin en een terraniemolen.
- 2:20Speaker 2: Kortom, allemaal leuke dingen. Ja. Ja. En daar ben je
- 2:24Speaker 2: dus heen geweest met de klas. En ga je dan
- 2:27Speaker 2: met de hele klas tegelijkertijd daarheen? Ja. Dan ben ik
- 2:30Speaker 2: als eerste benieuwd. Hoe was het op schoolreisje? Leuk. En
- 2:33Speaker 2: wat is er dan zo leuk aan schoolreisje? Mama ging mee. Ja,
- 2:37Speaker 2: die was een van de begeleiders, hè? Ja. Ja, want
- 2:39Speaker 2: soms sommige papa's en mama's mogen mee. Niet alle papa's
- 2:41Speaker 2: en mama's. Nee. Nou zei je net al dat je
- 2:45Speaker 2: met
- 2:46Speaker 2: de bus daarheen ging. Ja. En ging je dan met
- 2:49Speaker 2: de bus en dan moest je je buskaart laten zien? Nee.
- 2:52Speaker 2: Of was er een bus speciaal voor de klas?
- 2:55Speaker 1: Een bus speciaal voor de klas. Dan mocht je gewoon
- 2:59Speaker 1: gratis op een
- 3:01Speaker 2: stoel. En waar stopte de bus dan? Vlakbij school. En
- 3:04Speaker 2: dan ging je met z'n allen in de bus. Ja.
- 3:07Speaker 2: En gingen jullie dan ook liedjes zingen in de bus?
- 3:08Speaker 1: En gingen. We zijn er bijna zingen.
- 3:12Speaker 2: En. Hoe gaat dat liedje dan?
- 3:13Speaker 1: We zijn er bijna. We zijn erbij. En maar nog
- 3:19Speaker 1: niet helemaal. We zijn er bijna. We zijn er bijna.
- 3:25Speaker 1: Maar nog niet helemaal.
- 3:28Speaker 2: Ja. Dat is een leuk liedje om niet alleen op
- 3:30Speaker 2: schoolreisje te zingen. Maar die kan je ook zingen. Als
- 3:31Speaker 2: je in de auto zit, hè. En je bent er bijna.
- 3:33Speaker 2: Dan kan je hem ook zingen. Maar voor schoolreisje is
- 3:35Speaker 2: die heel goed om te zingen.
- 3:37Speaker 2: Ja. Ja. En uh. Toen gingen jullie dus met de
- 3:39Speaker 2: bus naar Plaswijkpark toe. Ja. En sommige kindjes gaan misschien
- 3:44Speaker 2: naar de kinderboerderij met een schoolreisje of naar een een pretpark.
- 3:48Speaker 2: Of je kan. Je kan allemaal dingetjes naar allemaal dingen
- 3:51Speaker 2: toe met schoolreisje.
- 3:52Speaker 1: Ja. Ik ben ook een keer naar een andere schoolreis gegaan. Oh.
- 3:56Speaker 2: Waar ben je dan geweest? Boerderij.
- 3:58Speaker 2: Naar de kinderboerderij.
- 4:00Speaker 1: Ja. Maar toen ging
- 4:01Speaker 2: ik met auto's. Toen ging je met de auto's. Ja,
- 4:03Speaker 2: dat kan ook, hè? Want soms, ja, je kan niet
- 4:06Speaker 2: altijd met de bus. En toen ging je met de auto.
- 4:08Speaker 2: Maar hoe ging dat dan? Want je kan niet met
- 4:10Speaker 2: de hele klas in één auto, toch? We waren
- 4:11Speaker 1: ook in groepjes verdeeld, net, net zoals bij Plaswijk.
- 4:16Speaker 2: En ging je dan met z'n allen in een auto? Nee.
- 4:19Speaker 2: Hoe dan?
- 4:20Speaker 1: Dan gingen er papa's en mama's met de auto. En
- 4:23Speaker 1: dan gingen er alle andere kinderen ook met die papa's
- 4:28Speaker 1: en mama's mee in de auto van wie bij wie
- 4:31Speaker 1: ze in het groepje zaten.
