Latest / Kleuter Podcast / Oostenrijk en Duitsland | Kleuterpodcast #52
Transcript
- 0:00Speaker 1: Ken
- 0:01Speaker 1: Welkom bij je nieuwe klepodcast.
- 0:05Speaker 2: Ja, goeden dag, Myrthe. Leuk dat je luistert. Myrthe, waar
- 0:09Speaker 2: gaan we het vandaag over hebben?
- 0:10Speaker 1: Over Duitsland en Oostenrijk.
- 1:05Speaker 2: Nou, Myrthe, je zei al kentaak. Welkom bij deze podcast
- 1:08Speaker 2: over Duitsland en Oostenrijk. Weet jij ook wat kentaak betekent? Ja.
- 1:13Speaker 2: Wat dan? Hallo? Ja, het is hallo, het is een
- 1:16Speaker 2: goeie dag. Eigenlijk kentaak. Goeiedag. Dat is bijna hetzelfde, maar
- 1:21Speaker 2: je kan het gewoon als hallo gebruiken. Dus dat is
- 1:23Speaker 2: alvast het eerste woordje wat je in het Duits leert.
- 1:26Speaker 2: Duitsland en Oostenrijk. Waarom doen we die samen? Weet jij dat?
- 1:30Speaker 1: Ja, omdat het samen dezelfde taal is.
- 1:33Speaker 2: Ja, inderdaad, ze liggen naast elkaar. De twee landen liggen
- 1:36Speaker 2: naast elkaar. En ze spreken allebei dezelfde taal. Allebei Duits. Ja.
- 1:40Speaker 2: En het is een beetje net als in Nederland en Belgie.
- 1:44Speaker 2: In Belgie spreken ze ook Nederlands of Vlaams eigenlijk. Maar
- 1:48Speaker 2: dat is hetzelfde eigenlijk als Nederlands. En in Nederland spreken
- 1:51Speaker 2: we ook Nederlands. Duitsland en Oostenrijk liggen naast elkaar.
- 1:54Speaker 2: En spreken dezelfde taal. Dus daarom dachten we We doen
- 1:57Speaker 2: ze allebei samen. Weet jij waar Duitsland ligt?
- 2:01Speaker 1: Ehm. Nee. Sowieso wel aan deze kant van de
- 2:05Speaker 2: wereld. Ja, het ligt wel aan deze kant van de
- 2:07Speaker 2: wereld inderdaad. Het ligt naast Nederland. Dus je kan eigenlijk
- 2:10Speaker 2: zeggen dat het een buurt
- 2:12Speaker 2: buurman is van Nederland of een buurvrouw.
- 2:14Speaker 1: O ja, en ik ken wel iemand die in Duitsland
- 2:17Speaker 1: is geboren. O, wie dan?
- 2:19Speaker 2: Freya. En wie is dat dan?
- 2:21Speaker 1: Mijn tante. Dat
- 2:23Speaker 2: is jouw tante. Inderdaad. Ja. Jouw tante komt inderdaad uit Duitsland.
- 2:25Speaker 2: Weet je ook waar in Duitsland. Welke plaats? Nee. Hamburg.
- 2:30Speaker 2: Ja, het klinkt als hamburgers, maar het heet Hamburg. Daar
- 2:35Speaker 2: komt jouw tante vandaan. En Hamburger? Ja, zo klinkt het
- 2:39Speaker 2: een beetje. Belgie is dus een buurland van Nederland. En
- 2:43Speaker 2: ook Duitsland is een buurland van Nederland. Dus die liggen
- 2:45Speaker 2: vlak naast ons. En ben jij wel eens in Duitsland geweest, Myrthe?
- 2:49Speaker 2: Volgens mij niet. Ik denk het wel.
- 2:52Speaker 1: was ik toen
- 2:53Speaker 2: nog klein of zo. Nou, als wij gaan skiën, waar
- 2:56Speaker 2: gaan wij dan skiën? Oostenrijk. En dan rijden wij met
- 3:00Speaker 2: de auto door Duitsland heen. En dan slapen we meestal
- 3:03Speaker 2: een nachtje in Duitsland. O ja. Dus je bent wel
- 3:06Speaker 2: eens in Duitsland geweest.
- 3:07Speaker 1: En op deze vakantie ga ik ook weer naar Oostenrijk.
