Latest / Kleuter Podcast / Tandarts | Kleuterpodcast #32
Transcript
- 0:00Speaker 1: Welkom bij je nieuwe kleuterpodcast.
- 0:04Speaker 2: Ja, welkom bij een nieuwe kleuterpodcast, Myrthe. Waar gaan we
- 0:07Speaker 2: het vandaag over hebben?
- 0:08Speaker 1: Over de tandarts.
- 1:02Speaker 1: Welkom bij een nieuwe kleuterpodcast. Vandaag gaat hij over de tandarts.
- 1:07Speaker 2: Ja, vandaag gaat hij over de tandarts. En Myrthe, vorige
- 1:09Speaker 2: week zeiden we het al in de kleuterpodcast. Deze week
- 1:12Speaker 2: stond in de agenda dat jij naar de tandarts moest.
- 1:14Speaker 2: Ben je ook bij de tandarts geweest? Ja. En met
- 1:17Speaker 2: wie ben je geweest? Ben ik mee geweest? Nee. Nee,
- 1:19Speaker 2: ik
- 1:20Speaker 1: kon niet. Mama, en Linde.
- 1:22Speaker 1: En de tandarts ging voelen naar mijn wiebeltanden.
- 1:25Speaker 2: Ging die aan je wiebeltanden voelen? Ja, want even voor
- 1:27Speaker 2: de duidelijkheid. Een tandarts die zit natuurlijk aan je tanden.
- 1:29Speaker 2: Die gaat even kijken of het allemaal goed is. Ja,
- 1:31Speaker 2: hij heeft eigenlijk twee tanden minder om naar te kijken.
- 1:34Speaker 2: Want er zijn al twee tanden bij jou uit. Nou,
- 1:37Speaker 1: hij heeft wel ietsje tanden om om te kijken. Maar
- 1:42Speaker 1: niet zoveel.
- 1:43Speaker 2: Ja, want er komen nieuwe tanden. Dat is. Ja, dat is.
- 1:45Speaker 1: Want er zijn al een stukje van een nieuwe.
- 1:49Speaker 2: Ja. En hij ging dus kijken of je nog meer
- 1:51Speaker 2: wiebeltanden had. Hoeveel zitten er al los? 6. 6. Ja.
- 1:55Speaker 2: Zo, dus straks heb je geen tand meer over bijna.
- 1:58Speaker 2: Maar gelukkig, je zei het al, er komen nieuwe bij. Ja.
- 2:01Speaker 2: Weet je wat? Dat kan ik
- 2:01Speaker 1: niet meer kauwen.
- 2:02Speaker 2: Nee, je kan nu even aan de voorkant niet meer kauwen.
- 2:05Speaker 2: Dat noemen ze ook wel eens een fietsenstalling. Ja. Weet
- 2:07Speaker 2: je waarom? Nee. Omdat je zo'n groot gat hebt, dan
- 2:10Speaker 2: lijkt het wel alsof je je fietsen neer kan zetten.
- 2:12Speaker 1: Ha, Nou, in je hele mond kan je mijn fiets
- 2:15Speaker 1: pas neerzetten.
- 2:16Speaker 2: Ja,
- 2:16Speaker 2: Bijna wel. Weet je ook hoe dat heet. De tanden
- 2:19Speaker 2: van nu en je nieuwe tanden. Ja.
- 2:21Speaker 1: Welke moet ik eerst vertellen? Nou, zeg
- 2:23Speaker 2: maar welke jij wil.
- 2:24Speaker 1: Die er nu komen. Hoe heten die dan?
- 2:27Speaker 2: Groteensentanden. De groteensentanden. En welke gaan eruit? De melktanden. Ja.
- 2:33Speaker 2: Dat heet melktanden. Inderdaad.
- 2:34Speaker 1: Ja. Hoe heet dat eigenlijk
- 2:37Speaker 2: Ja. Dat is een goede vraag.
- 2:39Speaker 2: Heb je enig idee waarom dat zo is? Omdat de
- 2:42Speaker 2: melk hier zit. Nee, er zit geen melk in. Ik
- 2:44Speaker 2: vind het wel een goede gok van je. Maar er
- 2:46Speaker 2: zit geen melk in. Zou ik zeggen waarom het is? Ja.
