Latest / Kleuter Podcast / Zwemles | Kleuterpodcast #29
Transcript
- 0:00Speaker 1: Hey, we zijn er weer. Ja,
- 0:03Speaker 2: we zijn er weer.
- 0:04Speaker 1: Welkom bij een nieuwe kluitje podcast.
- 0:07Speaker 2: En Myrthe. Waar gaan we het vandaag over hebben? Over.
- 1:03Speaker 2: Zo, daar zijn we weer terug van vakantie. Bedankt voor
- 1:06Speaker 2: alle lieve reacties en berichtjes. Ik hoop dat je zelf
- 1:09Speaker 2: ook een lekkere vakantie hebt gehad. Myrthe, hebben wij een
- 1:11Speaker 2: lekkere vakantie gehad? Ja, heerlijk.
- 1:14Speaker 1: Heerlijk, hè. Leuke vriendinnetjes gemaakt.
- 1:17Speaker 2: Nou, hè? Heel veel nieuwe vriendinnetjes gemaakt. We wonen
- 1:19Speaker 1: dichtbij een van mijn opa en oma.
- 1:21Speaker 2: Dat is heel toevallig inderdaad. En we hebben ook veel
- 1:24Speaker 2: ijsjes gegeten. Ja. Veel gespeeld. Ja.
- 1:27Speaker 1: Veel van de glijbaan.
- 1:28Speaker 1: gegaan in het zwembad?
- 1:29Speaker 2: Juist. En veel gezwommen. En daar gaan we het vandaag
- 1:31Speaker 2: ook over hebben. Ja.
- 1:32Speaker 1: Maar ook over zwemles.
- 1:34Speaker 2: Ja, precies, want vandaag gaat het over zwemles. Want Myrthe,
- 1:38Speaker 2: jij bent deze week voor het eerst op zwemles geweest. Ja, gisteren.
- 1:42Speaker 2: En Eva, vond je het spannend voordat je naar zwemles ging? Ja,
- 1:46Speaker 2: wel een beetje. Ja, dat is normaal, hè. Als je
- 1:49Speaker 2: het een beetje spannend vindt. Want je weet ook niet
- 1:51Speaker 2: precies wat je gaat doen. Nee. Dus ik snap
- 1:53Speaker 2: wel dat je het een beetje spannend vond. En was
- 1:55Speaker 2: het nodig dat het spannend was?
- 1:57Speaker 1: Nee. Ik was maar met een heel klein
- 1:59Speaker 2: groepje. En hoe was het om dan voor het eerst
- 2:01Speaker 2: in het grote zwembad te springen?
- 2:03Speaker 1: Leuk. Ik ging gelijk. Ik moest met mijn hoofd onder water.
- 2:09Speaker 1: Maar ik kreeg. Ik sprong erin. En toen ging ik
- 2:11Speaker 1: al met mijn hoofd onder water. Toen zijn er hier
- 2:13Speaker 1: 32 en poep mijn hoofd onder water en toen daarboven.
- 2:18Speaker 2: Ja, want dat is iets wat je de eerste les
- 2:20Speaker 2: moet doen, hè. Dan moet je een beetje leren omgaan
- 2:23Speaker 2: met het water. Bijvoorbeeld je hoofd onder water. Nou, had
- 2:25Speaker 2: jij op vakantie nog nooit je hoofd onder water gedaan? Ja. Ja,
- 2:29Speaker 2: want elke keer als je van de glijbaan ging, dan
- 2:30Speaker 2: ging je al onder water. Ja. En onder water zwemmen.
- 2:33Speaker 2: En je ging op vakantie ook onder water zwemmen. Want
- 2:36Speaker 2: vaak is de eerste les ook een beetje spannend van
- 2:38Speaker 2: de zwemles. omdat je dan bijvoorbeeld ineens geen vleugeltjes meer
- 2:42Speaker 2: aan hebt. Dus geen geen bandjes meer aan hebt. Ja.
