Latest / Kleuter Podcast / Circus | Kleuterpodcast #33
Transcript
- 0:00Speaker 1: Welkom bij een nieuwe kleuter podcast.
- 0:04Speaker 2: My. Er zit wat op je neus.
- 0:08Speaker 2: hebben een hele rode neus. Waar gaan we het over
- 0:10Speaker 2: hebben vandaag? Over.
- 1:04Speaker 2: Ja. We zeiden het al. Het gaat over het circus. Myrthe.
- 1:07Speaker 2: Jij hebt voor de show eventjes je rode neus meegenomen. Ja. Ja.
- 1:11Speaker 2: Je hebt een hele mooie rode neus. En als je
- 1:13Speaker 2: erin knijpt, dan maakt hij ook geluid dan. Ja.
- 1:18Speaker 2: Je bent net een clown. En dat komt goed uit,
- 1:20Speaker 2: want we gaan het hebben over het circus. Myrthe Bebel
- 1:22Speaker 2: is in het circus
- 1:23Speaker 1: geweest. Ja, met jou en niet met mama en Linde.
- 1:27Speaker 2: Nee. We zijn een keertje inderdaad met z'n tweetjes geweest.
- 1:30Speaker 2: En we zijn.
- 1:30Speaker 1: Ja. Toen ging gingen de scooters door een kon je
- 1:34Speaker 1: in de scooteren.
- 1:36Speaker 2: Ja, dat waren inderdaad motoren. Die gingen heel hard erdoorheen.
- 1:39Speaker 2: Dus daar gaan we sowieso zeker ook nog even over hebben.
- 1:42Speaker 2: Maar je bent ook een keer geweest. Maar toen was
- 1:44Speaker 2: je nog iets kleiner.
- 1:45Speaker 2: En toen ben je wel met de mama geweest en
- 1:48Speaker 2: met mij en met opa en oma. Dus je bent
- 1:51Speaker 2: al 2 keer in het circus geweest. Maar bij de
- 1:52Speaker 2: eerste was je iets kleiner. En de laatste keer was
- 1:56Speaker 2: samen met mij. Ja,
- 1:57Speaker 1: dat toen was ik 4, 3.
- 2:00Speaker 2: Ja, toen ging toen was je 4, inderdaad.
- 2:03Speaker 2: rond de kerst vorig jaar zijn we geweest. Ja. Wat
- 2:06Speaker 2: is het circus eigenlijk?
- 2:07Speaker 1: Eh, dan, dan komen er clowntjes. En bij ons, bij
- 2:12Speaker 1: het circus was het clowntje echt een beetje raar. Toen
- 2:17Speaker 1: ging die van een duikplank ging die springen op een trampoline.
- 2:23Speaker 1: En toen landde hij op zijn pips. Ja,
- 2:26Speaker 2: hij viel steeds op zijn billen, he? Dat is zwaar.
- 2:28Speaker 2: Ja ja.
- 2:30Speaker 2: meestal met clowntjes, hè. Die zijn een beetje een beetje
- 2:33Speaker 2: dom eigenlijk. Ja. En een beetje grappig. Ja. Jij bent
- 2:36Speaker 2: ook een beetje een clown.
- 2:37Speaker 1: Ja, soms. Maar jij bent helemaal een clown. Jij jij.
- 2:42Speaker 1: Jij verzint soms rare dingen.
- 2:45Speaker 2: Maar ik heb geen rode neus, toch? Of wel? Nee.
- 2:48Speaker 2: Hoe herken je een clown?
- 2:50Speaker 1: Met een witte.
- 2:52Speaker 2: Ze hebben vaak een witte mond. Ja, dat klopt. Een
- 2:54Speaker 2: clown
- 2:55Speaker 1: is vaak een hoedje
- 2:56Speaker 2: op.
- 2:57Speaker 2: Een clown heeft vaker een hoedje op, zeker weten. En
- 2:59Speaker 2: niet
- 2:59Speaker 1: zomaar ogen, maar ook een beetje om zijn ogen wit. Ja.
- 3:03Speaker 1: Hij heeft een beetje flapschoenen.
- 3:05Speaker 2: Ja, hij heeft meestal flapschoenen inderdaad.
- 3:07Speaker 1: Flappende flap, flap, flap.
- 3:10Speaker 2: Praten ze normaal meestal de clowns? Nee,
- 3:13Speaker 1: een andere taal. En hoe dan?