- 3:12Speaker 2: Ja. En dan overnachten we ook weer in Duitsland. En
- 3:16Speaker 2: dan rijden we inderdaad daarna door naar Oostenrijk.
- 3:19Speaker 2: Wat weet jij van Duitsland en Oostenrijk nog meer? Hmm. Bergen? Ja,
- 3:24Speaker 2: heel goed. Ja, inderdaad. Duitsland en Oostenrijk hebben heel veel bergen.
- 3:28Speaker 2: en vooral Oostenrijk. Ja. Heel veel bergen.
- 3:30Speaker 1: Ja, want daar kan je steeds overheen skiën. Ja,
- 3:34Speaker 2: in de bergen skien wij ook inderdaad.
- 3:37Speaker 2: En weet je dan ook wat ze heel graag eten
- 3:39Speaker 2: in Duitsland? Nee. In Duitsland eten ze heel graag zuurkool.
- 3:43Speaker 2: O ja. En pretzels. Weet je wat? Pels? Ja, weet
- 3:46Speaker 2: je wat het is, een pretzel? Oh, die heb jij
- 3:48Speaker 2: ook wel eens gegeten. Dat is een soort deeg met
- 3:51Speaker 2: heel veel zout eroverheen.
- 3:52Speaker 1: Dan weet ik het nog steeds niet.
- 3:54Speaker 2: En weet je wat ze er nog meer eten? Nee. Braadworst.
- 3:57Speaker 2: Ik weet niet wat dat is. Dat is een worstje. Ja.
- 4:00Speaker 2: En weet je wat ze heel graag eten in Oostenrijk? Tosties. Tosties.
- 4:06Speaker 2: Die eet jij daar heel graag. Ja. Ja. Maar ze
- 4:08Speaker 2: eten ook iets anders. Heel graag daar. O, dat vind
- 4:10Speaker 2: ik zo lekker. En je hebt het eigenlijk heb je
- 4:12Speaker 2: heb je het zelfs vandaag nog gegeten. Myrthe. Papa eet
- 4:15Speaker 2: het supergraag als die in Oostenrijk is. Dat weet ik
- 4:18Speaker 2: het niet. Zou ik je een tip geven? Ja. Zeker weten.
- 4:24Speaker 2: Schnitzel. Ja, inderdaad. Het is schnitzel. Schnitzel. Ja, zeggen ze.
- 4:35Speaker 1: Waarom zei je Ik leerde gelijk in het Duits.
- 4:39Speaker 2: Ja, inderdaad. Kan je dat nog een keer herhalen hoe
- 4:41Speaker 2: je dat uitspreekt. Schnitzel.
- 4:47Speaker 2: En dan heb ik nog een leuke. um En die
- 4:49Speaker 2: vind ik ook zo lekker. En weet je wat dat is? Nee. Appelstroedel.
- 4:53Speaker 2: O ja. Kun je dat
- 4:54Speaker 1: zeggen? Appelstroedel.
- 4:57Speaker 2: Ja, inderdaad. Appelstroeddel. En weet je wat het is of niet?
- 5:00Speaker 1: Ja, dat is een soort pannenkoek.
- 5:02Speaker 2: Nee, dat is niet een soort pannekoek. Hij kan heel
- 5:04Speaker 2: veel op elkaar. Nee, nee, nee, nee. Die hebben we
- 5:07Speaker 2: ook straks. Maar een appelstroedel is iets anders. Waar klinkt
- 5:10Speaker 2: apfel naar?
- 5:11Speaker 2: Appel. Appel. Ja. Appelstroeder is een soort appeltaartje, maar dan
- 5:16Speaker 2: heel lekker. Ja. Ja. En
- 5:18Speaker 1: dat ik daar ook vak
- 5:19Speaker 2: op. Juist. En dan eten ze daar ook nog Keizerschmarren.
- 5:24Speaker 2: Kan je dat zeggen? Keizerschmarn. Ja. En weet je wat
- 5:28Speaker 2: dat is? Nee. Dat zijn die pannenkoekjes. Ha! Dat is
- 5:31Speaker 2: een soort pannenkoek die helemaal in elkaar is ge
- 5:34Speaker 1: een soort tiendubbele pannenkoeken
- 5:36Speaker 2: op elkaar. Een hele dikke pannenkoek. En weet je ook
- 5:40Speaker 2: wat ze er vaak bij doen? Eh,
- 5:41Speaker 1: poedersuiker. Ja,
- 5:42Speaker 2: en nog meer. Een. O, appelmoes of zo doen ze erbij.