- 4:33Speaker 2: Eh, handig, handig. Hé, en neem je dan ook iets
- 4:36Speaker 2: mee met schoolreisje? Ja. Wat neem je mee dan met schoolreisje?
- 4:40Speaker 2: Je
- 4:40Speaker 1: mag snoepjes meenemen.
- 4:42Speaker 2: O, dit wordt leuk. Je mag snoepjes meenemen. Ja. Had
- 4:46Speaker 2: jij ook snoepjes bij je? Ja. Wat voor snoepjes had
- 4:48Speaker 2: je bij je dan? Autosnoepjes.
- 4:50Speaker 2: Oe, lekker. En had je ook boterhammen bij je dan? Ja.
- 4:54Speaker 2: En drinken. Ja. En hoe liep je dan rond?
- 4:58Speaker 1: Met een groepje. We hadden allemaal hetzelfde kleur t-shirt
- 5:03Speaker 2: aan. O, Dus jullie waren allemaal in het blauw. Nee,
- 5:07Speaker 2: in het oranje. Nee. In het groen. Nee. In het roze. Nee.
- 5:12Speaker 2: in het wit. Nee. Hm. Welke kleur dan? Rood. Jullie
- 5:17Speaker 2: waren allemaal in het rood. Ja. Ja. Oh, dan was
- 5:19Speaker 2: je wel goed herkenbaar. Ja. Ja, dat is wel handig. Ja.
- 5:22Speaker 2: Mijn hele klas was in het rood. Dat is wel
- 5:24Speaker 2: handig dat iedereen dan dezelfde kleur aan heeft. En dan
- 5:26Speaker 2: ben je de hele dag ben je dus in het
- 5:28Speaker 2: pretpark of bij de kinderboerderij. En dan ga je daarna
- 5:31Speaker 2: terug naar huis. Of ga je dan terug naar school?
- 5:34Speaker 2: Naar school? Als je dan terug naar school gaat, ga
- 5:36Speaker 2: je dan lopend. Ga je met de fiets of ga
- 5:38Speaker 2: je weer met de bus? Weer met de bus. En
- 5:40Speaker 2: dan kom je bijna aan. En toen gebeurde er volgens
- 5:43Speaker 2: mij wat geks bij de bus.
- 5:47Speaker 2: Ja, oma die zegt Er waren helemaal geen kinderen in
- 5:49Speaker 2: de bus. Er kwam gewoon een hele lege bus aan rijden.
- 5:52Speaker 1: We gingen allemaal verstoppen.
- 5:54Speaker 2: Je-. Jullie gingen allemaal verstoppen. Ja,
- 5:56Speaker 1: maar we mochten onze riemel uitdoen. Terwijl die de bus
- 6:00Speaker 1: aan het nog aan het rijden was. Omdat we konden verstoppen.
- 6:04Speaker 1: Ik ging onder de stoelen. Ging
- 6:06Speaker 2: je onder de stoelen? Ja. En toen dacht iedereen er
- 6:08Speaker 2: komt een lege bus aan.
- 6:11Speaker 2: En toen
- 6:12Speaker 1: kwam te voorschijn.
- 6:15Speaker 2: Toen ze verrassing. We zijn er wel.
- 6:17Speaker 1: Ja, want toen de juf zei allemaal verstoppen. Dan denken
- 6:22Speaker 1: de papa's en mama's dat jullie nog in Plaswijk zijn.
- 6:26Speaker 1: En dachten
- 6:26Speaker 2: alle papa's en mama's ze dat. Ja. Ja, hè? Ja.
- 6:30Speaker 2: Die dacht ineens zei je Er is een lege bus.
- 6:32Speaker 2: O dacht het ook. Die dacht Nou ja, er zit
- 6:33Speaker 2: helemaal niemand in de bus. Kom ik hier. Zoo sta
- 6:36Speaker 2: ik alle kinderen op te wachten. Kom ik voor Myrthe.
- 6:39Speaker 2: is er niemand.
- 6:40Speaker 1: Wij waren er wel, maar we gingen alleen verstopt ik.
- 6:44Speaker 1: We mochten onze riem ook los. Was een leuk grapje. Ja.
