Latest / Kleuter Podcast / Spanje Special | Kleuterpodcast #25
Transcript
- 0:00Speaker 1: Olla. Welkom bij de vakantieleuterpodcast.
- 0:04Speaker 2: Ja, Myrthe. Ola. Leuk dat je luistert naar de nieuwe kleuterpodcast.
- 0:08Speaker 2: Vandaag gaan we het hebben over B.
- 1:03Speaker 1: allemaal. Vandaag gaan we naar Spanje.
- 1:05Speaker 2: Ja, vandaag gaan we naar Spanje. En Myrthe, jij weet
- 1:08Speaker 2: al hoe je hallo zegt in het Spaans. Dat is. Hola. Hola, precies.
- 1:13Speaker 2: Dus als je op vakantie bent in Spanje kan je
- 1:15Speaker 2: de hele dag lekker roepen tegen Ireen Ola. Hey, en Myrthe,
- 1:19Speaker 2: wat gaan we vandaag allemaal doen in deze podcast? We
- 1:22Speaker 1: gaan tellen in het Spaans.
- 1:24Speaker 1: En we gaan leuke spelletjes spelen. Ja,
- 1:27Speaker 2: zeker weten. Een
- 1:28Speaker 1: van mij woordjes in het Spaans leren. Ja,
- 1:31Speaker 2: want jij bent op de een of andere manier heel
- 1:33Speaker 2: goed in Spaans. Daar gaan we het sowieso effe goed
- 1:35Speaker 2: over hebben. Want ik heb een Spaans boekje. Ja, inderdaad. Hé,
- 1:40Speaker 2: en we zijn natuurlijk. We hebben het over Spanje. Ben
- 1:43Speaker 2: jij wel eens in Spanje geweest? Ja. En weet je
- 1:46Speaker 2: ook nog waar je dan bent geweest in Spanje?
- 1:49Speaker 2: Nee. Wij zijn een aantal keer in Spanje geweest. Wij
- 1:53Speaker 2: zijn in Malaga geweest. Ik denk dat
- 2:02Speaker 2: O ja. En we zijn op de Canarische eilanden geweest,
- 2:05Speaker 2: op Gran Canaria. Ja. En op Lanzarote. O ja. Dus
- 2:09Speaker 2: dat is allemaal dat is allemaal Spanje. Nou, je zei
- 2:12Speaker 2: het net al. Jij bent wel goed in Spaans, want
- 2:14Speaker 2: jij hebt een Spaans boekje. Ja. Kun je dat eens vertellen?
- 2:18Speaker 2: Hoe kom je aan het boekje? Die
- 2:19Speaker 1: heb ik gekregen van mama's oom en tante.
- 2:22Speaker 2: Ja, die heb je gekregen van mama's oom en tante inderdaad.
- 2:25Speaker 2: En wat staat er in het boekje?
- 2:28Speaker 1: Dan staat er wat het is. En dan staat er
- 2:32Speaker 1: onder hoe het heet in het Spaan.
- 2:36Speaker 2: Ja. Dus er staat een plaatje. En dan staat er
- 2:38Speaker 2: bijvoorbeeld een plaatje van een appel. En dan staat er
- 2:41Speaker 2: onder hoe dat in het Spaans heet. Ja. Ja. Want
- 2:44Speaker 2: jij vindt Spaans heel leuk. Jij wilde heel heel graag
- 2:48Speaker 2: Spaans praten.
- 2:49Speaker 2: Ja. En welke woordjes ken je dan al in het Spaans?
- 2:53Speaker 1: Pan con tomate.
- 2:55Speaker 2: Oh, daar gaan we het zo zeker nog even over hebben. Ja.
- 2:58Speaker 2: Dus verklapt nog niet wat het is. Want daar gaan
- 3:00Speaker 2: we het zo over hebben. Weet je nog meer? La pelota.
- 3:03Speaker 2: En wat is dat? Een bal. Dat is een bal. Inderdaad.
- 3:06Speaker 2: Heel goed. En. Weet je er nog meer? Pan.
- 3:09Speaker 2: Een pan. En wat is een pan? Brood. Brood. Inderdaad. Ja.
- 3:13Speaker 2: Dus dat zijn allemaal woordjes die jij hebt geleerd daar. Cicerola?
- 3:17Speaker 2: En een cicerola. Ja, dat moeten we even uitleggen, want het.