- 5:46Speaker 2: Appel of kersenmoes.
- 5:47Speaker 1: Uh. En dat is een soort tiendubbele pannenkoeken op
- 5:52Speaker 2: elkaar. Ja, die is echt heel dik. Maar wel heel lekker. Ja.
- 5:56Speaker 2: En ze drinken daar vaak hse chocolaat, oftewel warme chocolademelk. Ja,
- 6:01Speaker 1: want daar is het superkoud en dan moet je wel
- 6:03Speaker 2: wat warm. In de winter is het eigenlijk koud. Maar
- 6:05Speaker 2: weet je wat ze ook vaak drinken? Appelsap, maar niet
- 6:07Speaker 2: zomaar appelsap. Maar dan hebben ze appelsap met bubbeltjes erin. Bubbeltjessap. Ja. Ja,
- 6:13Speaker 2: dat vinden ze heel gespritzte appelsaft. En
- 6:18Speaker 2: En weet je wat je daar heel veel hoort voor muziek?
- 6:21Speaker 2: Wat echte Oostenrijkse muziek is? Jodelen. Weet je hoe dat gaat? Nee. Joland.
- 6:29Speaker 2: Ken je dat? Ja. Nou, doe maar dan. Ja.
- 6:46Speaker 2: En weet je wat je nog meer voor muziek hoort
- 6:48Speaker 2: als wij gaan skiën? Veel a skimmuziek. O ja.
- 6:54Speaker 2: Anton
- 6:58Speaker 2: Denk je dat Duits een moeilijke taal is om te leren? Beetje. Ja,
- 7:02Speaker 2: het is. Het is een beetje moeilijk inderdaad. Maar heel
- 7:06Speaker 2: veel woorden lijken heel erg op het Nederlands.
- 7:09Speaker 1: Ja, want het ligt ook een beetje tegen Nederland aan. Ja.
- 7:13Speaker 2: Dus weet je bijvoorbeeld hoe je hallo zegt in het Duits? Ah.
- 7:17Speaker 2: Dus je hebt een
- 7:17Speaker 2: Goeiedag hadden we net. Goeie dag was goed een taak.
- 7:20Speaker 2: Maar weet je hoe je hallo zegt? Nee. Hallo. Hallo. Ja,
- 7:25Speaker 1: dat is precies hetzelfde. Alleen de O moet je zeggen.
- 7:29Speaker 1: Wij zeggen de O aan het eind. En hun zeggen
- 7:31Speaker 1: de O aan het eind. Hallo.
- 7:34Speaker 2: Heel goed. Ja, goed opgelet. Goed geluisterd. Inderdaad. En. Weet
- 7:38Speaker 2: je hoe je dank je wel zegt in het Duits? Nee. Danken. Ah.
- 7:43Speaker 2: En weet
- 7:44Speaker 1: je hoe je het Bijna dank je.
- 7:46Speaker 2: Het lijkt er heel erg op, inderdaad. Daarom zeg ik
- 7:48Speaker 2: van Duits is Duits is wel moeilijk om te leren.
- 7:51Speaker 2: Maar heel veel woorden lijken gewoon een beetje op die
- 7:53Speaker 2: van ons. En weet je wat tot ziens in het
- 7:56Speaker 2: Duits is? Nee. Tus.
- 8:01Speaker 2: Ik denk dat het tijd is om te leren tellen
- 8:04Speaker 2: in het Duits.
- 8:07Speaker 1: Ja, ik kan dat tot 5
- 8:07Speaker 2: tellen. O, nou, dan ben ik heel benieuwd.
- 8:11Speaker 1: 1, 2, 3.
- 8:14Speaker 1: 45.
- 8:17Speaker 2: Heel goed. En weet je hoe het verder gaat dan? Nee.
- 8:20Speaker 2: Ga ik je leren. 6, 7, 8, 9, 1. Oké,
- 8:28Speaker 2: dan gaan we het samen doen. En als je zit
- 8:30Speaker 2: te luisteren, doe gezellig mee. Ja. 1 is.
