Latest / Kleuter Podcast / Dinosaurussen | Kleuterpodcast #17
Transcript
- 0:00Speaker 1: Welkom bij een nieuwe kleuterpodcast.
- 0:04Speaker 2: Ja, welkom bij een nieuwe kleuterpodcast, Myrthe. En waar gaan
- 0:07Speaker 2: we het vandaag over hebben? Over
- 0:10Speaker 1: dinosaurus.
- 1:04Speaker 2: Zo, welkom bij een nieuwe kleuterpodcast. Deze keer gaat het
- 1:07Speaker 2: over dinosaurussen. Myrthe, we hebben zoveel mailtjes gehad van kindjes
- 1:12Speaker 2: die een aflevering wilden over dinosaurussen.
- 1:15Speaker 2: Ik ben de tel gewoon bijna kwijt.
- 1:16Speaker 1: Ja, Torfayen en Joris.
- 1:19Speaker 2: Ja, en volgens mij waren er nog meer kindjes die
- 1:21Speaker 2: het wilden. Ik kon de tel gewoon bijna niet meer bijhouden.
- 1:24Speaker 2: Dus hierbij de aflevering over dinosaurussen. Myrthe, wat zijn dinosaurussen eigenlijk?
- 1:29Speaker 2: Gevaarlijke dieren. En waarom zijn ze gevaarlijk dan?
- 1:32Speaker 1: Omdat ze heel groot zijn en scherpe tanden hebben.
- 1:36Speaker 2: Ja, ze veel hebben inderdaad hele scherpe tanden. en zien
- 1:39Speaker 2: er inderdaad een beetje eng uit eigenlijk, hè? Ja.
- 1:42Speaker 2: En leven dinosaurussen nu nog? Nee. Nee.
- 1:45Speaker 1: Die die leeft 80 jaar geleden.
- 1:49Speaker 2: 80 jaar geleden? Ja, ik denk wel langer geleden. Als
- 1:52Speaker 2: het 80 jaar geleden zou zijn, dan zouden oma Jopie
- 1:55Speaker 2: en oma Marie het nog hebben meegemaakt. Maar die hebben
- 1:59Speaker 2: het niet meer meegemaakt. Het is echt heel veel jaar geleden.
- 2:03Speaker 2: Het is miljoenen jaren geleden.
- 2:08Speaker 1: echt heel lang geleden.
- 2:11Speaker 2: Ja, dat is echt heel lang geleden, inderdaad. Kan jij
- 2:13Speaker 2: zelf ook een beetje een Dino nadoen?
- 2:17Speaker 2: O, dat is een goed din geluid.
- 2:19Speaker 1: Kan jij elke dino nadoen, Papa. Zeker.
- 2:29Speaker 2: Wij zitten hier als een stelletje dinosaurussen te brullen. Oké,
- 2:33Speaker 2: dan is het nu de beurt aan jou als je
- 2:34Speaker 2: zit te luisteren. Je beste dinobrul. Ben je er klaar voor? 3, 2, 1.
- 2:44Speaker 2: Wow, dat is een hele goede dinosaurus.
- 2:47Speaker 2: Maar we zeiden het al. Dinosaurus leefden heel lang geleden.
- 2:51Speaker 2: Zoo lang geleden. Toen waren er nog niet eens menschen
- 2:54Speaker 2: zoo lang geleden. En er waren ook geen auto's. Geen huizen. Niks. Nee,
- 2:58Speaker 2: er was helemaal niks.
- 2:59Speaker 1: Maar was er wel een weg.
- 3:02Speaker 2: Nee, er waren ook geen wegen, hè.
- 3:04Speaker 1: Maar hoe konden dino's dan
- 3:06Speaker 2: loopen? Die liepen overal dwars doorheen. Door het gras, door
- 3:10Speaker 2: de modder, door het water door.
- 3:12Speaker 2: de bomen overal dwars doorheen. Maar hoe
- 3:15Speaker 1: kunnen ze hun poten zo rook maken dat ze over
- 3:20Speaker 1: die bomen heen
- 3:21Speaker 2: kunnen? Ja, ik weet niet. Nee, ze stapten niet over
- 3:23Speaker 2: de bomen heen, maar er wel dwars doorheen. En Dino's
- 3:26Speaker 2: waren ook heel sterk, hè. Dus die die konden die
- 3:28Speaker 2: bomen wel omver krijgen, hoor. Dus die maakten eigenlijk hun
- 3:32Speaker 2: eigen wegen. Want als er een boom in de weg
- 3:34Speaker 2: stond van waar ze wilden lopen. dan liepen ze er
- 3:36Speaker 2: misschien gewoon dwars doorheen.