- 3:19Speaker 2: Nou klinkt het alsof jij vloeiend Spaans kan. Maar wij.
- 3:23Speaker 2: Wij gingen het woordje pan leren. Pan betekent brood. Ja.
- 3:27Speaker 2: En toen zei je maar wat is dan een pan
- 3:29Speaker 2: in het Spaans? Ja. En een pan in het Spaans
- 3:32Speaker 2: is dan weer een cicerola.
- 3:35Speaker 2: Ja, dus als je nu zit te luisteren, weet je
- 3:36Speaker 2: dat ook. En uh als ze als ze in Spanje
- 3:39Speaker 2: pan zeggen, dan bedoelen ze een brood.
- 3:42Speaker 2: En als je een een pan uit de keuken wil,
- 3:45Speaker 2: dan zeg je Ciceroda. Ja. Myrthe, we hebben het net
- 3:49Speaker 2: al over een paar steden gehad. Ieder land heeft een hoofdstad.
- 3:52Speaker 2: Dat is meestal de bekendste stad en de grootste stad
- 3:55Speaker 2: en meestal de belangrijkste stad. Weet je wat dat van
- 3:57Speaker 2: Spanje is? Nee. Dat is Madrid.
- 4:00Speaker 2: En Madrid is een hele bekende stad. Maar Spanje heeft
- 4:04Speaker 2: nog een andere hele bekende stad. En dat is Barcelona.
- 4:06Speaker 2: Maar bijvoorbeeld ook Valencia en Malaga. Malaga zijn wij geweest.
- 4:10Speaker 2: En de Canarische Eilanden. En wij zijn er ook op
- 4:12Speaker 2: twee Canarische eilanden geweest. En um Spanje ligt dat denk
- 4:17Speaker 2: je dichtbij of heel ver weg? Heel ver weg. Ja,
- 4:20Speaker 2: dat is heel ver weg. Ja. En hoe kan je
- 4:22Speaker 2: dan naar Spanje gaan?
- 4:24Speaker 1: En met het vliegtuig of met de auto?
- 4:26Speaker 2: Ja, naar de Canarische eilanden kom je eigenlijk. Eigenlijk alleen
- 4:29Speaker 2: maar met het vliegtuig of met de boot. En als
- 4:33Speaker 2: je met de auto naar Spanje gaat, ja, dan kan
- 4:35Speaker 2: je soms wel 17 uur in de auto zitten. Dat
- 4:38Speaker 2: is echt heel lang. Dus als je daar naartoe gaat,
- 4:40Speaker 2: dan weet je dat je heel lang in de auto
- 4:42Speaker 2: moet zitten. Ja, 80
- 4:44Speaker 2: En wat voor weer is het, denk je in Spanje?
- 4:46Speaker 2: Heel lekker. Lekker warm en zonnig, inderdaad. Ja. Zeker in
- 4:51Speaker 2: de zomer, want in Spanje schijnt altijd de zon.
- 4:54Speaker 1: Ja. En we kennen ook toch eentje daarvan. Ja.
- 4:59Speaker 2: is
- 5:05Speaker 1: In Spanje, in Spanje, in Spanje. Je ligt de hele
- 5:10Speaker 1: dag op je werk kan.
- 5:12Speaker 2: Dan moeten we natuurlijk ook eventjes weten wat nou typisch
- 5:14Speaker 2: Spaanse dingen zijn. Weet je wat typisch Spaans eten is,
- 5:18Speaker 2: wat ze graag eten in Spanje? Nee. Dat zijn tapas
- 5:22Speaker 2: en tapas zijn hele kleine hapjes.
- 5:25Speaker 2: En ze hebben ook paella, paella. En paella. Dat is
- 5:29Speaker 2: eigenlijk rijst. En dan vaak met vis erbij. Heel lekker. Ja.
- 5:34Speaker 2: En jij bestelde ook altijd iets typisch Spaans. Ja. Wat
- 5:37Speaker 2: voor typisch Spaans bestelde jij? Je hebt het eigenlijk al
- 5:40Speaker 2: een beetje
- 5:40Speaker 1: verklapt. Pan con tomate.
- 5:42Speaker 2: Pan con tomate. En wat is dat dan? Een
- 5:45Speaker 1: broodje met
- 5:45Speaker 2: tomaat. Dat is een broodje met tomaten. Ja. En dat
- 5:48Speaker 2: is echt meer de lievelings. Meerder ging dat altijd bestellen.