- 2:45Speaker 2: En op vakantie ging je
- 2:46Speaker 2: het een keertje oefenen. Wilde je een keertje zonder bandjes zwemmen.
- 2:49Speaker 2: En wat gebeurde er toen? Toen
- 2:51Speaker 1: zing ik. Maar toen toen ik ging zwemmen. Toen kon
- 2:55Speaker 1: het onder water
- 2:56Speaker 2: wel. Ja, maar je kon niet boven water drijven. Je
- 2:58Speaker 2: zonk onder water zonder bandje. Ja. Dus dat was even gek, hè?
- 3:02Speaker 2: Dat was even wennen. Ja. En toen had je hadden
- 3:04Speaker 2: we op vakantie hadden we toevallig ook kurkjes gevonden. Die
- 3:06Speaker 2: lagen daar. Dus toen dacht je Ik ga een keertje
- 3:08Speaker 2: met kurkjes aanzwemmen. Wat gebeurde daar de eerste keer dan?
- 3:11Speaker 1: Er ging het hele zwembad over.
- 3:14Speaker 2: Ja. Maar de eerste keer zonk je daar de bodem
- 3:16Speaker 2: ook toch? O ja. Ja. Want dat je dan zelf
- 3:19Speaker 2: heel hard moet zwemmen.
- 3:20Speaker 1: Ja. Maar toen. Toen was ik aan het huilen van spanning.
- 3:25Speaker 2: Ja, dat snap ik wel. Maar dat is ook. Soms
- 3:27Speaker 2: is het ook even spannend.
- 3:28Speaker 1: En toen de volgende dag kon ik op Tom eentje toen.
- 3:32Speaker 1: En toen ging ik duizenden rondjes over het zwembad zwemmen.
- 3:35Speaker 2: Ja. Toen ineens ging je had je bedacht. O, maar wacht,
- 3:39Speaker 2: ik kan het wel. Ik weet wel hoe het moet.
- 3:41Speaker 2: En toen ging je ineens heel hard zwemmen. Dus dat
- 3:43Speaker 2: was heel goed, heel knap. Dus dat was een soort
- 3:45Speaker 2: oefening alvast, voordat je naar de echte zwemles ging. Want
- 3:48Speaker 2: gisteren ging je naar de echte zwemles. En toen sprong
- 3:50Speaker 2: je dus gewoon het water in, gelijk hup, kopje onder. Ja,
- 3:53Speaker 1: daar ben ik wel gewend, hoor. Ja.
- 3:55Speaker 2: En wat moest je nog meer doen bij de zwemles?
- 3:57Speaker 1: Als een zeester drijven. En
- 3:59Speaker 2: hoe drijf je dan als een zeester? Ja.
- 4:02Speaker 1: benen en armen en buik omhoog en billen omhoog en
- 4:08Speaker 1: hoofd omhoog met je oren onder water en dan helemaal
- 4:12Speaker 1: zo met je benen wijd van elkaar, je armen ook
- 4:17Speaker 1: wijd van elkaar en dan
- 4:18Speaker 1: Drijf je zoo op je rug. O,
- 4:21Speaker 2: en ik heb. Ik heb ook gezien dat jullie allemaal
- 4:23Speaker 2: balletjes moesten verzamelen. Ja.
- 4:26Speaker 1: En in een hoepel. Ja, maar ik. Ik had heel
- 4:29Speaker 1: vaak de balletjes uit de putten gehaald. O,
- 4:33Speaker 2: en zoo. Maar dan was je heel lang aan het zwemmen.
- 4:35Speaker 2: Heel lang aan het trappelen. Watertrappelen. Eigenlijk werd je niet
- 4:37Speaker 2: moe op een gegeven moment. Nou, wel een beetje een beetje. Ja.
- 4:40Speaker 2: Het is wel zwaar, hè, zwemles. Ja.
- 4:43Speaker 2: En dan heb je ook nog een zwemjuf of zwemmeester.
