Latest / De Technoloog | BNR / Hoe bijen drones helpen navigeren
Transcript
- 0:05Speaker 1: Dit is een BNR-podcast.
- 0:30Speaker 2: Welkom bij de Technoloog nummer 520. Hallo Daniel. Dag Ben. Ja,
- 0:33Speaker 2: wat mooi vandaag gaan we het over bijen hebben. Ja, bijen,
- 0:36Speaker 1: maar dan ook met propellers. Ah, dat is dan jammer hè,
- 0:39Speaker 1: want ik wil het over bijen gaan hebben. Wie hebben
- 0:41Speaker 1: we te
- 0:42Speaker 2: gast? Guido van de Kroon.
- 0:43Speaker 1: Hallo Guido. Guido de Kroon
- 0:45Speaker 2: De Kroon? Ja. Jeetje staat er weer Van Der Kroon. Ja,
- 0:49Speaker 2: omdat ik Van Derburg heet. Nou, dat is irrelevant. Je
- 0:51Speaker 2: bent hoogleraar aan de TU Delft. Ja.
- 0:55Speaker 1: In welke onderdeel opties? Micro Air Vehicle Laboratory.
- 0:59Speaker 3: Dat is onderdeel van lucht- en ruimtevaart, neem ik aan. Ja,
- 1:02Speaker 3: dat is onderdeel van lucht- en ruimtevaart. En ik hou
- 1:05Speaker 3: me bezig met AI voor drones
- 1:08Speaker 2: Ik ben vooral benieuwd over bijen. Wat is
- 1:11Speaker 3: je fascinatie voor bijen? Ik ben gefascineerd door de natuur
- 1:18Speaker 3: in het algemeen. En ook hoe intelligentie in de natuur werkt.
- 1:25Speaker 3: De bijen zijn extra interessant omdat ze heel erg klein zijn.
- 1:29Speaker 3: En als je ze in je tuin ziet rondvliegen, dan
- 1:32Speaker 3: vinden we dat allemaal maar normaal. Maar als je net
- 1:35Speaker 3: als ik probeert om drones zelf te laten vliegen... dan
- 1:38Speaker 3: zou je diep onder de indruk zijn van wat die
- 1:40Speaker 3: bijtjes allemaal doen.
- 1:41Speaker 2: Ja, ik moet heel erg denken aan vliegtuigen lang geleden...
- 1:45Speaker 2: dat ze dachten, uiteindelijk is die vleugel anders geworden dan
- 1:48Speaker 2: een vogel vliegt. Dus dan moest ik denken aan die
- 1:51Speaker 2: bijen van jou. Dus wat maakt een bij zo knap
- 1:54Speaker 2: dat die vliegt hoe die vliegt? Wat doet die dan
- 1:57Speaker 3: wat zo knap is? Het gaat niet alleen om het vliegen,
- 2:00Speaker 3: dat is ook heel knap hoe dat allemaal werkt. En
- 2:03Speaker 3: inderdaad de oplossingen waar we als mensheid eerst mee zijn
- 2:06Speaker 3: gekomen zijn de vliegtuigen zoals we die kennen met vaste
- 2:09Speaker 3: vleugels die niet flapperen. We werken trouwens bij de TU
- 2:15Speaker 3: Delft ook aan een soort vlinderdrones die wel met de
- 2:18Speaker 3: vleugels flapperen. Dus we zijn iets later toch ook op
- 2:22Speaker 3: dat pad gegaan. Ik heb al eerste demoversies ook van
- 2:25Speaker 3: echte vliegtuigen toch
- 2:26Speaker 2: gezien... dat ze probeerden in het begin 20e eeuw, eind
- 2:30Speaker 2: 19e eeuw... ze probeerden dat wel in het begin.
- 2:33Speaker 3: Ja, ze probeerden dat in het begin. En uiteindelijk hebben
- 2:36Speaker 3: ze door heel veel te proberen... maar ook te bestuderen,
- 2:39Speaker 3: meer inzicht gekregen... En als je een heel groot toestel
- 2:43Speaker 3: hebt en je wil daar heel veel mensen in stoppen...
- 2:45Speaker 3: dan
- 2:46Speaker 2: is flapperen met de
- 2:47Speaker 3: beugels niet echt
- 2:49Speaker 2: ideaal. Maar terug naar die bij. Wat maakt een bij,
- 2:52Speaker 2: dus niet alleen het vliegen, maar ook het navigeel... wat
- 2:54Speaker 2: maakt een bij zo bijzonder, wat je geleerd hebt... wat
- 2:56Speaker 2: je nu ook in drones toe wil passen? Dus wat
- 2:58Speaker 2: maakt een bij bijzonder?
- 3:00Speaker 3: Nou, de bij is heel klein, maar doet heel veel
- 3:03Speaker 3: dingen heel erg slim. En het gaat echt om van alles.
- 3:06Speaker 3: Dus bijvoorbeeld als je in je tuin kijkt, dan zie
- 3:08Speaker 3: je een bijtje op een bloem landen. Dat is eigenlijk
- 3:11Speaker 3: heel moeilijk, want de bloem beweegt door de wind. En
- 3:15Speaker 3: eerst moet de bij al weten, daar wil ik heen.
- 3:17Speaker 3: En dan moet hij daar ook echt op landen. Terwijl
- 3:19Speaker 3: hij ondertussen verstoord wordt door de wind. Maar het gaat
- 3:23Speaker 3: ook om dingen zoals een bijtje kan bewegen. Wegreizen van
- 3:30Speaker 3: zijn korf. En dan tot over tien kilometer ver weg vliegen.
- 3:34Speaker 3: Een bloemenveld vinden. En dan met nectar terugkomen naar de korf.
- 3:39Speaker 3: En dat is iets wat in robotica sowieso heel moeilijk is.
- 3:43Speaker 3: Maar helemaal moeilijk zou zijn als de robots zo klein
- 3:47Speaker 3: zouden zijn. Hoe doet hij
- 3:50Speaker 2: dat landen? Dus met de wind en dan die ene bloem?
- 3:54Speaker 3: Nou, bijen gebruiken hun zicht heel veel daarvoor. Dus ze
- 4:00Speaker 3: hebben hele kleine oogjes. En hun ogen werken wel anders
- 4:06Speaker 3: dan de onze. Dus als je kijkt naar zo'n oog,
- 4:11Speaker 3: dan zie je allemaal van die facetjes. Dus ze hebben facetogen.
- 4:15Speaker 3: Maar met hun ogen nemen ze de wereld waar. En
- 4:18Speaker 3: ze kijken dus heel veel ook naar beweging bijvoorbeeld. Maar
- 4:21Speaker 3: ook naar vormen. En ja... Wij kunnen zelf met drones
- 4:28Speaker 3: laten kijken. En dus ook bijvoorbeeld beweging laten zien. En
- 4:31Speaker 3: dan kunnen we proberen na te doen wat erbij doet.
- 4:33Speaker 3: Want dat
- 4:33Speaker 2: doe je. Je probeert echt die facetten, hoe ze kijken,
- 4:36Speaker 2: dat probeer je na te maken. Heb je dan speciale
- 4:38Speaker 2: camera's in die kleine droontjes?
- 4:41Speaker 3: Nou, dat is het grappige. De menselijke technologie is niet
- 4:45Speaker 3: altijd zo ver als de natuur. Als erbij,
- 4:47Speaker 2: nee. Je
- 4:47Speaker 3: hoeft ook
- 4:47Speaker 2: niet alles te kopiëren
- 4:49Speaker 3: Dus... Dus we hebben eigenlijk geen camera's zoals de bij
- 4:57Speaker 3: ogen heeft
- 4:58Speaker 2: Bestaat nu niet? Zijn
- 5:00Speaker 1: er
- 5:00Speaker 2: wel camera partijen
- 5:02Speaker 1: die dat proberen? Ik heb eerder een andere vraag. Jij
- 5:05Speaker 1: bent bezig met van die micro drones, vliegende dingetjes. Ja,
- 5:10Speaker 1: bij drones. Ja, precies. Is een bij zo goed en
- 5:15Speaker 1: zo interessant en zo goed ontwikkeld... dat dat de inspiratie
- 5:18Speaker 1: is om het perfecte droontje te maken...
- 5:22Speaker 3: Ja, ja. Je probeert
- 5:25Speaker 2: eigenlijk een bij na te maken
- 5:27Speaker 3: Nee, ik probeer niet een bij na te maken. Ik
- 5:29Speaker 3: probeer te leren van hoe vliegende insecten... Kijk, een bij
- 5:33Speaker 3: is een heel mooi voorbeeld. Het is heel erg goed
- 5:36Speaker 3: bestudeerd door mensen. Ook omdat wij mensen de bij belangrijk vinden.
- 5:41Speaker 3: Is ook belangrijk,
- 5:42Speaker 1: hè? Is ook honing. Onze vriend
- 5:44Speaker 3: de bij. Dus de bij is zeker een heel goed voorbeeld, maar...
- 5:49Speaker 3: Heel veel vliegende insecten zijn eigenlijk heel erg interessant... en
- 5:53Speaker 3: doen allemaal slimme dingen. De bij vind ik extra interessant
- 5:57Speaker 3: omdat ze ook nog eens samenwerken. Het is een sociaal insect,
- 6:04Speaker 3: noemen ze dat. Dus bijvoorbeeld als die bij terugkomt met
- 6:08Speaker 3: de nectar... in het nest, of in de korf, waar
- 6:11Speaker 3: het donker is... gaat hij dan een dansje doen. En
- 6:13Speaker 3: met dat dansje vertelt hij aan de andere bijen in
- 6:16Speaker 3: de korf... hé, ik heb die kant uit. En dan... Ja,
- 6:21Speaker 3: dat is ook fascinerend. Want ze dansen dus met een
- 6:24Speaker 3: hoek ten opzichte van de zwaartekracht in het nest... En
- 6:27Speaker 3: de bij die die dans observeert, gaat dan diezelfde hoek volgen,
- 6:30Speaker 3: maar in vertrekking
- 6:32Speaker 4: tot de zon
- 6:33Speaker 3: Dus als ze naar buiten komen, gaan ze kijken van, oh,
- 6:35Speaker 3: hij ging met 30 graden ten opzichte van de zwaartekracht.
- 6:38Speaker 3: Dus nu ga ik met 30 graden ten opzichte van
- 6:40Speaker 3: de zon, ga ik vliegen. En hij danste zo lang,
- 6:44Speaker 3: of zij danste zo lang. die datzelfde veld vinden. Dus
- 6:52Speaker 2: dat is zijn spraak eigenlijk. Dus het dansje is zijn spraak.
- 6:56Speaker 2: Ik heb zoveel vragen. Eerst deze nog, want nu trigger
- 7:00Speaker 2: je hem. Ik ga straks weer terug naar jouw bewegen
- 7:03Speaker 2: en vormen en die facetten met ogen. Dan ga ik
- 7:05Speaker 2: zomaar terug. Maar eerst deze. Heb je dan in die
- 7:08Speaker 2: korf camera's gehangen en je analyseert die dansjes en dan
- 7:11Speaker 2: kijken wat die dansjes betekenen?
- 7:13Speaker 3: Nou, dat is ik niet,
- 7:14Speaker 2: maar de biologen
- 7:15Speaker 3: wel. Ja, inderdaad. En ze zijn er pas redelijk recent achter...
- 7:20Speaker 3: hoe ze de dans eigenlijk volgen. Dus dat doen ze
- 7:25Speaker 3: zeer waarschijnlijk met antennes. Dus ze hebben die bijen van
- 7:28Speaker 3: die antennes. Want het is donker.
- 7:32Speaker 2: Maar nu moeten mensen echt even op YouTube bekijken. Gido
- 7:35Speaker 2: de Kroon doet een bijdans.
- 7:37Speaker 1: Ja, die hoort na een bijdans. Ik vind het wel
- 7:41Speaker 1: echt fascinerend. Jij wil een soort biologie-podcast maken. Nee
- 7:45Speaker 2: nee. Want ik heb de hele tijd drone in mijn hoofd.
- 7:47Speaker 2: Dus ik vraag dit allemaal naar de drone toe. Wat
- 7:51Speaker 2: je dus leert ervan.
- 7:52Speaker 1: Ik vind het zo mooi dat jij net dat voorbeeld
- 7:54Speaker 1: gaf van die vliegtuigen. Oké, daar hebben we het niet
- 7:56Speaker 1: gedaan alsof we een vogel waren. Alsof we een vogel
- 7:58Speaker 1: gingen nabootsen. Maar dus hier zeg jij, om van die
- 8:01Speaker 1: hele kleine droontjes te maken... kunnen we dus wel degelijk
- 8:04Speaker 1: leren van de natuur, van de bij bijvoorbeeld. Die zijn
- 8:07Speaker 1: dus zo goed en zo efficiënt dat dat... Oké, gaan
- 8:09Speaker 2: we nu al naar de drone toe? Dat is goed. Oké,
- 8:11Speaker 2: dan doen we eerst nog dat dansen. Dan kom ik
- 8:13Speaker 2: straks bij het kijken met die bloem. Eerst het dansen.
- 8:16Speaker 2: Dus jouw droontjes, even voor de mensen... ze zijn natuurlijk
- 8:20Speaker 2: heel klein, in kassen gebruikt toch? Het gebruik komen ze op.
- 8:24Speaker 2: Want dat wil ik even kort houden. Gaan die van
- 8:28Speaker 2: jou ook dansen met een zwerm? Dat ze bij elkaar
- 8:30Speaker 2: komen en snappen wat er gebeurt
- 8:32Speaker 3: Nou, dus dat is interessant. Dus ik denk, je hoeft
- 8:34Speaker 3: niet altijd blindelingse natuur te volgen. Nee, maar? Nou, onze
- 8:38Speaker 3: drones dansen nog niet. Wie weet gaan ze het ooit
- 8:40Speaker 3: wel doen. Tjongejonge,
- 8:41Speaker 2: ze dansen
- 8:41Speaker 1: niet eens. Sorry dat ik je
- 8:42Speaker 3: daarmee teleurstel. Ja, dat vind ik echt slecht. Maar ik denk,
- 8:45Speaker 3: voor heel veel dingen hebben we gewoon eigenlijk betere opties
- 8:49Speaker 3: met technologie. Dus bijvoorbeeld draadloze communicatie. Daar kun je veel
- 8:53Speaker 3: sneller natuurlijk... Ja
- 8:55Speaker 1: veel sneller waar je naartoe
- 8:56Speaker 3: moet. Maar je kunt er wel veel van leren. Dus
- 8:59Speaker 3: een van de dingen die we laatst hebben ontwikkeld... is
- 9:05Speaker 3: juist hoe kunnen drones navigeren zoals bijen. Want dat navigeren
- 9:09Speaker 3: is eigenlijk iets wat je altijd moet doen met een robot.