- 8:34Speaker 2: eind
- 8:37Speaker 2: 2 is 2.
- 8:39Speaker 2: 3 is
- 8:41Speaker 1: Daai.
- 8:43Speaker 1: 4 is.
- 8:47Speaker 2: 5 is.
- 8:50Speaker 2: 6 is.
- 8:52Speaker 2: Seks.
- 8:53Speaker 1: Seks.
- 8:55Speaker 2: 6 7 is.
- 8:59Speaker 2: Sieben. Sieben.
- 9:01Speaker 2: 8 is 8. 8. Heel goed.
- 9:06Speaker 2: En 9 is. Nein. 9 is Nein.
- 9:11Speaker 2: 10 is 1.
- 9:13Speaker 1: Teen.
- 9:15Speaker 2: Je zegt eigenlijk de ja, het lijkt een beetje.
- 9:22Speaker 1: Ik heb een lijst zitten.
- 9:26Speaker 2: Ja. Zo klinkt het bijna. Want je zegt inderdaad de t.
- 9:29Speaker 2: Maar je zegt ook de z. Dus het is. Ja.
- 9:35Speaker 2: Zullen we nog een keertje doen? Een is.
- 9:41Speaker 2: 2 is. Swaai. Swaai.
- 9:45Speaker 2: 3 is. Daai. Draai. 4 is 4? 4.
- 9:52Speaker 2: 5 is.
- 9:56Speaker 2: 6 is 6. 6. 7 is. Sieben? Sieben, Heel goed.
- 10:05Speaker 2: 8 is 8. 8. 9 is 9 9.
- 10:13Speaker 2: Heel goed. En 10 is
- 10:17Speaker 1: 2. Heel goed. Ik heb een.
- 10:21Speaker 2: Nou, wij hebben je in ieder geval leren tellen in
- 10:23Speaker 2: het uh in het Duits. Dus als jij in Duitsland
- 10:26Speaker 2: of in Oostenrijk bent, dan kan je vanaf nu tellen
- 10:29Speaker 2: in het Duits. Maar ik denk dat het allerbelangrijkste is, Myrthe,
- 10:34Speaker 2: om te weten hoe oud je bent. En weet je
- 10:35Speaker 2: hoe je dat dan zegt? Nee. Ich bin.
- 10:39Speaker 2: Bien. En hoe oud ben jij? Heel goed. Ichbien 5
- 10:44Speaker 2: jaren oud.
- 10:46Speaker 1: Jaren oud.
- 10:48Speaker 2: Ja. Kan je het nou in een keer zeggen?
- 10:49Speaker 1: Ich bin 5 jaren
- 10:53Speaker 2: oud. Heel goed. En als jij 4 jaar bent, dan
- 10:58Speaker 2: zeg je ich bin 4 jaren oud.
- 11:01Speaker 2: Ja. En als je 6 jaar bent, zeg je ich
- 11:04Speaker 2: bin 6 jaren
- 11:05Speaker 1: oud. En als je 10 bent,
- 11:08Speaker 2: dan ben
- 11:08Speaker 1: je 10.
- 11:11Speaker 2: 10 jaren oud. Heel goed, M.
- 11:13Speaker 2: Ik denk dat het tijd is voor een spelletje. Ja. Oké,
- 11:17Speaker 2: luister goed. Het spelletje van vandaag, dat heet Ja Ode Nine.
- 11:22Speaker 2: En ik ga zo meteen zinnetjes vertellen. En jij mag
- 11:26Speaker 2: zeggen of dat klopt of dat het niet klopt. En
- 11:29Speaker 2: in Duitsland als ze zeggen ja, dan zeg je in
- 11:32Speaker 2: het Duits ja. En als je zegt in het Duits nee,
- 11:37Speaker 2: dan zeg je nein. Dus.
- 11:40Speaker 1: Ik kan al mijn heel goed zeggen, want dat zeg
- 11:42Speaker 1: ik zo.
- 11:44Speaker 2: Nou, dus dan kan jij heel goed dit spelletje doen. Ja.
- 11:48Speaker 2: Wanneer zeg je dat dan? Nein? Gewoon soms. O, oké.