- 2:49Speaker 2: Wat dronk jouw zusje uit een flesje toen ze nog
- 2:51Speaker 2: een baby was. Melk. En dan komen de eerste tandjes.
- 2:55Speaker 2: Dus de eerste tandjes, heten melktanden, omdat het vaak komt
- 3:00Speaker 2: op het moment dat het kind nog melk drinkt. Maar
- 3:02Speaker 2: het komt dus niet door de melk. O. En nu
- 3:05Speaker 2: drink jij nog steeds melk. Maar ja, je hebt ook
- 3:07Speaker 2: nog steeds melktanden. Ik drink ook wel eens melk, maar
- 3:09Speaker 2: ik heb geen melktanden meer. Nee. Maar toch heet het
- 3:11Speaker 2: daarom melktanden.
- 3:12Speaker 1: Ja, maar ja. Maar omdat jij al je tanden er
- 3:15Speaker 1: al uit hebt
- 3:16Speaker 2: gehad. Bij mij zijn al mijn tanden er al uit geweest.
- 3:18Speaker 2: en allemaal grote mensentanden ervoor in de plaats. Ja. En
- 3:21Speaker 2: jouw zusje heeft jouw zusje al tanden?
- 3:23Speaker 2: Ja, die heeft ook al heel veel tanden. Ja. Moest
- 3:25Speaker 2: hij ook naar de tandarts?
- 3:27Speaker 1: Ja, die. Die ging mee.
- 3:29Speaker 2: Gingen ze ook kijken naar haar tandjes? Nee. Ja. Nee,
- 3:31Speaker 2: die is nog te klein daarvoor.
- 3:34Speaker 2: Vertel, jij ging naar de tandarts. Vond je het spannend
- 3:36Speaker 2: om naar de tandarts te gaan? Nou,
- 3:38Speaker 1: niet heel erg. Want ik weet wat er gaat gebeuren.
- 3:41Speaker 1: En ik weet dat ik altijd een speeltje mag uitzoeken.
- 3:44Speaker 2: Dat vind je het allerleukste aan de tandarts, hè? Ja.
- 3:46Speaker 2: Dus je aan het einde een speeltje mag uitkiezen. Ja.
- 3:49Speaker 2: En um. Nou, bij het speeltje komen we dan zo meteen.
- 3:51Speaker 2: Maar jij ging met mama en met Linde naar de tandarts.
- 3:55Speaker 2: En toen, wie ging daar als eerste in de stoel? Ik. Jij? Ja.
- 3:59Speaker 2: Wilde
- 3:59Speaker 2: dat zelf of moest het? Ja. Dat wil ik zelf.
- 4:03Speaker 2: En wat gebeurt er? Want dan ga je in de
- 4:05Speaker 2: stoel zitten en
- 4:05Speaker 1: dan. Dan ging de tandarts met met een spiegeltje en
- 4:10Speaker 1: een slurfje ging in mijn mond. En voor de rest
- 4:13Speaker 1: bijna niks. Hij zei hij en voor de rest niks.
- 4:16Speaker 1: Hij
- 4:16Speaker 2: ging dus even kijken met een spiegeltje in je mond. Ja,
- 4:18Speaker 1: en een slurfje dat heel veel eigenlijk gewoon een wind geefde.
- 4:25Speaker 2: O
- 4:25Speaker 2: Ja, die zuigt. Die zuigt allemaal allemaal speeksel af. In
- 4:28Speaker 2: je mond zit altijd een beetje speeksel. Een beetje water.
- 4:31Speaker 2: Dat zuigt hij dan af. En mocht je rechtop zitten
- 4:33Speaker 2: in de stoel. Of ging die hem plat neerleggen? Plat.
- 4:36Speaker 2: Dat vind ik altijd.
- 4:37Speaker 1: Dat was
- 4:38Speaker 2: lekker hoog. Ja. Ik vind dat altijd het leukste aan
- 4:41Speaker 2: de tandarts. Dat je dan gauw zo gaat zitten in
- 4:43Speaker 2: een stoel. En dan gaat de stoel zo lekker naar achter.
- 4:45Speaker 2: En dan denk ik Oh, ik kan weer effe slapen. Ja. Ja.
- 4:48Speaker 1: Dan kun je lekker. Ja.