- 4:46Speaker 2: Jij hebt een zwemjuf nu. Ja. En is ze hier
- 4:49Speaker 2: een beetje aardig? Ja. Ja. Helpt hier een beetje als
- 4:51Speaker 2: het als het niet lukt? Ja.
- 4:54Speaker 2: Wat is, wat is zwemles eigenlijk?
- 4:56Speaker 1: Dan leer je zwemmen zonder bandjes.
- 4:59Speaker 2: Ja. En waarom? Waarom moet je zo nodig leren zwemmen
- 5:02Speaker 2: zonder bandjes?
- 5:04Speaker 1: Ehm, Anders. Dan wil je zonder bandjes en dan zink
- 5:07Speaker 1: je naar de bodem.
- 5:08Speaker 2: Dat is niet handig. Maar waarom zou het bijvoorbeeld heel
- 5:12Speaker 2: handig zijn om te kunnen zwemmen zonder bandjes? Je kan
- 5:14Speaker 2: ook zeggen Ik ga elke keer zwemmen met een bandje.
- 5:17Speaker 2: Heb ik helemaal geen diploma nodig.
- 5:19Speaker 2: Wel. Weet je waarom je dat nodig hebt, een diploma? Nee. Nou, nu,
- 5:23Speaker 2: als je gaat zwemmen, dan doe je bandjes om. Maar
- 5:25Speaker 2: stel dat jij bijvoorbeeld hier in de sloot valt, dan
- 5:29Speaker 2: heb je ineens geen bandjes om. Nee. Dus dan kan
- 5:31Speaker 2: je ineens niet zwemmen. En Nederland
- 5:34Speaker 2: noemen ze ook wel een waterland. Weet je waarom ze
- 5:36Speaker 2: een waterland? Nee. Omdat Nederland ligt eigenlijk onder het water. Hm.
- 5:42Speaker 2: Dat snap ik niet. Nee, dat is gek, hè? Maar
- 5:45Speaker 2: wat wat doen ze? De zee, die ligt eigenlijk iets
- 5:48Speaker 2: hoger dan het land. En dan hebben ze dijken en
- 5:52Speaker 2: duinen en dijken. Die houden het water allemaal tegen. En
- 5:56Speaker 2: daardoor is het hier droog. En rotsen? Ja, maar stel
- 5:59Speaker 2: dus dat ineens zo'n dijk doorbreekt.
- 6:02Speaker 2: Dan komt er ineens heel veel water hier. En dan
- 6:04Speaker 2: moet je wel kunnen zwemmen. Ja. Dus daarom krijg je
- 6:07Speaker 2: in Nederland altijd zwemles. En moet je je A-diploma halen. Ja,
- 6:11Speaker 2: en je B en je C. En daarna je B
- 6:13Speaker 2: en je C. En dan heb je ook nog eens
- 6:15Speaker 2: je zwemvaardigheid 1, 2, 3, 4. Ik weet niet wat
- 6:18Speaker 2: je allemaal kan halen. Maar in ieder geval je A-diploma
- 6:21Speaker 2: moet je zeker weten halen. Ja. Want dan kan je
- 6:23Speaker 2: leren zwemmen. En dan kan je dus zwemmen zonder bandjes.
- 6:26Speaker 2: Ja. Want op vakantie had je ook een vriendinnetje. Die
- 6:29Speaker 2: kon al zwemmen zonder bandjes. Ja. En dat kun jij
- 6:31Speaker 2: volgend jaar ook? Ja.
- 6:33Speaker 2: Nou hadden wij op vakantie natuurlijk omdat we zo vaak
- 6:37Speaker 2: aan het zwemmen waren. dat we af en toe gingen,
- 6:39Speaker 2: gingen we een beetje oefenen. Maar we hadden nog iets
- 6:42Speaker 2: op vakantie wat met zwemles te maken had. Colletje naar zwemles.