- 11:51Speaker 1: Als als ik nee zeg, zeg ik soms
- 11:54Speaker 2: Nein. Nou, dan kan jij heel goed dit spelletje, weet
- 11:56Speaker 2: ik zeker. Ja. Luister goed, Myrthe. Dus wat moet je
- 11:59Speaker 2: zeggen als het klopt? Ja. En als het niet klopt? Nein.
- 12:03Speaker 2: Heel goed. Komt de eerste vraag. In Duitsland zeggen mensen Hallo.
- 12:10Speaker 2: Ja. In Oostenrijk lopen ze achteruit. Nein. In Oostenrijk. Myrthe
- 12:19Speaker 2: kan je heerlijke schnitzels eten.
- 12:22Speaker 2: Ja.
- 12:24Speaker 2: Duitsland ligt heel ver van Nederland vandaan. Nein. Nee, het
- 12:30Speaker 2: zijn buurlanden, hè. Dus we zitten heel dicht tegen elkaar aan.
- 12:33Speaker 2: In Oostenrijk zijn veel bergen. Ja. In Duit vind het
- 12:38Speaker 2: eigenlijk
- 12:38Speaker 1: wel makkelijk om ja te zeggen.
- 12:41Speaker 2: Is het ook zeker weten. In Duitsland rijden veel mensen
- 12:45Speaker 2: op een giraf.
- 12:46Speaker 1: Nein.
- 12:49Speaker 2: In Oostenrijk eten ze graag apfelstroedel. Ja. In Duitsland houden
- 12:57Speaker 2: ze niet zo van worstjes.
- 13:00Speaker 2: Nein. Nee, dan zijn ze juist dol.
- 13:03Speaker 1: Ja, want ze zijn heel dolbraakworst.
- 13:07Speaker 2: Ja. Jij bent geslaagd voor het ja. Oder nein
- 13:10Speaker 1: spel. O, nu weet ik nog een woord. Ja. Wat dan? Oder.
- 13:14Speaker 2: Oder. Ja. Weet je wat dat is? Of Of heel goed.
- 13:19Speaker 1: Jij zei ja. Oder.
- 13:21Speaker 2: Oder nein. Ja, inderdaad. Goed opgelicht. Ja.
- 13:24Speaker 1: Dus ik wist dat het
- 13:26Speaker 2: was. Ik denk dat het tijd is voor de post. Ja.
- 13:30Speaker 1: Waar is de post. Waar is de post? Waar is
- 13:35Speaker 1: de post? Waar is de post.
- 13:42Speaker 1: de post. Waar is
- 13:44Speaker 2: de post? Nou, Myrthe, er is weer heel veel post.
- 13:48Speaker 2: En ik ga je gelijk vertellen welke posten we allemaal
- 13:51Speaker 2: binnen hebben gehad. Onder andere die van Nolan. Hoi, Myrthe
- 13:54Speaker 2: en haar papa, ik ben Nolan en ik ben 4,5
- 13:56Speaker 2: jaar oud. Ik luister graag naar jullie podcast en zing
- 13:59Speaker 2: altijd hard mee met het liedje. Wat ik mij afvraag
- 14:02Speaker 2: is wat er in groenten zit. Mijn moeder zegt altijd
- 14:05Speaker 2: dat er beestjes in mijn buik zitten die graag de
- 14:07Speaker 2: wortels en andere groenten eten.
- 14:09Speaker 2: Maar wat zit daar dan in dat de buik beestjes
- 14:13Speaker 2: dat lekker vinden? Misschien kunnen jullie wel een keer een
- 14:15Speaker 2: podcast maken daarover. Liefst Nolan. Nou, die beestjes, weet je
- 14:20Speaker 2: wat die heel lekker vinden? Nee. Vitamines. En vitamines heb
- 14:24Speaker 2: je heel hard nodig. Maar wel een goed idee om
- 14:26Speaker 2: daar een keer een podcast over te maken. Hé, en
- 14:30Speaker 2: Nolan schrijft ook dat hij graag hard meezingt met het liedje.
- 14:33Speaker 2: Wist je Myrthe, dat wij nog een nieuwtje hadden over
- 14:37Speaker 2: het liedje?
- 14:38Speaker 2: Ja. Nou, vertel maar. Wat is er met het liedje
- 14:40Speaker 2: aan de hand?