- 4:52Speaker 2: Alleen dan alleen dan dat gerommel in je mond. Dat
- 4:54Speaker 2: vind ik nooit zo fijn. Ik
- 4:55Speaker 1: vind het leukste dat je een speeltje mag uitzoeken. Ja,
- 4:58Speaker 2: want vertel even. Dus dan heb je heeft hij je gecontroleerd.
- 5:01Speaker 2: En dan daarna mag jij een speeltje uitzoeken. Nee.
- 5:04Speaker 1: Daarna gaan we naar zo'n hokje waar je weer een
- 5:07Speaker 1: nieuwe datum kan plannen. Ja. En dan. Ik snap dat
- 5:12Speaker 1: te springen dat ik een speeltje uit.
- 5:15Speaker 2: En wat voor speeltje heb jij uitgekozen dan?
- 5:17Speaker 1: Een armband.
- 5:19Speaker 2: Nou, meerderen moeten we toch ook eventjes hebben over het tandenpoetsen.
- 5:23Speaker 2: Want ja, jij zei net, de tandarts zei tegen jou
- 5:25Speaker 2: goed gepoetst. Maar hoe doe je dat dan goed poetsen?
- 5:28Speaker 1: Dan moet je echt
- 5:30Speaker 1: tanden poetsen. Als je snoepjes eet, moet je dan echt
- 5:33Speaker 1: heel goed tanden poetsen. Als je heel veel snoepjes eet dan.
- 5:37Speaker 1: Dan moet je echt op je allerbeste. Dan moet je allerlangste.
- 5:41Speaker 1: Dan moet je echt heel lang tanden poetsen. Want anders
- 5:45Speaker 1: poets je niet goed genoeg. Dus
- 5:47Speaker 2: dan doe je een beetje tandpasta op je tandenborstel. En
- 5:49Speaker 2: dan uh kun je poetsen. Soms heb je sommige hebben
- 5:51Speaker 2: een elektrische tandenborstel. Sommigen hebben een gewone tandenborstel.
- 5:56Speaker 2: En. Ik heb een. Ja, jij hebt. Jij hebt nu
- 5:57Speaker 2: een elektrisch inderdaad. Ja. En dan moet je heel lang
- 6:00Speaker 2: heel goed poetsen. Ja,
- 6:02Speaker 1: mijn zusje heeft nog een gewone tandpasstop. Ja. Van Nijntje.
- 6:07Speaker 2: Met Nijntje erop inderdaad. Dus die gaat ook de tanden poetsen.
- 6:10Speaker 2: En hoe vaak? avond alleen. Ja. En hoe vaak moet
- 6:14Speaker 2: jij dan je tandenpoetsen mette? 2 keer per dag? Ja,
- 6:18Speaker 2: zeker twee keer per dag. Ja. 3 keer per dag
- 6:21Speaker 2: is ook goed.
- 6:21Speaker 1: Ja, ja, maar dat moet bij de tandarts. Anders is
- 6:24Speaker 1: het een beetje vies. Dan zit hij in een vieze
- 6:26Speaker 2: mond. Ja, precies. En dan kom je bij de tanden
- 6:29Speaker 2: eens binnen. En dan denk je gelijk even je tanden poetsen.
- 6:31Speaker 2: Anders zit je inderdaad in een vieze mond te kijken.
- 6:32Speaker 2: Dat is niet zo fijn. Dus inderdaad bij de tandarts
- 6:35Speaker 2: zeker nog een keer. Maar normaal ook, dan poets je
- 6:37Speaker 2: sowieso in de ochtend je tanden. In de avond poets
- 6:40Speaker 2: je je tanden. En soms ook in de middag. Ja,
- 6:43Speaker 2: als je als je veel snoepjes eet, dan moet je
- 6:45Speaker 2: zeker ook in de middag eventjes je tanden poetsen. Dat
- 6:47Speaker 2: is wel zo fijn. Ja. Ja.
- 6:49Speaker 2: Zijn er nog meer dingen die we moeten weten over tandenpoetsen? Nee,
- 6:53Speaker 1: maar wel wat over de
- 6:54Speaker 2: tandarts. O, vertel, wat moeten we nog meer weten? Als
- 6:56Speaker 1: je op school bent, dan kan je ook iets opgehaald
- 7:00Speaker 1: worden omdat je naar de tandarts moet.