- 6:46Speaker 2: Colletje en zwemles, inderdaad. We hadden een boekje, colletje en zwemles.
- 6:49Speaker 2: En die vertelde je eigenlijk al precies wat er ging
- 6:51Speaker 2: gebeuren bij zwemles. De starder wist je al een beetje
- 6:53Speaker 2: wat er ging gebeuren. Ja. Dus daar vond je het
- 6:56Speaker 2: ook minder spannend, denk ik. Ja,
- 6:57Speaker 1: een
- 6:58Speaker 1: vond het al helemaal niet spannend. O,
- 7:00Speaker 2: gelukkig. Gelukkig. Hé, en um nou zit jij in het
- 7:04Speaker 2: badje 1. Dus dan kan je in het eerste badje oefenen.
- 7:08Speaker 2: En dan ga je naar het volgende badje. En dan
- 7:10Speaker 2: ga je weer naar het volgende badje. En dan ga
- 7:11Speaker 2: je je diploma zwemmen. Ja. Dus daar gaan we voor.
- 7:14Speaker 2: En hoe lang dat duurt, dat weten we niet. Dat
- 7:17Speaker 2: zien we wel. Ja. Ja. En misschien als jij zit
- 7:20Speaker 2: te luisteren. en jij hebt ook zwemles. en gaat het
- 7:23Speaker 2: er bij jou iets anders aan toe. Dat zou kunnen.
- 7:25Speaker 2: En misschien heb jij zelfs al een diploma. Dat zou
- 7:27Speaker 2: wel heel knap zijn. Maar laat dat vooral ook even weten. Ja.
- 7:30Speaker 2: We zijn benieuwd.
- 7:32Speaker 2: Myrthe. Ja. Ik denk dat het eindelijk weer tijd is
- 7:37Speaker 2: voor een spelletje. Ja, want wij hebben helemaal geen spelletjes
- 7:41Speaker 2: gespeeld op vakantie. Wel. O, gelukkig. We hebben heel veel
- 7:45Speaker 2: spelletjes gespeeld op vakantie. Maar ja, met zwemmen moet je
- 7:48Speaker 2: af en toe onder water. Ja.
- 7:50Speaker 2: Dus ga ik ook af en toe onder water. En
- 7:53Speaker 2: dan ga ik iets zeggen. Of ik neem iemand mee
- 7:55Speaker 2: onder water. En jij moet raden wat je onder water hoort. Oké,
- 7:59Speaker 2: Ben je er klaar voor? Ja. Oké, dus um. Nou,
- 8:03Speaker 2: dan trek ik even mijn zwembroek aan. Zo. En dan
- 8:06Speaker 2: ga ik springen in het water. Ben je er klaar voor? Ja.
- 8:08Speaker 2: Zorg dat je niet nat wordt van de spetters, hoor.
- 8:12Speaker 2: 1 plus 1 is 2.
- 8:16Speaker 2: Nou. Wat hoorde je?
- 8:18Speaker 1: 1 plus 1 is 2.
- 8:20Speaker 2: Heel goed. Heel goed. Oké. Nou.
- 8:24Speaker 2: Aangezien ik nu toch nat ben. Nou, weet je wat?
- 8:26Speaker 2: Ik laat even iemand anders erin springen. Komt-ie.
- 8:41Speaker 2: Wat is er in het water gesprongen?
- 8:44Speaker 1: Dat is
- 8:45Speaker 2: moeder. Zou ik een hint geven? Ja. Het is een dier.
- 8:50Speaker 2: Luister goed.
- 9:04Speaker 2: Ja, een koe. Inderdaad. De koe is in het water gesprongen.
- 9:07Speaker 2: Die was moeilijk, hè? Ja. Oké, nou.
- 9:10Speaker 2: Dan ga ik nog maar een bommetje maken. Komt-ie 1, 2.
- 9:16Speaker 2: Wij zijn terug van vakantie.
- 9:20Speaker 2: Wat zei ik.