- 6:48Speaker 1: En ik ging helemaal onder de stoelen.
- 6:51Speaker 2: Myrthe. Ja. Ik denk dat het tijd is voor een spelletje.
- 6:55Speaker 1: Ik denk het ook.
- 6:56Speaker 2: Ik heb een spelletje bedacht. En jij moet raden wie
- 7:01Speaker 2: er naast jou in de bus zit als je op
- 7:04Speaker 2: schoolreisje gaat. Elke keer zit er een raar iemand naast jou.
- 7:09Speaker 2: En jij moet kijken of je kan raden wie er
- 7:12Speaker 2: naast jou zit. Oké, Ben je er klaar voor? Ja. Oké,
- 7:16Speaker 2: luister goed. Busje komt.
- 7:27Speaker 2: Jij zit in de bus om op schoolreisje te gaan.
- 7:31Speaker 2: En naast jou zit iemand met een rode neus. Wie
- 7:36Speaker 2: zit er naast jou?
- 7:39Speaker 2: Een clown. Er zit een clown naast jou. Heel goed.
- 7:47Speaker 2: Oke, je zit in de bus en naast je zit
- 7:50Speaker 2: een dier met een hele lange nek.
- 7:54Speaker 2: Een giraf? Ja.
- 7:58Speaker 2: Myrthe. Je gaat op schoolreisje. Je stapt de bus in.
- 8:01Speaker 2: Je mag naast het raam zitten. En nu stapt er
- 8:05Speaker 2: iemand in naast jou die heel oud is. Wie zit
- 8:09Speaker 2: er naast je?
- 8:12Speaker 2: O.
- 8:13Speaker 2: De overgrootoma. Ja, die kan mee, hoor, op schoolreisje. Ik
- 8:16Speaker 2: denk dat ze het heel leuk zou vinden.
- 8:19Speaker 2: busje komt
- 8:22Speaker 2: busje. Dit keer zit je voor in de bus en
- 8:25Speaker 2: naast je komt iemand zitten met een papegaai op z'n
- 8:28Speaker 2: schouder en een lapje voor z'n oog. Naast wie zit je?
- 8:33Speaker 2: piraat. Een piraat. Zeker weten, die gaat mee. Nou, zullen
- 8:37Speaker 2: we dan nog een keer op schoolreisje gaan?
- 8:42Speaker 2: busje komt
- 8:47Speaker 2: Er zit nu iemand naast je. Even goed kijken naast je.
- 8:50Speaker 2: Kan je hem zien. Zie je diegene? Nee, hè? Diegene
- 8:54Speaker 2: is heel klein en heeft een kleine rode puntmuts.
- 8:58Speaker 2: Wouter? Een kabouter. Ja.
- 9:04Speaker 2: Ah, en Myrthe, moet je nou eens kijken naast je?
- 9:07Speaker 2: Zit iemand met een hele mooie kroon op?
- 9:10Speaker 1: Koning?
- 9:11Speaker 2: Ja, de koning. De koningsetage. Een busje komt
- 9:18Speaker 2: Oke, Myrthe, we gaan weer op schoolreisje.
- 9:23Speaker 2: En nu ga je in de bus zitten. Maar ik
- 9:26Speaker 2: weet niet of je er nog in past. Want jij
- 9:28Speaker 2: zit naast iemand met hele dikke bullen.
- 9:34Speaker 1: Een olifant. Een
- 9:36Speaker 2: olifant. Ja, die heeft hele dikke billen.
- 9:43Speaker 2: Nu wil ik op schoolreisje. Wie zit er naast mij
- 9:45Speaker 2: dan in de bus?
- 9:46Speaker 1: Er zit iemand naast jou met een hele mooie roze jurk.
- 9:54Speaker 2: Is dat dan rapunzel? Ja. Ach, wat goed omschreven. Haha.