- 7:03Speaker 2: Ja, want dat gebeurde jou toch? Want jij zat op school. Ja.
- 7:06Speaker 2: En toen kwam mama jou ineens halen, want je moest
- 7:08Speaker 2: naar de tandarts.
- 7:10Speaker 2: het. Maar de school was nog niet uit. Nee.
- 7:12Speaker 1: Maar dat komt omdat ik naar de tandarts moet. Anders,
- 7:15Speaker 1: anders ben ik te laat.
- 7:17Speaker 2: Ja. Nee, dat kan. Dat kan natuurlijk niet. Hé, en
- 7:19Speaker 2: heb jij wel eens een gaatje gehad, Myrthe?
- 7:21Speaker 1: Nee. Heb jij wel eens een gaatje gehad, papa?
- 7:25Speaker 2: Ja, ik heb wel eens een gaatje gehad. Ja. En
- 7:27Speaker 2: ik moet heel eerlijk zeggen dat is vaker dan 1
- 7:29Speaker 2: keer geweest. Ja. Terwijl ik had best wel goed mijn
- 7:32Speaker 2: tanden gepoetst. Maar ja, ik had toch een gaatje. Dat
- 7:36Speaker 2: kan wel eens gebeuren.
- 7:37Speaker 1: Hoe komt dat gaatje eigenlijk?
- 7:40Speaker 2: Ja, dat is eigenlijk als je niet goed poetst. En
- 7:42Speaker 2: ik poetste wel goed. Alleen ik poetste niet goed op
- 7:45Speaker 2: die plek. Dus dat zat precies tussen mijn tanden in.
- 7:48Speaker 2: Weet je wat de tandarts dan doet? Nee. De tandarts
- 7:50Speaker 2: die gaat dan eigenlijk bij het gaatje. gaat die het
- 7:54Speaker 2: gaatje zelf iets groter maken. En denk je Hu.
- 7:58Speaker 2: Hij moet toch het gaatje juist dichtmaken. Maar hij gaat
- 8:00Speaker 2: eerst gaat hij met een boor gaat die gaatje ietsjes
- 8:03Speaker 2: groter maken. Dat hij er iets makkelijker bij kan. En
- 8:06Speaker 2: dat het gaatje helemaal mooi schoon is.
- 8:09Speaker 2: En daarna, als het gaatje helemaal mooi schoon is en
- 8:13Speaker 2: wat groter is, dan gaat hij het weer opvullen. Maar
- 8:15Speaker 2: hoe doet hij dat? Ja, dat is met een soort van.
- 8:17Speaker 2: Je zou het een beetje kunnen vergelijken met een soort klei.
- 8:20Speaker 2: Alsof hij een beetje klei in je tanden doet. Maar
- 8:22Speaker 2: dat klei dat wordt net zo hard als je tanden zelf. O.
- 8:25Speaker 2: Dus het lijkt ook een beetje alsof het een gaatje
- 8:28Speaker 2: in de muur is die je dan wilt dichtmaken.
- 8:30Speaker 2: En dan uiteindelijk zie je het niet meer. Maar ja,
- 8:33Speaker 2: het is niet zo goed voor je tanden. Dus je
- 8:34Speaker 2: moet eigenlijk proberen zo min mogelijk gaatjes te hebben. Dus
- 8:36Speaker 2: altijd zo goed mogelijk te poetsen.
- 8:37Speaker 1: Ik doe dat altijd. Ik heb nooit een
- 8:40Speaker 2: gaatje. Nee, je hebt nog nooit een gaatje, gelukkig maar. Nee,
- 8:44Speaker 1: ik heb nog nooit een
- 8:44Speaker 2: gaatje gehad. Nee. Maar ja, het kan wel eens voorkomen.
- 8:47Speaker 2: Maar ik
- 8:47Speaker 1: heb een gaatje in mijn tanden, omdat omdat omdat daar
- 8:51Speaker 1: groeien weer
- 8:51Speaker 2: tanden. Ja, je hebt een gat in je hele gebit zitten.
- 8:55Speaker 2: Niet zozeer in je tanden, maar een gat in je
- 8:56Speaker 2: gebit door de door de tand die eruit is.