- 9:12Speaker 3: Je wil op z'n minst dat je robot ergens heen
- 9:15Speaker 3: kan gaan... en bijvoorbeeld terug kan keren. Ja. Als je
- 9:18Speaker 3: dat doet met huidige methodes in de AI en de robotica,
- 9:23Speaker 3: dan heb je veel te veel rekenkracht nodig. Dus wat
- 9:27Speaker 3: bijvoorbeeld zelfrijdende auto's doen is, ze hebben natuurlijk GPS, ze
- 9:30Speaker 3: hebben kaarten, maar ze gaan ook met allerlei sensoren, zoals laserscanners,
- 9:35Speaker 3: gaan ze de omgeving scannen. En dan maken ze een
- 9:38Speaker 3: soort driedimensionale kaart om zich heen. En die drie-dimensionale kaart
- 9:43Speaker 3: kunnen ze dan gebruiken om een pad te plannen. Van, oh,
- 9:45Speaker 3: ik wil daarheen, dus dan moet ik hieromheen en dan
- 9:47Speaker 3: kan ik zo terug. Maar je kunt je voorstellen dat
- 9:50Speaker 3: als je zelfs van deze hele kleine opnameruimte, als je
- 9:53Speaker 3: daar een 3D-kaart van maakt, dan heb je gewoon, vooral
- 9:56Speaker 3: met detail, weet je wel, dat draadje, daar wil ik
- 9:59Speaker 3: ook hebben, dan heb je echt heel veel geheugen en
- 10:01Speaker 3: rekenkracht nodig. En daarvoor heb je dus een grote computer nodig. Ja,
- 10:04Speaker 3: die ruimte is er niet. Nee, dat kan gewoon niet
- 10:07Speaker 3: op kleine drones. Dus we hebben ook drones in het lab,
- 10:10Speaker 3: wat ik al zei, vlinderrobots die wegen 20 gram Dus
- 10:14Speaker 3: die kunnen nooit een computer meenemen die dat allemaal kan berekenen.
- 10:18Speaker 3: Dus hoe doe je het dan wel, is de vraag.
- 10:20Speaker 2: Nou ja, die vraag ga je antwoorden. Nee, we willen
- 10:25Speaker 2: het niet weten. Eet
- 10:27Speaker 3: iets anders.
- 10:27Speaker 2: Eet iets
- 10:28Speaker 3: anders nu. Vertel. Nou ja, dus daar heb ik dus
- 10:32Speaker 3: ook naar biologische studies zitten kijken. En biologen zijn hier
- 10:36Speaker 3: ook door geïntrigeerd van hoe doen insecten dat eigenlijk... Want
- 10:39Speaker 3: die kunnen dat heel goed. Ze zijn heel klein. En
- 10:42Speaker 3: die lijken dus niet echt een kaart te maken. Of
- 10:44Speaker 3: zo'n gedetailleerde kaart. Wat ze in de biologie gezien hebben.
- 10:48Speaker 3: Ze wisten sowieso dat bijen twee dingen doen. Dus één
- 10:52Speaker 3: ding wat ze doen. Noemen ze odometrie. En odometrie voor
- 10:57Speaker 3: een mens is stappen tellen... en bijhouden in welke richting
- 10:59Speaker 3: je loopt. Dus als ik bijvoorbeeld ergens ben en ik
- 11:03Speaker 3: wil daar terugkomen... en ik doe honderd stappen naar het noorden...
- 11:06Speaker 3: dan weet ik, als ik nou honderd stappen naar het
- 11:08Speaker 3: zuiden toe... dan hoor ik terug te zijn waar ik was.
- 11:11Speaker 3: Maar je snapt al, het gaat niet helemaal goed. Want
- 11:13Speaker 3: die stappen zijn niet echt heel accuraat. Rood, klein, ja. Precies,
- 11:18Speaker 3: misschien zet je net je stap iets anders. Je komt
- 11:21Speaker 3: dus niet precies terug waar je bent, maar wel in
- 11:23Speaker 3: de buurt daarvan. En dat odometrie voor bijen ziet er
- 11:27Speaker 3: anders uit. Die kijken meer van... hoe snel beweegt het
- 11:30Speaker 3: landschap voorbij. Dus als je bijvoorbeeld in een trein zit...
- 11:32Speaker 3: dan zou je... als je sneller gaat, zie je die
- 11:35Speaker 3: bomen sneller voorbij schieten. En als je dat een beetje
- 11:38Speaker 3: voorbij houdt... dan zou je ruwweg kunnen weten van... nou,
- 11:40Speaker 3: dan kan ik zo weer terug. Dus dat is wat
- 11:42Speaker 3: bijen doen. Dus dat is één ingrediënt. Tweede ingrediënt is
- 11:47Speaker 3: dat ze rond hun korf... rond hun nest... leren ze
- 11:50Speaker 3: de omgeving. En... Dus biologen weten dat ze bijvoorbeeld gebruiken...
- 11:55Speaker 3: als daar een grote boom staat, een paar meter van
- 11:58Speaker 3: de korf... dan onthouden ze dat. Dus als je die
- 12:00Speaker 3: boom weghaalt... dan is zo'n insect in de wacht als
- 12:02Speaker 3: hij terugkomt. Biologen doen allerlei dingen om insecten te pesten.
- 12:07Speaker 3: Dan zetten ze bijvoorbeeld twee zuilen neer... en dan gaat
- 12:09Speaker 3: de insect weg en dan gaan ze die zuilen snel...
- 12:11Speaker 3: 10 meter naar links verzetten. Die biologen.
- 12:15Speaker 1: Die biologen zijn veel leuker dan
- 12:17Speaker 2: biologen
- 12:20Speaker 3: Het zijn heel aardige lijken
- 12:20Speaker 2: van mensen
- 12:21Speaker 3: hoor. Nee
- 12:22Speaker 2: hoor, het is helemaal niks. Maar goed, dat doen ze
- 12:24Speaker 2: om ze te pesten. En ze weten de omgeving. Dat
- 12:27Speaker 2: zijn de twee elementen. Als
- 12:27Speaker 3: zo'n insect terugkomt, dan gaat hij eigenlijk naar die zuilen toe.
- 12:30Speaker 3: Als bijvoorbeeld dat nest in het midden van die zuilen was...
- 12:32Speaker 3: dan gaat hij daar zitten zoeken. gebruiken, maar ze weten
- 12:36Speaker 3: niet goed hoe die bijen dat dan precies leren en
- 12:39Speaker 3: wat ze dan precies doen. En dat is superleuk, want
- 12:43Speaker 3: ik lees dan die artikels en ik denk, hoe kunnen
- 12:45Speaker 3: we dit nou in een robot stoppen? Wat we ook
- 12:48Speaker 3: zo efficiënt... Dus wat we gedaan hebben is, we gaan
- 12:51Speaker 3: drones nu, net als bijen, leervluchten laten doen. Dus wat
- 12:55Speaker 3: is een leervlucht? Als een bij voor het eerst de
- 12:58Speaker 3: korf uitgaat... voordat hij ver weg gaat vliegen naar een bloemenveld...
- 13:03Speaker 3: gaat hij eerst een soort rondje vliegen in de buurt
- 13:05Speaker 3: van de korf. Dus 50 meter weg, 100 meter weg, zoiets.
- 13:10Speaker 3: Dus wij doen dat nu ook met een drone. Dus
- 13:11Speaker 3: we gaan vliegen... Vliegen we rond het nest van de robot.
- 13:16Speaker 3: Het basisstation. En wat wij nu denken... en dat is
- 13:20Speaker 3: ook een soort voorstel richting de biologie... is dat terwijl
- 13:24Speaker 3: ze zo'n leervlucht maken... houden ze bij waar ze zijn
- 13:27Speaker 3: met odometrie. Dus door dat stappentellen. En elke keer, terwijl
- 13:32Speaker 3: ze vliegen, kijken ze wat zie ik... En als ik
- 13:34Speaker 3: dit zie, bijvoorbeeld, ik ben nu heel dicht bij die boom...
- 13:37Speaker 3: dan weet ik dat mijn nest ongeveer tien stappen die
- 13:42Speaker 3: kant uit is. En dat leren doen we met een
- 13:45Speaker 3: orale netwerk. Dus dat is een stukje kunstmatige intelligentie. Die
- 13:49Speaker 3: leert eigenlijk om een plaatje te verwerken en meteen te zeggen...
- 13:53Speaker 3: als je naar huis wil, moet je die kant uit
- 13:55Speaker 2: Dus jouw droontje gaat ergens weg. Met die odometrie gaat
- 14:00Speaker 2: hij er omheen... Dus slaat hij dat zelf in dat
- 14:06Speaker 2: kleine droontje
- 14:07Speaker 3: op? Dat is een heel interessante vraag. Waar biologen vroeger
- 14:10Speaker 3: vooral aan dachten was... dat ze plaatjes zouden maken en
- 14:13Speaker 3: op zouden slaan
- 14:14Speaker 3: Maar het interessante hier is dat dat netwerk... die krijgt
- 14:17Speaker 3: een plaatje en die moet... dat komt in het netwerk...
- 14:21Speaker 3: en dan aan de buitenkant van het netwerk moet hij zeggen...
- 14:24Speaker 3: ga die kant uit en zoveel stappen. Dus het is
- 14:27Speaker 3: niet alleen die richting, maar ook zo ver. En die
- 14:30Speaker 3: kennis uiteindelijk komt in de connecties... tussen de kunstmatige neuronen
- 14:36Speaker 3: te zitten. Dus eigenlijk slaat hij die plaatjes niet op.
- 14:38Speaker 3: Want als je die plaatjes zou opslaan... heb je ook
- 14:40Speaker 3: weer
- 14:41Speaker 4: megabytes en
- 14:42Speaker 3: gigabytes nodig. Maar in plaats daarvan slaat hij de kennis op...
- 14:46Speaker 3: om een plaatje om te zetten in een richting en
- 14:48Speaker 3: een afstand. Dus bijvoorbeeld die boom, als die heel dik
- 14:52Speaker 3: is en een beetje donker... dan gaat die leren, als
- 14:56Speaker 3: ik iets heel dik donker zie in het midden... dan
- 14:59Speaker 3: weet ik dat ik die kant op moet. Maar als
- 15:01Speaker 3: die een beetje naar links zit, dan moet ik een
- 15:02Speaker 3: beetje meer... Als je dus een hele lege ruimte hebt,
- 15:06Speaker 2: dan is het vrij lastig voor jouw droontje.
- 15:08Speaker 3: Ja, dan is het onmogelijk. En je ziet ook in
- 15:10Speaker 3: de natuur dat ook dieren moeite hebben met dichte mist
- 15:15Speaker 3: of zo... Ja, dat is heel vervelend. En sommige dieren
- 15:18Speaker 3: zeggen gewoon van ja, ik ga vandaag gewoon niet vliegen. Nou,
- 15:20Speaker 3: dat zeggen mensen
- 15:20Speaker 1: ook.
- 15:21Speaker 3: Ja
- 15:21Speaker 1: ja. Dan blijf je ook gewoon thuis als het heel
- 15:22Speaker 1: dichter is. En je hebt dus het heel kleine droontje.
- 15:26Speaker 1: Hoeveel ruimte heb je om mee te werken? Hoeveel KB-geheugen
- 15:30Speaker 1: heb je
- 15:32Speaker 3: Ja, dus dat is... Sprekenkracht. Ja, dus waar we uiteindelijk
- 15:35Speaker 3: de methode die we ontwikkeld hebben, die dus dit doet
- 15:38Speaker 3: en gebruikt, straks om thuis te komen. Want er zit
- 15:41Speaker 3: nog een stukje verhaal aan vast. Moet je ook vertellen hoor. Ja, oké.
- 15:46Speaker 3: Uiteindelijk hebben we 42 kilobyte nodig ongeveer. Dat is heel
- 15:49Speaker 3: weinig kilobyte. We hebben ook veel experimenten gedaan met 4 kilobyte.
- 15:53Speaker 3: Het is natuurlijk een beetje rekbaar. We kunnen iets meer
- 15:55Speaker 3: geheugen geven. Maar het is wel veel minder geheugen. Echter
- 15:58Speaker 3: factor 10.000 minder dan als je zo'n kaart gaat zitten
- 16:01Speaker 3: maken
- 16:03Speaker 2: Ja, memorykaart zijn ook steeds duurder worden ze. Dus dat
- 16:05Speaker 2: is ook wel fijn. Precies ook goedkoop. Heel fijn is dat.
- 16:08Speaker 2: Maar er zal nog iets tussen zijn
- 16:10Speaker 3: Ja, dus na die leervlucht is er dus een redelijk
- 16:15Speaker 3: gebied rond het nest... waarin je eigenlijk de robot kunt droppen...
- 16:20Speaker 3: En dan kan hij kijken en dan ziet hij ook,
- 16:21Speaker 3: ik moet daarheen. En als hij telkens dat volgt, dan
- 16:23Speaker 3: komt hij terug bij het nest. Dus je hebt nu
- 16:26Speaker 3: eigenlijk een soort veiligheidsgebied.
- 16:29Speaker 2: Hoe ver
- 16:30Speaker 3: Waar je het altijd weet. Ja,
- 16:31Speaker 2: waar je altijd weet hoe je
- 16:32Speaker 3: terug moet komen.
- 16:33Speaker 2: Met het draaien steeds verder. Hoe ver? Hoeveel meter?