- 9:59Speaker 2: Eventjes geduld nog, want
- 10:05Speaker 2: Wat een leuk spelletje. Myrthe. Ik ga op schoolreisje. En
- 10:09Speaker 2: ik hoop dat ik in die bus zit met allemaal
- 10:11Speaker 2: gekke mensen. Ja, Ja. Tot slot, Myrthe. We zijn aan
- 10:14Speaker 2: het einde gekomen van de kleuterpodcast. Ik heb geleerd dat
- 10:18Speaker 2: op schoolreisje gaan heel erg leuk is. En ik heb
- 10:21Speaker 2: geleerd dat als je op schoolreisje gaat, dat je je
- 10:23Speaker 2: dan mag verstoppen in de bus.
- 10:27Speaker 2: We zijn bijna aan het einde gekomen van de kleuterpodcast.
- 10:29Speaker 2: maar niet voordat we hebben gekeken in de brievenbus van
- 10:34Speaker 2: de kleuterpodcast. En ik zal je zeggen, Myrthe, wij kregen
- 10:37Speaker 2: ook een heel leuk berichtje van Saïra. Daar hebben we
- 10:40Speaker 2: het vorige week al over gehad, want die ging ook
- 10:42Speaker 2: op schoolreisje. En Saïra, die ging op schoolreisje
- 10:47Speaker 2: naar een spil kinderboerderij. Dus dat lijkt een beetje, denk ik,
- 10:51Speaker 2: op Plaswijk. Want Plaswijk is ook een soort spiltuin en
- 10:54Speaker 2: een kinderboerderij. Dus het is een beetje hetzelfde. Ja,
- 10:57Speaker 1: eigenlijk een beetje hetzelfde. Ja. Ja, want we hebben daar
- 11:01Speaker 1: ook nog een kinderboerderij.
- 11:02Speaker 2: Ja. Dus ik hoop dat Saïra het net zo leuk
- 11:05Speaker 2: heeft gehad als dat jij het hebt gehad op een schoolreisje.
- 11:08Speaker 2: um En mocht je ook op schoolreisje gaan, laat dat
- 11:10Speaker 2: vooral weten. Want we zijn heel erg benieuwd hoe het
- 11:12Speaker 2: bij jou op schoolreisje is.
- 11:14Speaker 2: Dan kreeg ik nog een berichtje binnen van Nora en
- 11:17Speaker 2: Kai en Nora die schrijft Nora en Kai die schrijven
- 11:21Speaker 2: Wij vinden de kleuterpodcast heel erg leuk. Kai vindt de
- 11:24Speaker 2: aflevering met de voertuigen en dinosaurus het leukste en Nora
- 11:27Speaker 2: die over prinsen en prinsessen. De spelletjes in de podcast,
- 11:30Speaker 2: die spelen we graag mee. Zouden jullie een keer een
- 11:33Speaker 2: podcast kunnen maken over eenhoorns of over apen? Hè?
- 11:38Speaker 2: Dat is wel leuk. Ja.
- 11:39Speaker 1: Ja. Misschien kunnen we het een keer over de dierentuin hebben.
- 11:43Speaker 1: O ja, dat
- 11:44Speaker 2: is een hele goede mythe, want daar zijn ook apen. Ehm,
- 11:47Speaker 2: dan kreeg ik nog een berichtje binnen van Nienke. En
- 11:50Speaker 2: Nienke schrijft Ik vind het altijd leuk om naar jullie
- 11:52Speaker 2: podcast te luisteren. En ik wil graag een podcast over knutselen,
- 11:55Speaker 2: omdat ik zelf heel erg van knutselen hou. Ik ben
- 11:57Speaker 2: nu op vakantie in Engeland. Dus ik vind de podcast
- 12:00Speaker 2: over Engeland ook heel erg leuk. Groetjes van Nienke. Nou,
- 12:04Speaker 2: jij bent ook wel eens in Engeland geweest, toch? Myrthe?
- 12:06Speaker 2: Ja, en misschien opa's verjaardag. Ja. En misschien kunnen we
- 12:10Speaker 2: al een keertje. Kunnen we al een beetje verklappen, Myrthe.
- 12:12Speaker 2: Wat we van plan zijn om in de zomer te
- 12:14Speaker 2: gaan doen.
- 12:14Speaker 1: En uh podcasten over vakanties.