- 14:41Speaker 1: Nou, die staat ook los gewoon erop.
- 14:44Speaker 2: Ja, als jij het liedje alleen wil luisteren, dus zonder
- 14:47Speaker 2: de podcast, dan kan dat vanaf nu ook. Want hij
- 14:49Speaker 2: staat nu ook op Spotify of op Apple Music of
- 14:53Speaker 2: waar dan ook waar je hem zou willen luisteren. staat
- 14:55Speaker 2: hij ook los. Dus alleen het liedje
- 14:58Speaker 2: kan je ook los luisteren. Moet je even zoeken. En
- 15:00Speaker 2: op
- 15:01Speaker 1: onze website.
- 15:02Speaker 2: Op onze website staat die ook inderdaad helemaal los. En
- 15:05Speaker 2: het enige waar je naar moet zoeken is inderdaad eventjes
- 15:08Speaker 2: kleuterpodcast en dan het themaliedje. Dan kan je hem vinden.
- 15:12Speaker 2: Dus Nolan, ik denk dat je heel hard mee gaat
- 15:14Speaker 2: zingen met dat liedje, nu je dit weet. Maar dank
- 15:17Speaker 2: je wel voor je berichtje.
- 15:18Speaker 2: En dan krijg ik nog een berichtje binnen, Myrthe. Die
- 15:21Speaker 2: was van Rosie. Hallo Myrthe, ik ben Rosie en ben
- 15:24Speaker 2: 4 jaar. Ik vond het leuk om de kleuterpodcast te luisteren.
- 15:28Speaker 2: Ik krijg in mei een broertje. Kunnen jullie een keer
- 15:31Speaker 2: een podcast maken over het krijgen van een broertje? Waar
- 15:34Speaker 2: komt hij vandaan en hoe groeit hij?
- 15:37Speaker 2: hoedjes, Rosie. Nou, Myrthe, jij hebt geen broertje, maar je
- 15:40Speaker 2: hebt wel een zusje. Ja. Hoe groeit-ie? Gewoon in de buik. Ja,
- 15:44Speaker 2: die groeit eerst in de buik, inderdaad. Is dat iets
- 15:46Speaker 2: om een podcast een keer over te maken? Ja.
- 15:49Speaker 1: Want dat hebben we ook op ons op ons lijstje staan.
- 15:52Speaker 2: Kijk. Nou, hij staat er al op, hoor ik. Dus
- 15:55Speaker 2: dan laat ik hem er zeker op staan.
- 15:57Speaker 2: um Dank je wel, Rosie. En sowieso gefeliciteerd. Leuk dat
- 16:00Speaker 2: je een broertje erbij krijgt. Ja. Dan kreeg ik nog
- 16:03Speaker 2: een berichtje van Vera. Hoi Myrthe, ik ben Vera, ik
- 16:06Speaker 2: ben 5 jaar oud. We vinden jullie podcast heel erg leuk.
- 16:09Speaker 2: Ik ga snel de aflevering over het ziekenhuis luisteren. Groetjes, Vera. Nou,
- 16:13Speaker 2: dank je wel, Vera, voor je berichtje. En uh superleuk
- 16:16Speaker 2: dat je naar ons luistert. Er staan nog veel meer
- 16:19Speaker 2: podcasts klaar, net als dat er nog meer berichtjes klaarstaan.
- 16:22Speaker 2: Ik kreeg nog een berichtje naar aanleiding van onze 50ste podcast.
- 16:26Speaker 2: En dat berichtje gaat zo Hoi Myrthe en papa Hans.
- 16:30Speaker 2: De kindjes bij mij vinden het erg leuk om naar
- 16:33Speaker 2: jullie podcast te luisteren. Dit doen wij dan ook bijna
- 16:35Speaker 2: elke dag als de kindjes er zijn. Ik hoop dat
- 16:38Speaker 2: jullie nog lang doorgaan. Liefst Wilma. Hm.
- 16:43Speaker 1: Dat is leuk, jongen.
- 16:44Speaker 2: Ja, dat is leuk, he, van Wilma. Dat zijn een
- 16:46Speaker 2: bericht gestuurd.