- 16:36Speaker 3: Dat ligt eraan hoe ver we uiteindelijk willen vliegen. Ik
- 16:39Speaker 3: heb een kast voor me
- 16:41Speaker 3: In een kast bijvoorbeeld zou je een gebied van 100
- 16:46Speaker 3: vierkante meter of zo kunnen
- 16:47Speaker 2: voorstellen
- 16:48Speaker 3: 10x10 meter. Dat is al best genoeg om honderden meters
- 16:52Speaker 3: te kunnen vliegen. Dus
- 16:53Speaker 2: het is niet kijken, het is dus de afstand meten.
- 16:56Speaker 2: Dat is de sensor, die meet afstand en richting. Het
- 16:59Speaker 3: is kijken. Wel met een
- 17:00Speaker 2: cameraatje
- 17:01Speaker 3: Met een cameraatje. Dus dat cameraatje, dus we hebben geen
- 17:04Speaker 3: insecten oog zoals ik al zei, maar we hebben wel
- 17:05Speaker 3: een gewone camera. En die kijkt dan tegen een spiegeltje
- 17:08Speaker 3: aan en die ziet dan helemaal rond. Dus je ziet
- 17:11Speaker 3: 360 graden rond. Kijk, insecten hebben dus die speciale ogen.
- 17:15Speaker 3: En een van de eigenschappen is dat ze ook heel
- 17:17Speaker 3: erg breed zicht hebben. Breder dan wij mensen. Precies facette ogen. Ja,
- 17:21Speaker 3: met die facette ogen. Ze zien ook bijna achter zich.
- 17:23Speaker 3: Ze hebben ongeveer 270 graden. Het hangt een beetje af
- 17:27Speaker 3: van de insectensoort. Dus ze kijken rond. En na dat
- 17:31Speaker 3: leerproces kun je hem dus neerzetten. Maakt hij een plaatje.
- 17:34Speaker 3: Dat plaatje gaat in een netwerk. En die zegt dan
- 17:36Speaker 3: vlieg die kant uit. Dat kan hij volgen. Maar nu
- 17:40Speaker 3: willen we veel verder weg gaan vliegen eigenlijk. En dat
- 17:42Speaker 3: is een van de geheimen achter de efficiëntie van deze methode.
- 17:46Speaker 3: We gaan eigenlijk veel verder vliegen dan dat veilige gebied.
- 17:49Speaker 3: Dus we gaan zeg maar echt honderden meters wegvliegen. En
- 17:54Speaker 3: terwijl we wegvliegen tellen we onze stappen. En onze drone
- 17:57Speaker 3: die doet net als de bijen dat voorbij trekken van
- 18:00Speaker 3: het landschap. Ik snap het. Ga door. En dan doet
- 18:03Speaker 3: hij dus bijvoorbeeld, laten we zeggen, 500 stappen. Nogmaals, vliegend.
- 18:08Speaker 3: En dan wil hij 500 stappen terug. Maar 500 stappen
- 18:10Speaker 3: is best ver. Dus je komt niet precies bij je
- 18:12Speaker 3: nest uit. Maar je komt wel in de veiligheidszone. Precies,
- 18:15Speaker 3: je komt in de veiligheidszone. En in die veiligheidszone kun
- 18:18Speaker 3: je de... De error, de fout die je hebt opgebouwd,
- 18:23Speaker 3: kun je dus te niet doen door te kijken. En
- 18:25Speaker 3: je ziet, oh, ik ben niet bij mijn nest. Ik
- 18:27Speaker 3: ben bij dat rare struikje naast mijn nest. Dus dan
- 18:31Speaker 3: moet ik die kant uit vliegen
- 18:32Speaker 1: Dus als je met die 500 stappen de ene of
- 18:34Speaker 1: de andere kant, als je maar binnen die 10 bij
- 18:36Speaker 1: 10 eindigt, dan zit je eigenlijk goed. Is het 10
- 18:39Speaker 1: bij 10
- 18:39Speaker 2: Want dat had ik nog even niet meegemaakt. Dat
- 18:40Speaker 3: werd gezegd
- 18:41Speaker 2: 10
- 18:41Speaker 3: bij 10 is een gebied wat
- 18:43Speaker 2: je kunt leren
- 18:43Speaker 3: als je niet al te ver. Dus bijvoorbeeld een bij
- 18:45Speaker 3: die vliegt Die moet een iets groter gebied leren dan.
- 18:52Speaker 3: En buiten leren wij dus bijvoorbeeld ook in een iets
- 18:54Speaker 3: groter gebied... dan in de binnenruimtes die we gehad hebben
- 18:59Speaker 2: Even tussendoor, Hielke is nu boos, want je zei error.
- 19:01Speaker 2: En Hielke wil niet dat je Engelse termen gebruikt
- 19:03Speaker 3: Ja, sorry.
- 19:03Speaker 2: Maar dit terzijde. Ik wil iets meer detail nog over...
- 19:07Speaker 2: Dus het is wel een camera met een spiegel. Hij
- 19:10Speaker 2: slaat niet de beelden op, want dat is te veel.
- 19:13Speaker 2: Wat slaat hij precies op? Dus alleen maar richting en stappen.
- 19:16Speaker 2: Dus dat is... Dus dat is natuurlijk heel weinig data.
- 19:19Speaker 2: Alleen maar dat slaat hij op. Dat slaat hij eigenlijk
- 19:21Speaker 2: niet op.
- 19:21Speaker 3: Wat hij opslaat is de connecties in het noraal netwerk.
- 19:28Speaker 3: Dus een noraal netwerk in een drone... is geïnspireerd op
- 19:33Speaker 3: het menselijk brein. Menselijke neuronen en neuronen in dieren in
- 19:39Speaker 3: het algemeen zijn best complex. Veel complexer dan wat we
- 19:42Speaker 3: in de technologie gebruiken. Maar we weten natuurlijk dat terwijl
- 19:47Speaker 3: we leren, veranderen connecties. Sommige connecties worden sterker, andere vallen weg.
- 19:52Speaker 3: En heel veel van onze kennis zit dus in die connecties...
- 19:55Speaker 3: En hoe sterk neuronen elkaar kunnen beïnvloeden. En dat gebeurt
- 19:59Speaker 3: hier ook. Tijdens het leerproces is dat netwerk aan het leren.
- 20:04Speaker 3: Dus het is een klein noraal netwerkje in die kleine drone?
- 20:10Speaker 3: Dus tijdens het vliegen leert hij van, als ik dit zie,
- 20:12Speaker 3: moet ik daarheen. Als ik dit zie, moet ik daarheen.
- 20:15Speaker 3: En wat hij dan eigenlijk aan het leren is, is
- 20:17Speaker 3: waar moet ik naar kijken? En dat kan in elke
- 20:20Speaker 3: omgeving anders zijn. Dus als we hier zouden leren, dan
- 20:22Speaker 3: zou hij leren van... Als ik heel veel rood zie,
- 20:25Speaker 3: want daar zit zo'n paneel dat rood is daar. Dat
- 20:28Speaker 3: is een klein paneel. Maar als je daar heel veel
- 20:30Speaker 3: rood ziet, ben je dicht bij dat paneel. Dus dan
- 20:32Speaker 3: weet je van, oh, dan moet ik die kant uit.
- 20:34Speaker 3: Het is natuurlijk alleen maar waar voor deze ruimte. Maar
- 20:36Speaker 3: dat is wat ik ook zo mooi vind aan die bijen.
- 20:39Speaker 3: Die kunnen bijen komen op heel veel plekken in de
- 20:41Speaker 3: wereld voor. En waar ze ook hun korf gaan bouwen,
- 20:44Speaker 3: ze moeten natuurlijk dat gebiedje leren. Dus het mag ook
- 20:47Speaker 3: best een beetje specifiek zijn voor hun omgeving
- 20:50Speaker 3: En dat doen ze onze drones nu ook dus.
- 20:53Speaker 1: Ja, gaaf. En als we het hebben over die neurale netwerken,
- 20:58Speaker 1: dank u wel. Is dat inmiddels een soort van commonplace
- 21:02Speaker 1: dat iedereen een neuraal netwerkje kan maken? Is dat goed
- 21:05Speaker 1: te doen? Of is dat nog heel ingewikkeld om voor
- 21:08Speaker 1: zo'n droontje op zo'n niveau zo'n netwerk te bouwen?
- 21:12Speaker 3: Ja, een netwerkje maken is op zich tegenwoordig makkelijk. Dankzij
- 21:17Speaker 3: AI kan ook iedereen programmeren. Dus je mag het ook
- 21:20Speaker 3: thuis uitproberen. Vraag maar aan de AI, kun je een
- 21:23Speaker 3: noraal netwerkje maken om met dit plaatje iets te doen?
- 21:26Speaker 3: Het verschil tussen katten en honden te zien. Dat is
- 21:31Speaker 3: op zich makkelijk. Het is wel zo dat... normale netwerken,
- 21:35Speaker 3: als je niet oppast... krijg je een heel groot netwerk.
- 21:37Speaker 3: Dus als je ook heel veel complexe dingen wil doen...
- 21:40Speaker 3: dus alle objecten herkennen... die wij mensen gebruiken... zijn best
- 21:45Speaker 3: veel objecten... dan krijg je natuurlijk een heel groot netwerk.
- 21:48Speaker 3: En dat grote netwerk... heeft dan weer een grote computer nodig.
- 21:52Speaker 3: Dus wij hebben heel kleine netwerkjes gemaakt... die juist op
- 21:55Speaker 3: heel kleine chips... ook kunnen passen. En zo klein dat...
- 21:59Speaker 3: 42 gram. Nee
- 22:03Speaker 3: het chipje kan gram zijn
- 22:06Speaker 2: Maar
- 22:07Speaker 3: dat hij 42 kilobytes
- 22:09Speaker 2: gebruikt. Dat is
- 22:09Speaker 3: een heel klein
- 22:11Speaker 2: chip. Maar dat is het navigeren, toch
- 22:15Speaker 2: Maar hij moet nog meer doen dan alleen maar navigeren.
- 22:19Speaker 2: Want dan vliegt hij lekker
- 22:20Speaker 3: Ja, precies. Je moet echt allerlei dingen doen. Als ik
- 22:22Speaker 3: het vanuit een drone bekijk... De meeste drones zijn, net
- 22:27Speaker 3: als vliegende insecten trouwens, onstabiel. Dus dat betekent dat als
- 22:34Speaker 3: je geen computertje aan boord zou hebben... die ook sensoren
- 22:37Speaker 3: uitleest en daar iets mee doet... dan zou die meteen vallen.
- 22:40Speaker 3: Dan kun je hem ook als mens niet besturen. Dus
- 22:41Speaker 4: zo'n drone
- 22:42Speaker 3: die je kent met de propellers... als er niks aan
- 22:45Speaker 3: boord zit en je krijgt meteen de controle over de motoren...
- 22:48Speaker 3: dan val je
- 22:49Speaker 3: Dat kun je gewoon niet. Dat is te snel voor
- 22:50Speaker 3: een mens. Dus het eerste wat een droom moet doen
- 22:54Speaker 3: is zorgen dat je weet waar de zwaartekracht is. Waar
- 22:59Speaker 3: de aarde is, wat je hoek is ten opzichte van
- 23:01Speaker 3: de aarde. Zodat je kunt blijven vliegen en de kant
- 23:03Speaker 3: uit vliegt waar je heen wilt. Het tweede wat we
- 23:06Speaker 3: moeten doen met een drone... of wat een drone moet doen,
- 23:09Speaker 3: maar ook een bij... is dat je bijvoorbeeld ergens heen
- 23:13Speaker 3: kunt bewegen waar je heen wilt. Dat je ten eerste
- 23:15Speaker 3: weet dat je naar voren aan het vliegen bent... of
- 23:19Speaker 3: naar achteren, of dat je aan het vallen bent... of
- 23:20Speaker 3: dat je omhoog gaat en hoe snel je gaat. Dat
- 23:23Speaker 3: zijn dingen die je moet weten om doelgericht iets te
- 23:28Speaker 3: gaan doen. Daar zijn we ook heel veel onderzoek naar gedaan...
- 23:31Speaker 3: Beide die dingen zijn problemen waar we ondertussen best goed
- 23:36Speaker 3: weten hoe je dat moet doen. Het andere ding wat
- 23:39Speaker 3: je moet doen is ook obstakels ontwijken. Afstanden inschatten. Dat
- 23:44Speaker 3: is eigenlijk nog best moeilijk. Daar kunnen we trouwens best
- 23:48Speaker 3: veel mee. Maar het probleem daar is wel van zitten
- 23:52Speaker 3: we aan de 98% en is 98% genoeg? Het hoeft
- 23:55Speaker 3: maar één keer fout te gaan. Als je 100 vluchten
- 23:58Speaker 3: maakt gaat het twee keer fout. Ja, precies. En het
- 24:01Speaker 3: ding is dat insecten ook een prachtig lichaam hebben. Je
- 24:05Speaker 3: kunt op YouTube ook zien van die bijen die komen
- 24:09Speaker 3: aan als er een sterke wind staat... Dan crashen ze
- 24:12Speaker 3: min of meer op hun korf. En dan lopen ze
- 24:15Speaker 3: lekker verder hun nest in. En drones maken we nu
- 24:19Speaker 3: met menselijke technologie doorgaans nog heel rigide. Dus als die vallen,
- 24:23Speaker 3: dan is het klaar en kunnen ze ook niet opstaan.
- 24:25Speaker 3: Dus er zijn ook robotici die daaraan werken. Van hoe
- 24:28Speaker 3: kunnen we een drone zachter maken... dat die ook met
- 24:32Speaker 3: botsingen om kan gaan, noem maar op.
- 24:34Speaker 5: En
- 24:35Speaker 3: uiteindelijk krijg je navigatie. En dat was wel... Het hoofdprobleem,
- 24:40Speaker 3: zeg maar. Want navigatie is echt een heel moeilijke taak.
- 24:44Speaker 3: Waarbij mensen altijd zeiden, je moet kaarten maken om te navigeren.