- 3:38Speaker 2: Duwde ze hem gewoon om die boom. Lukt het jou
- 3:40Speaker 2: om een boom om te duwen? Nee. Denk je dat
- 3:42Speaker 2: papa het lukt met z'n grote spierballen om een boom
- 3:44Speaker 2: om te duwen? Nee. Nee, zelfs papa niet. Niemand. Niemand. Nee.
- 3:49Speaker 2: En nou vertelde mama mij net dat jij heel veel
- 3:51Speaker 2: dinonamen weet. Ja. Daar ben ik wel benieuwd naar. Welke
- 3:54Speaker 2: dinonamen ken jij dan allemaal?
- 4:01Speaker 1: Tyrannosaurus Rexosaurus. En er zijn ook nog
- 4:08Speaker 1: Dino's die onder water kunnen.
- 4:10Speaker 2: Wow, dat zijn echt heel veel dino's die jij al kent.
- 4:12Speaker 2: Waar heb je dat geleerd?
- 4:14Speaker 1: Van Cocomelen. O,
- 4:16Speaker 2: dat heb je in een filmpje voorbij zien komen. Want
- 4:18Speaker 1: er ging eentje van Cocomelen ging ging dan naar het Domuseum.
- 4:24Speaker 2: Misschien moeten wij ook maar een keer naar een dinomuseum.
- 4:26Speaker 2: Lijkt je dat leuk? Ja. Ja, het is wel leuk
- 4:29Speaker 2: om om daar wat over te zien. Want de dinosaurussen
- 4:32Speaker 2: die bestaan dan nu niet meer. Maar ze hebben nog
- 4:35Speaker 2: wel heel veel dingen gevonden van dinosaurussen, zoals botten.
- 4:38Speaker 2: en tanden. Ja,
- 4:40Speaker 1: en een en een kindje van Schot. Die had een
- 4:44Speaker 1: keer een dinotand gevonden.
- 4:46Speaker 2: Zelf gevonden? Ja. Wow.
- 4:48Speaker 1: En die een keertje in haar eigen hand.
- 4:53Speaker 2: Maar ik denk dat dat iets is dat lijkt op
- 4:55Speaker 2: een dinotand. Maar als je een echte dinotand vindt, die
- 4:58Speaker 2: kan je niet zomaar vinden. Dat is echt heel moeilijk
- 5:00Speaker 2: om die te vinden. Maar wel leuk. Hé, en het erg,
- 5:03Speaker 2: vond ze het echt Oké. Nou, dan geloof ik je gelijk.
- 5:06Speaker 2: Jij zei net Ik ken de Triceratops. Tino. Hoe ziet
- 5:11Speaker 2: een Triceratops eruit? Weet je
- 5:12Speaker 1: dat? Een? Ja,
- 5:14Speaker 2: hij heeft inderdaad drie hooren. Dat weet je heel goed.
- 5:17Speaker 2: En inderdaad twee uh als een soort gewei. En het
- 5:22Speaker 2: lijkt ook een beetje op een neushoorn, vind ik. O ja.
- 5:25Speaker 2: En welke kende je nou nog meer?
- 5:26Speaker 1: Tyrannosaurus Rex.
- 5:28Speaker 2: En hoe ziet die eruit dan?
- 5:30Speaker 1: Met een lange nek.
- 5:32Speaker 2: Tyrannosaurus Rex. Die heeft die staat op twee poten.
- 5:37Speaker 2: En die heeft hele kleine armpjes.
- 5:41Speaker 2: en een hele grote mond, waar die mee kan doen.
- 5:47Speaker 2: Ik
- 5:47Speaker 1: kende ook nog een stegerosaurus.
- 5:49Speaker 2: De stegerosaurus. En wat is, hoe ziet de stegeros? Met een.
- 5:54Speaker 1: Die heeft wel een lange nek. Die
- 5:56Speaker 2: heeft een hele lange nek. En wat heeft hij nog meer?
- 5:58Speaker 2: Weet je dat? Nee. Die heeft een soort puntjes op
- 6:00Speaker 2: zijn op zijn hele lichaam. Een soort steels. O ja.
- 6:04Speaker 2: Als je de stegerosaurus rechtop zou zetten. Hij staat niet rechtop,
- 6:08Speaker 2: hij staat op vier pootjes.