- 12:18Speaker 2: Ja, allemaal podcasten over vakanties. En dan pakken we allemaal
- 12:21Speaker 2: verschillende landen. Ja. Dus dan komt er ook eentje over Engeland. Ja.
- 12:25Speaker 2: Dus die komt te zeker weten aan Nienke. Dank je
- 12:28Speaker 2: wel voor je berichtje. En dan krijgen we nog een
- 12:30Speaker 2: heel grappig berichtje binnen van Mara.
- 12:33Speaker 2: Myrthe, moet je eens luisteren. Mara, die schrijft: "Hoi Myrthe,
- 12:37Speaker 2: ik heet Mara. Ik ben ook 4 jaar, net als jij.
- 12:41Speaker 2: Mijn papa heet ook Hans.
- 12:44Speaker 2: En mijn mama is ook juf. Nou, dat is wel
- 12:47Speaker 2: heel toevallig, toch?
- 12:49Speaker 2: Gaat ze verder. Ik heb een vriendinnetje die Myrthe heet.
- 12:54Speaker 2: Ik hou ook heel erg van lezen en mijn lievelingsboek
- 12:56Speaker 2: is Colletje. Nou, daar hebben wij het ook over gehad
- 12:59Speaker 2: over Colletje. Ja. Dat is allemaal wel heel erg toevallig.
- 13:02Speaker 2: Ik vind het heel erg leuk om te luisteren. Wil
- 13:04Speaker 2: je een keer een podcast maken over huisdieren? Onze poes
- 13:07Speaker 2: heet Senna. Groetjes van Mara. Nou,
- 13:10Speaker 1: dat is wel heel toevallig.
- 13:12Speaker 2: Ja, hè?
- 13:13Speaker 2: Heel erg leuk. Leuk berichtje, Mara. Dank je wel voor
- 13:16Speaker 2: je berichtje. En die van huisdieren, die staat op het lijstje.
- 13:18Speaker 2: Dus die gaan we. Die komt nog wel een keertje,
- 13:20Speaker 2: denk ik. Ja. Nou, mocht jij ook een berichtje achter
- 13:23Speaker 2: willen laten, dan kan dat, hè, Myrthe.
- 13:24Speaker 1: Ja. Via onze Instagram of
- 13:28Speaker 1: via @kleuterpodcast.nl. Ja,
- 13:32Speaker 2: de website kleuterpodcast.nl of inderdaad de de Instagram. En dat
- 13:36Speaker 2: is @kleuterpodcast. Ja, ja.
- 13:38Speaker 1: En abonneer op onze podcast.
- 13:40Speaker 2: Oh, goed dat je dat zegt, Myrt. Ik was dat
- 13:41Speaker 2: alweer eventjes vergeten. Waren we even een tijdje vergeten om
- 13:44Speaker 2: te vermelden eigenlijk.
- 13:45Speaker 2: Ja. Goed gedaan. um Nou, dank je wel voor het luisteren. Myrthe,
- 13:50Speaker 2: volgende keer. Ja. Waar gaan we het de volgende keer
- 13:52Speaker 2: over hebben? Over
- 13:53Speaker 1: de dierentuin.
- 13:55Speaker 2: O, nou, en we kregen net natuurlijk een berichtje. En
- 13:58Speaker 2: daar was de vraag of we het ook over apen
- 13:59Speaker 2: kunnen gaan hebben. Gaan we het dan bij de dierentuin
- 14:01Speaker 2: ook over apen hebben? Ja. Hoe doet een aap dan?
- 14:08Speaker 2: Oh, ik vind jou een hele goede aap. Ik ga
- 14:11Speaker 2: eens eventjes naar de dierentuin toe deze week om een
- 14:14Speaker 2: beetje te kijken hoe de apen doen. Dan kan ik
- 14:16Speaker 2: ze ook goed nadoen. Hoe
- 14:23Speaker 2: Nou. Je hoort het al. Het wordt waarschijnlijk een hele
- 14:25Speaker 2: gekke podcast de volgende keer. Ik zou zeggen tot de
- 14:28Speaker 2: volgende keer.
- 14:29Speaker 1: Dag vriendjes en vriendinnetjes. Tot de volgende keer. Doei!