- 5:51Speaker 2: Pan con tomate. Dus als je in Spanje bent, dan
- 5:54Speaker 2: kan je dat bestellen. En dan krijg je een broodje
- 5:56Speaker 2: met tomaten. En dat is een soort geroosterd broodje met
- 5:59Speaker 2: een beetje olijfolie en tomaten. Pan con tomaten, Heerlijk. Ja.
- 6:04Speaker 2: Weet je Myrthe, wat ze doen in Spanje als het
- 6:07Speaker 2: middag is? Nee. Dan doen ze een siesta. Wat is dat?
- 6:12Speaker 2: Een siesta. Dat is een slaapje in de middag. Hè? Ja.
- 6:17Speaker 2: Dat is gek, hè. Maar het is daar vaak zo
- 6:19Speaker 2: warm dat ze dan denken. Nou, tussen de middag even
- 6:21Speaker 2: lekker slapen. En dan gaan we daarna gaan we weer verder. Hè? Ja,
- 6:25Speaker 2: dat heet de siesta.
- 6:28Speaker 2: En. Weet je ook wat ze dansen in Spanje?
- 6:32Speaker 1: Ja, maar ik weet niet. Ik ben vergeten hoe het heet.
- 6:35Speaker 2: Hoe ziet het eruit? Weet je dat nog?
- 6:37Speaker 1: Ja. Een mevrouw met de roze en rode jurk die
- 6:40Speaker 1: gaat dansen. Ja.
- 6:42Speaker 2: Het zijn vaak hele mooie jurken. Meneer, de castagnettes zijn
- 6:47Speaker 2: zijn inderdaad die die klipjes die klik, klik, klik, klik
- 6:50Speaker 2: klik klik.
- 6:55Speaker 2: En, wat knap dat je dat weet, zeg. En de
- 6:58Speaker 2: dans die heette de Flamengo. Het klinkt een beetje als flamingo.
- 7:01Speaker 2: Het heet de flamengo. En dan hebben ze inderdaad van
- 7:03Speaker 2: die hele mooie jurk aan. En verder kun je Ik
- 7:06Speaker 1: heb een rol, maar dingen zit een roze. Ja,
- 7:09Speaker 2: jij hebt een roze inderdaad.
- 7:11Speaker 2: Ja, die hebben we daar inderdaad gekocht in Spanje. Hé en.
- 7:14Speaker 2: Weet je welke kleur de vlag van Spanje is?
- 7:19Speaker 2: De vlag van Spanje is rood met geel.
- 7:25Speaker 2: Myrthe, ik denk dat het tijd is om te leren
- 7:27Speaker 2: tellen in het Spaans.
- 7:29Speaker 2: Als jij nu zit te luisteren, dan kan je mee
- 7:31Speaker 2: leren tellen in het Spaans. Dus als jij naar Spanje gaat,
- 7:34Speaker 2: dan weet je alvast hà, want dat is. Hallo. En
- 7:38Speaker 2: je kan alvast een broodje bestellen, want dat is pan
- 7:40Speaker 2: con tomate. En wat bestel je dan weten?
- 7:43Speaker 1: Een broodje met tomaat.
- 7:45Speaker 2: Een broodje met tomaat. En nou gaan we je leren
- 7:47Speaker 2: tellen in het
- 7:48Speaker 1: Spaans. Ja, ik weet al een paar woorden. Oké, nou.
- 7:53Speaker 1: Heel goed.
- 8:03Speaker 2: Je verwacht. Je vergat even de siete. Maar voor de
- 8:06Speaker 2: rest deed je het heel goed. Oké, dan gaan we
- 8:09Speaker 2: hem nu even langzaam doen. En als je zit te luisteren,
- 8:12Speaker 2: doe gezellig mee. Ik noem het Nederlandsche woordje Myrthe het
- 8:16Speaker 2: Spaansche woordje. En daarna kan jij het Spaansche woordje herhalen.
- 8:20Speaker 2: Luister goed.
- 8:21Speaker 2: 1 is O ja. Nu jij.
- 8:27Speaker 2: 2 is DOS.
- 8:30Speaker 2: 3 is
- 8:32Speaker 1: stress.
- 8:34Speaker 2: 4 is.