- 6:10Speaker 2: Maar dan is. Weet je hoe groot die dan is?
- 6:11Speaker 2: Groter dan het huis. Die kan wel 14 meter zijn.
- 6:15Speaker 2: Dat is echt heel hoog.
- 6:18Speaker 1: Triceratops kan dat niet?
- 6:20Speaker 2: Nou, een Triceratops. Die is ook wel heel groot, hoor.
- 6:23Speaker 2: Die staat ook op 4 poten.
- 6:25Speaker 2: dan is die 3 meter hoog. Maar als je hem
- 6:27Speaker 2: dus andersom zou zetten, dan is die 9 meter hoog.
- 6:30Speaker 2: En in Nederland is een gemiddeld huis 7 meter hoog.
- 6:34Speaker 2: Dus 9 meter hoog is hoger dan een huis gemiddeld
- 6:39Speaker 2: in Nederland. Ze zijn echt heel groot, hè? Ja. Dus
- 6:42Speaker 2: ik denk dat die gewoon over de bomen heen kunnen stappen.
- 6:45Speaker 2: Daar hadden we het net al over. Ik dacht die
- 6:46Speaker 2: halen ze wel uit de weg, maar ze kunnen er
- 6:48Speaker 2: ook gewoon overheen stappen soms.
- 6:51Speaker 2: Tyrannosaurus Rex. Wil je ook nog weten hoe groot die is? Ja.
- 6:54Speaker 2: De Tyrannosaurus rex. Die is ongeveer 6 meter groot. Dus
- 7:00Speaker 2: dat is net net niet zo hoog als een huis. O,
- 7:02Speaker 2: dat is echt hoog.
- 7:04Speaker 1: Echt hoger dan een mens. Zijn al die dino's.
- 7:08Speaker 2: Ja. En zou je dan een dinosaurus als huisdier willen? Nee. Nee,
- 7:12Speaker 2: want dat past niet eens in een huis. Nee. Waarom
- 7:14Speaker 2: zou je hem ook nog niet willen? Omdat die eng is. O,
- 7:17Speaker 2: omdat hij een beetje eng is. Ja, dat snap ik wel.
- 7:19Speaker 2: Een beetje enge beesten. Dat bestaan niet meer. Nee. Ze
- 7:21Speaker 2: bestaan niet meer.
- 7:22Speaker 1: Nee. Dus dan kan je ze ook niet als huisdier hebben.
- 7:25Speaker 1: Daar
- 7:25Speaker 2: heb je gelijk in.
- 7:27Speaker 2: Welke Welke dino vind jij zelf het coolste? Ik
- 7:30Speaker 1: vind alle dino's heel erg cool.
- 7:32Speaker 2: Welke denk je dat het hardste geluid maakt? De grootste. Ja,
- 7:35Speaker 2: ik denk dat Tyrannosaurus Rex, dat die, die heeft zo'n
- 7:39Speaker 2: grote mond. Ik denk dat die heel veel geluid maakt.
- 7:42Speaker 2: Denk je niet? Zo.
- 7:47Speaker 2: Ik schrik er eenmaal van Myrthe.
- 8:01Speaker 2: Ik denk dat Myrthe een beetje van Lotje getikt is.
- 8:07Speaker 2: Ja
- 8:09Speaker 2: Denk je dat er ook lieve Dino's zijn, Myrthe?
- 8:13Speaker 2: Zouden de baby's van de dino's misschien heel lief zijn. Ja.
- 8:16Speaker 2: Dat die gewoon heel klein en schattig en lief zijn. Ja,
- 8:18Speaker 2: dat zou wel kunnen.
- 8:19Speaker 1: Hoe? Hoe zien de groote dino's dan van de kleine
- 8:24Speaker 1: de kleine babyinootjes.
- 8:27Speaker 2: Dat is een goeie vraag. Ik denk dat ze een
- 8:28Speaker 2: bril opzetten. Nee. Hoezo niet? Dat bestond niet. O, dat
- 8:33Speaker 2: bestond niet. Nee, dat bestond allemaal niet. Dus ze hadden
- 8:35Speaker 2: geen bril. Ik denk dat ze dan gewoon heel goed
- 8:37Speaker 2: moesten kijken. O ja. Of de baby's moesten heel veel
- 8:40Speaker 2: geluid maken.
- 8:40Speaker 1: O ja, dat ze
- 8:44Speaker 1: Ha.
- 8:47Speaker 2: Ik denk dat het tijd is voor een spelletje. Ja.