- 3:15Speaker 2: Dat weet ik niet. Ik denk meestal dat ze met
- 3:17Speaker 2: een gek stemmetje praten. O ja. Hallo. Hallo. Ik ben
- 3:21Speaker 2: een clown. Zo praten ze toch meestal. Ja. Ja. Ja.
- 3:25Speaker 2: Kan ik toch een gekke clown nadoen.
- 3:30Speaker 2: Vroeger, toen ik klein was, weet je wat er toen
- 3:34Speaker 2: ook heel veel in het circus nog was? Nee. Heel
- 3:36Speaker 2: veel dieren. De laatste keer dat wij in het circus waren,
- 3:38Speaker 2: waren er niet zoveel dieren eigenlijk, he.
- 3:41Speaker 2: waren er alleen nog maar hondjes, denk ik. Dat weet
- 3:43Speaker 1: ik niet meer. Maar waren bij jouw circus ook olifanten.
- 3:49Speaker 2: Olifanten, paarden, um leeuwen.
- 3:54Speaker 1: Wat eten de leeuwen dan? Ja,
- 3:56Speaker 2: dan was er een leeuwentemmer. En die ging dan tussen
- 3:59Speaker 2: de leeuwen staan.
- 4:00Speaker 2: En hij ging de leeuwen dan kunstjes laten doen. Maar
- 4:03Speaker 2: nu mag dat niet meer. En weet je waarom dat
- 4:05Speaker 2: niet mag? Ja. Omdat het eigenlijk een beetje zielig is
- 4:08Speaker 2: voor de dieren. Als de dieren kunstjes doen. De dieren
- 4:10Speaker 2: horen eigenlijk geen kunstjes te doen, toch? En dan moeten
- 4:13Speaker 2: ze heel veel trainen.
- 4:15Speaker 2: Vaak was dat niet het beste voor een dier. Het
- 4:18Speaker 2: is verboden om dieren te hebben in het circus. Ik
- 4:20Speaker 2: denk dat alleen hondjes misschien nog mogen, maar dat weet
- 4:23Speaker 2: ik zelfs niet zeker of dat nog mag. Dus het
- 4:24Speaker 2: kan zijn dat als jij een boekje leest nu over
- 4:28Speaker 2: het circus. dat je heel veel dieren erin ziet staan
- 4:31Speaker 2: als paarden, olifanten, leeuwen. Maar dan weet je dus vroeger
- 4:35Speaker 2: was dat normaal, nu mag dat niet meer.
- 4:38Speaker 1: anders was er een hele leuke mevrouw meneer en mijn
- 4:42Speaker 1: vrouw gingen steeds heel snel andere kleren aandoen.
- 4:46Speaker 2: Ja. Dus elke keer als je maar eventjes een seconde
- 4:49Speaker 2: niet keek. hadden ze ineens een ander outfit aan. Heel
- 4:52Speaker 2: andere kleren. Je
- 4:53Speaker 1: mocht niet knipperen, want anders mist hij het gelijk.
- 4:57Speaker 2: Dus dan inderdaad, dan had ze een witte jurk aan.
- 5:00Speaker 2: En dan ging er een hoepel over haar heen. En
- 5:03Speaker 2: dan had ze ineens een roze trui aan. Ja. En
- 5:06Speaker 2: dan ging de hoepel weer terug over haar heen. En
- 5:09Speaker 2: dan had ze ineens een bikini? Een bikini aan. Ja.
- 5:13Speaker 2: Elke keer had ze in een keer wat anders aan.
- 5:15Speaker 2: En dat ging zo snel. En dat werd ook gezegd, hè,
- 5:18Speaker 2: dat zij de snelste
- 5:20Speaker 2: een kledingwisselaar ter wereld was. Ja. Nou, proberen we dat
- 5:24Speaker 2: wel eens na te doen, hè. Want dan zeg ik
- 5:26Speaker 2: als jij je om moet kleden, Myrthe. Net zo snel
- 5:28Speaker 2: als die mevrouw uit de circus. Lukt je dat? Nee. Nee,
- 5:30Speaker 2: je bent wel heel snel, maar zo snel ook weer niet.
- 5:33Speaker 1: Nee. Hun zijn echt de snelste
- 5:35Speaker 2: ter wereld. Ja, dat ging echt heel snel.
- 5:38Speaker 2: Dan heb je ook nog in het circus vaak acrobaten.