- 16:47Speaker 2: Even uitleggen wie is Wilma? Eh,
- 16:49Speaker 1: de oppas van mijn zusje. Ja,
- 16:51Speaker 2: inderdaad, daar gaat je zusje. En vroeger ging jij daar
- 16:53Speaker 2: ook heen. Ja,
- 16:54Speaker 1: maar nu ben ik al te groot. Want zij gaat
- 16:58Speaker 1: alleen maar tot kindjes van tot en met 3. Ja,
- 17:01Speaker 2: inderdaad. Wilma is een gastouder. En die gaat tot kindjes
- 17:04Speaker 2: tot 3 jaar oud inderdaad. Ja. En dan als je
- 17:06Speaker 2: 4 bent, dan
- 17:07Speaker 2: je naar school toe. Maar jouw zusje die is nog
- 17:09Speaker 2: geen 4. Dus die zit nog bij Wilma gezellig. Ja.
- 17:12Speaker 2: Maar af en toe mag jij ook daar nog een
- 17:13Speaker 2: knuffel komen geven, toch? Ja.
- 17:15Speaker 1: Ja. Als ik er ophaal, en als ik er breng.
- 17:18Speaker 2: Precies. Even kijken. Dan had ik nog een berichtje. Die
- 17:21Speaker 2: vond ik ook wel leuk om te delen. Eigenlijk is
- 17:23Speaker 2: het berichtje niet eens zo heel erg leuk, want ze
- 17:26Speaker 2: zijn allemaal ziek.
- 17:28Speaker 2: Hoi, Myrthe en papa, wij hebben jullie podcast net ontdekt,
- 17:30Speaker 2: want we zijn ziek en vervelen ons. We vinden jullie
- 17:33Speaker 2: podcast zo leuk dat we ze allemaal gaan luisteren op
- 17:37Speaker 2: de bank onder een degentje. Ziek zijn is stom, maar
- 17:40Speaker 2: jullie maken het een stuk makkelijker.
- 17:42Speaker 2: We willen heel graag een podcast over chocola. Liefst Heleen
- 17:46Speaker 2: en mama uit Eindhoven. Ah. Nou, dat is sowieso beterschap
- 17:50Speaker 2: gewenst vanuit ons. Ja. En leuk dat jullie ons ontdekt hebben. Chocola.
- 17:55Speaker 2: Kunnen we daar een podcast over maken? Eh, ja. Zouden
- 17:57Speaker 2: we dan misschien iets moeten proeven van chocola? Ja. Oké,
- 18:02Speaker 2: goed idee, goed idee. Deze twee berichtjes waren ook heel leuk.
- 18:05Speaker 2: Die kwamen allebei los van elkaar binnen, maar toevallig wel
- 18:08Speaker 2: allebei op dezelfde dag. Moet je luisteren.
- 18:11Speaker 2: De eerste is van Loa en LA stuurt: "Hallo, mijn
- 18:15Speaker 2: naam is Loa, ik ben 5 jaar. Ik luister graag
- 18:17Speaker 2: naar jullie podcast. Ik vind het superleuk. Kunnen jullie een
- 18:21Speaker 2: aflevering maken over ballonnen? Want ik vind ballonnen heel leuk. Groetjes, Loa.
- 18:26Speaker 2: Goed idee? Ja. Ja. Hou je ook van ballonnen, meer dan?
- 18:29Speaker 1: Ja, want wij hebben op school ballonnen en dan zit
- 18:31Speaker 1: zitten er spelletjes in. En dan zitten er briefjes in.
- 18:35Speaker 1: En daar staan dan een spelletje op en dan moeten
- 18:38Speaker 1: we dat spelen. En je mag steeds een ander kindje
- 18:43Speaker 1: de ballon prikken om het kaartje eruit te halen. Hé,
- 18:46Speaker 1: wat een goed idee.
- 18:46Speaker 2: Met een prikpen. Maar ik zei al Ik heb twee berichtjes,
- 18:49Speaker 2: want dit berichtje kwam op dezelfde dag binnen. En ik
- 18:53Speaker 2: dacht eventjes dat ze met elkaar te maken hebben, maar
- 18:55Speaker 2: heeft niks met elkaar te maken. Luister goed, deze is
- 18:57Speaker 2: van toon.