- 24:47Speaker 3: En dat kost gewoon veel
- 24:49Speaker 2: rekenkracht. En het is jullie gelukt om zonnekaarten te doen.
- 24:52Speaker 1: Precies, ja. Super spannend. Maar we gaan eerst... Ben? Gaan
- 24:57Speaker 1: we geld verdienen. We gaan al die
- 24:58Speaker 2: drones kopen.
- 24:59Speaker 1: Guido, we
- 25:00Speaker 2: hadden afgesproken dat jij ons zou waarschuwen voor de commercial.
- 25:03Speaker 1: We vergeten dat altijd. We vergeten al honderd uitzendingen om
- 25:06Speaker 1: bij die commercial een keer goed aan te komen. Guido
- 25:08Speaker 1: heeft ons niet gewaarschuwd. Zwaar teleurgesteld, Guido. Oké, we zijn
- 25:13Speaker 1: zo
- 25:14Speaker 2: weer terug. We zijn terug. Guido, dus dat navigeren, hebben
- 25:19Speaker 2: we dat nu opgelost? Of moeten we daar
- 25:22Speaker 4: nog meer
- 25:22Speaker 2: details over weten? Want ik heb het idee dat ik
- 25:26Speaker 2: het begrijp. Niet dat ik het begrijp, maar het idee
- 25:28Speaker 2: dat ik het begrijp. Moeten we naar de volgende? Bijvoorbeeld
- 25:30Speaker 2: hoe je de positie ten opzichte van de aarde bepaalt?
- 25:33Speaker 2: Heb je daar iets geleerd van erbij
- 25:35Speaker 3: Of zijn we daar nog niet? Er zijn nog heel
- 25:37Speaker 3: veel dingen om aan te werken met navigatie. Ik denk
- 25:40Speaker 3: wel dat we een heel grote stap hebben gezet... om
- 25:42Speaker 3: navigatie mogelijk te maken, ook voor heel kleine robots. Ja,
- 25:46Speaker 3: dat heb je net verteld. Er zijn natuurlijk allerlei vervolgstappen.
- 25:52Speaker 3: Er zijn allerlei andere dieren waar je nog naar kunt kijken...
- 25:55Speaker 3: en verwonderd over kunt zijn. Waarbij je zou kunnen zeggen,
- 25:59Speaker 3: dat moeten we misschien op drones ook gaan doen. Noem
- 26:01Speaker 3: eens een voorbeeld dan, dat ons verrast. Nou, één dingetje
- 26:05Speaker 3: is bijvoorbeeld s'nachts. Dus je hebt ook heel veel vogels
- 26:08Speaker 3: die ook s'nachts kunnen navigeren met behulp van de sterren.
- 26:13Speaker 3: Hoe doen ze dat? En kunnen we daarvan leren? Kunnen
- 26:15Speaker 3: we dat op nieuwe manieren doen? Maar daar doe je
- 26:19Speaker 3: dus onderzoek naar? Ja, daar zijn we ondertussen ook onderzoek
- 26:22Speaker 3: naar aan het doen.
- 26:23Speaker 2: En wat doen ze dan wat je wellicht in een
- 26:24Speaker 2: drone gaat verwerken?
- 26:29Speaker 3: Dat ga ik nog niet helemaal verklappen. Oh
- 26:30Speaker 2: mooi
- 26:31Speaker 2: Anders
- 26:32Speaker 3: stelen de Chinezen dat van. Ja, wat goed, man. We
- 26:34Speaker 3: gaan in ieder geval geen sterrenkaarten gebruiken.
- 26:38Speaker 2: Dat is toch... Dat je gewoon onderzoek doet... en dat
- 26:40Speaker 2: je gewoon bang bent om hier te vertellen... in de
- 26:43Speaker 3: Chinezen te
- 26:44Speaker 2: stelen. Dat zijn niet mijn woorden. Nee, dat zijn Daniels woorden.
- 26:47Speaker 2: We moeten niet navigeren. Of wil je verder gaan?
- 26:50Speaker 1: Ik wil eigenlijk verder gaan. We hebben het helemaal niet
- 26:53Speaker 1: gehad over... we zitten heel diep in de technologie. Maar
- 26:57Speaker 1: waarom hebben we deze... ultrakleine droontjes nodig? Oké, komen we
- 27:01Speaker 1: zoveel terug. Waarom moet dit... Want het is heel gaaf.
- 27:04Speaker 1: En wij hier bij de technoloog of bij de bioloog...
- 27:07Speaker 1: vinden we dit allemaal echt wel heel leuk. Goede podcastbioloog. Ja,
- 27:10Speaker 1: gaan we pitchen. Maar ik bedoel, ik snap... drones in
- 27:16Speaker 1: allerlei soorten en maten is handig. Maar op het niveau
- 27:19Speaker 1: van dat het zo klein moet... en enkele grammen en
- 27:22Speaker 1: 42 kb geheugen aan boord... dat het zo klein moet,
- 27:25Speaker 1: wat is daar dan precies het idee bij?
- 27:28Speaker 3: En de use case? Je zei al, de naam van
- 27:31Speaker 3: het lab bij de faculteit lucht- en ruimtevaart bij de
- 27:34Speaker 3: TU Delft is het Micro Air Vehicle Lab. En in
- 27:37Speaker 3: de naam zit al micro. Dus waarom focussen op kleine drones?
- 27:41Speaker 3: Het is eigenlijk voor de veiligheid. Omdat hoe kleiner een
- 27:46Speaker 3: drone is, hoe lichter, hoe minder impact het heeft als
- 27:50Speaker 3: zo'n drone bijvoorbeeld toch onverhoed tegen iemand aan zou vliegen.
- 27:55Speaker 3: En wij denken dus aan heel veel toepassingen. Dus er
- 27:57Speaker 3: zijn heel veel toepassingen buiten. Waar je nu ook al
- 28:00Speaker 3: ziet dat... Vroeger gingen mensen met een helikopter bijvoorbeeld vliegen
- 28:06Speaker 3: over een wijk... om te kijken of het kadaster klopte
- 28:08Speaker 3: of zo. En nu heb je bijvoorbeeld heel vaak al
- 28:11Speaker 3: drones die daarvoor worden ingezet. En wij denken ook aan
- 28:15Speaker 3: volgende stappen. Dus bijvoorbeeld drones in kassen. Er zijn trouwens
- 28:18Speaker 3: ook een paar bedrijven die nu werken aan drones in kassen...
- 28:22Speaker 3: Maar in kassen heb je natuurlijk menselijke werknemers. Je hebt
- 28:26Speaker 3: planten en fruit en groenten. Je wil het niet beschadigen
- 28:30Speaker 3: of wat dan ook. Dus A, hebben we daar kleine
- 28:33Speaker 3: drones nodig... omdat je bijvoorbeeld tussen rijen tomatenplanten in wil
- 28:37Speaker 1: gaan vliegen. Dan wil je
- 28:37Speaker 3: niet met een soort slagschip er doorheen. Precies, ja. En B,
- 28:40Speaker 3: weet je... aan het begin waren er wel bedrijven die
- 28:43Speaker 3: wat grotere drones hadden... maar dan zeiden ze, oké, in
- 28:45Speaker 3: dit gedeelte van de kas... moeten jullie nu even niet komen,
- 28:48Speaker 3: want dan gaan we vliegen. Dat is gevaarlijk voor jullie.
- 28:50Speaker 3: Of je moet helmen op of brillen. Ja, dat gaat
- 28:53Speaker 3: gewoon nooit werken. Wij willen gewoon drones die zich aanpassen
- 28:57Speaker 3: aan de mensen. En een gedeelte van die aanpassing is
- 28:59Speaker 3: dat ze heel erg veilig zijn... Het liefste zie ik
- 29:02Speaker 3: zelfs die vlinderrobots. Die hebben zachte, flexibele vleugels. En als
- 29:07Speaker 3: die dan in zo'n kas rondvliegen straks... om bijvoorbeeld ziektes
- 29:10Speaker 3: te detecteren of plagen... die gaan A, ontwijken ze mensen...
- 29:15Speaker 3: maar B, mocht alles misgaan en zo'n ding valt uit
- 29:17Speaker 3: de lucht... dan word je door een soort groot insect geraakt.
- 29:20Speaker 3: Dat is niet fijn of zo, maar je hebt er
- 29:23Speaker 3: ook niet echt pijn van
- 29:24Speaker 2: Maar dan zie ik toch van, bijvoorbeeld in kassen... dan
- 29:26Speaker 2: moet je controleren of er schimmel zit op een bepaalde plant...
- 29:30Speaker 2: En dan vliegt hij rond om dat te doen. Maar ja,
- 29:32Speaker 2: we hebben wel ook gewoon een camera nodig. Dat moet
- 29:33Speaker 2: gefilmd worden. Beelden denk ik zwaar, zwaar, zwaar, zwaar
- 29:37Speaker 3: Nou, beelden hoeven niet zwaar te zijn. Dus camera's kunnen
- 29:39Speaker 3: heel klein zijn. Maar het is zeker waar dat voor
- 29:42Speaker 3: een aantal van die taken moet je ook echt iets meenemen.
- 29:45Speaker 3: wat de taak doet. En in zo'n kas is een
- 29:48Speaker 3: camera vaak al heel fijn. Soms wil je in andere
- 29:53Speaker 3: spectra zien. Dus bijvoorbeeld met infrarood of zo. Om te
- 29:56Speaker 3: kijken hoe het met de plant gaat. En dan kun
- 29:59Speaker 3: je dus een andere drone hebben... die dan een heel
- 30:01Speaker 3: klein infrarood cameraatje heeft. Dus... Dat verdelen we dan over
- 30:05Speaker 3: de zwerm van drones... die we in zo'n kas willen
- 30:09Speaker 3: laten
- 30:10Speaker 1: vliegen. En in die kas, er zullen natuurlijk mensen aan
- 30:13Speaker 1: het werk zijn... de planten staan misschien elke keer een
- 30:15Speaker 1: beetje anders... is zo'n drone met dat geheugen en dat
- 30:18Speaker 1: neurale netwerk... dan in staat om die dynamische omstandigheden... daar
- 30:25Speaker 1: zich op aan te passen? Het zou jammer zijn als
- 30:27Speaker 1: daar iemand in die kas staat te werken... en dan
- 30:29Speaker 1: boort zich ineens die bijen drone van Guido... boort zich
- 30:33Speaker 1: zo in het voorhoofd van een kassenmedewerker. En wie is
- 30:37Speaker 1: dan verantwoordelijk voor die dood? Nou, jullie, want jullie hebben
- 30:41Speaker 1: dit bedacht. Nee
- 30:43Speaker 3: dus ik denk dat het zeker heel erg geschikt is daarvoor.
- 30:48Speaker 3: Dus ten eerste leren we eigenlijk maar een klein gebiedje.
- 30:52Speaker 3: En buiten dat gebied hebben we dus helemaal geen kaart
- 30:54Speaker 3: waar we van afhankelijk zijn. En wat we zien dat
- 30:57Speaker 3: hij leert is de belangrijkste, grootste dingen. Dus we hebben
- 31:01Speaker 3: ook heel veel experimenten gedaan in onze eigen vliegarena. Dat
- 31:04Speaker 3: noemen we de Cyber Zoo in Dallas. Olifanten, tijgers. Allemaal drones.
- 31:11Speaker 3: We hebben lopende robotdieren.
- 31:14Speaker 4: Mieren heb ik ook
- 31:15Speaker 3: over gelezen
- 31:15Speaker 4: Ja,
- 31:15Speaker 3: precies
- 31:16Speaker 1: Dus
- 31:16Speaker 3: we hebben van alles. We hadden op een gegeven moment
- 31:20Speaker 3: een demonstratie daar. En dan hadden we in die vliegarena,
- 31:23Speaker 3: je hebt grote zwarte gordijnen. Zo'n soort toneelachtig ziet dat eruit.
- 31:28Speaker 3: En je hebt een gebied waar de mensen achter hun
- 31:31Speaker 3: laptops zitten. En daar zit een net voor en zo.
- 31:34Speaker 3: Maar we hadden dus ook wat palen staan. Oranje palen
- 31:37Speaker 3: in het vlieggebied. En ik dacht van nou ik ga
- 31:41Speaker 3: eens laten zien dat hij die palen leert. Dus ik
- 31:42Speaker 3: ging die palen verzetten. En van nou nu gaat het mis.
- 31:45Speaker 3: Maar het werkte eigenlijk nog steeds. En de reden is
- 31:47Speaker 3: dat hij vooral die hele grote structuren van die zwarte
- 31:51Speaker 3: gordijnen leerde. En waar heel veel licht was. Of juist
- 31:54Speaker 3: een grote kast. En... Als je iets heel groots verandert
- 31:59Speaker 3: in de kas. Dus hij gaat een gebiedje leren. Dus
- 32:01Speaker 3: ik denk ten eerste dat het best robuust is. Maar
- 32:03Speaker 3: als je wel iets groots verandert. Dus je gaat ineens
- 32:05Speaker 3: heel dichtbij de korf. De smatige korf ga je iets
- 32:10Speaker 3: groots veranderen. Een groot doek hangen. Wat ik wil dat
- 32:13Speaker 3: hij gaat doen is dat hij zijn onzekerheid ook inschat.
- 32:16Speaker 3: Dus hij komt de korf uit. Hij ziet, hé, er
- 32:20Speaker 3: is iets veranderd. Dit is raar. En dan moet hij
- 32:22Speaker 3: eigenlijk gewoon een nieuwe leervlucht doen. En dat zie je
- 32:25Speaker 3: ook bij bijen. Dus als je... Ja, die biologen weer,
- 32:28Speaker 3: weet je. Die pakken dan die korf op. Hebben ze
- 32:30Speaker 3: net allemaal hun leervluchten gedaan. En dan gaan ze die
- 32:33Speaker 3: korf 200 meter verder zetten of zo. Of helemaal in
- 32:35Speaker 3: een ander gebied. Ja,
- 32:37Speaker 2: het is
- 32:38Speaker 3: echt. Ja, biologen, jongen.