- 5:41Speaker 1: Ja, bij ons was er ook een kindje acrobaat.
- 5:44Speaker 2: En wat zijn acrobaten dan? Wat doen die?
- 5:47Speaker 1: Allemaal hele gevaarlijke kunstjes. Zoals wat? Weet ik niet.
- 5:53Speaker 2: Allemaal hele gevaarlijke kunstjes. En allemaal kunstjes dat je denkt Hee,
- 5:57Speaker 2: dit kan toch niet? Dat ze bijvoorbeeld met één hand
- 6:01Speaker 2: op een kop staan.
- 6:02Speaker 2: Of dat ze met de hoofden bovenop elkaar staan.
- 6:05Speaker 1: Ja. Bij ons ook nog dat ze elkaar op. Ja.
- 6:12Speaker 2: Ja. Zou ik ook eens optillen. Dat kan je toch al. Ja,
- 6:15Speaker 2: dat kan ik al
- 6:19Speaker 1: op de hoofd dat dat opgetild werd, zijn hoofd onderste
- 6:27Speaker 1: boven was.
- 6:27Speaker 2: Echt niet normaal knap.
- 6:29Speaker 2: En soms heb je ook een goochelaar.
- 6:31Speaker 1: Ja, maar dat was bij ons. Die
- 6:33Speaker 2: was er bij ons niet. Maar we hadden nog wel
- 6:36Speaker 2: een hele gevaarlijke act met motoren. Ja. Had je aan
- 6:40Speaker 2: het begin al iets over gezegd? Vertel, wat gingen ze doen?
- 6:43Speaker 2: Ze gingen met
- 6:43Speaker 1: de schans, gingen ze zo over de kooi heen. En
- 6:48Speaker 1: ze gingen ook een paar motors in in de kooi.
- 6:52Speaker 2: Ja.
- 6:53Speaker 2: Dus er was een hele grote kooi. Die was helemaal rond.
- 6:56Speaker 2: En dan gingen ze met wel vijf of zes motoren
- 6:59Speaker 2: gingen ze in de kooi hun rondjes draaien. En dan
- 7:01Speaker 2: kwam er van achter het publiek iemand op de schans.
- 7:05Speaker 2: Die over de schans heen ging, over het publiek heensprong
- 7:08Speaker 2: en over de kooi heensprong.
- 7:10Speaker 2: Dat was wel heel gevaarlijk,
- 7:11Speaker 1: he? Ja, dat is echt te gevaarlijk. Ik denk dat
- 7:15Speaker 1: dat ook acrobaten zijn. Dat
- 7:17Speaker 2: denk ik ook. In ieder geval stuntmannen. Wat betekent dat?
- 7:21Speaker 2: Stuntmannen zijn eh mannen of vrouwen. Je hebt ook stuntvrouwen,
- 7:25Speaker 2: die stunten, maar die weten hoe je een stunt moet doen.
- 7:31Speaker 2: Dus die kunnen bijvoorbeeld van heel hoog vallen. Maar als
- 7:33Speaker 2: wij dat doen, dan zijn we plat. En zij weten
- 7:36Speaker 2: precies hoe ze dat moeten doen, zodat het niet zo
- 7:38Speaker 2: gevaarlijk voor hen is.
- 7:40Speaker 2: is een heel gevaarlijk beroep. Stuntman of vrouw. Ja. Hé.
- 7:44Speaker 2: En dan is er ook nog altijd iets in het circus.
- 7:46Speaker 2: Dat vind ik ook altijd lekker. Popcorn. Ja, je hebt
- 7:50Speaker 2: altijd lekker eten in het circus, hè. Dus een popcorn
- 7:53Speaker 2: of een patatje.
- 7:54Speaker 1: Wij Wij hadden popcorn.
- 7:57Speaker 2: Ja, wij hadden popcorn. Een grote zak met popcorn. Ja. Ja,
- 8:00Speaker 2: dat hoort er wel een beetje bij. Toch? Bij het
- 8:02Speaker 1: circus. In een circustent is vaak rood met wit.
- 8:06Speaker 2: Ja, dat klopt, want het is vaak in een tent.
- 8:08Speaker 2: Dat zijn we helemaal vergeten te zeggen.
- 8:10Speaker 2: Myrthe. Ik denk dat het tijd is voor een spelletje. Ja.
- 8:14Speaker 2: En voor het spelletje gaan we lekker geluiden raden weer.