- 8:51Speaker 2: Luister goed, we gaan een quiz doen en ik noem
- 8:54Speaker 2: steeds iets. En het is aan jou om te bepalen
- 8:57Speaker 2: of het zo groot is als een dinosaurus of juist
- 9:01Speaker 2: heel klein is. Myrthe, ben jij klaar voor de grote
- 9:05Speaker 2: quiz over groot en klein? Ja. Oké, daar komt-ie.
- 9:15Speaker 2: Een olifant. Groot een mier klein een vliegtuig. Groot, een flatgebouw,
- 9:29Speaker 2: een koekje.
- 9:31Speaker 2: Klein.
- 9:32Speaker 2: Een potlood. Een voetbalveld. Een mug.
- 9:40Speaker 2: Klein.
- 9:41Speaker 2: Het trein. Groot. Een boom. Groot. Een stukje Lego. Plein.
- 9:50Speaker 2: Een walvis. Good. Een berg. Good. Een baby.
- 9:58Speaker 1: Klein.
- 9:59Speaker 2: Een reus. Kruid. En als laatste een zandkorrel. Klein.
- 10:06Speaker 2: Heel goed, Myrthe. Jij bent geslaagd voor de Groot en
- 10:10Speaker 2: klein quiz. Gefeliciteerd.
- 10:14Speaker 2: Myrthe. Ja. Heb jij zin om samen met mij terug
- 10:18Speaker 2: in de tijd te gaan in een tijdmachine? Ja. Oké,
- 10:21Speaker 2: ik heb hier een speciale tijdmachine. Die stel ik eventjes
- 10:24Speaker 2: in op
- 10:27Speaker 2: Miljoenen jaren geleden. En dan gaan we samen reizen naar
- 10:32Speaker 2: de dinosaurussen. Kom je mee? Ja. Oké, ik toets het in.
- 10:49Speaker 2: O
- 10:51Speaker 2: Zijn we er al weer daar. Zijn we er al bijna.
- 11:03Speaker 2: Myrthe, waar zijn we nou?
- 11:05Speaker 1: een
- 11:07Speaker 1: Buiten?
- 11:09Speaker 2: Ja, het is hier wel rustig. Ik zie helemaal niks. Ja,
- 11:13Speaker 2: ik ook niet. Ik zie alleen maar bomen. Ja, ik ook.
- 11:17Speaker 2: Zie jij een weg? Amai. Nee, nu ook niet. Ik
- 11:20Speaker 2: zie wel heel veel bomen daar zo. Maar ik zie
- 11:22Speaker 2: daar zie ik allemaal bomen die om zijn gevallen. Zie
- 11:25Speaker 2: je dat? O ja. Alsof er een dino is geweest. Ja,
- 11:30Speaker 2: we zitten volgens mij wel bij de dino's.
- 11:34Speaker 2: Maar ik zie ze nog niet. Zie jij ze wel? Nee.
- 11:39Speaker 2: Oh hoor je de hoor je Ik. Ik denk dat
- 11:41Speaker 2: ik eentje hoor aankomen.
- 11:44Speaker 2: O.
- 11:45Speaker 2: was dat dan?
- 11:47Speaker 2: Hoe, kijk eens daar, Myrthe.
- 11:48Speaker 2: Een hele grote Dino. Zie je hem? Ja, Tyrannosaurus Rex.
- 11:57Speaker 2: Wow, die is echt groot.
- 12:00Speaker 1: Ja. Rex
- 12:03Speaker 2: ook eigenlijk die.
- 12:06Speaker 2: Dat weet ik niet. Dat kunnen we hem wel vragen.
- 12:08Speaker 2: Zullen we het hem eens vragen? Maar wat moeten we
- 12:11Speaker 2: dan vragen aan hem? Want hij kan natuurlijk niet praten
- 12:12Speaker 2: met ons. En gewoon brullen? Moeten wij brullen? Ja. Oke,
- 12:16Speaker 2: dan gaan wij brullen naar hem. Waar
- 12:19Speaker 2: Wau!
- 12:28Speaker 2: Oh.
- 12:31Speaker 2: Volgens mij ziet hij ons niet. Hallo, Tyrannosaurus Rex, hier
- 12:34Speaker 2: zijn wij. Hier beneden.
- 12:37Speaker 2: jubilej.
- 12:39Speaker 2: Myrthe, ga nog een keer brullen. Misschien brult hij dan terug.
- 12:42Speaker 2: Hoe
- 12:43Speaker 2: Ja.