- 8:59Speaker 2: Ja, tanden. De tanden die eruit? Ja, want
- 9:02Speaker 1: had ik twee tanden eruit.
- 9:04Speaker 2: Ja. Weet je wat ik het allervervelendste vind aan een
- 9:06Speaker 2: gaatje in mijn tanden? Nee. Niet zozeer dat het gaatje
- 9:10Speaker 2: er zit. Dat is niet zo'n fijn gevoel. En dat
- 9:12Speaker 2: voel je ook vaak een beetje. Dat doet een beetje pijn.
- 9:14Speaker 2: Maar um als dan de. Als je dan naar de
- 9:17Speaker 2: tandarts toe gaat, dan gaat de tandarts het gaatje boren
- 9:21Speaker 2: om het gaatje iets groter te maken. En dat is
- 9:23Speaker 2: op zich niet zo erg, want dat voel je niet
- 9:25Speaker 2: zo heel erg. Maar weet je wat ik het vervelendste vind?
- 9:28Speaker 2: het geluid van de boer.
- 9:31Speaker 2: Een tandarts heeft een heel
- 9:33Speaker 2: hard geluid voor de boor. We gaan zo
- 9:39Speaker 2: Dat is het enige wat ik heel vervelend vind daaraan.
- 9:41Speaker 2: Maar voor de rest, ik ben blij dat de tandarts
- 9:43Speaker 2: er is.
- 9:43Speaker 1: Hoezo gaat hij het gaatje eigenlijk open wat groter
- 9:47Speaker 2: maken? Nou. Om zeker te weten, want het gaatje wordt
- 9:50Speaker 2: gemaakt door bacterien. En en die moeten er allemaal uit zijn.
- 9:53Speaker 2: Dus om te zorgen dat die er allemaal uit zijn,
- 9:55Speaker 2: gaat hij het gaatje ietsjes groter maken. dat het mooi is,
- 9:57Speaker 2: het gaatje. En dat het dat alle bacterien eruit zijn.
- 10:01Speaker 2: Dan gaat die het vullen opnieuw.
- 10:03Speaker 2: Myrthe. Ja. Ik denk dat het tijd is voor een spelletje. Ja. Oké.
- 10:09Speaker 2: En het spelletje van vandaag is waar of niet waar. Myrthe.
- 10:14Speaker 2: Ik ga je een paar vragen stellen. En dan mag
- 10:16Speaker 2: jij zeggen of het waar is of dat het niet
- 10:19Speaker 2: waar is.
- 10:21Speaker 2: En als je zit te luisteren, doe gezellig mee. Dan
- 10:23Speaker 2: kan je ook zeggen of het waar is of niet waar. Myrthe,
- 10:26Speaker 2: wacht eventjes met het antwoord geven, zodat jij als eerste
- 10:29Speaker 2: het antwoord kan geven waar of niet waar. Oké, Myrthe,
- 10:33Speaker 2: ben je er klaar voor? Ja.
- 10:35Speaker 2: Grontea. Je hoeft niet elke dag je tanden te poetsen.
- 10:41Speaker 2: Niet waar? Nee, dat klopt inderdaad. Je moet elke dag
- 10:44Speaker 2: je tanden poetsen. De tandarts verkoopt snoepjes.
- 10:49Speaker 2: Nee. Niet waar. Niet waar, inderdaad.
- 10:53Speaker 2: Je moet elke dag minimaal twee keer je tanden poetsen.
- 10:58Speaker 2: Ja, Waar? Dat is waar.
- 11:01Speaker 2: Een tandenborstel gebruik je om je haar te kammen.
- 11:06Speaker 2: Niet waar? Nee, natuurlijk niet waar.
- 11:09Speaker 1: Die gebruik je voor je tanden.
- 11:12Speaker 2: Zeker weten.
- 11:14Speaker 2: De tandarts kijkt in een spiegeltje.
- 11:17Speaker 2: Ja. Ja, die kijkt in een spiegeltje. En die kijkt
- 11:21Speaker 2: eigenlijk in je mond. Maar met een spiegeltje kijkt hij
- 11:23Speaker 2: in je mond en de. Ja. Als je tanden goed
- 11:26Speaker 2: schoon zijn, zijn ze helemaal zwart.