- 8:18Speaker 2: Ik dacht dat is wel weer eens leuk om te doen.
- 8:20Speaker 2: Ik heb allemaal geluiden verzameld in het circus. En jij
- 8:24Speaker 2: moet raden welke geluiden je hoort. Ben je er klaar voor?
- 8:28Speaker 1: Ja.
- 8:35Speaker 1: drum.
- 8:37Speaker 2: Dit is een drum inderdaad. Of een trommel. Dit is tromgeroffel.
- 8:41Speaker 2: En weet je wanneer ze dat doen in het circus? Nee.
- 8:43Speaker 2: Als er iets spannends is, dan doen ze
- 8:50Speaker 2: En dan gebeurt het trucje. Oké, goed geraden. De volgende.
- 8:57Speaker 2: En
- 9:06Speaker 1: Een leeuw.
- 9:08Speaker 2: Een leeuw. Inderdaad. Ja, ik zei het net al. Nu
- 9:10Speaker 2: zitten ze niet meer in het circus. Maar toen ik
- 9:12Speaker 2: klein was, was de leeuw. Die hoorde echt bij het circus.
- 9:15Speaker 1: Ja, en mijn kinderfeestje ging ook over het circus. En
- 9:19Speaker 1: toen moesten we door een vuurhoepel heen. Ja, ze
- 9:22Speaker 2: gingen er. Ja, dat gebeurde ook vaak vroeger. Dan ging
- 9:25Speaker 2: de leeuw, die sprong dan door de leeuw die sprong
- 9:28Speaker 2: dan door de vuurhoepel heen. Inderdaad. Ja. Ja. Goed gedaan. Oké,
- 9:33Speaker 2: de volgende.
- 9:36Speaker 2: En. Waar doet je dat aan denken?
- 9:39Speaker 1: Aan de neus van de clown.
- 9:41Speaker 2: Ja, aan de neus van de clown. Inderdaad. Goed gedacht. Oké.
- 9:45Speaker 2: Nou komt de volgende.
- 9:56Speaker 2: weten. Nou, wat dan? En lachen. Ja. Dit zijn allemaal
- 10:01Speaker 2: mensen die lachen. Waarschijnlijk om de clown. Waarschijnlijk heeft de
- 10:04Speaker 2: clown weer iets geks gedaan. Ja. Oké, de volgende.
- 10:15Speaker 1: De motor of of scooter?
- 10:18Speaker 2: Ja, dit zijn de motoren inderdaad. Ja, die hadden wij
- 10:20Speaker 2: in het circus. Dus die moesten zeker in de motoren.
- 10:29Speaker 1: Een.
- 10:31Speaker 2: Ja, maar je hoort nog iets ervoor. Moet je hem
- 10:34Speaker 2: nog een keer horen. Goed luisteren wat je ervoor hoort.
- 10:41Speaker 2: Weet je wat dat is wat je ervoor hoort? Nee.
- 10:45Speaker 2: Dat is maïs die aan het poppen is. En weet
- 10:48Speaker 2: je wat je dan krijgt? Nee. Popcorn. Zo. Zo wordt
- 10:52Speaker 2: popcorn gemaakt. Dus dit is het maken van popcorn. Oké,
- 10:55Speaker 2: de volgende.
- 11:11Speaker 1: geklap en gejuich. Ja.
- 11:14Speaker 2: Weet je hoe dat heet? Een groot applaus. Applaus. Inderdaad. Ja.
- 11:19Speaker 2: Het publiek krijgt geeft een groot applaus als er iets
- 11:22Speaker 2: is gedaan. Oké. En nou krijgen we de laatste. En
- 11:26Speaker 2: bij de laatste Myrthe. Dat is een geluidje uit het circus.
- 11:30Speaker 2: Maar wat het is, dat kan van alles zijn. Dus
- 11:33Speaker 2: jij mag zelf bedenken wanneer ze dit zouden doen. Ga
- 11:37Speaker 2: je gang.
- 12:08Speaker 1: En. Ik denk dat het als je nog niet op
- 12:12Speaker 1: hoeft te zitten. En als de show
- 12:14Speaker 2: klaar is. En als de show klaar is, dat kan.
- 12:16Speaker 2: Ik dacht zelf bijvoorbeeld aan een goochelaar die dan bezig is.
- 12:21Speaker 2: Dat het dan heel spannend wordt als de goochelaar bezig is.