- 12:45Speaker 2: Wow. Zullen we een klein stukje zijn kant op lopen.
- 12:52Speaker 2: Durven we dat? Ja. OK.
- 12:55Speaker 2: Nee, gewoon een klein stukje dichterbij.
- 13:00Speaker 2: uh Meneer T- Tyrannosaurus Rex.
- 13:04Speaker 2: Meneer Tyrannosaurus Rex.
- 13:06Speaker 1: Nog een keer.
- 13:10Speaker 2: O, volgens mij staat die te eten. Is die aan
- 13:12Speaker 2: het eten?
- 13:13Speaker 2: Wat denk jij meten?
- 13:16Speaker 2: Dat denk ik ook. Ja is die Ik zal. Ik
- 13:19Speaker 2: zal eens kijken of die het lijkt me even iets dichter.
- 13:23Speaker 2: Even een stapje dichterbij.
- 13:25Speaker 2: Ja. Misschien moeten we niet storen als we als die
- 13:28Speaker 2: aan het eten is. Of zullen we brullen eetmaken?
- 13:35Speaker 1: A.
- 13:37Speaker 1: Ja.
- 13:42Speaker 2: Oho. Wow. Hij brult echt heel hard, hè? Ja. Zo,
- 13:45Speaker 2: mijn oren doen bijna pijn ervan. Ja.
- 13:50Speaker 2: Meneer Tyrannosaurus Rex, zou u nog een keer op uw
- 13:53Speaker 2: allerhardst kunnen brullen voor ons.
- 14:01Speaker 2: Oh, kijk, Myrthe, ik zie daar allemaal kleine Dino's.
- 14:04Speaker 2: Oh, die zijn lief.
- 14:08Speaker 2: Wauw, het is wel mooi hier, he. Ja. Ik zie
- 14:11Speaker 2: zoveel bomen. Ja.
- 14:14Speaker 2: Ik hoor helemaal niks. Ja. Er zit wel overal zitten
- 14:18Speaker 2: wel overal muggen.
- 14:20Speaker 2: Ja. Ik weet eigenlijk niet of de muggen waren in
- 14:22Speaker 2: de dinosaur dinosaurustijd.
- 14:25Speaker 2: Ik ook niet. Nee, maar ik vind het wel mooi
- 14:27Speaker 2: hier zo. Volgens mij gaat die meneer Tyrannosaurus rex weer weg.
- 14:34Speaker 2: niet niks.
- 14:38Speaker 2: Oh. Ik denk dat hij naar ons zegt. Tot ziens.
- 14:41Speaker 2: Nou, zullen wij dan maar weer in onze tijdmachine stappen?
- 14:45Speaker 2: Ja. Oké. Ik stap in de tijdmachine.
- 14:48Speaker 1: En en hoeveel tijd. Hoe lang geleden tijd stel je in.
- 14:55Speaker 2: 230 miljoen jaar stel ik in.
- 14:57Speaker 2: Oké, komt weer.
- 15:22Speaker 1: Zoo.
- 15:25Speaker 2: We zijn weer terug. Myte. Ja, Poe, dat was wel
- 15:28Speaker 2: een groote reis. Ja. En
- 15:31Speaker 1: een spannend
- 15:31Speaker 2: avontuur. Een heel spannend avontuur. En weet je wat ik
- 15:35Speaker 2: nou ook zoo leuk vond? Nee. Ik vond die Tyrannosaurus
- 15:38Speaker 2: Rex wel groot en eng, maar eigenlijk was die heel lief.
- 15:43Speaker 2: Nou, Myrthe, we zijn na dit spannende avontuur aan het
- 15:46Speaker 2: einde gekomen van de kleuterpodcast van vandaag. Ja. Ik heb geleerd, Myrthe,
- 15:51Speaker 2: dat jij heel goed weet hoe de dinosaurussen heten. Ik
- 15:55Speaker 2: heb geleerd dat jij heel goed weet wat groot en
- 15:57Speaker 2: klein is. Ja,
- 15:58Speaker 1: en je hebt geleerd hoe hard ik kan prullen. Zoals dit.