- 32:41Speaker 2: Dus, die biologen, die verzetten dus de korf. En dan
- 32:44Speaker 2: denken die bijen, ja, dag.
- 32:47Speaker 3: Nou, als je dus de korf verzet, maar echt flink verzet...
- 32:51Speaker 3: naar een ander gebied... dan gaan ook ervaren bijen weer
- 32:55Speaker 3: zo'n leervlucht maken... Omdat zij gewoon zien van, ja, oh,
- 32:59Speaker 3: maar dit is het niet. Ja, ik zou ook als
- 33:00Speaker 3: ik zelf mijn voordel uitstap, zochtens een heel andere straat
- 33:02Speaker 3: zou zien. Ja, dat is ook wel tijd voor een leervlucht. Ja,
- 33:06Speaker 3: dat is tijd voor een leervluchtje. En dat moeten eigenlijk
- 33:10Speaker 3: onze drones ook gaan doen. Dus dat is ook een
- 33:12Speaker 3: van de volgende stappen waaraan we nu werken. Dat het
- 33:15Speaker 3: netwerk niet alleen zegt, ga die kant uit, maar ook...
- 33:18Speaker 3: ben ik er eigenlijk wel zeker van, weet je. En
- 33:20Speaker 3: als je heel onzeker bent, als je zo je nest
- 33:22Speaker 3: uitgaat van... dit ziet er raar uit, gewoon opnieuw een leervloer.
- 33:25Speaker 3: En zoals het er nu voor
- 33:26Speaker 1: staat, past dat in de 42 kb?
- 33:28Speaker 3: Nou ja, dus het netwerkje dat die veiligheidsregio creëert is
- 33:33Speaker 3: 42 kb. Als je alles wat de drone doet in
- 33:36Speaker 3: een netwerkje wil stoppen... en dat is een van de
- 33:38Speaker 3: dingen waaraan we bezig zijn... dan hebben we wel iets
- 33:40Speaker 3: meer nodig. Maar ik denk wel alsnog dat we het
- 33:43Speaker 3: gaan halen om... het alsnog in een vrij kleine chip
- 33:47Speaker 3: te gaan zetten op kleine drones. Maar dat is nog
- 33:51Speaker 3: wel iets meer tijd.
- 33:52Speaker 1: Wordt er eigenlijk een beetje opge... Wij hebben het natuurlijk
- 33:55Speaker 1: de hele godganse dag... gaat het alleen maar over AI
- 33:57Speaker 1: en gigantische videokaarten... en Sparks met 100 giga RAM en
- 34:03Speaker 1: weet ik veel wat. Wordt er een beetje geïnnoveerd ook
- 34:05Speaker 1: op dat allerkleinste... Geheugen en opslag.
- 34:09Speaker 3: Er is natuurlijk wel een inzicht. Dat dingen efficiënter moeten.
- 34:15Speaker 2: Daar
- 34:15Speaker 3: ben ik heel blij mee. Aan de ene kant heb
- 34:17Speaker 3: je natuurlijk. De hele grote AI modellen. Waar je enorme
- 34:22Speaker 3: serverruimtes voor hebt
- 34:25Speaker 1: Daar is heel
- 34:26Speaker 3: veel vraag naar. Dus dan wordt het ook snel ontwikkeld. Nou,
- 34:30Speaker 3: AI at the edge noemen ze dat dan in het Engels.
- 34:34Speaker 3: Dus je wil AI ook in allerlei kleinere dingen hebben.
- 34:37Speaker 3: Dus misschien... Ja, je telefoon misschien.
- 34:41Speaker 1: Of je telefoon. Of je telefoon.
- 34:43Speaker 3: En robots is natuurlijk ook daar een heel goed voorbeeld van.
- 34:46Speaker 3: Dat noemen ze dan physical AI. Fysieke AI. Kijk, robots
- 34:51Speaker 3: hebben gewoon een gelimiteerde hoeveelheid energie. Je wil ze wel
- 34:55Speaker 3: zo intelligent mogelijk hebben. Dus... Heel veel intelligentie betekent doorgaans
- 34:59Speaker 3: meer rekenkracht. Dus heb je meer gewicht, meer energie nodig.
- 35:05Speaker 3: En tegelijkertijd wil je dat zo'n robot zo lang mogelijk werkt...
- 35:08Speaker 3: zonder op te hoeven laden. Of dat het heel licht
- 35:11Speaker 3: kan zijn en vliegen. Dus daar is een soort spanning tussen.
- 35:15Speaker 3: Maar daar wordt zeker aan
- 35:18Speaker 2: gewerkt. Maar ook door jullie? Of is dat van, je
- 35:22Speaker 2: neemt wat... want efficiency is inderdaad nu... Best wel populair,
- 35:27Speaker 2: want het moet efficiënter. We kunnen niet al die compute power,
- 35:30Speaker 2: te veel energie kosten, te veel rekenkracht. Dus we willen
- 35:33Speaker 2: efficiëntere chips, efficiëntere rekenen, efficiëntere modellen. Doen jullie dat ook?
- 35:37Speaker 2: Of je pakt gewoon van de plank wat andere onderzoekers
- 35:41Speaker 3: doen? Dus wij werken aan hoe kun je robots taken
- 35:47Speaker 3: laten doen zo efficiënt mogelijk. En er is één ding
- 35:50Speaker 3: trouwens wat algemeen in AI en robotica zo is, is
- 35:54Speaker 3: dat de De hoofdaanpak die mensen hebben is, er is
- 35:57Speaker 3: een probleem, dan gaan we dat modelleren. En het model
- 36:00Speaker 3: gaan we in het hoofd van de robot stoppen. Dus
- 36:02Speaker 3: bijvoorbeeld bij navigeren is het, oh, we moeten een model
- 36:05Speaker 3: van de omgeving in het hoofd van de robot stoppen.
- 36:08Speaker 3: Maar bijvoorbeeld ook als je het hebt over het vinden
- 36:10Speaker 3: van een gasbron. Dus stel, er is een gaslek ergens
- 36:13Speaker 3: en je wilt die vinden. De meeste onderzoekers gaan dan
- 36:16Speaker 3: zeggen van, oh ja, er is een lek en we
- 36:18Speaker 3: hebben lucht. En dan gaan we dat simuleren. En dat
- 36:22Speaker 3: hele simulatie model gaat in het brein van onze robot.
- 36:25Speaker 3: En dan weet hij hoe hij hem moet vinden. Dan
- 36:27Speaker 3: zeg jij stop maar, dat is veel te groot. Precies,
- 36:29Speaker 3: want een fruitvliegje die altijd op je bananen zit in
- 36:33Speaker 3: de zomer in je keuken. Hoe vinden die dat? Gewoon
- 36:36Speaker 3: met heel simpele gedragingen. Dus als ze dus wat een
- 36:40Speaker 3: luchtstroom voelen. Dan gaan ze eerst zeg maar loodrecht erop vliegen.
- 36:45Speaker 3: En dan als ze dan iets ruiken van oh ik
- 36:47Speaker 3: ruik een banaantje. dan gaan ze tegen de wind in.
- 36:51Speaker 3: En als ze hem weer kwijtraken, gaan ze weer loodrecht
- 36:54Speaker 3: op de wind vliegen. En door die twee simpele gedragingen
- 36:56Speaker 3: af te wisselen... komen ze zo dichtbij dat ze er
- 36:58Speaker 3: uiteindelijk op kunnen landen. Ze hebben helemaal geen model nodig
- 37:02Speaker 3: van hoe die moleculen zich verspreiden door de lucht. Ze
- 37:04Speaker 3: moeten gewoon een succesvol gedrag hebben. En dat is een
- 37:08Speaker 3: van de hoofdingen die we doen in ons lab. Het
- 37:11Speaker 3: is
- 37:11Speaker 2: heel
- 37:12Speaker 3: erg omdenken
- 37:12Speaker 2: continu
- 37:13Speaker 3: Ja, het is echt heel erg omdenken. Dat is een
- 37:15Speaker 3: hoofding wat we doen. Het tweede is dat er zijn
- 37:19Speaker 3: bedrijven die ook zeggen van die efficiëntie van het brein.
- 37:23Speaker 3: Dus bijvoorbeeld ons brein. Zou rond de 20 watt doorgaans consumeren.
- 37:29Speaker 3: En dat is veel minder dan al die grote LNMs gebruiken.
- 37:33Speaker 3: Waar zit dat in? Het zit in heel veel dingen.
- 37:35Speaker 3: Maar een van de dingen waar dat in zit is dat...
- 37:39Speaker 3: we eigenlijk proberen in ons brein zo min mogelijk activiteit
- 37:43Speaker 3: te hebben. En neuronen zenden pulsjes naar elkaar... de meeste neuronen,
- 37:49Speaker 3: die sturen van die pulsjes. Maar die proberen ze eigenlijk
- 37:51Speaker 3: te minimaliseren. Want als je ze niet stuurt, is er
- 37:53Speaker 3: nog minder energie. Maar je moet natuurlijk wel dingen doen. Nou,
- 37:57Speaker 3: er zijn bedrijven zoals... Mag ik bedrijven noemen? Ja,
- 38:00Speaker 2: graag zelfs
- 38:01Speaker 3: Zoals Intel of IBM. Van die grote bedrijven. Die maken
- 38:04Speaker 3: nu chips. Die nieuwe neurale netwerken maken. Die ook met
- 38:08Speaker 3: van die pulsjes met elkaar communiceren. En wat wij dus doen,
- 38:12Speaker 3: is zeggen van... Oh, die chips, die zijn fantastisch. We
- 38:14Speaker 3: kunnen hopelijk met deze chips straks... al dat intelligente gedrag
- 38:18Speaker 3: in één netwerk op zo'n chip zetten. Maar dan moeten
- 38:21Speaker 3: we wel die neurale netwerken gaan trainen. En die zijn
- 38:25Speaker 3: nog heel lastig te trainen. En dan moeten wij dus
- 38:27Speaker 3: weer nieuwe technieken verzinnen om dat trainen te doen
- 38:30Speaker 4: We
- 38:31Speaker 3: gaan over neurale chips.
- 38:33Speaker 2: We hebben al een keer bedacht dat we een keer
- 38:36Speaker 2: een technoloog over moeten maken. Maar nu zeg jij het ook.
- 38:40Speaker 1: En ik vind het wel mooi dat de constatering dus is...
- 38:43Speaker 1: dat de neiging van de mensen op dit moment... en
- 38:45Speaker 1: dat is waarschijnlijk omdat we gewoon nog niet goed genoeg
- 38:47Speaker 1: weten hoe het anders kan... maar de neiging is dus
- 38:49Speaker 1: om alles vet erg over te engineeren... en met mega
- 38:51Speaker 1: veel rekenkracht gewoon op te lossen. Maar dat jij nu
- 38:55Speaker 1: voor die uitdagingen komt en dat je dus eigenlijk... wat
- 38:57Speaker 1: ik op het begin vroeg, het dan helemaal teruggaat naar van...
- 39:00Speaker 1: hoe denken bijen, hoe denken fruitvliegjes... en dus bij veel elegantere,
- 39:05Speaker 1: efficiëntere oplossingen. komt. Ik vind het prachtig.
- 39:08Speaker 2: Maak je veel... Verzeer je dat zelf? Of stop je
- 39:13Speaker 2: gewoon al jouw kennis... in een groot... large language model...
- 39:18Speaker 2: en ze komen op... ja, maar fruitvliegjes doen dat. En
- 39:21Speaker 2: bijen doen dat. En tijgers doen dat. Het
- 39:24Speaker 1: is echt een beleidiging voor wetenschappers.
- 39:27Speaker 3: Ik ben gewoon benieuwd. Nou ja... Ik vraag niet aan
- 39:32Speaker 3: een LLM... wat ik moet gaan onderzoeken. Nee,
- 39:34Speaker 1: maar...
- 39:35Speaker 3: Ik denk wel dat ondertussen... heel veel kennis die wij
- 39:37Speaker 3: gegenereerd hebben... in die LLM zit. We werken al heel
- 39:42Speaker 3: lang aan drones. Ik was in het lab sinds 2000.
- 39:45Speaker 3: Dat zit al in die LLM's. Maar nee, dus... Ja,
- 39:49Speaker 3: ik redeneer uiteindelijk wel vanuit de problemen die er zijn.
- 39:53Speaker 3: Dus als we drones willen hebben die bijvoorbeeld in kassen
- 39:55Speaker 3: ziektes kunnen detecteren. Wat moet die dan allemaal kunnen? Wat
- 39:58Speaker 3: zijn op dit moment de grootste obstakels? En dat was
- 40:00Speaker 3: eerst dus bijvoorbeeld navigatie. Hoe kunnen we dat veel efficiënter oplossen?
- 40:06Speaker 3: Laat ik eens lezen over wat biologen eigenlijk weten van insecten. Ja, tuurlijk.
- 40:11Speaker 3: En dan ga je kijken naar de bioloog die... kijkt
- 40:15Speaker 3: naar iets wat al werkt. Dus die kijken naar zo'n bij.
- 40:18Speaker 3: En dat bijtje werkt al. En dan hebben ze een
- 40:20Speaker 3: model of een theorie erover. En dat kunnen ze met
- 40:22Speaker 3: data ondersteunen. Maar als je een roboticus bent... dan ga
- 40:26Speaker 3: je dat implementeren. Dus dat heb ik bijvoorbeeld ook gehad met...
- 40:30Speaker 3: ik wou een drone laten landen zoals een bij... Dat
- 40:34Speaker 3: doen bijen door te kijken naar hoe snel dingen bewegen.
- 40:37Speaker 3: En als je bijvoorbeeld op een bloem landt, wordt die
- 40:39Speaker 3: bloem steeds groter. Voor die bij? Ja, in je zicht.
- 40:43Speaker 3: Dus als ik ergens heen loop, wordt het groter. Wat
- 40:47Speaker 3: de bijen leken te doen, volgens de biologen... is dat
- 40:50Speaker 3: ze hielden dat groter worden constant. En als je dat doet...