- 11:29Speaker 1: Nee, niet
- 11:30Speaker 2: waar. Nee, Hoe witter, hoe scher ze zijn. Een olifant
- 11:34Speaker 2: poetst zijn tanden met een tandenborstel. Niet waar. Nee, Ik
- 11:39Speaker 2: zou niet eens weten hoe een olifant een tandenborstel beet
- 11:42Speaker 2: moet houden. Nee, met zijn slurf. Oh, met zijn slurf. Ja,
- 11:45Speaker 2: dat zou nog wel kunnen. Uh. Ja. Je hebt melktanden
- 11:49Speaker 2: en koffietanden. Nee, niet waar. Nee. Je hebt alleen melktanden.
- 11:55Speaker 2: Je je tanden blijven altijd in je mond zitten.
- 11:58Speaker 2: Niet waar? Nee, inderdaad.
- 12:01Speaker 1: Nee, want soms heb je wiebelt tanden en dan komen
- 12:04Speaker 1: er dan komen er grote mensentanden. Dan gaan die er
- 12:07Speaker 1: uit en dan komen er eh. Dan groeien er weer
- 12:11Speaker 1: nieuwe
- 12:11Speaker 2: aan. Ja. En als je heel oud bent, dan kan
- 12:15Speaker 2: het wel eens zo zijn dat je grote mensentanden er
- 12:17Speaker 2: ook uitgaan. En dan krijg je een kunstgebit. Dat is kunstgebit.
- 12:20Speaker 2: Dat zijn neptanden. En de laatste vraag. Je hoeft nooit
- 12:24Speaker 2: naar de tandarts als je goed je tanden poetst.
- 12:27Speaker 1: Wel.
- 12:29Speaker 1: Niet waar?
- 12:30Speaker 2: Niet waar, inderdaad. Nee, want je moet altijd je tanden
- 12:34Speaker 2: laten checken bij de tandarts.
- 12:35Speaker 1: Ja, want als je goed je tanden poetst, dan kan
- 12:39Speaker 1: het ook zijn dat je toch een gaatje hebt. Precies.
- 12:41Speaker 2: Dus dat is niet waar. Inderdaad. Ja. Nou, Myrthe, je
- 12:45Speaker 2: bent helemaal geslaagd voor het spelletje. Ik denk dat de
- 12:48Speaker 2: tandenfee langskomt.
- 12:49Speaker 1: Waar is de post? Waar is de post? Oké,
- 12:53Speaker 2: Myrthe, ik heb heel veel heel wat post weer binnengekregen.
- 12:56Speaker 2: um Zo kreeg ik een berichtje binnen van Ida. Die
- 13:00Speaker 2: schrijft Hoi Myrthe, ik ben Ida en ik ben 3
- 13:04Speaker 2: jaar en bijna 4 jaar. Ik luister heel vaak naar
- 13:07Speaker 2: jullie podcast samen met mama. Ik vind alle afleveringen superleuk.
- 13:11Speaker 2: Ik zou het superleuk vinden als er een aflevering is
- 13:14Speaker 2: over de regenbogen. Want waarom kunnen we eigenlijk regenbogen zien?
- 13:18Speaker 2: Groetjes van Ida en haar mama. Nou, wij hebben van
- 13:21Speaker 2: de week toch een mooie regenboog gezien, hè, Myrthe. Echt
- 13:24Speaker 2: een felle. Echt een heel felle. Inderdaad. Die was zo
- 13:28Speaker 2: ontzettend fel om te zien. En sterker nog, we zagen
- 13:31Speaker 2: er op een gegeven moment zelfs twee naast elkaar. Ja,
- 13:34Speaker 1: ja. En toen gingen we precies naar de bruiloft.
- 13:37Speaker 2: Ja, toen gingen we inderdaad naar de bruiloft. Dus dat
- 13:38Speaker 2: was echt een
- 13:40Speaker 2: Nou, het kon bijna niet mooier. Nee. Nou, dank je
- 13:42Speaker 2: wel voor je berichtje Ida. Dan kreeg ik nog een
- 13:44Speaker 2: berichtje van Guus. En Guus stuur stuurt Hoi Myrthe en
- 13:48Speaker 2: papa Hans. Ik ben Guus van 4 jaar en ik
- 13:50Speaker 2: luister heel graag naar jullie podcast. Ik vond de aflevering
- 13:53Speaker 2: over zwemles heel leuk, want ik ga zelf ook naar zwemles.