- 12:24Speaker 2: Maar wat ik zei, het kan van alles zijn. Ja.
- 12:27Speaker 2: Dat is het leuke van je eigen fantasiegebruik. Ja. Myrthe,
- 12:31Speaker 2: je bent weer geslaagd voor het spelletje.
- 12:35Speaker 2: Nou, maar ji, jij bent geslaagd als clown. Ja. Dan
- 12:38Speaker 2: zijn we aan het einde gekomen van de kleuterpodcast. Maar
- 12:41Speaker 2: niet voordat we hebben gekeken in de brievenbus van de kleuterpodcast.
- 12:45Speaker 2: Ik heb weer wat leuke berichten binnengekregen. Zal ik er
- 12:48Speaker 2: een aantal voor je voorlezen? Ja. Ik kreeg een berichtje
- 12:51Speaker 2: van Teun, die luistert heel veel naar de kleuterpodcast. En
- 12:54Speaker 2: hij vindt vooral die met de Dino's en voertuigen het allerleukste.
- 12:58Speaker 2: En um
- 12:59Speaker 2: Hij zegt misschien ook eentje over Lego een keer. Ja,
- 13:03Speaker 2: goed idee. Goed idee. Vind ik ook. Dan kreeg ik
- 13:07Speaker 2: een berichtje van Saskia en die zegt Ik heb de
- 13:09Speaker 2: kleuterpodcast geluisterd. Over knutselen. Ik vond de squeezy heel erg
- 13:15Speaker 2: leuk als idee. Ik heb hem ook gelijk gemaakt. Is
- 13:18Speaker 2: die van jou ook zo lekker zacht? Ja.
- 13:20Speaker 2: Nou. Dat denk ik ook eigenlijk.
- 13:21Speaker 1: Welke soort heb jij gemaakt? Ik ben benieuwd welke soort
- 13:25Speaker 1: jij hebt gemaakt.
- 13:25Speaker 2: Nou, Saskia. Als je dit hoort, laat even weten welke
- 13:28Speaker 2: jij hebt gemaakt. Welke heb jij gemaakt, Myrthe?
- 13:31Speaker 1: Eh, met een strikje.
- 13:32Speaker 2: Nou, oké.
- 13:33Speaker 2: Een een
- 13:34Speaker 1: gezichtje. Een witte squeehy met een gezegje en een strikje.
- 13:39Speaker 2: Dan kreeg ik nog een berichtje binnen van Eleanor en
- 13:42Speaker 2: Eleanor die schrijft Hoi Myhe en papa. Ik luister elke
- 13:46Speaker 2: donderdag voor het slapen gaan naar de kleuterpodcast. Superleuk. Het
- 13:50Speaker 2: is heel toevallig, want het lijkt wel alsof we bijna
- 13:52Speaker 2: allebei hetzelfde meemaakten rond hetzelfde tijdstip. Verjaardag, op vakantie naar Frankrijk,
- 13:58Speaker 2: eerste keer zwemles, enzovoort.
- 14:01Speaker 2: Het lijkt me leuk als jullie ook een keer iets
- 14:03Speaker 2: over Barbie's gaan doen. Groetjes van Eleanor. Nou, dat is
- 14:06Speaker 2: wel heel toevallig, hè, dat jullie elke keer hetzelfde meemaken. Ja.
- 14:10Speaker 2: Dus dan denk ik dat Eleanor ook in juli ongeveer
- 14:14Speaker 2: jarig is. Want dat was ook wanneer jouw verjaardag was.
- 14:17Speaker 2: Dus dat is juni of juli dat zij jarig is waarschijnlijk.
- 14:21Speaker 2: En lekker op vakantie geweest in Frankrijk en net begonnen
- 14:25Speaker 2: met de zwemles. Ja. Misschien gaat ze ook wel binnenkort
- 14:28Speaker 2: een keer naar het circus. Ja. Heeft ze ook wat
- 14:30Speaker 2: aan deze circuspodcast? Ja. Dank je wel voor je berichtje, Ellenor.
- 14:35Speaker 2: En dan kreeg ik nog een berichtje van Kai en
- 14:40Speaker 2: uh die schrijft Ik vind het heel leuk om naar
- 14:42Speaker 2: de kleuterpodcast te luisteren. Misschien ook een keer een aflevering
- 14:46Speaker 2: over Sinterklaas. Nou, vorige week hadden we ook al iemand
- 14:49Speaker 2: die vroeg om Sinterklaas en die komt er echt wel aan.