- 9:22Speaker 1: Wij zijn terug van vakantie.
- 9:24Speaker 2: Ja. Inderdaad. Oké. Nou, um. Even kijken. Ik zie een
- 9:29Speaker 2: hele grote groep staan. Die gaat allemaal onder water. Luister goed.
- 9:47Speaker 1: Kinderen voor kinderen?
- 9:48Speaker 2: Ja, dat was kinderen voor kinderen. Inderdaad. Nou, die hoorde
- 9:51Speaker 2: je allemaal voorbij zwemmen. Um ok, spring ik nog een keer. Komt-ie.
- 9:57Speaker 2: Myrthe gaat graag van de glijbaan.
- 10:03Speaker 1: Myrthe gaat graag van de glijw.
- 10:06Speaker 2: Klopt dat? Ja. Ja. Myrthe gaat heel graag van de glijwaag. Oké.
- 10:10Speaker 2: En uh. Ja, nou, nou zie ik toch zoiets raars
- 10:13Speaker 2: het water ingaan.
- 10:22Speaker 2: Wat is het? Een fiets. Ja, een fietsbelel onder water.
- 10:26Speaker 2: Heel goed. Oké. En dan de laatste.
- 10:31Speaker 2: Myrthe heeft de zwemles.
- 10:35Speaker 1: Ik twijfel nog tussen twee dingen.
- 10:39Speaker 2: Oh, Waar twijfel je tussen?
- 10:41Speaker 1: Myrthe is zwembes of Myrthe heeft zwemb. Wat denk je?
- 10:45Speaker 1: Dat klopt. Myrthe heeft zwembes.
- 10:47Speaker 2: Ja. Helemaal goed. Myrthe. Ik denk dat het tijd is
- 10:50Speaker 2: om af te drogen. Ben jij nat geworden van mijn bommetjes.
- 10:53Speaker 2: Een Beetje. Een beetje. O, nou, gelukkig. Dan ga ik
- 10:56Speaker 2: me in ieder geval even afdrogen. En dan uh. Want ja,
- 10:59Speaker 2: je moet wel droog zijn voor de brievenbus. Want de
- 11:01Speaker 2: post mag niet nat worden. Nee,
- 11:03Speaker 1: dan gaat de post kapot.
- 11:05Speaker 2: Nou, Myrthe. We zijn bijna aan het einde gekomen van
- 11:07Speaker 2: de kleuterpodcast. Niet voordat ik vertel wat ik heb geleerd
- 11:09Speaker 2: van je. Want wat heb ik geleerd van je? Dat
- 11:11Speaker 2: zwemles superleuk is. Ja. En dat jij heel goed een
- 11:15Speaker 2: bommetje kan maken. En dat je houdt van de glijbaan.
- 11:20Speaker 2: Maar
- 11:20Speaker 1: ik moet nog
- 11:21Speaker 2: wat aan jou vragen. O, vertel. Wat moet je vragen?
- 11:23Speaker 2: Wat had
- 11:24Speaker 1: jij vroeger voor een
- 11:26Speaker 2: zwembroek? O, dat is een goede vraag. Ik denk dat
- 11:28Speaker 2: ik gewoon een zwarte zwembroek had. Ik weet het niet
- 11:31Speaker 2: eens meer.
- 11:34Speaker 2: Ja, goeie vraag eigenlijk. Ja. Dan moet ik even op
- 11:37Speaker 2: fotootjes gaan kijken van vroeger. Want wat voor zwempak
- 11:40Speaker 1: heb jij? Een uh met ananasjes erop.
- 11:46Speaker 2: Volgens mij. En bloemetjes. Ja. En allemaal verschillende
- 11:49Speaker 1: kleuren. Ja, allemaal dingen van natuur. Ja. Een.
- 11:53Speaker 2: Een goede vraag. Ik ga het eens. Ik ga eens
- 11:55Speaker 2: vragen aan een oma of of zij nog weet wat
- 11:57Speaker 2: voor zwembroek ik aanhad. Zullen we dan maar door naar
- 12:00Speaker 2: de brievenbus? Ja. Oké.