- 13:56Speaker 2: Wat vind jij het leukste om te oefenen van zwemmen? Myrthe. Groetjes, Guus.
- 14:01Speaker 1: Uh te surfen op een mat en heel veel onderwater plonsen.
- 14:05Speaker 2: Heel veel onderwater plonsen en de surfplanken. Ja, dit zijn
- 14:09Speaker 2: het leukste. Want dat zijn een soort spelletjes die je
- 14:10Speaker 2: aan het einde doet dan toch? Ja, die zijn echt leuk.
- 14:14Speaker 2: En dan kreeg ik nog een berichtje van Louise en Charlotte.
- 14:18Speaker 2: Dag Myrthe en papa. Wij zijn Louise, 8 jaar en
- 14:20Speaker 2: Charlotte van 5 jaar. Zo oud ben ik. Ja, zo
- 14:24Speaker 2: oud ben jij.
- 14:24Speaker 2: Wij luisteren elke dag in de auto op weg naar
- 14:26Speaker 2: school naar jullie en wij vinden jullie podcast superleuk. We
- 14:29Speaker 2: zouden graag het een keertje hebben over Sinterklaas of over Kerstmis.
- 14:34Speaker 2: Nou moeten jullie nog eventjes wachten, want het is nog
- 14:35Speaker 2: geen december. Groetjes Louise en Charlotte uit België.
- 14:40Speaker 2: Nou, we hebben gewoon internationale luisteraars, Myrthe. Ja.
- 14:44Speaker 1: Want die kunnen en Frans en Nederlands.
- 14:46Speaker 2: En Frans en Nederlands. Die kunnen het inderdaad allebei. Dat
- 14:49Speaker 2: weet jij heel goed. Want wij hebben een keertje in
- 14:51Speaker 2: België in een huisje gezeten. Ja. Vond je dat leuk,
- 14:54Speaker 1: Myrthe? Ja, heel erg. Want daar hadden we echt een
- 14:57Speaker 1: hele super tuin. Daar konden we en maar met de
- 15:01Speaker 1: zandbak en met de schommel en met de glijbaan. En
- 15:04Speaker 1: die glijbaan ging echt hard. Dus dat was wel echt
- 15:07Speaker 1: heel leuk.
- 15:08Speaker 2: Een jaar.
- 15:09Speaker 2: Nee, dus superleuk. Dank jullie wel voor jullie berichtje.
- 15:12Speaker 1: En we gingen steeds hetzelfde ontbijt eten.
- 15:14Speaker 2: Heerlijk toch? Even kijken. Dan kreeg ik nog een berichtje
- 15:17Speaker 2: van Jitse. En die stuurt Hoi Myrthe en haar papa.
- 15:19Speaker 2: Ik vind jullie podcast heel erg leuk en luisteren we
- 15:21Speaker 2: graag de hele middag. Op school is ons thema de ruimte.
- 15:25Speaker 2: Willen jullie een keer een podcast maken over de ruimte,
- 15:27Speaker 2: planeten en zwarte gaten. Groetjes van Jitse.
- 15:30Speaker 1: Ja, want want die hebben we al in gedachten.
- 15:34Speaker 2: Ja, die staat op de planning inderdaad.
- 15:36Speaker 2: um Myrthe. Dan zijn we aan het einde gekomen van
- 15:39Speaker 2: de kleuterpodcast. Wil je ook een berichtje achterlaten? Dat kan
- 15:42Speaker 2: via www.kleuterpodcast.nl of via onze Instagram. En dat is @kleuterpodcast.
- 15:48Speaker 2: En Myrthe. Waar gaan we het de volgende keer over hebben?
- 15:51Speaker 2: A circus. Is dat omdat je mij een clowntje vindt? Jawel,
- 15:55Speaker 2: een beetje. Een beetje.
- 15:59Speaker 1: Nou, dan trek ik maar allemaal rare dingen soms.
- 16:02Speaker 2: Nou. Ik trek mijn flapschoenen aan. En dan ga ik
- 16:06Speaker 2: lekker stoppen met deze podcast. Tot volgende week in het circus.
- 16:09Speaker 2: Tot
- 16:10Speaker 1: volgende week in het circus. Doei.