- 18:58Speaker 2: Hoi, ik luister heel graag naar jullie podcast. Ik zou
- 19:00Speaker 2: graag een keer een podcast willen horen over ballonnen. Mijn
- 19:03Speaker 2: zusjes Kate en Suze zijn wel bang voor ballonnen. En
- 19:08Speaker 2: ik zou het heel leuk vinden als er een keer
- 19:09Speaker 2: een podcast gaat over Ninjago. Mijn naam is Toon. Nou, Toon,
- 19:14Speaker 2: dank je wel voor je berichtje. Ja, hij vindt de
- 19:16Speaker 2: ballonnen denk ik niet eng, maar zijn zusjes dus wel.
- 19:19Speaker 2: Dus ja, daar moeten we het dan ook maar eens
- 19:20Speaker 2: een keertje over hebben, over ballonnen. Want jij weet veel
- 19:23Speaker 2: van
- 19:23Speaker 2: ballonnen. Je hebt natuurlijk ook luchtballonnen. Je hebt feestballonnen. En
- 19:27Speaker 2: je
- 19:27Speaker 1: hebt de blauwe ballon.
- 19:29Speaker 2: Ja, en de blauwe ballon, dat was wat had dat
- 19:31Speaker 2: ook alweer te maken met de. O ja, dat is
- 19:34Speaker 2: van oma natuurlijk. Ja. Ja. Dus ja, je hebt van
- 19:38Speaker 2: al het met ballonnen. Ik schrijf hem op het lijstje erbij.
- 19:40Speaker 2: Tot slot kreeg ik nog een berichtje binnen. En dit
- 19:43Speaker 2: berichtje is van Maya. En Maya die schrijft Hallo Myhe
- 19:48Speaker 2: en papa Hans. Ik luister elke donderdag naar jullie podcast
- 19:51Speaker 2: en vind het heel erg leuk.
- 19:53Speaker 2: Ik ga binnenkort verhuizen en vind dat een beetje spannend,
- 19:56Speaker 2: maar ook leuk.
- 19:57Speaker 2: Ik ga naar een nieuwe school en hoop dat ik
- 19:59Speaker 2: daar nieuwe vriendjes kan maken. Willen jullie een podcast maken
- 20:03Speaker 2: over vriendschap? Groetjes, Maya, 4 jaar oud. Ja,
- 20:08Speaker 1: want de volgende keer komt er een hele speciale gast hier.
- 20:14Speaker 2: O, en waar gaat de podcast van over? My?
- 20:16Speaker 1: Over vriendjes en vriendinnetjes.
- 20:19Speaker 2: O, dus Maja. We luisteren gelijk naar jouw vraag.
- 20:24Speaker 2: De podcast gaat over vriendjes en vriendin vriendinnetjes. en er
- 20:27Speaker 2: komt een hele speciale gast. Wil je al iets vertellen
- 20:31Speaker 2: over die speciale gast? Ja,
- 20:33Speaker 1: want ik heb nu vriendschap al mijn handjes om van haar.
- 20:37Speaker 2: O, nou, misschien kan je dan wel een klein beetje
- 20:40Speaker 2: raden wie er dan als gast in de podcast komt.
- 20:43Speaker 2: Wil je nou ook een berichtje achterlaten? Dat kan via
- 20:45Speaker 2: onze vernieuwde website en dat is www.nl
- 20:48Speaker 2: punt. Kleuterpodcast.nl. Of via onze Instagram. En onze Instagram is @kleuterpodcast.
- 20:55Speaker 2: Vinden we altijd leuk als je dat doet. Toch, Myrthe? Ja.
- 20:58Speaker 1: En we willen ook dat je abonneert op onze
- 21:00Speaker 2: podcast. Zeker weten, dat vergeet ik bijna. Hub neer op
- 21:03Speaker 2: onze podcast, daar worden we heel blij van. We zijn
- 21:06Speaker 2: aan het einde gekomen van de kleuterpodcast voor vandaag. Ik
- 21:09Speaker 2: zou zeggen Au wie de Schnitzel. Hahaha! Ja, dat is
- 21:12Speaker 2: een soort uh tot ziens, maar dan in het slecht Duits. Haha!
- 21:16Speaker 2: Ik zou zeggen tot de volgende podcast over vriendjes en vriendinnetjes. Ja.
- 21:22Speaker 2: Tus! Doei
- 21:23Speaker 1: doei. Doei!