- 12:03Speaker 2: OK, Myrthe, zullen we eens even kijken in onze brievenbus?
- 12:06Speaker 2: Want we hebben zo ontzettend veel berichtjes gehad tijdens onze vakantie.
- 12:11Speaker 2: um dat ik dacht we pakken er even een paar uit.
- 12:13Speaker 2: Zullen we dat doen? Ja. Nou, we hadden echt een
- 12:16Speaker 2: aantal hele leuke gekregen via onze Instagram, maar ook via
- 12:19Speaker 2: de mail. um Zo kregen we bijvoorbeeld een uh berichtje.
- 12:25Speaker 2: van um Merel en Merel die stuurt Wij missen jullie.
- 12:31Speaker 2: Ik ken haast alle afleveringen uit mijn hoofd inmiddels. Geniet
- 12:34Speaker 2: maar lekker van jullie welverdiende vakantie. Nou, vond ik een
- 12:37Speaker 2: lief berichtje.
- 12:38Speaker 2: En wij misten het ook wel een beetje, hè. Maar
- 12:41Speaker 2: we hadden ook lekker vakantie. Ja. Dan kreeg ik nog
- 12:43Speaker 2: een berichtje van Tom en Sam. Lieve Myrthe, hoe is
- 12:47Speaker 2: het met je? Wij zijn Tom en Sam en wij
- 12:49Speaker 2: luisteren heel graag naar de podcast van jou en jouw papa.
- 12:52Speaker 2: Die met de Dino's vonden wij heel erg leuk. We
- 12:54Speaker 2: zijn nu in Italië, dus de Italie vakantiepodcast komt ook
- 12:57Speaker 2: supergoed van pas. Wil je ook een keertje het over
- 13:00Speaker 2: graafmachines hebben? Groetjes Sam en Tom. Luke
- 13:03Speaker 1: brugje, Sam en Tom. Ja.
- 13:06Speaker 2: vind ik ook. En een goed idee. We schrijven hem
- 13:08Speaker 2: op het lijstje. Ja. Dan kreeg ik nog een berichtje
- 13:10Speaker 2: binnen van Charlie. Lieve Myrthe, ik ben Charlie en ik
- 13:13Speaker 2: ben ook net 5 jaar geworden. Ik vond de podcast
- 13:16Speaker 2: over dino's en voertuigen heel erg leuk. Ik hou ook
- 13:19Speaker 2: erg van auto's en ik zou graag een podcast over
- 13:22Speaker 2: auto's en Formule één willen horen. Omdat ik ook een
- 13:25Speaker 2: keertje daarheen ben geweest met mijn papa en opa. Ik
- 13:28Speaker 2: moest toen een koptelefoon op voor de herrie van de auto's.
- 13:31Speaker 2: Ook lijkt een podcast superleuk. Die van mij is heel
- 13:35Speaker 2: erg oud. Groetjes, Charlie.
- 13:37Speaker 1: We hebben er eentje op het lijstje staan van van huisdieren. Ja,
- 13:45Speaker 1: maar we hebben. Maar we hebben er ook al een
- 13:48Speaker 1: gemaakt over voertuigen en uh. Misschien zit daar al wat in.
- 13:54Speaker 2: Ja, maar nog niet over de Formule 1. Nee. Kijk
- 13:57Speaker 2: jij wel eens naar de Formule 1.
- 13:59Speaker 2: En naar wie dan? Max Verstappen. Ja, dat dacht ik al.