- 16:02Speaker 1: Hoe
- 16:04Speaker 2: O, dat heb ik zeker geleerd. Nou, mijn oren gaan
- 16:07Speaker 2: nog steeds pijn doen vanmiddag. Dank je wel voor het
- 16:10Speaker 2: luisteren naar de stoer kleuterclub. Ja. Myrthe. Ja. We zijn
- 16:14Speaker 2: aan het einde gekomen van de kleuterpodcast. Ja. Maar niet
- 16:17Speaker 2: voordat we eventjes in de brievenbus hebben gekeken. En ik
- 16:20Speaker 2: heb een berichtje van Finn gekregen. Finn is 5 jaar
- 16:24Speaker 2: en die zegt De aflevering met voertuigen vond ik het leukst.
- 16:28Speaker 2: De sirene met de brandweer wist ik sneller te raden
- 16:31Speaker 2: dan jij.
- 16:32Speaker 2: O, dat was met het spelletje van de voertuigen moest
- 16:35Speaker 2: je heel snel raden welk geluid het was. En hij
- 16:38Speaker 2: wist dus heel snel welk geluid van de brandweer was.
- 16:39Speaker 2: Dat is knap. Dan heb ik nog een berichtje gekregen
- 16:43Speaker 2: van Saar. En Saar is 4 jaar. En die schrijft
- 16:47Speaker 2: Ik heb mama ook een ontbijtje op bed gemaakt met
- 16:50Speaker 2: een boterham en wat fruit. Dank je wel voor de tip. Groetjes, Saar,
- 16:55Speaker 2: tussen haakjes. 4 jaar. Nou, Myrthe, heb jij ook een
- 16:58Speaker 2: ontbijtje op bed gegeven aan mama? Ja.
- 17:00Speaker 2: Ja. Was dat geslaagd? Ja. Ja, zeker weten. Nou, goed hoor.
- 17:04Speaker 2: En
- 17:04Speaker 1: ik heb een speur 2 speurtochten gedaan. Ja,
- 17:07Speaker 2: je had ook nog 2 speurtochten gemaakt. En die leiden
- 17:10Speaker 2: naar het Moederdag cadeautje. Ja. Ja. En dan tot slot
- 17:16Speaker 2: heb ik nog een berichtje gekregen van Jay. En Jay
- 17:20Speaker 2: is ook 5 jaar.
- 17:22Speaker 2: En Jay stuurt Ik wil steeds opnieuw luisteren naar de kleuterpodcast.
- 17:29Speaker 2: Myrthe praat zo grappig en ik vond de aflevering over
- 17:32Speaker 2: de Koningsdag het leukst en het lekkerst. want ik heb
- 17:35Speaker 2: ook een oranje tompoes op. Heb jij daar ook een op, Myrthe? Ja. Ja,
- 17:38Speaker 2: zeker weten, zeker
- 17:39Speaker 1: weten. En we gingen ook op een kleedje zitten.
- 17:41Speaker 2: En we gingen ook op het kleedje zitten. Ja, zeker weten.
- 17:44Speaker 2: Nou, dank je wel voor jullie berichten. Heel leuk. Wil
- 17:46Speaker 2: je ook een berichtje achterlaten. Dat kan via de website
- 17:49Speaker 2: www.kleuterpodcast.nl of via onze Instagram. En dat is @ kleuterpodcast. Myrthe,
- 17:56Speaker 2: volgende keer. Waar gaan we het volgende keer over hebben?
- 17:58Speaker 2: Over
- 17:59Speaker 1: boeken. Over boeken. Ja, want die is afgevraagd door
- 18:04Speaker 2: Aaron. Oh ja, dat is waar. Dat is goed. Het
- 18:06Speaker 2: is goed dat je dat herinnert. Gaan we het hebben
- 18:08Speaker 2: over boeken. um En dan moet ik me wel even
- 18:11Speaker 2: gaan inlezen voor de aflevering.
- 18:14Speaker 1: Wat is inlezen?
- 18:16Speaker 2: Dat ik heel veel moet gaan lezen voordat de aflevering
- 18:18Speaker 2: gaat beginnen. Waarom? Nou ja, we gaan het hebben over boeken.
- 18:21Speaker 2: Dan moet ik natuurlijk wel alle boeken uit m'n hoofd kennen, toch? Nee, he. O, nou,
- 18:26Speaker 2: ik ben benieuwd naar de volgende aflevering waar die over gaat.
- 18:29Speaker 2: En dan
- 18:29Speaker 1: ga ik vertellen wat mijn lievelingsboek
- 18:31Speaker 2: is. Daar ben ik heel benieuwd naar. Als jij dat vertelt,
- 18:34Speaker 2: vertel ik ook wat mijn favoriete boek is. Ja. Tot
- 18:37Speaker 2: de volgende keer. Tot de volgende keer.