- 14:52Speaker 2: Maar Sinterklaas duurt nog wel eventjes voordat Sinterklaas in het
- 14:55Speaker 2: land is. Dus daar wachten we nog heel eventjes mee. Ja.
- 14:58Speaker 2: Want wanneer komt Sinterklaas ook weer? In december.
- 15:01Speaker 2: Ja, dus daarvoor zullen wij zeker een podcast maken over Sinterklaas.
- 15:06Speaker 2: Dan krijg ik een berichtje van Juna. Ik ben Juna,
- 15:09Speaker 2: in oktober word ik 4 jaar. Ik woon in België
- 15:12Speaker 2: en heb een tijdje geleden jullie podcast ontdekt. Ik heb
- 15:15Speaker 2: ondertussen al jullie afleveringen geluisterd en vind ze allemaal top.
- 15:18Speaker 2: Ik luister ook heel graag naar verhalen en boeken die
- 15:21Speaker 2: worden voorgelezen. Dus dat is mijn favoriete aflevering. Groetjes van
- 15:25Speaker 2: Juna en haar mama en papa.
- 15:28Speaker 2: Nou, wat leuk. My is ook helemaal gek van boeken, hè.
- 15:30Speaker 2: Dus leuk dat die aflevering zo goed beluisterd wordt door jou. En.
- 15:35Speaker 2: Er komen er nog heel veel leuke aan. Zeker weten. Ja.
- 15:40Speaker 1: We hebben ook laatst iemand van twee meisjes uit België gekregen. Ja.
- 15:48Speaker 2: Dus we hebben echt wel wat leuke luisteraars nu ook
- 15:51Speaker 2: uit België. Dat vind ik wel heel erg leuk. Dat
- 15:53Speaker 2: we ook daar beluisterd worden. Ja.
- 15:55Speaker 2: Ja, want daarover gesproken kreeg ik ook dit berichtje binnen
- 15:58Speaker 2: van Roos. En Roos stuurt Dag Myrthe en papa van Myrthe.
- 16:02Speaker 2: Ik ben Roos en ik zit in het eerste leerjaar.
- 16:05Speaker 2: We hebben net de opa en oma podcast beluisterd. en
- 16:08Speaker 2: ik heb ook een oma en opa. O Monique en
- 16:11Speaker 2: opa Rudy. Ik heb een klein zusje van 3 jaar
- 16:14Speaker 2: en ik vind het heel leuk om naar jullie te luisteren.
- 16:17Speaker 2: Mijn mama en papa heten Sharon en Jan. Knuffel aan
- 16:20Speaker 2: Myrthe van Roos.
- 16:22Speaker 2: En dat is Roos uit Antwerpen. Dus ook die uit Belgie. Leuk.
- 16:27Speaker 2: Welkom Belgie. Leuk dat jullie luisteren naar de podcast.
- 16:29Speaker 1: Ja. Ja. Wij dachten dat er geen uh niet in
- 16:33Speaker 1: een ander land geluisterd werd.
- 16:36Speaker 2: En toch wel. Ja.
- 16:38Speaker 2: uh Ik had tot slot nog een berichtje van Jill
- 16:42Speaker 2: en Jill die stuurt uh ik luister heel graag naar
- 16:44Speaker 2: jullie podcast. De podcast van Dino's vond ik het leukst,
- 16:47Speaker 2: maar misschien kunnen jullie ook een keer een podcast maken
- 16:50Speaker 2: over de herfst. Nou,
- 16:53Speaker 1: Dat komt goed uit, want de volgende podcast gaat over
- 16:56Speaker 1: de
- 16:57Speaker 2: herfst. Zeker weten, want de herfst is officieel begonnen. Dus
- 17:00Speaker 2: we kunnen het deze keer gaan hebben over de herfst. Ja.
- 17:03Speaker 2: En
- 17:03Speaker 1: dat gaat de volgende
- 17:04Speaker 2: keer. Myrthe, trek jij je kaplaarzen alvast aan om in
- 17:07Speaker 2: de plasten te springen? Ja. Oké, dan doe ik dat ook.
- 17:11Speaker 2: En dan gaan we de volgende keer het hebben over
- 17:12Speaker 2: de herfst. Ja.
- 17:14Speaker 2: Tot de volgende
- 17:15Speaker 1: keer. Dag.