- 40:55Speaker 3: Als je ver weg bent, dan moet je misschien niet
- 40:57Speaker 3: sneller gaan lopen. Maar als je heel dichtbij komt, kijk
- 40:59Speaker 3: maar naar de microfoon. Dat wordt heel snel heel veel groter.
- 41:02Speaker 3: Dus als je dichtbij komt, moet je juist veel langzamer gaan.
- 41:07Speaker 3: En dat was heel elegant. Dus het is prachtig dat
- 41:09Speaker 3: biologen dat gevonden hebben. En toen wou ik dat als
- 41:13Speaker 3: een boodschap. Nou, dat moeten we op onze drones ook hebben.
- 41:15Speaker 3: Dus ben ik dat gaan programmeren. En ja, het was
- 41:18Speaker 3: niet zo slim van me. De eerste keer dat ik
- 41:19Speaker 3: het uitprobeerde was tijdens een demonstratie. Het was eigenlijk een experiment.
- 41:24Speaker 3: En toen werkte ik nog bij ESA, de ruimtevaartorganisatie. En
- 41:27Speaker 3: ik zei, dit kan een alternatief zijn om te landen
- 41:30Speaker 3: op Mars. Ja, bijvoorbeeld op Mars. Want daar gebruikten ze
- 41:33Speaker 3: eerst hele grote lasers voor en zo. Ik zei, bijtjes
- 41:37Speaker 3: doen dat met gewoon een cameraatje. En ik had dus
- 41:40Speaker 3: zo'n demo. En er was een heel groot publiek. Ook
- 41:42Speaker 3: met de director
- 41:43Speaker 4: general
- 41:43Speaker 3: in de zaal. Heerlijk, ga maar door. Heerlijk, ja. En
- 41:46Speaker 3: die drone, ik zette hem op vijf meter. En die
- 41:49Speaker 3: keek naar beneden. En ik liet ook zien wat hij
- 41:51Speaker 3: dan allemaal aan het doen was in zijn brein. En
- 41:53Speaker 3: die begon te landen en iedereen was onder de indruk
- 41:56Speaker 3: en begon het te klappen. En het ging mooi en
- 41:59Speaker 3: mooi en toen kwam hij dicht bij de grond... en
- 42:01Speaker 3: toen ging hij ineens heel wild op en neer zwiepen.
- 42:04Speaker 3: En toen begon iedereen te lachen. Nou, laten we dit
- 42:06Speaker 3: nog eventjes niet gaan doen op Mars. Maar ik zelf
- 42:09Speaker 3: zat natuurlijk van, waarom gebeurt dat
- 42:11Speaker 2: nou? Ja, precies, waarom
- 42:11Speaker 3: gebeurde dat? Nou, dat heeft me echt heel lang geduurd
- 42:13Speaker 3: om daarachter te komen. Ik dacht eerst van, ja, er
- 42:17Speaker 3: is een effect, dat noemen ze het grondeffect... dat als
- 42:19Speaker 3: je dicht bij de grond komt... Dan wordt de aerodynamica
- 42:23Speaker 3: iets anders, omdat de lucht eigenlijk weer kaatst op de grond.
- 42:26Speaker 3: Maar dat was het niet. Want ook als ik het
- 42:29Speaker 3: in simulatie deed, zag ik het zonder lucht, weet je wel.
- 42:33Speaker 3: En ik dacht eerst van, ja, zijn mijn algoritmes van
- 42:36Speaker 3: het zicht, weet je wel... zijn die niet goed genoeg?
- 42:38Speaker 3: Maar ja, nogmaals, ook in simulatie gebeurde het ook. Dus
- 42:42Speaker 3: uiteindelijk kwam ik erachter dat het echt gewoon een fundamenteel
- 42:46Speaker 3: iets is... beweging gebruikt, dus dat groter worden bijvoorbeeld... dan
- 42:51Speaker 3: ontsnap je er niet aan dat je op een gegeven
- 42:53Speaker 3: moment gaat overreageren. En het blijkt dat menselijke piloten dat
- 42:57Speaker 3: ook hebben. Als zij op zicht vliegen, dan gaat dat goed...
- 42:59Speaker 3: maar als ze heel dichtbij komen, dan hebben ze de neiging...
- 43:02Speaker 3: om te snel te gaan sturen. En dat komt omdat beweging...
- 43:08Speaker 3: als je het allemaal gaat uitwerken met de formules... dan
- 43:10Speaker 3: is het niet snelheid, het is niet afstand... maar het
- 43:13Speaker 3: is snelheid gedeeld door afstand. Je kunt je voorstellen, als
- 43:16Speaker 3: die afstand steeds lager wordt... dan ga je op een
- 43:19Speaker 3: gegeven moment delen door nul. Of iets dat heel dicht
- 43:21Speaker 3: bij nul zit. Dus dan krijg je gigantische getallen. En
- 43:24Speaker 3: het coole was, ik ging toen terug in de biologische artikels...
- 43:27Speaker 3: en ik zag... in de individuele landingen, dat ze dat
- 43:32Speaker 3: soort hobbeltjes ook hadden. Die bijen als ze gingen landen.
- 43:36Speaker 3: Die gingen ook een beetje hobbelen. En eerst vond ik
- 43:39Speaker 3: het frustrerend, want ik denk van... we kunnen dus nooit
- 43:40Speaker 3: goed landen, maar die bijen doen het ook. En toen
- 43:43Speaker 3: dacht ik van, hé, dit is misschien geen bug, maar
- 43:46Speaker 3: een feature. Als je merkt dat je gaat oversturen, dan
- 43:49Speaker 3: weet je dat je er bijna bent. Dus ik kon
- 43:51Speaker 3: toen ook wiskundig aantonen dat... als je gaat schommelen, dat
- 43:55Speaker 3: is altijd op dezelfde afstand... En dat was eigenlijk ook
- 43:58Speaker 3: een soort oplossing van hoe bijen... Want wat ze bij
- 44:00Speaker 3: bijen zagen was, dan gingen ze landen... en dan gingen
- 44:02Speaker 3: ze altijd op 7 centimeter stilhangen. Terwijl uit die optische
- 44:08Speaker 3: observaties kun je helemaal geen afstand weten. Maar nu konden
- 44:11Speaker 3: we dus aantonen hoe dat dan werkte. En zeg alsjeblieft
- 44:14Speaker 3: dat jouw drones nu zo landen. Ja, dus mijn drones
- 44:17Speaker 3: landen zo, weten dat ze er zijn... en kunnen dan
- 44:19Speaker 3: de motoren uitzetten. En je kunt ook, en dat is
- 44:21Speaker 3: ook heel cool... Als je dus meerdere keren landt op
- 44:26Speaker 3: een bepaald soort bloem... een nieuwe bloem die je nog
- 44:28Speaker 3: nooit gezien hebt... kun je ook leren hoe groot die
- 44:30Speaker 3: bloem is eigenlijk. En dan kun je steeds vloeiender gaan landen.
- 44:34Speaker 3: En dus een soort leerproces waarbij je begint eerst met beweging...
- 44:39Speaker 3: en je kunt op elke bloem landen, maakt niet uit
- 44:41Speaker 3: hoe die eruit ziet... want dat groter worden geldt voor
- 44:43Speaker 3: elke bloem. Maar als je nou honderd keer op dezelfde
- 44:46Speaker 3: bloem landt... waarom zou je er niet van leren hoe
- 44:47Speaker 3: die bloem eruit ziet... zodat je de volgende keer vloeiender
- 44:50Speaker 3: kunt landen. En dat kan onze drone dus nu ook...
- 44:53Speaker 3: Er is nog steeds de hypothese over bijen... waarvan ik
- 44:56Speaker 3: hoop dat een bioloog het op gaat pikken... van kunnen
- 44:58Speaker 3: we dit aantonen dat ze ook steeds vloeiender gaan landen...
- 45:01Speaker 3: omdat ze de bloem leren. Misschien luisteren er wel veel biologen. Zeker,
- 45:05Speaker 3: luisteren biologen.
- 45:06Speaker 2: Ben je al genomineerd voor de Nobelprijs als ik dit
- 45:09Speaker 2: allemaal hoor?
- 45:09Speaker 3: Nog niet,
- 45:10Speaker 2: maar... Dat is ook schandalig
- 45:11Speaker 3: Weet je, als jullie een mailtje kunnen zien... Ik
- 45:13Speaker 1: vind het echt
- 45:14Speaker 3: schandalig dat het
- 45:15Speaker 1: niet zo is. Precies, maar... Ja, ga maar, Ben. We
- 45:19Speaker 2: hebben het nu over kassen. We moeten even, want we
- 45:23Speaker 2: vinden mensen altijd belangrijk. Ik vind dat totaal niet belangrijk,
- 45:25Speaker 2: want het is gewoon gaaf onderzoeken. En wat we er
- 45:27Speaker 2: uiteindelijk mee doen. Al doe je er helemaal niks mee
- 45:29Speaker 2: in je leven. Maar heel veel mensen vinden het belangrijk,
- 45:31Speaker 2: want er gaat allemaal geld naartoe. En dan vinden ze
- 45:33Speaker 2: dat het dan... dus nut moet hebben... naast kassen, bijvoorbeeld
- 45:38Speaker 2: schimmels ontdekken... of bestuiven, weet ik wat ze allemaal doen
- 45:41Speaker 2: in kassen... zijn er nog meer toepassingen?
- 45:44Speaker 3: Ja, ik denk dat er heel veel toepassingen zijn... omdat
- 45:46Speaker 3: je heel vaak hebt dat een robot iets moet doen...
- 45:49Speaker 3: maar ook weer terug moet komen om bijvoorbeeld op te laden. Ja,
- 45:52Speaker 2: natuurlijk
- 45:53Speaker 3: Dus bijvoorbeeld, ik noem maar iets... een plein waar je
- 45:55Speaker 3: wil dat lopende robotjes afval opruimen of zo... dan lopen
- 45:59Speaker 3: die robotjes rond, ze pakken afval... en dan moeten ze
- 46:01Speaker 3: ook weer terug kunnen komen om weer op te laden...
- 46:05Speaker 3: Met dank aan deze techniek kun je dat doen met
- 46:07Speaker 3: heel weinig.
- 46:08Speaker 2: Ja, energiezuiniger
- 46:10Speaker 3: vooral. Al die drones, robotjes, anders moeten ze hele kaarten hebben.
- 46:13Speaker 3: Dat hoeft niet meer. Nee, precies. Het is eigenlijk best robuust,
- 46:16Speaker 3: omdat je niet een kaart maakt. En het is heel efficiënt.
- 46:20Speaker 3: Maar je kunt ook denken aan magazijnen. Dus als ik
- 46:22Speaker 3: weer even naar vliegende robots terug ga. In magazijnen is
- 46:25Speaker 3: vaak de uitdaging van... wat ligt er aan producten nog
- 46:28Speaker 3: op welk schap? En ook heel hoog. Vroeger moest dan
- 46:32Speaker 3: zo'n heel warenhuis dicht. En dan konden ze met de
- 46:35Speaker 3: hoogwerker even overal checken. Nu, in de toekomst, kun je
- 46:39Speaker 3: gewoon hele lichte drones hebben... die eigenlijk continu rondvliegen. Checken
- 46:43Speaker 3: wat er allemaal op de verschillende schappen ligt. En dan
- 46:45Speaker 3: weer terugkomen, opladen. En dan heb je eigenlijk real-time informatie
- 46:48Speaker 3: over wat je in je magazijn hebt. Maar ik denk
- 46:52Speaker 3: ook aan windmolenparken, dus... inspectie van windmolens... Die zijn best
- 46:58Speaker 3: wel groot. Die zijn heel groot. Dan moet je er
- 47:00Speaker 3: met een boot naartoe. En vroeger moesten dan mensen er
- 47:03Speaker 3: ook nog eens in gaan zitten klimmen. Nu gebeurt dat
- 47:06Speaker 3: al vaak met roos. Maar ik hoorde ook van zo'n
- 47:08Speaker 3: bedrijf dat daaraan werkt. Vroeger deed je één windmolen per dag.
- 47:13Speaker 3: Met een drone doe je er nu misschien vijf. Maar
- 47:15Speaker 3: het duurste is dan altijd die boot op en neer.
- 47:18Speaker 3: Wat als je bij zo'n windmolenpark ook een korf met
- 47:21Speaker 3: drones hebt... die er af en toe uitvliegen, die inspecties doen...
- 47:25Speaker 3: terugkomen en weer landen daar. Dus ik denk echt dat
- 47:29Speaker 3: er heel veel mogelijkheden zijn... waar dit nuttig kan zijn.
- 47:34Speaker 3: En we moeten wel nog stappen maken... dat we nog
- 47:37Speaker 3: preciezer weten van waar het werkt. te laten werken. Dus
- 47:42Speaker 3: er is echt nog wel een traject natuurlijk om te gaan.
- 47:45Speaker 3: En waar werkt het nu goed? Nou, het werkt in
- 47:48Speaker 3: de binnenruimtes waar we het geprobeerd hebben heel erg goed.
- 47:53Speaker 3: En ja, tot nu toe 100%, maar goed, 100% is
- 47:56Speaker 3: altijd een beetje... Ja, dat maakt ook niet uit of
- 47:59Speaker 3: het 99% is. Nou ja, kijk... Nou, Ben. We hebben
- 48:04Speaker 3: ook wel in een kassa al getest... Maar dat was
- 48:07Speaker 3: echt heel uitdagend, omdat het een vrij open kas was.
- 48:11Speaker 3: Maar het was ook een kas waar we deden de leervlucht.
- 48:13Speaker 3: En na de leervlucht ging er
- 48:17Speaker 2: schermen.
- 48:18Speaker 3: Waardoor het echt heel donker werd. En dan paars licht
- 48:21Speaker 3: ging eraan. Dus er zijn dan uitdagingen. Ook buiten is
- 48:25Speaker 3: het nog uitdagend. Dus dan werkt het voor 80 procent.
- 48:28Speaker 3: Dat moet echt omhoog. Dus waarom werkt het buiten niet
- 48:31Speaker 3: zo goed? Omdat er heel veel wind stond, de zon
- 48:33Speaker 3: verandert veel... En dus moeten we naar een ander camera
- 48:36Speaker 3: systeem toe. Maar daar zijn we allemaal aan het werken.