- 8:38Speaker 2: 5 is
- 8:42Speaker 2: 6 is
- 8:44Speaker 1: 6.
- 8:47Speaker 2: 7 is
- 8:49Speaker 1: 70
- 8:52Speaker 1: 8 is
- 8:56Speaker 2: 9 is
- 8:59Speaker 2: 10 is.
- 9:02Speaker 2: Heel goed. OK, dus als je zit te luisteren, kan
- 9:05Speaker 2: je nu meedoen en dan doen we het nog een keer.
- 9:09Speaker 2: Oen doos. Dat is 1, 2, 3. Nog een keer. O. D.
- 9:19Speaker 1: T. C.
- 9:24Speaker 2: S. Heel goed. Dan hebben we nu al tot 6 geteld.
- 9:26Speaker 2: Oen doos, tres, quatro cinco.
- 9:33Speaker 2: 7 is
- 9:35Speaker 1: 7.
- 9:37Speaker 1: Sette.
- 9:40Speaker 1: Ocho Ocho.
- 9:46Speaker 2: Wat goed. Dat is tot 10 tellen. Dus nu heb
- 9:49Speaker 2: je het geleerd. Nu kan je het ook. En het
- 9:51Speaker 2: belangrijkste is natuurlijk hoe oud je bent. Ja. Want hoe
- 9:54Speaker 2: oud ben jij, Myrthe? 5. Dus dan ben jij Sinko.
- 9:58Speaker 2: Sinko Anjos. Anjos Anjos is jaar. Sinko Anjos. Ja. En
- 10:05Speaker 2: als jij zit te luisteren en je bent 4, dan
- 10:07Speaker 2: ben je quattro Anos. Ja.
- 10:10Speaker 2: En 3 is Tres Anos.
- 10:13Speaker 1: Ja. En 2 is Tos Anjos.
- 10:19Speaker 2: En 6 is Sais Anjos.
- 10:23Speaker 2: OK, Myrthe, het is tijd voor een spelletje. Ja. In
- 10:25Speaker 2: het Spaans. In Spaans. We hebben nou heel wat Spaanse
- 10:28Speaker 2: woordjes geleerd. um Maar in spa- in Spanje, weet je
- 10:32Speaker 2: hoe ze je daar ja zeggen? Nee. In ja zeggen
- 10:35Speaker 2: ze si. O ja. Si. Si. En uh als het
- 10:41Speaker 2: nee is, weet je wat ze dan zeggen? No. No,
- 10:44Speaker 2: heel goed.
- 10:46Speaker 2: Dus ik ga een vraag stellen en jij moet dan
- 10:50Speaker 2: antwoorden met z of nog. Ja. Oké, doe mee als
- 10:54Speaker 2: je zit te luisteren.
- 10:56Speaker 2: In Spanje zeggen mensen Hola.
- 11:00Speaker 2: Heel goed. In Spanje is het altijd ijskoud in de zomer.
- 11:06Speaker 2: Ja.
- 11:08Speaker 2: Tapas zijn kleine Spaanse hapjes.
- 11:15Speaker 2: In Spanje loopt iedereen altijd achteruit.
- 11:22Speaker 2: In Spanje dansen mensen de Flamengo.
- 11:27Speaker 2: Zie.
- 11:29Speaker 2: Spanje is een land met alleen maar pinguins. Nou,
- 11:34Speaker 2: De Spaanse vlag is rood met geel.
- 11:38Speaker 2: is
- 11:39Speaker 2: En in Spanje doen mensen een siesta, oftewel een slaapje
- 11:43Speaker 2: in de middag. Zie
- 11:46Speaker 2: Heel goed. Jij bent helemaal geslaagd voor de Spaanse quiz.
- 11:52Speaker 2: Mocht jij op vakantie gaan naar Spanje. Dan heb je
- 11:54Speaker 2: denk ik een hele leuke podcast voor naar Spanje. En
- 11:57Speaker 2: anders wil je misschien een keertje naar Spanje. Is dit
- 12:00Speaker 2: een hele leuke. Er staan nog veel meer uh podcasts
- 12:02Speaker 2: online over allemaal verschillende landen. Myrthe um vergeet je zonnebrand niet,
- 12:07Speaker 2: want in Spanje heb je zonnebrand goed nodig. Ja. En
- 12:10Speaker 2: uh een fijne vakantie.