- 14:02Speaker 2: Dus het zou zomaar kunnen dat we die ook een
- 14:05Speaker 2: keertje maken. Ja. Nou, we schrijven hem er in ieder
- 14:07Speaker 2: geval bij. um Eens even kijken, hoor. En dan ga
- 14:11Speaker 2: ik nog gewoon eventjes de mailbox af. Hallo Myrthe, Ik
- 14:14Speaker 2: ben Wou en ben 4 jaar. Ik luister graag naar
- 14:16Speaker 2: jullie podcast in de auto. We hebben al een paar
- 14:18Speaker 2: dagen al jullie afleveringen geluisterd. en zijn erg benieuwd naar
- 14:21Speaker 2: de nieuwe die gaan komen.
- 14:22Speaker 2: Laten jullie iets weten. Verder heb ik nog een idee. Basketbal,
- 14:27Speaker 2: tikkertje of spelletjes. Goedjes woud.
- 14:30Speaker 1: We hebben er al een over sport? Ik denk dat
- 14:32Speaker 1: daar wel wat over basketbal in zit.
- 14:37Speaker 2: Nou, dat weet ik niet, maar spelletjes.
- 14:39Speaker 2: Dat is wel een goede, want jij houdt helemaal niet
- 14:42Speaker 2: van spelletjes. W. O.
- 14:45Speaker 2: Even kijken, dan Hoi Myrthe en haar papa. Ik vind
- 14:48Speaker 2: jullie podcast superleuk en luister de hele tijd. Ik vind
- 14:51Speaker 2: de natuur ook heel erg leuk. Kunnen jullie misschien een
- 14:53Speaker 2: aflevering maken over de natuur? Groetjes van Aurie vijf jaar.
- 14:59Speaker 2: Leuk berichtje. Vind het toch
- 15:00Speaker 2: het idee om er eentje over de natuur te doen, Myrthe? Ja,
- 15:03Speaker 1: ik hou ook wel van de natuur.
- 15:05Speaker 2: Ja, dan hebben we er nog eentje van Mes en Hughes.
- 15:09Speaker 2: En die schrijven Hallo Myrthe en papa Hans. We hebben
- 15:13Speaker 2: in mei een broertje gekregen. Kobe heet hij. O, gefeliciteerd.
- 15:17Speaker 2: We gaan met mama en papa een stukje rijden, zodat
- 15:19Speaker 2: Kobe in de auto een dutje kan doen. We luisteren
- 15:21Speaker 2: dan altijd naar jullie podcast. Die van de Dino's was
- 15:24Speaker 2: het leukste. Wij zouden graag een podcast willen over dromen
- 15:27Speaker 2: en misschien wel hoe je enge dromen kan voorkomen. Groetjes,
- 15:30Speaker 2: Mees en Jes uit Munster Geleen.
- 15:34Speaker 2: Nou, Mes en Hes. We hebben er eentje over droom, hè? Ja.
- 15:37Speaker 2: En daar vertellen we ook zeker hoe je een droom
- 15:40Speaker 2: weg kan jagen. Ja, hoe je een nachtmerrie weg kan jagen.
- 15:43Speaker 2: Dan vertellen we daar alles over. Dus die zou ik
- 15:46Speaker 2: zeker eventjes opzetten. En sowieso gefeliciteerd met je broertje Koby.
- 15:51Speaker 2: Even kijken. Dan wilde Oscar nog een podcast over robots. Leuke.
- 15:57Speaker 2: Vind je dat leuk? Ja. Ja, schrijven we erbij. Vind
- 16:00Speaker 2: ik ook een goede.
- 16:00Speaker 1: Mijn neef, die heet Tjm en die houdt ook heel
- 16:03Speaker 1: erg van
- 16:04Speaker 2: robots. Ja, dat klopt. Dus misschien kunnen we dan ook
- 16:07Speaker 2: even aan Tjmen vragen wat we er dan in moeten doen.
- 16:10Speaker 2: En dan kreeg ik nog een berichtje van Jurre en
- 16:12Speaker 2: Jurre die missen de podcast over Duitsland eigenlijk in de vakantiespecial.
- 16:18Speaker 2: Dus misschien moeten we er ook eentje een keer over
- 16:19Speaker 2: Duitsland doen. Ja. Ja. O, en deze vond ik nog leuk.