- 48:39Speaker 3: En ook als je dit naar een product uiteindelijk moet brengen,
- 48:41Speaker 3: zijn er echt nog wel ontwikkelingsslagen. Maar het concept op
- 48:44Speaker 3: zich kan denk ik op heel veel plekken gewoon heel
- 48:47Speaker 3: goed
- 48:47Speaker 1: werken. Hoe is het sowieso qua synergie binnen de TU Delft?
- 48:51Speaker 1: Want ik kan me nog herinneren, vorig jaar in de
- 48:54Speaker 1: technoloog hebben wij Christophe de Waal. Wachter gesproken. Die ken
- 48:57Speaker 1: je ongetwijfeld ook. Dat is mijn directe kleukollega. Kijk, precies.
- 49:00Speaker 1: Dat ging over drone racen. Heb jij daar toen ook
- 49:05Speaker 1: aan meegewerkt? Het was het wereldkampioenschap. Het heette anders, maar
- 49:10Speaker 1: het was in Dubai uit mijn hoofd. In een golfstaat.
- 49:12Speaker 3: Abu Dhabi. Ik doe dat samen met Christophe. We hebben
- 49:16Speaker 3: heel veel dingen samen gedaan. Drone racen doen we sinds 2016. Inderdaad.
- 49:22Speaker 3: De reden om te beginnen aan drone racen was voor
- 49:26Speaker 3: mij ook... je zag toen dat drones autonoom werden... maken
- 49:31Speaker 3: van kaarten en heel veel rekenkracht... en dan zag je
- 49:34Speaker 3: ze vliegen een paar centimeter per seconde of zo. Ik dacht,
- 49:38Speaker 3: als je naar de natuur kijkt, die lachen ons uit.
- 49:41Speaker 3: En drone racen is juist iets waarbij je snel moet zijn...
- 49:44Speaker 3: snel moet reageren, je hebt weinig rekenkracht... maar je moet
- 49:47Speaker 3: wel split-second decisions, besluiten nemen. En daarom zijn we erin
- 49:52Speaker 3: gestapt om te laten zien... hoe biologisch geïnspireerde methodes, zoals
- 49:57Speaker 3: die neurale netwerken... daar eigenlijk heel goed kunnen functioneren. En
- 50:03Speaker 3: samen met Christophe hebben we allerlei successen... en ook failures
- 50:12Speaker 3: gehad over de jaren. Maar de laatste jaren gaat het
- 50:15Speaker 3: heel erg goed. En we hebben nu dit jaar in januari...
- 50:22Speaker 3: hebben we zelfs een oplossing gepresenteerd die volledig noraal is.
- 50:26Speaker 3: Dus plaatjes gaan in een noraal netwerk en commando's naar
- 50:30Speaker 3: de motoren eruit. En dan kan dat noraal netwerk sneller
- 50:34Speaker 3: vliegen dan menselijke piloten. Maar goed, we werken dus heel
- 50:38Speaker 3: veel samen. Ja,
- 50:39Speaker 1: precies. Wat ik dus ook geleerd heb van je antwoord...
- 50:44Speaker 1: je hebt er min of meer antwoord op gegeven... is
- 50:46Speaker 1: dat dat racen... dat helpt dus ook deze use case.
- 50:51Speaker 1: Omdat je dus dat hele snelle reageren nodig hebt. Dat
- 50:53Speaker 1: is dus eigenlijk hetzelfde idee. Hoe snel gaan de bijtjes?
- 50:58Speaker 3: Eh... Dat weet ik niet precies. Kijk, en je hebt
- 51:02Speaker 3: natuurlijk absolute snelheid van hoeveel kilometer per uur... maar je
- 51:05Speaker 3: hebt ook hoeveel lichaamslengtes per seconde. Dus ze vliegen echt
- 51:09Speaker 3: wel snel voor hun lichaam.
- 51:11Speaker 1: Nee, maar
- 51:12Speaker 3: ik bedoelde jou bij drones eigenlijk. Nou ja, kijk, bij
- 51:16Speaker 3: het racen vliegen we over de 100 kilometer per uur. Ja,
- 51:18Speaker 3: maar die zijn een stuk groter, toch? Nou ja, kijk
- 51:22Speaker 2: Iets kleiner dan ongeveer 10 centimeter, dacht ik toch? Ach.
- 51:25Speaker 3: Nou ja, oké. Dus waar we mee drone racen is
- 51:28Speaker 3: een gewone drone van laten we zeggen ongeveer 30 centimeter
- 51:33Speaker 3: diameter of zo. We hebben de studie voor het bijennavigatie
- 51:39Speaker 3: ook met zo'n drone gedaan. En de reden daarvoor was
- 51:41Speaker 3: dat we buiten echt 600 meter wilden vliegen. Ja, dan
- 51:45Speaker 3: heb je gewoon een iets grotere drone nodig. Het principe
- 51:50Speaker 3: past in een heel kleine chip. Dus we zijn eigenlijk
- 51:52Speaker 3: nu de stap aan het maken naar kleine droontjes van
- 51:54Speaker 3: 10 centimeter met een mini chipje. Het is voor mij
- 51:58Speaker 3: eigenlijk geen vraag of dat gaat lukken. Dat gaat lukken,
- 52:01Speaker 3: maar die stap zijn we nu aan het maken om
- 52:03Speaker 3: dat dan ook echt aan te tonen. Tijdens het navigeren
- 52:08Speaker 3: vliegen we wel iets langzamer. Het coole is wel dat
- 52:11Speaker 3: stappen tellen... dat voorbij trekken van het landschap, dat kan
- 52:15Speaker 3: heel snel. We vliegen 600 meter. Als we dan terugkomen
- 52:18Speaker 3: kunnen we heel snel terugvliegen met die odometrie. Maar als
- 52:21Speaker 3: we dan denken van we zijn er... en dan gaan
- 52:24Speaker 3: we kijken en bewegen, dan gaan we langzamer. En je
- 52:26Speaker 3: ziet dat in de bijendata dus ook terug... Want we
- 52:29Speaker 3: hebben met biologen samengewerkt daar. En die hadden echte bijendata.
- 52:33Speaker 3: En dan zag je ook dat ze in het eerste
- 52:35Speaker 3: gedeelte veel sneller vliegen. En als ze dan dichtbij komen,
- 52:38Speaker 3: dan beginnen ze te kijken. En er is nog iets
- 52:41Speaker 3: heel moois aan dat leren met de domotrie trouwens. Als
- 52:47Speaker 3: je leert met dat stappentellen, dat stappentellen is inaccuraat. Dus
- 52:51Speaker 3: je zou ook kunnen zeggen, waarom doe je dat? Je
- 52:54Speaker 3: zegt dan tegen je netwerk, het nest is daar. Maar
- 52:56Speaker 3: eigenlijk is het nest daar. En dat is geen probleem.
- 53:01Speaker 3: Zolang het binnen de 90 graden weg is van het nest,
- 53:04Speaker 3: kom je thuis. Maar je gaat niet recht naar je
- 53:07Speaker 3: nest toe. Je gaat dan een beetje zo ernaartoe cirkelen.
- 53:10Speaker 3: Een beetje wat kronkeltjes. En dat is ook precies wat
- 53:13Speaker 3: we op de bijendata ook onderzocht hebben. En wat we
- 53:16Speaker 3: ook zagen, dat tijdens het eerste gedeelte kom je heel
- 53:19Speaker 3: snel terug. En je vliegt ook heel erg recht terug.
- 53:22Speaker 3: Maar zodra je dan in dat gebied komt, zodra die
- 53:24Speaker 3: bijen in dat gebied komen, zie je ze ook veel
- 53:26Speaker 3: meer kronkelpaadjes en langzamer vliegen
- 53:31Speaker 2: Wat doet de natuur slim en mooi? Daar kunnen we
- 53:35Speaker 2: heel veel van leren. Wat doet de natuur echt dom?
- 53:38Speaker 2: Wat heb je ontdekt dat je dacht van... Tjongejonge zeg. Mens,
- 53:42Speaker 2: dat doen wij echt wel veel beter
- 53:45Speaker 3: Nou ja, kijk... Je hebt ook wel eens dat je
- 53:48Speaker 3: zo'n vlieg tegen je raam ziet botsen. Wat dom dat
- 53:51Speaker 3: je tegen mijn raam vliegt. Wat doe je? Wat ben
- 53:54Speaker 3: je hier mee bezig? En dat je ook zo'n raam openzit. Ja,
- 53:57Speaker 3: daar is het raam.
- 53:58Speaker 1: Ja, dat hij er niet uit
- 54:00Speaker 3: gaat. Dan gaat hij zomaar
- 54:01Speaker 1: naast of zo. Ja, dat is waar.
- 54:02Speaker 3: Dat
- 54:03Speaker 2: doet een
- 54:03Speaker 3: vlieg. Maar het is natuurlijk een soort afweging. Je betaalt
- 54:08Speaker 3: altijd iets. Ik vind het echt prachtige, superintelligente wezens. Maar,
- 54:14Speaker 3: weet je... Als je dus zo'n klein breintje hebt, je
- 54:17Speaker 3: gaat bepaalde aannames doen. Kijk, en bijvoorbeeld ramen bestaan nog
- 54:21Speaker 3: niet zo lang, evolutionair gezien. Ze moeten evolueren dat ze
- 54:25Speaker 3: ook ramen herkennen natuurlijk. Nou, ik weet niet of dat
- 54:27Speaker 3: gaat evolueren, want misschien is het dat het niet waard.
- 54:29Speaker 3: Weet je wel, dus die ene bij die bij jou
- 54:30Speaker 3: binnenvliegt en niet meer naar buiten kan. Misschien is dat
- 54:33Speaker 3: prima voor evolutie. Ja, het is jammer, maar je had
- 54:35Speaker 3: ook opgegeten kunnen worden door een vogel. Dus misschien gaat
- 54:38Speaker 3: dat ook niet evolueren. En we hebben dat eigenlijk bij
- 54:42Speaker 3: ons onderzoek ook. Dus als ik heb over die kaarten. Ja,
- 54:46Speaker 3: die zijn heel duur. Het brengt wel iets. Want je
- 54:48Speaker 3: kunt een optimaal pad gaan plannen. Dat kan onze bij niet.
- 54:51Speaker 3: Onze drone kan dat niet. Dus we betalen wel iets.
- 54:53Speaker 3: We kunnen alleen terug nu op dit moment. En waar
- 54:57Speaker 3: we naar gaan kijken nu is van. Die bijen hebben
- 55:00Speaker 3: meerdere bloemenvelden. Waar de biologen heel erg veel discussies over hebben.
- 55:04Speaker 3: Want dat is nog geen uitgemaakte zaak. is als zo'n
- 55:08Speaker 3: bijtje ziet zo'n dansje... Gaat naar een bloemenveld. Stel het bloemenveld,
- 55:11Speaker 3: er is geen nectar meer. Er zijn al helemaal bezochte
- 55:13Speaker 3: andere bijtjes. Kan hij dan in één keer naar een
- 55:16Speaker 3: ander bloemenveld? Dat is eigenlijk een grote
- 55:19Speaker 2: vraag.
- 55:19Speaker 3: Want
- 55:19Speaker 2: hij moet eerst terug
- 55:21Speaker 3: dansen. Hij moet eerst terug dansen, daar moet hij naartoe.
- 55:24Speaker 3: Nou ja, dat is de vraag. Moeten ze eerst terug?
- 55:26Speaker 3: Of kunnen ze dan ineens zeggen van deze is leeg?
- 55:28Speaker 3: Dat weten ze nog niet. Dat weten ze nog niet goed.
- 55:30Speaker 3: En dat is een hele grote vraag. Want als ze
- 55:32Speaker 3: wel naar een ander bloemenveld kunnen... dan volgens de definitie
- 55:36Speaker 3: van de bioloog... hebben ze dan toch een soort heel
- 55:37Speaker 3: ruwe kaart... En dat is ook een van de stappen
- 55:40Speaker 3: waar wij naar gaan kijken. Nu moet onze robot altijd
- 55:43Speaker 3: eerst terug. Maar kan ons netwerk ook misschien meerdere plekken?
- 55:50Speaker 3: Dat zijn ook dingen waar wij over na gaan denken.
- 55:53Speaker 3: En dan brengen we eigenlijk een kaart, en dat is
- 55:56Speaker 3: wel cool aan robotica... van oké, we kunnen dit in
- 55:59Speaker 3: de robot. Dat weet ik zeker. We kunnen het in
- 56:00Speaker 3: de robot voor elkaar krijgen. Maar de vraag is, wat
- 56:02Speaker 3: kost het? En dat kunnen wij heel duidelijk in kaart brengen...
- 56:06Speaker 3: en daarmee de biologen helpen. Is dat het eigenlijk waard?
- 56:10Speaker 3: Dus jullie gaan uiteindelijk... nu helpen de biologen vooral jou... Ja,
- 56:14Speaker 3: ze helpen ons. Ik moet zeggen, met deze studie dragen
- 56:17Speaker 3: we allerlei nieuwe ideeën aan. Dus bijvoorbeeld dat je met
- 56:19Speaker 3: odometrie leert. En dat dat niet perfect is. En dat
- 56:22Speaker 3: je daardoor niet recht naar je nest toe vliegt. Is
- 56:26Speaker 3: iets wat biologen kunnen gaan testen. Dus ook daar, als
- 56:28Speaker 3: biologen luisteren. Ik heb ook wel een paar ideeën over
- 56:32Speaker 3: hoe je dat zou kunnen testen. Natuurlijk gaan we de
- 56:34Speaker 3: baai dan weer een beetje pesten. Dat is misschien in
- 56:36Speaker 3: de naam van de wetenschap toegestaan. Maar dat zou je
- 56:39Speaker 3: kunnen testen op bepaalde manieren. En ja, dus daar geven
- 56:43Speaker 3: we eigenlijk al ideeën. Maar ook hier hopen we dat
- 56:46Speaker 3: dit biologen ook helpt om zaken heel scherp te krijgen.