- 16:23Speaker 2: Ik kreeg nog een berichtje van Sjaak. En Sjaak die
- 16:26Speaker 2: schrijft Goedemorgen. Wij luisteren vaak naar jullie podcast in de
- 16:30Speaker 2: ochtend tijdens het ontbijt. We eten al drie jaar pap
- 16:33Speaker 2: in de ochtend.
- 16:35Speaker 2: Eten jullie ook havermout in de ochtend? Ik hou heel
- 16:37Speaker 2: erg van poezen en wil ook een podcast maken met
- 16:39Speaker 2: mijn papa. Groetjes, Sjaak. Nou, sowieso heel veel succes met
- 16:43Speaker 2: het maken van de podcast en ik ben benieuwd als
- 16:44Speaker 2: je die hebt gemaakt, dan horen we die ook graag.
- 16:47Speaker 2: Dat zouden we heel leuk vinden.
- 16:49Speaker 2: Uhm. Maar eet jij ook havermout in de ochtend? Myrthe?
- 16:51Speaker 2: Niet zo vaak. Nee, maar wel op vakantie. Ja. Ja.
- 16:55Speaker 2: Toen hadden ze havermout. Wilde jij havermout eten? Ja. Toch.
- 16:58Speaker 2: Wat eet jij heel graag als ontbijt?
- 17:00Speaker 1: Kwark of yoghurt. Of. Kwark of yoghurt. Met muesli en honing.
- 17:07Speaker 2: Of een boterham. Ja,
- 17:09Speaker 1: maar ik vind dat wel.
- 17:11Speaker 1: Yoghurt of quark wel lekkerder dan mijn
- 17:14Speaker 2: boter. Dat kan. Dat kan. Ja. Ja. Nou, en we
- 17:17Speaker 2: hebben echt nog heel veel meer berichtjes gehad. Ook bijvoorbeeld
- 17:21Speaker 2: over een podcast over zwemmen. Nou, die hebben we nu.
- 17:25Speaker 2: Dus speciaal voor Lune. Lune. Die wilde die ook al.
- 17:27Speaker 2: Wil je ook een berichtje achterlaten, dan kan dat. Ga
- 17:29Speaker 2: dan even naar de website kleuterpodcast.nl. Daar kan je een
- 17:32Speaker 2: berichtje achterlaten.
- 17:34Speaker 1: Ik laat ook ga
- 17:35Speaker 1: Ik laat je ook graag weten als ik mijn A-diploma
- 17:39Speaker 1: heb en zo.
- 17:40Speaker 2: Ja, dan gaan we dat ook zeker laten weten. Ja.
- 17:43Speaker 2: En je kan ook een berichtje achterlaten via onze Instagram.
- 17:47Speaker 2: En dat is @
- 17:48Speaker 1: kleuterpodcast. Yes.nl.
- 17:52Speaker 2: Ja, de website is kleuterpodcast.nl en anders@kleuterpodcast. Daar kan je
- 17:56Speaker 2: een berichtje achterlaten. um Myrthe, de volgende keer. Dan hebben
- 18:00Speaker 2: we een hele speciale podcast. Ja. O, die gaat over
- 18:04Speaker 2: zoveel liefde.
- 18:05Speaker 1: Ja. Overtrouwen.
- 18:08Speaker 2: O, ik trek mijn bruidsjurk al aan. Een jurk.
- 18:13Speaker 2: Oh moet ik geen trouwjurk aan dan
- 18:15Speaker 1: mannen. Mannen hebben niet vaak een jurk. Jij hebt toch
- 18:20Speaker 1: ook geen jurken. Jij hebben alleen maar een trouwpak.
- 18:22Speaker 2: Oh. Ja, dat is waar. Volgende keer gaan we het
- 18:24Speaker 2: hebben over trouwen. Ja. Ja.
- 18:27Speaker 2: Ik zou zeggen tot de volgende keer meer. Tot de