- 56:50Speaker 1: Ja.
- 56:51Speaker 3: We hebben nog
- 56:52Speaker 1: 3,5 minuten, Ben. Ik heb nog wel een aantal kleutervragen.
- 56:55Speaker 1: Doe maar even kleutervragen. Ik wilde nog
- 56:58Speaker 2: vragen over de positie ten opzichte van de aarde. Hoe
- 57:03Speaker 2: we dat doen. Dat is allemaal van die detail en
- 57:05Speaker 2: techniek die we hebben overgeslagen. Dus doe maar de kleutervragen.
- 57:08Speaker 1: Ja, kijk, ik moest direct denken aan die Black Mirror aflevering. Ja,
- 57:12Speaker 1: ik ook. In je oor met al die insecten. Ja,
- 57:14Speaker 1: dat allebei zijn uitgestort. Allebei zijn verhekt. Weet je welke
- 57:19Speaker 1: aflevering ik bedoel? Ja, ik weet het heel goed. Dat
- 57:21Speaker 1: hoor je natuurlijk iedere week. Gaan we daarheen. Kan dit.
- 57:28Speaker 1: Gaan we neer bij je hekken. Kijk we hebben nu.
- 57:30Speaker 1: Dat hebben we toen met Christophe natuurlijk ook weer voor
- 57:32Speaker 1: zijn voeten geworpen. Vorig jaar. Maar we zijn natuurlijk in Oekraïne.
- 57:36Speaker 1: Dat gaat helemaal los met die drones daar. Nog steeds.
- 57:39Speaker 1: En het wordt steeds bijzonderder. Ja. Als ze daar met
- 57:43Speaker 1: zulke kleine bijtjes in elkaars oor kunnen vliegen. Dan wordt
- 57:46Speaker 1: het een top idee.
- 57:48Speaker 3: Oké, ja, dat zijn op zich veel vragen. Ja, reageer
- 57:52Speaker 3: maar eens. Ja, reageer maar eens. Tweeënhalve minuut. Kijk, ten eerste,
- 57:57Speaker 3: het is gewoon een heel belangrijke technologie. En ik denk economisch.
- 58:01Speaker 3: Ik heb zelf allerlei toepassingen in gedachten waar we ook
- 58:03Speaker 3: aan werken. Waarbij ik denk dat je heel positieve impact
- 58:05Speaker 3: op de maatschappij kunt hebben. Ik denk ook wel, ja,
- 58:08Speaker 3: Oekraïne maakt wel duidelijk... dat dit ook voor militaire toepassing
- 58:12Speaker 3: heel erg belangrijk is. En dat we op deze technologie
- 58:15Speaker 3: kunnen maar beter vooraan lopen, zou ik zeggen. Want dat
- 58:19Speaker 3: is natuurlijk ook een toepassing van de technologie. Precies dit
- 58:23Speaker 3: wat we hebben ontwikkeld trouwens... Vraag ik me af, want
- 58:25Speaker 3: je
- 58:26Speaker 4: komt
- 58:26Speaker 3: terug. Maar wel misschien om rond een basis bijvoorbeeld te checken.
- 58:32Speaker 3: Wat gebeurt er rond een basis en dan weer terug
- 58:33Speaker 3: te komen. Op verkenning is het misschien wel heel interessant.
- 58:38Speaker 3: Op verkennen en terugkomen, maar hij komt wel terug. Er
- 58:43Speaker 3: zou misschien ook gevolgd kunnen worden terug. Dat wil je
- 58:45Speaker 3: dan misschien wel niet. Ik weet niet of het direct
- 58:47Speaker 3: daartoe pasbaar is. Maar op zich is drone technologie natuurlijk... Ja,
- 58:51Speaker 3: ook militair toepasbaar. En we moeten daar gewoon als Nederland
- 58:53Speaker 3: en Europa ook in voorop lopen. En jammer genoeg ook
- 58:57Speaker 3: op deze toepassing. Maar
- 58:59Speaker 1: dan ben ik wel, dan is het een iets minder
- 59:00Speaker 1: kleuterachtige vraag. Want ik ben blij dat ik hem toch
- 59:02Speaker 1: heb gesteld. Leeft dat op de TU dat jullie deze
- 59:06Speaker 1: technologieën aan het ontwikkelen zijn? Het is overduidelijk dat dit
- 59:08Speaker 1: natuurlijk onwijs gave... waar we de afgelopen 58 minuten over
- 59:11Speaker 1: hebben gehad. En belangrijke toepassingen, allerlei dingen die we... kunnen
- 59:15Speaker 1: gaan gebruiken. Maar leeft toch die dual use? Leeft dat
- 59:18Speaker 1: ook bij jullie? Is dat meer een ding geworden de
- 59:20Speaker 1: afgelopen jaren?
- 59:21Speaker 3: Nou ja, heel erg natuurlijk. Daar zijn we heel erg
- 59:23Speaker 3: mee bezig. Ja, het is ethisch natuurlijk best wel ingewikkeld ook.
- 59:29Speaker 3: Want eigenlijk het meeste wat je aan technologie ontwikkelt... voor
- 59:33Speaker 3: bijvoorbeeld drones, is natuurlijk dual use. Dus ik denk wel
- 59:39Speaker 3: dat wat je ziet is dat er steeds meer besef is...
- 59:42Speaker 3: ook in de maatschappij, van ja, we hebben dit wel nodig...
- 59:44Speaker 3: om onze democratie ook te beschermen. Dus ja, in die
- 59:49Speaker 3: zin denk ik dat ook die toepassing, weet je wel... ja, nogmaals,
- 59:53Speaker 3: daar moeten we toch ook in vooraan lopen. Als je
- 59:55Speaker 3: het hebt over die Black Mirror aflevering... het stemt me
- 1:00:00Speaker 3: aan de ene kant een beetje triest, zeg maar. Want
- 1:00:03Speaker 3: we maken juist kleine drones omdat ze dan veilig zijn.
- 1:00:07Speaker 3: Maar natuurlijk, ook dan kun je dat concept pakken... en
- 1:00:10Speaker 3: je kunt er altijd wel weer iets gevaarlijks van maken.
- 1:00:14Speaker 3: Ik denk niet dat het de meest... als je drones
- 1:00:16Speaker 3: voor dat doel wil gebruiken... de meest voor de hand
- 1:00:19Speaker 3: liggende manier is... Ik denk ook wat betreft bestuiving. Ja,
- 1:00:24Speaker 3: ik heb altijd gezegd van laten we in godsnaam gewoon
- 1:00:26Speaker 3: de bijen redden. En dat heeft
- 1:00:28Speaker 4: natuurlijk
- 1:00:29Speaker 3: heel veel met het milieu te maken. En impact van
- 1:00:32Speaker 3: technologieën rond ook landbouw, maar ook andere zaken. Laten we
- 1:00:37Speaker 3: in godsnaam ons best doen om de dieren te redden.
- 1:00:39Speaker 3: Die zijn echt niet zomaar te verplaatsen. En dat zou
- 1:00:43Speaker 3: ik ook niet willen. Ik denk wel dat op termijn
- 1:00:46Speaker 3: in kassen... bijvoorbeeld nu bestellen ze dan dozen met hommels...
- 1:00:50Speaker 3: op termijn zou je in kassen dat ook wellicht met
- 1:00:53Speaker 3: drones kunnen doen.
- 1:00:54Speaker 5: Ja
- 1:00:54Speaker 1: want hoe
- 1:00:54Speaker 3: diervriendelijk is dat om
- 1:00:56Speaker 1: een doos met hommels te bestellen?
- 1:00:58Speaker 3: Ja, dus ik denk wel dat daar is het misschien diervriendelijker...
- 1:01:01Speaker 3: om het uiteindelijk met drones te doen. Ik denk dat
- 1:01:02Speaker 3: we daar uiteindelijk wel komen. Maar ja, überhaupt weet je wel,
- 1:01:06Speaker 3: daar hebben we het niet eens over gehad... maar het lichaam,
- 1:01:08Speaker 3: zeg maar, een diertje eet wat... en kan dan weer
- 1:01:12Speaker 3: een eind vliegen... Ja, met batterijtjes en zo. Er zijn
- 1:01:16Speaker 3: wel groepen aan de wereld die echt op die insectgrootte werken.
- 1:01:19Speaker 3: Maar die hebben nog steeds draadjes nodig... naar een heel
- 1:01:22Speaker 3: grote batterij die daarnaast staat. Dus ook het energiesysteem van
- 1:01:26Speaker 3: hoe dieren eten...
- 1:01:28Speaker 1: Oh, daar hebben we het niet over gehad. Nee
- 1:01:29Speaker 3: shit
- 1:01:30Speaker 1: En ook de... Energiesysteem. Guido zegt nu, we lopen hier
- 1:01:35Speaker 1: op voorop. Hoe is het wereldwijd? Even de wereldkaart. We
- 1:01:37Speaker 1: zijn al hartstikke over tijd, maar het maakt me niet uit.
- 1:01:40Speaker 3: Nou ja, ik denk dat we op zich op allerlei
- 1:01:44Speaker 3: technologieën mee voorop lopen. Bij de drone race zijn we
- 1:01:46Speaker 3: bijvoorbeeld wereldkampioen. Ik hoop dat we het ooit met menselijk
- 1:01:50Speaker 3: voetbal zullen worden. Wat vind
- 1:01:52Speaker 2: je nou belangrijker, met
- 1:01:54Speaker 3: drones of met menselijk voetbal? Drones toch? Ja, weet ik niet.
- 1:01:57Speaker 3: Drones is waarschijnlijk belangrijker. Voor jou wel, je moet die
- 1:01:59Speaker 3: Nobelprijs winnen. Oh ja, inderdaad. Dus ja, we lopen daar
- 1:02:04Speaker 3: mee voorop. Maar er zijn natuurlijk heel veel landen, heel
- 1:02:08Speaker 3: veel groepen over de wereld... die heel erg goed zijn
- 1:02:10Speaker 3: in dit gebied. Ja, ik denk wel van... het is
- 1:02:15Speaker 3: wel goed als we dat blijven stimuleren, ook in Nederland.
- 1:02:18Speaker 3: Daar kunnen we heel
- 1:02:19Speaker 2: veel
- 1:02:20Speaker 3: gesprekken over hebben.
- 1:02:21Speaker 1: Daar word
- 1:02:21Speaker 3: ik natuurlijk van.
- 1:02:22Speaker 2: Heb je trouwens nog wensen? Heb je iets nodig zodat
- 1:02:25Speaker 2: je meer kan ontwikkelen? Of is het zo oké, je
- 1:02:28Speaker 2: moet gewoon meters maken?
- 1:02:30Speaker 3: Ja, dus dan hebben we het toch over dat onderwerp.
- 1:02:34Speaker 3: Dingen testen is in Nederland nog best wel moeilijk. Omdat
- 1:02:37Speaker 3: mensen het niet willen? Mensen niet, maar veiligheid is extreem belangrijk.
- 1:02:43Speaker 3: Ook voor ons. Maar het is best wel moeilijk om
- 1:02:47Speaker 3: buiten testen te doen. In de toekomst willen we misschien drones...
- 1:02:51Speaker 3: die ook pakketjes bezorgen in een stad of zo. Maar
- 1:02:54Speaker 3: het regelen van een test als universiteit om dat te
- 1:02:58Speaker 3: kunnen doen... Het is heel erg ingewikkeld, het is heel
- 1:03:01Speaker 3: veel papierwerk. Oké,
- 1:03:03Speaker 2: dus
- 1:03:03Speaker 3: dat moet
- 1:03:05Speaker 4: weg.
- 1:03:05Speaker 3: Ja,
- 1:03:05Speaker 4: dus voor het straks
- 1:03:06Speaker 3: vliegen, we hadden het over sterren. Het is ook iets
- 1:03:08Speaker 3: waar we met de overheid echt in contact staan hierover.
- 1:03:10Speaker 3: En op zich steunen ze dit natuurlijk. Maar tegelijkertijd is
- 1:03:15Speaker 3: het ook wel heel moeilijk om een test te doen.
- 1:03:16Speaker 3: Dat je s'nachts mag vliegen of over
- 1:03:19Speaker 1: een frontaatgebied. Ja, maar dit gaat voor alles
- 1:03:21Speaker 3: Dit is toch het allerbelangrijkste? Het is heel belangrijk, dus
- 1:03:24Speaker 3: ik vind dat we daar echt
- 1:03:26Speaker 1: iets
- 1:03:26Speaker 3: meer ruimte aan moeten bieden
- 1:03:28Speaker 3: Wel altijd veilig, dus veiligheid nogmaals staat altijd voorop. Maar ja,
- 1:03:33Speaker 3: je moet echt wel meer mogelijkheden daarvoor krijgen.
- 1:03:37Speaker 2: Mooi. Nou, we hebben een toekomstige Nobelprijswinnaar hier. Ik ook.
- 1:03:43Speaker 2: Echt
- 1:03:43Speaker 1: fantastisch, Guido.
- 1:03:44Speaker 2: Guido, wil je ons beroven dat je ons op
- 1:03:46Speaker 1: de
- 1:03:46Speaker 2: hoogte houdt hiervan? Ja, is echt heel goed. Alle ontwikkelingen,
- 1:03:48Speaker 2: dit vinden we fantastisch.
- 1:03:49Speaker 3: Jullie maken me wel heel verlegen allemaal met jullie. Nee,
- 1:03:53Speaker 3: was heel leuk om hierover te spreken. Ja, bedankt. Ja, dankjewel.
- 1:03:56Speaker 1: Daniel, jij ook bedankt trouwens. Ja, dit was Guido de Kroon.
- 1:03:59Speaker 1: Full professor, wat was het? Micro Eric, moet je LinkedIn
- 1:04:02Speaker 1: er gelijk weer bij houden. AI for Drones is misschien.
- 1:04:04Speaker 1: AI for Drones? Kijk, hoppa. Aan de TU Delft. Ben
- 1:04:09Speaker 1: van den Burg. Ja. 2e op het WK Allround in
- 1:04:12Speaker 1: 1991 of zo. 90. 90, prima. Tot volgende week.